Munthandel G. Henzen
 



HOME|MUNTEN|PENNINGEN|ARCHEOLOGIE|ZOEKEN|INKOOP|OVER ONS|CONTACT|BESTELLEN|VOORWAARDEN
Home

Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ′Bestellen′ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.

Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.

Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.

Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.

Gijs Henzen

Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:

Bij de huidige situatie in Iran moet ik soms denken aan Kroissos. Hij had zijn koninkrijk Lydië flink weten uit te breiden en belangrijke Griekse steden aan de westkust van Klein-Azië onder zijn beheer weten te brengen. Zijn rijkdom nam mythische vormen aan. Thans kwam het idee bij hem op om zijn Rijk ook naar het oosten uit te breiden, waar de Perzen heersten. Eerst maar eens advies vragen zal zijn redenering geweest zijn, en hij ging te rade in Delphi, waar hij aan het Orakel vroeg of hij ten strijde moest gaan trekken tegen Cyrus II van Perzië. Het Orakel gaf het beroemde, dubbelzinnige antwoord dat als hij de rivier de Halys zou oversteken, hij "een groot rijk zou vernietigen". Dat stelde Kroisos, die enige overmoedigheid niet ontzegd kon worden, gerust. Hij bracht een groot leger bijeen en trok naar het oosten. De eerste confrontatie met de Perzen vond plaats in Cappadocië, tijdens de Slag bij Pteria (547 v.Chr.) en eindigde vooralsnog onbeslist. Maar het ging niet goed met het leger van Kroisos. Cyrus achtervolgde Kroisos naar Lydië en bracht hem een verpletterende nederlaag toe op de vlakte ten noorden van Sardis in de Slag bij Thymbra (december 547 v.Chr.). Maar de ellende voor Kroisos werd nog groter. Na een beleg van veertien dagen werd de hoofdstad van het Lydische Rijk, Sardis, ingenomen en werd Kroisos gevangen genomen. Volgens de overlevering (onder andere van Herodotus) werd Kroisos op een brandstapel geplaatst, maar uiteindelijk gespaard door Cyrus. Een grootmoedig gebaar. Het Rijk dat werd vernietigd was zijn eigen Rijk, en niet, zoals hij in zijn hoogmoed het Orakel had begrepen, het Perzische Rijk...... 

Vertaald naar het heden kunnen we stellen dat Trump, ook "enigszins" overmoedig en bepaald niet de slimste, zich heeft laten adviseren door valse profeten en oorlogshitsers als Bibi Netanyahu en Pete Hegseth, waarbij zij Trump een snelle en zegenrijke overwinning op Iran (de Perzen) voorspiegelden. Niets bleek minder waar. Zijn aanval op Iran werd een groot debacle. Voor de VS is het de zoveelste militaire en politieke afgang en nederlaag waarbij geen enkel andere land hem steunt of te hulp schiet, behalve natuurlijk de terreurstaat Israël dat volledig op de been wordt gehouden door de VS. De VS is een supermacht in verval en het huidige politieke en militaire beleid kan gezien worden als een katalysator in die ontwikkeling. Israël heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een paria, waar de wereld, ook de VS en Europa, uiteindelijk hun handen vanaf zullen trekken. Diens gruwelijke misdaden zijn niet meer te verdedigen of goed te praten. De ondergang van Israël is een kwestie van tijd.....

Iran is een van de grote pijlers van de Islam en het Islamitische regime komt dan ook niet uit de lucht vallen. Het is zeker geen westerse staat, maar dat speelt niet in haar nadeel. Het land heeft een culturele rijkdom en beschaving en roemrijke geschiedenis, waarbij die van de VS totaal verbleekt. Dat Europa en de VS er weer een vazalkoning (shah) kunnen installeren die volledig naar hun pijpen zullen dansen en een westerse politiek zal voeren is een utopische gedachte. Dat is MI6 en de CIA in 1953 gelukt, toen ze de democratische Mossadeq via een staatgreep aan de kant schoven en Reza Pahlavi, die tot dan toe een zeer beperkte macht had, oppermachtig maakte in Iran. Het werd een dictatoriale terreurstaat, met in de jaren ′1970 zo′n 100.000 politieke gevangenen. Er zijn lieden uit de hoek van het voormalige dictatoriale Shah regime die dit trucje weer willen herhalen, thans met de gelijknamige zoon van de oude Shah. Iraniërs die zich publiekelijk tegen die gedachte hebben gekeerd worden met de dood bedreigd. Dat zegt al genoeg wat de intenties zijn van de "jonge" Reza Pahlavi en diens aanhangers. Zij worden dan ook gesteund door de VS en Israël, het Zionistische kamp dus. Een recept voor chaos, dood en verderf. Niet doen dus. Tot tweemaal toe heeft het Westen democratische ontwikkelingen in Iran in de kiem gesmoord, vlak na WO I en in 1953. De Iraanse bevolking is dus niet geheel vreemd met democratie en er zal een derde kans komen. Democratische ontwikkelingen moeten vanuit Iran zelf ontstaan, niet vanuit het Westen. Een heel kwalijke rol wordt daarbij in Nederland gespeeld door de oud-minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD), die de terugkeer van de Shah zit te promoten. Hij is een fervent aanhanger van het Zionisme, die de terreurdaden van Israël steeds maar goed zit te praten en de genocide op de Palestijnen, waaraan geen zinnig mens meer twijfelt, zit af te zwakken of zelfs te ontkennen. De VVD zou zo′n idioot met pek en veren uit de partij moeten gooien....

Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme.  Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......

https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8 

Het is een taak van een iederongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!

Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:

STEUN : https://rightsforum.org

Zoeken op productnaam





Maandaanbieding

WORLD COINS

LOT: 176 various unsorted world coins, mainly from the period 1900-1980.
Mainly in base metal, but also a few silver.
Various qualities. Sold as is. No returns.
SURPRISE LOT. NO PHOTOS AVAILABLE !

50,00 



Nieuwe aanwinsten

NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILHELMINA, 1890-1948 - 2 ½ Gulden 1898

gewicht 24,99gr. ; zilver 945/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie B

Oplage slechts 100.000 stuks. Schaars.
Only 100.000 pieces minted. Scarce.

Eén-jaars-type van de medailleur Pier Pander.
One-year-type form the medailleur Pier Pander.

Schulman 782 ; LSch.668 ; KM.123 ; Davenport 237 S
Weinig gecirculeerd exemplaar. Zeer attractief.
pr/pr-

595,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM III, 1849-1890 - 2 ½ Gulden 1860

gewicht 24,79gr. ; zilver 925/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie A

signatuur: I.P.SCHOUBERG.F
Variant zonder punt achter F. Deze variant komt maar weinig voor. Het is niet opgemerkt voor Jacques en Laurens Schulman. Laurens Schulman signaleerde deze variant wèl voor het jaartal 1861 (no.467c : R3). In de Almanak van de NVMH wordt deze variant ook vermeld voor 1861, niet voor 1860. Als zodanig zeer zeldzaam.

Schulman 586var. ; LSch.466var. ; KM.82var. ; Davenport 236var.  RR
schaars jaartal
zfr/zfr+

950,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM III, 1849-1890 - 2 ½ Gulden 1861

gewicht 24,95gr. ; zilver 925/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie A
signatuur: I.P.SCHOUBERG.F.
Schulman 587 ; LSch.467 ; KM.82 ; Davenport 236 S
schaars jaartal
pr-

825,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM III, 1849-1890 - 2 ½ Gulden 1860

gewicht 24,74gr. ; zilver 925/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie B
signatuur: I.P.SCHOUBERG.F.
Schulman 586 ; LSch.466 ; KM.82 ; Davenport 82 S
Enkele kleine randtikjes en lichte graffiti op de voorzijde.
Schaars jaartal.
zfr-/zfr

150,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM III, 1849-1890 - 2 ½ Gulden 1853/2

gewicht 24,90gr. ; zilver 925/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie A
signatuur: I.P.SCHOUBERG.F.

Het jaartal 1853 is gewijzigd uit 1852.
Zeldzaam stuk, dat maar weinig wordt aangeboden in een hoge kwaliteit als deze.

Schulman 579a ; LSch.459a ; KM.82 ; Davenport 236 R
mooi exemplaar met fijne details
pr/pr-

1.350,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM I, 1815-1840 - 2 ½ Gulden 1840, Utrecht

gewicht 25,01gr. ; zilver 945/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie B

Van deze munt zijn er 12.847 geslagen in 1840, 7.540 in 1841
en 23.989 in 1842. (Totaal dus 44.376 stuks). Schaars.

Weinig gecirculeerd prachtexemplaar, maar helaas diverse grotere randtikken.

This specimen was only in circulation for short time,
but unfortunately several larger edge bumbs.

Schulman 257 ; LSch.265 ; KM.67 ; Davenport 234 S
pr

495,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM II, 1840-1849 - 2 ½ Gulden 1843

gewicht 24,97gr. ; zilver 945/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie B

Rijksdaalders van 1843 komen maar weinig voor in een dergelijke mooie staat.

Schulman 508 ; LSch.385 ; KM.69.2 ; Davenport 235 S
Enkele minieme randtikjes, verder een zeer mooi exemplaar.
Schaars jaartal
zfr/pr à pr-

750,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILHELMINA, 1890-1948 - 2 ½ Gulden 1898

gewicht 24,98gr. ; zilver 945/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie A

Oplage slechts 100.000 stuks. Schaars.
Only 100.000 pieces minted. Scarce.

Eén-jaars-type van de medailleur Pier Pander.
One-year-type form the medailleur Pier Pander.

Schulman 782 ; LSch.668 ; KM.123 ; Davenport 237 S
zfr/pr

475,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WLLEM I, 1815-1840 - 10 Gulden 1840, Utrecht

gewicht 6,72gr. ; goud 900/1000;  Ø 22,5mm.
muntmeesterteken lelie
randschrift: positie B
Schulman 189 ; LSch.204 ; KM.56 ; Fr.327
weinig gecirculeerd exemplaar
pr

1.450,00 



FRANCE - ORANGE, PRINCIPALITY - FREDERICK HENRY OF ORANGE-NASSAU, 1625-1647 - Double tournois 1642

weight 3,30gr. ; copper Ø 20mm.
mintmaster: not known
mintmark: rose

obv. Bust of Frederick-Henry right, three dots below,
surrounded by the legend; FRED•HENR•D˙G•PRI•A•
rev. Three three fleur-de-lis within circle, surrounded
by the legend; DOVBLE•TOURNOIS•1642✿

Van der Wiel 65var. ; Vôute-van derWiel 93Da ; Boudeau 1006 ;
Poey de Avant - ; KM.59
S
Struck with some weaknesses. Scarce.
f/vf

65,00 



FRANCE - ORANGE, PRINCIPALITY - FREDERICK HENRY OF ORANGE-NASSAU, 1625-1647 - Double tournois 1641

weight 2,60gr. ; copper Ø 20mm.
mintmaster: not known
mintmark: rose

obv. Bust of Frederick-Henry right, surrounded by the legend;
FRED˙HENR˙D˙G˙PRIN•AV
rev. Three three fleur-de-lis within circle, surrounded
by the legend; DOVBLE•TOURNOIS•1641✿

Van der Wiel 64b. ; Vôute-van derWiel 92Ba ;
Boudeau 1006 ; Poey de Avant 4614 ; KM.59

struck with some weaknesses
f/vf

45,00 



FRANCE - ORANGE, PRINCIPALITY - FREDERICK HENRY OF ORANGE-NASSAU, 1625-1647 - Double tournois 1636

weight 2,79gr. ; copper Ø 21mm.
mintmaster: Jean Filliard
mintmark: V over O

obv. Bust of Frederick-Henry within circle, surrounded by
the legend; FRED•HENR•D•G•PRIN•AVR• and V over O
rev. Three three fleur-de-lis within circle, surrounded
by the legend; DOVBLE•TOURNOIS•1636•

This coin was minted during the time of mint master Jean Filliard. Unlike his silver coins, the copper coins do not feature his master′s mark F over a crescent, but rather a V over an O. He may have outsourced the minting of the copper coins elsewhere or made a staff member (apprentice) responsible for it, who therefore used his own master′s mark.

Van der Wiel 58 ; Vôute-van derWiel 84Ca ;
Boudeau 1006 ; Poey de Avant - ; KM.-
R
Struck with some weaknesses. Rare.
vf

140,00 



FRANCE - ORANGE, PRINCIPALITY - FREDERICK HENRY OF ORANGE-NASSAU, 1625-1647 - Double tournois 1640

weight 2,00gr. ; copper Ø 20mm.
mintmaster: not known
mintmark: rose

obv. Bust of Frederick-Henry with necklace right, five dots below,
surrounded by the legend; •FRED•HENR•D•G•PRI•AV
rev. Three three fleur-de-lis within circle, surrounded
by the legend; DOVBLE•TOURNOIS•1640

Van der Wiel 62c ; Vôute-van derWiel 89Aa ; Boudeau 1006 ;
Poey de Avant 4608-4610 ;
KM.59

Struck with some weaknesses.
vf

55,00 



FRANCE - ORANGE, PRINCIPALITY - FREDERICK HENRY OF ORANGE-NASSAU, 1625-1647 - Teston n.d. (before 1639)

weight 8,03gr. ; silver Ø 28mm.
mintmaster: Jean Filliard (1618-1639)
mintmark: rose
mintmastermark: F over crescent

obv. Bust of Frederick-Henry right within circle, surrounded by the
legend; FRED•HENR•D•G•PRIN•AV•R•CO•NA and F over crescent
rev. Crowned arms of Orange-Nassau within circle,  the crown breaks
the circle, surrounded by the legend; SOLI•DEO•HONOR•ET•GLORIA✿

Soli Deo Honor et Gloria is usually translated as ′glory to God alone′, but some
translate it as ′glory to the only God′. A similar expression is found in the Vulgate
translation of the Bible: ″soli Deo honor et gloria″ in 1 Timothy 1:17.

Van der Wiel 46a ; Vôute-van derWiel 66Bc ; Poey de Avant 4605var. ;
Boudeau 1005var. ; KM.69
R
Struck with some minor weaknesses. Rare.
f/vf à vf-

245,00 



FREDERICK HENRY, 1625 - 1647

Frederick Henry, prince of Orange, count of Nassau (born 29 January 1584, Delft, Holland - died 14 March, The Hague) was the third hereditary stadtholder (1625–47) of the United Provinces of the Netherlands, or Dutch Republic, the youngest son of William I the Silent and successor to his half-brother Maurice, prince of Orange. Continuing the war against Spain, Frederick Henry was the first of the House of Orange to assume semimonarchical powers in foreign as well as domestic policies.

Early life

Frederick Henry was born less than half a year before the murder of his father, William the Silent, the principal leader of the Dutch struggle for independence from Spain. As a younger son, he was destined by his mother, a daughter of the Huguenot leader Gaspard de Coligny, for a career in her native France; but his half brother, Maurice of Nassau, who had succeeded their father as stadtholder, as well as the States General, insisted that Frederick Henry serve his country. He was accordingly educated at the University of Leiden and made a member of the council of state at the age of 17. He began to take part in most of Maurice′s military expeditions and was sent on various foreign missions. During the politico-religious crisis of the years 1617–19, precipitated by a doctrinal conflict within the Reformed (or Calvinist) Church, Frederick Henry, like his mother, kept cautiously to the middle of the road, in contrast to Maurice.

Until the age of 40, Frederick Henry was reputed to be ″too fond of women to tie himself permanently to one of them″ but under strong pressure from Maurice, who had no legitimate offspring, and, almost at the latter′s deathbed, he married. His wife, Amalia van Solms, a lady-in-waiting to the exiled queen of Bohemia, soon acquired a fair amount of political influence as well as a universal reputation for venality, but she also managed to endow The Hague in the 17th century with some semblance of Baroque court life.

Stadtholder

At Maurice′s death, in 1625, Frederick Henry became stadtholder in five of the seven United Provinces; a sixth, Groningen, was added in 1640. Even in Friesland, the eventual succession to the office of stadtholder was assigned to Frederick Henry′s son, William (born 1626). Although in theory no more than the appointed ″servants″ of the different assemblies of the estates, provincial and general, the princes of Orange, by establishing hereditary succession to the various stadtholderships, were clearly on their way to acquiring the status of sovereigns. In view of Frederick Henry′s anomalous, somewhat awkward position as a minor princeling at the helm of the government of a federation of oligarchic republics, anachronistically flourishing in a world drifting toward absolutism, his ambition was normal.

As a strategist, Frederick Henry proved himself to be the foremost disciple of his brother, Maurice, and the Dutch wars against the Spanish continued to be considered a kind of military academy for young European noblemen. Frederick Henry′s universally recognized strength lay in capturing fortified ″places″; once he was even heard to exclaim: ″God deliver us from pitched battles,″ and every one of his yearly campaigns had the conquest of some important town or fortress as its aim. Hence, the borderline between the modern kingdoms of Belgium and The Netherlands came to be drawn largely according to Frederick Henry′s successes and failures.

By far the most spectacular of these sieges was that of ′s-Hertogenbosch (Bois-le-duc), but if the capitulation of this city marked Frederick Henry′s proudest moment, it also demonstrated the inherent weakness of his position. Although his contemporaries present the prince as little short of omnipotent in the Dutch Republic, his power was based on the delicate balancing of various elements. To counterbalance the oligarchy in the province of Holland, which contributed more than 58 percent to the federal budget, the prince needed the support of the six minor members of the United Provinces and that of the Puritan masses of the country, including those in Holland.

Until about 1640, Frederick Henry alone was responsible for the United Provinces’ foreign policy. From the dynastic point of view, his activities were crowned by the marriage in 1641 between his heir, William II, and Mary, the eldest daughter of Charles I of Great Britain. Consequently, during the English Civil Wars, the stadtholder sided unconditionally with the king, whereas the Holland oligarchy tended to favor Parliament.

French alliance

More important was Frederick Henry′s French policy, culminating (1635) in the so-called treaty of partition between the two countries and stipulating a partitioning of the southern Netherlands, if conquered by arms from the Spanish. The treaty further provided for the yearly payment of a considerable French subsidy, thus enabling the prince to continue the war in spite of the reluctance of the war-tired assembly of Holland to finance it. But the very first campaign of the French and Dutch armies combined under Frederick Henry′s command nearly ended in disaster, and, in spite of his conquests of the cities of Breda and Hulst, the alliance never regained its momentum. The trend toward peace with Spain became more and more irresistible, and, largely through the influence of his wife, even Frederick Henry was eventually won over to the peace party. Prematurely aged after long years of suffering from gout, he did not live to see the peace officially concluded in January 1648. He died in March 1647 and was interred with great pomp in the family vault at Delft.


FRANCE - ORANGE, PRINCIPALITY - FREDERICK HENRY OF ORANGE-NASSAU, 1625-1647 - Teston n.d. (before 1639)

weight 8,75gr. ; silver Ø 29,5mm.
mintmaster: Jean Filliard (1618-1639)
mintmark: rose
mintmastermark: F over crescent

obv. Bust of Frederick-Henry right within circle, surrounded by the
legend; FRED•HEN•D•G•PRIN•AV•R•CO•N• and F over crescent
rev. Crowned arms of Orange-Nassau within circle, surrounded by the
legend; SOLI•DEO•HONOR•ET•GLORIA ✿

Soli Deo Honor et Gloria is usually translated as ′glory to God alone′, but some
translate it as ′glory to the only God′. A similar expression is found in the Vulgate
translation of the Bible: ″soli Deo honor et gloria″ in 1 Timothy 1:17.

Frederick Henry, prince of Orange, count of Nassau (born 29 January 1584, Delft, Holland - died 14 March, The Hague) was the third hereditary stadtholder (1625–47) of the United Provinces of the Netherlands, or Dutch Republic, the youngest son of William I the Silent and successor to his half-brother Maurice, prince of Orange. Continuing the war against Spain, Frederick Henry was the first of the House of Orange to assume semimonarchical powers in foreign as well as domestic policies.

Early life

Frederick Henry was born less than half a year before the murder of his father, William the Silent, the principal leader of the Dutch struggle for independence from Spain. As a younger son, he was destined by his mother, a daughter of the Huguenot leader Gaspard de Coligny, for a career in her native France; but his half brother, Maurice of Nassau, who had succeeded their father as stadtholder, as well as the States General, insisted that Frederick Henry serve his country. He was accordingly educated at the University of Leiden and made a member of the council of state at the age of 17. He began to take part in most of Maurice′s military expeditions and was sent on various foreign missions. During the politico-religious crisis of the years 1617–19, precipitated by a doctrinal conflict within the Reformed (or Calvinist) Church, Frederick Henry, like his mother, kept cautiously to the middle of the road, in contrast to Maurice.

Until the age of 40, Frederick Henry was reputed to be ″too fond of women to tie himself permanently to one of them″ but under strong pressure from Maurice, who had no legitimate offspring, and, almost at the latter′s deathbed, he married. His wife, Amalia van Solms, a lady-in-waiting to the exiled queen of Bohemia, soon acquired a fair amount of political influence as well as a universal reputation for venality, but she also managed to endow The Hague in the 17th century with some semblance of Baroque court life.

Stadtholder

At Maurice′s death, in 1625, Frederick Henry became stadtholder in five of the seven United Provinces; a sixth, Groningen, was added in 1640. Even in Friesland, the eventual succession to the office of stadtholder was assigned to Frederick Henry′s son, William (born 1626). Although in theory no more than the appointed ″servants″ of the different assemblies of the estates, provincial and general, the princes of Orange, by establishing hereditary succession to the various stadtholderships, were clearly on their way to acquiring the status of sovereigns. In view of Frederick Henry′s anomalous, somewhat awkward position as a minor princeling at the helm of the government of a federation of oligarchic republics, anachronistically flourishing in a world drifting toward absolutism, his ambition was normal.

As a strategist, Frederick Henry proved himself to be the foremost disciple of his brother, Maurice, and the Dutch wars against the Spanish continued to be considered a kind of military academy for young European noblemen. Frederick Henry′s universally recognized strength lay in capturing fortified ″places″; once he was even heard to exclaim: ″God deliver us from pitched battles,″ and every one of his yearly campaigns had the conquest of some important town or fortress as its aim. Hence, the borderline between the modern kingdoms of Belgium and The Netherlands came to be drawn largely according to Frederick Henry′s successes and failures.

By far the most spectacular of these sieges was that of ′s-Hertogenbosch (Bois-le-duc), but if the capitulation of this city marked Frederick Henry′s proudest moment, it also demonstrated the inherent weakness of his position. Although his contemporaries present the prince as little short of omnipotent in the Dutch Republic, his power was based on the delicate balancing of various elements. To counterbalance the oligarchy in the province of Holland, which contributed more than 58 percent to the federal budget, the prince needed the support of the six minor members of the United Provinces and that of the Puritan masses of the country, including those in Holland.

Until about 1640, Frederick Henry alone was responsible for the United Provinces’ foreign policy. From the dynastic point of view, his activities were crowned by the marriage in 1641 between his heir, William II, and Mary, the eldest daughter of Charles I of Great Britain. Consequently, during the English Civil Wars, the stadtholder sided unconditionally with the king, whereas the Holland oligarchy tended to favor Parliament.

French alliance

More important was Frederick Henry′s French policy, culminating (1635) in the so-called treaty of partition between the two countries and stipulating a partitioning of the southern Netherlands, if conquered by arms from the Spanish. The treaty further provided for the yearly payment of a considerable French subsidy, thus enabling the prince to continue the war in spite of the reluctance of the war-tired assembly of Holland to finance it. But the very first campaign of the French and Dutch armies combined under Frederick Henry′s command nearly ended in disaster, and, in spite of his conquests of the cities of Breda and Hulst, the alliance never regained its momentum. The trend toward peace with Spain became more and more irresistible, and, largely through the influence of his wife, even Frederick Henry was eventually won over to the peace party. Prematurely aged after long years of suffering from gout, he did not live to see the peace officially concluded in January 1648. He died in March 1647 and was interred with great pomp in the family vault at Delft.

Van der Wiel 45 ; Vôute-van derWiel 61 Da ; Poey de Avant 4605var. ;
Boudeau 1005var. ; KM.68var.
R
Some minor planchet faults. Attractive toning. Rare.
vf

375,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE GOEDE, 1434-1467 - Dubbele groot vierlander z.j. (1434-1467), Dordrecht of ′s Gravenhage

gewicht 2,72gr. ; zilver Ø 30mm.
muntteken roos

vz. Gekwartierd Bourgondisch wapenschild met in het hart een schildje
met de Hollandse leeuw binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠PHS:DЄI:GRA:DVX:BVRG:COM:HOLD:Z:Z′
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met in de kwartieren 
om en om een lelie en klimmende leeuw en in het ruitvormig opengewerkt 
hart een roos, omringd door de tekst: 
✠MONЄT - A:NOVA: - COM:HO - LD:Z:ZЄ

Dit munttype werd volgens ordonnantie van 23 januari 1434 aangemunt in de gebieden Vlaanderen, Henegouwen, Brabant en Holland, vandaar de naam ″vierlander″. Voor Holland vond aanmunting te Dordrecht plaats in de jaren 1434-1440 en 1466-1467 en te ′s Gravenhage in de jaren 1454-1455. Onderscheidende kenmerken zijn er niet, dus het is niet vast te stellen of exemplaren te Dordrecht of te ′s Gravenhage zijn aangemunt.

van der Chijs XIV, 11 ; van Gelder & Hoc 9-4 ; Vanhoudt 3.DH/DO
zwaktes van de slag
fr/zfr

175,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT, 1492-1538 - ¼ Snaphaen of peerdeke z.j. (1509-1520), Nijmegen

gewicht 2,66gr. ; zilver Ø 27mm.
muntmeester Niclaes Nyber

vz. Gehelmde en geharnaste ruiter met geheven zwaard te paard naar rechts,
daaronder ⋆GEL⋆ in afsnede, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
KA - ROL′∘D′∘GEL′∘IVL′ - C′∘ZV′
kz. Wapenschild van Gelre-Gulik rustend op lang gevoet kruis dat is geplaatst
over een parelcirkel, tussen de armen de tekst; EQVITA - IVDIC - IA⋆TVA - DOMIN
voluit: aequitas judicia tua domine, vertaald: uwe gerichten zijn billijkheid.
Woorden van koning David uit psalm CXIX vers 75.

De snaphaen werd voor het eerst in 1509 geslagen te Nijmegen onder Karel van Egmont en als denominatie werd spoedig daarna ook de kwart snaphaen of peerdeke aangemunt. Deze komen echter aanmerkelijk minder voor dan de hele snaphaen en zullen in veel kleine aantallen zijn aangemunt. Zeldzaam.

herkomst: afkomstig uit de muntvondst van Hochstadt/Pfalz (1975)

van der Chijs XVIII, 40
kleine zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar
zfr-

250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/10 Philipsdaalder 1571, Dordrecht

gewicht 3,11gr. ; zilver Ø 26mm.
muntmeester Rochus Grijp
muntteken roos

vz. Geharnaste buste van Philips II naar rechts, daaronder 15 ❀ 71,
omringd door de tekst: PHS:D:G′HISP Z REX•COES′HOL•
kz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurijzer in het
centrum, links en rechts afspattende vonken, daaronder kleinood
(ramsvacht) van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de
tekst; •DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van Gelder & Hoc 213-11b ; van der Chijs XXXII, 40 ;
Vanhoudt 308.DO
R
in het centrum zwak geslagen
fr/zfr

125,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - WILLEM I VAN AVESNES (VAN HENEGOUWEN), 1285-1296 - Esterlin (sterling) z.j.

gewicht 1,12gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Portret van jeugdig manspersoon frontaal binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; ✠GVILLS•ЄPISCOPVS,
binnen een parelcirkel.
kz. Lang gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel,
drie stippen in elke hoek, tussen de armen de tekst;
CAM – ЄRA – CEN - SIS binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PLЄNA

Willem I van Avesnes was een telg uit een voornaam en invloedrijk adelijk Henegouws geslacht. Hij was de 5e zoon van Jan I van Avesnes (1218-1257) en Aleid van Holland (1228-1284), dochter van graaf Floris IV van Holland. Hij was de broer van Jan II van Avesnes (graaf van Henegouwen en Holland) en Gwijde van Avesnes (bisschop van Utrecht). Als jongere zoon, die niet in aanmerking kwam voor troonopvolging, lag een geestelijk loopbaan voor de hand. Zo ook bij Willem, die het uiteindelijk wist te brengen tot bisschop van Kamerijk. Zijn periode als bisschop (1286-1296) wordt omschreven als conflictrijk en Willems levensstijl wordt omschreven als "luxueus levende Henegouwse gravenzoon".

William I of Avesnes was a descendant of a prominent and influential noble Hainaut family. He was the 5th son of John I of Avesnes (1218-1257) and Aleid of Holland (1228-1284), daughter of Count Floris IV of Holland. He was the brother of John II of Avesnes (Count of Hainaut and Holland) and Guy of Avesnes (Bishop of Utrecht). As a younger son, who was not eligible for the succession to the throne, a clerical career was the obvious choice. This was also the case for William, who eventually rose to the position of Bishop of Cambrai. His period as bishop (1286-1296) is described as conflict-ridden, and William′s lifestyle is described as that of a "luxuriously living son of a count from Hainaut".

De naam sterling of esterlin is waarschijnlijk afgeleid van ′Easterling′. Het ′Easterling zilver′ waren hooggehaltige zilveren munten van 92,5% (925/1000) puur zilver uit een gebied in Noord-Duitsland rond vijf belangrijke Hanzesteden, dat vanwege haar hoge kwaliteit groot vertrouwen genoot in de handel. Via handelscontacten met Engeland kwamen die muntstukken aldaar bekend te staan als ″de munten van de Oosterlingen″ ofwel Easterlings. Henri II (1154-1189) besloot ook munten te gaan slaan volgens deze hoge kwaliteitsstandaard in de vorm van de ′Tealby Pennies′. Het woord Easterling is daarna spoedig verbasterd tot kortweg sterling, de naam van de Engelse pennies in de 12 en 13e eeuw. De sterling werd een zeer populair muntstuk, met name onder Henri III en Edward I & II, dat ook op het Europese vasteland veel navolging kreeg. Deze munt is daarvan een goed voorbeeld. Nog altijd kennen we het sterling zilver, dat vooral voor bestek, sierraden en serviezen wordt gebruikt.

The name sterling or esterlin is likely derived from ′Easterling′. ′Easterling silver′ were high-quality silver coins of 92.5% (925/1000) pure silver from an area in Northern Germany surrounding five major Hanseatic cities, which enjoyed great trust in trade due to their high quality. Through trade contacts with England, these coins became known there as ′the coins of the Oosterlingen′ or Easterlings. Henry II (1154-1189) also decided to mint coins according to this high quality standard in the form of the ′Tealby Pennies′. The word Easterling was subsequently soon corrupted to simply sterling, the name of the English pennies in the 12th and 13th centuries. The sterling became a very popular coin, particularly under Henry III and Edward I & II, which also gained widespread imitation on the European mainland. This coin is a good example of that. We are still familiar with sterling silver, which is primarily used for cutlery, jewelry, and dinnerware.

Boudeau 2011 ; Robert pag.81, 1 (plaat VI, 1) ; Mayhew 87 R
Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr

295,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - STAD KAMERIJK (CAMBRAI) - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN IN 1595 - Noodmunt van 20 stuivers 1595

gewicht 11,52gr. ; messing 32x32mm.

vz. Ronde middenstempel binnen een parelcirkel met het gekroonde
wapen van Frankrijk tussen 9 – 5, omringd door HENRICO∴PROTECTORE,
resp. links, rechts, boven en onder de instempelingen:
waarde aanduiding XX – P – P (= 20 patards) en het wapenschildje van de
gouverneur Jean de Moltluc, heer van Balagny
kz. Blanco

In 1595 werd de stad Kamerijk (Cambrai) belegerd door de Spanjaarden. In 1589 was deze stad in handen gevallen van de Fransen en was maarschalk Jean Montluc van Balagny in 1594 aangesteld tot gouverneur van  Kamerijk. De bevolking was echter ontevreden over hun gouverneur en kozen Antoine de Villers au Tertre tot hun leider en namen de wapens op tegen Balagny. Deze moest zijn toevlucht nemen in de citadel van Kamerijk. Er volgde een zware belegering door de Spanjaarden maar Balagny moest uiteindelijk toch capituleren en verliet de stad op 9 oktober 1595.  Gedurende het beleg van de citadel zijn er koperen/messing noodmunten vervaardigd in naam van de Franse koning Henri IV(1589-1610), van 1,2 , 5 , 10 en 20 stuivers (patards).  De in 1595 vervaardigde noodmunten konden in 1596 ingewisseld worden tegen regulier kopergeld. Zeer zeldzaam.

In 1595, the city of Cambrai was besieged by the Spaniards. In 1589, the city had fallen into the hands of the French, and Marshal Jean Montluc of Balagny had been appointed governor of Cambrai in 1594. However, the population was dissatisfied with their governor and chose Antoine de Villers au Tertre as their leader, taking up arms against Balagny. He was forced to take refuge in the citadel of Cambrai. A heavy siege by the Spaniards followed, but Balagny eventually had to capitulate and left the city on October 9, 1595. During the siege of the citadel, copper/brass emergency coins were minted in the name of the French King Henry IV (1589-1610), in denominations of 1, 2, 5, 10, and 20 stuivers (patards). The emergency coins minted in 1595 could be exchanged for regular copper currency in 1596. Very rare.

Meestal zien we op de noodmunten van Kamerijk slechts 3 instempelingen, resp links, rechts en onder; XX - P - wapenschild. Op dit exemplaar zien we nog een extra P ingestempeld aan de bovenzijde, welke feitelijk overbodig is. Deze variant komt maar weinig voor en is uiterst zeldzaam

Usually, we see only three stampings on the emergency coins of Cambrai, respectively on the left, right, and bottom: XX - P - coat of arms. On this example, we see an additional P stamped at the top, which is actually superfluous. This variant occurs only rarely and is extremely rare.

van Gelder 190var. ; Mailliet 22,14 ; vgl. van Loon I, 467, 2 ;
Robert 250,3
RRR
Voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar.
Very attractive for the type.
zfr

1.850,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - NICOLAS III VAN FONTAINE, 1248-1272 - Kleine groot of dubbele sterling z.j.

gewicht 2,45gr. ; zilver Ø 22mm.

vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠NIChOLAVS:ЄPISChOPVS
kz. Kort gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel,
drie stippen in elke hoek, tussen de armen de tekst;
CA – MЄ – RA – CV binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PLЄNA

De oorsprong van de stad Kamerijk (Cambrai) gaat terug tot de Romeinse tijd. Het was gunstig gelegen op een kruispunt van heerwegen. Ook in de Merovingische- en Karolingische periode kende het een permanente bewoning. In de loop van de 11e tot 14e eeuw kwam de stad tot bloei en rijkdom door de textielproductie, met name wol en linnen, waarbij de handel vooral gericht was op Parijs en de streek Champagne. Daarnaast was ook de handel in graan van belang. De stad maakte ook deel uit van het Hanzeverbond.

The origins of the city of Cambrai (Kamerijk) date back to Roman times. It was favorably situated at a crossroads of Roman roads. It also had permanent habitation during the Merovingian and Carolingian periods. From the 11th to the 14th century, the city flourished and became wealthy through textile production, particularly wool and linen, with trade primarily directed towards Paris and the Champagne region. In addition, the grain trade was also important. The city was also part of the Hanseatic League.

De ietwat groteske portretten van de bisschop zijn opvallend ;
een bisschop met stoppelbaard en flaporen.

The somewhat grotesque portraits of the bishop are striking;
a bishop with stubble and protruding ears.

Boudeau 2008 ; Robert pag.73, 7var. (plaat IV, 4) RR
Lichte zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
zfr-

450,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - PETER III VAN LEVIS-MIREPOIX, 1309-1324 - Kleine groot of dubbele sterling z.j.

gewicht 2,00gr. ; zilver Ø 23mm.

vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠⁑PЄTRVS⁑EPISCOPVS⁑
kz. Kort gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel,
met tussen de armen de tekst; CA – MЄ – RA – CV binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PL♣Є

De oorsprong van de stad Kamerijk (Cambrai) gaat terug tot de Romeinse tijd. Het was gunstig gelegen op een kruispunt van heerwegen. Ook in de Merovingische- en Karolingische periode kende het een permanente bewoning. In de loop van de 11e tot 14e eeuw kwam de stad tot bloei en rijkdom door de textielproductie, met name wol en linnen, waarbij de handel vooral gericht was op Parijs en de streek Champagne. Daarnaast was ook de handel in graan van belang. De stad maakte ook deel uit van het Hanzeverbond.

The origins of the city of Cambrai (Kamerijk) date back to Roman times. It was favorably situated at a crossroads of Roman roads. It also had permanent habitation during the Merovingian and Carolingian periods. From the 11th to the 14th century, the city flourished and became wealthy through textile production, particularly wool and linen, with trade primarily directed towards Paris and the Champagne region. In addition, the grain trade was also important. The city was also part of the Hanseatic League.

In tegenstelling tot de kleine groten van Nicolas III van Fontaine(1248-1272) komen die van Peter III van Levis-Mirepoix maar weinig voor in de handel. De ietwat groteske portretten van de bisschop zijn opvallend ; een bisschop met stoppelbaard en flaporen. Zeer zeldzaam.

In contrast to the small greats by Nicolas III of Fontaine (1248-1272), those by Peter III of Levis-Mirepoix are rarely offered for sale. The somewhat grotesque portraits of the bishop are striking; a bishop with stubble and protruding ears. Very rare.

Boudeau 2015 ; Robert pag.96,2 (plaat IX,2) RR
pr-

1.650,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - LODEWIJK VAN BERLAIMONT, 1570-1596 - 1/16 Rijksdaalder 1572

gewicht 2,88gr. ; zilver Ø 25mm.

vz. Breedarmig gebloemd kruis geplaatst over een parelcirkel,
rijksadelaar in het rond opengewerkte hart van het kruis,
omringd door de tekst; •M•II• - •RO• - M•SE• - •AV•
vz. Wapen van Berlaymont, daarboven 72, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠•LVD•A•BERLAIMONT•ARCH•Z•D•CA

Lodewijk van Berlaymont was een telg uit het belangrijke Zuid-Nederlandse geslacht van de Berlaymonts. Hij werd geboren op 5 oktober 1542 op het familiekasteel te Berlaimont als zoon van Karel van Berlaymont, ridder van het Gulden Vlies, en Adriana van Ligne Barbançon. Drie van zijn broers (Gilles, Florent en Claudius) waren krijgsheren in Spaanse dienst en stadhouders van diverse gewesten; gezamenlijk bestuurden ze zeven van de Zeventien Provinciën.

Als jongere zoon was Lodewijk voorbestemd voor een geestelijke loopbaan. Hij begon zijn carrière al op 12-jarige leeftijd als kanunnik van het Sint-Lambertuskapittel in Luik, kort daarop gevolgd door eenzelfde positie aan het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Doornik. Daarna werd hij seculier abt van Namen en Saint-Aubert (bij Kamerijk). Iets later werd hij proost van het Sint-Waltrudiskapittel in Bergen. Dit alles gebeurde nog voordat hij 18 jaar oud was. Tussendoor behaalde hij zijn doctoraatsbul aan de Universiteit van Bologna. Op 30 maart 1570 werd hij door Philips II benoemd tot proost van het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht. In hetzelfde jaar, op 15 september 1570, werd hij benoemd tot aartsbisschop van het in 1559 gecreëerde aartsbisdom Kamerijk. Aangezien hij door die laatste benoeming niet in staat was in Maastricht te resideren, stelde hij daar Cornelius Bercouts aan als vicaris of vice-proost, en na diens overlijden in 1587, Petrus Curtius.

Al in het jaar van zijn benoeming kwam hij in aanvaring met het kapittel van Sint-Servaas, toen hij 6 van de 40 Maastrichtse prebenden had toegezegd aan het kathedrale kapittel van het eveneens in 1559 nieuw gecreëerde bisdom Roermond. Uiteindelijk leidde dit tot een proces bij de Heilige Stoel in Rome, dat door de kanunniken werd gewonnen. Wel lukte het Lodewijk in 1581 om twee prebenden van het kapittel over te hevelen naar het pas opgerichte Maastrichtse jezuïetencollege. In hetzelfde jaar namen de jezuïeten de Latijnse school over, die tot dan toe door het kapittel was geleid. Lodewijk van Berlaymont was een voorstander van de Spaanse politiek in de Habsburgse Nederlanden, wat niet verwonderlijk is, gezien zijn afkomst. In 1581 maakte hij kans om in het prinsbisdom Luik de opvolger te worden van Gerard van Groesbeek. Alexander Farnese, die kort daarvoor met zeer veel geweld Maastricht had ingenomen (Beleg van Maastricht, 1579), zette het kathedrale kapittel in Luik onder druk om een van zijn kandidaten aan te nemen: Granvelle of Berlaymont. De Luikenaren, die zich neutraal achtten in de verscheurde Nederlanden, kozen voor Ernst van Beieren.

In 1583 moest Berlaymont Kamerijk ontvluchten, doordat de hertog van Alençon de stad bezette. Lodewijk trok zich terug in Namen en riep daar in 1586 een bisschoppelijke synode bijeen. Door paus Clemens VIII werd hij in 1593 tot waarnemend bisschop van het bisdom Doornik benoemd, een functie die hij bijna drie jaar vervulde, waarna Clemens hem tot pauselijk legaat benoemde. In 1595 heroverden de Spaanse troepen onder bevel van Pedro Henriquez de Acevedo Kamerijk, een militaire operatie die door Lodewijk was ondersteund in de vorm van troepen en een som geld van 40.000 pond. Kort voor zijn terugkeer naar Kamerijk ontstond er een conflict met de magistraat van de stad, waardoor hij naar Bergen moest terugkeren. Lodewijk van Berlaymont stierf hij op 15 februari 1596 in Bergen. Zijn lichaam werd overgebracht naar Kamerijk, waar het werd bijgezet in een kapel van het klooster van de Zwarte Zusters, waarvan hij zelf de bouwheer was.

Deze 1/16 rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.

This 1/16 Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.

In de ordonnantie van 10 juni 1572, bij uitgifte van dit muntstuk, werd
de koers bepaald op 2 stuiver Vlaams of 2 stuiver en 8 deniers Kamerijks.
Uiterst zeldzaam.

In the ordinance of 10 June 1572, upon the issuance of this coin, the exchange
rate was set at 2 Flemish stuivers or 2 stuivers and 8 deniers of Cambrai.
Extremely rare.


Boudeau 2039 ; Robert pag.184,1 (pl. XXVII, 5) RRR
zfr

475,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - Sprenger van 5 stuivers z.j. (1559-1570)

gewicht 7,01gr. ; zilver Ø 36mm.

vz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst;
+MA⭒BER⭒D⭒G⭒ARCH⭒EPS⭒&⭒D⭒CA⭒S⭒IMP⭒P⭒CO⭒CAMB
kz. Lang gebloemd kruis geplaatste over een parelcirkel, vierpas in het centrum
met in elke boog de letter D, hartschild met rijksadelaar, omringd door de tekst;
: ИEC⭒ - ⭒CITO⭒ - ИEC⭒TE - MERE

De spreuk Nec Cito Nec Temere betekent ″zonder gretigheid, noch stoutmoedigheid″.

Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.

SPRENGER

Sprenger of batseler is een aanduiding voor de zilveren munten van 5 Luikse stuivers of 4 stuivers Brabants (ca. 7 g, ca. 0,65), dat onder andere in Luikse documenten wordt genoemd tijdens het bewind van Robert van Bergen op Zoom, bisschop van Luik (1557-1564). Ze zijn nagevolgd in Horn, Kamerijk (Cambrai) en Thorn. Behalve de hele zijn er ook halve sprengers geslagen. De naam is echter al ouder  en komen we ook al tegen in een Bourgondisch tarief uit 1541, gebruikt voor een eerdere Luikse munt, de ′schrikkelberger′ (eveneens 4 stuivers Brabants), dat weer een afgeleide was van de Saksische ′Schreckenberger′.

Naar de exacte oorsprong van de naam ′sprenger′ blijft het vooralsnog gissen. Het zou kunnen refereren naar ′springer′, waarbij de Luikse snaphaan en halve snaphaan in beeld komen. Het zou dan refereren naar een springend paard. Een ander verklaring zou kunnen zijn dat de benaming toch terugvoert op de Saksische ′Schreckenberger′ die ook in de Nederlanden in betalingsverkeer voorkwamen. Die kwamen qua koers ook min of meer overeen met 5 Luikse stuivers of 4 stuivers Brabants. De beeldenaar op de voorzijde toont een engel met gespreide vleugels. Het woord sprenger is een historisch of minder gebruikelijk synoniem voor een vogel die zijn vleugels spreidt, maar het is vaker terug te vinden als een specifieke term binnen de heraldiek (wapenkunde). In de heraldiek wordt een adelaar met uitgeslagen of gespreide vleugels namelijk vaak aangeduid als een gespreide adelaar of soms een sprenger.

Delmonte 409 ; Boudeau 2031 ; Lucas, Cambrai p.75 ; Robert pag.159, 6 R
zfr

275,00 





© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org | Privacybeleid