Home
Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ‘Bestellen’ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.
Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.
Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.
Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.
Gijs Henzen
Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:
Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme. Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......
https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8
Het is een taak van een ieder, ongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!
Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:
STEUN : https://rightsforum.org
Zoeken op productnaam
Maandaanbieding
Nieuwe aanwinsten
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPAANJAARDEN O.L.V. DE MARKIES VAN SPINOLA, eind juli 1625-6 juli 1625 - Noodmunt van 20 stuivers 1625
gewicht 4,96gr. ; zilver 21x21mm. meesterteken: roos
vz. Stadswapen binnen een cirkel, omringd door de tekst; •BREDA•OBSES•1625, daaboven een instempeling 20, eronder een instempeling ″roos″. kz. Blanco
Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.
Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.
Dit exemplaar is geslagen op een tamelijk dun en licht muntplaatje. In de regel bewegen de gewichten van exemplaren van dit munttype zich tussen 4,70 en 5,30 gram. Dit exemplaar is met 4,22 gram dus opmerkelijk licht. De stukken werden spoedig na het beleg weer uit circulatie genomen. Slijtage als gevolg van langdurige circulatie is derhalve niet aannemelijk. Dat de munt wat zwak is geslagen zal waarschijnlijk samenhangen met het te dunne en te lichte muntplaatje. Als zodanig interessant en zeer zeldzaam.
Delmonte 323 ; van Gelder en Hoc 230 ; Mailliet 18,14 ; van Loon II,157,4 ; CNM,2.09.10 RR deels zwak geslagen zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN O.L.V. DE AMBROGIO SPINOLA, 1624-1625 - Noodmunt van 40 stuiver 1625 (emissie januari)
gewicht 9,76 gram ; zilver 26 x 26,5mm. meesterteken: roos
vz. Gekroond wapenschild van de Prins van Oranje omringd door de tekst; •BREDA•OBSESSA•1625, binnen een parelcirkel. Op de hoeken vier instempelingen; de waarde aanduiding 40, twee maal het wapenschild van Breda en het meesterteken roos kz. Blanco
Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.
Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.
Delmonte 322 ; van Gelder 229 ; Mailliet 17, 13 ; van Loon II, 157, 3 ; de Witte 1044 ; Vanhoudt 678 ; CNM.2.09.9 R
Minieme zwakte van de slag, overigens attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS; KINGDOM) - KONINKRIJK HOLLAND - LODEWIJK NAPOLEON, 1806-1810 - 50 Stuiver 1808, Utrecht
gewicht 26,12gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester G.J.L. du Marchie Sarvaas muntmeesterteken bij (groot) met kabelrand
vz. Portret van Lodewijk Napoleon naar rechts, omringd door de tekst: NAP. LODEW. I. KON VAN HOLL . kz. Gekroond wapenschild van het Koninkrijk Holland, geflankeerd door de waarde aanduiding 50 - Ss, daaronder 1808 / bij, links KONNGRIJK, rechts HOLLAND .
Dit is de enige zilveren munt met het portret van Lodewijk Napoleon, die daadwerkelijk in omloop is geweest en veelvuldig voorkomt. Ongeveer 700.000 stuks zijn nog in 1810 geslagen maar wel nog met het jaartal 1808. Veel van deze stukken zijn weer omgesmolten en gebruikt voor de aanmaak van nieuwe koninkrijksmunten. Vanwege de aanzienlijk productie zijn vele stempels gebruik, hetgeen geresulteerd heeft in tal van stempelvarianten.
stempel kenmerken voorzijde; - spitse punt van de hals eindigd ter hoogte van het midden van de tweede L in HOLL
stempel kenmerken keerzijde; - muntmeesterteken grote bij, dicht bij het jaartal - bovenzijde van de keerzijde tekst bevindt zich op gelijke hoogte van de bovenzijde van het wapenschild - de punt achter het jaartal en achter HOLLAND staan niet recht onder elkaar - de waarde aanduiding bevindt zich qua hoogte op gelijke hoogte met de horizontale middellijn van het wapen - kroonband met 9 juwelen
Schulman 149 ; LSch.147 ; KM.28 ; Davenport 228 nauwelijks gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans pr/unc à unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
VITELLIUS, 2 jan.-20 dec.69 - AR Denarius, Rome (April - December 69)
weight 3,05gr. ; silver Ø 19mm.
obv. Laureate head of Vitellius right, surrounded by the legend; A VITELLIVS GERM IMP AVG TR P rev. Libertas, draped, standing front, head right, holding pileus in right hand and rod in left, surrounded by the legend; LIBERTAS RESTITVTA
Lucan, writing the later part of his epic in defiance of Nero′s tyranny, observed that ever since the battle of Pharsalus there had been afoot a conflict between liberty and Caesar, and Tacitus remarked that prior to Nerva the Principate and freedom were incompatible. It is a well-known fact that the Julio-Claudian and Flavian emperors had from time to time to face an opposition varying in form and intensity. After Caligula′s assassination Libertas was the watchword of those who attempted to abolish the Principate; some of Nero′s victims died with the name of Iuppiter Liberator on their lips; and after Nero′s downfall Libertas Restituta (′Freedom Restored′) became a popular slogan. It seems therefore that in some form or other freedom and the Principate clashed, and, in a way, Tacitus′s historical writings, particularly the Annals, were perhaps conceived and executed as the story of that struggle. But while the conflict between the Principate and libertas under the emperors from Tiberius to Domitian appears to have been a fact, it is by no means clear what was the nature of that conflict.
♦ an amazing portrait of Vitellius ♦
Wonderful specimen with excellent details and attractive toning. Very rare in this high state of preservation.
Cohen 47 ; RIC 105 ; BMC 31 ; Sear 2198var. R xf+/xf |
|
|  |
 |
 |
AUGUSTUS, 27 BC-14 AD - PUBLIUS CARISIUS, legatus and propreator - AR Denarius, Emerita (25-23 BC)
weight 3,85gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Bare head of Augustus left, IMP CAESAR before, AVGVST behind rev. Trophy of Celtiberian arms, consisting of helmet, cuirass, shield, and javelins, erected on heap of round shields, lances, and other arms, P CARISIVS on left, LEG PRO PR on right
The gens Carisia was a Roman family during the latter half of the 1st century BC. This coin was minted in Emerita Augusta (modern Mérida) by Publius Carisius as as legatus and propraetor. The colony of Emerita was founded in 25 BC by Publius Carisius, governor of Lusitania. It was meant as colony for veterans of legions V Alauda and X Gemina, who had recently participated in Augustus′ campaigns in north-western Spain under command of Publius Carisius. They were deployed along a front 400 kilometers wide, stretching from the modern Basque province of Guipuzcoa to northern Portugal. By contrast, the north-western tribes were able to muster about 100.000 men, mainly concentrated in their many hilltop settlements (castros) scattered across the rugged landscape. They were therefore more effective in conducting guerilla warfare against the Romans than attempting pitched battles. In 26-25 Augustus started a campaigning in three different areas. The settlements of Aracillum (modern Aradillos), Bergidum (modern Villafranca del Vierzo) and Lucus (modern Lugo) soon were captured and the defenders were killed or managed to flee. Publius Carisius managed to capture the stronghold at Lancia (modern Villasbariego). As far as Augustus was concerned, the north-west was now pacified, and he left Hispania in 24 BC to celebrate a triumph at Rome.
This coin commemorates the success of these campaigns. In reality the situation was still unstable. In 22 BC Publius Carisius was still in command of the army of Ulterior and succeeded in securing some of the main gold-mining areas by advancing northwards through the Pajares and Manzanal passes. The threat of continued Roman expension in the north-west coupled with Carisius′ brutality sparked off another revolt amongst the tribe of the Cantabri. Publius succeeded to put down this revolt, with the timely assistance of Caius Furnius. In 19 BC resentment against the Romans ran high and boiled over into a major rebellion. This was, in fact, the last serious resistance to Roman authority in the nort-west of Hispania.
Cohen 402 ; RIC 4b ; BMC 284 ; Sear 1628 R Attractive lustrous specimen. Rare historical coin. xf- |
|
|  |
 |
 |
HADRIANUS (HADRIAN), 117-138 - AR Denarius, Rome (133-135)
weight 3,02gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Draped bust of Hadrianus, bare, right, surrounded by the legend; HADRIANVS AVG COS III PP rev. Hadrianus in toga standing right, holding scroll, clasping hands with Felicitas standing left holding caduceus, surrounded by the legend; FELICITAS AVG
This variety with draped bust and bare head is very rare.
Cohen 632var. ; cf. RIC 237 ; BMC 613-617var. ; Sear 3488var. ; RIC vol.II, part.3, 1998 (R2) RR Attractive toning. vf |
|
|  |
 |
 |
ANTONINUS PIUS, 138-161 - AE Sestertius, Rome (142)
weight 23,53gr. ; bronze Ø 31mm.
obv. Laureate head of Antoninus right, wearing cuirass and paludamentum, surrounded by the legend; ANTONINVS AVG PIVS PP TR P COS III rev. Annona, draped, standing right, holding two corn-ears in right hand over modius and corn-ears and cornucopiae in left; at feet right, prow right, S - C across fields, surrounded by the legend; ANNONA AVG In ancient Roman religion, Annona is the divine personification of the grain supply to the city of Rome. She is closely connected to the goddess Ceres, with whom she is often depicted in art. Annona, often as Annona Augusti, was a creation of Imperial religious propaganda, manifested in iconography and cult practice. She is presented as a theophany of the emperor′s power to care for his people through the provision of grain.
Cohen 34 ; RIC 597 ; BMC 1228var. ; Sear 4147var. Minor flan failure. Attractive specimen with dark patina. good vf |
|
|  |
 |
 |
FAUSTINA THE ELDER, wife of Antoninus Pius (138-161) - AR Denarius, Rome (141)
weight 2,99gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Draped bust of Faustina right, hair elaborately waved in several loops round head and drawn up and coiled on top, surrounded by the legend; DIVA FAVSTINA rev. Juno, veiled and draped, standing left, head left, extending right hand and holding nearly vertical sceptre in left, surrounded by the legend; AETERNITAS
About six years after Faustina′s death, a new commemorative coinage was introduced, featuring the legend AETERNITAS (′eternity′); such coins may have been introduced to be distributed at a public ceremony in her memory.
Cohen 26; RIC 344 ; BMC 345 ; Sear 4574 vf/vf+ |
|
|  |
 |
 |
ANTONINUS PIUS, 138-161 - AE Sestertius, Rome (158-159)
weight 24,98gr. ; bronze Ø 32mm.
obv. Laureate head of Antoninus right, surrounded by the legend; ANTONINVS AVG PIVS PP TR P XXII rev. Octastyle temple of Divus Augustus, containing cult-statues of Augustus and Livia, S - C across field, surrounded by the legend; TEMPL DIVI - AVG REST COS IIII
The Temple of Divus Augustus was a major temple originally built to commemorate the deified first Roman emperor, Augustus. It was built between the Palatine and Capitoline Hills, behind the Basilica Julia, on the site of the house that Augustus had inhabited before he entered public life in the mid-1st century BC. The temple′s construction took place during the 1st century AD, having been vowed by the Roman Senate shortly after the death of the emperor in AD 14. It is known from Roman coinage that the temple was originally built to an Ionic hexastyle design. However, its size, physical proportions and exact site are unknown. During the reign of Domitian the Temple of Divus Augustus was destroyed by fire but was rebuilt and rededicated in 89/90 with a shrine to his favourite deity, Minerva. The temple was redesigned as a memorial to four deified emperors, including Vespasian and Titus. It was restored again in the mid 150s by Antonius Pius, and that was the reason for this coinage. The last known reference to the temple was on 27 May 218; at some point thereafter it was completely destroyed and its stones were presumably quarried for later buildings. Its remains are not visible and the area in which it lay has never been excavated.
Cohen 805 ; RIC 1004 ; BMC 2063 ; Sear 4235 R minor traces of oxidation vf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
THRACIA (THRACE), MESAMBRIA (MESEMBRIA) - AR Diobol, 420-320 BC
weight 1,10gr. ; silver Ø 10mm.
obv. Crested Corinthian helmet facing rev. Wheel with M-E-T-A between, surrounded by border of radiating lines
Circa in the 12th century BC a city was founded by Thracians settlers, named "Menebria" or "Melsembria" after its founder, Melsas. Settlers from Megara established a colony at the start of the 6th century BC, turning it into a thriving Greek city-state (polis). This city became know as Mesambria. It minted its own coins and established trade links across the Black Sea. Conquered by Rome in 72 BC, it became a part of the province of Haemimont in Thrace, retaining its importance and strengthening its fortifications. During the Byzantine Era it became a significant center for Christianity, it saw the construction of numerous basilicas (like St. Sophia). It was contested between the Bulgarian and Byzantine empires, reaching high prosperity in the 14th century under Bulgarian Tsar Ivan Alexander. The city was incorporated into the Ottoman Empire in 1453.
BMC 2 ; SNG.Copenhagen 652 ; Stancomb collection 219 ; McClean 4433 ; Sear 1673 ; HGC 3, no.1560 xf- à vf/xf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1284-1286), Dordrecht
gewicht 0,49gr. ; zilver Ø 13mm.
vz. Portret van Floris V met gravenmuts naar links binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; xCOMЄSxHOLLANDIЄ kz. Lang dubbel gelijnd kruis met bolletjes aan de uiteinden en een ster in elk kwartier, geplaatst over een parelcirkel, omringd door de tekst: HO - LL - AN - Tx
Floris V werd op 24 juni 1254 geboren, waarschijnlijk in het grafelijke Huize Lokhorst te Leiden, als zoon van de Rooms-koning Willem II en Elizabeth van Brunswijk. Reeds in 1256 werd hij graaf van Holland en Zeeland onder regentschap van Floris de Voogd (tot 1258) en Aleida van Holland. In 1266 werd hij op twaalfjarige leeftijd meerderjarig verklaard en werd hij regerend graaf van Holland. Vanwege zijn succesvolle ontginningswerken en zijn geliefdheid bij de boeren kreeg hij de bijnaam ″De Keerlen God″, hetgeen zoveel betekent als ″de God van de boeren″.
van der Chijs II, 3var. ; van Hengel 26 ; Grolle 11.6.1c R Zwaktes van de slag. Zeldzaam. fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - STAD LEIDEN - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN O.L.V. FRANCISCO DE VALDEZ - Noodmunt van ½ gulden of 14 stuivers 1574
gewicht 9,55gr. ; zilver Ø 30mm.
vz. Hollandse leeuw staande naar links met geheven kromzwaard in rechterklauw en het Leids stadsschild in de linker met daarboven een kroon, binnen een dubbel gelijnde cirkel, omringd door de tekst; PVGNO*PRO*PATRIA+1574 De Latijnse tekst ′pugno pro patria′ luidt vertaald; ′ik vecht voor het vaderland′ kz. x LVG / DVNVM / xBATAVO / RVMx binnen een gladde cirkel, omringd door een bladerkrans, gedecoreerd met twee rozetten aan de boven- en onderzijde, binnen een gekartelde cirkel.
In juni 1572 besloot de stad Leiden de kant van de opstandelingen te kiezen en het Spaanse gezag niet langer te erkennen. Daarop besloot de hertog van Alva eind oktober 1573 de stad Leiden te belegeren en af te sluiten van ieder toevoer. Door de stad uit te hongeren zou ze zich uiteindelijk wel overgeven was de veronderstelling. Die opzet mislukte echter, daar de stad al geruime tijd van tevoren op de hoogte was geweest van de belegeringsplannen en ze grote voorraden voedsel had ingeslagen. Het Spaanse beleg werd eind maart 1574 opgeheven, daar de Spaanse manschappen nodig waren om strijd te leveren tegen de troepen van de opstandelingen o.l.v. Lodewijk en Hendrik van Nassau, broers van Willem van Oranje. Die confrontatie vond plaats bij het plaatsje Mook onder Nijmegen en zou de geschiedenis in gaan als de Slag op de Mookerheide. De slag werd overweldigend gewonnen door de Spanjaarden en de broers Lodewijk en Hendrik van Nassau sneuvelden in die slag, samen met 3000 soldaten. De Spanjaarden verloren slecht 150 man. Dit was een tegenslag voor de opstandelingen en een opsteker voor de Spanjaarden. Willem van Oranje voorzag een hervatting van het beleg van de stad Leiden en drong er bij het stadsbestuur op aan dat de Spaanse schansen rond de stad neer zouden worden gehaald, de voedselvoorraad opnieuw aan zou worden aangevuld en nieuwe troepen in dienst zouden worden genomen. Het stadsbestuur sloeg deze wijze raad echter in de wind en besloot geen maatregelen te treffen. De voedselvoorraden zouden worden aangevuld zodra de voedselprijzen wat gezakt waren was het beleid. Dit bleek een grote vergissing.
In de nacht van 25 op 26 mei 1574 namen de Spanjaarden opnieuw hun posities rond de stad in en werd het beleg hervat. De oude schansen waren nog allemaal in tact en nieuwe schansen werden gebouwd. Het beleg werd geleid door Francisco de Valdez. Al spoedig ging honger de stad parten spelen. Honden, katten, ratten, koolstronken, bladeren van bomen, paardendarmen waren zaken die op het menu stonden. Voor een zak tarwe werden honderden guldens geboden. Ook brak de pest uit, hetgeen de ellende nog verergerde. Veel burgers waren wel bereid zich over te geven en de Spanjaarden als machthebbers te erkennen, maar het Oranjegezinde stadsbestuur wilde aanvankelijk van geen overgave weten. Daarbij is een toespraak van de Leidse burgemeester Pieter Adriaansz. van der Werff tot de hongerige Leidse burgerij beroemd geworden ;
Eten heb ik niet, maar ik weet dat ik eens moet sterven. Als gij dan door mijn dood geholpen zijt, slaat de handen aan dit lichaam, snijdt het in stukken en deel het uit zo ver als mogelijk is. Ik ben dan getroost. De leefomstandigheden verslechterden echter met de dag en de humanitaire ramp werd steeds groter, waardoor zelfs het stadsbestuur ging nadenken over een eventuele overgave. In september kwam echter verandering in de situatie. De watergeuzen hadden de dijken bij Rotterdam en Capelle aan den IJssel doorgestoken teneinde het polderlandschap onder te laten lopen en op die wijze de Spanjaarden te verdrijven. Met behulp hun platte schuiten konden de watergeuzen zich richting Leiden begeven. Het was admiraal Lodewijk van Boisot, afkomstig van Zuid-Nederlandse adel, die bij de watergeuzen de leiding had gekregen. Op 17 september kwam het tot een eerste treffen tijdens de Slag bij Zoetermeer. De Spaanse schans werd in brand gestoken. Daarmee was het Spaanse verzet echter nog niet gebroken.
De watergeuzen kregen echter hulp van de natuur. Als gevolg van een noordwesterstorm was via de doorgestoken dijken het water in de polders rond Leiden dermate hoog opgestuwd, dat de Spanjaarden in de nacht van 2 op 3 oktober 1574 moesten vluchten voor hun leven en de schansen werden verlaten. De watergeuzen hadden thans toegang tot de stad en daarmee was het ontzet. Volgens de overlevering was het de kleine weesjongen Cornelis Joppenszoon die in het verlaten legerkamp Schans Lammen (nabij de huidige Lammebrug, aan de Cronesteynzijde) een ketel met hutspot vond en de burgers berichtte dat de stad was bevrijd. In de vroege ochtend van 3 oktober voeren de geuzen over de Vliet de stad binnen met aan boordharing en wittebrood. Nog altijd wordt op 3 oktober het ontzet van 1574 herdacht en worden de gerechten hutspot, haring en wittebrood daarbij in ere gehouden.
Naast een krapte aan kleingeld ontstond ook spoedig een tekort aan grotere nominaties. Men besloot tot aanmunting van guldens en kwartgulden. Aanvankelijk werd voor deze muntslag samengeperst papier gebruikt. Die aanmunting vond plaats tussen 19 december 1573 en 10 februari 1574. Blijkbaar was men met het gebruik van dit kwetsbare papier toch niet erg tevreden en bij besluit van 10 juli 1574 ging met over tot het slaan van zilveren noodmunten. Hiervoor werden dezelfde muntstempels gebruikt als eerder voor de papieren noodmunten. Het betrof thans zilveren guldens van 28 stuiver en halve guldens van 14 stuiver. Blijkens de rekeningen van de goudsmeden werden in totaal 137 guldens vervaardigd en 398 halve guldens. Een zeer kleine productie dus, hetgeen de huidige zeldzaamheid verklaard. Van dit munttype werden dus slechts 398 stuks geslagen. Uiterst zeldzaam.
vgl. Jean Elsen veiling 115, no.1184 (in pr; € 15.000 + 18%)
Delmonte 170 ; van Gelder 55a ; Mailliet suppl.51,3 ; HNPM.- ; CNM.2.32.6 RRR lichte zwakte van de slag in het randbereik zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Griffioen of dubbele stuiver z.j. (1487-1488), Dordrecht
gewicht 3,07gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester: Anthonis de Louckere initiaalteken: kroon interpunctie: zespuntige ster (Dordrecht)
vz. Griffioen staande naar links, met in de rechterklauw het vuurstaal van de Orde van het Gulden Vlies en in de linker een vierbladige bloem, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ♛ DENARI SIMPLIX✶NOIATVS✶GRIFONVS (vertaald: enkele penning genaamd griffioen) kz. Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild in het hart van een lang gevoet kruis, dat is geplaatst over een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; DEV✶PL - VS✶AMA - QVA✶AR - GЄNTV (vertaald: bemin God meer dan het geld)
Omdat zijn moeder Maria van Bourgondië (1478-1482) in 1482 vroegtijdig overleed, was de 4-jarige Philips nog te jong om te regeren. Zijn vader Maximiliaan van Oostenrijk (1482-1494) nam het regentschap op zich tot Philips′ meerderjarigheid in 1494. In deze periode zien we veelal geen naam vermeld van de landsheer op de muntstukken, zo ook bij deze munt.
De afbeelding van een griffioen is op Nederlandse munten tamelijk ongebruikelijk. De griffioen geldt als symbool van de soevereine, dus aan God ontleende macht. Eerder zagen we al gouden en zilveren griffioen geslagen eind veertiende eeuw in gebieden die onder het gezag van leden van het Beierse Huis stonden, o.a. in het graafschap Holland en in het prinsbisdom Luik. Onder Maximiliaan van Oostenrijk, als regent voor Philips de Schone, zien we de griffioen opnieuw afgebeeld op munten. De reeks is op dezelfde manier opgebouwd als de eerdere (dubbele) vuurijzers: op de dubbele staan twee griffioenen, op de enkele staat er één. Een destijds andere benaming voor de griffioen was grijpvogel of kortweg grijp. Aan deze benaming danken we nog de uitdrukking ″grijpstuiver″, die met grijpen niets van doen heeft maar louter refereert aan de beeldenaar van de toenmalige dubbele stuiver. Hieruit ontstond de Bargoense betekenis ′bijverdienste, (gering) bedrag′. De muntnaam is ten onrechte in verband gebracht met grijpen.
♦ zeer zeldzaam munttype ; very rare cointype ♦
van der Chijs XIX, 24 ; van Gelder & Hoc 70-6 ; de Witte 561 ; Vanhoudt 90.DO (R3) RR Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Dubloen of Dubbele Spaanse dukaat z.j. (1581-1583), Middelburg
gewicht 6,70gr. ; goud Ø 29,5mm. muntmeester Jeronimus Bruynzeels muntteken burcht
vz. Naar elkaar gekeerde gekroonde portretten van het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabelle, daartussen S te midden van vier stippen, erboven een kruis, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •PHLS•D:G•HISP•Z•REX•COM•ZEL• burcht kz. Gekroond wapenschild van Castilië-Léon-Granada, adelaar met gespreide vleugels op achtergrond, omringd door de tekst; •DVCATVS CO•ZEL•VAL•HISP•
Op 24 februari 1581 ontving Bruynzeels instructies voor aanmunting van dubbele en enkele gouden dukaten ′met de twee hoofden′. Zulke gouden dukaten, officieel ′Excelente de la Granada′ genoemd, waren ingevoerd in 1497 onder de koningen van Spanje Ferdinand van Aragon (1479-1516) en Isabella van Castillië (1474-1504) en daar met onveranderde beeldenaar nog geslagen onder Karel V tot 1537.
Spoedig na aanmunting verscheen in Antwerpen in naam van de Staten van Brabant een gedrukt plakkaat, waarin de in Zeeland geslagen dubbele dukaat met de twee hoofden, en enkele andere munten, voor biljoen werden verklaard. Dat wil zeggen ongeldig. Ongeldig verklaring van deze munten was uiteraard schadelijk voor de omzet van het nieuwe Zeeuwse munthuis en kon eventueel het voortbestaan ervan bedreigen. De Staten van Zeeland tekende protest aan, daar de munten voldeden aan de gewicht- en gehaltevoorschriften. Om de stukken niet teveel te laten gelijken op hun Spaanse voorbeeld, werd de keerzijdetekst aangepast. De eerste stukken vermelden de tekst SVB SVMBRA SALARVM, net als hun Spaanse voorbeeld. Thans werd dit gewijzigd in DVCATVS COM(itatus) ZEL(andiae) VAL(or) HISP(aniorum), vertaald; ducaat van het graafschap Zeeland naar waarde van de Spaanse. Daarbij werd de herkomst van de munt duidelijker aangegeven. Zeer zeldzaam.
On 24 February 1581 Bruynzeels received instructions for the minting of double and single gold ducats ′with the two heads′. Such gold ducats, officially called ′Excelente de la Granada′, had been introduced in 1497 under the Spanish kings Ferdinand of Aragon (1479-1516) and Isabella of Castile (1474-1504) and were minted there with the unchanged image under Charles V until 1537.
Soon after the minting, a printed poster appeared in Antwerp in the name of the States of Brabant, in which the double ducat with the two heads, and a few other coins, minted in Zeeland, were declared for ″biljoen″. That is to say, invalid. Declaring these coins invalid was of course detrimental to the turnover of the new Zeeland mint and could possibly threaten its continued existence. The States of Zeeland protested, because the coins met the weight and fineness regulations. In order to prevent the coins from resembling their Spanish example too much, the text on the back was adjusted. The first pieces bear the text SVB SVMBRA SALARVM, just like their Spanish example. This has now been changed to DVCATVS COM(itatus) ZEL(andiae) VAL(or) HISP(aniorum), translated; ducat of the county of Zeeland according to the value of the Spanish. The origin of the coin was also indicated more clearly. Very rare.
Delmonte 878 ; van Gelder & Hoc 261-12a ; Verkade- ; HNPM.01 ; CNM.2.49.10 ; Friedberg 300 RR lichte randschade, doch verder een net exemplaar met goede portretten slight edge damage, otherwise nice specimen with good portraits zfr |
|
|  |
 |
 |
VESPASIANUS (VESPASIAN), 69-79 - AV Aureus, Rome (76)
weight 7,14gr. ; gold Ø 19mm.
obv. Laureate head of Vespasianus facing left, surrounded by the legend; IMP CAESAR VESPASIANVS AVG rev. Heifer or bull standing right, COS VII above
The heifer or bull imagery is generally believed to be a copy of a famous 5th-century BC Greek bronze statue by the sculptor Myron. Augustus had brought these celebrated "cow" statues from Athens to Rome, placing them near his Temple of Apollo on the Palatine. Vespasian reused this type to align his rule with the stability and golden age of Augustus.
The bovine figures are associated with sacrifice, particularly when shown with a "raised head" or as part of a victory, reflecting the restoration of peace and religious tradition after the civil wars of AD 69, often specifically following his victory in the "Great Revolt" (Jewish War). The heifer is sometimes used to symbolize Pax (Peace), appearing on coins celebrating the return of stability. The bull/heifer represents agricultural wealth, fertility, and strength, fitting into the traditional Roman concept of pecunia (money derived from pecus, meaning cattle).
Cohen 116 ; RIC 842 ; BMC 178 ; Calicó 621 R Very attractive specimen with good portrait. Rare. vf/xf à vf+ |
|
|  |
 |
 |
CONSTANS, 337-350 - BI light Maiorina, Kyzikus (348-350)
weight 3,84gr. ; billon Ø 21mm. officina 2
obv. Bust of Constans left, wearing pearl-diadem, cuirass and paludamentum, holding globe in left hand, surrounded by the legend; DN CONSTA - NS P F AVG rev. Soldier, helmeted, draped, cuirassed, advancing right, head left, leading small bare-headed figure from a hut beneath a tree with right hand and holding spear in right hand, ✶ in upper field, surrounded by the legend; FEL TEMP REPAR - ATIO, SMKB. in exergue
FEL TEMP REPARATIO
Leading modern numismatists agree that the extensive FEL TEMP REPARATIO series began in 348, when a monetary reform took place. It also coincides with Rome′s 1100th anniversary on 21 April 348, and its extensive celebration. The text therefore refers to the greatness of Rome and the desire to restore and continue it. This legend is probably the abbreviation of FELICIS TEMPORIS REPARATIO (singular) or FELICORUM TEMPORUM REPARATIO (plural), meaning ′re-establishment of the happy (prosperous) time(s)′.
The reverse scene shows a soldier leading a small barbarian from a hut located under a ′tree′. The interesting point on these coins is that they were issued by 13 different mints and each used a different type tree (branch, shrub or plant).
Cohen 18 ; RIC 86 ; LRBC II, 2481 ; Sear 18699 wonderful specimen with excellent details xf |
|
|  |
|
|