Home
Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ‘Bestellen’ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.
Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.
Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.
Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.
Gijs Henzen
Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:
Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme. Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......
https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8
Het is een taak van een ieder, ongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!
Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:
STEUN : https://rightsforum.org
Zoeken op productnaam
Maandaanbieding
Nieuwe aanwinsten
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SPANISH NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS V, 1700-1712 - Dukaton 1703, Antwerpen
gewicht 32,57gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester: Jean Baptiste Sneyers sr. muntteken: hand met kabelrand stempeleigenschappen: voorzijde geslagen in laag reliëf
vz. Geharnast en gedrapeerd borstbeeld van koning Philips V met lange pruik naar rechts, omhangen met de keten van de Orde van het Gulden Vlies, daaronder hand, omringd door de tekst; PHILIPPUS V•D•G•HISPANIARUM ET INDIARUM REX kz. Gekroond wapenschild van koning Filips V van Spanje, ondersteund door twee leeuwen, daaronder de keten van de Orde van de Heilige Geest en de Orde van het Gulden Vlies, erboven naast de kruis van de kroon het opgesplitste jaarta 17 - 03, omringd door de tekst; • BURGUND - • DUX • - BRABAN•Zc
De dood van koning Karel II, de laatste Spaanse Habsburger, leidde een periode in van Europese crisis. Zowel koning Lodewijk XIV van Frankrijk als keizer Leopold I konden voor hun nakomelingen aanspraak maken op de Spaanse troon. Om het politieke evenwicht in Europa niet te verdedigen, hadden ze meermalen onderhandeld om het reusachtige Spaanse rijk dat naast Spanje en zijn kolonies ook de Zuidelijke Nederlanden en grote delen van Italië omvatte, te verdelen. Karel II en zijn ministers wilden niet van een opdeling weten en door zijn testament ging de hele erfenis naar de hertog van Anjou, een kleinzoon van Lodewijk XIV; toen deze aanvaardde en de Spaanse troon besteeg als Philips V, brak in 1701 de Spaanse Successieoorlog uit.
Philips V werd te Versailles geboren op 19 december 1683, de tweede zoon van Lodewijk, le Grand Dauphin en Maria Anna Victoria van Beieren. Hij was een kleinzoon van koning Lodewijk XIV van Frankrijk en voerde de titel van hertog van Anjou. Bij de Vrede van Utrecht (1713) die een eind maakte aan de Spaanse Successieoorlog werd hij als koning van Spanje erkend. Daarbij werd uitdrukkelijk vastgelegd dat Philips′ nakomelingen uitgesloten waren van de Franse troon. Tevens werd bepaald dat de Spaanse Nederlanden over gingen naar de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg, naar Keizer Karel VI, die daarmee afzag van de Spaanse kroon. Daarmee werden de Spaanse Nederlanden voortaan de Oostenrijkse Nederlanden. Philips V stierf op 9 juli 1746 in Madrid.
The death of King Charles II, the last Spanish Habsburg, ushered in a period of European crisis. Both King Louis XIV of France and Emperor Leopold I could lay claim to the Spanish throne for their descendants. In order not to defend the political balance in Europe, they had repeatedly negotiated to divide the vast Spanish empire, which, in addition to Spain and its colonies, also encompassed the Southern Netherlands and large parts of Italy. Charles II and his ministers wanted nothing to do with a partition, and through his will, the entire inheritance went to the Duke of Anjou, a grandson of Louis XIV; when the latter accepted and ascended the Spanish throne as Philip V, the War of Spanish Succession broke out in 1701.
Philip V was born in Versailles on 19 December 1683, the second son of Louis, le Grand Dauphin, and Maria Anna Victoria of Bavaria. He was a grandson of King Louis XIV of France and held the title of Duke of Anjou. At the Peace of Utrecht (1713), which ended the War of Spanish Succession, he was recognized as King of Spain. It was explicitly stipulated that Philip′s descendants were excluded from the French throne. It was also determined that the Spanish Netherlands passed to the Austrian branch of the House of Habsburg, to Emperor Charles VI, who thereby renounced the Spanish crown. Consequently, the Spanish Netherlands became the Austrian Netherlands. Philip V died on 9 July 1746, in Madrid.
♦ voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar ♦
♦ for the type an exceptionally well-preserved example ♦
Delmonte 354c ; van Gelder & Hoc 365-1c ; de Witte 1096 ; de Mey 828 ; Vanhoudt 737 ; KM.131.3 ; Davenport 1707 zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BRUSSEL - BLOKKADE DOOR DE SPANJAARDEN, 1579-1580 - Noodmunt van 36 stuiver 1580
gewicht 25,00gr. ; zilver 32,5 x 32,5mm.
vz. Ruitvormig muntplaatje met daarin centraal geslagen rond muntstempel met de afbeelding van het Brusselse stadswapen (Sint Michael en de draak), geflankeerd door het gesplitste jaartal 15 - 80, erboven de waarde aanduiding 36 ST, omringd door de tekst: PERFER∘ET∘OBDVRA∘BRVXELLA ✿ vertaald: Brussel, ga door en wees sterk. kz. Blanco
Na de verovering van Maastricht door de Spanjaarden o.l.v. Alexander Farnese, de prins van Parma, in 1579, richtten de Spanjaarden zich op de stad Brussel. In die periode was Brussel een centrum van het calvinistische verzet in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De verbindingen naar het Noorden werden afgesneden, maar tot een werkelijke belegering kwam het niet. Hoewel de stad niet volledig werd omsingeld, was de regio rond Brussel het toneel van hevige gevechten tussen de Spaanse troepen en de opstandelingen. Dit had tot gevolg dat veel aanvoerwegen in de praktijk geblokkeerd waren, hetgeen tot isolatie van de stad leidde. Om die reden deed het stadsbestuur toch het verzoek aan de Staten-Generaal om toestemming te krijgen tot het slaan van noodmunten ter waarde van 3 gulden, 36 en 18 stuiver. Dit kwam overeen met de gouden Statenkroon, de zilveren Statendaalder en de ½ Statendaalder. Die toestemming werd op 7 september 1579 verleend. Daarop volgde een productie op 23 september 1579 en 4 juni 1580 ; 782 gouden 60 stuiverstukken (kroon), 12.400 stuks zilveren 36 stuiverstukken (statendaalder) en 3775 stuks 18 stuiverstukken (1/2 statendaalder). Een groot deel van die noodmunten zijn na de blokkade weer omgesmolten of anderszins verloren gegaan. Vandaag de dag zijn het zeldzaamheden. Het definitieve beleg van Brussel, waarbij de stad werd omsingeld en uiteindelijk in 1585 capituleerde en in Spaanse handen viel, vond pas later plaats (1584-1585).
Van dit munttype werden gedurende de jaren 1579-1580 slechts 12.400 stuks aangemunt. De koers was gelijk aan de Statendaalder. Van dit munttype bestaan meerdere stempels. Bij dit exemplaar bevinden zich geen punten tussen en naast de waarde aanduiding. Daarnaast heeft het kleine cirkels als interpunctie i.p.v. de meer gebruikelijke punten of rozetten. Zeer zeldzaam.
herkomst: afkomstig uit de Van Erp collectie
Delmonte 216 ; van Gelder 160 ; Mailliet 20, 6 ; van Loon I, 278, 3 ; de Witte 823 ; Vanhoudt Atlas I.255 ; de Mey 604A ; Vanhoudt 540 RR Bijzonder mooi exemplaar van een scherpe slag. pr |
|
|  |
 |
 |
NERO, 54-68 - AE Sestertius, Lugdunum (67)
weight 23,85gram. ; orichalcum Ø 34mm.
obv. Head of Nero, laureate, right; small globe at point of neck, surrounded by the legend; IMP NERO CAESAR AVG P MAX TR POT P P rev. Nero, bare-headed and togate, standing left, with praetorian prefect on platform, raising right hand to three soldiers; foremost carries standards; behind, battlemented structure above pillared building, S – C across fields in exergue; ADLOCVT COH
The scene on the reverse of this sestertius of Nero depicts the emperor saluting three soldiers while attended by the prefect himself. The soldiers depicted in this extremely rare ″Adlocutio″ (″addressing the troops″) sestertius of Nero are probably not from the Praetorian Guard, as is often claimed. At least one of the soldiers is heavily bearded and all are shown without armor, wearing only tunics, cloaks and swords slung at their hips. The standards they carry are quite different from those depicted on Roman coins and sculpture, which bear a multitude of discs, banners and other emblems; these rather spindly standards have several hemispherical and one disc-shaped adornment each. These features indicate the troops Nero addresses are members of the Numerus Batavorum, also called Germani Corpori Custodes, the elite German Bodyguard that served the Julio-Claudian dynasty. The members of the Numerus Batavorum were recruited from the Germanic tribes resident in, or on the borders of, the Roman province of Germania Inferior, with most recruits drawn from the Batavi but also from neighbouring tribes of the Rhine delta region, including the Frisii, Baetasii and Ubii. German bodyguards were first employed by Julius Caesar and by the end of Augustus′s reign they numbered between 500 and 1,000 men. They were briefly disbanded after the battle of the Teutoburg Wild, but were reconstituted by Tiberius and were the last force to remain loyal to Nero when his regime collapsed in AD 68.
♦ spectacular and extremely rare sestertius of Nero ♦
cf. Gorny & Mosch, Auktion 203, Lot 327 (in xf : € 65.000 =15%)
Cohen – (cf. 7) ; RIC 564 ; BMC - ; Sear- (cf. 1951) RRR Some minor roughness, but overall very attractive specimen with dark patina and fine details. vf/xf |
|
|  |
 |
 |
PHILIPPUS I ARABS, 244-248 - AR Antoninianus, Rome (245-247)
weight 4,59gr. ; silver Ø 23,5mm.
obv. Radiate bust, wearing paludamentum and cuirass, surrounded by the legend; IMP M IVL PHILIPPVS AVG rev. Roma seated left, holding Victory and sceptre, shield at side, surrounded by the legend; ROMAE AETERNAE
ROMAE AETERNAE (or Roma Aeterna) is a Latin phrase found on Roman coins that translates to "Eternal Rome" or "To Eternal Rome". It is a key propaganda message used to promote the idea that the city of Rome and its empire were destined to endure forever, embodying a divine and permanent power.
Cohen 169 ; RIC 44b ; Sear 8952 attractive specimen, struck on a broad flan vf/xf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
CLAUDIUS, 41-54 & MESSALINA - EGYPTE - AR Tetradrachm, year 4 (43/44 AD), Alexandria
weight 12,85gr. ; silver Ø 24mm.
obv. Laureate head of Claudius right, L Δ in lower right field, surrounded by the legend; ΤΙ ΚΛΑΥΔΙ ΚΑΙΣ ΣΕΒΑ ΓΕΡΜΑΝΙ ΑΥΤΟΚΡ rev. Messalina standing, left veiled and holding two small figures and corn stalks leaning on column, surrounded by ther legend; ΜΕΣΣΑΛΙΝΑ ΚΑΙΣ ΣΕΒΑΣ
Valeria Messalina, born ca. 17/20 AD, was the daughter of Domitia Lepida and Marcus Valerius Messala Barbatus the Younger. Through her father, she was descended from Caius Claudius Marcellus and Octavia, sister of the exalted Augustus. Her mother was also descended from Octavia, but through her second marriage to Markus Antonius. This meant that she had more connection to the divine Augustus than the husband that she married in around 38 or 39 AD, Claudius. It also meant that they were cousins once removed, but being related to your spouse was par for the course in the Julio-Claudian dynasty. Her unbridled sexual excesses, her frequent adultery and her plots against her family and her husband would eventually lead to her murder in 48 AD.
♦ an interesting an rare coin ♦
BMC 73 ; Dattari 125 ; Luynes 3620 ; SNG.France 186 ; Milne 94 ; RPC.5145 ; Emmett 74 ; SNG.Copenhagen 63-64 ; Slg. Köln (Geissen) 81 ; Förschner- (cf. 66) ; Sear- (cf. 1877) R vf |
|
|  |
 |
 |
JULIANUS II APOSTATA, 360-363 - AR Siliqua, Lugdunum (360-361)
weight 1,78gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Draped and cuirassed bust with double pearl diadem to right, surrounded by the legend; DN FL CL IVLIANVS P F AVG rev. VOTIS / V / MVLTIS / X within laurel-wreath decorated with a medallion on the front and cord on the back, LVG in exergue
Flavius Claudius Julianus was born in 331 in Constantinople and was a nephew of Emperor Constantine the Great. When Constantine died in 337, a massacre was committed among his family in Constantinople. Julianus narrowly escaped death. His nephew Constantius II would eventually gain sole rule over the Roman Empire. Young Julian was raised by the bishop of Nicomedia and in 342 he was transferred to Cappadocia by order of Constantius. There he led a solitary life and found comfort in reading all kinds of Christian and pagan scriptures. That was the basis for his great reading. He then went on to study in Constantinople for his further development. Nicomedia, Pergamon and Ephesus. In Ephesus he met the pagan philosopher Maximus, which would have a great influence on Julianus′ thinking. Raised as a Christian, he turned his back on that faith in 351. Hence his nickname "the Apostate″.
In 355 he was appointed Caesar in Gaul by Constantius. He turned out to be a skilled administrator and soldier and became very popular with his soldiers. They proclaimed him Augustus in 360. This meant that he came into conflict with Emperor Constantius and a civil war broke out. Because Constantius died unexpectedly in the autumn of 361, there was no military encounter and Julianus became the new emperor. As a heathen, he did not persecute the Christians. He did make life miserable for them, for example in education, and pagan temples were reopened and animals were sacrificed to the gods. In his appearance with a philosopher′s beard, Julianus also deviated from his predecessors. In 363 he went into battle against the Persians. This was fatal for him. He was fatally struck by a spear near Baghdad on the night of June 26-27.
Cohen 163 ; RIC 218 ; Bastien 261 ; Sear 19130 Wonderful specimen with fine details and attractive toning. xf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - ½ Leeuwendaalder 1641, vermoedelijk Deventer
gewicht 13,29gr. ; zilver Ø 34mm. muntmeester: Hendrik Wijntgens zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het provinciewapen binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •MO•ARG•PRO•CON• – •FOE•BELG•TRAN kz. Klimmende leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 1641, omringd door de tekst; •CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR•
Delmonte 885 ; Verkade 139.4 ; HNPM.38 ; CNM.2.38.66 S De gebruikelijke zwaktes van de slag. Schaars. fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Gouden dukaat 1648, Harderwijk
gewicht 3,48gr. ; goud Ø 24mm. muntmeester Johan Wijntgens zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Geharnaste en gekroonde keizer staande naar rechts met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een pijlenbundel (3 pijlen), geflankeerd door het jaartal 16 - 48, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA• RES - P - ARVA•CRES•GEI• kz. Vierkant met sierornamenten aan de zijden, langs iedere zijde twee stippen, met daarbinnen een tekst in 5 regels; MO ORD / PROVIN / FOEDER / BELG AD / LEG IMP
variant: met GEI i.p.v. GEL en geen interpuncties in de keerzijdetekst
Type met gekroonde Rooms-Duitse keizer staande naar rechts in plaats van een ridder. Deze draagt een grove pijlenbundel met slechts 3 pijlen (normaal 7). Deze munt dateert uit het jaar dat de Noordelijke Nederlanden defintief onafhankelijk werd van Spanje, door het sluiten van een vredesverdrag tussen beide landen tijdens de Vrede van Münster. Daarmee kwam een einde aan de 80-jarige oorlog (1568-1648). Keizer Ferdinand III (1637-1657) was eveneens betrokken bij de Vrede van Westfalen en ondertekende op 24 oktober 1648 de vredesverdragen in Osnabrück (met Zweden) en Münster (met Frankrijk), waarmee de Dertigjarige Oorlog in het Heilige Roomse Rijk werd beëindigd. Of dat feit enig verband houdt men zijn afbeelding op de Gelderse gouden dukaten in onduidelijk. We kennen deze dukaten van de jaren 1648, 1649 en 1650. Na 1650 viel men weer terug op het gebruikelijk en vertrouwde type met de Nederlandse ridder. Misschien toch een symbolische numismatische viering van de Vrede ? Interessant en zeldzaam.
Type featuring a crowned Holy Roman Emperor facing right instead of a knight. The latter carries a coarse bundle of arrows with only 3 arrows. This coin dates from the year the Northern Netherlands definitively gained independence from Spain through the conclusion of a peace treaty between the two countries during the Peace of Münster. This brought an end to the Eighty Years′ War (1568-1648). Emperor Ferdinand III (1637-1657) was also involved in the Peace of Westphalia and signed the peace treaties in Osnabrück (with Sweden) and Münster (with France) on 24 October 1648, thereby ending the Thirty Years′ War in the Holy Roman Empire. Whether this fact has any connection to his depiction on the Gelderland gold ducats remains unclear. We know these ducats from the years 1648, 1649, and 1650. After 1650, they reverted to the usual and familiar type featuring the Dutch knight. Perhaps a symbolic numismatic celebration of Peace after all? Interesting and rare.
Delmonte 649 ; Verkade 2.2 ; de Voogt 254 ; Jasek 213 ; HNPM.46 ; CNM.2.17.78 ; Pannekeet 73 (R2) ; Friedberg 237 R Kleine zwaktes van de slag. zfr
|
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - Leeuwendaalder 1644
gewicht 26,30gr. ; zilver Ø 41,5mm. muntmeester: Johan van Romondt muntmeesterteken: roos
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het stadswapen van Zwolle binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO:ARG:CIVITA – ZWOL:A:L:IMP: voluit: MONETA ARGENTEA CIVITATIS ZWOLLAE AD LEGEM IMPERII vertaald: Zilveren munt van de stad Zwolle (geslagen) volgens de Rijkswet
kz. Klimmende leeuw naar links geflankeerd door het jaartal I6 - 44, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; DA:PACEM:DOMINE:IN:DIEBVS:NOS ❀ voluit: DA PACEM DOMINE IN DIEBVS NOSTRIS vertaald: Heer, geef vrede in onze dagen
Voor het jaartal 1644 werden circa 36.812 stuks leeuwendaalder geslagen, inclusief de 1/2 leeuwendaalders. Zeldzaam.
Delmonte 866 ; Verkade 172.2 ; van der Wiel 106 ; CNM.2.52.52 ; HNPM.30 R De gebruikelijke zwaktes van de slag. zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Vierstuiverstuk, vlieger of krabbelaar 1536, Antwerpen
gewicht 5,98gr. ; zilver Ø 32,5mm. muntmeester: Pieter Jonghelinck muntteken: hand
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; KAROLVS+D+G+RO+IMP+Z+HISP+REX+1536 voluit: Karolus Dei Gratia Romanorum Imperator Et Hispaniarum Rex vertaald: Karel, bij Gods gratie Rooms Keizer en Koning van Spanje kz. Gekroond Oostenrijk-Bourgondisch-Spaans wapenschild rustend op het Bourgondisch stokkenkruis, omringd door de tekst; DA - MICH+VI - RTV+CO - TR+HOS+T - VOS en hand voluit: Da Mihi Virtutem Contra Hostes Tuos vertaald: Geef mij kracht tegen uw vijanden
Het vierstuiverstuk werd in 1536 als nieuw munttype geïntroduceerd conform de ordonnantie van 11 augustus van dat jaar. Het betreft hier dus het eerste jaar van aanmunting. Het was daarmee het eerste zwaardere zilverstuk binnen de Bourgondische Nederlanden. Vanwege de gespreide vleugels en klauwen van de rijksadelaar kreeg het in de volksmond de bijnamen van ′vlieger′ en ′krabbelaar′.
The four-stuiver piece was introduced as a new type of coin in 1536, in accordance with the ordinance of August 11 of that year. This therefore marks the first year of minting. It was thus the first heavier silver piece within the Burgundian Netherlands. Due to the spread wings and claws of the imperial eagle, it was popularly given the nicknames of ′vlieger′ (kite) and ′krabbelaar′ (scratcher).
van Gelder & Hoc 189-1a ; de Witte 672 ; de Mey 443 ; van der Chijs XXV, 12 ; Vanhoudt 226.AN enkele minieme krasjes bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPAANJAARDEN O.L.V. DE MARKIES VAN SPINOLA, eind juli 1625-6 juli 1625 - Noodmunt van 20 stuivers 1625
gewicht 4,96gr. ; zilver 21x21mm. meesterteken: roos
vz. Stadswapen binnen een cirkel, omringd door de tekst; •BREDA•OBSES•1625, daaboven een instempeling 20, eronder een instempeling ″roos″. kz. Blanco
Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.
Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.
Dit exemplaar is geslagen op een tamelijk dun en licht muntplaatje. In de regel bewegen de gewichten van exemplaren van dit munttype zich tussen 4,70 en 5,30 gram. Dit exemplaar is met 4,22 gram dus opmerkelijk licht. De stukken werden spoedig na het beleg weer uit circulatie genomen. Slijtage als gevolg van langdurige circulatie is derhalve niet aannemelijk. Dat de munt wat zwak is geslagen zal waarschijnlijk samenhangen met het te dunne en te lichte muntplaatje. Als zodanig interessant en zeer zeldzaam.
Delmonte 323 ; van Gelder en Hoc 230 ; Mailliet 18,14 ; van Loon II,157,4 ; CNM,2.09.10 RR deels zwak geslagen zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN O.L.V. DE AMBROGIO SPINOLA, 1624-1625 - Noodmunt van 40 stuiver 1625 (emissie januari)
gewicht 9,76 gram ; zilver 26 x 26,5mm. meesterteken: roos
vz. Gekroond wapenschild van de Prins van Oranje omringd door de tekst; •BREDA•OBSESSA•1625, binnen een parelcirkel. Op de hoeken vier instempelingen; de waarde aanduiding 40, twee maal het wapenschild van Breda en het meesterteken roos kz. Blanco
Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.
Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.
Delmonte 322 ; van Gelder 229 ; Mailliet 17, 13 ; van Loon II, 157, 3 ; de Witte 1044 ; Vanhoudt 678 ; CNM.2.09.9 R
Minieme zwakte van de slag, overigens attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS; KINGDOM) - KONINKRIJK HOLLAND - LODEWIJK NAPOLEON, 1806-1810 - 50 Stuiver 1808, Utrecht
gewicht 26,12gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester G.J.L. du Marchie Sarvaas muntmeesterteken bij (groot) met kabelrand
vz. Portret van Lodewijk Napoleon naar rechts, omringd door de tekst: NAP. LODEW. I. KON VAN HOLL . kz. Gekroond wapenschild van het Koninkrijk Holland, geflankeerd door de waarde aanduiding 50 - Ss, daaronder 1808 / bij, links KONNGRIJK, rechts HOLLAND .
Dit is de enige zilveren munt met het portret van Lodewijk Napoleon, die daadwerkelijk in omloop is geweest en veelvuldig voorkomt. Ongeveer 700.000 stuks zijn nog in 1810 geslagen maar wel nog met het jaartal 1808. Veel van deze stukken zijn weer omgesmolten en gebruikt voor de aanmaak van nieuwe koninkrijksmunten. Vanwege de aanzienlijk productie zijn vele stempels gebruik, hetgeen geresulteerd heeft in tal van stempelvarianten.
stempel kenmerken voorzijde; - spitse punt van de hals eindigd ter hoogte van het midden van de tweede L in HOLL
stempel kenmerken keerzijde; - muntmeesterteken grote bij, dicht bij het jaartal - bovenzijde van de keerzijde tekst bevindt zich op gelijke hoogte van de bovenzijde van het wapenschild - de punt achter het jaartal en achter HOLLAND staan niet recht onder elkaar - de waarde aanduiding bevindt zich qua hoogte op gelijke hoogte met de horizontale middellijn van het wapen - kroonband met 9 juwelen
Schulman 149 ; LSch.147 ; KM.28 ; Davenport 228 nauwelijks gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans pr/unc à unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
VITELLIUS, 2 jan.-20 dec.69 - AR Denarius, Rome (April - December 69)
weight 3,05gr. ; silver Ø 19mm.
obv. Laureate head of Vitellius right, surrounded by the legend; A VITELLIVS GERM IMP AVG TR P rev. Libertas, draped, standing front, head right, holding pileus in right hand and rod in left, surrounded by the legend; LIBERTAS RESTITVTA
Lucan, writing the later part of his epic in defiance of Nero′s tyranny, observed that ever since the battle of Pharsalus there had been afoot a conflict between liberty and Caesar, and Tacitus remarked that prior to Nerva the Principate and freedom were incompatible. It is a well-known fact that the Julio-Claudian and Flavian emperors had from time to time to face an opposition varying in form and intensity. After Caligula′s assassination Libertas was the watchword of those who attempted to abolish the Principate; some of Nero′s victims died with the name of Iuppiter Liberator on their lips; and after Nero′s downfall Libertas Restituta (′Freedom Restored′) became a popular slogan. It seems therefore that in some form or other freedom and the Principate clashed, and, in a way, Tacitus′s historical writings, particularly the Annals, were perhaps conceived and executed as the story of that struggle. But while the conflict between the Principate and libertas under the emperors from Tiberius to Domitian appears to have been a fact, it is by no means clear what was the nature of that conflict.
♦ an amazing portrait of Vitellius ♦
Wonderful specimen with excellent details and attractive toning. Very rare in this high state of preservation.
Cohen 47 ; RIC 105 ; BMC 31 ; Sear 2198var. R xf+/xf |
|
|  |
 |
 |
AUGUSTUS, 27 BC-14 AD - PUBLIUS CARISIUS, legatus and propreator - AR Denarius, Emerita (25-23 BC)
weight 3,85gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Bare head of Augustus left, IMP CAESAR before, AVGVST behind rev. Trophy of Celtiberian arms, consisting of helmet, cuirass, shield, and javelins, erected on heap of round shields, lances, and other arms, P CARISIVS on left, LEG PRO PR on right
The gens Carisia was a Roman family during the latter half of the 1st century BC. This coin was minted in Emerita Augusta (modern Mérida) by Publius Carisius as as legatus and propraetor. The colony of Emerita was founded in 25 BC by Publius Carisius, governor of Lusitania. It was meant as colony for veterans of legions V Alauda and X Gemina, who had recently participated in Augustus′ campaigns in north-western Spain under command of Publius Carisius. They were deployed along a front 400 kilometers wide, stretching from the modern Basque province of Guipuzcoa to northern Portugal. By contrast, the north-western tribes were able to muster about 100.000 men, mainly concentrated in their many hilltop settlements (castros) scattered across the rugged landscape. They were therefore more effective in conducting guerilla warfare against the Romans than attempting pitched battles. In 26-25 Augustus started a campaigning in three different areas. The settlements of Aracillum (modern Aradillos), Bergidum (modern Villafranca del Vierzo) and Lucus (modern Lugo) soon were captured and the defenders were killed or managed to flee. Publius Carisius managed to capture the stronghold at Lancia (modern Villasbariego). As far as Augustus was concerned, the north-west was now pacified, and he left Hispania in 24 BC to celebrate a triumph at Rome.
This coin commemorates the success of these campaigns. In reality the situation was still unstable. In 22 BC Publius Carisius was still in command of the army of Ulterior and succeeded in securing some of the main gold-mining areas by advancing northwards through the Pajares and Manzanal passes. The threat of continued Roman expension in the north-west coupled with Carisius′ brutality sparked off another revolt amongst the tribe of the Cantabri. Publius succeeded to put down this revolt, with the timely assistance of Caius Furnius. In 19 BC resentment against the Romans ran high and boiled over into a major rebellion. This was, in fact, the last serious resistance to Roman authority in the nort-west of Hispania.
Cohen 402 ; RIC 4b ; BMC 284 ; Sear 1628 R Attractive lustrous specimen. Rare historical coin. xf- |
|
|  |
 |
 |
HADRIANUS (HADRIAN), 117-138 - AR Denarius, Rome (133-135)
weight 3,02gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Draped bust of Hadrianus, bare, right, surrounded by the legend; HADRIANVS AVG COS III PP rev. Hadrianus in toga standing right, holding scroll, clasping hands with Felicitas standing left holding caduceus, surrounded by the legend; FELICITAS AVG
This variety with draped bust and bare head is very rare.
Cohen 632var. ; cf. RIC 237 ; BMC 613-617var. ; Sear 3488var. ; RIC vol.II, part.3, 1998 (R2) RR Attractive toning. vf |
|
|  |
 |
 |
ANTONINUS PIUS, 138-161 - AE Sestertius, Rome (142)
weight 23,53gr. ; bronze Ø 31mm.
obv. Laureate head of Antoninus right, wearing cuirass and paludamentum, surrounded by the legend; ANTONINVS AVG PIVS PP TR P COS III rev. Annona, draped, standing right, holding two corn-ears in right hand over modius and corn-ears and cornucopiae in left; at feet right, prow right, S - C across fields, surrounded by the legend; ANNONA AVG In ancient Roman religion, Annona is the divine personification of the grain supply to the city of Rome. She is closely connected to the goddess Ceres, with whom she is often depicted in art. Annona, often as Annona Augusti, was a creation of Imperial religious propaganda, manifested in iconography and cult practice. She is presented as a theophany of the emperor′s power to care for his people through the provision of grain.
Cohen 34 ; RIC 597 ; BMC 1228var. ; Sear 4147var. Minor flan failure. Attractive specimen with dark patina. good vf |
|
|  |
 |
 |
FAUSTINA THE ELDER, wife of Antoninus Pius (138-161) - AR Denarius, Rome (141)
weight 2,99gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Draped bust of Faustina right, hair elaborately waved in several loops round head and drawn up and coiled on top, surrounded by the legend; DIVA FAVSTINA rev. Juno, veiled and draped, standing left, head left, extending right hand and holding nearly vertical sceptre in left, surrounded by the legend; AETERNITAS
About six years after Faustina′s death, a new commemorative coinage was introduced, featuring the legend AETERNITAS (′eternity′); such coins may have been introduced to be distributed at a public ceremony in her memory.
Cohen 26; RIC 344 ; BMC 345 ; Sear 4574 vf/vf+ |
|
|  |
 |
 |
ANTONINUS PIUS, 138-161 - AE Sestertius, Rome (158-159)
weight 24,98gr. ; bronze Ø 32mm.
obv. Laureate head of Antoninus right, surrounded by the legend; ANTONINVS AVG PIVS PP TR P XXII rev. Octastyle temple of Divus Augustus, containing cult-statues of Augustus and Livia, S - C across field, surrounded by the legend; TEMPL DIVI - AVG REST COS IIII
The Temple of Divus Augustus was a major temple originally built to commemorate the deified first Roman emperor, Augustus. It was built between the Palatine and Capitoline Hills, behind the Basilica Julia, on the site of the house that Augustus had inhabited before he entered public life in the mid-1st century BC. The temple′s construction took place during the 1st century AD, having been vowed by the Roman Senate shortly after the death of the emperor in AD 14. It is known from Roman coinage that the temple was originally built to an Ionic hexastyle design. However, its size, physical proportions and exact site are unknown. During the reign of Domitian the Temple of Divus Augustus was destroyed by fire but was rebuilt and rededicated in 89/90 with a shrine to his favourite deity, Minerva. The temple was redesigned as a memorial to four deified emperors, including Vespasian and Titus. It was restored again in the mid 150s by Antonius Pius, and that was the reason for this coinage. The last known reference to the temple was on 27 May 218; at some point thereafter it was completely destroyed and its stones were presumably quarried for later buildings. Its remains are not visible and the area in which it lay has never been excavated.
Cohen 805 ; RIC 1004 ; BMC 2063 ; Sear 4235 R minor traces of oxidation vf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
THRACIA (THRACE), MESAMBRIA (MESEMBRIA) - AR Diobol, 420-320 BC
weight 1,10gr. ; silver Ø 10mm.
obv. Crested Corinthian helmet facing rev. Wheel with M-E-T-A between, surrounded by border of radiating lines
Circa in the 12th century BC a city was founded by Thracians settlers, named "Menebria" or "Melsembria" after its founder, Melsas. Settlers from Megara established a colony at the start of the 6th century BC, turning it into a thriving Greek city-state (polis). This city became know as Mesambria. It minted its own coins and established trade links across the Black Sea. Conquered by Rome in 72 BC, it became a part of the province of Haemimont in Thrace, retaining its importance and strengthening its fortifications. During the Byzantine Era it became a significant center for Christianity, it saw the construction of numerous basilicas (like St. Sophia). It was contested between the Bulgarian and Byzantine empires, reaching high prosperity in the 14th century under Bulgarian Tsar Ivan Alexander. The city was incorporated into the Ottoman Empire in 1453.
BMC 2 ; SNG.Copenhagen 652 ; Stancomb collection 219 ; McClean 4433 ; Sear 1673 ; HGC 3, no.1560 xf- à vf/xf |
|
|  |
|
|