Home
Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ‘Bestellen’ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.
Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.
Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.
Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.
Gijs Henzen
Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:
MARKTPLAATS IN EEN OPLICHTINGSSITE. PAS OP !
Recentelijk heb ik zelf ervaren dat oplichters foto′s en muntbeschrijvingen van mijn website kopiëren en de betreffende munten op marktplaats ter verkoop aanbieden. Die munten zijn niet in hun bezit en kunnen ze dus ook nooit leveren. Ze hopen op kopers die in goed vertrouwen vooruit betalen. Die krijgen niets geleverd en zijn hun geld kwijt ! Ondanks herhaaldelijke verzoeken die advertenties te verwijderen, doet Marktplaats er niets aan. Ze zeggen “dit is niet strijdig met ons beleid”. Ze faciliteren dus de oplichters. Wees dus gewaarschuwd en betaal alleen bij daadwerkelijke aflevering. Betaal nooit vooruit !
Na een seniele dementerende president heeft de VS nu een geestelijk gestoorde president die lijdt aan grootheidswaanzin. Helaas zijn gekken op dergelijke hoge posities wel gevaarlijk. Zijn "psychiater" Mark Rutte weet hem vaak van zijn meest absurde ideeën af te brengen. Maar dat is altijd van korte duur. Even later, nadat kwaadwillenden hem weer wat ingefluisterd hebben, komt hij weer met de meest onnozele ideeën. Het is vechten tegen de bierkaai. Men zou zo′n gek toch tegen zichzelf, maar ook voor diens omgeving moeten beschermen. In ieder normaal land zou zo′n figuur liefdevol worden opgevangen in de gesloten inrichting. In een land met 350 miljoen inwoners zou je toch denken dat er beter geschikte personen zijn voor de verantwoordelijke functie van president......
WIST U ? Dat Israël ruim 10.000 Palestijnen gevangen houdt, waarvan ruim 4.000 zonder dat hen iets ten laste is gelegd. Israël weigert ook om daar openheid in te geven en houdt dus mensen gevangen zonder enig vorm van proces. Natuurlijk is dit in strijd met het internationaal recht, maar zoals we weten heeft Israël daar geen boodschap aan. Het zijn dus gijzelaars die aan de willekeur van Israël zijn overgeleverd zonder uitzicht op vrijlating. Ook kinderen van 9, 10, 11 jaar. Verkrachtingen en martelingen vinden stelselmatig plaats en zijn aan de orde van de dag. Ongekend wreed. Zij die wel vrijkomen zijn voor het leven getraumatiseerd. Israëli′s zijn meesters in het martelen van onschuldigen en zijn daar ook nog trots op. Regelmatig brengen de terroristen van de IDF beelden naar buiten hoe zijn onschuldige Palestijnen aftuigen. Dit doen zij bewust om angst te zaaien onder de Palestijnen. Het sadisme en de wreedheid kent bij de Israëli′s geen grenzen.....
Een zeer slecht en verontrustend begin van het nieuwe jaar. Het is duidelijk dat de VS geen enkel belang meer hecht aan het internationaal recht. Daarbij louter gedreven door economische en machtspolitieke redenen. Mensenrechten of democratische rechten spelen in de Amerikaanse politiek allang geen rol meer. Er worden steeds onzin redenen verzonnen om een land aan te vallen. Dit keer is het Venezuela. Het gaat de VS nooit om de bevolking, maar het draait altijd om geld. We weten dat de interventies van de VS sinds de jaren 1950 alleen maar voor chaos en ellende hebben gezorgd. Dat begon al met Iran. Zo heeft de VS samen met het Verenigd Koninkrijk in 1953 de Iraanse democratische regering van Mossadeq ten val gebracht door een staatsgreep te plegen, geïnitieerd door de CIA en MI6. Vervolgens werd Mohammad Reza Pahlavi als Sjah op de troon geholpen, die een "westers" beleid zou voeren ten gunste van de VS en het Verenigd Koninkrijk. Daarbij ging het natuurlijk om olie en niet om de belangen van de Iraniërs. Iran verviel tot en politiestaat en de Sjah was vanaf het begin zeer gehaat bij de bevolking. Maar goed dat hij in 1979 ten val werd gebracht. De uit ballingschap teruggekeerde Khomeini werd met veel enthousiasme onthaald. De Islamitische Republiek is uiteindelijk een voortvloeisel van de politieke bemoeienissen van vooral de VS. Geen best resultaat. Om over de interventies in o.a. Korea. Vietnam, Libië, Irak en Afghanistan maar te zwijgen. Allemaal mislukkingen van de VS.....
De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Alweer wil de VS een marionettenleider in Iran installeren, nu in de vorm van de zoon van de voormalige gehate Shah. Een recept voor chaos en onderdrukking. Net als bij de vorige Shah zal die zoon, Reza Pahlavi, de belangen van de VS moeten behartigen, door bv. Amerikaanse oliebedrijven toe te laten. Reza Pahlavi staat ook op goede voet met de oorlogsmisdadiger en massamoordenaar Benjamin Netanyahu. Dat zegt al genoeg. De olieopbrengsten van Iran zullen het land uitvloeien. Dit is niet in het belang Iran en de Iraanse bevolking. Wat zij nodig hebben is een nieuwe Mossadeq, die oog heeft voor de belangen Iran en de Iraanse bevolking en een reeks progressieve sociale en politieke hervormingen zal doorvoeren. Inmenging van buitenlandse mogendheden zal op termijn wederom leiden tot massale onvrede met alle gevolgen van dien. Een instabiel Midden-Oosten.....
In Zuid-Amerika kent de VS een traditie van het in het zadel helpen van dictators. Vooral in de jaren 1960/1970 was dat een zeer actieve politiek van de VS. De VS onder leiding van de malloot Trump en handlangers Vance, Rubio en Hegseth, lijkt nu weer terug te keren naar die onrechtstatelijke en criminele politiek. Nu is het Venezuela, morgen wellicht Cuba, Groenland of Canada. Wie zal het zeggen ? Door het los laten het internationaal recht lijken de huidige grootmachten terug te keren naar de macht van de sterkste. Des te meer een reden voor Europa om zich dat te realiseren. Qua bevolkingsomvang en economische macht is Europa ook een grootmacht, maar die rol moeten we wel pakken. We zijn geen kleine speler op het wereldtoneel, maar het vergt aanpassing en lef om die machtspolitieke rol veel krachtiger uit te dragen en ons niet te laten overbluffen. Natuurlijk moet Europa militair onafhankelijk worden en moet het veel meer als eenheid optreden. Op tal van gebieden moeten we zelfvoorzienend worden zodat we niet meer chantabel zijn.
De andere grootmachten, de VS, Rusland en China zijn gebaat bij een verdeeld Europa en proberen om die reden anti-EU gezinde politieke partijen te steunen. Het zijn vooral de extreemrechtse partijen die zich daarvoor laten lenen, zoals bv. de AfD (Duitsland), Rassemblement National (Frankrijk), Vlaams Belang (België) en de PVV, FVD, JA21 en BVNL (Nederland). Deze partijen handelen niet in het belang van de Europese burgers noch die van hun land, maar juist het tegenovergestelde. Zij spelen de VS, Rusland en China hiermee in de kaart en zetten de vrijheid en onafhankelijkheid van de Europese burgers op het spel. Zij voeren een politiek met het doel de eenheid binnen de EU te ondermijnen. Helaas niet geheel zonder succes. Veel mensen realiseren zich de kwade bedoelingen van deze partijen niet of te weinig. Wellicht onwetendheid, desinteresse of naïviteit. Tijd dus om wakker te worden !
Europa kent een eeuwenoude Christelijke traditie van Jodenvervolging, uitsluiting van Joden, discriminatie van Joden, ongefundeerde haat tegen Joden. Is dit nu de Joods-Christelijke traditie waarop menig politicus tegenwoordig meent prat op te moeten gaan ? Tenenkrommend. Tegenwoordig wordt het antisemitisme het sterkst bevorderd door de Zionisten. De Zionisten zijn de daarmee grootste vijand van het Jodendom. Maar Zionisten zijn dan ook van oorsprong Europeanen. Hoe kan het ook anders. Dit verklaard meteen waarom de Europese extreemrechtse partijen zo houden van de zionist Netanyahu (nep naam), telg van de Poolse familie Mileikowsky......
DE GENOCIDE OP DE PALESTIJNEN GAAT GEWOON DOOR..... De antisemitische terreuraanslag op een Chanoeka viering op Bondi Beach in Sydney is groot drama waarbij 15 doden vielen en 44 gewonden. De zoveelste keer dat totaal onschuldige Joodse burgers het slachtoffer worden vanwege de toegenomen haat tegen Joden. Dit heeft een grote vlucht genomen na de massaslachtingen, verkrachtingen, martelingen op onschuldige Palestijnen door Israëli′s namens de staat Israël, terwijl Joodse burgers buiten Israël daar part noch deel aan hebben. Een zeer onrechtvaardige daad, welke gelukkig wereldwijd tot grote verontwaardiging heeft geleid. Die verontwaardiging geldt helaas niet voor misdaden tegen de Palestijnen door Israel. Sinds het wapenbestand van 10 oktober heeft Israël het bestand zo′n 800 keer geschonden, het bestand in Libanon al meer dan 2.000 keer. Israël is volstrekt onbetrouwbaar. Hulpgoederen worden nog altijd stelselmatig tegengehouden door Israël. Palestijnen leven in tenten in de modder, te weinig voedsel, te weinig medische voorzieningen, nauwelijks of geen sanitair. Wij zouden er onze beesten niet in laten leven. Sinds het bestand zijn ten minste 400 Palestijnen vermoord door Israëli′s en zo′n 1000 raakten gewond. De wereldwijde verontwaardiging kent dus haar hiërarchie en Palestijnen staan daarbij zeer laag op de ladder. De Westerse Wereld is hypocriet......
Denk niet dat Israël ophoudt met het vermoorden, onderdrukken en verdrijven van de rechtmatige bewoners van Palestina, de Palestijnen. De genocide op de Palestijnen en de diefstal van Palestijns grondgebied gaat onverminderd door en de moordzichtige Zionistische kolonisten worden geen strobreed in de weg gelegd door de Israëlische regering. Integendeel, ze worden gesteund door de terroristen van de IDF. Het Israëlische rechtssysteem is totaal verrot. Het is onderdeel van de genocide, die al sinds 1947/1948 (Nakba) gaande is, maar de internationale gemeenschap kijkt al 60 jaar weg en blijft de moordenaars steunen. Een grof schandaal. Verdiep u in de feiten en steun de Palestijnen !
https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8
De Israëlische krant Haaretz meldt dat sinds 7 oktober 2023 minstens 100.000 Palestijnen zijn omgekomen als gevolg van de genocide tegen de Palestijnen. Onder hen bevinden zich minstens 25.000 kinderen. Veel slachtoffers liggen nog steeds onder het puin en zijn nog niet geteld, waardoor de werkelijke aantallen aanzienlijk hoger zullen liggen. Dit resultaat is mede bereikt met de hulp van de VS en Europa, de "beschaafde" westerse wereld. Wat een ongelooflijk verdriet...
Het is een taak van een ieder, ongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht !
Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:
STEUN : https://rightsforum.org
Zoeken op productnaam
Maandaanbieding
Nieuwe aanwinsten
 |
 |
FRANCE - LORRAINE, DUCHY - FERRY IV LE LUTTEUR, 1312-1328 - Esterlin (sterling) n.d.
weight 1,02gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Crowned head facing within dotted circle, surrounded by the legend; ✠ DVS DЄ LOTORЄNGIЄ rev. Long cross pattée placed over dotted circle with three pellets in each angle, surrounded by the legend; SIG - NVM - CRV - CIS
Ferry IV (Frederick in english) was born on 15 april 1282 in Gondreville, the son and successor of Theobald II and Isabella of Rumigny. In 1304, Frederick IV married Elisabeth of Austria (1285–1352), daughter of Albert I of Austria the Emperor. When his father died in 1312, Ferry became Duke of Lorraine. On 28 September 1322, at the Battle of Mühldorf, both Ferry and Frederick de Handsome, King of Germany, were captured. This was an opportunity for Charles IV of France to strengthen the Lorrainer ties to France and he quickly procured the duke′s release on the promise that Lorraine would not interfere in imperial affairs. In 1324, he participated in an expedition in Aquitaine against Edward II of England′s estates, for Charles IV had built a fortress illegally on Edward′s territory and had sent his uncle, Count Charles III of Valois, against the English possessions after Hugh le Despenser and the Younger Despenser imprisoned Isabella of France, Charles IV′s sister and Edward′s queen. He took part in the War of Metz in 1325 and 1326. He joined Philip VI of France, on his succession in 1328, and fought and died at the Battle of Cassel. Because of the many battles in which he took part, Ferry IV was nicknamed ″the fighter″ (″Le Lutteur″).
This is an imitation of the English long-cross penny (sterling) from Edward I.
de Saulcy pl. IV, 15 ; Boudeau 1464 (Raoul) ; Flon p. 395, .n° 9 ; Mayhew 309 RR Struck with weaknesses. Very rare. vg/f |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - LORRAINE, DUCHY - FERRI III, 1251-1303 - Denier n.d., Saint-Dié
weight 0,41gr. ; silver Ø 15mm.
obv. Horseman galloping right, wearing an armor, raised sword in extended right hand, S below, within border of dots rev. Sword, flanked by S - S, surrounded by the legend; SAIN - DIEI
Ferri III was born in 1240, the only son and successor of Matthieu II and Catherine of Limburg. He was not yet thirteen years of age when his father died, so his mother assumed the regency for a few years. In 1255, he married Margaret, the daughter of King Theobald I of Navarre and Margaret of Bourbon. Ferri′s father-in-law was the Count of Champagne as well, and the marriage of Margaret with Ferri signified the Gallicization of Lorraine and the beginnings of tension between French and German influences which characterises its later history.
When Joan I of Navarre, Margaret′s niece, (the daughter of her brother, Henry I of Navarre), married Philip the Fair, the future king of France, in 1284, the ties to France grew. The long-held loyalty of the dukes of Lorraine to the Holy Roman Emperor had waned in the first half of the thirteenth century and French influence was pervasive, leading to its permanent attachment to France in 1766. During Ferri′s reign, he fought the bishops of Metz until Pope Clement IV excommunicated him and put his duchy under an interdict. In 1257, after the elections following the death of King William of Holland resulted in the contested election of both Richard, Earl of Cornwall and Alfonso X of Castile, Frederick of Lorraine sided with Alfonso, who through his mother Beatrix was the grandson of the Hohenstaufen Philip of Swabia. The rivalry between the two kings led to little actual combat and after Richard′s death the 1273 election of Rudolf of Habsburg and the subsequent withdrawal of Alfonso reestablished unity. Ferri III died on 31 December 1303.
Saint-Dié-des-Vosges, a city in northeastern France, originated in the 7th century around a monastery founded by Saint Deodatus (Saint Dié). Saint Deodatus, an Irish monk or bishop of Nevers, established a monastery in the 7th century, creating a religious community that later became a chapter of canons. Saint-Dié suffered from several major fires (1065, 1554) and was heavily destroyed during World War II, specifically in November 1944 when German forces dynamited the cathedral. It was subsequently rebuilt, with the cathedral rededicated in 1974.
Boudeau - ; Roberts 9278 R Minted with weaknesses, light traces of oxidation and small flan crack. Rare. f |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - LORRAINE, DUCHY - ANTOINE, 1508-1544 - ¼ Teston 1513, Nancy
weight 2,28gr. ; silver Ø 24mm.
obv. Crowned bust of Antoine facing left, within dotted border, surrounded by the legend; ✠ ANThON⁑ LOThOϤ⁑ЄT⁑BAϤ⁑DVX⁑ rev. Crowned coat of arms with Lorraine shield in center, flanked by double barred crosses, 1 5 1 3 in exergue
Antoine (1489-1544) is the son of René II and Philippa van Egmont of Guelders (she was the twin of Charles, Duke of Guelders) ; he succeeded his father in 1508. He had been raised at the Court of France with Louis XII and was knighted at the Battle of Agnadel in 1509. A friend of François I, he married Renée de Bourbon in 1515 and became famous at the Battle of Marignan. In 1517, the King of France was godfather to his eldest son François. Between Charles Quint who had just been elected emperor in 1521 and François I, Antoine always kept a strict neutrality. Several times, the Duke of Lorraine had to fight the troops of the German Calvinists. He favored the truce of Fère which was to last ten years (1538-1548) and died in 1544.
♦ attractive Renaissance portrait of Duke Antoine ♦
Boudeau 1516 ; Roberts 73 ; Flon p.593, no.62 ; F. de Saulcy pl. XV, 11-12 ; cf. MB.15 ; Numista 140093 R Attractive tone. Rare. vf |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - LORRAINE, DUCHY - ANTOINE, 1508-1544 - ½ Plaque (1 ½ gros) n.d., Nancy
weight 1,58gr. ; silver Ø 23mm.
obv. Crowned shield of Lorraine within border of dots, surrounded by the legend; ✠ ANTHON:D:G:CALABϤ:LOTHOϤ:ZB:D rev. Armored arm with sword in hand emerging from the clouds within dotted circle, surrounded by the legend; ✠ MONETAxNOVAxFACTAxNANCЄIO
Antoine (1489-1544) is the son of René II and Philippa van Egmont of Guelders (she was the twin of Charles, Duke of Guelders) ; he succeeded his father in 1508. He had been raised at the Court of France with Louis XII and was knighted at the Battle of Agnadel in 1509. A friend of François I, he married Renée de Bourbon in 1515 and became famous at the Battle of Marignan. In 1517, the King of France was godfather to his eldest son François. Between Charles Quint who had just been elected emperor in 1521 and François I, Antoine always kept a strict neutrality. Several times, the Duke of Lorraine had to fight the troops of the German Calvinists. He favored the truce of Fère which was to last ten years (1538-1548) and died in 1544.
Boudeau 1507 ; Robert 1409 ; Roberts 9491 ; F. de Saulcy pl. XIV, 13var. Struck with some minor weakness. Attractive tone. vf/xf |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - LORRAINE, DUCHY - RENÉ II of VANDEMONT-ANJOU, 1473-1508 - Double Gros or Plaque n.d., Nancy
weight 3,62gr. ; silver Ø 28mm.
obv. Crowned seven-fold arms of Lorraine-Bar within reeded circle, surrounded by the legend; RЄNATVS⁑D⁑G⁑REX⁑SI⁑IE⁑Z⁑LOThO′ Unabridged legend: Renatus Dei Gratia Rex Siciliae Ierusalem et Lotharingiae Dux Translation: René, by the grace of God King of Sicily, Jerusalem and Duke of Lorraine.
rev. Arm holding a sword, emerging from a cloud, within reeded circle, surrounded by the legend; ‡ FЄCIT⁑POTЄNCIAM⁑ IN⁑BRAChIO⁑SVO Unabridged legend: Fecit Potentiam In Brachio Suo Translation: He has made known the power of his arm. René II was born in Angers on 2 May 1451, the son of Yolande of Lorraine and Frederick, Count of Vaudémont. He spent his youth in the court of his grandfather René I of Anjou between Angers and Provence. René succeeded his father in Vaudémont in 1470 and, three years later, his uncle as captain of Angers, seneschal and governor of Anjou and count of Harcourt, which he exchanged for the county of Aumale in 1495. In 1473 he also became Duke of Lorraine, which was at the time under the pressure of both Louis XI of France and Charles the Bold of Burgundy, with whom he initially allied. When the latter began to establish garrisons in Lorraine, however, René secretly allied with Louis (1474). In 1475 Charles de Bold of Burgundy invaded the duchy and René was forced to quit Nancy (30 November 1475). He regained the city on 5 October the following year and moved to Switzerland to hire an army of Swiss mercenaries. With this force René defeated and killed Charles at the Battle of Nancy (5 January 1477), ending the Burgundian Wars. In 1476, upon the death of his grandmother, he became sole Count of Harcourt and Baron of Elbeuf.
The alliance with Louis would not last, as Louis moved to acquire René′s lands. In June 1478, as compensation for the royal seizure of Anjou and Provence, Louis XI reaffirmed his rights to the formerly Burgundian possessions of the Duchy of Luxembourg and the County of Burgundy, and then transferred those rights to René and all of his descendants. The transfer of the County of Burgundy to France in 1482 with the Treaty of Arras made realization of these rights possible, but the County was returned to the Habsburgs in 1493 with the Treaty of Senlis and René would not exercise control over the County again. Likewise, any authority over Luxembourg was merely theoretical outside of the seizure of Virton, as the Duchy remained in possession of the Habsburgs throughout René′s lifetime.
In 1480 René succeeded his grandfather as Duke of Bar while his mother was still living. In 1482 he conquered the prévôté of Virton, a part of the Duchy of Luxembourg, and annexed it to Bar. René married Philippa of Guelders, daughter of Adolf, Duke of Guelders, in Orléans on 1 September 1485. In 1484 Peter II, Duke of Bourbon, regent for the young King Charles VIII of France, formally installed him in the Duchy of Bar. When his mother Yolande died in 1483, he succeeded her in her claims to the kingdoms of Naples and Jerusalem. In 1482, René traveled to Italy and defeated the Duke of Ferrara in the Battle of Adria as an ally of the Republic of Venice. In 1485 René took part in the first phase of the so-called "Mad War", but prudentially retired after a while. In 1488 the Neapolitans offered him the crown of the Kingdom of Naples, and René set an expedition to gain possession of the realm; he was however halted by the new French king, Charles VIII, who intended to claim the realm himself. In 1495, to settle a dispute with his second cousin, Jean IV de Rieux, over their grandmothers′ inheritance, he ceded to Jean the county of Harcourt and its appurtenances, retaining only Elbeuf and Brionne, and receiving the county of Aumale. He succeeded as Count of Guise in 1504. René fell ill during a hunt in Fains, and died on 10 December 1508, aged 57.
Boudeau 1499 ; Flon p.566, no.36 ; de Saulcy pl.XIII, 8 ; Roberts 9485 ; MB.2 struck with some minor weaknesses vf |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - LORRAINE, DUCHY - RENÉ I of ANJOU, 1431-1453 - ½ Gros n.d., St. Mihiel
weight 1,60gr. ; silver Ø 23mm.
obv. A field quartered with the arms of Anjou and Bar, with a shield of Lorraine superimposed on the whole, surrounded by the legend; ✠RЄNATI⋆DVX⋆BARRЄN⋆Z⋆LOh′⋆M′⋆ rev. Sword in pale cutting the legend and flanked by a bar accompanied by two small crosses and an alerion (eagle), surrounded by the legend; MONЄTA⋆FACT - A⋆IN⋆S⋆MIChAL′
♦ This ½ gros was minted for the Duchy of Bar ♦
René of Anjou was born in Angers on 16 January 1409, to Louis II of Anjou and Yolande of Aragon. He was better known as ″Good King René″ was also Count of Provence (1434-1480), Duke of Bar (1419-1480). By his marriage in 1431 to Isabelle de Lorraine, the daughter of Duke Charles, he became Duke of Lorraine. He was also king of Naples (1438-1442), titular king of Sicily and nominal of Jerusalem (1434-1480). In Lorraine, he met the opposition of Antoine de Vaudemont until 1437. On the death of Isabella in 1453, he entrusted the administration of the duchy to Jean de Calabria.
He was heavily involved in French, Italian, and English politics, being the brother-in-law of King Charles VII of France and father to Margaret of Anjou, who became Queen of England. His reign was marked by conflict over his many titles. He was captured at the Battle of Bulgnéville (1431) while defending his right to the Duchy of Lorraine. His attempt to rule Naples (1435–1442) failed, losing to Alfonso V of Aragon. Renowned as a patron of arts, he supported poets, painters (such as Nicolas Froment), and musicians. He was a talented author, writing works like Le Livre du Cœur d′Amour épris (The Book of the Love-Smitten Heart).
After retreating to his county of Provence, he earned the reputation of le bon roi René due to his fair governance, promotion of local agriculture, and accessibility to his subjects. He died in Aix-en-Provence on 10 July 1480. Due to the lack of direct male heirs, his Angevin territories were integrated into the French crown.
Boudeau 1492 ; Flon p.488, no.11-12 ; de Saulcy p.90, pl.IX, 2/3 ; Numista 41907 R struck with some minor weaknesses vf |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - UTRECHT - X Stuiver 1795, Utrecht
gewicht 5,33gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Gideon Jan Langerak du Marchie Sarvaas muntteken: stadwapen van Utrecht
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen, daarboven 17 - 95, geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, punt onder T, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; Schulman 102 ; LSch.104 ; HNPM.97 ; CNM.2.43.125 S Minieme zwaktes van de slag, doch nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met veel stempelglans. Schaars. unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - UTRECHT - Gulden 1798, Utrecht
gewicht 10,53gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester: Gideon Jan Langerak du Marchie Sarvaas muntteken: stadwapen van Utrecht
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1798, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
Van dit jaartal werden slechts 16.300 stuks aangemunt. Het ontbreken van stempelvarianten doet vermoeden dat de productie met 1 paar muntstempels heeft plaatsgevonden. Zeer zeldzaam.
Gideon Jan Langerak du Marchie Sarvaas (ook wel Servaas) werd in 1761 geboren te Alphen aan den Rijn (gedoopt op 12 april) als zoon van Abraham Sarvaas en Adriana Geertruida du Marchie. Gideon Jan Langerack du Marchie Servaas werd in 1791 drossaard, schout en dijkgraaf van de stad Leerdam, alsmede houder van de leenkamer aldaar. In 1795 werd hij afgezet en voor dertien maanden gevangen gezet in de gevangenpoort te Leerdam, omdat hij op een reis naar Gorinchem een andere route had genomen dan in zijn paspoort stond vermeld. Op voordacht van muntmeester Van Naamen volgde Langerack du Marchie Servaas hem op in 1796 en bleef die functie tot zijn dood bekleden aan de opeenvolgende munthuizen in Utrecht. Hij overleed te Utrecht 3 mei 1814.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; Schulman 97 ; van der Wiel 57 (JMP.1960) ; LSch.99 ; CNM.2.43.121 RR minieme zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - UTRECHT - Driegulden 1795, Utrecht
gewicht 31,57gr. ; zilver Ø 40mm. type I muntmeester: Gideon Jan Langerak du Marchie Sarvaas muntteken: stadwapen van Utrecht
vz. De Nederlandse Maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijk versierd altaar, daaronder 1795, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadswapen kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - GL, punt onder L, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI:
stempeleigenschappen: linkerhand van de Nederlandse maagd rust op haar heup, opschriften met grote letters en roosje op altaar binnen een cirkel.
Delmonte 982 ; Verkade 111.1 ; Schulman 87b ; HNPM.95 ; CNM.2.43.117 ; van der Wiel 23 (type5) ; Davenport 1852 minieme zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met goede details pr+ à pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - UTRECHT - Zilveren dukaat 1803, Utrecht
gewicht 28,36gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Gideon Jan Langerak du Marchie Sarvaas muntteken stadwapen van Utrecht stempelkenmerken; ridder met lang zwaard.
vz. Gehelmde en geharnaste Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand terwijl hij in zijn linkerhand, aan een dubbel gelust lint, het Utrechtse provinciewapen voor zijn voeten plaatst, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:PRO:CONFOE:BELG:TRAI. kz. Het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek, geflankeerd door 18 - 03, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT. en stadswapen Utrecht
Ietwat zwak geslagen in het centrum en minieme contactspoortjes, doch vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar met de volle stempelglans en een zeer attractief patina. Zeer zeldzaam in deze uitzonderlijk hoge kwaliteit.
Slightly weakly struck in the center and with minimal contact marks, this is a virtually uncirculated, beautiful specimen with full die luster and a very attractive tone. Very rare in this exceptionally high quality.
cf. Künker Auktion 393, Lot 3064 (in pr/unc: € 2.750 incl. commission)
Delmonte 982 ; Verkade 106.1 ; Schulman 72a ; HNPM.94 ; LSch.74 ; CNM.2.43.92 ; van der Wiel 83 ; Davenport 1845 unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - UTRECHT - Zilveren dukaat 1803, Utrecht
gewicht 27,47gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Gideon Jan Langerak du Marchie Sarvaas muntteken stadwapen van Utrecht
vz. Gehelmde en geharnaste Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand terwijl hij in zijn linkerhand, aan een dubbel gelust lint, het Utrechtse provinciewapen voor zijn voeten plaatst, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:PRO:CONFOE:BELG:TRAI. kz. Het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek, geflankeerd door 18 - 03, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT. en stadswapen Utrecht
stempelkenmerken; ridder met lang zwaard, de 8 in het jaartal is iets hoger geplaatst dan de andere cijfers.
vgl. Künker Auktion 393, Lot 3064 (in pr/unc: € 2.750 incl. opgeld)
Delmonte 982 ; Verkade 106.1 ; Schulman 72a ; LSch.74 ; HNPM.94 ; CNM.2.43.92 ; van der Wiel 83 ; Davenport 1845 Ietwat zwakke slag en miniem gietgal. Nog veel stempelglans. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1795, Middelburg
gewicht 28,08gr. ; zilver Ø 40,5mm. muntteken burcht muntmeester Petronella Slob & Johan Lodewijk Molter
vz. Gehelmde en geharnaste Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand terwijl hij in zijn linkerhand, aan een dubbel gelust lint, het Zeeuwse provinciewapen voor zijn voeten plaatst, omringd door de tekst; ♖MON:NOV:ARG:PRO:CONFOED: BELG:COM:ZEL˙ kz. Het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek, daarboven twee sterren, geflankeerd door 17 - 95, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT˙
stempeleigenschappen: jaartal in het midden van het veld gepositioneerd, ronde lus bij leeuw in het generaliteitswapen, dubbele punt na MON, met punt na CRESCUNT.
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; Schulman 61b. var. ; LSch.63b ; HNPM.96 ; CNM.2.49.50 ; Davenport 1848 kleine zwaktes van de slag, doch exemplaar met nog enige stempelglans zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - GELDERLAND - Gulden 1796/5, Harderwijk
gewicht 10,42gr. ; zilver Ø 30,5mm. muntmeester Marten Hendrik Lohse muntmeesterteken korenaar
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1796, omringd door de tekst; korenaar HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - GL, punt onder L, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOE:BELG:GEL:&:Z:
Van dit jaartal werden slechts 42.200 stuks aangemunt. Bij dit exemplaar is het jaartal gewijzigd uit 1795.
♦ Uiterst zeldzaam ♦
Delmonte – (vgl.1178) ; Verkade 14.2 ; de Voogt 591var. ; Schulman 90a ; Beuth -- ; HNPM.126 ; CNM.2.17.155 ; LSch.92a (R3) ; Pannekeet 126 RRR zwaktes van de slag fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - BELEG DOOR DE GRAAF VAN RENNENBERG, 3 augustus-19 november 1578 - Noodmunt van ½ stuiver 1578 (emissie 30 oktober 1578)
gewicht 1,65gr. ; koper Ø 21,5mm.
vz. Gekroonde arend van Deventer binnen een omlijnde parelcirkel, daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd door de tekst; •VRGEN•NECESS• - DAVEN•30•OC•78 kz. ½ • S binnen een omlijnde parelcirkel, binnen een krans.
Op de keerzijde is een klop ″arend van Deventer″ aangebracht.
Daar na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 geen zilver niet meer beschikbaar was en er toch een behoefte bestond aan muntgeld binnen de belegerde stad, werd oktober 1578 besloten over te gaan tot aanmunting van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. hiermee belast. Deze koperstukken dienden mede om het garnizoen te betalen. De belofte werd gedaan dat deze stukken na het beleg tegen goed geld ingewisseld konden worden bij het stadsbestuur. Op deze koperstukken zien we de emissiedatum van 30 oktober. Volgens de numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperstukken op twee momenten geslagen, namelijk op 29 oktober en 12 november 1578, in beide gevallen voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit heeft geresulteerd in de productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over de verschillende denominaties.
Na het beleg zijn veel van deze stukken inderdaad weer ingeleverd. Een deel van die ontwaarde stukken zijn later blijkbaar als ″gedenkstukken″ in de collecties van verzamelaars beland, mogelijk als relatiegeschenken van de stad Deventer. Later, in 1834, trof men in het stadhuis nog een groot aantal (12.845 stuks) van de resterende koperen noodmunten aan, die zich thans in de collectie bevinden van stadsmuseum De Waag. Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop ″arend van Deventer″ werd aangebracht na het beleg op de ingewisselde stukken. De klop werd aangebracht in opdracht van het stadsbestuur en diende als blijk van ontwaarding van de stukken. Een klein gedeelte van de stukken is niet ingeleverd en dragen dus geen klop. Die stukken zijn zeldzaam.
De gewichten van deze koperstukken van 1 stuiver lopen sterk uiteen, vanaf circa 1,00 tot wel 2,20 gram.
van Gelder 146 ; van Loon I, 261, 4; Mailliet 37, 11 ; HNPM.65 ; Fortuyn Drooglever 77 ; Purmer & van der Wiel 1 ; CNM.2.12.91 ; Berghuijs II.4 Met de gebruikelijke kleine zwaktes van de slag en productie gerelateerde onregelmatigheden, doch feitelijk vrijwel als geslagen. pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - BELEG DOOR DE GRAAF VAN RENNENBERG, 3 augustus-19 november 1578 - Noodmunt van 1 stuiver 1578 (emissie 30 oktober 1578)
gewicht 3,39gr. ; koper Ø 25mm.
vz. Gekroonde arend van Deventer binnen een omlijnde gekartelde cirkel, daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd door de tekst; •VRGENxNECESSx - DAVENx30:OC•78 kz. x I x S x binnen een omlijnde gekartelde cirkel, binnen een krans.
Op de keerzijde is een klop ″arend van Deventer″ aangebracht.
Daar na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 geen zilver niet meer beschikbaar was en er toch een behoefte bestond aan muntgeld binnen de belegerde stad, werd oktober 1578 besloten over te gaan tot aanmunting van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. hiermee belast. Deze koperstukken dienden mede om het garnizoen te betalen. De belofte werd gedaan dat deze stukken na het beleg tegen goed geld ingewisseld konden worden bij het stadsbestuur. Op deze koperstukken zien we de emissiedatum van 30 oktober. Volgens de numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperstukken op twee momenten geslagen, namelijk op 29 oktober en 12 november 1578, in beide gevallen voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit heeft geresulteerd in de productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over de verschillende denominaties.
Na het beleg zijn veel van deze stukken inderdaad weer ingeleverd. Een deel van die ontwaarde stukken zijn later blijkbaar als ″gedenkstukken″ in de collecties van verzamelaars beland, mogelijk als relatiegeschenken van de stad Deventer. Later, in 1834, trof men in het stadhuis nog een groot aantal (12.845 stuks) van de resterende koperen noodmunten aan, die zich thans in de collectie bevinden van stadsmuseum De Waag. Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop ″arend van Deventer″ werd aangebracht na het beleg op de ingewisselde stukken. De klop werd aangebracht in opdracht van het stadsbestuur en diende als blijk van ontwaarding van de stukken. Een klein gedeelte van de stukken is niet ingeleverd en dragen dus geen klop. Die stukken zijn zeldzaam.
De gewichten van deze koperstukken van 1 stuiver lopen sterk uiteen, vanaf circa 1,70 tot wel 3,50 gram.
van Gelder 145 ; van Loon I, 261, 3; Mailliet 37, 10 ; HNPM.64 ; Fortuyn Drooglever 76 ; Purmer & van der Wiel 2 ; CNM.2.12.90 ; Berghuijs II.3 Met de gebruikelijke kleine zwaktes van de slag en productie gerelateerde onregelmatigheden, doch feitelijk vrijwel als geslagen. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - BELEG DOOR DE GRAAF VAN RENNENBERG, 3 augustus-19 november 1578 - Noodmunt van 2 stuivers 1578 (emissie 30 oktober 1578)
gewicht 2,74gr. ; koper Ø 28mm.
vz. Gekroonde arend van Deventer binnen een gladde- en parelcirkel, daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd door de tekst; VRGENxNECESS - DAVENx30xOCx78 kz. x I I x S x binnen een omlijnde parelcirkel, binnen een krans.
Op de keerzijde is een klop ″arend van Deventer″ aangebracht.
Daar na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 geen zilver niet meer beschikbaar was en er toch een behoefte bestond aan muntgeld binnen de belegerde stad, werd oktober 1578 besloten over te gaan tot aanmunting van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. hiermee belast. Deze koperstukken dienden mede om het garnizoen te betalen. De belofte werd gedaan dat deze stukken na het beleg tegen goed geld ingewisseld konden worden bij het stadsbestuur. Op deze koperstukken zien we de emissiedatum van 30 oktober. Volgens de numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperstukken op twee momenten geslagen, namelijk op 29 oktober en 12 november 1578, in beide gevallen voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit heeft geresulteerd in de productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over de verschillende denominaties.
Na het beleg zijn veel van deze stukken inderdaad weer ingeleverd. Een deel van die ontwaarde stukken zijn later blijkbaar als ″gedenkstukken″ in de collecties van verzamelaars beland, mogelijk als relatiegeschenken van de stad Deventer. Later, in 1834, trof men in het stadhuis nog een groot aantal (12.845 stuks) van de resterende koperen noodmunten aan, die zich thans in de collectie bevinden van stadsmuseum De Waag. Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop ″arend van Deventer″ werd aangebracht na het beleg op de ingewisselde stukken. De klop werd aangebracht in opdracht van het stadsbestuur en diende als blijk van ontwaarding van de stukken. Een klein gedeelte van de stukken is niet ingeleverd en dragen dus geen klop. Die stukken zijn zeldzaam.
De gewichten van deze koperstukken van 2 stuiver lopen sterk uiteen, vanaf circa 2,30 tot wel 4 gram.
van Gelder 144 ; van Loon I, 261, 2; Mailliet 37, 9 ; HNPM.63 ; Fortuyn Drooglever 75 ; Purmer & van der Wiel 3 ; CNM.2.12.89 ; Berghuijs II, 2 Met de gebruikelijke kleine zwaktes van de slag, doch feitelijk vrijwel als geslagen. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - BELEG DOOR DE GRAAF VAN RENNENBERG, 3 augustus-19 november 1578 - Noodmunt van 4 stuivers 1578 (emissie 30 oktober 1578)
gewicht 5,93gr. ; koper Ø 33,5mm.
vz. Gekroonde arend van Deventer binnen een omlijnde parelcirkel, daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd door de tekst; VRGENxNECESS - DAVEN⁑30⁑OCx78⁑ kz. x I I I I x S x binnen een omlijnde parelcirkel, binnen een krans.
Op de keerzijde is een klop ″arend van Deventer″ aangebracht.
Daar na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 geen zilver niet meer beschikbaar was en er toch een behoefte bestond aan muntgeld binnen de belegerde stad, werd oktober 1578 besloten over te gaan tot aanmunting van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. hiermee belast. Deze koperstukken dienden mede om het garnizoen te betalen. De belofte werd gedaan dat deze stukken na het beleg tegen goed geld ingewisseld konden worden bij het stadsbestuur. Op deze koperstukken zien we de emissiedatum van 30 oktober. Volgens de numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperstukken op twee momenten geslagen, namelijk op 29 oktober en 12 november 1578, in beide gevallen voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit heeft geresulteerd in de productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over de verschillende denominaties.
Na het beleg zijn veel van deze stukken inderdaad weer ingeleverd. Een deel van die ontwaarde stukken zijn later blijkbaar als ″gedenkstukken″ in de collecties van verzamelaars beland, mogelijk als relatiegeschenken van de stad Deventer. Later, in 1834, trof men in het stadhuis nog een groot aantal (12.845 stuks) van de resterende koperen noodmunten aan, die zich thans in de collectie bevinden van stadsmuseum De Waag. Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop ″arend van Deventer″ werd aangebracht na het beleg op de ingewisselde stukken. De klop werd aangebracht in opdracht van het stadsbestuur en diende als blijk van ontwaarding van de stukken. Een klein gedeelte van de stukken is niet ingeleverd en dragen dus geen klop. Die stukken zijn zeldzaam.
De gewichten van deze koperstukken van 4 stuiver lopen sterk uiteen, vanaf circa 3,50 tot wel 6 gram.
van Gelder 143 ; van Loon I, 261, 1; Mailliet 37, 8 ; HNPM.62 ; Fortuyn Drooglever 74 ; Purmer & van der Wiel 4 ; CNM.2.12.88 ; Berghuijs II, 1 Met de gebruikelijke kleine zwaktes van de slag, doch feitelijk vrijwel als geslagen. pr |
|
|  |
 |
 |
CALIGULA, 37-41 - AE Sestertius, Rome (39-40 AD)
weight 25,74gr. ; Ø 33mm.
obv. Veiled and draped figure of Pietas, seated left, holding patera and resting arm on small facing figure, surrounded by the legend; C CAESAR DIVI AVG P M TR P IIII PP, PIETAS in exergue rev. Hexastyle garlanded temple surmounted by quadriga, before which veiled and togate Caligula sacrifices with patera over garlanded altar; one attendant leads bull to the altar, a second holds patera; DIVO AVG and S-C across fields.
This sestertius minted at Rome in 39/40 AD depicts on the obverse the personification of pietas, while the reverse depicts an elaborated sacrificial scene. On the obverse, Pietas is depicted seated, veiled and draped, holding a patera, with an arm resting on a small draped figure standing and facing. The inscription refers to Caligula as Caius Caesar Augustus Germanicus, pontifex maximus, holder of the tribunicia potestas, and mentions Pietas by name. On the obverse, the emperor, Gaius Caligula, standing left, veiled and togate, sacrifices over a garlanded altar with a patera in his hand; the victimarius, or the priest in charge of slaughtering the animal victim, is holding a bull for the sacrifice and an attendant is holding a patera. In the background, one sees the garlanded hexastyle temple of Divus Augustus with acroteria and statues of Romulus and Aeneas on top of it. The temple′s pediment is decorated with a sacrificial scene. The inscription recalls the dedication of the temple to the deified Augustus by the Senate.
Pietas, whose Greek equivalent was Eusebeia, was one of the chief virtues among the Romans. It was the virtue par excellence of Aeneas. According to Carlos Noreña, Pietas, together with Aequitas, Virtus, Liberalitas, and Providentia, was one of the five core virtues displayed on Roman imperial coinage. Indeed, Pietas was in fact the virtue that was most frequently displayed. Pietas consisted in ″fulfilling one′s responsibilities toward anyone or anything with whom one was bound in any way. The fulfillment of these responsibilities could be motivated by duties or obligations, in which case pietas was often connected with the notions of officium, fides, or religio, or by the deeper sentiments of love and affection″ (Noreña, Imperial Ideals in the Roman West, p. 71). Hence this virtue emphasized exemplary relations within the family, between men and gods, and between the Romans and their fatherland. The sacred nature of pietas was embodied by the divine personification Pietas, a goddess often represented on Roman coins from the Middle Republic onwards. Pietas is first represented on denarii issued by Marcus Herennius in 108 or 107 BC. Pietas was depicted as a woman conducting a sacrifice on an altar.
The Temple of Divus Augustus, erected to commemorate the deified Augustus, was built between the Palatine and the Capitoline Hills, behind the Basilica Iulia, on the site of the house that Augustus had inhabited before he started his public life. Although the temple is often depicted on coins as having an Ionic hexastyle design, its size, physical proportions and exact location are unknown. The decision to dedicate a temple to Augustus was taken by the Roman Senate shortly after the death of Augustus in 14 AD. However, it was not until 37 AD that the temple was finally completed, whereupon it was dedicated over the last two days of August that year - the month renamed in honour of Augustus. Caligula, as Pontifex Maximus, led the sacrificial ceremonies. According to Cassius Dio (59.7.4), the commemorative events ordered by Caligula were exceptionally extravagant: a two-day horse race took place along with the slaughter of 400 bears and ″an equal number of wild beasts from Libya″, and Caligula postponed all lawsuits and suspended all mourning ″in order that no one should have an excuse for failing to attend″. The emperor′s purpose in linking himself to Augustus is obvious: he wished to emphasize his legitimacy as a descendant of Augustus, as well as his personal pietas. As the message is conveyed in Latin, and as this emission was minted in Rome for the West, it was probably directed at the Italic and at the Western provincial elites. The last known reference to the temple was on 27 May AD 218; at some point thereafter it was completely destroyed and its stones were presumably quarried for later buildings; the site has never been excavated and its original appearance must be reconstructed only from its depictions on the Roman coinage of which the present type is the most significant.
Cohen 11 ; RIC 51 ; BMC 69 ; Sear 1802 R Minor traces of oxidation. Rare. vf |
|
|  |
 |
 |
ITALY - PRINCIPIALITY OF THE LOMBARDS - THE DUCHY OF BENEVENTUM - RIMOALD III AS DUX, WITH CHARLEMAGNE, 788-792 - AV Tremissis, Benevento
weight 1,28gr. ; gold Ø 17mm.
obv. Crowned, draped and bearded bust facing, holding globus cruciger, surrounded by the legend; GRIM - VALD rev. Cross potent set on base, G - R across fields, VIC ▸ in exergue, surrounded by the legend; DOMS - ✤ - CAR•RX
Unabridged legend: Dominus Carlus Rex Grimvaldus Victoria Translation: Lord Charlemagne King, Grimoald, Victory.
The Duchy of Benevento was created in southern Italy in the late 6th when Italy was conquered by the Lombards. Benevento was elevated to a principality after Charlemagne′s conquest of the Lombard kingdom and it managed thereafter for the most of the time to maintain its independence from the Franks. It was however in 840 partitioned into three parts (Benevento, Capua and Salerno). All these so called Lombard principalities were conquered by the Normans in the 11tth and then merged into the kingdom of Sicily, which was created in 1130. A small fraction of the the principality of Benevento (the city itself) became however a part of the Papal States and remained, apart from 1806-1815 when Napoleon′s minister Talleyrand was its prince, under Papal rule until the unification of Italy in 1860.
Grimoald III (often Latinized as Grimaldus) was born ca. 760, second son of Duke Arechis II of Benevento and Adelperga. In 787, after his father′s rebellion against Charlemagne failed, Grimoald and his elder brother Romoald were taken as hostages to the Frankish court.
• The Vassalage Agreement: Upon the death of his father in 788, Charlemagne allowed Grimoald to return to Italy to rule as Duke of Benevento on the condition that he acknowledge Frankish suzerainty. Grimoald was required to mint coins in Charlemagne′s name and have his Lombards shave their beards in the Frankish fashion.
• The Rebellion: Grimoald eventually asserted his independence, leading to a series of wars between 791 and 806. Despite multiple invasions by Charlemagne′s sons (Pippin and Charles the Younger), Grimoald successfully defended his territory, ensuring Benevento remained the last independent Lombard stronghold in Italy.
♦ magnificent gold coin struck in name of Charlemagne ♦
CNI XVIII, p. 155, 8 ; Grierson/Blackburn (MEC I) 1098 ; BMC Vandals p.171, 7 ; Sambon 422 ; Oddy no.SG.444 ; Biaggi 316 (R2) ; Arslan 94 ; Ratto 2396 ; Numista 145273 RR Struck with some minor weaknesses, otherwise very attractive and lustrous specimen with sharp details. Very rare. xf |
|
|  |
 |
 |
SPAANSE NEDERLANDEN - BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - AE Rekenpenning (jeton) 1665, Antwerpen
gewicht 7,26gr. ; koper Ø 32mm. muntteken hand
vz. Geharnast borstbeeld van koning Philips IV van Spanje naar rechts binnen een parelcirkel, daarboven 16 hand 41, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• (voluit: Philippus IIII dei gratia Hispaniarum et Indiarum Rex, vertaald; Philips, door Gods genade, koning van Spanje en Indië) kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië-Portugal omhangen met de keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •GECTZ•POVR•LE•BVREAV•DES•FINAN• (voluit: Gectoir pour le bureau des finances, vertaald; rekenpenning van het bureau van financiën)
Geslagen voor het Bureau van Financiën te Brussel. Het Bureau van Financiën (vaak Bureau des Finances genoemd) van de Spaanse Nederlanden in de 17e eeuw was een centraal administratief orgaan gevestigd in het politieke centrum Brussel. Het was belast met het beheer van de domeinen en de daaruit voortvloeiende domeinopbrengsten, tolheffingen, innen van belastingen en de algemene financiële middelen van de Habsburgse soeverein in de Zuidelijke Nederlanden. Dit bureau functioneerde gedurende de Habsburgse periode (1482-1795) onder de algemene leiding van de Raad van Financiën en speelde een cruciale rol in het financieren van de centrale regering en de oorlogsinspanningen van Spanje in de regio. De administratie maakte gebruik van rekenpenningen (jetons) om de boekhouding en administratieve processen te vergemakkelijken. Deze werden niet alleen in Brussel geslagen maar ook in diverse andere steden in de Spaanse Nederlanden. Uit de 17e eeuw (en eind 16e eeuw) zijn veel rekenpenningen bekend met de vermelding "GECT[EUR] DV BVR[EAU] DES FINANCES" of "Bureau des Finances", vaak geslagen in opdracht van de lokale autoriteiten in Brussel of Antwerpen.
Dugnoille 4215 ; van Orden I.1299 ; Mitchiner - zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Florijn van 28 stuiver 1666/5, Leeuwarden
gewicht 16,08gr. ; zilver Ø 38mm. muntmeester Daniël Valckenier muntteken : klimmende Friese leeuw naar links
vz. Borstbeeld van een Friese edelman naar rechts, een bonten baret als hoofdeksel en gekleed in een bontmantel, in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, geflankeerd door de waarde aanduiding 28 – ST, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; NISI x DOMINVS x NOBISCVM x 1666 en klimmende Friese leeuw naar links kz. Gekroond provinciewapen met daaronder, links en rechts bladornamenten, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FLORENVS x ARGENT x ORDI x FRISIÆ x
De zilveren florijn van 28 stuiver werd in 1601 ingevoerd door de Staten van Friesland. Dit grote zilverstuk was de zilveren versie van de aloude gouden florijn of goudgulden. Dit initiatief was niet in lijn met het streven van de Staten-Generaal, om tot een zo uniform mogelijk muntstelsel te komen binnen de Republiek. Zakelijke belangen (winst maken) speelden dan ook een belangrijke rol bij de introductie van dit munttype. Friesland had de beeldenaar met de edelman met klapmuts van 1583 al spoedig beschouwd als kenmerkend voor de eigen provinciale munten. Vanuit deze gedachtengang gebruikte de provincie deze beeldenaar voor de voorzijde van de nieuwe munten. Het voorbeeld van Friesland werd in de loop van de 17e eeuw gevolgd door de provincies Overijssel en Groningen en Ommelanden, het gewest West-Friesland en de steden Groningen, Deventer, Kampen, Zwolle, Nijmegen en Zutphen.
Het jaartal 1666 is gewijzigd uit 1665. Deze jaartalwijziging is tot op heden ongepubliceerd. Hoogst zeldzaam.
Op de keerzijde is in 1693 een klop ″UTR″ aangebracht door de Staten van Utrecht, teneinde toekomstige florijnen uit de circulatie te weren. Dat deze klop is aangebracht op de keerzijde is tegen de standaard praktijk in, want de kloppen werden in de regel aangebracht op de voorzijde. Van de 46 exemplaren die de Bruijn van het jaartal 1666 signaleerde, was maar 1 exemplaar voorzien van de klop ″UTR″. Ook in dat kader is deze munt uiterst zeldzaam.
Delmonte- (vgl.1100) ; Verkade 127.1 ; de Bruijn- (vgl.3) ; HNPM.- (vgl.60) ; CNM.- (vgl.2.16.77) ; Jasek - (vgl. 68B) RRRR zwaktes van de slag en slagbarstje fr/zfr à fr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Dubbele gouden dukaat 1612, Leeuwarden
gewicht 6,92gr. ; goud 986/1000 ; Ø 26mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken: klimmende leeuw naar links
vz. Gehelmde en geharnaste ridder staande naar rechts met geschouderd zwaard in zijn rechterhand en pijlenbundel in de linker, in veld 16 - 1Z, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES - •P - AR•CRES•FRI en klimmende leeuw naar links kz. Met krulornamenten versierd vierkant met daarbinnen de tekst; MO•ORDI / PROVIN / FOE•DER / BELG•AD / LEG IMP
We hebben hier te maken met een bijzonder muntstuk; de eerste Nederlandse dubbele gouden dukaat. De Nederlandse dubbele gouden dukaat was immers in 1612 nog geen standaard onderdeel van de Generaliteitsmunten zoals die in 1606 waren ingevoerd. Dat zou het pas worden na de invoering van dit munttype door Holland en Zeeland in 1645. Friesland liep dus uit de pas met deze aanmunting. Pas in 1660 en 1661 zou Friesland wederom Nederlandse dubbele dukaten aanmunten. Mogelijk was de aanmunting van 1612 niet in goede aarde gevallen bij de Staten-Generaal. Het kan ook zijn dat dit afwijkende munttype niet aansloeg bij de handel. Men was er immers niet vertrouwd mee. Gezien de grote zeldzaamheid zal de productie van 1612 klein geweest zijn. Delmonte kende slechts 2 exemplaren (collectie K.P.K. te ′s Gravenhage en museum de Hermitage in St. Petersburg). Uiterst zeldzaam.
We are dealing with a very special coin here; the first double gold ducat of the Dutch type. The Dutch double gold ducat was in 1612 not a standard component of the Generality coinage, as introduced in 1606. It would only become so after the introduction of the double Dutch ducat by Holland and Zeeland in 1645. Friesland was therefore out of step with this mintage. Only in 1660 and 1661 would Friesland mint Dutch double ducats again. The 1612 mintage may not have been well received by the States General. It is also possible that this unusual coinage did not catch on with the trade. After all, people were unfamiliar with it. Given its great rarity, the 1612 production must have been small. Delmonte knew of only two examples (the KPK collection in The Hague and the Hermitage Museum in St. Petersburg). Extremely rare.
Delmonte 1004 ; Verkade - ; HNPM.09 ; CNM.2.16.13 ; Jasek 12A ; Friedberg 222 RRR kleine zwaktes van de slag doch attractief exemplaar met goede details zfr/zfr+ |
|
|  |
|
|