Munthandel G. Henzen
 



HOME|MUNTEN|PENNINGEN|ARCHEOLOGIE|ZOEKEN|INKOOP|OVER ONS|CONTACT|BESTELLEN|VOORWAARDEN
Home

Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ′Bestellen′ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.

Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.

Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.

Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.

Gijs Henzen

Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:

De veroordeeld crimineel Donald Trump heeft weinig op met mensenrechten. Dat bleek al door zijn politieke en militaire steun aan de gezochte oorlogsmisdadiger en massamoordenaar Benjamin Netanyahu (eigenlijk Mileikowsky) en diens terroristische staat Israël. Donald Trump en de VS zijn daarom in hoge mate medeverantwoordelijk voor de genocide op de Palestijnen en algehele malaise in het Midden-Oosten. Israël en de VS zijn ook verantwoordelijk voor de huidige hoge energieprijzen, veroorzaakt door hun illegale en stupide oorlog tegen Iran. Het internationaal strafhof in Den Haag is het aangewezen instituut van de Verenigde Naties om deze misdagers voor het gerecht te brengen. Misdadigers en massamoordenaars zijn niet gebaat bij onafhankelijke rechtspraak en daarom probeert de VS, met Trump en Rubio voorop, dit instituut op allerlei manieren te dwarsbomen. Zij hebben weinig op met democratie en het internationaal recht en faciliteren liever massamoordenaars.....

Israël is een totaal genocidale maatschappij, gesteund door het overgrote deel van de Israëlische bevolking, niet te verwarren met de Joden. Het Zionisme is een nationalistische beweging dat haar oorsprong heeft in de 19e eeuw en het Jodendom misbruikt voor haar racistische en genocidale doelstellingen. Het overgrote deel van de Israëlische bevolking steunt het Zionisme en het terroristische apartheidsregime van Netanyahu en vindt alle gruwelijke misdaden die daarmee gepaard gaan eigenlijk wel gerechtvaardigd. Het is een volk dat blind is voor haar misdaden en zich verheven voelt boven de Palestijnen en Arabische (semitische) volkeren uit de regio. Dat is helaas de ware aard van Israël en veel van haar huidige bewoners. Het is dan ook een collectieve Israëlische verantwoordelijkheid, waarvoor men zich vroeg of laat zal moeten verantwoorden. Een zware gemeenschappelijke en eeuwige last, waarbij men in de huidige mediamaatschappij dit keer niet kan zeggen ″wir haben es nicht gewust″......

https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8 

Het is een taak van een ieder, ongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!

Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:

STEUN : https://rightsforum.org

Zoeken op productnaam





Maandaanbieding

WORLD COINS

LOT: 176 various unsorted world coins, mainly from the period 1900-1980.
Mainly in base metal, but also a few silver.
Various qualities. Sold as is. No returns.
SURPRISE LOT. NO PHOTOS AVAILABLE !

€ 50,00 



Nieuwe aanwinsten

ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS DE GOEDE, 1430-1467 - 4 Mijten z.j. (1458-1459), Mechelen

gewicht 0,96gr. ; biljoen Ø 23,5mm.

vz. Bourgondisch wapenschild binnen een cirkel, omringd door de tekst; 
✠PHS8DЄI8GRA8DVX8BVRA8Z8BRAB
kz. Lang gevoet kruis geplaats over parelcirkel, omringd door de tekst;
✠MONЄ - TA8NOV - A8FACT - A8MЄChL

De mijt was de kleinste denominatie binnen het laatmiddeleeuwse muntstelsel van de Nederlanden. Er bestonden 2 versies, nml. de Vlaasmse mijt van een ½ penning (= 1/24 groot of 1/48 stuiver) en de Brabantse mijt ter waarde van 2/3 Vlaamse mijt (= 1/36 groot of 1/72 stuiver). Een muntstuk van 4 Brabantse mijten had dus een waarde van 1/9 groot of 1/18 stuiver Brabants of 1/6 groot of 1/12 stuiver Vlaams. De koopkracht was een dergelijk muntstuk was zeer gering. In de 15e eeuw kostte een heel roggebrood, een liter bier of een dozijn eieren ongeveer 1 groot (oftewel 36 Brabantse mijten). Met een 4 mijtstuk kon je dus hooguit een paar eieren of een klein stukje brood kopen.....

Dit munttype komst slechts sporadisch voor. Deze munt heeft daarnaast een
opmerkelijk fout in de voorzijdetekst, namelijk BVRA i.p.v. BVRG.
Als zodanig ongepubliceerd en uiterst zeldzaam.

de Witte 488var. ; vgl. van Gelder & Hoc 18-1a ; collectie de Wit- ;
van der Chijs XVI, 14var. ; vgl. Vanhoudt Atlar H16 ; de Mey 322var. ; 
Vanhoudt 19var. (R2)  
RRR
fr/fr+

€ 195,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - MOESIA INFERIOR - AE 25, Markianopolis

weight 8,25gr. ; bronze Ø 25mm.
magistrate: Tiberius Iulius Festus (legatus Augusti pro praetore)

obv. Laureate bust of Severus Alexander right, wearing cuirass
and paludamentum, seen from rear, surrounded by the legend;
ΑΥΤ Κ Μ ΑΥΡ ϹΕΥΗ ΑΛΕΖΑΝΔΡΟϹ
translation: Emperor Caesar Marcus Aurelius Severus Alexander
rev. Eagle with spread wings facing, head left, holding wreath in beak,
surrounded by the legend; ΥΠ ΤΙΒ ΙΟΥΛ ΦΗϹΤΟΥ ΜΑΡΚΙΑΝΟΠΟΛΙ,
ΤΩΝ in exergue
unabridged legend: ΥΠΑΤΕΙΑΣ ΤΙΒΕΡΙΟΥ ΙΟΥΛΙΟΥ ΦΗΣΤΟΥ
ΜΑΡΚΙΑΝΟΠΟΛΙΤΩΝ = during the (pro)consulship of Tiberius
Iulius Festus, of the Marcianopolitans

Tiberius Iulius Festus was a Roman imperial official who served as legatus Augusti pro praetore (consular legate) of Moesia Inferior during the reign of the emperor Severus Alexander. His coins often feature types like an eagle or the goddess Homonoia standing left holding a patera and cornucopia. As a legatus, he represented imperial authority in the province of Moesia Inferior and oversaw local administrative and civic minting operations at Markianopolis during the reign of Severus Alexander. Beyond his presence on these civic bronze coins, little personal or narrative biography survives in literary or epigraphic sources.

On the Roman Provincial coins of Markianopolis (located in modern-day Devnya, Bulgaria), an eagle with spread wings carried three overlapping layers of meaning: 
•  Primarily, the eagle (Aquila) served as the sacred messenger and direct attribute of the sky god Zeus (or Jupiter to the Romans). In provincial numismatics, depicting the king of the gods′ bird signified supreme power, divine protection, and absolute political authority over the region.
• Imperial Legitimization and Roman Power: Because Markianopolis was a prominent Roman provincial mint, striking coins with the classic Roman imperial eagle projected the might and ubiquity of the Roman Empire. It represented the ever-present authority of the state and the ruling emperor, whose portrait was always stamped on the opposite side.
• Military Connection and Victory: The eagle was famously the standard of the Roman legions (Aquila). On many Markianopolis variants, the eagle with spread wings is depicted standing on a thunderbolt or holding a laurel wreath in its beak. The inclusion of the wreath specifically symbolized victory, triumph, and the loyalty or presence of the Roman military garrisoned in Moesia Inferior.

BMC 73 ; AMNG 1020 ; SNG.Copenhagen 246 ; SNG.München - ;
SNG.Budapest 226 ; Varbanov 1801 ; RPC Online VI, 1641 ;
Hristova & Jekov, Marcianopolis 6.32.1.8–11, and 16 ;
Pfeiffer 555-556
R
struck with some minor weaknesses
vf-

€ 85,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - MOESIA INFERIOR - AE 26, Markianopolis (ca.222-225)

weight 11,49gr. ; bronze Ø 26mm.
magistrate: Iulius Gaetulicus (legatus Augusti pro praetore)

obv. Laureate bust of Severus Alexander right, wearing cuirass
and paludamentum, seen from rear, surrounded by the legend;
ΑΥT Κ Μ ΑΥΡ ϹΕΥΗ ΑΛΕΖΑΝΔΡΟϹ ΑV
translation: Emperor Caesar Marcus Aurelius Severus Alexander Augustus
rev. Hermes standing to left, holding purse, caduceus and chlamys,
surrounded by the legend; ΥΠ ΙΟΥ ΓΕΤΟΥΛΙΚΟΥ ΜΑΡΚΙΑΝΟΠΟΛΙΤ,
across lower field Ω - Ν
unabridged legend: ΥΠΑΤΕΙΑΣ ΙΟΥΛΙΟΥ ΓΕΤΟΥΛΙΚΟΥ ΜΑΡΚΙΑΝΟΠΟΛΙΤΩΝ
translation: during the (pro)consulship of Iulius Gaetulicus, of the Markianopolitans

Iulius Gaetulicus was a Roman imperial official who served as legatus Augusti pro praetore (consular legate) of Moesia Inferior during the reign of the emperor Severus Alexander, with specific coin issues for his tenure dated around 222–225 AD. As a legatus, he represented imperial authority in the province of Moesia Inferior and oversaw local administrative and civic minting operations at Markianopolis during the early years of Severus Alexander′s reign. Beyond his presence on these civic bronze coins, little personal or narrative biography survives in literary or epigraphic sources.

The depiction of Hermes on the coins of Markianopolis (an important Roman provincial city in Moesia Inferior, modern-day Devnya, Bulgaria) symbolized prosperity, commerce, good fortune, and the city′s active role as a regional trading hub. Hermes is routinely shown standing and holding a money pouch (purse) in his hand alongside his herald′s staff, the kerykeion (caduceus). This imagery highlighted wealth generation, trade, and economic vitality for the civic population (Markianopoliton). As a guardian of crossroads, boundaries, and merchants, Hermes represented safe passage, market activity, and civic protection under Roman provincial rule.

BMC - (cf. 76) ; SNG.Budapest - ; AMNG.987 ; SNG. Copenhagen - ;
Varbanov - (cf. 1759-1760) ; SNG.München - ; Pfeiffer 512-513 ;
RPC Online VI, 1572 (only 3 specimens listed)
R
Very attractive example with dark patina. Rare.
vf/xf

€ 225,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - MACEDONIA - AE 26, Pella

weight 8,59gr. ; bronze Ø 26mm.

obv. Laureate bust of Severus Alexander right, wearing cuirass
and paludamentum, seen from rear, surrounded by the legend;
IMP C M AVR S  -  EV ALEXANDE - R •
rev. Tyche of the City(?) seated, left, wearing kalathos and
raising right hand to her face, surrounded by the legend;
COL IVL AVG PELLA

Pella was the prominent capital of the ancient Kingdom of Macedonia, serving as the birthplace of Philippos II and Alexander the Great. Pella was probably founded at the late 5th century BC by Archelaus I as the new capital of Macedonia, supplanting Aigai, which still remained the burial place for the kings and the royal family. Pella quickly grew into a major intellectual and artistic center, hosting renowned figures like the playwright Euripides and the painter Zeuxis at the royal court. Pella became the largest and richest city in Macedonia and flourished particularly under the rule of Kassander and Antigonos II.

In 168 BC, the city was sacked by the Romans during the Third Macedonian War and entered a long period of decline, its importance eclipsed by that of the nearby Thessalonica, which became the capital of the Roman province of Macedonia. A severe earthquake around 90 BC heavily damaged the remaining structures. Pella was promoted to a Roman Colony sometime between 45 and 30 BC and its currency was marked Colonia Iulia Augusta Pella. Augustus settled peasants there whose land he had usurped to give to his veterans. But, unlike other Macedonian colonies such as Philippi, Dion, and Cassandreia, it never came under the jurisdiction of ius Italicum or Roman law.

Despite its decline, archaeology has shown that the southern part of the city near the lagoon continued to be occupied until the 4th century and and coinage indicates prosperity. In about 180 AD, Lucian of Samosata could describe it in passing as ″now insignificant, with very few inhabitants″. It later temporarily bore the name Diocletianopolis. In the Byzantine period, the Roman site was occupied by a fortified village.

SNG.ANS.633 ; Evelpidis1268 ; RPC VI Online 612 (only 5 specimens listed) R
Some minor roughness, otherwise attractive example with dark patina. Rare.
vf

€ 150,00 



JULIA MAMAEA, mother of Severus Alexander - AR Denarius, Rome (222)

weight 2,90gr. ; silver Ø 19mm.

obv. Draped and diademed bust of Julia Mamaea right,
surrounded by the legend; IVLIA MAMAEA AVG
rev. Juno, diademed, veiled, draped, standing left, holding
patera in right hand and sceptre in left hand; at feet, peacock,
surrounded by the legend; IVNO CONSERVATRIX

Juno was the queen of the Roman gods, wife of Jupiter, and a primary guardian goddess of the Roman state, women, marriage, and family. By adding ″Conservatrix″, her role as permanent guardian of the Roman state and the imperial family was emphasized. This legend appeared most famously on the coinage of imperial women (Augustae) during the Severan and Crisis of the Third Century eras, such as Julia Domna, Julia Mamaea, and Otacilia Severa. For empresses like Julia Mamaea (mother of Emperor Severus Alexander), associating her portrait with Juno Conservatrix drew a deliberate parallel between the mortal mother of the emperor and the divine mother of the gods, emphasizing her protective and guiding role over the imperial house and the state.

Cohen 35 ; RIC 343 ; BMC 43 ; Sear 8212
wonderful specimen with beautiful portrait
xf-

€ 150,00 



ORBIANA, wife of Severus Alexander - AE Sestertius, Rome (225)

weight 17,55gr. ; bronze  Ø 30mm.

obv. Diademed and draped bust right, surrounded
by the legend; SALL BARBIA ORBIANA AVG
rev. Concordia enthroned left, holding patera in right hand and double
cornucopiae in left hand, S C in exergue, surrounded by the legend;
CONCORDIA AVGVSTORVM

In 225 AD Julia Mamaea, Severeus Alexander′s powerful mother, arranged the marriage between Severus Alexander and Orbiana. Both had the age of about 16 years. Gnaea Seia Herennia Sallustia Barbia Orbiana was the daughter of Lucius Seius Herennius Sallustius, an influential Roman senator who was later elevated to the rank of Caesar or Praetorian Prefect.

Upon marrying, Orbiana was granted the title of Augusta. This triggered intense jealousy from Julia Mamaea, who was determined to retain total authority over her son and all imperial titles. Mamaea treated the young empress with immense cruelty. Fearing for her safety, Orbiana fled to her father for protection. Her father approached the Praetorian Guard to safeguard her, an act that Mamaea branded as an attempted coup and high treason. In August 227 AD, Orbiana′s father was executed, while Orbiana was stripped of her titles, divorced, and exiled to Libya (North Africa). Severus Alexander reportedly cared for her but was too intimidated by his mother to intervene.

Orbiana was widely celebrated in antiquity for her beauty, which is preserved in several surviving marble busts, including pieces in the Louvre Museum. She is historically significant in numismatics as the only wife of Severus Alexander to be featured on imperial gold, silver, and bronze coinage.

In front of and behind Orbiana′s bust, we see seven small punches. In the later Roman Empire and during the post-Roman migration period, old sestertii were frequently taken out of monetary circulation and repurposed as a Game Piece (Tessera) or Tally Token. Because of their large, heavy, and satisfying circular size, they made perfect game counters or tokens. People would punch a specific number of dots or holes into them (such as seven) to give them a numeric value for board games, voting, or counting tallies. Interesting and rare.

Cohen 4 ; RIC 655 ; BMC 293 ; Sear 8193 R
a rare coin
f+

€ 395,00 



MEXICO - REPUBLIC - 5 Centavos 1905/03 Mo M, Mexico City - UNPUBLISHED VARIETY

weight 1,35gr. ; silver Ø 14mm.

The date 1905 has been altered from 1903. This variety seems to be unpublished.
Extremely rare as such.

KM.-- (cf. 400.2) ; Buttrey /Hubbard -  RRRR
vf/vf+

€ 295,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - PRINSBISDOM LUIK (LIÈGE) - MAXIMILIAAN HENDRIK VAN BEIEREN, 1650-1688 - Ducaton 1671, Luik

gewicht 31,68gr. ; zilver Ø 43mm.
muntteken; zuil van Luik (Perron)

vz. Buste van de prinsbisschop Maximiliaan Hendrik van Beieren
met solideo en hermelijnen mantel naar rechts, omringd door de tekst;
: MAX•HEN•D•G•A•C•P•E•EP•ET•PRINC•LEOD:1671 en zuil.
voluit luidt deze tekst: Maximilianus Henricus, Dei Gratia, Archiepiscopus
Coloniensis, Princeps Elector, Episcopus Et Princeps Leodiensis =
Maximiliaan Hendrik, bij de gratie Gods, aartsbisschop van Keulen,
keurvorst, bisschop en prins van Luik.

kz. Gekroond en gekwartiert wapenschild van Beieren-Pfaltz met het
hartschild van Bouillon, gehouden door twee frontaal kijkende leeuwen,
omringd door de tekst; SVPREMVS - BVLLONIE - NSIS • DVX

De Latijnse tekst Supremus Bulloniensis Dux betekent: ′opperste hertog van Bouillon′. De heerlijkheid en later het Hertogdom Bouillon was oorspronkelijk een allodium van het Huis Ardennen, een van de machtigste vorstenhuizen van Neder-Lotharingen. Het gebied rond de stad Bouillon was ongeveer 375 km² groot en bevatte een 25-tal dorpen. In 1096 werd het verpand aan het Prinsbisdom Luik en vanaf de 14e eeuw droegen de prinsbisschoppen van Luik tevens de titel van ″hertog van Bouillon″. Ondanks het feit dat het hertogdom Bouillon in 1482 toeviel aan de vorsten van Sedan, bleven de prinsbisschoppen van Luik deze titel voeren. In 1676 werd het door Frankrijk veroverd. In 1815 besloot het Congres van Wenen dat het gebied deel moest gaan uitmaken van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 ging Bouillon deel uitmaken van het onafhankelijke België.

Het Perron van Luik (of de perroen) is een middeleeuws monument dat symbool staat voor de vrijheid, autonomie, gerechtigheid en zelfbestuur van de stad. Het staat op de Place du Marché in Luik, vlak voor het historische stadhuis (La Violette). We zien het veelvuldig terug op de munten van Luik. Bij deze ducaton zien we het als muntteken.

In navolging van de aanmunting van patagons (vanaf 1661), besloot men in 1666 ook over te gaan tot het slaan van de zwaardere ducatons. Net als de patagons werden deze vervaardigd met de schroefpers. Uiteindelijk heeft men de productie van ducatons voortgezet tot 1688.

Delmonte 473 ; de Chestret 641 ; Mignolet 247 ; 
Vanhoudt G.1308 ; Dengis 1105 ; KM.84 ; Davenport 4296

Attractief, mooi gelijkmatig geslagen exemplaar zonder
de voor dit munttype zo gebruikelijke justeersporen.
zfr/zfr+

€ 550,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Bourgondische kruisrijksdaalder 1567, Maastricht

gewicht 28,92gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeester: Reinier Borreman
muntteken: ster

vz. Bourgondisch stokkenkruis in het centrum bijeen gehouden door het
Bourgondisch vuurijzer, daarboven een kroon, geflankeerd door 15 - 67,
binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst;
PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•BRA• ★
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, omsloten door
het keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel,
omringd door de tekst; DOMINVS•MI - HI•ADIVTOR 

De Bourgondische Kruisrijksdaalder;

De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Naast hele Bourgondische rijksdaalders werden ook halve en kwart Bourgondische rijksdaalders geslagen, zij het op veel kleine schaal. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.

Op deze munt ziet men het Kruis van Bourgondië. Het is een ruwe knoestige vorm van het kruis van Sint-Andreas, de patroonheilige van Bourgondië, en een historische banier en strijdvlag die wordt gebruikt door houders van de titel van hertog van Bourgondië en hun onderdanen. Het kruis van Bourgondië werd voor het eerst gebruikt in de 15e eeuw door de Valois-hertogen van Bourgondië, die een groot deel van Oost-Frankrijk en de Lage Landen regeerden als een feitelijk onafhankelijke staat. Bij het uitsterven van de hertogelijke lijn van Valois in 1477, werden de Bourgondische Lage Landen geërfd door de Habsburgers, die de titel van hertogen van Bourgondië behielden en de vlag adopteerden als een van de vele symbolen van hun dynastie. Nadat de Bourgondische Habsburgers in 1506 de troon van Spanje bestegen, introduceerden hun functionarissen deze vlag in het Spaanse rijk in de Castiliaanse en Aragonese gebieden in Europa en Amerika.

On this coin the Cross of Burgund is depicted. It is a rough gnarled shape of the cross of Saint Andrew, the patron saint of Burgundy, and a historical banner and battle flag used by holders of the title of Duke of Burgundy and their subjects. The cross of Burgund was first used in the 15th century by the Valois Dukes of Burgundy, who ruled a large part of eastern France and the Low Countries as an effectively independent state. At the extinction of the Valois ducal line in 1477, the Burgundian Low Countries were inherited by the Habsburgs, who retained the title of Dukes of Burgundy and adopted the flag as one of the many symbols of their dynasty. After the Burgundian Habsburgs ascended to the throne of Spain in 1506, their officials introduced this ensign in the Spanish Empire throughout the Castilian and Aragonese territories in Europe and in the Americas.

In Maastricht werd dit munttype gedurende drie jaren aangemunt, nml. 1567, 1568 en 1569. De muntbus vermeld over de periode 15.01.1567 - 18.04.1570 een totale productie van 264.235 stuks. In vergelijk met de productie te Antwerpen, met 1.290.117 stuks, is dit een bescheiden productie. Daarvan komt het jaartal 1568 het vaakste voor gevolgd door 1567. Het jaartal 1569 is duidelijk de zeldzaamste van de drie jaren. Zeldzaam.

In Maastricht, this type of coin was minted for three years, namely 1567, 1568, and 1569, with a total production of 264,235 pieces for the period 15.01.1567 – 18.04.1570. Compared to the production in Antwerp, with 1,290,117 pieces, this is a modest production. Of these, the year 1568 occurs most frequently, followed by 1567. The year 1569 is clearly the rarest of the three years. Rare.

Delmonte 91 ; van Gelder & Hoc 240-2 ; de Witte 737 ;
de Mey 565 ; Vanhoudt 290.AN ; Davenport 4640
R
lichte zwaktes van de slag
zfr/zfr-

€ 550,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID DOORNIK - STATEN VAN DOORNIK, 1577-1581 - Statendaalder 1578, Doornik

gewicht 29,71gr.; zilver Ø 41mm.
muntmeester: Simon de Malines
muntteken: toren

vz. Gekroond en geharnast borstbeeld van Philips II naar links met
scepter in zijn rechterhand binnen een cirkel, daaronder 15 ♖ 78, 
omringd door de tekst; •PHS•D:G•HISP•Z•REX•D•TORNACE
kz. Gekroond Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild omsloten
door de keten van de Orde van het Gulden Vlies binnen een cirkel,
omringd door de tekst; • PACE • ET •   -  IVSTITIA •  

Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). De Statendaalder werd , net als de Hollandse leeuwendaalder, uitgegeven op een (te hoge) koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder. De uniforme Statenmunten waren de eerste munten van de opstandelingen die op grotere schaal in de diverse opstandige gewesten werden aangemunt en de eenheid en verbondenheid moesten benadrukken.

Lange tijd was Doornik onder Frans bestuur geweest en pas in 1521 wist keizer Karel V de stad bij zijn Nederlandse erflanden te voegen. Onder zijn bewind zijn er geen munten in Doornik geslagen. In 1544 werd de eerste protestantse gemeente gesticht met als codenaam ″La Palme″. Weldra ontwikkelde zich in de stad een grote Calvinistische gemeente en ook de Beeldenstorm (1566) ging niet aan de stad voorbij. Rond die tijd zou zo′n 75% van de bevolking Calvinistisch zijn. Als gevolg van het Eeuwig Edict (1577) verlieten de Spaanse troepen de stad. Kort daarna werd in 1578 een munthuis geopend en vond in naam van de Staten van Doornik (dus de opstandelingen) voor het eerst sinds lange tijd weer muntslag plaats in Doornik. Als een van de kleinere Staten binnen de Nederlanden waren de muntproducties voor Doornik in de regel bescheiden en aanzienlijk kleiner dan bv. in Brabant of Vlaanderen.

Dit munttype werd voor Doornik geslagen in de jaren 1578 en 1579. Beide jaren zijn zeer zeldzaam, maar in de praktijk komt het jaartal 1578 duidelijk minder voor dan het jaartal 1579.

Delmonte 115 ; van Gelder & Hoc 245-14 ;
Vanhoudt 374.TO (R2); Davenport 8654
RR
Lichte zwaktes van de slag.
zfr-

€ 2.850,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Philipsdaalder 1586, Antwerpen

gewicht 32,61gr. ; zilver Ø 40mm.
muntmeester: Gertrude Sangers
muntteken: hand

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met het keten van de Orde 
van het Gulden Vlies naar links, daaronder 15 hand 86, omringd 
door de tekst; •PHS•D G•HISP Z REX•DVX•BRA•
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op
Bourgondisch stokkenkruis tussen twee Bourgondische vuurstalen met
afspattende vonken, onder het wapen hangt sierornament met de ramsvacht,
kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
• DOMINVS • MIHI • ADIVTOR • hand •

De Philipsdaalder werd kort na het aantreden van Philips II als landsheer der Nederlanden in 1557 geïntroduceerd. Het was het grootste zilverstuk binnen de Nederlanden en had een uitgiftekoers van 35 stuivers. Later werd dit 50 stuivers. Tevens werden onderdelen van deze munt geslagen, namelijk ½, 1/5, 1/10, 1/20 en 1/40 Philipsdaalder. In 1580 werd Philips II tevens koning van Portugal, hetgeen we vanaf circa 1585 ook op diens munten verbeeld zien in de vorm van het Portugees wapenschild binnen het samengestelde wapen van Philips II. Zo ook op deze munt. 

Deze munt werd kort geslagen na de Val van Antwerpen (1585);

In 1576 sloot Antwerpen zich aan bij de gewesten die zich tegen de Spaanse koning hadden verenigd bij de Pacificatie van Gent. Het jaar daarop kwam er een sterk calvinistisch bewind in de stad aan de macht dat zich zelf de Antwerpse Republiek noemde, deze stond onder leiding van buitenburgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. In die periode van radicalisering was het katholicisme officieel verboden. Op 29 juli 1579 ging de stad ook deel uitmaken van de Unie van Utrecht. De grootste Nederlandse stad, met in die tijd meer dan 100.000 inwoners, werd daardoor de hoofdstad van de Nederlandse opstand. In 1583 verbleef Willem van Oranje tijdelijk in Antwerpen met zijn hofhouding.

In 1582 was de hertog van Parma, Alexander Farnese, landvoogd van de Zeventien Provinciën geworden als opvolger van Juan van Oostenrijk. De moeder van Farnese, Margaretha van Parma, was ook al landvoogdes geweest, van 1559-1567. Farnese was een uitstekend strateeg en had een plan bedacht om de Vlaamse en Brabantse steden af te sluiten van hun exportgebied. Dit wilde hij bereiken door de kustgebieden en de Scheldemonding te veroveren. Hij had in de jaren 1583-1584 al veel steden opnieuw in handen gekregen. Op 3 juli 1584 begon de omsingeling van Antwerpen en geleidelijk aan gingen de Spanjaarden de stad steeds meer insluiten en stagneerde de voedseltoevoer. Parma wilde de stad uithongeren. In diezelfde periode, op 10 juli 1584, werd de leider van de opstand, Willem van Oranje, in Delft vermoord. Lange tijd wist Antwerpen stand te houden, maar op 17 augustus 1585 zag het zich genoodzaakt tot overgave en de stad viel weer in Spaanse handen. Vele burgers waren de stad al voor het beleg ontvlucht en door blokkade van de Schelde verloor het ook haar functie als belangrijke havenstad. Uiteindelijk bleven slechts 40.000 inwoners in de stad achter en daarmee was de gouden eeuw van Antwerpen als haven- en handelsstad ten einde. De ambachtslieden, kunstenaars en handelaren waren vooral gevlucht naar de calvinistische Noordelijke Nederlanden, waarbij zij in hoge mate zouden bijdragen aan de Gouden Eeuw van de Republiek.

Philipsdaalders van dit jaartal komen maar weinig voor. Zeldzaam.

Delmonte 18 ; van Gelder & Hoc 210-1h ; de Witte 833 ; 
de Mey 481 ; Vanhoudt 362.AN (R1) ; Davenport 8637
R
zfr

€ 795,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Philipsdaalder 1557, Antwerpen

gewicht 29,76gr. ; zilver Ø 40mm.
muntmeester: Adriaen Noirot
muntteken: hand

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met het keten van de Orde van
het Gulden Vlies naar links binnen een gladde cirkel, daaronder 1557,
omringd door de tekst; PHILIPPVS:D:G•HISP•ANG Z REX•DVX•BRAB
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op
Bourgondisch stokkenkruis tussen twee Bourgondische vuurstalen met
afspattende vonken, onder het wapen hangt sierornament met de ramsvacht,
kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel,
omringd door de tekst; • DOMINVS • MICHI • ADIVTOR • hand •

Het betreft hier het eerste jaar van aanmunting van dit munttype. Bij deze introductie in 1557 werd het uitgegeven als een ½ zilveren reaal op een koers van 35 stuiver, gelijk aan de ½ gouden reaal. We zien op deze munten Philips′ lijfspreuk ′Dominus Michi Aduitor′ (de heer is mijn helper). Uiteindelijk zou de koers later oplopen tot 50 stuiver. De munt kwam al spoedig bekend te staan als Philipsdaalder en de naam ½ zilveren reaal raakte snel uit gebruik. Door zijn huwelijk in 1554 met Mary Tudor was Philips II in deze tijd ook koning van Engeland. We zien dan ook op deze munt vermeld dat hij koning is van Hispania (Spanje) en Anglia (Engeland). Mary stierf in 1558 en werd opgevolgd door haar wettige erfgenaam Elizabeth I. Philips II deed nog een huwelijksaanzoek aan Elizabeth, om zo de koningstitel van Engeland te behouden, maar dat werd door Elizabeth afgewezen. Sterker; Elizabeth zegde het bondgenootschap met Spanje op, en koos voor steun aan Frankrijk. Daarmee kwamen Engeland en Spanje op vijandige voet te staan. Vanaf 1562 werden tevens denominaties van de philipsdaalder geslagen, namelijk de ½, 1/5, 1/10, 1/20 en 1/40 Philipsdaalder.

We kennen Philipsdaalder uit 1557 zowel met PHILIPPVS voluit als de afgekorte versie met PHS. De versie met PHILIPPVS voluit is duidelijk de zeldzaamste van de twee versies.

Delmonte 11 ; van Gelder & Hoc 210-1b ; de Witte 709var. ; 
de Mey 474A ; Davenport 8623 ; Vanhoudt 253.AN
R
Zwaktes van de slag en licht gesnoeid. Zeldzaam.
fr

€ 150,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Philipsdaalder 1558, Antwerpen

gewicht 27,82gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeester: Adriaen Noirot
muntteken: hand

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met het keten van de Orde van
het Gulden Vlies naar links binnen een gladde cirkel, daaronder 1558,
omringd door de tekst; PHILIPPVS:D:G•HISP•ANG Z REX•DVX•BRAB
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op
Bourgondisch stokkenkruis tussen twee Bourgondische vuurstalen met
afspattende vonken, onder het wapen hangt sierornament met de ramsvacht,
kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel,
omringd door de tekst; • DOMINVS • MICHI • ADIVTOR • hand •

Met een officieel voorgeschreven gewicht van 34,28 gram is deze munt duidelijk te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op maar niet bijna 6,5 gram, zoals in dit geval. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt, zoals ook visueel duidelijk is waar te nemen.

Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bijverdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.

With an official prescribed weight of 34,28 grams, this coin is clearly much too light. Due to circulation and therefore wear, there is always weight loss, but not the almost 6.5 grams, as in this case. This weight loss is clearly caused by clipping the coin, as can also be clearly seen visually.

If one kept cutting off the edge of many coins, one could still earn a considerable amount, sometimes hundreds of guilders. Of course, it was important to give the coins in payment to people who could not immediately check the weight, otherwise one would be caught. In principle, those who paid with coins that were too light still had to pay the difference in weight, but that only applied to coins with a small weight deviation. If the difference was too great, the coins were immediately withdrawn from circulation. If one was caught cutting off coins, the punishments were not insignificant. With mutilation (including branding) one got off very lightly. Burning or boiling in a cauldron with water, oil or lead and other gruesome death sentences were the usual final stations for serious offenders.

Delmonte 11 ; van Gelder & Hoc 210-1b ; de Witte 709 ; 
de Mey 474A ; Davenport 8623 ; Vanhoudt 253.AN
R
Lichte zwaktes van de slag en licht gesnoeid. Rare.
fr/zfr

€ 285,00 



NERO, 54-68 - AE Sestertius, Rome (64)

weight 24,73gr. ; orichalcum Ø 33mm.

obv. Head of Nero, laureate, right, aegis on chest, surrounded by the legend;
NERO CLAVDIVS CAESAR AVG GER P M TR P IMP P P
unabbreviated legend; Nero Claudius Caesar Augustus Germanicus,
Pontifex Maximus, Tribunicia Potestas, Imperator, Pater Patriae =
"Nero Claudius Caesar, Emperor, victor over the Germans, high priest,
holder of tribunician power, supreme commander, father of the country".

rev. Nero, bare-headed, cuirassed, cloak flying behind, prancing right
on horseback, mounted soldier riding left, S - C across fiels,
DECVRSIO in exergue

The term ″Decursio″ as mentioned by Livius originally stood for manœuvres of the Roman army, by which the soldiers were taught to make long marches in a given time. Augustus and subsequently Hadrianus ordered that the infantry and cavalry were to march out three times a month ten miles from the camp and ten miles back fully armed and equipped without quitting their ranks. Sometimes a sham fight between two divisions of the army was included. A ceremonial ″Decursio″ was staged in public as part of the military honours paid by soldiers at the funeral of distinguished generals or emperors. This rite took place around the ″ustrino″, the area where the ceremony of cremation was held, and was arranged in two stages, first a procession on foot and then a horsemen carousel. These two stages can be seen combined, one inside the other (the horsemen including their standard-bearers moving around a group of armed praetorians) on two sides of the base of the column of Antoninus Pius, relating to the funeral ceremonies of Faustina the Elder (140 AD) and Antoninus Pius (161 AD).

The Decursio which occurs on the coins of Nero seen on his Sestertii might either refer to the military manœuvres or mock fights held in the circus at Rome at special occasions (such as Imperial burials or triumphs) but also in certain times of crisis. While it has been recorded that Nero personally took part in several of these, the specific occasion for their staging during during such games in the reign of Nero might either be the death of Neros little daughter Claudia or the success of Cn. Domitius Corbulo in the Orient, both of which occurred in 63 AD.

Some minor traces of oxidation, otherwise a beautiful example
with an excellent portrait of Nero and a wonderful fine-detailed
depiction of the emperor Nero on a horse. Chestnut brown patina.

♦ magnificent masterpiece of superb style, made by a real artist diecutter ♦

Cohen 83 ; RIC 170 ; BMC 143 ; Sear 1957 R
xf-

€ 16.500,00 



RUSSIA ( RUSSLAND ) - NICHOLAS I, 1825-1855 - Gold ducat 1841, St.Petersburg

weight 3,50gr. ; gold Ø 21mm.
mintmark lily
imitation of a Dutch gold ducat

In the years 1841-1849 approximately 2,252,110 pieces of gold ducats were struck in St. Petersburg with the year 1841. These will mainly have been pieces with the mintmaster mark torch, but on a much smaller scale pieces with the mintmaster mark lily were also struck. These pieces are rare.

cf. Schulman B.V. Auction393, lot 854
(the more common type with mintmark torch in about unc: € 2.100,00 + 23%)


Bitkin 34 ; KM.-- ; Friedberg 161 R
Very attractive lustrous coin. Near mintstate.
unc-

€ 1.450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - PROVINCIE FRIESLAND - 1/20 Leicesterreaal of stoter 1587, Leeuwarden

gewicht 2,91gr. ; zilver Ø 26mm.
muntmeester: Willem van Vierssen
muntteken: Friese klimmende leeuw naar links
stempelsnijder: Gerard van Byaer

vz. Gelauwerd en geharnast borstbeeld van de graaf
van Leicester naar rechts, omringd door de tekst;
+ CONCORDIA•RES•PARVAE•CRESCVNT
kz. Pijlenbundel van de Zeven Provinciën binnen versierd ovaal,
omringd door de tekst; •MONETA•BELGICA•FRI•leeuwtje 1587

Na het uitvaardigen van het zogeheten Leicesterplakkaat in 1586 werd de bekwame Dordtse graveur en stempelsnijder Gerard van Bylaer in juli van dat jaar aangesteld als stempelsnijder-generaal. Het was zijn taak om centraal de ponsoenen te maken waarmee de muntstempels voor alle verschillende provinciale munthuizen geslagen konden worden. Hoewel lokale stempelsnijders in de afzonderlijke gewesten de stempels later zelf weer gingen aanpassen of maken omdat zij dit als een inbreuk op hun werk zagen, lag de basis en het oorspronkelijke ontwerp van deze stempels in handen van Gerard van Bylaer.

De stoter duikt in de 15e eeuw op als Nederlandse benaming voor de Engelse groat, een zilveren munt die onder meer in het toen nog Engelse Calais werd geslagen en ook in de Nederlanden in omloop was. De waarde kwam grofweg overeen met de Bourgondische dubbele stuiver. Rond 1500 was door de verlaging van het zilvergehalte van de Bourgondische zilverstukken de koers van de stoter gestegen tot 2½ stuiver. De Engelse groat verdween, maar andere laat 16e-eeuwse zilverstukken van 2½ stuiver, zoals de 1/20 philipsdaalder en de 1/20 leicesterreaal werden ook stoter genoemd. Die laatste werden aangemunt in de jaren van de opstand tegen het Spaanse gezag, toen Engeland de Nederlanden te hulp kwam en Robert Dudley, Graaf van Leicester als landvoogd werd aangesteld. Deze flamboyante graaf kwam al snel in aanvaring met de Staten van Holland. Toen de graaf in 1587 onverrichter zake vertrok, werd er geen poging meer gedaan een nieuwe vorst te vinden. De Republiek was een feit. De zilveren leicesterreaal, met de afgeleiden 1/5 leicesterreaal en 1/20 leicesterreaal of stoter, werden tijdens het bewind van Leicester ingevoerd volgens het ″Muntplakkaat van Leicester″ van 4 augustus 1586, en zijn in feite de eerste generaliteitsmunten. De munten uit de serie droegen de beeldenaar van Leicester en zijn nog tot 1597 aangemunt door meerdere gewestelijke munthuizen. In de 17e eeuw verdween het muntstuk uit omloop, maar het begrip stoter bleef nog tot ver in de 19e eeuw in gebruik als rekeneenheid van 2½ stuiver en later 12½ cent.


Verkade 120.2 ; HNPM.33 ; CNM.2.16.25 ; Jasek 45A RR
Lichte zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
fr/zfr

€ 450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - PERIODE FREDERIK III, 1440-1493 - ½ Stuiver 1486

gewicht 1,63gr. ; zilver Ø 23mm.
munt(meester)teken / interpunctie: drieblad
initiaalteken keerzijde: rijksappel

vz. Gekroonde klimmende leeuw naar links, zijn staart gesplits en gekruist,
het stadswapen van Nijmegen voor zich houdend, binnen een gekartelde
cirkel, omringd door de tekst; ♣MONЄTA♣NOVA♣ NOVIMAGЄN
kz. Kort dubbelgelijnd kruis met bladversieringen aan de uiteinden
binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst;
rijksappel ANNO♣DOIII♣M♣CCCCLXXXVI

van der Chijs XXIII, 7var.. ; Passon 8Fk ; de Voogt 11c ;
Frey 280 ; Stephanik 4208 ; Levinson III-161
RR
Zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
fr/zfr

€ 475,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Leeuwendaalder 1677, Kampen

gewicht 27,25gr. ; zilver Ø 43mm.
muntmeester: Dirk van Romondt sr.
muntmeesterteken: roos

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts
gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste
uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapen van Holland binnen een
geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een gladde cirkel,
omringd door de tekst; MO:ARG:PRO:CONFOE  –  BELG:PRO:TRANS
kz. Klimmende leeuw naar links binnen een gladde cirkel, daarboven 16 ✿ 77,
omringd door de tekst; •CONFIDENS:DNO:NON:MOVETVR•

Delmonte 856b ; Verkade 139.3var. ; HNPM.37 ;
CNM.2.38.64 ; Davenport 4861
R
Zwaktes van de slag en klein muntplaatdefect, overigens een
net exemplaar, geslagen op een breed muntplaatje. Zeldzaam.
zfr

€ 325,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1794, Middelburg

gewicht 27,55gr. ; zilver Ø 40,5mm.
muntmeester Petronella Slob & Johan Lodewijk Molter
muntteken burcht
muntmeesterteken; twee sterren

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts,
geschouderd zwaard in zijn rechterhand, in zijn linkerhand
houdt hij het gekroonde provinciewapen, dat voor hem is
geplaatst, aan een dubbel gelust koord, omringd door de tekst;
♖MON:NOV:ARG:PRO:CONFOED:BELG:COM:ZEL•
kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal
17 - 94, daarboven ✶ ✶, omringd door de tekst:
CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT•

Petronella Slob en Johan Lodewijk Molter deelden van 1788 tot 1799 gezamenlijk het ambt van muntmeester van de provincie Zeeland aan de Zeeuwse Munt in Middelburg. Petronella Slob was de weduwe van Martinus Holtzhey jr., die van 1764 tot aan zijn plotselinge overlijden in 1788 muntmeester van Zeeland was. In de 18e eeuw was het niet ongebruikelijk dat een weduwe het muntmeesterschap van haar overleden man voortzette om het inkomen en de continuïteit van de munt veilig te stellen. Ze kreeg hierbij ambtelijke ondersteuning. Omdat het destijds voor een vrouw vaak niet was toegestaan of praktisch onmogelijk werd geacht om alle operationele en zakelijke taken van een munthuis alleen te besturen, werd Johan Lodewijk Molter aan haar toegevoegd. Hij fungeerde als de feitelijke operationele kracht en compagnon die samen met haar het muntmeesterschap uitvoerde tot de sluiting van de provinciale munt.

Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ;
CNM.2.49.50 ; Beuth 1794 (JMP 1955) ; Davenport 1848

Gebruikelijke ietwat zwakke slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar
met grotendeels de originele muntkleur en nog enige stempelglans.
zfr/pr à pr-

€ 275,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Leeuwendaalder 1576, Dordrecht

gewicht 26,57gr. ; zilver Ø 42mm.
muntmeester: Rochus Grijp
muntteken: roos ❀
stempelsnijder: Gerard van Bylaer
type 3

vz. Geharnaste en gehelmde ridder, met baard, staande naar links, hoofd
naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het
geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland
binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst welke aan
de onderzijde geflankeerd wordt door het jaartal I5 - 76, binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; ⁎ MO⁎NO⁎ARG⁎  – ⁎ORDIN⁎HOL⁎
kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ⁎CONFIDENS⁎DNO⁎NON⁎MOVETVR⁎ ❀

Het betreft hier een leeuwendaalder van het derde type, met de ridder naar rechts kijkend over zijn schouder. De leeuwendaalder werd in 1575 ingevoerd, als eerste grote zilverstuk van de opstandige Nederlanden. Het werd uitgegeven op een koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder. Deze koers was feitelijk te hoog, daar de leeuwendaalder zo′n 16% minder zilver bevatte dan de Bourgondische kruisrijksdaalder. Dit koersverschil diende tot het spekken van de kas voor oorlogsvoering tegen Spanje. In de loop van 1576 werd het eerste type vervangen door een tweede type, dat al duidelijk beter was uitgevoerd qua beeldenaar. Ook de vervaardiging is beter, alhoewel ook deze stukken nog vaak erg zwak werden uitgemunt. Blijkbaar nog altijd ontevreden over het eindresultaat werd besloten de kundige stempelsnijder Gerard van Bylaer opdracht te geven tot het vervaardigen van geheel nieuwe stempels voor de leeuwendaalder, hetgeen resulteerde in het derde type. Thans veel fijner en stilistisch beter van snit. Ook in de uitvoering van de muntslag zien we grote verbetering, waardoor de stukken veel scherper van slag waren. De stukken van het eerste type, zonder jaartal ent 1575, zien we maar hoogst sporadisch, die van het tweede type uit 1576 komen al wat vaker voor en die van het derde type zien we veelvuldig in de handel en collecties.

Delmonte 831 ; Verkade 48.3 ; HNPM.22 ;
CNM.2.28.66 ; Davenport 8838
lichte zwaktes van de slag
zfr

€ 335,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - STAD NIJMEGEN - Daalder van 30 stuivers 1689

gewicht 16,09gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester: Gerard van Harn
muntmeesterteken: morenkop

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar
rechts gewend, zwaard in zijn rechterhand terwijl zijn linkerhand
in zijn zij is geplaatst, het gekroonde stadswapen voor hem geplaatst,
omringd door de tekst; AVXILIANTE • morenkop - DEO•I689 •

Auxiliante Deo betekent  ″met Gods hulp″. Het stadswapen op de
voorzijde heeft een open kroon. In de jaren 1688-1689 werden in
totaal 94.550 stuks daalders aangemunt. Zeldzaam.

Delmonte 1077 ; Verkade 21.4 ; Passon 83Ab ; HNPM.12 ;
de Voogt 108 ; Pannekeet NIJ.26 ; CNM.2.36.21
R
bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina
zfr+

€ 750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Leeuwendaalder 1589, Harderwijk

gewicht 27,11gr. ; zilver Ø 40mm.
muntmeester: Jacob Dirksz.Alewijn
muntteken: roos

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts
gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde 
in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland binnen een
geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst welke aan de onderzijde
geflankeerd wordt door het jaartal 15 - 89, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; x MOxNOxORDIx  –  xGELxVAxHOLx
kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; xCONFIDENSxDNOxNONxMOVETVRx ❀

1e jaar van aanmunting. Geslagen op Hollandse voet. In de periode 1589-1593 werden circa 76.827 stuks leeuwendaalders geslagen (incl.1/2 leeuwendaalders). Aanvankelijk heeft men de leeuwendaalders 1589 vervaardigd met afbeelding van het muntteken herkruist kruis ofwel het ″Gelders kruis″. Dit leidde tot protesten van Holland, met de waarschuwing dat stukken die niet het Hollandse muntteken roos toonden, niet als wettig betaalmiddel geaccepteerd zouden worden. Hierop hebben de Gelderse bewindvoerders ervoor gezorgd dat het muntteken Gelders kruis werd vervangen door een roos, zoals deze leeuwendaalder ons ook toont. Zeldzaam.

Delmonte 824 ; Verkade 10.4 ; de Voogt 58 ; HNPM.54 ;
CNM.2.17.103 ; Pannekeet 37Aa ; Davenport  8826
R
lichte zwaktes van de slag
zfr

€ 450,00 



BULGARIA - IVAN ALEKSANDAR & MIKHAIL ASEN IV, 1331-1355 - Gros or matapan n.d.

weight 1,21gr, ; Ø 20mm.

obv. Christ with nimbus facing standing before throne,
both hands raised in benediction, IC - XC to left and right of nimbus,
to left monogram (АΛЕ = Alexander), to right monogram (ЦР = Tsar).
rev. Ivan Aleksandar and Mihail Asen IV standing facing, each holding
cross-tipped scepter, holding Christogram-tipped staff between them,
at the foot end on both sides star, in field to left monogram (БΛГВ),
in field to right monogram (МХА).

It is believed that this coin shows Ivan Alexander with his son and co-emperor Michael Asen IV. Since Michael died in 1355, this coin would be dated from 1331 (when Ivan ascended to the throne) to 1355.

Ratto 2679 ; Grierson CME 387 ; Yeoman 74 ; Mitchiner 2339 ;
cf. Raduchev & Zhekov-Tipo 1.13 ; cf. Youroukova & Penchev 72 ;
cf. Dochev, Katalog 2230/2240 (for similar obv./rev types)
vf

€ 140,00 



BULGARIA - IVAN ALEKSANDAR & MIKHAIL ASEN IV, 1331-1355 - Gros or matapan n.d.

weight 1,11gr, ; Ø 21mm.

obv. Christ with nimbus facing standing before throne,
both hands raised in benediction, IC - XC to left and right of nimbus,
to left monogram (АΛЕ = Alexander), to right monogram (ЦР = Tsar).
rev. Ivan Aleksandar and Mihail Asen IV standing facing, each holding
cross-tipped scepter, holding Christogram-tipped staff between them,
at the foot end on both sides star, in field to left monogram (БΛГВ),
in field to right monogram (МХА).

It is believed that this coin shows Ivan Alexander with his son and co-emperor Michael Asen IV. Since Michael died in 1355, this coin would be dated from 1331 (when Ivan ascended to the throne) to 1355.

Ratto 2679 ; Grierson CME 387 ; Yeoman 74 ; Mitchiner 2339 ;
cf. Raduchev & Zhekov-Tipo 1.13 ; cf. Youroukova & Penchev 72 ;
cf. Dochev, Katalog 2230/2240 (for similar obv./rev types)
beautiful example with attractive toning
xf-

€ 195,00 



BOHEMIA, DUCHY - VRATISLAV II, AS DUKE, 1061-1085 - Denar n.d. (1061-1085), Prague

weight 0,79gr. ; silver Ø 17mm.

obv. Head of St. Wenceslaus right within dotted circle,
surrounded by the legend; WEИCEZLVS
rev. Arm with hand holding a spear within circle,
surrounded by the legend; WRΛTIZLV - S

Vratislaus II (or Wratislav/Vratislav II) was born circa 1032 as  the son of Bretislaus I and Judith of Schweinfurt. On his father′s death in 1055, Vratislaus became duke of Olomouc, whereas his older brother became Duke of Bohemia as Spytihněv II. He fell out with his brother and was exiled to Hungary. Vratislaus regained the ducal throne of Olomouc with Hungarian assistance and eventually reconciled with his brother, then succeeded him as duke of Bohemia when he died in 1061. Both Pope Alexander II and Pope Gregory VII confirmed Vratislaus in the privilege of wearing the mitre and tunic which his predecessors had. Despite this, Vratislaus supported Henry in both the Investiture Controversy against the Popes and the rebellions in Saxony that dominated his long reign.

Vratislaus was often at odds with his brother Jaromír, Bishop of Prague. Jaromír, for his part, ignored the creation of a new Moravian diocese in Olomouc by Vratislaus in 1063. Jaromir even went so far as to retake, by arms, the relics removed from Prague and taken to Moravia. Despite the pope′s support for Vratislaus′ new see, the Bohemian duke was unswayed in his loyalty to the emperor. The Saxons revolted under Duke Magnus of Saxony and Otto of Nordheim, Duke of Bavaria, in 1070 and Boleslaus of Poland attacked Bohemia in 1071. In August 1073, Henry responded with an invasion of Poland, but a new Saxon revolt drew him back in 1075. Vratislaus joined him, and they defeated the rebels on 9 June at the First Battle of Langensalza. The Bohemian troops showed conspicuous bravery. Henry then took Jaromír to Germany to be his chancellor under the name of Gebhard and Vratislaus was greatly relieved.

Vratislaus also took part in the wars against the anti-kings who opposed Henry′s rule and were elected by a faction of the nobility to replace him. At the Battle of Flarchheim, only through the aid of Vratislaus′ contingent was the imperial army capable of overcoming the rebels of the papally-approved claimant Rudolf of Rheinfelden, Duke of Swabia. Vratislaus even succeeded in seizing Rudolf′s golden lance. The golden lance was then carried in front of Vratislaus on state occasions. Vratislaus raised an army to serve in Henry′s Italian campaign of 1081. In 1083, Vratislaus and his Bohemians were with Henry when they entered Rome itself. Despite his serving an excommunicated emperor, Vratislaus maintained good relations with the papacy. Nonetheless, Gregory refused to grant Vratislaus permission to use the Slavonic liturgy. Never, however, did Vratislaus link his fate with that of Henry′s antipope, Clement III. On 15 June 1085 Duke Vratislaus II was elevated to King of Bohemia by Emperor Henry IV and thus became the first king of Bohemia.

Vratislaus coveted the largely Slavic marches of Meissen and Lusatia, but, in spite of Henry′s promises and Bohemian successes against the rebellious margraves, he never received them. He held Lower Lusatia between 1075 and 1086, but in 1088, with the insurrection of Egbert II of Meissen, Henry granted the region to Henry of Ostmark. Vratislaus was thereafter cool to Henry′s military adventures. He never wavered in his loyalty, but he abstained from giving the emperor martial aid. Vratislaus died of a hunting wound on 14 January 1092 after a reign of thirty years. He was buried in St. Peter and Paul′s Church, Vyšehrad.

Saint Wenceslaus;
Wenceslaus I was born circa 907 as the son of Vratislaus I, Duke of Bohemia from the Přemyslid dynasty. Wenceslas I or Václav the Good was the Duke (kníže) of Bohemia from 921 until his death, probably in 935. According to the legend, he was assassinated by his younger brother, Boleslaus the Cruel. Wenceslaus was considered a martyr and saint immediately after his death, when a cult of Wenceslaus grew up in Bohemia and in England. Within a few decades, four biographies of him were in circulation. These hagiographies had a powerful influence on the High Middle Ages concept of the rex justus (righteous king), a monarch whose power stems mainly from his great piety as well as his princely vigor. Although Wenceslaus was only a duke during his lifetime, Holy Roman Emperor Otto I (962-973) posthumously ″conferred on Wenceslaus the regal dignity and title″, which is why he is referred to as ″king″ in legend and song. The hymn ″Svatý Václave″ (Saint Wenceslaus) or ″Saint Wenceslas Chorale″ is one of the oldest known Czech songs. Traceable to the 12th century AD, it is still among the most popular religious songs in the Bohemian lands. Wenceslaus′s feast day is celebrated on 28 September. On this day, celebrations and a pilgrimage are held in the city of Stará Boleslav, whereas the translation of his relics, which took place in 938, is commemorated on 4 March. Since 2000, the 28 September feast day has been a public holiday in the Czech Republic, celebrated as Czech Statehood Day.

Cach 353 ; Donebauer 322 ; Šmerda 164 ; Marquis von
Hohenkubin collection, Lanz - Graz, Auction 13 (1979),  167
Very minor flan crack, otherwise very attractive coin with excellent details.
xf/unc

€ 250,00 





© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org | Privacybeleid | Bestelling herroepen