Munthandel G. Henzen
 



HOME|MUNTEN|PENNINGEN|ARCHEOLOGIE|ZOEKEN|INKOOP|OVER ONS|CONTACT|BESTELLEN|VOORWAARDEN
Home

Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ′Bestellen′ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.

Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.

Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.

Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.

Gijs Henzen

Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:

Bij de huidige situatie in Iran moet ik soms denken aan Kroissos. Hij had zijn koninkrijk Lydië flink weten uit te breiden en belangrijke Griekse steden aan de westkust van Klein-Azië onder zijn beheer weten te brengen. Zijn rijkdom nam mythische vormen aan. Thans kwam het idee bij hem op om zijn Rijk ook naar het oosten uit te breiden, waar de Perzen heersten. Eerst maar eens advies vragen zal zijn redenering geweest zijn, en hij ging te rade in Delphi, waar hij aan het Orakel vroeg of hij ten strijde moest gaan trekken tegen Cyrus II van Perzië. Het Orakel gaf het beroemde, dubbelzinnige antwoord dat als hij de rivier de Halys zou oversteken, hij "een groot rijk zou vernietigen". Dat stelde Kroisos, die enige overmoedigheid niet ontzegd kon worden, gerust. Hij bracht een groot leger bijeen en trok naar het oosten. De eerste confrontatie met de Perzen vond plaats in Cappadocië, tijdens de Slag bij Pteria (547 v.Chr.) en eindigde vooralsnog onbeslist. Maar het ging niet goed met het leger van Kroisos. Cyrus achtervolgde Kroisos naar Lydië en bracht hem een verpletterende nederlaag toe op de vlakte ten noorden van Sardis in de Slag bij Thymbra (december 547 v.Chr.). Maar de ellende voor Kroisos werd nog groter. Na een beleg van veertien dagen werd de hoofdstad van het Lydische Rijk, Sardis, ingenomen en werd Kroisos gevangen genomen. Volgens de overlevering (onder andere van Herodotus) werd Kroisos op een brandstapel geplaatst, maar uiteindelijk gespaard door Cyrus. Een grootmoedig gebaar. Het Rijk dat werd vernietigd was zijn eigen Rijk, en niet, zoals hij in zijn hoogmoed het Orakel had begrepen, het Perzische Rijk...... 

Vertaald naar het heden kunnen we stellen dat Trump, ook "enigszins" overmoedig en bepaald niet de slimste, zich heeft laten adviseren door valse profeten en oorlogshitsers als Bibi Netanyahu en Pete Hegseth, waarbij zij Trump een snelle en zegenrijke overwinning op Iran (de Perzen) voorspiegelden. Niets bleek minder waar. Zijn aanval op Iran werd een groot debacle. Voor de VS is het de zoveelste militaire en politieke afgang en nederlaag waarbij geen enkel andere land hem steunt of te hulp schiet, behalve natuurlijk de terreurstaat Israël dat volledig op de been wordt gehouden door de VS. De VS is een supermacht in verval en het huidige politieke en militaire beleid kan gezien worden als een katalysator in die ontwikkeling. Israël heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een paria, waar de wereld, ook de VS en Europa, uiteindelijk hun handen vanaf zullen trekken. Diens gruwelijke misdaden zijn niet meer te verdedigen of goed te praten. De ondergang van Israël is een kwestie van tijd.....

Iran is een van de grote pijlers van de Islam en het Islamitische regime komt dan ook niet uit de lucht vallen. Het is zeker geen westerse staat, maar dat speelt niet in haar nadeel. Het land heeft een culturele rijkdom en beschaving en roemrijke geschiedenis, waarbij die van de VS totaal verbleekt. Dat Europa en de VS er weer een vazalkoning (shah) kunnen installeren die volledig naar hun pijpen zullen dansen en een westerse politiek zal voeren is een utopische gedachte. Dat is MI6 en de CIA in 1953 gelukt, toen ze de democratische Mossadeq via een staatgreep aan de kant schoven en Reza Pahlavi, die tot dan toe een zeer beperkte macht had, oppermachtig maakte in Iran. Het werd een dictatoriale terreurstaat, met in de jaren ′1970 zo′n 100.000 politieke gevangenen. Er zijn lieden uit de hoek van het voormalige dictatoriale Shah regime die dit trucje weer willen herhalen, thans met de gelijknamige zoon van de oude Shah. Iraniërs die zich publiekelijk tegen die gedachte hebben gekeerd worden met de dood bedreigd. Dat zegt al genoeg wat de intenties zijn van de "jonge" Reza Pahlavi en diens aanhangers. Zij worden dan ook gesteund door de VS en Israël, het Zionistische kamp dus. Een recept voor chaos, dood en verderf. Niet doen dus. Tot tweemaal toe heeft het Westen democratische ontwikkelingen in Iran in de kiem gesmoord, vlak na WO I en in 1953. De Iraanse bevolking is dus niet geheel vreemd met democratie en er zal een derde kans komen. Democratische ontwikkelingen moeten vanuit Iran zelf ontstaan, niet vanuit het Westen. Een heel kwalijke rol wordt daarbij in Nederland gespeeld door de oud-minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD), die de terugkeer van de Shah zit te promoten. Hij is een fervent aanhanger van het Zionisme, die de terreurdaden van Israël steeds maar goed zit te praten en de genocide op de Palestijnen, waaraan geen zinnig mens meer twijfelt, zit af te zwakken of zelfs te ontkennen. De VVD zou zo′n idioot met pek en veren uit de partij moeten gooien....

Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme.  Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......

https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8 

Het is een taak van een iederongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!

Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:

STEUN : https://rightsforum.org

Zoeken op productnaam





Maandaanbieding

WORLD COINS

LOT: 176 various unsorted world coins, mainly from the period 1900-1980.
Mainly in base metal, but also a few silver.
Various qualities. Sold as is. No returns.
SURPRISE LOT. NO PHOTOS AVAILABLE !

50,00 



Nieuwe aanwinsten

NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - WEST-FRIESLAND - Zilveren rijder 1659, Medemblik

gewicht 31,19gr. ; zilver Ø 45mm.
muntmeester: Gerrit van Romondt Dzn.
muntmeesterteken: bloem

vz. Geharnaste ridder te paard naar rechts met in zijn rechterhand
een geheven zwaard, daaronder het gekroonde wapen van
West-Friesland, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
MO:NO•ARG•PRO•CON - FOE•BELG•WESTF•
kz. Het gekroonde generaliteitswapen gehouden door twee frontaal
aanziende leeuwen, daaronder een basis van bladornamenten, binnen
een parelcirkel, omringd door de tekst;
:CONCORDIA•  -  RES PARVAE• - CRESCVNT•1659

Het betreft hier het eerste jaar van aanmunting van dit munttype. In 1659 besloot men tot de invoering van de zilveren rijder en de zilveren dukaat, en hun halve waardes. Dit paste qua beeldenaar ook goed bij de reeds bestaande gouden rijder (vanaf 1606) en gouden dukaat (vanaf 1586). De zilveren  rijder  kreeg  de  koers  van  63 stuivers en was de tegenhanger van de dukaton van de Spaanse Nederlanden.

Delmonte 1019 ; Verkade 61.1 ; HNPM.28 ; 
CNM.2.46.38 ; Pannekeet 49 ; Davenport 4939
S
Minieme sporen van oxidatie en kleine zwaktes van de slag,
overigens een net exemplaar. Schaars.
zfr

325,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gouden dukaat 1727/17, Utrecht

gewicht 3,44gr. ; goud Ø 22mm.
muntmeester: Siberius van Romondt
muntteken: stadsschildje van Utrecht
muntmeesterteken roosje
variant: geen interpuncties op voor- en keerzijde

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts met in zijn
rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een pijlenbundel
(7 pijlen), geflankeerd door het jaartal I7 - 27, omringd door de tekst;
CONCORDIA RES - PAR - VÆ CRES TRA - stadsschildje
kz. Dubbel gelijnd vierkant met sierlijke krulornamenten de zijden,
daarbinnen een tekst in 5 regels;
MO ORD / PROVIN / FOEDER / BELG AD / LEG IMP

Het jaartal 1727 is gewijzigd uit 1717. Tot op heden wat deze jaartalwijziging onbekend en het ontbreekt dan ook in alle referentie literatuur. Vooralsnog een uniek exemplaar. Hoogst zeldzaam.

The year 1727 has been changed from 1717. Until now, this change in the year was unknown and is therefore missing from all reference literature. For the time being, a unique example. Extremely rare.

Delmonte - (vgl. 965) ; Verkade 98.4 ; HNPM.- (vgl. 25) ;
CNM.- (vgl.2.43.45) ; vgl. van der Wiel 124 (JMP.1975-1977) ;
vanhoudt/Saunders - (vgl.1423) ; vgl. Friedberg 284
R4
weinig gecirculeerd prachtexemplaar
pr

4.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden dukaat 1761, Dordrecht

gewicht 3,47gr. ; goud Ø 22mm.
muntmeester: Wouter Buck
zonder munt- of muntmeesterteken

vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts
met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een
pijlenbundel (7 pijlen), geflankeerd door het jaartal I7 - 6I,
omringd door de tekst; CONCORDIA•RES - PAR•CRES•HOL•
kz. Dubbel gelijnd vierkant met schelp- en bladornamenten aan
de zijden en op de hoeken, met daarbinnen een tekst in 5 regels;
MO:ORD: / PROVIN / FOEDER / BELG•AD / LEG•IMP•

Delmonte 775 ; Verkade 39.6 ; HNPM.15 ;
CNM.2.28.54 ; Friedberg 250

pr

850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Leeuwendaalder 1648, Middelburg

gewicht 27,17gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester: Pieter van der Voorde
muntteken: burcht

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts
gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste
uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland binnen
een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; MO•ARG•PRO•CON – FOE•BELG•ZEL•♖
kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR •1648•

Deze munt is geslagen in 1648, het jaar waarin de
Tachtig jarige Oorlog (1568-1648) werd beeindigd;

Op 30 januari 1648 tekenden Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de Vrede van Münster. De afspraken uit de Vrede van Münster werden van kracht op 15 mei 1648. Met deze vrede erkende Spanje de soevereiniteit van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hiermee kwam er een eind aan de Nederlandse Opstand. Omdat Frankrijk steeds eisen stelde, besloot de Republiek buiten Frankrijk om de Vrede met Spanje te regelen. Namens Spanje zette koning Filips IV (1605-1665) zijn handtekening.

Een belangrijk gevolg van de Vrede van Münster was onder meer dat de Nederduitsch Gereformeerde Kerk de officiële Nederlandse ′staatkerk′ werd. Alle kerken en kloosters van de Rooms-Katholieke Kerk vervielen aan de Nederlandse staat. Tot 1795 mochten katholieken wel hun geloof uitoefenen, maar wel in schuilkerken en niet in het openbaar. Joden mochten zich aan het begin van de zeventiende eeuw vestigen in de net gestarte Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Allerlei steden openden hun poorten, eerst voor de Portugese en later voor de Asjkenazische Joden. Ze mochten daar ook hun geloof uitoefenen en synagogen bouwen. Er waren echter ook veel steden die juist verboden uitvaardigden voor Joden om zelfs maar een nacht in de stad door te brengen. Contact met hen moest zoveel worden vermeden, joden mochten geen publieke functies bekleden, grond bezitten of christenen in dienst hebben. Ze konden niet toetreden tot een handels- of ambachtsgilde. Als jood werd het zo verdomd lastig handel te drijven of een ambacht uit te oefenen. De vaak veronderstelde tolerantie van de Republiek is dus zeer betrekkelijk en de zogenaamde ″godsdienstvrijheid″ waarvoor met zo gestreden had ten tijde van de Tachtig Jarige Oorlog gold dan toch vooral voor de Christelijk gereformeerden.

Eveneens zorgde de Vrede van Münster voor het ontstaan van de grens tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. Die grens werd bepaald door de frontlinie waar de Spanjaarden en opstandelingen elkaar ontmoetten.

Delmonte 839 ; Verkade 88.1 ; HNPM.30 ; 
CNM.2.49.41 ; Davenport 4872
R
gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar
zfr

325,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - MARIA VAN BOURGONDIË, 1477-1482 - Groot 1478, Brugge

gewicht 1,65gr.; zilver Ø 23mm.

vz. Letter M binnen een driepas binnen een gekartelde cirkel,
omringd door de tekst; ✠MARIA✶DVCISSA✶BG✶CO✶FL
kz. Kort gebloemd kruis binnen een gekartelde cirkel, omringd
door de tekst; ✠BЄNЄDIC✶AIA✶MЄA✶DNO1478

van Gelder & Hoc 41-3a ; Dechamps de Pas XVIII, 73 ;
de Mey 447 ; Vanhoudt 57.BG ; Levinson II-35
R
Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr- à fr/zfr

195,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID STEVENSWEERT - HERMAN FREDERIK VAN DEN BERGH, 1626-1632 - Duit z.j. (ca.1628-1632)

gewicht 1,37gr. ; koper Ø 18mm.

vz. Gekroond wapen van Bergh tussen twee neerhangende bladertakken
kz. SST / INSV / LA binnen een bladerkrans welke op de kwartieren
wordt onderbroken door rozetten

Herman Frederik van den Bergh was de buitenechtelijke zoon van graaf Hendrik van den Bergh en een onbekende vrouw. Hij kwam in of omstreeks 1600 ter wereld, maar zijn precieze geboortedatum en -plaats zijn niet bekend. Kort voor of na hem werd zijn zus (of halfzus) Anna Maria geboren. Zijn vader Hendrik heeft de identiteit van deze onbekende vrouw (of vrouwen) nooit willen onthullen.

Herman Frederik was de enige zoon van graaf Hendrik die volwassen is geworden. Hij had geen broers, en zijn enige halfbroer Hendrik Oswald was rond 1622 al als kind overleden. Behalve graaf van Bergh was Herman Frederik heer van de heerlijkheden Stevensweert (dat ook Ohé en Laak omvatte), Rutten, Nederheim en Peen. Hij wordt ook vermeld als heer van Ghoor, een titel die hij van zijn stiefmoeder Hiëronyma Catharina van Spaur-Flavon moet hebben geërfd, maar de heerlijkheid Ghoor wordt net als Meijel, en Pol en Panheel (waarvan zij stiefmoeder ook vrouwe was) niet beschouwd als Berghse bezitting. Herman Frederik werd net als zijn vader militair en nam in 1629 als overste-kolonel dienst in het Spaanse leger. Hij was toen gelegerd in Roermond. In 1641 liep hij over naar het leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

In Roermond zal hij zijn toekomstige echtgenote Josina Judoca Walburgis van Löwenstein-Wertheim-Rochefort hebben leren kennen. Zij was stiftsdame in het naburige Stift Thorn. Haar roepnaam was waarschijnlijk Walburg. Geboren in 1615 in Rochefort in de Ardennen was zij een stuk jonger dan Herman Frederik, maar op 16 december 1632 trouwde hij in Stevensweert in besloten kring met haar. Behalve de pastoor waren alleen enkele getuigen bij de plechtigheid aanwezig. Deze geheimzinnigheid had te maken met het feit Walburg, ondanks haar jeugdige leeftijd en tegen haar zin, in het jaar daarvoor abdis was geworden van het Stift Thorn. In 1627 was zij daar met een jongere zus Dorothea Catharina als kanonesse ingetreden. Na haar huwelijk keerde zij terug naar Thorn, maar nadat haar vader een jaar later van het huwelijk hoorde, heeft hij haar vier jaar lang in een klooster in Rochefort gevangengehouden. Na vier jaar lukte het haar door een list te ontsnappen en terug te keren naar Herman Frederik, die in de tussentijd in Engeland en Italië was geweest.

Het huwelijk van Herman Frederik en Wallburg is kinderloos gebleven. Zij woonden afwisselend op Kasteel Ter Aa in Berlicum bij Den Bosch en op Kasteel Walburg in de heerlijkheid Stevensweert. Laatstgenoemd kasteel heeft Herman Frederik voor zijn vrouw laten bouwen, nadat hij het kasteel in Stevensweert in 1633 aan Spaanse troepen had moeten prijsgeven. Het echtpaar was ook vaak in Maastricht en Aken. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat Herman Frederik, voor of na zijn huwelijk, ooit in Bergh is geweest.

De hagemunt in Stevensweert;

De graven van Bergh bezaten het muntrecht in ′s-Heerenberg, Dieren en Hedel. Graaf Herman Frederiks oudoom Frederik heeft de Hedelse munt vanaf 1577 enige tijd als hagemunt in bedrijf gehad. Een hagemunt was een munthuis waar uit winstbejag munten van slechte kwaliteit of nagemaakte munten werden geslagen. Omstreeks 1581 werd de Hedelse munt verplaatst naar Stevensweert. Al na korte tijd werd de muntslag daar gestopt tot graaf Herman Frederiks vader Hendrik daar weer met hagemunterij begon. Graaf Hendrik droeg de heerlijkheid in 1618 over aan zijn zoon Herman Frederik, maar hield de munt tot 1626 in eigen hand. Toen graaf Herman Frederik het beheer in handen kreeg, werd Stevensweert nog meer een hagemunt dan het al was. Zo werden er duiten geslagen met het opschrift SST INSV LA, wat staat voor Sancti Stephani Insula, een Latijnse benaming voor Stevensweert. Deze afkorting lijkt veel op TRANS ISVLA NIA ofwel Overijssel, zodat de munten gemakkelijk voor de gangbaardere Overijsselse duiten konden doorgaan. Toen Stevensweert in 1632 in handen van de Republiek viel, werd de munt gesloten. Het jaar daarop viel de heerlijkheid weer in Spaanse handen, maar hoewel graaf Herman Frederik tot zijn dood in 1669 heer van Stevensweert bleef, werd de munt nooit meer geopend.

Stevensweert hoorde van oudsher tot Opper-Gelre, gelegen op een natuurlijk eiland dat door twee armen van de Maas gevormd wordt. Een aldaar aanvankelijk eenvoudig gebouwde woontoren groeide in de late middeleeuwen uit tot een machtig kasteel. De heerlijkheid werd in de 16e eeuw verworven door de graven van den Bergh. Ten tijde van de 80-jarige oorlog zouden zij de kant kiezen van Spanje, en voerden zij onder meer het bewind over het Spaanse Opper-Gelre. Frederik van den Bergh liet er in 1580 voor het eerst munten slaan. Met name minderwaardige daalders naar Duits voorbeeld. Dit leidde tot veel protesten uit het Duitse achterland, waarna de productie weer werd gestaakt. In 1611 kwam Stevensweert in bezit van Hendrik van den Bergh (1573-1638), die de muntslag weer hervatte. Maar de grootste productie vond plaats onder diens opvolger Herman Frederik van den Bergh, die in 1618 het bewind overnam. Munttypen van elders werden thans in Stevensweert op grote schaal geïmiteerd, en in de periode 1626-1634 was Stevensweert een hagemunt van formaat. Hendrik van den Bergh had zich in 1632 laten omkopen door de Staatsgezinden. Tijdens een veldtocht langs de Maas speelde hij Opper-Gelre, w.o. de steden Venlo en Roermond, toe aan de Republiek. In de periode 1632-1637 was Opper-Gelre dan ook Staats bezit en in 1633 werd het dorp Stevensweert tot vestingstadje omgebouwd met zeven bastions en vijf ravelijnen. Een patroon die we ook vandaag de dag nog kunnen terugzien. Vanuit deze vesting konden de land- en waterwegen in de omgeving onder controle worden gehouden. Met het Staats bewind was ook definitief een einde gekomen aan de hagemunterij te Stevensweert. De vesting werd door de Spanjaarden echter in 1637 heroverd en pas na de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) werd in 1713, tijdens de Vrede van Utrecht,  Stevensweert samen met enkele andere gemeenten als Staats-Opper-Gelre toegekend aan de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Tot 1765 bleef er een garnizoen gelegerd.

Lucas 59 ; Purmer & van der Wiel 9603 ; CNM.2.41.45
licht geoxideerd exemplaar en lichte zwaktes van de slag
fr/zfr à zfr-

50,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HENEGOUWEN - PHILIPS II, 1555-1598 - Oord 1582, Bergen (Mons)

gewicht 4,50gr. ; koper Ø 26mm.
muntmeester: Jacques de Surhon of Jean Delley
muntteken: burcht

vz. Gekroonde, gepantserde en gedrapeerde buste van Philips II
naar rechts, daaronder 8 ♜ 2, omringd door de tekst;
•PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•BRA•
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië,
omringd door de tekst; •DOMINVS • MIHI • ADIVTOR•

Na de dood van Philips de Goede in 1467 werd het grafelijk munthuis te Valenciennes gesloten. Daarmee kwam voor lange duur een einde aan de muntslag in Henegouwen. Ten tijde van de Tachtigjarig Oorlog heeft nog een korte hervatting van muntslag plaatsgevonden te Bergen (Mons). Het initiatief hiervoor lag niet bij het Spaanse gezag, maar bij dat van de opstandelingen. Zo werden in de jaren 1577-1579 diverse munttypen geslagen in opdracht van de Staten van Henegouwen, zgn. Statenmunten. Na herstel van het Spaanse gezag heeft er vervolgens nog korte tijd (1580-1586) muntslag plaats gevonden van reguliere muntstukken op naam van Philips II. Na 1586 heeft voor Henegouwen geen muntslag meer plaatsgevonden en werd het munthuis definitief gesloten.

Het jaartal is afgekort tot de laatste twee cijfers. De laatste cijfer is erg zwak,
maar de gedeeltelijke contouren van een 2 zijn nog te onderscheiden.

van Gelder & Hoc 232-10 ; Chalon 187 ; de Mey 201 ;
Vanhoudt 321.MO
S
Lichte zwaktes van de slag en licht krasje. Schaars.
zfr-

85,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HENEGOUWEN (HAINAUT) - WILLEM IV VAN BEIEREN, 1404-1417 - Dubbele groot of thuyne z.j., Valenciennes

gewicht 2,82gr. ; zilver Ø 29mm.

vz. Leeuw zittend naar links met voor zich het wapenschild van Beieren-
Henegouwen, binnen een door hek gesloten omheining, binnen een parelcirkel
omringd door de tekst; GVILM⋮DX⋮DЄI⋮GR⋮COM⋮HANOIЄ⋮HOL⋮Z⋮ZЄ′
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel en dubbel gelijnde vierpas
met bladversieringen bij de inbuigingen, omringd door de tekst;
✠ MONЄT - A⋮NOVA⋮ - FAC⋮IN⋮ – VALЄNC

Willem IV van Beieren (Willem VI voor Holland) werd op 5 april 1365 geboren te ′s-Gravenhage als zoon van Albrecht van Beieren en Margaretha van Brieg. Toen zijn vader Albrecht in 1404 overleed volgde hij hem als graaf Willem VI van Holland en Zeeland op. Tevens was hij als Willem II hertog van Beieren-Straubing en als Willem IV graaf van Henegouwen. Willem was in 1385 gehuwd met Margaretha van Bourgondië, een dochter van Philips de Stoute. Uit dit huwelijk werd een kind geboren, hun dochter Jacoba van Beieren. Willem  overleed op 31 mei 1417 in het Henegouwse Bouchain en werd begraven in de kerk van de Minderbroeders in Valenciennes in Henegouwen. Jacoba van Beieren volgde hem op als gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen.

Na het overlijden van Willem IV, brak een strijd uit om de erfenis van Willem IV. Hij werd opgevolgd door zijn dochter Jacoba van Beieren, maar ook Philips de Goede van Bourgondië maakte aanspraak op de titels van Henegouwen en Holland. Na enige strijd was Jacoba in 1428 gedwongen om tot een akkoord met Philips de Goede te komen. Bij de ″Zoen van Delft″ werd Jacoba op 3 juli 1428 in naam als wettige landsvrouwe erkend, doch de macht kwam feitelijk in handen van haar neef Philips de Goede. In 1433 werd zij gedwongen terug te treden ten gunste van Philips de Goede en gingen Henegouwen en Holland definitief over in Bourgondische handen.

William IV of Bavaria (William VI for Holland) was born on 5 April 1365, in The Hague as the son of Albert of Bavaria and Margaret of Brieg. When his father Albert died in 1404, he succeeded him as Count William VI of Holland and Zeeland. He was also Duke of Bavaria-Straubing as William II and Count of Hainaut as William IV. William married Margaret of Burgundy, a daughter of Philip the Bold, in 1385. One child was born from this marriage, their daughter James of Bavaria. William died on 31 May 1417, in Bouchain, Hainaut, and was buried in the church of the Friars Minor in Valenciennes, Hainaut. Jacoba van Beieren (Jeanne of Bavaria) succeeded him as Countess of Holland, Zeeland, and Hainaut.

After the death of William IV of Bavaria (Willem VI for Holland) in 1417, a battle broke out over the inheritance of William IV. He was succeeded by his daughter Jacoba van Beieren (Jeanne of Bavaria), but Philip the Good of Burgundy also claimed the titles of Hainaut and Holland. After some struggle, Jacoba was forced to come to an agreement with Philip the Good in 1428. At the ″Zoen van Delft″ Jacoba was officially recognized as the legal countess of Hainaut and Holland on July 3, 1428, but the power actually fell into the hands of her cousin Philip the Good. In 1433 she was forced to abdicate in favor of Philip the Good and Hainaut and Holland finally passed into Burgundian hands.

Chalon 137 ; de Mey 149 ; van der Chijs IX,17 (Holland) ;
Lucas 160 ; van Gelder noot 16 ; Vanhoudt G.559

zwaktes van de slag
fr/zfr

165,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 - Vierstuiverstuk 1546, Dordrecht

gewicht 6,12gr. ; zilver Ø 31mm.
Willem Blasiusz. Boucquet
muntteken roos

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een dubbel gelijnde cirkel,
omringd door de tekst; CAROLVS•D•G•ROM•IMP′•HISP′•REX•D•BVRG.6
kz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië, rustend op Bourgondische kruis,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
❀DA - MIHI•VIRTVTE - COT - RA•HOSTEST -VO

Dit munttype stond ook wel bekend als vlieger of krabbelaar. Opmerkelijk genoeg heeft men het jaartal afgekort tot slechts een 6. We zien bij Holland pas vanaf 1545 het gebruik van afgekorte jaartallen haar intrede doen, in de regel de 2 laatste cijfers, hetgeen samenvalt met het gebruik van een C i.p.v. een K in de naam Karolus/Carolus. Daarmee komt  alleen het jaartal 1546 in aanmerking. Het jaartal 1546 komt maar hoogst sporadisch voor in de handel en collecties. Uiterst zeldzaam.

vgl. van Gelder & Hoc 189-6b ; van der Chijs - (vgl. XXXVIII, 42) ;
Vanhoudt 226.DO
RRR
kleine zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar
zfr-

1.150,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HENEGOUWEN (HAINAUT) - WILLEM IV VAN BEIEREN, 1404-1417 - Dubbele groot of thuyne z.j., Valenciennes

gewicht 2,70gr. ; zilver Ø 29mm.

vz. Leeuw zittend naar links met voor zich het wapenschild van Beieren-
Henegouwen, binnen een door hek gesloten omheining, binnen een parelcirkel
omringd door de tekst; GVILM⋮DX⋮DЄI⋮GR⋮COM⋮HANOIЄ⋮HOL⋮Z⋮ZЄ′
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel en dubbel gelijnde vierpas
met bladversieringen bij de inbuigingen, omringd door de tekst;
✠ MONЄT - A⋮NOVA⋮ - FAC⋮IN⋮ – VALЄNC

Willem IV van Beieren (Willem VI voor Holland) werd op 5 april 1365 geboren te ′s-Gravenhage als zoon van Albrecht van Beieren en Margaretha van Brieg. Toen zijn vader Albrecht in 1404 overleed volgde hij hem als graaf Willem VI van Holland en Zeeland op. Tevens was hij als Willem II hertog van Beieren-Straubing en als Willem IV graaf van Henegouwen. Willem was in 1385 gehuwd met Margaretha van Bourgondië, een dochter van Philips de Stoute. Uit dit huwelijk werd een kind geboren, hun dochter Jacoba van Beieren. Willem  overleed op 31 mei 1417 in het Henegouwse Bouchain en werd begraven in de kerk van de Minderbroeders in Valenciennes in Henegouwen. Jacoba van Beieren volgde hem op als gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen.

Na het overlijden van Willem IV, brak een strijd uit om de erfenis van Willem IV. Hij werd opgevolgd door zijn dochter Jacoba van Beieren, maar ook Philips de Goede van Bourgondië maakte aanspraak op de titels van Henegouwen en Holland. Na enige strijd was Jacoba in 1428 gedwongen om tot een akkoord met Philips de Goede te komen. Bij de ″Zoen van Delft″ werd Jacoba op 3 juli 1428 in naam als wettige landsvrouwe erkend, doch de macht kwam feitelijk in handen van haar neef Philips de Goede. In 1433 werd zij gedwongen terug te treden ten gunste van Philips de Goede en gingen Henegouwen en Holland definitief over in Bourgondische handen.

William IV of Bavaria (William VI for Holland) was born on 5 April 1365, in The Hague as the son of Albert of Bavaria and Margaret of Brieg. When his father Albert died in 1404, he succeeded him as Count William VI of Holland and Zeeland. He was also Duke of Bavaria-Straubing as William II and Count of Hainaut as William IV. William married Margaret of Burgundy, a daughter of Philip the Bold, in 1385. One child was born from this marriage, their daughter James of Bavaria. William died on 31 May 1417, in Bouchain, Hainaut, and was buried in the church of the Friars Minor in Valenciennes, Hainaut. Jacoba van Beieren (Jeanne of Bavaria) succeeded him as Countess of Holland, Zeeland, and Hainaut.

After the death of William IV of Bavaria (Willem VI for Holland) in 1417, a battle broke out over the inheritance of William IV. He was succeeded by his daughter Jacoba van Beieren (Jeanne of Bavaria), but Philip the Good of Burgundy also claimed the titles of Hainaut and Holland. After some struggle, Jacoba was forced to come to an agreement with Philip the Good in 1428. At the ″Zoen van Delft″ Jacoba was officially recognized as the legal countess of Hainaut and Holland on July 3, 1428, but the power actually fell into the hands of her cousin Philip the Good. In 1433 she was forced to abdicate in favor of Philip the Good and Hainaut and Holland finally passed into Burgundian hands.

Chalon 137 ; de Mey 149 ; van der Chijs IX,17 (Holland) ;
Lucas 160 ; van Gelder noot 16 ; Vanhoudt G.559

lichte zwaktes van de slag
zfr

295,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - JAN ZONDER VREES, 1405-1419 - Dubbele groot of braspenning z.j. (1417), Gent

gewicht 4,65gr. ; zilver Ø 33mm.
muntmeesters Jean Gobelet & Jean Buridan

vz. Wapenschilden van Bourgondië en Vlaanderen gedekt door 
tournooihelm binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
•IOHS:DVX:BVRG:Z:COMES:FLANDRIE
kz. Kort gevoet kruis met in de hoeken om en om een leeuw
en lelie binnen een cirkel. In de buitencircel de tekst;
✠MONETA⋮NOVA⋮COMETIS⋮FLANDRIE

Het betreft hier de tweede emissie van dit munttype geslagen volgens
de instructie van 6 december 1416. Deze laat zich kenmerken door
letters A met dwarsstreepjes.

De braspenning of "dubbele penninck Jans" werd voor het eerst geslagen tussen ca. 1409 en 1418 door hertog Jan zonder Vrees in Vlaanderen in 1409, een grote zilveren munt ter waarde van twee, latere twee-en-een-halve groot. Zoals in die tijd gewoon was werd de munt veel geïmiteerd in andere landen. Ook in later tijd bleef de braspenning in gebruik als rekenmunt voor 2½ groot, 1,25 stuiver of tien duiten.

Dit munttype stond in de volksmond ook wel bekend als "penninck Jans", refererend naar hertog Jan. Het stuk kende ook navolgingen. Zo liet de jonge Brabantse hertog Jan IV (1415–1427) deze populaire Vlaamse munt bijna exact namaken (imiteren) in muntateliers zoals Vilvoorde en Maastricht. Omdat beide muntheren "Jan" heetten en de ontwerpen erg op elkaar leken, bleef de naam "dubbele penninck Jans" (of Johannes-braspenning) behouden.

De munt is in de spreektaal terechtgekomen met het spreekwoord "Een stuiver verdienen en wel voor een braspenning dorst hebben". Volgens Meijer (1919) en Vercoullie (1925) zou de naam braspenning mogelijk afgeleid zijn van de som die oudtijds betaald moest worden als accijns voor het brouwen oftewel brassen van een vat bier. Meijer verwijst de parallel met ′brassen′ als ′overmatig eten en drinken′ naar het rijk der fabelen, omdat dat woord jonger is dan de munt. Braspenning is ook een in het zuiden van Nederland en in België veel voorkomende familienaam (Braspenninckx in het Vlaams).

Dechamps de Pas X, 26 ; Vanhoudt G.2651 ;
Martigny 89 ; Boudeau 2249

zwaktes van de slag
fr/zfr à zfr-

195,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK I VAN VLAANDEREN (LODEWIJK II VAN NEVERS), 1322-1346 - ½ Groot z..j. (1334-1337), Gent

gewicht 1,80gr. ; zilver Ø 21mm.
muntmeester Percheval du Porche

vz. Klimmende Vlaamse leeuw naar links binnen een zespas,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; 
✠ MONETA:GANDENSIS
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, om en om
een adelaar en leeuw in de hoeken, omringd door de tekst;
LVDO - VIC: OMES - FLΛD′

Stempelkenmerken: alle A′s op de voorzijde hebben een dwarsstreepje, die op de keerzijde niet. Geen anulet op de L in LVDOVIC, wel een anulet op de L FLΛD in , twee anuletten binnen de O in COMES.

Gaillard 187 ; de Mey 126 ; Elsen 5 ; Martiny 16-2 ;
collectie de Wit 1303 ; Vanhoudt G.2573
S
kleine zwaktes van de slag en lciht gesnoeid
zfr-/zfr

235,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - AE Sestertius, Rome (232)

weight 21,15gr. ; bronze Ø 29mm.

obv. Bust of Severus Alexander, laureate, draped, cuirassed, right,
surrounded by the legend; IMP ALEXANDER PIVS AVG
rev. Spes, draped, walking left, holding flower in right hand and raising
skirt with left hand, S - C across lower fiels, surrounded by the legend;
SPES PVBLICA

In Roman mythology, Spes is the personification and goddess of Hope. She is the Roman equivalent of the Greek goddess Elpis. Originally viewed as a nature goddess of fruitful fields and gardens (agriculture), she was later invoked for weddings, births (promise of children), and overall good fortune. Eventually, she became the symbol of the state′s hopes for empire and prosperity.

She was traditionally portrayed as a young, graceful maiden walking forward, lifting the hem of her dress with one hand, and holding a budding flower (or grain) in the other, symbolizing the promise of new beginnings. Her most notable shrine was built in the mid-3rd century BC in the Forum Holitorium (the bustling vegetable and herb market in Rome).

She was a highly popular figure on Roman currency, used frequently by emperors on coins inscribed with Spes Publica ("the hope of the people") to signify a bright future under their rule.

Cohen 549 ; RIC 648d ; Sear 8019var.
vf-

145,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - AE Sestertius, Rome (232)

weight 19,28gr. ; bronze Ø 29mm.

obv. Laureate bust of Severus Alexander right, draped over left shoulder,
surrounded by the legend; IMP ALEXANDER PIVS AVG
rev. Spes, draped, walking left, holding flower in right hand and raising
skirt with left hand, S - C across fiels, surrounded by the legend;
SPES PVBLICA

In Roman mythology, Spes is the personification and goddess of Hope. She is the Roman equivalent of the Greek goddess Elpis. Originally viewed as a nature goddess of fruitful fields and gardens (agriculture), she was later invoked for weddings, births (promise of children), and overall good fortune. Eventually, she became the symbol of the state′s hopes for empire and prosperity.

She was traditionally portrayed as a young, graceful maiden walking forward, lifting the hem of her dress with one hand, and holding a budding flower (or grain) in the other, symbolizing the promise of new beginnings. Her most notable shrine was built in the mid-3rd century BC in the Forum Holitorium (the bustling vegetable and herb market in Rome).

She was a highly popular figure on Roman currency, used frequently by emperors on coins inscribed with Spes Publica ("the hope of the people") to signify a bright future under their rule.

Cohen 547var. ; RIC 648 ; BMC 902 ; Sear 8019
vf-

110,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - AE Sestertius, Rome (231)

weight 19,13gr. ; bronze Ø 28mm.

obv. Laureate head of Severus right, light drapery on left shoulder,  
surrounded by the legend; IMP ALEXANDER PIVS AVG
rev. Providentia (or Annona), draped, standing left, holding two corn-ears
in right hand and cornucopiae in left hand; on ground, modius, S - C
across lower field, surrounded by the legend; PROVIDENTIA AVG

In ancient Roman religion, Annona (or Providentia) is the divine personification of the grain supply to the city of Rome. She is closely connected to the goddess Ceres, with whom she is often depicted in art. Annona, often as Annona Augusti, was a creation of Imperial religious propaganda, manifested in iconography and cult practice. Annona is typically depicted with a cornucopia (horn of plenty) in her arm, and a ship′s prow in the background, alluding to the transport of grain into the harbor of Rome. On coins, she frequently stands between a modius (grain-measure) and the prow of a galley, with ears of grain in one hand and a cornucopia in the other; sometimes she holds a rudder or an anchor.

In the propaganda of Claudius, the cult of Ceres Augusta made explicit the divine power that lay in the Imperial provision of the annona, the grain supply to the city. Annona Augusti appears on coins late in the reign of Nero, when the Cult of Virtues came into prominence in the wake of the Pisonian conspiracy. She embodied two of the material benefits of Imperial rule, along with Securitas Augusti, ″Augustan Security,″ and often appeared as part of a pair with Ceres. On Neronian coinage, Ceres, Annona, and Abundantia (″Abundance″) were closely associated.

Annona also appears on coins issued under Vespasian, where along with other Virtues she represents the restoration of confidence in the principate, and on the coinage of Titus, Domitianus, Trajanus, Hadrianus, Antoninus Pius, and Septimius Severus. She was a particular favorite in Trajanus′ propaganda, which sought to portray his reign as a renewal and a prosperous new era for humanity; hence Annona often appears with a symbolic child. In the context of Trajanic politics, Annona represented Rome′s grain independence from its traditional supplier Egypt.

This coin was minted in recognition of Severus′ prudent policy regarding the annual grain supply of the city of Rome. Severus Alexander was born in 208 in Phoenician Caesarea as Marcus Julius Gessius Alexianus. At the age of 14, he became Emperor of Rome, first under the regency of his grandmother Julia Maesa, and later under that of his mother Julia Mamaea. He was a capable and moderate administrator who favored negotiation over war. This attitude was ultimately not appreciated by his military staff, which led to the assassination of him and his mother in 235. This marked the beginning of a series of soldier-emperors, of whom his successor Maximinus I Thrax (235–238) was the first.

Cohen 501 ; RIC 250 ; BMC 875 ; Sear 7922
attractive dark patina
vf

195,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - AR Denarius, Rome (227)

weight 2,45gr. ; silver Ø 19mm.

obv. Laureate and draped bust of Severus right, surrounded
by the legend; IMP C M AVR SEV ALEXAND AVG
rev. Aequitas, draped, standing left, holding scales in right
hand and cornucopiae in left hand, surrounded by the legend;
P M TR P VI COS II P P

Cohen 312 ; RIC 64 ; BMC 394 ; Sear 7902
light traces of oxidation
vf-

50,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - BITHYNIA - AE 19 or assarion, Nikaea

weight 4,49gr. ; bronze Ø 20,5mm.

obv. Radiate and draped bust of Severus right, surrounded
by the legend;  M AVP CEV AΛEΞANΔPOC
rev. Three legionary standards topped with wreathes,
dividing the legend; NI K AI E / ΩN

BMC 101 ; SNG.von Aulock 628 ; Weiser 30 ; Sear GIC.3287var. ;
SNG.Copenhagen 520var.; RPC online 3248

f

16,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - AR Denarius, Rome (232)

weight 2,27gr. ; silver Ø 19mm.

obv. Laureate and draped bust of Severus right, surrounded
by the legend;  IMP ALEXANDER PIVS AVG
rev. Spes advancing left, holding flower and lifting skirt,
surrounded by the legend; SPES PVBLICA

In Roman mythology, Spes is the personification and goddess of Hope. She is the Roman equivalent of the Greek goddess Elpis. Originally viewed as a nature goddess of fruitful fields and gardens (agriculture), she was later invoked for weddings, births (promise of children), and overall good fortune. Eventually, she became the symbol of the state′s hopes for empire and prosperity.

She was traditionally portrayed as a young, graceful maiden walking forward, lifting the hem of her dress with one hand, and holding a budding flower (or grain) in the other, symbolizing the promise of new beginnings. Her most notable shrine was built in the mid-3rd century BC in the Forum Holitorium (the bustling vegetable and herb market in Rome).

She was a highly popular figure on Roman currency, used frequently by emperors on coins inscribed with Spes Publica ("the hope of the people") to signify a bright future under their rule.

Cohen 546 ; RIC 254 ; BMC 897 ; Sear 7927
Minor flan crack. Attractive toning.
f/vf à vf-

45,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - AR Denarius, Rome (233)

weight 2,88gr. ; silver Ø 20mm.

obv. Laureate bust of Severus  right, wearing cuirass and paludamentum,  
surrounded by the legend; IMP ALEXANDER PIVS AVG
rev. Sol Invictus, radiate, nude except cloak over left shoulder, walking left, 
holding whip in left hand, surrounded by the legend; PM TR P XII COS III PP

Sol, in Roman religion, name of two distinct sun gods at Rome. The original Sol, or Sol Indiges, had a shrine on the Quirinal, an annual sacrifice on 9 August, and another shrine, together with Luna, the moon goddess, in the Circus Maximus. Although the cult appears to have been native, the Roman poets equated him with the Greek sun god Helios. Sol Indiges was of minor importance whose cult had petered out by the first century AD.

At the time of Emperor Elagabalus we see a revival of the Sol worship, but this was a completely different Sol from earlier times. This Sol Invictus was a Syrian sun god (Elagabal), whose cult was first promoted in Rome under Elagabalus. Elagabalus (218–222) built a temple to him as Sol Invictus on the Palatine and attempted to make his worship the principal religion at Rome, without much success. Like his cousin Elagabalus, Alexianus, the later Severus Alexander,  was also a priest of the sun god Elagabal at the Syrian town of Emesa and probably also Severus Alexander wanted to promote the worship of Sol Invictus, also with little success. The emperor Aurelian (270–275) later reestablished the worship and erected a magnificent temple to Sol in the Campus Agrippae. The worship of Sol as special protector of the emperors and of the empire remained the chief imperial cult until it was replaced by Christianity.

Cohen 440 ; RIC 120 ; BMC 930 ; Sear 7915
some minor scratches ans light traces of oxidation
vf-

45,00 



SEVERUS ALEXANDER, 222-235 - AR Denarius, Rome (222)

weight 2,72gr. ; silver Ø 19mm.

obv. Laureate and draped bust of Severus right, surrounded
by the legend; IMP C M AVR SEV ALEXAND AVG
rev. Mars, helmeted, in military attire standing left, holding
olive-branch in right hand and spear reversed in left hand,
surrounded by the legend; P M TR P COS P P

Cohen 207 ; RIC 7 ; BMC 28-29 ; Sear - (cf. 7890)
vf/vf-

70,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL DE STOUTE, 1467-1477 - Dubbel vuurijzer van 2 stuivers 1475, Antwerpen

gewicht 2,80gr. ; zilver Ø 27mm.
muntmeester: Ypol Terrax
muntteken: hand

vz. Twee leeuwen zittend tegenover elkaar op ondergrond gevormd uit
een dikke en dunne lijn, daar middenboven Bourgondisch vuurstaal met
afspattende vonken, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠KAROL:DЄI:GRA:DX:BG:BRA:Z:LI′ en hand
kz. Bourgondisch wapenschild in het centrum van een gebloemd 
kruis binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
•SALVV:FAC:PPLM - TVV:DNЄ A°:1475

Na lange tijd gesloten te zijn geweest werd de Munt van Antwerpen op 19 november 1474 heropend. De Munt van Leuven werd gesloten en heeft nadien alleen nog korte tijd onder Philips de Schone munten geproduceerd. We zien nu op de munten van Antwerpen ook voor de eerste keer het muntteken handje, een legendarisch symbool van de stad. Zo zou de Romeinse soldaat Silvius Brabo, waar de naam Brabant van afgeleid zou zijn, de reus Druon Antigoon hebben gedood. Deze reus hief tol bij een oversteek over de rivier de Schelde. De reus had de gewoonte om onwillige tolbetalers de handen af te hakken en deze in de Schelde te werpen. Nadat Silvius Brabo de reus had gedood deed hij hetzelfde met diens afgehakte handen. Op deze oversteekplaats waar dat ″hand werpen″ plaatsvond is de nederzetting en later stad Antwerpen ontstaan. Archeologen hebben bij Het Steen, de oude burcht van Antwerpen, inderdaad resten van een eerste eeuwse Romeinse nederzetting gevonden. Op de Grote Markt van Antwerpen pronkt sinds 1887, toen het nationalisme hoogtij vierde, een bronzen standbeeld van Silvius Brabo. (De werkelijk oorsprong van de naam Brabant is een geheel andere;  de naam Brabant is een afgeleide van braecbant. Dit is een samenstelling van braec, wat ′broek′ of ′drassig land′ betekent, en bant, wat ′streek′ betekent.)

van Gelder & Hoc 34-1 ; de Witte 507 ; van der Chijs - ; Frey 165 ;
Levinson II-17 ; Stephanik 4695-4696 ; Vanhoudt 48.AN

minieme zwaktes van de slag
zfr+

295,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL DE STOUTE, 1467-1477 - Bourgondische gulden- of Andreasgoudgulden z.j. (1474-77), Antwerpen

gewicht 3,41gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeester Ypol Terrax
muntteken hand
2e emissie (1474-1477) ; Sint Andries kijkt naar rechts

vz. Sint Andreas staande naar links, zijn gezicht naar
rechts gewend, met nimbus en houten kruis, binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; SANCTVS  - ANDRЄAS
kz. Bourgondisch wapenschild rustend op lang gevoet kruis
dat is geplaatst over een parelcirkel, omringd door de tekst;
KAROL - DX8BG - BRAB - Z8LI′ en hand

Na lange tijd gesloten te zijn geweest werd de Munt van Antwerpen op 19 november 1474 heropend. De Munt van Leuven werd gesloten en heeft nadien alleen nog korte tijd onder Philips de Schone munten geproduceerd. 

Ypol Terrax was gehuwd met Margaretha van Merende. Zoals we in die tijd zo vaak zien, vonden huwelijken vaak plaats binnen de families van beroepsgroepen. Ook in de eeuwen daarna was dat heel gebruikelijk. Zo was De Merende  een bekende familie binnen het muntmeester- en waardijnswezen in m.n. Brabant en Vlaanderen. Margaretha′s broer Hendrik was actief als waardijn aan de Munt te Mechelen en Leuven. Diens zoon Josse was waardijn aan de Munt te Antwerpen. Haar broer Clemens was actief aan de Munt te Arnhem en later te Leuven. Die laatste functie vervulde hij samen met zijn zoon Victor.

Achteraan in het zesde travee van de O.-L.- Vrouwekapel van de kathedraal van Antwerpen bevond zich tijdens het Ancien Régime tegen de noordermuur van de kerk een altaar dat toegewijd was aan de Naam Jezus. Het was bekostigd door Ypol Terrax, ook bekend als Hipolyt Vledincx. In Brugge was hij lid van de broederschap van O.-L.-Vrouwe ter Sneeuw, in de O.-L.-Vrouwekerk in Antwerpen werd hij lid van het Sint Antoniusgilde. Op 26 december 1477 had Ypol Terrax een bedrag van 110 pond aan de Heilige-Geesttafel van de O.-L.-Vrouwekerk geschonken om op het feest van de Naam Jezus jaarlijks aan verschillende categoriën hulpbehoeftigen en kloosters 365 broden en 14 gelten Rijnwijn uit te delen. Ypol Terrax heeft waarschijnlijk tussen 1478 en eind 1480 in de O.-L.-Vrouwekerk het altaar van de Naam Jezus opgericht. Een memorie van zijn overlijden en zijn vrouw Margaretha werd elk jaar op 15 januari gehouden; daarvoor werd onder de aanwezige kapelanen in het officie acht schellingen verdeeld, voor deelname aan een statie in de eerste vespers twaalf groten en voor aanwezigheid in de hoogmis tweeschellingen. Aan allen die de mis van de Naam Jezus opdroegen een walpot wijn. Het altaar dat Ypol Terrax had opgericht, werd in augustus 1566 tijdens de beeldenstorm vernield.

In 1464 woonde Ypol Terrax in Mechelen. In de jaren 1468-1474 was hij actief als muntmeester te Brugge. Op 19 november 1474 werd hij aangesteld als muntmeester van de heropende hertogelijke munt te Antwerpen, hetgeen hij bleef tot eind 1477. Het hertogelijke munthuis te Antwerpen was sinds de tijd van hertog Jan III ((1312-1355) niet meer actief geweest. De Brabantse muntslag concentreerde zich vanaf die tijd vooral in Brussel, Leuven en Mechelen. De Munt van Leuven werd voorlopig gesloten en en zou nadien geen rol van betekenis meer spelen. Vanaf 1474 zou het muntatelier te Antwerpen zich al spoedig ontwikkelen tot het meest productieve munthuis in de Nederlanden. Als muntteken voor de heropende Munt van Antwerpen koos men voor het teken ″hand″, dat we in 1474 dan ook voor het eerst geplaatst zien op Brabantse munten. Het referereert uiteraard naar de legendarische naamsoorsprong van de stad. Zo zou de Romeinse soldaat Silvius Brabo, waar de naam Brabant van afgeleid zou zijn, de reus Druon Antigoon hebben gedood. Deze reus hief tol bij een oversteek over de rivier de Schelde. De reus had de gewoonte om onwillige tolbetalers de handen af te hakken en deze in de Schelde te werpen. Nadat Silvius Brabo de reus had gedood deed hij hetzelfde met diens afgehakte handen. Op deze oversteekplaats waar dat ″hand werpen″ plaatsvond is de nederzetting en later stad Antwerpen ontstaan. Archeologen hebben bij Het Steen, de oude burcht van Antwerpen, inderdaad resten van een eerste eeuwse Romeinse nederzetting gevonden. Op de Grote Markt van Antwerpen pronkt sinds 1887, toen het nationalisme hoogtij vierde, een bronzen standbeeld van Silvius Brabo. De werkelijk oorsprong van de naam Brabant is een geheel andere;  de naam Brabant is een afgeleide van braecbant. Dit is een samenstelling van braec, wat ′broek′ of ′drassig land′ betekent, en bant, wat ′streek′ betekent. In werkelijkheid komt de naam Antwerpen van de ′aanwerp′, een aangeslibde verhoging in de Schelde ter hoogte van het Steen, waar de eerste nederzetting ontstond. Deze aanwerp verdween aan het einde van de negentiende eeuw, toen de Scheldekaaien werden geplaatst.

Uit een schepenbrief van 4 september 1476 weten we dat Ypol woonde in de Kerkhofstraat, dat we thans kennen als de Schoenmarkt. In 1478 werd hij opgevolgd door Hans Gelucwijs, die het muntteken hand verving door muntteken toren. Diens opvolger Jan Cobbe herintroduceerde het muntteken hand echter weer, waarna het tot laat in de 18
e eeuw het vertrouwde muntteken van Antwerpen zou blijven. Ypol overleed op 31 december 1480.

De naamgeving van deze goudgulden is op twee manieren uit te leggen; zo zien we op de voorzijde het Bourgondisch wapenschild. Daarnaast zien we op de keerzijde de heilige Sint Andreas. Deze heilige was de schutspatroon van de hertogen van Bourgondië, en gold daarmee als een symbool voor Bourgondië. In het algemeen wordt vooral de heilige Andreas beschouwd als naamgever van deze gulden. Het prototype is een goudgulden dat werd geslagen te Marche-en-Famenne (thans Belgische provincie Luxemburg) in de jaren 1443-1444 ten tijde van Philips de Goede. Dat type toont de wapenschildjes van Bourgondië en Luxemburg op de voorzijde en Sint Andreas op de keerzijde. De productie was zeer klein en die goudguldens zijn thans uitermate zeldzaam. In 1466 zien we een hervatting van muntslag van dit munttype, zij het nu alleen nog met het Bourgondisch wapenschild op de voorzijde. Aanmunting vond plaats voor Holland (Dordrecht), Vlaanderen (Gent), Brabant (Leuven) en Henegouwen (Valenciennes). Aanmunting van dit type Bourgondische guldens heeft men voortgezet gedurende de regeerperioden van Karel de Stoute en Maria van Bourgondië. Ook ten tijde van Philips de Schone zijn nog (tot 1496) Bourgondische guldens geslagen, zij het op zeer kleine schaal. In 1496 werd de Philippusgulden ingevoerd, en daarmee kwam een voorlopig einde aan de productie van Bourgondische guldens. Een korte opleving zien we namelijk onder Phiilips II, die in de Jaren 1567-1570 nog op bescheiden schaal Bourgondische guldens heeft laten aanmunten.

van Gelder & Hoc 32-1 ; Delmonte 69 ; de Witte 500 ;
van der Chijs XVI, 1 ; Vanhoudt 46.AN ; Friedberg 33
R
Kleine zwaktes van de slag, doch attractief exemplaar
met goede details. Zeldzaam.
zfr/pr à pr-

3.500,00 



ITALY - PAPAL STATES - LEO XII, 1823-1829 - Quattrino 1824, Rome

weight 2,74gr. ; copper Ø 18mm.
year of reign I (1824)

obv. Oval shield with papal coat of arms within a cartouche,
above it a tiara and two crossed keys, below it two intertwined
laurel branches, in the upper field the legend; LEO XII  -  P•M•A•I
rev. Wreath with inside the legend; QVATTRINO / ROMANO / 1824

♦ magnificent example with prooflike surfaces ♦

KM.1294.2 ; CNI 3 ; Berman 3260 ; Pagani 137 ; Muntoni 10 ; Serafini 19
Rare in this high state of preservation.
unc

550,00 



ITALY - GENOVA (GENOA) - REPUBLIC (1814) - Quattro of 4 denari1814

weight 1,71gr. ; copper Ø 18mm.

obv. Crowned coat of arms between two laurel branches
rev. D •  /  QUATTRO / 1814 •

The second republic of Genua began in 1789 and lasted until 1797, when it was transformed into Ligurian Republic from 1798 to 1805. Genua was attached to France under the Empire until 1814, at which time an ephemeral Genuese Republic was proclaimed before the final attachment to the Kingdom of Sardinia.

KM.278 ; Luschin 35 ; Gigante 5 ; MIR 395 ; Numista 61329
Wonderful lustrous specimen. Mintstate. Rare this nice.
unc

425,00 



POLAND (POLEN) - SIGISMUND III VASA, 1587-1632 - ¼ Taler or Ort 1623, Bromberg (Bydgoszcz)

weight 5,79gr. ; silver Ø 29mm.

obv. Crowned,armored mid-length bust of Sigismund facing right, holding
sword over right shoulder, and globus cruciger in left hand, within circle,
surrounded by the legend; +SIGIS•III•D:G•REX•POL•M•D:LI•RVS•PRV•Mx
Unabridged legend: SIGISMUNDUS III DEI GRATIA REX POLONIAE
MAGNUS DUX LITHUANIAE RUSSIAE PRUSSIA MASOVIAE
Translation: Sigismund III, by God′s grace king of Poland, Grand Duke
of Lithuania, Russia, Prussia and Mazovia

rev. Crowned, quartered arms of Poland-Lithuania with Vasa arms in center,
dividing 16 - 23, within circle, mintmark below shield, surrounded by the
legend; SAM•LIV•NEC•SV − GOT•VAN•Q•HRI•R
Unabridged legend: SAMOGITIAE LIVONIAE NEC NON SUECORUM
GOTHORUM VANDALORUMQUE HAEREDITARUS REX
Translation: Of Samogitia, Livonia, and also of the Swedes, Goths,
and Vandals, hereditary King.

KM.37 ; Gumowski 1177 ; Kopicki 1279 ; Numista 170608
vf/vf-

135,00 





© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org | Privacybeleid