Munthandel G. Henzen
 



HOME|COINS|MEDALS|ARCHAEOLOGY|SEARCH|ACQUISITION|ABOUT US|CONTACT|TO ORDER|SALESCONDITIONS

Coins > Southern Netherlands > Kamerijk
< Back

ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - NICOLAS III VAN FONTAINE, 1248-1272 - Kleine groot of dubbele sterling z.j.

gewicht 2,45gr. ; zilver Ø 22mm.

vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠NIChOLAVS:ЄPISChOPVS
kz. Kort gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel,
drie stippen in elke hoek, tussen de armen de tekst;
CA – MЄ – RA – CV binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PLЄNA

De oorsprong van de stad Kamerijk (Cambrai) gaat terug tot de Romeinse tijd. Het was gunstig gelegen op een kruispunt van heerwegen. Ook in de Merovingische- en Karolingische periode kende het een permanente bewoning. In de loop van de 11e tot 14e eeuw kwam de stad tot bloei en rijkdom door de textielproductie, met name wol en linnen, waarbij de handel vooral gericht was op Parijs en de streek Champagne. Daarnaast was ook de handel in graan van belang. De stad maakte ook deel uit van het Hanzeverbond.

The origins of the city of Cambrai (Kamerijk) date back to Roman times. It was favorably situated at a crossroads of Roman roads. It also had permanent habitation during the Merovingian and Carolingian periods. From the 11th to the 14th century, the city flourished and became wealthy through textile production, particularly wool and linen, with trade primarily directed towards Paris and the Champagne region. In addition, the grain trade was also important. The city was also part of the Hanseatic League.

De ietwat groteske portretten van de bisschop zijn opvallend ;
een bisschop met stoppelbaard en flaporen.

The somewhat grotesque portraits of the bishop are striking;
a bishop with stubble and protruding ears.

Boudeau 2008 ; Robert pag.73, 7var. (plaat IV, 4) RR
Lichte zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
zfr-

450,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - WILLEM I VAN AVESNES (VAN HENEGOUWEN), 1285-1296 - Esterlin (sterling) z.j.

gewicht 1,12gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Portret van jeugdig manspersoon frontaal binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; ✠GVILLS•ЄPISCOPVS,
binnen een parelcirkel.
kz. Lang gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel,
drie stippen in elke hoek, tussen de armen de tekst;
CAM – ЄRA – CEN - SIS binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PLЄNA

Willem I van Avesnes was een telg uit een voornaam en invloedrijk adelijk Henegouws geslacht. Hij was de 5e zoon van Jan I van Avesnes (1218-1257) en Aleid van Holland (1228-1284), dochter van graaf Floris IV van Holland. Hij was de broer van Jan II van Avesnes (graaf van Henegouwen en Holland) en Gwijde van Avesnes (bisschop van Utrecht). Als jongere zoon, die niet in aanmerking kwam voor troonopvolging, lag een geestelijk loopbaan voor de hand. Zo ook bij Willem, die het uiteindelijk wist te brengen tot bisschop van Kamerijk. Zijn periode als bisschop (1286-1296) wordt omschreven als conflictrijk en Willems levensstijl wordt omschreven als "luxueus levende Henegouwse gravenzoon".

William I of Avesnes was a descendant of a prominent and influential noble Hainaut family. He was the 5th son of John I of Avesnes (1218-1257) and Aleid of Holland (1228-1284), daughter of Count Floris IV of Holland. He was the brother of John II of Avesnes (Count of Hainaut and Holland) and Guy of Avesnes (Bishop of Utrecht). As a younger son, who was not eligible for the succession to the throne, a clerical career was the obvious choice. This was also the case for William, who eventually rose to the position of Bishop of Cambrai. His period as bishop (1286-1296) is described as conflict-ridden, and William′s lifestyle is described as that of a "luxuriously living son of a count from Hainaut".

De naam sterling of esterlin is waarschijnlijk afgeleid van ′Easterling′. Het ′Easterling zilver′ waren hooggehaltige zilveren munten van 92,5% (925/1000) puur zilver uit een gebied in Noord-Duitsland rond vijf belangrijke Hanzesteden, dat vanwege haar hoge kwaliteit groot vertrouwen genoot in de handel. Via handelscontacten met Engeland kwamen die muntstukken aldaar bekend te staan als ″de munten van de Oosterlingen″ ofwel Easterlings. Henri II (1154-1189) besloot ook munten te gaan slaan volgens deze hoge kwaliteitsstandaard in de vorm van de ′Tealby Pennies′. Het woord Easterling is daarna spoedig verbasterd tot kortweg sterling, de naam van de Engelse pennies in de 12 en 13e eeuw. De sterling werd een zeer populair muntstuk, met name onder Henri III en Edward I & II, dat ook op het Europese vasteland veel navolging kreeg. Deze munt is daarvan een goed voorbeeld. Nog altijd kennen we het sterling zilver, dat vooral voor bestek, sierraden en serviezen wordt gebruikt.

The name sterling or esterlin is likely derived from ′Easterling′. ′Easterling silver′ were high-quality silver coins of 92.5% (925/1000) pure silver from an area in Northern Germany surrounding five major Hanseatic cities, which enjoyed great trust in trade due to their high quality. Through trade contacts with England, these coins became known there as ′the coins of the Oosterlingen′ or Easterlings. Henry II (1154-1189) also decided to mint coins according to this high quality standard in the form of the ′Tealby Pennies′. The word Easterling was subsequently soon corrupted to simply sterling, the name of the English pennies in the 12th and 13th centuries. The sterling became a very popular coin, particularly under Henry III and Edward I & II, which also gained widespread imitation on the European mainland. This coin is a good example of that. We are still familiar with sterling silver, which is primarily used for cutlery, jewelry, and dinnerware.

Boudeau 2011 ; Robert pag.81, 1 (plaat VI, 1) ; Mayhew 87 R
Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr

295,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - PETER III VAN LEVIS-MIREPOIX, 1309-1324 - Kleine groot of dubbele sterling z.j.

gewicht 2,00gr. ; zilver Ø 23mm.

vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠⁑PЄTRVS⁑EPISCOPVS⁑
kz. Kort gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel,
met tussen de armen de tekst; CA – MЄ – RA – CV binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PL♣Є

De oorsprong van de stad Kamerijk (Cambrai) gaat terug tot de Romeinse tijd. Het was gunstig gelegen op een kruispunt van heerwegen. Ook in de Merovingische- en Karolingische periode kende het een permanente bewoning. In de loop van de 11e tot 14e eeuw kwam de stad tot bloei en rijkdom door de textielproductie, met name wol en linnen, waarbij de handel vooral gericht was op Parijs en de streek Champagne. Daarnaast was ook de handel in graan van belang. De stad maakte ook deel uit van het Hanzeverbond.

The origins of the city of Cambrai (Kamerijk) date back to Roman times. It was favorably situated at a crossroads of Roman roads. It also had permanent habitation during the Merovingian and Carolingian periods. From the 11th to the 14th century, the city flourished and became wealthy through textile production, particularly wool and linen, with trade primarily directed towards Paris and the Champagne region. In addition, the grain trade was also important. The city was also part of the Hanseatic League.

In tegenstelling tot de kleine groten van Nicolas III van Fontaine(1248-1272) komen die van Peter III van Levis-Mirepoix maar weinig voor in de handel. De ietwat groteske portretten van de bisschop zijn opvallend ; een bisschop met stoppelbaard en flaporen. Zeer zeldzaam.

In contrast to the small greats by Nicolas III of Fontaine (1248-1272), those by Peter III of Levis-Mirepoix are rarely offered for sale. The somewhat grotesque portraits of the bishop are striking; a bishop with stubble and protruding ears. Very rare.

Boudeau 2015 ; Robert pag.96,2 (plaat IX,2) RR
pr-

1.650,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - Rijksdaalder 1569

gewicht 29,08gr. ; zilver Ø 40mm.

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, binnen een parelcikel, omringd
door de tekst; MAXIMILI′⭒II′⭒ROMA′⭒IM′⭒SEM′⭒AVGV′⭒1569
kz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom gedekt door een helm
met cimier en lambrekijns, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
MAX′⭒A′⭒BERG⭒ARCH′⭒Z′⭒D′⭒CAM⭒S⭒IP⭒PR′⭒C′⭒CA

Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.

Deze rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.

This Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.

Delmonte 406 ; Boudeau 2035 ; Robert Pl.XXIV, 1-2var. ;
Lucas, Cambrai p.83 ; Davenport 8214
R
Lichte zwaktes van de slag. Mooi patina. Zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

435,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - Rijksdaalder 1570

gewicht 29,11gr. ; zilver Ø 41mm.

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, binnen een parelcikel,
omringd door de tekst; MAXIMILI′⭒II′⭒ROMA′⭒IM′⭒SEM′⭒AVG′⭒1570
kz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom gedekt door een helm
met cimier en lambrekijns, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
MAX′xA′xBERGxARCH′xZ′xD′xCAM′xSxIP′xPR′xC′xCA

Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk. 

Deze rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.

This Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.

Delmonte 406 ; Boudeau 2035 ; vgl. Robert Pl.XXIV, 2 ;
Lucas, Cambrai p.83 ; Davenport 8214
R
Attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam.
zfr

675,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - ½ Rijksdaalder 1568

gewicht 13,96gr. ; zilver Ø 33mm.

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, binnen een parelcikel, omringd
door de tekst; MAXIMILI′⭒II′⭒ROMA′⭒IM′⭒SEM′⭒AVGV′⭒1568
kz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom gedekt door een helm
met cimier en lambrekijns, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
MAX′⭒A′⭒BERG′⭒ARCH′⭒Z′⭒D′⭒CAM′⭒S′⭒IP′⭒PR′⭒C′⭒CAM

Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.

Deze halve rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.

This half Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.

Delmonte 407 ; Boudeau 2036 ; Robert Pl.XXIV, 3 RR
Minieme zwaktes van de slag. Mooi patina. Zeer zeldzaam.
zfr

1.495,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - Sprenger van 5 stuivers z.j. (1559-1570)

gewicht 7,01gr. ; zilver Ø 36mm.

vz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst;
+MA⭒BER⭒D⭒G⭒ARCH⭒EPS⭒&⭒D⭒CA⭒S⭒IMP⭒P⭒CO⭒CAMB
kz. Lang gebloemd kruis geplaatste over een parelcirkel, vierpas in het centrum
met in elke boog de letter D, hartschild met rijksadelaar, omringd door de tekst;
: ИEC⭒ - ⭒CITO⭒ - ИEC⭒TE - MERE

De spreuk Nec Cito Nec Temere betekent ″zonder gretigheid, noch stoutmoedigheid″.

Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.

SPRENGER

Sprenger of batseler is een aanduiding voor de zilveren munten van 5 Luikse stuivers of 4 stuivers Brabants (ca. 7 g, ca. 0,65), dat onder andere in Luikse documenten wordt genoemd tijdens het bewind van Robert van Bergen op Zoom, bisschop van Luik (1557-1564). Ze zijn nagevolgd in Horn, Kamerijk (Cambrai) en Thorn. Behalve de hele zijn er ook halve sprengers geslagen. De naam is echter al ouder  en komen we ook al tegen in een Bourgondisch tarief uit 1541, gebruikt voor een eerdere Luikse munt, de ′schrikkelberger′ (eveneens 4 stuivers Brabants), dat weer een afgeleide was van de Saksische ′Schreckenberger′.

Naar de exacte oorsprong van de naam ′sprenger′ blijft het vooralsnog gissen. Het zou kunnen refereren naar ′springer′, waarbij de Luikse snaphaan en halve snaphaan in beeld komen. Het zou dan refereren naar een springend paard. Een ander verklaring zou kunnen zijn dat de benaming toch terugvoert op de Saksische ′Schreckenberger′ die ook in de Nederlanden in betalingsverkeer voorkwamen. Die kwamen qua koers ook min of meer overeen met 5 Luikse stuivers of 4 stuivers Brabants. De beeldenaar op de voorzijde toont een engel met gespreide vleugels. Het woord sprenger is een historisch of minder gebruikelijk synoniem voor een vogel die zijn vleugels spreidt, maar het is vaker terug te vinden als een specifieke term binnen de heraldiek (wapenkunde). In de heraldiek wordt een adelaar met uitgeslagen of gespreide vleugels namelijk vaak aangeduid als een gespreide adelaar of soms een sprenger.

Delmonte 409 ; Boudeau 2031 ; Lucas, Cambrai p.75 ; Robert pag.159, 6 R
zfr

275,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - LODEWIJK VAN BERLAIMONT, 1570-1596 - 1/16 Rijksdaalder 1572

gewicht 2,88gr. ; zilver Ø 25mm.

vz. Breedarmig gebloemd kruis geplaatst over een parelcirkel,
rijksadelaar in het rond opengewerkte hart van het kruis,
omringd door de tekst; •M•II• - •RO• - M•SE• - •AV•
vz. Wapen van Berlaymont, daarboven 72, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠•LVD•A•BERLAIMONT•ARCH•Z•D•CA

Lodewijk van Berlaymont was een telg uit het belangrijke Zuid-Nederlandse geslacht van de Berlaymonts. Hij werd geboren op 5 oktober 1542 op het familiekasteel te Berlaimont als zoon van Karel van Berlaymont, ridder van het Gulden Vlies, en Adriana van Ligne Barbançon. Drie van zijn broers (Gilles, Florent en Claudius) waren krijgsheren in Spaanse dienst en stadhouders van diverse gewesten; gezamenlijk bestuurden ze zeven van de Zeventien Provinciën.

Als jongere zoon was Lodewijk voorbestemd voor een geestelijke loopbaan. Hij begon zijn carrière al op 12-jarige leeftijd als kanunnik van het Sint-Lambertuskapittel in Luik, kort daarop gevolgd door eenzelfde positie aan het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Doornik. Daarna werd hij seculier abt van Namen en Saint-Aubert (bij Kamerijk). Iets later werd hij proost van het Sint-Waltrudiskapittel in Bergen. Dit alles gebeurde nog voordat hij 18 jaar oud was. Tussendoor behaalde hij zijn doctoraatsbul aan de Universiteit van Bologna. Op 30 maart 1570 werd hij door Philips II benoemd tot proost van het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht. In hetzelfde jaar, op 15 september 1570, werd hij benoemd tot aartsbisschop van het in 1559 gecreëerde aartsbisdom Kamerijk. Aangezien hij door die laatste benoeming niet in staat was in Maastricht te resideren, stelde hij daar Cornelius Bercouts aan als vicaris of vice-proost, en na diens overlijden in 1587, Petrus Curtius.

Al in het jaar van zijn benoeming kwam hij in aanvaring met het kapittel van Sint-Servaas, toen hij 6 van de 40 Maastrichtse prebenden had toegezegd aan het kathedrale kapittel van het eveneens in 1559 nieuw gecreëerde bisdom Roermond. Uiteindelijk leidde dit tot een proces bij de Heilige Stoel in Rome, dat door de kanunniken werd gewonnen. Wel lukte het Lodewijk in 1581 om twee prebenden van het kapittel over te hevelen naar het pas opgerichte Maastrichtse jezuïetencollege. In hetzelfde jaar namen de jezuïeten de Latijnse school over, die tot dan toe door het kapittel was geleid. Lodewijk van Berlaymont was een voorstander van de Spaanse politiek in de Habsburgse Nederlanden, wat niet verwonderlijk is, gezien zijn afkomst. In 1581 maakte hij kans om in het prinsbisdom Luik de opvolger te worden van Gerard van Groesbeek. Alexander Farnese, die kort daarvoor met zeer veel geweld Maastricht had ingenomen (Beleg van Maastricht, 1579), zette het kathedrale kapittel in Luik onder druk om een van zijn kandidaten aan te nemen: Granvelle of Berlaymont. De Luikenaren, die zich neutraal achtten in de verscheurde Nederlanden, kozen voor Ernst van Beieren.

In 1583 moest Berlaymont Kamerijk ontvluchten, doordat de hertog van Alençon de stad bezette. Lodewijk trok zich terug in Namen en riep daar in 1586 een bisschoppelijke synode bijeen. Door paus Clemens VIII werd hij in 1593 tot waarnemend bisschop van het bisdom Doornik benoemd, een functie die hij bijna drie jaar vervulde, waarna Clemens hem tot pauselijk legaat benoemde. In 1595 heroverden de Spaanse troepen onder bevel van Pedro Henriquez de Acevedo Kamerijk, een militaire operatie die door Lodewijk was ondersteund in de vorm van troepen en een som geld van 40.000 pond. Kort voor zijn terugkeer naar Kamerijk ontstond er een conflict met de magistraat van de stad, waardoor hij naar Bergen moest terugkeren. Lodewijk van Berlaymont stierf hij op 15 februari 1596 in Bergen. Zijn lichaam werd overgebracht naar Kamerijk, waar het werd bijgezet in een kapel van het klooster van de Zwarte Zusters, waarvan hij zelf de bouwheer was.

Deze 1/16 rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.

This 1/16 Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.

In de ordonnantie van 10 juni 1572, bij uitgifte van dit muntstuk, werd
de koers bepaald op 2 stuiver Vlaams of 2 stuiver en 8 deniers Kamerijks.
Uiterst zeldzaam.

In the ordinance of 10 June 1572, upon the issuance of this coin, the exchange
rate was set at 2 Flemish stuivers or 2 stuivers and 8 deniers of Cambrai.
Extremely rare.


Boudeau 2039 ; Robert pag.184,1 (pl. XXVII, 5) RRR
zfr

475,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - STAD KAMERIJK (CAMBRAI) - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN IN 1595 - Noodmunt van 20 stuivers 1595

gewicht 11,52gr. ; messing 32x32mm.

vz. Ronde middenstempel binnen een parelcirkel met het gekroonde
wapen van Frankrijk tussen 9 – 5, omringd door HENRICO∴PROTECTORE,
resp. links, rechts, boven en onder de instempelingen:
waarde aanduiding XX – P – P (= 20 patards) en het wapenschildje van de
gouverneur Jean de Moltluc, heer van Balagny
kz. Blanco

In 1595 werd de stad Kamerijk (Cambrai) belegerd door de Spanjaarden. In 1589 was deze stad in handen gevallen van de Fransen en was maarschalk Jean Montluc van Balagny in 1594 aangesteld tot gouverneur van  Kamerijk. De bevolking was echter ontevreden over hun gouverneur en kozen Antoine de Villers au Tertre tot hun leider en namen de wapens op tegen Balagny. Deze moest zijn toevlucht nemen in de citadel van Kamerijk. Er volgde een zware belegering door de Spanjaarden maar Balagny moest uiteindelijk toch capituleren en verliet de stad op 9 oktober 1595.  Gedurende het beleg van de citadel zijn er koperen/messing noodmunten vervaardigd in naam van de Franse koning Henri IV(1589-1610), van 1,2 , 5 , 10 en 20 stuivers (patards).  De in 1595 vervaardigde noodmunten konden in 1596 ingewisseld worden tegen regulier kopergeld. Zeer zeldzaam.

In 1595, the city of Cambrai was besieged by the Spaniards. In 1589, the city had fallen into the hands of the French, and Marshal Jean Montluc of Balagny had been appointed governor of Cambrai in 1594. However, the population was dissatisfied with their governor and chose Antoine de Villers au Tertre as their leader, taking up arms against Balagny. He was forced to take refuge in the citadel of Cambrai. A heavy siege by the Spaniards followed, but Balagny eventually had to capitulate and left the city on October 9, 1595. During the siege of the citadel, copper/brass emergency coins were minted in the name of the French King Henry IV (1589-1610), in denominations of 1, 2, 5, 10, and 20 stuivers (patards). The emergency coins minted in 1595 could be exchanged for regular copper currency in 1596. Very rare.

Meestal zien we op de noodmunten van Kamerijk slechts 3 instempelingen, resp links, rechts en onder; XX - P - wapenschild. Op dit exemplaar zien we nog een extra P ingestempeld aan de bovenzijde, welke feitelijk overbodig is. Deze variant komt maar weinig voor en is uiterst zeldzaam

Usually, we see only three stampings on the emergency coins of Cambrai, respectively on the left, right, and bottom: XX - P - coat of arms. On this example, we see an additional P stamped at the top, which is actually superfluous. This variant occurs only rarely and is extremely rare.

van Gelder 190var. ; Mailliet 22,14 ; vgl. van Loon I, 467, 2 ;
Robert 250,3
RRR
Voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar.
Very attractive for the type.
zfr

1.850,00 





< Back


© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  The Netherlands  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org