
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALEYDIS VAN BOURGONDIË ALS VOOGDES, 1261-1267 - Obool z.j., Leuven
gewicht 0,28gr. ; zilver Ø 12mm. vermoedelijk muntmeester Bastinus
vz. Wapenschild met klimmende leeuw naar links, rechts •V•, links • N • kz. Breed uitlopend kruis met in de kwadranten de letters; B - A - S - T
De letter N V op de voorzijde staan waarschijnlijk voor Nobilis Vidua, hetgeen nobele (of edele) weduwe betekent.
Aleydis van Bourgondië werd in 1233 geboren als dochter van Hugo IV van Bourgondië en Yolande van Dreux. In 1251 huwde zij met hertog Hendrik III van Brabant. Toen haar man in 1261 overleed werd hij opgevolgd door diens oudste zoon Hendrik IV. Hij was echter zwakbegaafd en niet in staat om te regeren. Aleydis trad daarom op als voogdes voor haar zoon. In 1267 werd de tweede zoon van Hendrik III en Aleydis, Jan I, hertog van Brabant en kwam haar rol als voogdes ten einde.
Dit stuk is voor een penning veel te licht, ook als men enig gewichtsverlies a.g.v. slijtage in ogenschouw neemt. Het stuk heeft het gewicht van een ½ penning of obool. Tot op heden zijn dergelijke stukken in de referentie literatuur onbekend. Derhalve hoogst zeldzaam, mogelijk uniek.
vgl. de Witte 72 ; vgl. van der Chijs IV, 9 ; vgl. de Mey 62 ; vgl. Vanhoudt G.50 R4 miniem krasjes en zwaktes van de slag fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN I, 1267-1294 - Dubbele sterling of 2/3 groot z.j. (na 1277), Brussel
gewicht 2,25gr. ; zilver Ø 21,5mm.
vz. Aartsengel Michael staande frontaal met speer in zijn rechterhand en kruisnagels in de linker, binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst: ✠ MONETA⋮BRVXЄLLЄNCIS x kz. Kort drielijnig kruis met bladornamenten aan de uiteinden binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠ IOHANNЄS⋮DVX⋮BRABANTIЄ
Het betreft hier het eerste grotere zilverstuk voor Brabant. De voorzijde toont ons de stadspatroon van de stad Brussel, de heilige Sint Michael. Dit munttype is dan ook alleen geslagen te Brussel. De andere Brabantse steden zouden pas ten tijde van hertog Jan II beginnen met de aanmunting van grotere zilverstukken. Zeldzaam.
Nog altijd prijkt patroonheilige Sint-Michiel op de hoogste toren van het stadhuis van Brussel. Of hij van daaruit waakt over de stad laten we in het midden, maar het symbool van Brussel is hij gebleven. Meer nog, hij was het al voor het ontstaan van de stad. In de achtste eeuw wordt er een bedehuis gebouwd aan de rand van de Zenne met aartsengel Michaël of Sint-Michiel als patroonheilige. In de Bijbel wordt hij voorgesteld als de rechterhand van God, maar hij is vooral degene die de duivel overwon en verjoeg uit de hemel. Zo wordt hij het vaakst afgebeeld, met in zijn hand het zwaard dat hij richt op de duivel, die op het moment van de strijd getransformeerd is in een draak. Op de plek van het bedehuis wordt in de tiende eeuw een parochiekerk gebouwd. Iets verderop aan de oevers van de Zenne ontstaat rond die tijd ook het gehucht Broekzele, dat later de stad Brussel zal worden. Geen stad zonder heilige en zo werd Sint-Michiel de beschermengel van Brussel.
This is the first larger silver piece for Brabant. The obverse shows us the patron saint of the city of Brussels, Saint Michael. This coin type is therefore only minted in Brussels. The other Brabant cities would not start coining larger pieces of silver until the time of Duke John II. Rare.
The patron saint of Brussels, Saint Michael, still adorns the highest tower of Brussels City Hall. Whether he watches over the city from there remains to be seen, but he remains the symbol of Brussels. Indeed, he was already a symbol before the city′s founding. In the eighth century, a house of worship was built on the banks of the Zenne River, with the Archangel Michael, or Saint Michael, as its patron saint. In the Bible, he is depicted as the right hand of God, but he is primarily the one who conquered the devil and banished him from heaven. This is how he is most often depicted, with a sword in his hand, aiming at the devil, who, in the moment of battle, has been transformed into a dragon. A parish church was built on the site of the house of worship in the tenth century. A little further along the banks of the Zenne River, the hamlet of Broekzele, which would later become the city of Brussels, also emerged around that time. No city without a saint, and thus Saint Michael became the guardian angel of Brussels.
de Witte 260 ; van der Chijs VI, 19 ; de Mey 128 ; Vanhoudt G.168 R Enkele lichte krasjes en zwaktes van de slag. Zeldzaam. fr-zfr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS)- HERTOGDOM BRABANT - JAN I, 1267-1294 - Sterling z.j. (1288-1294), onbekend atelier
gewicht 1,28gr. ; zilver Ø 19mm. Geslagen op titel van Limburg & Brabant.
vz. Gedeeld wapenschild met links de leeuw van Brabant en rechts de leeuw van Limburg, omringd door de tekst; DVX - LIMB - VRGIE kz. Lang gevoet kruis geplaatst over geparelde cirkel, klaverblad met steel in iedere kwadrant, omringd door de tekst; DVX - BRA - BAN - TIE
Geslagen met de titels van Limburg & Brabant (DVX LIMBVRGIE & DVX BRABANTIE). De slag bij Woeringen op 5 juni 1288 betekende het einde van de Limburgse successieoorlog dat in het voordeel van hertog Jan I van Brabant werd beslecht. Limburg werd Brabants, ten koste van Gelre. De naam sterling of esterlin is waarschijnlijk afgeleid van ″Easterling″. Het ″Easterling zilver″ waren hooggehaltige zilveren munten van 92,5% (925/1000) puur zilver uit een gebied in Noord-Duitsland rond vijf belangrijke Hanzesteden, dat vanwege haar hoge kwaliteit groot vertrouwen genoot in de handel. Via handelscontacten met Engeland kwamen die muntstukken aldaar bekend te staan als ″de munten van de Oosterlingen″ ofwel Easterlings. Henri II (1154-1189) besloot ook munten te gaan slaan volgens deze hoge kwaliteitsstandaard in de vorm van de “Tealby Pennies”. Het woord Easterling is daarna spoedig verbasterd tot kortweg sterling, de naam van de Engelse pennies in de 12e en 13e eeuw. De sterling werd een zeer populair muntstuk, met name onder Henri III en Edward I & II, dat ook op het Europese vasteland veel navolging kreeg. Deze munt is daarvan een goed voorbeeld. Nog altijd kennen we het sterling zilver, dat vooral voor bestek, sierraden en serviezen wordt gebruikt.
de Witte 267 ; van der Chijs VI, 3 ; Vanhoudt Atlas G201 ; de Mey 130 ; Coll. de Wit -- ; Coll. Beuth - ; Ghijssens p.8, 4 lichte zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN I, 1267-1294 - Sterling z.j. (1289-1294), waarschijnlijk Maastricht
gewicht 1,13gr. ; zilver Ø 20mm. Geslagen op titel van Limburg & Brabant.
vz. Portret van hertog Jan met bloemenkrans frontaal binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; + I LIMBVRGIE DVX kz. Lang gevoet kruis met drie kogels in de kwadranten. In de buitencirkel de tekst; DVX – BRA – BAИ – TIE
Geslagen met de titels van Limburg & Brabant (DVX LIMBVRGIE & DVX BRABANTIE). De Slag bij Woeringen op 5 juni 1288 betekende het einde van de Limburgse successieoorlog dat in het voordeel van hertog Jan I van Brabant werd beslecht. Limburg werd Brabants, ten koste van Gelre.
Dit munttype bestaat zowel met DVX BRABANTIE op de voorzijde alsook met DVX LIMBVRGIE of LIMBVRGIE DVX. Het ligt voor de hand dat de eerstgenoemde in een Brabants munthuis is geslagen (voor Brabant), terwijl de laatsgenoemde in een Limburg atelier is geslagen (voor Limburg). Daarbij komt alleen Maastricht in aanmerking, dus dat is de meest aannemelijke muntplaats voor dit munttype.
De naam sterling of esterlin is waarschijnlijk afgeleid van ″Easterling″. Het ″Easterling zilver″ waren hooggehaltige zilveren munten van 92,5% (925/1000) puur zilver uit een gebied in Noord-Duitsland rond vijf belangrijke Hanzesteden, dat vanwege haar hoge kwaliteit groot vertrouwen genoot in de handel. Via handelscontacten met Engeland kwamen die muntstukken aldaar bekend te staan als ″de munten van de Oosterlingen″ ofwel Easterlings. Henri II (1154-1189) besloot ook munten te gaan slaan volgens deze hoge kwaliteitsstandaard in de vorm van de ″Tealby Pennies″. Het woord Easterling is daarna spoedig verbasterd tot kortweg sterling, de naam van de Engelse pennies in de 12 en 13e eeuw. De sterling werd een zeer populair muntstuk, met name onder Henri III en Edward I & II, dat ook op het Europese vasteland veel navolging kreeg. Deze munt is daarvan een goed voorbeeld. Nog altijd kennen we het sterling zilver, dat vooral voor bestek, sierraden en serviezen wordt gebruikt.
Dit type wordt beschreven in de relevante naslagwerken. Toch kon Mayhew bij zijn uitvoerig onderzoek geen enkel exemplaar van dit type localiseren, terwijl hij alle grote Europese collecties en muntvondsten uitvoerig in kaart heeft gebracht aangaande de imitaties van de Engelse penny van Edward I. Dit doet vermoeden dat deze munt buitengewoon zeldzaam is.
This type is described in the relevant reference works. Nevertheless, Mayhew′s extensive research has failed to locate a single specimen of this type, while he has extensively mapped all major European collections and coin finds regarding the imitations of Edward I′s English penny. This suggests that this coin is extremely rare.
de Witte 256 ; van der Chijs - ; Vanhoudt G.208 ; de Mey 125 ; Chautard 97 ; Ghijssens plaat XVII, 256 ; Mayhew 50 RRR Lichte zwaktes. Uiterst zeldzaam. fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN II, 1294-1312 - Groot z.j. (1294-1300), onbekend atelier
gewicht 4,01gr. ; zilver Ø 27mm.
vz. Wapenschild van Brabant-Limburg binnen een parelcirkel, omringd door een boord van twaalf lelies gevat in dubbel gelijnde boogjes kz. Kort kruis binnen een parelcirkel, omringd door de tekst ✠ BRABANTIE DVX binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠ NOMEN:DOMINI:NOSTRI:SIT:BENEDICTVM binnen een parelcircel.
Deze groot is een directe navolging van de Tourse groot. De twaalf lelien duiden in beginsel op de waarde van de munt, namelijk 12 penningen.
vgl. Jean Elsen, veiling 145, kavel 1404 (in pr- € 2.000 + 20%)
provenance: ex. collectie Van Erp
van der Chijs VI, 8 ; de Witte 316 ; de Mey 163 ; Vanhoudt G.219 R Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam. zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN III, 1312-1355 - Sterling z.j. (1317-1318), Brussel
gewicht 1,35gr. ; zilver Ø 19mm.
vz. Brabants kasteel binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✠ •I•DVX:DЄ•BRABANTIA. kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met drie bolletjes in iedere kwadrant. In de buitencirkel de tekst: MON - ETA - BRV - XEL
In 1312 volgde Jan III zijn overleden vader Jan II op als hertog van Brabant. Op dat moment was hij pas 12 jaar oud. Zijn vader liet hem een hertogdom na dat verkeerde in deplorabele financiële toestand. De feitelijk macht lag voor een groot deel bij de steden. Aanvankelijk werd de voogdij over de jeugdige Jan III door de adel uitgeoefend, maar om een nog grotere invloed te krijgen op het financiële beleid wisten de steden in de zogenaamde ″Waalse Charters″ van 12 juli 1314 af te dwingen dat ook de voogdij over Jan III bij de steden kwam te liggen. Hieronder viel ook het muntbeleid. Van de Brabantse steden hadden Leuven en Brussel de meeste zeggenschap. Deze situatie zal ertoe geleid hebben, dat het tamelijk lang duurde alvorens de eerste munten werden geslagen op naam van hertog Jan III. De eerste munten op zijn naam waren sterlingen die vanaf circa 1317 te Brussel werden aangemunt, waarvan hier een exemplaar wordt aangeboden. Vanaf 1323 werden in Brussel ook groten, halve groten en kwart groten aangemunt. Andere Brabantse steden, zoals leuven, Antwerpen, Halen en Maastricht, volgden met hun muntslag pas vanaf circa 1329.
van der Chijs VI, 1 (Jan II) ; de Witte 307 ; de Mey 156 (Jan II) ; Ghyssens pag. 12,2 ; Vanhoudt G.248 zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN III, 1312-1355 - ½ Groot z. j. (oktober 1343), Leuven ?
gewicht 2,34gr. ; biljoen Ø 23mm. laaggehaltige (nood) emissie
vz. Gekwartierd wapenschild van Brabant-Limburg binnen een zespas binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✠ MONЄTA:NOVA:RAB•ANTIЄ kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over een perelcirkel, omringd door een tweede cirkel met de tekst: SAC-RI·I-MBЄ-RII. In de buitencirkel de tekst; ✠ I•LOT⋮BRAB⋮LЄMBDVX⋮AIICIO
De keerzijde tekst is interessant en luidt in zijn correcte vorm voluit: Iohannes Lotharingia Brabantia Lemburgia Dux Marchio Sacri Imperi. Vertaald luidt dit; Jan, Hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, markgraaf van het Heilige Rijk.
We zien daarmee op deze munt dat Jan III de titel van hertog van Lotharingen voert. Dit stamt uit een grijs verleden, waarin de landgraven van Brabant (in titel) tevens hertog van Lotharingen waren. Op de Landdag van Schwäbisch Hall in 1190 na de dood van Godfried III van Leuven (landgraaf van Brabant) werd de titel "Hertog van Neder-Lotharingen" gezagsloos verklaard. De erfopvolger Hendrik I van Brabant, als eerste titel verkregen van hertog van Brabant sinds 1183, mocht het hertogelijk gezag slechts uitoefenen binnen zijn eigen gebieden en rijkslenen. De titel bleef evenwel tot op het einde van het Ancien Régime in het oorkondelijk protocol van de hertogen van Brabant en hun opvolgers bewaard.
Daarnaast voert hij de titel van Markgraaf, hetgeen verwijst naar het Markgraafschap Antwerpen. In 980 werd een wijd gebied rond Antwerpen door keizer Otto verheven tot Markgraafschap, met de stad (castra) Antwerpen als centrum. In het begin vooral een gebied lang de Schelde, dat samenviel met het Land van Rijen en Toxandrië. De graven en hertogen van Lotharingen kregen het in leen en fungeerden dus als de markgraven van Antwerpen. Na 1106 kwam het markgraafschap van Antwerpen in handen van de graven van Leuven. Hendrik I van Leuven werd in 1190 de eerste hertog van Brabant. Het markgraafschap Antwerpen ging vanaf dat moment deel uitmaken van het hertogdom Brabant. De hertogen van Brabant waren dus naast hertog tevens markgraaf (ofwel markies) van Antwerpen. Dit gebied was na verloop van tijd zeer uitgebreid geworden en omvatte meer als 100 dorpen en steden waaronder de stad Antwerpen, de baronie Breda, Bergen op Zoom, Steenbergen, Zandvliet, het Land van Arkel, het Land van Rijen, de meierij Geel, het graafschap Hoogstraten, de meierij Turnhout, de stad Lier e.a.
Het lage gehalte en de foutieve teksten zijn kenmerkend voor deze emissie. Zo luidt de tekst op deze munt o.a. RAB•ANTIЄ i.p.v. BRABANTIЄ. Van de bekende stukken lopen de gewichten sterk uiteen, van zo′n 1,30 gram tot zo′n 2,40 gram. Dit duidt erop dat geen serieuze controle werd uitgeoefend op deze muntslag. Er zijn ook “zilveren” Pieters en 1/3 Pieters van Jan III, met vermelding van de muntplaats Leuven, van een soortgelijk slecht allooi (biljoen) en eveneens veelal met tekstfouten. In 1847 werden daarvan zo′n 200 stuks te Mechelen gevonden bij opgraving. Het ligt voor de hand dat zowel dit munttype als de Pieter en 1/3 Pieter uit hetzelfde atelier komen, dus hoogswaarschijnlijk Leuven. De 19e eeuwse numismaat De Coster meende dat het hier wettige stukken betrof, en geen namaaksels (zie Revue Belge, T.VI, pag.216). Het slechte gehalte en de vele tekstfouten worden daarmee echter niet verklaard. Wellicht betrof het hier een noodmuntslag waarbij men onvoldoende beschikte over zilver en de productie plaats vond door minder kundig personeel. Hoogst interessant en zeer zeldzaam.
vgl. v.d.Chijs VIII, 13 ; vgl.de Witte 348 ; vgl. de Mey 192 ; Ghijssens pag.13, 8 ; vgl.Vanhoudt G274 RR Licht geoxideerd vondstexemplaar met een donker patina, doch voor dit munttype een net exemplaar. zfr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN III, 1312-1355 - 1/3 Zilveren Pieter of sterling z.j., Leuven
gewicht 2,76gr. ; biljoen Ø 28mm. laaggehaltige (nood) emissie
vz. Borstbeeld van de apostel Petrus (Sint Pieter) met het boek der evangeliën in de rechter- en een sleutel in de linkerhand binnen een gekartelde cirkel, daaronder het wapenschild van Brabant-Limburg, omringd door de tekst; ✠SANCTVS∘ – ∘PЄTRVS kz. Een uit drie banden bestaand lang kruis geplaats over een gekartelde cirkel, aan de uiteinden rijkelijk versierd met bladornamenten en in iedere hoek een rozet, binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠ •I•D – VX – BR – AB
Deze 1/3 Zilveren Pieter maakt deel uit van een emissie van laaggehaltige muntstukken. De benaming ″zilveren Pieter″ is nogal misleidend. De stukken zijn van buitengewoon laag allooi en bevatten nauwelijks zilver. Naast hele ″zilveren″ Pieters werden ook 1/3 Pieters of sterlingen geslagen. In 1847 werden zo′n 200 zilveren Pieters te Mechelen gevonden bij opgraving. De 19e eeuwse numismaat De Coster meende dat het hier wettige stukken betrof, en geen namaaksels (zie Revue Belge, T.VI, pag.216). Het zijn immers ook munttypen die op zichzelf staan en waarvan geen soortgelijke exemplaren bestaan van goed zilvergehalte. Naast deze zilveren Pieters en 1/3 Pieters bestaat ook nog derde munttype van een ½ groot (of wellicht 2/3 groot van 2 sterlingen) die van een soortgelijk slecht allooi is (zie de Witte 348 ; van der Chijs VIII, 13 ; de Mey 192 ; Ghijssens pag.13, 8 ; Vanhoudt Atlas G274). Deze laatste kenmerkt zich door vele fouten in de opschriften. Het lijkt er sterk op dat het hier een soort van noodemissie betreft, waarbij men onvoldoende beschikte over zilver en de productie plaats vond door minder kundig personeel. Naar de exacte aanleiding blijft het vooralsnog gissen. Hoogst interessant en zeldzaam.
van der Chijs IX, 23 ; de Witte 358 ; Vanhoudt Atlas G.281 ; Ghijssens pag.14, 11 (Pl.25, 358) ; de Mey 204 R licht gecorrodeerd vondstexemplaar fr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN III, 1312-1355 - Leeuwengroot z.j.(circa 1346-1355) , Antwerpen (?)
gewicht 3,04gr. ; zilver Ø 28mm.
vz. Klimmende leeuw naar links, daarboven een adelaar, omgeven door de tekst MONЄTA•BRABAN In de buitenrand 13 lobben waarvan de bovenste met een klimmende leeuw naar links en de overige twaalf met een blad. kz. Middellang gevoet kruismet in de hoeken de tekst; O′•DV - X•LO - T’•BR - AB′•I. In de buitenrand de tekst; +BNDICTV:SIT:NOMЄ:DNI:NRI:IHV:XPI
We zien dat Jan III op deze munt de titel van hertog van Lotharingen voert. Dit stamt uit een grijs verleden, waarin de landgraven van Brabant tevens hertog van Lotharingen waren. Op de Landdag van Schwäbisch Hall in 1190 na de dood van Godfried III van Leuven (landgraaf van Brabant) werd de titel "Hertog van Neder-Lotharingen" gezagsloos verklaard. De erfopvolger Hendrik I van Brabant, als eerste titel verkregen van hertog van Brabant sinds 1183, mocht het hertogelijk gezag slechts uitoefenen binnen zijn eigen gebieden en rijkslenen. De titel bleef evenwel tot op het einde van het Ancien Régime in het oorkondelijk protocol van de hertogen van Brabant en hun opvolgers bewaard.
Gezien de vele varianten bij dit munttype, moet de productie omvangrijk zijn geweest. De productie van Brabantse leeuwengroten vond zijn aanvang in circa mei 1337, met vermelding van de muntplaats Brussel. De tweede emissie vond plaats eind 1339/begin 1340, met vermelding van de muntplaatsen Gent en Leuven. Dan volgt de derde emissie, vanaf circa februari 1341, zonder vermelding van de muntplaats, met in de buitenrand 12 lobben (11 met blad en 1 met leeuw). Ten slotte volgt een emissie, vanaf circa januari 1346, zonder vermelding van de muntplaats, met in de buitenrand 13 lobben (12 met blad en 1 met leeuw). Deze laatste emissie heeft waarschijnlijk voortgeduurd tot aan de dood van Jan III in 1355. Bij de emissies vanaf 1341 zien we dat het kruis aan het begin van de buitenrandtekst op de keerzijde, en de X in het woord XPI, een ronde uitsparing hebben in het centrum. Ghyssens houdt het voor mogelijk dat dit het muntteken van Antwerpen is.
Bij dit exemplaar lijkt het te gaan om een nog niet gesignaleerde variant, waarbij na BRABAN geen apostrophe volgt. Hoogst ongebruikelijk, daar de landsnaam duidelijk is afgekort. Als zodanig hoogst zeldzaam. van der Chijs IX,24var. ; de Witte 359var. ; Vanhoudt 269var. ; Boudeau 2378var. ; vgl. Ghijssens Type IV h, plaat V, no.9 vgl. Torongo/Oosterhout type III-e RRRR zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JOHANNA & WENCESLAUS, 1355-1383 - Gouden lam z.j. (1382-1383), vermoedelijk Maastricht
gewicht 4,57gr. ; goud Ø 31mm. geslagen op naam van hertogin Johanna
vz. Het Lam Gods met aureool staande naar links, kop naar rechts gewend, kruisscepter met vaan daarachter, eronder IOh′ DUX, gevat binnen een gelobde rand en een parelrand, omringd door de tekst; ✠ AGN•DЄI•QVI•TOLL•PCCA•MVDI•MISЄRЄRЄ.NOB• kz. Kort drielijnig kruis met bloemmotieven aan de uiteinden, in de kwartieren elk een lelie, kruisje in het hart, gevat in een vierpas met punten tussen de lobben, in de zwikken waarvan lelies, omringd door de tekst; ✠ XP′C‡VINCIT‡XP′C‡RЄGNAT‡XP′C‡IMPЄRAT
"Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis" is een Latijnse uitdrukking die "Lam Gods, die de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons" betekent en een vast onderdeel is van de katholieke misviering. Het is een gebed dat het Lam van God prijst voor zijn offer dat zonden wegneemt en vraagt om ontferming.
Normaal hebben de gouden lammen van Johanna & Wenceslaus een roosje in het hart van het kruis. Dit zijn tegelijkertijd ook de best uitgevoerde stukken. Daarnaast bestaan er ook stukken met een sterretje of een kruisje in het hart van het kruis. Die stukken zijn in de regel slechter qua uitvoering, veelal geslagen met grotere zwaktes. Exemplaren met een sterretje of een kruisje komen maar sporadisch voor en worden niet vermeld in de meeste naslagwerken, waarbij exemplaren met een sterretje nog weer zeldzamer zijn dan die met een kruisje. Traditioneel wordt de aanmunting van de gouden lammen van Johanna & Wenceslaus (em. 1357) aan Vilvoorde toegeschreven. Dit zal voor de stukken met een roosje ook zo zijn. Wellicht moeten we exemplaren met een sterretje of kruisje opvatten als een onderscheidend teken en heeft de aanmunting van die stukken niet in Vilvoorde plaatsgevonden maar in een minder goed uitgerust muntatelier. Mogelijk is ook het gehalte wat lager dan de stukken conform de Vilvoordse emissie uit 1357. Een extra reden voor een onderscheidend teken. Daarbij zou naar mijn inschatting Maastricht het meest plausibel zijn als muntplaats van dit stuk, daar dit muntatelier vanaf 1377 ook weer actief was. Als we de kwaliteit van aanmunting zien van de Brijmannen (em. 1377) in deze stad, dan zien we veelal een soortgelijk resultaat, namelijk slecht geslagen munten met (grotere) zwaktes. Ook lezen we in het Charter omtrent de Maastrichtse munt: ″In al der voegen dat onze dobbele moitoene waren geformeert ende geteikent, die wy lestwerk te Vilvoorden deden slaen″. Bij Heylen lezen we aangaande de muntslag in Maastricht in de noot op blz.25: ″An. 1382 naer dat Wenceslyn Loven belegerd had en die voor hun misdaed geschat op 80.000 mottoen, syn die in′t eiynde des jaers aldae geslagen, en hadde elc stuc cours voor 54 groote of plancken Brab.″ Hiermee weten we dus dat er eind 1382 te Maastricht muntslag heeft plaatsgevonden naar voorbeeld van het dubbele gouden lam (dubbele moetoenen) die voordien te Vilvoorde waren geslagen. Van Heylen spreekt in de noot op blz. 25 dat de verantwoordelijke muntmeesters te Maastricht waren; Jan van Weerde en Hendrik Meeus (in het Charter omtrent de Maastrichte Munt lezen we van Janne van Weert en Henrtic Mees, poirteren van Tricht). Van der Chijs merkt op dat van deze Maastrichtse dubbele moetoenen geen exemplaren meer bekend zijn en deze zouden alleen door ″enigherhande clein teiken dair in te prenten, te onderscheiden zijn van den dobblen moitoen van Vilvorden″. Aangezien we in de numismatische literatuur nergens te Maastricht geslagen dubbele of enkele gouden lammen van Johanna & Wensceslaus vermeld zien, terwijl we wel weten dat deze toch in een behoorlijke hoeveelheid zijn aangemunt, zou het niet ondenkbaar zijn dat we met het hier aangeboden stuk het ″Maastrichtse gouden lam″ te pakken hebben. Ondanks het feit dat de bronnen steeds refereren aan het dubbele gouden lam, zou het toch aannemelijker zijn dat die Maastrichtse muntslag zich toch vooral of uitsluitend zal hebben gericht op de aanmunting van het enkelvoudige gouden lam. Het dubbele gouden lam was immers veel minder courant in het betalingsverkeer en daaraan bestond dus duidelijk minder behoefte. Stukken met een sterretje zijn te beschouwen als uiterst zeldzaam, die met een kruisje, zoals dit exemplaar, als zeer zeldzaam.
♦ hoogst interessant en zeer zeldzaam ♦
Johanna werd op 24 juni 1322 geboren als eerste kind van hertog Jan III van Brabant en diens echtgenote Maria van Evreux. Al enkele maanden daarna werd zij verloofd met de latere graaf Willem IV van Holland met wie zij in 1331 huwde. In 1345 sneuvelde graaf Willem IV in de strijd tegen de Friezen waarna Johanna zich terugtrok op het kasteel van Binche in Henegouwen. In 1347 verloofde de toen 25-jarige Johanna zich met de 10-jarige Wenceslaus van Bohemen, met wie ze in 1451 huwde. Daarmee werd zij ook hertogin van Luxemburg. Na de dood van haar vader Jan III werd zij als erfgenaam hertogin van Brabant en werd Wenceslaus hertog van Brabant. Kort daarna werden op hun naam de eerste goudstukken geslagen, het Gouden Lam. Deels werden die geslagen op naam van Wenceslaus en deels op naam van Johanna, zoals dit exemplaar (onder het lam ; IOH DVX).
Delmonte 43var. ; de Witte pag.153, 8. ; van der Chijs VII,3var. ; Vanhoudt G296var. ; Vanhoudt/Saunders 76 ; vgl. Friedberg 23 RR gebruikelijke zwakke slag zfr
|
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JOHANNA EN WENCESLAUS, 1355-1383 - Gouden Pieter z.j. (1375-1381), Leuven
gewicht 4,06gr. ; goud Ø 28mm.
vz. Buste van St. Petrus frontaal met dubbelgelijnde nimbus, evangelieboek in zijn rechterhand twee sleutels in de linker, voor hem een gevierendeeld wapenschild met de leeuwen van Bohemen, Brabant, Limburg en Luxemburg, binnen een omlijsting van negen boogjes, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠WЄNCЄLAVS⁑Z⁑IOhANAx - xDЄI⁑GRA⁑BRAB⁑DVCЄS (vertaald: Wenceslaus en Johanna, bij Gods gratie hertogen van Brabant)
kz. Dubbel gelijnd kruis met omgekrulde uiteinden, versierd met bladeren en lelies aan de uiteinden met daartussen een uitstekende leliescepter dat rust op een vierlobbig ornament, een roosje in het opengewerkte ruitvormig hart binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠XPC:VINCIT:XPC:RЄGNAT:XPC:IMPЄRAT (vertaald: Christus, de redder, overwint, Christus,de redder, regeert, Christus, de redder, heerst)
De Gouden Pieter of Peter werd vanaf juli 1375 onder de regering van Johanna en Wenceslas (1355-1383) in Leuven geslagen. Dat men voor de afbeelding van Sint Pieter koos laat zich eenvoudig verklaren ; hij was de stadspatroon van de stad Leuven. Het voorgeschreven gewicht was 2 engels en 20 azen met een goudgehalte van 23 karaat en 9 grein (98,96 %). Deze bij uitstek Brabantse munt was erg populair en werd tot in de 16e eeuw in de financiële rekeningen en contracten van pacht, retributies, renten e.d. gebruikt. Het type is later door hertog Philips de Goede (1430-1467) nagevolgd en korte tijd in 1431 geslagen op het atelier in Leuven (toen met een gehalte van 21 karaat) en tussen 1429 en 1433 op de tijdelijke munt te Zevenbergen.
Sint Pieter houdt in zijn linkerhand twee sleutels; een voor de ontsluiting van de wereld en een voor de hemelpoort.
Delmonte 45 ; de Witte 390 ; van de Chijs 9.2 ; Vanhoudt G.304 ; de Mey 225 ; Slg. de Wit 1154 ; Vanhoudt/Saunders 80 ; Friedberg 11 R Minieme zwaktes van de slag, doch zeer attractief prachtexemplaar met fijne details. Zeldzaam. pr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JOHANNA EN WENCESLAUS, 1355-1383 - Leeuwengroot (compagnon of lakengeld) z.j. (1357-1363), Vilvoorde
gewicht 2,65gr. ; zilver Ø 27mm.
vz. Klimmende leeuw naar links, omringd door de tekst; ✠ MONETA♣FILFD′• binnen een parel cirkel, omringd door 12 dubbel gelijnde lobben met in de bovenste een klimmende leeuw naar links en in de overige 11 lobben steeds een bladmotief. kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over parelcirkel, omringd door een tweede parelcirkel waarbinnen de tekst; O•DV - C′xLO - T•BR - ABxI,omringd door een derde parelcirkel waarbinnen de tekst; BNDICTV⋮SIT⋮NOMЄ⋮DNI⋮NRI⋮IHV⋮XPI
De Leeuwengroten hebben verschillende benamingen: Gros compagnon, gesellen, socius, lakengeld. Dit munttype werd in mei 1337 ingevoerd door de Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers (1322-1346). Met name onder zijn opvolger Lodewijk II van Male (1346-1384) kreeg het muntstuk grote populariteit en werden miljoenen stuks vervaardigd. Gezien deze populariteit werd het munttype spoedig nagevolgd door tal van heersers binnen de Nederlanden maar ook de grensgebieden met Duitsland en Frankrijk. Voor Brabant werd de leeuwengroot aangemunt onder Jan III (1312-1355) en Johanna & Wenceslaus (1355-1383)
Vilvoorde ontstond op de plaats waar de Romeinse heirbaan van Asse naar Elewijt de Zenne kruiste. Hiervoor bestond er waarschijnlijk ook al een Nervische nederzetting op deze plaats, waar de Zenne gemakkelijk doorwaadbaar was.
Sinds het einde van de twaalfde eeuw begon Vilvoorde zich te ontbolsteren tot een kleine stad. Vilvoorde was de inzet van een langdurige rivaliteit tussen de hertogen van Brabant en de heren van Grimbergen. Om zich te verzekeren van de steun van de bewoners in de conflicten met het machtige graafschap Vlaanderen, verleende hertog Hendrik I van Brabant in 1192 de stad een vrijheidskeure. De vrijheidskeure liet Vilvoorde toe de stad te omwallen en de ambachtelijke producten vrij te exporteren. Deze relatieve onafhankelijkheid en de rechten die men als inwoner kreeg, lokten heel wat mensen naar Vilvoorde. In 1208 liet hertog Hendrik I van Brabant de Woluwe omleiden van Diegem via Machelen naar Vilvoorde om de hertogelijke molens van water te voorzien.
Het hoogtepunt van zijn bloei beleefde Vilvoorde in de 14de eeuw. De stad was een belangrijk centrum dat met Leuven en Brussel wedijverde om de belangrijkste stad van Brabant te worden. Exemplarisch hiervoor is het huwelijk van Lodewijk van Male, de latere graaf van Vlaanderen, met Margaretha van Brabant, dochter van de hertog van Brabant, op 6 juni 1347 in Vilvoorde. Uit deze periode dateren verschillende grote bouwwerken. In 1357 werd de stad helemaal omwald. Deze vesten hadden vijfentwintig wachttorens en vier poorten. De bouw van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Goede-Hoopkerk werd gestart in 1342. Het hertogelijk kasteel werd gebouwd in 1375, voornamelijk om te functioneren als staatsgevangenis, maar ook om defensieredenen in de concurrentiestrijd met Brussel en Leuven. De centrale ligging zorgde ervoor dat Vilvoorde militair een sleutelpositie kon innemen. In de 14de eeuw werd Vilvoorde een militair hoofdkwartier en een legerstandplaats, wat het tot in de 21ste eeuw gebleven is. De handel en de lakennijverheid waren in volle bloei. Tegelijkertijd groeide ook het belang van de Zenne als verkeersader voor het goederenvervoer. De stedelijke nijverheid was voornamelijk gebaseerd op de lakennijverheid en de zandsteengroeves in de buurt. Deze laatsten gebruikten Vilvoorde als binnenhaven op de Zenne. Vanaf de 15de eeuw beleefde Vilvoorde een geleidelijke achteruitgang. Een algemeen verval van de lakennijverheid in Vlaanderen, de ontvolking ten gevolge van epidemieën, godsdienstoorlogen en de sterke concurrentie van de sterk groeiende buur Brussel vormen hiervoor de belangrijkste redenen. In de loop van de 16e en 17e eeuw sluimerde de stad langzaam maar zeker in om te verworden tot een onbelangrijk provincienest. Het kasteel viel tot puin, de kerken konden niet meer onderhouden worden, de statige herenhuizen vervielen. Dit verval zou blijven aanhouden tot in de 19de eeuw, toen de stad onder de impuls van de Industriële Revolutie een snelle opgang kende.
de Witte 395 ; van der Chijs XII, 9 ; Ghijssens p. 15, 2 ; Vanhoudt G.295 ; de Mey 229 zwaktes van de slag fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JAN IV VAN BRABANT, 1415-1427 - Dubbele groot of dubbele penninck Jans z.j. (1417-19), Vilvoorde of Maastricht
gewicht 3,97gr. ; zilver Ø 32mm.
vz. Wapenschilden van Bourgondië en Vlaanderen gedekt door tournooihelm binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •IOHANES:DI:GRA:DVX:BRABANTI:ET:LIMB• kz. Kort gevoet kruis met in de hoeken om en om een leeuw en lelie binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠MONETA:NOVA:DVC:BRABANTI:ET:LIMBVR
Jan IV werd op 11 juni 1403 geboren te Atrecht, oudste zoon van Anton van Bourgondië en Johanna van Saint-Pol. Toen zijn vader sneuvelde tijdens de Slag bij Azincourt (25 oktober 1415), was het nog niet meteen een gelopen zaak dat hij zijn vader zou opvolgen. De Roomse keizer Sigismund wilde namelijk voorkomen dat Jan zijn vader zou opvolgen, om verdere invloed van de Bourgondische hertogen in het gebied tegen te gaan. De Bourgondische hertog, Jan zonder Vrees werd echter gesteund door de Staten van Brabant in zijn stelling dat Jan zijn vader wel moest opvolgen. Zo werd Brabant behoed voor een nieuwe Brabantse Successieoorlog. Tijdens een vergadering op 4 november 1415 te Vilvoorde riepen de Staten van Brabant hem uit tot de nieuwe soeverein vorst van Brabant. Zijn inhuldiging vond het jaar daarop plaats. Tot zijn meerderjarigheid in 1417 stond hij onder regentschap van de Staten van Brabant.
op 10 April 1418 huwde hij te ′s Gravenhage met Jacoba van Beieren, dochter van graaf Willem VI van Beieren en weduwe van Jan van Touraine, Dauphin van Frankrijk. Hiermee werd hij in één klap naast hertog van Brabant en Limburg ook graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Aanvankelijk verliep dit huwelijk goed, maar in 1420, na een reeks incidenten, raakten zij in onmin. Een van de redenen was dat hij haar belangen als gravin van Holland en Zeeland onvoldoende verdedigde tegen de bemoeienissen van haar oom Jan van Beieren. Aanvankelijk steunde hij haar en haar partij, de Hoeken, tegen de inmenging van Jan van Beieren, onder andere bij het beleg van Dordrecht, dat teleurstellend verliep. Zijn vertrouwelingen behoorden echter tot het Kabeljauwse kamp, en onder hun invloed stelde hij Jan van Beieren in 1420 als ruwaard van Holland en Zeeland aan. Jan van Beieren verkreeg daarmee in feite de zeggenschap over de Hollandse gewesten. Dit zou uiteindelijk leiden tot de breuk tussen hem en Jacoba van Beieren. Zij verliet hem en huwde in maart 1421 met Humprey, hertog van Gloucester en broer van koning Hendrik V van Engeland. In de hoop dat hij haar beter kon beschermen tegen haar oom Jan van Beieren en Philips de Goede van Bourgondië.
Na onophoudelijke oorlogen vanwege de Hollandse graafschappen, zegevierde hertog Jan op 13 januari 1425 over de Beierse partij, in de Slag bij Brouwershaven. Kort daarvoor was Jan van Beieren op 6 januari 1425 overleden en had de Paus het huwelijk van Jacoba met de hertog van Gloucester als overspelig verklaard. Daarmee vielen de Hollandse graafschappen weer aan Jan IV van Brabant toe. Het feitelijke bestuur over Brabant had Jan IV reeds in 1420 overgedragen aan zijn jongere broer Philips van Saint-Pol. Die moest in 1426 onder diens druk de machtige Philips van Bourgondië ″de Goede″ aanstellen als ruwaard en erfgenaam. Zo zouden de graafschappen aan de hertog van Bourgondië toevallen, mochten Jan of Philips kinderloos sterven.
Tijdens zijn bewind droeg hertog Jan IV bij aan de oprichting van de Universiteit van Leuven (1425), de eerste universiteit in de Nederlanden. Hij overleed in 1427 kinderloos op 23-jarige leeftijd en werd opgevolgd door zijn jongere broer Philips van Saint-Pol. Jan IV is vooral als een zwak vorst de geschiedenisboeken ingegaan. Hij was makkelijk te beïnvloeden door zijn omgeving en liet zich leiden en gebruiken door politiek meer ervaren mannen, zoals Jan van Beieren en Filips de Goede. Hierbij zal zijn leeftijd een sterke rol hebben gespeeld. Philips van Saint-Pol overleed een paar jaar later, in 1430, eveneens kinderloos. Daarmee viel het hertogdom Brabant toe aan Philips de Goede van Bourgondië.
Dit munttype is een directe navolging van de dubbele groot of braspenning van Vlaanderen, welke in de jaren 1409-1418 onder Jan zonder Vrees te Gent werd aangemunt. Deze Brabantse dubbele groten werden 468.135 stuks geslagen te Vilvoorde, in het huis van Jan van den Horicke, en 1.738.154 stuks te Maastricht, in het Vroenhof. Onderscheidende kenmerken tussen deze twee muntateliers lijken er niet te zijn. Ondanks deze aanzienlijke productie komt dit munttype toch maar weinig voor. Zeer zeldzaam.
de Witte 443 ; van der Chijs XIV, 8 ; Vanhoudt Atlas G.345 ; de Mey 276 ; collectie de Wit 1166 RR zwaktes van de slag zfr- à fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BRABANT - PHILIPS DE GOEDE, 1430-1467 - Gouden leeuw z.j. (1454-1460), Mechelen
gewicht 4,14gr. ; goud Ø 30mm. muntteken vuurijzer
vz. Leeuw zittend naar links onder Gothische baldakijn, twee vuurstalen met afspattende vonken ter weerszijden, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; PHS⁑DЄI⁑GRA⁑DVX⁑BVRG⁑BRAB⁑DNS⁑ML kz. Bourgondisch wapenschild rustend op gebloemd kruis binnen een gelijnde en geparelde cirkel, omringd door de tekst; ✠ ⁑SIT⁑NOMЄN⁑DOMINI⁑BЄNЄDICTVM⁑AMЄN⁑en vuurijzer
De gouden leeuw werd in 1454 tijdens het bewind van Philips de Goede ingevoerd. De munt had het hoge gehalte van 958/1000 en werd uitgegeven op koers van 30 stuivers. Het werd aangemunt in de gewesten Brabant (muntplaats Mechelen), Vlaanderen (muntplaats Brugge en Gent), Holland (muntplaats ′s Gravenhage) en Henegouwen (muntplaats Valenciennes).
We zien dat Philip de Goede op deze munt de titel draagt van hertog van Bourgondië en Brabant en heer van Mechelen. Hiermee zien we dat Brabant en Mechelen twee verschillende gebieden waren;
Mechelen is tot 1795 een kleine zelfstandige heerlijkheid geweest, bestaande uit de stad Mechelen en enkele omliggende gemeenten; de dorpen Hever, Muizen (inclusief het huidige Hofstade en de Werfheide), Walem, Leest, Heffen en Neerhombeek (het oosten van Hombeek), daarnaast (in een aparte enclave) Heist-op-den-Berg met afhankelijkheden, onder meer Gestel en tenslotte de gehuchten Nekkerspoel, Nieuwland, Pennepoel, Battel, Geerdegem. Oorspronkelijk hing het af van het prinsbisdom Luik, waaraan het in 910 al was toegewezen. Het was dus geen Brabants gebied. De heerschappij kwam via Sophia van Berthout in handen van haar echtgenoot Reinoud II van Gelre (1326-1343), die het wilde verkopen aan de graaf van Vlaanderen. De bevolking kwam daartegen in opstand, en het hertogdom Brabant probeerde het gebied, tevergeefs, over te nemen.
In 1333 stond Luik het feodale leen echter af aan het graafschap Vlaanderen. Dat de heerlijkheid Mechelen in die tijd Vlaams gebied was blijkt ook uit het feit dat de Vlaamse graven Lodewijk II van Male (1346-1384) en zijn opvolger Philips de Stoute (1384-1404) op omvangrijke schaal munten hebben laten slaan in de stad Mechelen. Brabant kwam in 1430 in Bourgondische handen. Alhoewel Mechelen strikt genomen niet Brabants was, maar wel als een enclave in dat gebied gelegen was, werd het in de muntslag gemakshalve verenigd met Brabant. Deze gouden leeuw van Brabant is de eerste munt waarin die monetaire samenvoeging tot uiting komt, maar Mechelen zou tot 1795 een zelfstandige heerlijkheid blijven. Gedurende een korte periode in de 15e en 16e eeuw werden de Nederlanden vanuit Mechelen geregeerd, en vervulde de stad de functie van bestuurlijke hoofdstad van de Nederlanden. Het was de grote bloeiperiode van de stad Mechelen. Die functie van hoofdstad kreeg het van Margaretha van Oostenrijk (1480-1530), de enige dochter van Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië. Deze periode heeft bijgedragen tot het uitgebreide kunstbezit en diverse opmerkelijke gebouwen. In het begin van de 80-jarige Oorlog kreeg Mechelen het zwaar te verduren en na 1600 heeft de stad Mechelen geen rol van betekenis meer gespeeld en verviel het tot een provinciestadje met slechts een regionale functie.
Delmonte 65 ; de Witte 470 ; van Gelder & Hoc 3-1 ; de Mey 310 ; Vanhoudt H.9 ; Vanhoudt/Saunders 97 ; Friedberg 29 Nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met fijne details. Zeldzaam in deze hoge kwaliteit. pr/unc à pr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Philippusgulden z.j. (1500-1506), Antwerpen
gewicht 3,30gr. ; goud 663/1000 ; Ø 24mm. muntmeester Pieter Cobbe muntteken leeuwtje en hand
vz. Bovenlichaam van Sint Philippus, hoofd met nimbus naar rechts gewend, in zijn rechterhand een kruisstaf houdend, voor zich het gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, binnen een cirkel, omringd door de tekst; S+ - +Ph′Є‡INTЄRCЄD′+ - ‡PRO‡NOBIS‡ - hand kz. Kort gebloemd kruis met in de kwartieren om en om een lelie en kroon en in het vierpasvormig hart een leeuwtje, binnen een cirkel, omringd door de tekst; ✥PH′S‡DЄI‡GRA‡ARChID‡AVSTЄ‡DVX‡BVRG′‡BRA
De Habsburgse landsheer Philips de Schone liet vanaf 1496 de naar hem genoemde Philippus- of Brabantse gulden slaan, met een gewicht van 3,31 gram en met het duidelijk boven het in die tijd gebruikelijke gehalte van 16 karaat (663/1000). Als beeldenaar koos hij voor de gelijknamige Sint Philippus. Deze gulden had aanvankelijk een waarde van 25 stuivers. In de 16e eeuw werden in Midden-Europa nieuwe zilvermijnen geopend. De toestroom van zilver liet de zilverprijs dalen en de goudprijs stijgen, waardoor de philippusgulden in 1517 werd opgewaardeerd naar 28 stuivers.
Delmonte 86 ; van Gelder & Hoc 115-1b ; de Witte 598 ; van der Chijs XXI, 1 ; de Mey 395A ; Vanhoudt 147.AN ; Vanhoudt/Saunders 117 ; Friedberg 47 kleine zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Zilveren vlies van 3 stuivers 1499, Antwerpen
gewicht 3,36gr.; zilver Ø 30mm. muntmeester Pieter Cobbe muntteken leeuwtje
vz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië rustend op een kort gebloemd kruis binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; *PHS*DЄI*GRA*ARCHID*AVSTЄ*DVX*BG*B* kz. De ramsvacht van de Orde van het Gulden Vlies met daarboven twee vuurijzer en afspattende vonken in het veld binnen een parelcirkel. Inde buitencirkel de tekst; INICIVM*SAPIЄNCIЄ*TIMOR*DOMINI*ANNO 1497 en leeuwtje
De keerzijde tekst “inicium sapience timor domini” betekent; “De vreze des Heren is het begin aller wijsheid” (Psalm 111:10).
Bij de ordonnantie van 14 mei 1496 werden een tweetal nieuw type munten ingevoerd; het gouden vlies ter waarde van 48 stuiver en het zilveren vlies ter waarde van 3 stuiver. Op het zilveren vlies zien we het kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, de ramsvacht (niet te verwarren met het Lam Gods). Deze orde werd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Philips de Goede, hertog van Bourgondië, bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal. Het was een exclusieve ridderorde, vergelijkbaar met de Engelse Orde van de Kousenband, en de leden werden "vliesridders" genoemd. Met de instelling van deze orde wilde Philips de Goede verschillende doelen bereiken. Hoofddoel was de verering van God en de verdediging van de christelijke godsdienst, alhoewel de ramsvacht refereert aan een heidense mythe. Daarnaast gaf het zijn dynastie meer aanzien om aan het hoofd te staan van zo′n exclusieve orde. Ten slotte was het een manier voor de hertog en de adellijke elite om de banden aan te halen en invloed op elkaars beslissingen uit te oefenen. De orde had dus ook een politieke functie.
Het thema van de Orde van het Gulden Vlies is ontleend aan de Griekse mythe van Jason en de Argonauten. Het Gulden Vlies is de gouden schapenvacht van een magische ram genaamd Chrysomallos. Het verhaal gaat dat de held Jason, samen met de Argonauten, op het schip de Argo op reis ging om dit vlies te bemachtigen. Het was een symbool voor autoriteit en koningschap en diende om Jasons rechtmatige aanspraak op de troon te herstellen.
de Witte 605 ; van der Chijs - ; van Gelder & Hoc 110-1 ; Vanhoudt 140.AN ; Levinson II-145 R Lichte zwaktes van de slag, doch feitelijk een weinig gecirculeerd exemplaar met scherpe details en een mooi patina. Zeldzaam. zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Zilveren vlies van 3 stuivers 1502, Antwerpen
gewicht 3,26gr.; zilver Ø 29mm. muntmeester Pieter Cobbe muntteken leeuwtje
vz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië rustend op een kort gebloemd kruis binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✶PHS✶DЄI✶GRA✶ARCh′D′✶AVSTЄ✶DVX✶BG′✶B′✶ kz. Kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, de ramsvacht, met daarboven twee Bourgondische vuurstalen met afspattende vonken in het veld, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; INICIVM✶SAPIЄNCIЄ✶TIMOR✶DNI✶ANO 1502 en leeuwtje
De keerzijde tekst ″inicium sapience timor domini″ betekent; ″De vreze des Heren is het begin aller wijsheid″ (Psalm 111:10).
provenance: aangekocht bij Paul Tinchant, Brussel (1957)
de Witte 605 ; van der Chijs suppl. XXXVI, 1var. ; de Mey 391 ; van Gelder & Hoc 117-1 ; Vanhoudt 149.AN RR Lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar. Zeer zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Zilveren vlies van 3 stuivers 1503, Antwerpen
gewicht 3,10gr.; zilver Ø 29mm. muntmeester Pieter Cobbe muntteken leeuwtje
vz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië rustend op een kort gebloemd kruis binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✶PHS✶DЄI✶GRA✶ARChID′✶AVS′✶DVX✶BG′✶B′✶
kz. Kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, de ramsvacht, met daarboven twee Bourgondische vuurstalen met afspattende vonken in het veld, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; INICIVM✶SAPIЄNCIЄ✶TIMOR✶DOMINI✶1503 en leeuwtje De keerzijde tekst ″inicium sapience timor domini″ betekent; ″De vreze des Heren is het begin aller wijsheid″ (Psalm 111:10).
Bij de ordonnantie van 14 mei 1496 werden een tweetal nieuw type munten ingevoerd; het gouden vlies ter waarde van 48 stuiver en het zilveren vlies ter waarde van 3 stuiver. Op het zilveren vlies zien we het kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, de ramsvacht (niet te verwarren met het Lam Gods). Deze orde werd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Philips de Goede, hertog van Bourgondië, bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal. Het was een exclusieve ridderorde, vergelijkbaar met de Engelse Orde van de Kousenband, en de leden werden "vliesridders" genoemd. Met de instelling van deze orde wilde Philips de Goede verschillende doelen bereiken. Hoofddoel was de verering van God en de verdediging van de christelijke godsdienst, alhoewel de ramsvacht refereert aan een heidense mythe. Daarnaast gaf het zijn dynastie meer aanzien om aan het hoofd te staan van zo′n exclusieve orde. Ten slotte was het een manier voor de hertog en de adellijke elite om de banden aan te halen en invloed op elkaars beslissingen uit te oefenen. De orde had dus ook een politieke functie.
Het thema van de Orde van het Gulden Vlies is ontleend aan de Griekse mythe van Jason en de Argonauten. Het Gulden Vlies is de gouden schapenvacht van een magische ram genaamd Chrysomallos. Het verhaal gaat dat de held Jason, samen met de Argonauten, op het schip de Argo op reis ging om dit vlies te bemachtigen. Het was een symbool voor autoriteit en koningschap en diende om Jasons rechtmatige aanspraak op de troon te herstellen.
Nog niet zo lang geleden was dit munttype slechts bekend van jaren uit de periode 1496 – 1502. Pas vrij recentelijk is ook het jaartal 1503 opgedoken, waarvan tot op heden slechts enkele stuks bekend zijn. Derhalve van de hoogste zeldzaamheid.
de Witte - (vgl. 605) ; van der Chijs - ; de Mey - (vgl. 391) ; van Gelder & Hoc - (vgl. 117-1) ; Vanhoudt 149.AN (R2) RRRR Lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Dubbele stuiver 1500, Antwerpen
gewicht 3,00gr. ; zilver Ø 27,5mm. muntmeester Pieter Cobbe muntteken leeuw
vz. Gekroond Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild binnen versiering van zes boogjes binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠Ph′S✶DЄI✶GRA′✶ARCHID✶AVSTЄ✶DVX✶BVRG′✶BRA′✶Z kz. Kort gebloemd kruis, met vierpas in het hart waarbinnen een klimmende leeuw naar links, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; OMNIS✶SPIRITVS✶LAVDET✶DOMINVM✶ANO✶1500 en kroon
Geslagen in het jaar dat Karel V te Gent werd geboren, als oudste zoon van Philips de Schone en Johanna van Castilië.
de Witte 609 ; van Gelder & Hoc 119-1 ; de Mey 397 ; van der Chijs- (vgl. XXII, 10) ; Vanhoudt 151.AN ; Levinson II-153b Lichte zwaktes van de slag. Attractief patina. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Philippusgoudgulden z.j. (1507-1520), Antwerpen
gewicht 3,31gr.; goud 0,663 ; Ø 23,5mm. muntteken handje
vz. Bovenlichaam van Sint Philippus, met nimbus en kruisstaf, voor zich het gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië houdend, omringd door de tekst; S‡PHЄ‡INTЄRЄD′+ - +PRO‡NOBIS++ hand + kz. Kort gebloemd kruis met in het opengewerkte hart een leeuwtje naar links, in de hoeken om en om een kroon en lelie, binnen een cirkel, omringd door de tekst; ✥MO‡AV‡ARCHIDVC′‡AVSTRIЄ‡DVCV′‡BVRG′‡B′
Gedurende de productie van dit munttype waren er maar liefst 5 muntmeesters actief aan de hertogelijke Munt te Antwerpen, namelijk Heilman Cobbe (1507-1513), Thomas Grammaye (1504-1510), Thomas de Greve (1510-1513), Matthieu du Chastel (1513-1520) & Jacob Kuignet (1513-1517).
Delmonte 93 ; de Witte 631 ; van Gelder & Hoc 169-1 ; de Mey 420 ; Vanhoudt 200.AN ; Saunders/Vanhoudt 124 ; Friedberg 52 kleine zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Philippusgoudgulden z.j. (1507-1520), Antwerpen
gewicht 3,29gr.; goud 0,663 ; Ø 25mm. muntteken handje
vz. Bovenlichaam van Sint Philippus, met nimbus en kruisstaf, voor zich het gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië houdend, omringd door de tekst; +S‡PHЄ‡INTЄRC′D+ - +PRO‡NOBIS + hand kz. Kort gebloemd kruis met in het opengewerkte hart een leeuwtje naar links, in de hoeken om en om een kroon en lelie, binnen een cirkel, omringd door de tekst; ✥MO‡AVR‡ARCHIDVCV‡AVSTRIЄ‡DVCV′‡BVRG′‡B′
Gedurende de productie van dit munttype waren er maar liefst 5 muntmeesters actief aan de hertogelijke Munt te Antwerpen, namelijk Heilman Cobbe (1507-1513), Thomas Grammaye (1504-1510), Thomas de Greve (1510-1513), Matthieu du Chastel (1513-1520) & Jacob Kuignet (1513-1517)
Delmonte 93 ; de Witte 631 ; van Gelder & Hoc 169-1 ; Vanhoudt 200.AN ; Saunders/Vanhoudt 124 ; Friedberg 52 miniem slagbarstje en lichte zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Gouden zonnekroon 1546, Antwerpen
gewicht 3,32gr. ; goud Ø 28mm. muntmeester Thomas Jonghelinck muntteken hand
vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië tussen twee vuurijzers met vonken binnen een cirkel, omringd door de tekst; CARO:D:G:RO:IMP:HISP:REX:DVX:BVRG:Z:BR en zon kz. Kort kruis met lelies aan de uiteinden en in de hoeken om en om een burcht en rijksadelaar binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; DA•MIHI•VIRTVTE•COTR•HOSTES•TVOS•1546 en hand
De gouden zonnekroon dankt haar naam aan de zon die we recht boven de kroon geplaatst zien. Deze munt was een vrij exacte imitatie van de Franse ecu d′or van Frans I (1515-1547). Het gehalte was gesteld op 929/1000 met een gewicht van 3,41 gram. Bij uitgifte was de munt was gangbaar voor 42 stuivers en het werd in de periode 1540-1555 aangemunt in Brabant, Vlaanderen, Gelre en Holland.
Contemporaine reparatie: Deze munt bevond zich in een muntvondst uit de omgeving Ieper die rond 1580/1585 moet zijn begraven. Dit exemplaar had in de 16e eeuw blijkbaar al een gaatje/beschadiging, die in die tijd al gerepareerd is met een plug. Die plug is van volledig dezelfde kleur goud als de munt zelf. Misschien heeft de restauratie zelfs al in het muntatelier van Antwerpen plaatsgevonden, want het gebruikte goud van de plug lijkt volledig identiek aan dat van de munt. Munten met dergelijke eigentijdse reparaties zien we maar zelden. Waarschijnlijk werden ze meestal omgesmolten en nam men de moeite voor herstel niet. Zeer zeldzaam jaartal.
Contemporary repair: This coin was part of a coin find from the Ypres area that must have been buried around 1580/1585. This specimen apparently already had a hole/damage in the 16th century, which was repaired at that time with a plug. The plug is made of exactly the same gold colour as the coin itself. The restoration may even have taken place in the mint workshop in Antwerp, because the gold used for the plug seems to be completely identical to that of the coin. We rarely see coins with such contemporary repairs. They were probably usually melted down and no effort was made to restore them. Very rare date.
Delmonte 102 ; van Gelder & Hoc 186-1 ; de Witte 664 ; Vanhoudt 223.AN ; Vanhoudt/Saunders 133 (R2) ; Friedberg 62 RR zfr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Gouden zonnekroon 1553, Antwerpen
gewicht 3,34gr. ; goud 929/1000 ; Ø 26,5mm.
vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, geflankeerd door twee Bourgondische vuurstalen met afspattende vonken, binnen een cirkel, omringd door de tekst; CARO•D:G•RO:IMP:HISP:REX•DVX•BVRG:Z•B en zon kz. Kort kruis met lelies aan de uiteinden, in de hoeken om en om een burcht en rijksadelaar, binnen een cirkel, omringd door de tekst; DA:MIHI:VIRTVTE:COTRA•HOSTES:TVOS:53 en hand
De gouden zonnekroon dankt haar naam aan de zon die we recht boven de kroon geplaatst zien. Deze munt was een vrij exacte imitatie van de Franse ecu d′or van Frans I (1515-1547). Het gehalte was gesteld op 929/1000 met een gewicht van 3,41 gram. Bij uitgifte was de munt was gangbaar voor 42 stuivers en het werd in de periode 1540-1555 aangemunt in Brabant, Vlaanderen, Gelre en Holland.
Het jaartal 1553 is afgekort tot 53 (komt ook voluit geschreven voor). Zeldzaam.
Delmonte 102 ; van Gelder & Hoc 186-1 ; de Witte 664 ; de Mey 439 ; Vanhoudt 223.AN ; Vanhoudt/Saunders 133 ; Friedberg 62 R Lichte zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met fijne details. Zeldzaam. zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Gouden zonnekroon 1554, Antwerpen
gewicht 3,34gr. ; goud 929/1000 ; Ø 25mm. muntmeester Jean Noirot muntteken hand
vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië tussen twee vuurijzers met afspattende vonken binnen een cirkel, omringd door de tekst; CARO:D:G:RO:IMP:HISP:REX•DVX•BVRG:Z• en zon kz. Kort kruis met lelies aan de uiteinden, met in de hoeken om en om een burcht en rijksadelaar, binnen een cirkel, omringd door de tekst; DA•MIHI:VIRTVTE:COTRA HOSTES•TVOS:54 en hand
De gouden zonnekroon dankt haar naam aan de zon die we recht boven de kroon geplaatst zien. Deze munt was een vrij exacte imitatie van de Franse ecu d′or van Frans I (1515-1547). Het gehalte was gesteld op 929/1000 met een gewicht van 3,41 gram. Bij uitgifte was de munt was gangbaar voor 42 stuivers en het werd in de periode 1540-1555 aangemunt in Brabant, Vlaanderen, Gelre en Holland.
Variant waarbij het jaartal 1554 is afgekort tot 54 en met CARO (komt ook voor met CAROLVS). Daarnaast had de stempelsnijder zich duidelijk verrekend met de beschikbare tekstruimte voor de keerzijde. De cijfers 54 zijn namelijk deels over de S van TVOS en het muntteken handje aangebracht. Nog waarschijnlijker is, dat hij was vergeten het jaartal aan te brengen en dat achteraf alsnog heeft gedaan. Zeldzaam.
Delmonte 102 ; van Gelder & Hoc 186-1 ; de Witte 664 ; de Mey 439 ; Vanhoudt 223.AN ; Friedberg 62 R lichte zwaktes van de slag zfr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Zilveren karolusgulden z.j. (1542-1552), Antwerpen
gewicht 21,42gr. ; zilver Ø 39mm. muntteken hand
vz. Gekroond borstbeeld van Karel V naar rechts, omringd door de tekst; •CΛROLVS:D:G:ROM•IM′•HISP:REX•DVX•BVRG:ZB en handje kz. Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild in het hart van een gebloemd kruis binnen een gladde cirkel. In de buitencirkel de tekst; DΛ:MIHI• - VIRTVTE - CO:HOST - ES:TVOS
varianten; de A′s in de omschriften hebben geen dwarstreep. De letters MP (in IMP) in monogram geschreven. De X in REX was de stempelsnijder aanvankelijk vergeten en na die constatering heeft hij deze letter er alsnog (verkleind) tussen gefrommeld. De zilveren Karolusgulden was de eerste grote zilveren munt in de Nederlanden. Daar deze toch beduidend lichter was dan de Duitse talers,sloeg de munt bij de handel niet aan. Niettemin was het toch de karolusgulden, die meer dan twee eeuwen lang als rekeneenheid zou dienen in de Nederlanden. In de 18e eeuw rekende men nog steeds in karolusguldens, ook al kende men de oorspronkelijke stukken al lang niet meer. Daarbij werd steeds uitgegaan van de oorspronkelijke waarde van 20 stuivers. Nieuw voor de Nederlanden was ook het gelijkende portret van keizer Karel op de zilveren gulden, waarmee men het uiterlijk volgde van de daalders van elders.
In de periode 1542-1552 werden te Antwerpen in totaal slechts circa 56.618 zilveren karolusguldens aangemunt. Zeer zeldzaam.
Delmonte 1 ; van Gelder & Hoc 187-1 ; de Witte 667 ; van der Chijs XXIV, 8 ; de Mey 440 ; Vanhoudt 224.AN RR Kleine zwaktes van de slag, doch voor type een bijzonder attractief exemplaar met een mooi gedetailleerd portret van keizer Karel. zfr+/zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Zilveren karolusgulden z.j. (1553-1556), Antwerpen
gewicht 22,61gr. ; zilver Ø 33mm. muntteken hand
vz. Gekroond borstbeeld van Karel V naar rechts, omringd door de tekst; •CAROLVS•D:G•ROM•IMP•HISP•REX kz. Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild in het hart van een gebloemd kruis binnen een gladde cirkel. In de buitencirkel de tekst; DA•MIHI•VIRTVTE•CON•HOSTES•TVOS• en hand
De zilveren Karolusgulden was de eerste grote zilveren munt in de Nederlanden. Daar deze toch beduidend lichter was dan de Duitse talers,sloeg de munt bij de handel niet aan. Niettemin was het toch de karolusgulden, die meer dan twee eeuwen lang als rekeneenheid zou dienen in de Nederlanden.In de 18e eeuw rekende men nog steeds in karolusguldens, ook al kende men de oorspronkelijke stukken al lang niet meer. Daarbij werd steeds uitgegaan van de oorspronkelijke waarde van 20 stuivers. Nieuw voor de Nederlanden was ook het gelijkende portret van keizer Karel op de zilveren gulden, waarmee men het uiterlijk volgde van de daalders van elders.
Delmonte 6 ; van Gelder & Hoc 188-1 ; de Witte 669 ; van der Chijs XXV,10 ; de Mey 441 ; Vanhoudt 225.AN R Kleine zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Bourgondische goudgulden 1569, Maastricht of Antwerpen
gewicht 3,17gr. ; goud Ø 23mm. muntmeester Jean Noirot (Antwerpen) of Reinier Borreman / Emanuel Meynarts (Maastricht) geslagen zonder muntteken
vz. Sint Andreas staande frontaal, hoofd naar links gewend, waarboven een aureool, het boek der evangeliën in zijn linkerhand terwijl hij met zijn rechthand een diagonaal stokkenkruis vasthoud, geflankeerd door het jaartal 15 - 69, omringd door de tekst; DOMINVS MIH - I - .ADIVTOR - • kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild, omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; • PHS•D:G•HISP - Z•REX•DVX•BRA•
De bezittingen van het Huis Oostenrijk-Bourgondië waren in 1548 verenigd met het Heilige Roomse Rijk onder de naam Bourgondische Kring. De keizer deed vervolgens verschillende pogingen om het muntstelsel van het rijk te verenigen. Hij slaagde daarin in 1566 tijdens de Rijksdag van Augsburg. Hierna hervormde Philips II in 1567 zijn muntstelsel in de Lage Landen en gaf hij opdracht tot het slaan van goudguldens en rijksdaalders, bekend als "Bourgondische guldens en rijksdaalders", met een nominale waarde van respectievelijk 34 en 32 stuivers. Daarmee volgde men de muntvoet van het Heilige Roomse Rijk. Met de goudgulden werd de afbeelding van Sint Andries geherintroduceerd, die sinds de regering van Philips de Schone in onbruik was geraakt. Bovendien werd het grote koninklijke wapenschild van Philips II, met het wapen van Spanje, vervangen door het oude Oostenrijks-Bourgondische schild. De productie van deze nieuwe munten, de tweede muntemissie onder Philips II, werd in 1571 stopgezet en ging men over tot hervatting van de munttypen uit de eerste emissie.
Andreas was afkomstig uit het plaatsje Bethsaïda aan het Meer van Gennezareth in Galilea, de noordelijke provincie van Palestina. Rond het jaar dertig had hij zich aangesloten bij de leerlingen van Johannes de Doper, die preekte aan de Jordaan in de zuidelijke provincie Judea ter hoogte van Jeruzalem. Volgens de evangelist Johannes was Andreas de eerstgeroepen leerling van Jezus (Johannes 01,40). Hij was een broer van Simon Petrus. In de evangelies horen we verder weinig van hem. We horen hoe Petrus en Andreas tezamen met Johannes en Jakobus door Jezus uit hun werk worden weggeroepen om vissers van mensen te worden. Johannes vernoemt hem nog twee keer: bij de wonderbare broodvermenigvuldiging (Johannes 6,8) en wanneer Grieken proberen met Jezus in contact te komen (Johannes 12,22).
Volgens de overlevering zou hij na Pinksteren het evangelie van Jezus hebben verkondigd in Cappadocië, Pontus, Bithynië, Scythië (Zuid-Rusland), Griekenland en Thracië (= het huidige Bulgarije). Volgens de Russen zou hij naar Armenië en Midden-Rusland getrokken zijn om de Moskovieten voor Christus te winnen. Hij wordt dan ook vereerd als één van de patroonheiligen van het Russische Rijk. Hij zou tenslotte te Patras of Patara in Griekenland gekruisigd zijn. Tot op de dag van vandaag staat er een Andreaskerk, en is Andreas nationale patroon van Griekenland. Andreas zou niet aan het kruis genageld zijn, maar vastgebonden; bovendien was het kruis opgesteld in de vorm van een X. Zo′n kruis heet sindsdien dan ook een ′Andreas-kruis′.
Sint Andreas was de patroonheilige van de Bourgondische hertogen uit het Huis Valois. Op zijn naamdag, 30 november, werden er missen opgedragen ter ere van de heilige. Philips de Goede van Bourgondië († 1433) wist een aanzienlijke hoeveelheid relieken van Sint Andreas te bemachtigen. Hij maakte hem patroon van de beroemde ridderorde van het Gulden Vlies en werd daarbij een symbool voor het Bourgondische Rijk. De naamdag van Sint Andreas op 30 november speelde een belangrijke rol voor de vliesridders, die tijdens de ceremonieën op die dag rode gewaden droegen. Het Andreaskruis, in de heraldiek een rood diagonaal kruis (ook wel saltire genoemd) stond symbool voor de Bourgondische gebieden. Het werd gebruikt op vlaggen en standaards van het Bourgondische leger en we zien het ook terug op muntstukken.
In de jaren 1567-1570 werden te Antwerpen in totaal slechts 127.405 stuks aangemunt van dit munttype. Bij het jaartal 1569 kennen we de bijzondere variant waarbij het muntteken ontbreekt. Die stukken komen slechts hoogst sporadisch voor. De productie van dit munttype voor Brabant heeft zowel plaatsgevonden te Antwerpen als Maastricht en die zin komen beide muntplaatsen in aanmerking. De stukken van Maastricht, die gewoonlijk het muntteken ster dragen, zijn tot op heden niet teruggevonden. Daarvan werden ook maar 558 stuks geslagen. Het zou zo kunnen zijn dat de stukken van Maastricht uitgevoerd zijn zonder muntteken. Dat zou ook verklaren waarom stukken met het muntteken ster nooit zijn teruggevonden. Hoogst interessant en uiterst zeldzaam.
Delmonte 118 ; van Gelder & Hoc 239-1note ; de Witte 708 ; de Mey 504A ; Vanhoudt 289.AN ; Friedberg 71var. RRR zwaktes van de slag fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Philipsdaalder 1557, Antwerpen
gewicht 33,87gr. ; zilver Ø 41mm. muntteken handje variant; zonder interpunctie op de keerzijde
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met het keten van de Orde van het Gulden Vlies naar links, daaronder 1557, omringd door de tekst; PHS•D•G•HISP•ANG•Z•REX•DVX•BRAB kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op stokkenkruis tussen twee vuurijzer met afspattende vonken, omringd door de tekst; DOMINVS MIC - HI ADIVTOR en hand
Het betreft hier het eerste jaar van aanmunting van dit munttype. Bij deze introductie in 1557 werd het uitgegeven als een ½ zilveren reaal op een koers van 35 stuiver, gelijk aan de ½ gouden reaal. We zien op deze munten Philips′ lijfspreuk ′Dominus Michi Aduitor′ (de heer is mijn helper). Uiteindelijk zou de koers later oplopen tot 50 stuiver. De munt kwam al spoedig bekend te staan als Philipsdaalder en de naam ½ zilveren reaal raakte snel uit gebruik. Door zijn huwelijk in 1554 met Mary Tudor was Philips II in deze tijd ook koning van Engeland. We zien dan ook op deze munt vermeld dat hij koning is van Hispania (Spanje) en Anglia (Engeland). Mary stierf in 1558 en werd opgevolgd door haar wettige erfgenaam Elizabeth I. Philips II deed nog een huwelijksaanzoek aan Elizabeth, om zo de koningstitel van Engeland te behouden, maar dat werd door Elizabeth afgewezen. Sterker; Elizabeth zegde het bondgenootschap met Spanje op, en koos voor steun aan Frankrijk. Daarmee kwamen Engeland en Spanje op vijandige voet te staan. Vanaf 1562 werden tevens denominaties van de philipsdaalder geslagen, namelijk de ½, 1/5, 1/10, 1/20 en 1/40 Philipsdaalder.
Delmonte 12 ; van Gelder & Hoc 210-1c ; de Witte 710 ; de Mey 475 ; Davenport 8621 ; Vanhoudt 253.AN R Kleine zwaktes van de slag en slagbarstje, doch voor dit munttype een net exemplaar. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Philipsdaalder 1558, Maastricht
gewicht 33,65gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester: Willem van Liebeke of Zacharias Cornachini muntteken: ster
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met het keten van de Orde van het Gulden Vlies naar links binnen een dubbele gelijnde cirkel, daaronder 1558, in de buitencirkel de tekst; •PHS•D•G•HISP•ANG•Z•REX•DVX•BRAB kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op stokkenkruis tussen twee vuurijzers met afspattende vonken, binnen een dubbel gelijnde cirkel. In de buitencirkel de tekst; : DOMINVS:MIC - HI : ADIVTOR • ★ •
Bij de introductie van de Philipsdaalder in 1557 werd het uitgegeven als een ½ zilveren reaal op een koers van 35 stuiver, gelijk aan de ½ gouden reaal. We zien op deze munten Philips′ lijfspreuk ′Dominus Michi Aduitor′ (de heer is mijn helper). Uiteindelijk zou de koers later oplopen tot 50 stuiver. De munt kwam al spoedig bekend te staan als Philipsdaalder en de naam ½ zilveren reaal raakte snel uit gebruik. Door zijn huwelijk in 1554 met Mary Tudor was Philips II in deze tijd ook koning van Engeland. We zien dan ook op deze munt vermeld dat hij koning is van Hispania (Spanje) en Anglia (Engeland). Mary stierf in 1558 en werd opgevolgd door haar wettige erfgenaam Elizabeth I. Philips II deed nog een huwelijksaanzoek aan Elizabeth, om zo de koningstitel van Engeland te behouden, maar dat werd door Elizabeth afgewezen. Sterker; Elizabeth zegde het bondgenootschap met Spanje op, en koos voor steun aan Frankrijk. Daarmee kwamen Engeland en Spanje op vijandige voet te staan. Vanaf 1562 werden tevens denominaties van de philipsdaalder geslagen, namelijk de ½, 1/5, 1/10, 1/20 en 1/40 Philipsdaalder.
Op voorzijde is een klop ″Hollands schildje binnen parelovaal″ aangebracht (Delmonte 141a). Dit gebeurde ten tijde van oorlog tegen Spanje in de jaren 1573-1574, om op die wijze de oorlog te financieren. Alleen nog muntstukken die voorzien waren van deze klop werden in het betalingsverkeer in Holland toegelaten. De geklopte stukken kregen een nieuwe, ongeveer 10% tot 15%, hogere koers. Het verschil tussen de nieuwe en oude koers moest men, nadat de muntstukken geklopt waren, bijbetalen. Dit verschil diende men te beschouwen als een renteloze lening aan de Staten van Holland, die na een jaar weer terug zou worden betaald. Van enige terugbetaling is het echter nooit gekomen. Ook Zeeland kende een dergelijke belastingsysteem, maar dan met de klop ″Zeeuws schildje″.
The countermark ″Lion of Holland withing oval of beads″ was a form of tax (10 to 15%), to raise funds for the freedom fight of the Dutch against Spain.
Delmonte 21 ; de Witte 714 ; van Gelder & Hoc 210-2c ; Vanhoudt 253.MA ; van der Chijs XXVIII, 14 ; de Mey 541B ; Davenport 8625 R Minieme zwaktes van de slag en klein slagbarstje, doch voor dit munttype een net exemplaar. Zeldzaam. zfr/zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - Philipsdaalder 1574, Antwerpen
gewicht 32,73gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Floris Florisz. muntteken handje
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met het keten van de Orde van het Gulden Vlies naar rechts, daaronder 15 hand 74. In de buitenrand de tekst; PHS:D:G:HISP Z REX•DVX•BRA kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op stokkenkruis tussen twee vuurijzer met vonken. In de buitenrand de tekst; •DOMINVS•MI HI•ADIVTOR•
Zeer attractief exemplaar met goed portret en fantastisch patina. Lastig te vinden in deze mooie kwaliteit.
Very attractive specimen with good portrait and fantastic patina. Hard to find in this beautiful quality.
Delmonte 17 ; van Gelder & Hoc 210-1g ; de Witte 713 ; de Mey 480 ; Davenport 8634 ; Vanhoudt 298.AN zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/2 Philipsdaalder 1575, Antwerpen
gewicht 13,61 ; zilver Ø 34mm. muntmeester Floris Florisz. muntteken hand
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met het keten van de Orde van het Gulden Vlies naar links, daaronder 15 hand 75, omringd door de tekst; PHS•D:G•HISP Z REX•DVX•BRA kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch-Spaans wapenschild rustend op stokkenkruis tussen twee vuurijzer met vonken, omringd door de tekst; •DOMINVS•MI HI•ADIVTOR•
Mr. Floris Florisz was ′s Konigs muntmeester in Overijssel (1556/1561-1567), Utrecht (1567-1572) en Brabant (1572-1579). Van dit jaartal werden slechts 15.035 stuks aangemunt. Zeer zeldzaam.
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 17,14 gram is deze munt duidelijk te licht. Door circulatie en derhalve slijtage treed er altijd gewichtsverlies op maar nooit bijna 4,5 gram, zoals in dit geval. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt. Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bijverdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.
Delmonte 51 ; van Gelder & Hoc 211-1a ; de Witte 719 ; Vanhoudt 301.AN RR licht gesnoeid exemplaar zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/5 Philipsdaalder 1566, Antwerpen
gewicht 6,80gr. ; zilver Ø 30mm. muntmeester Jean Noirot muntteken hand
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 6 hand 6, omringd door de tekst; PHS•D:G•HISP Z REX•DVX•B • kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op stokkenkruis tussen twee vuurijzer met vonken, omringd door de tekst; • - DOMINVS - MIHI - ADIVTOR - •
Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II. Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ was the motto of the firm (catholic) believer Philips II
Deze munt is geslagen in het jaar van de befaamde ″beeldenstorm″, waarbij in het kader van godsdienstvrijheid door de Protestanten de interieurs van Katholieke kerken en kloosters e.d. onherstelbaar werden vernield en waardevolle kunstschatten verder geroofd. De tolerantie waarvoor de Protestanten zo streden wisten zij niet op te brengen voor anders denkenden. Na de vestiging van de Republiek zouden anders denkenden, zoals Joden, Katholieken en Atheïsten nog eeuwenlang achtergesteld worden in hun rechten. Anders dan in andere landen, zoals Spanje, Portugal en Frankrijk werden zij echter niet vervolgd. In die zin was de Republiek relatief een tolerante natie tegenover anders denken, maar zeker geen heilstaat. Ook de zogenaamde Joods-Christelijke traditie waarmee sommigen onwetenden thans wel eens met zekere trots menen te moeten spreken, is een gotspe. De Christelijke traditie heeft immers de Joden tot in de 20e eeuw altijd achtergesteld, gewantrouwd en gediscrimineerd. Een traditie waar men zich beter voor zou schamen dan prat op gaan…
van Gelder & Hoc 212-1b ; de Witte 722 ; Vanhoudt 271.AN ; vgl. van der Chijs XXIX, 21-22 ; de Mey 485B lichte zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/5 Philipsdaalder 1566, Antwerpen
gewicht 5,78gr. ; zilver Ø 28mm. muntteken handje
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 6 hand 6 PHS•D:G•HISP Z REX•DVX•BR kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op stokkenkruis • - DOMINVS - MIHI - ADIVTOR - •
Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ was the motto of the firm (catholic) believer Philips II
Deze munt is geslagen in het jaar van de befaamde ″beeldenstorm″, waarbij in het kader van godsdienstvrijheid door de Protestanten de interieurs van Katholieke kerken en kloosters e.d. onherstelbaar werden vernield en waardevolle kunstschatten verder geroofd. De tolerantie waarvoor de Protestanten zo streden wisten zij niet op te brengen voor anders denkenden.
Na de vestiging van de Republiek zouden anders denkenden, zoals Joden, Katholieken en Atheïsten nog eeuwenlang achtergesteld worden in hun rechten. Anders dan in andere landen, zoals Spanje, Portugal en Frankrijk werden zij echter niet vervolgd. In die zin was de Republiek relatief een tolerante natie tegenover anders denken, maar zeker geen heilstaat. Ook de zogenaamde Joods-Christelijke traditie waarmee sommigen onwetenden thans wel eens met zekere trots menen te moeten spreken, is een gotspe. De Christelijke traditie heeft immers de Joden tot in de 20e eeuw altijd achtergesteld, gewantrouwd en gediscrimineerd. Een traditie waar men zich beter voor zou schamen dan prat op gaan…
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 6,86 gram is deze munt duidelijk te licht. Door circulatie en derhalve slijtage treed er altijd gewichtsverlies maar niet de 1,08 gram zoals in dit geval. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt. Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bijverdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.
van Gelder & Hoc 212-1b ; de Witte 722 ; Vanhoudt 271.AN ; vgl. van der Chijs XXIX, 21-22 ; de Mey 485B licht gesnoeid exemplaar en zwaktes van de slag fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/10 Philipsdaalder 1571, Maastricht
gewicht 3,15gr. ; zilver Ø 26mm. muntmeester Emanuel Meynarts muntteken ster
vz. Gedrapeerd harnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 15 ★ 71, omringd door de tekst; PHS•D:G•HISP Z REX•DVX•BR• kz. Gekroond stokkenkruis met daaronder de Orde van het Gulden Vlies, omgeven door vonken, omringd door de tekst; DOMINVS • MIHI • ADIVTOR
Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II. Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ was the motto of the firm (catholic) believer Philips II
Op voorzijde is een klop ″Hollands leeuw binnen parel ovaal″ aangebracht. Dit gebeurde ten tijde van oorlog tegen Spanje in de jaren 1573-1574, om op die wijze de oorlog te financieren. Alleen nog muntstukken die voorzien waren van deze klop werden in het betalingsverkeer in Holland toegelaten. De geklopte stukken kregen een nieuwe, ongeveer 10% tot 15%, hogere koers. Het verschil tussen de nieuwe en oude koers moest men, nadat de muntstukken geklopt waren, bijbetalen. Dit verschil diende men te beschouwen als een renteloze lening aan de Staten van Holland, die na een jaar weer terug zou worden betaald. Van enige terugbetaling is het echter nooit gekomen. Ook Zeeland kende een dergelijke belastingsysteem, maar dan met de klop ″Zeeuws schildje″. Zeldzaam.
On the obverse is a countermark ″ Dutch lion within pearl oval ″. This happened during the war against Spain in the years 1573-1574, in order to finance the war in this way. Only coins with this countermark were allowed in the payment system in Holland. The countermarked pieces got a new, about 10% to 15%, higher price. The difference between the new and old exchange rates had to be paid after the coins had been countermarked. This difference was to be regarded as an interest-free loan to the States of Holland, which would be repaid after a year. However, it never came to any reimbursement. Zeeland also had such a tax system, but with the countermark ″ Arms of Zeeland ″. Rare.
van Gelder & Hoc 213-2b ; de Witte 730 ; de Mey 550A ; van der Chijs XXIX, 26 ; Vanhoudt 308.MA m.b.t. klop :Delmonte 141B ; van der Wis 5-I R Zwaktes van de slag doch voor type een net exemplaar. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/2 Bourgondische kruisrijksdaalder 1570, Antwerpen
gewicht 14,62gr. ; zilver Ø 34mm. muntteken hand
vz. Stokkenkruis met vuurijzer in het centrum, daarboven een kroon, in het veld I5 - 70, omringd door de tekst; PHS•D:G•HISP•Z•REX•DVX•BRA• hand kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, omhangen met het keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; • DOMINVS•MI - HI•ADIVTOR •
De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Naast hele Bourgondische rijksdaalders werden ook halve en kwart Bourgondische rijksdaalders geslagen, zij het op veel kleine schaal. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.
Delmonte 97 ; van Gelder & Hoc 241-1 ; de Witte 738 ; de Mey 506 ; Vanhoudt 291.AN S Attractief exemplaar met een mooi patina. Schaars. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - DE ONAFHANKELIJKE STATEN VAN BRABANT (ANTWERPSE REPUBLIEK), 1584-1585 - Gouden leeuw z.j. (1585), Antwerpen
gewicht 4,08gr. ; goud 957/1000 ; Ø 28,5mm. muntmeester Pieter Baseliers (1581-1585) of Gertrude Sangers (1585-1586) muntteken hand
vz. Leeuw zittend links onder een gotisch baldakijn tussen twee vuurstalen met afspattende vonken, binnen een cirkel, omringd door de tekst; • ANTIQVA•VIRTVTE•ET•FIDE• - MO • BRA voluit: Antiqua Virtutem Et Fidei. Moneta Brabantiae. vertaald: Met de moed en de trouw van weleer. Munt van Brabant. kz. Wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië rustend op gebloemd kruis binnen een cirkel, omringd door de tekst; SIT•NOMEN•DOMINI•BENEDICTVM•1585• hand
In jaren 1584-1585, van 19 september 1584 tot 26 augustus 1585, werden circa 109.384 stuks gouden leeuwen aangemunt. Ondanks deze toch aanzienlijk productie zijn maar heel weinig exemplaren bewaard gebleven. We moeten ons daarbij bedenken dat de periode van productie grotendeels samenvalt met het Beleg van Antwerpen (3 juli 1584 tot 17 augustus 1585) en dat van deze gouden leeuwen de stad nooit hebben verlaten. En is niet onaannemelijk dat na het herstel van het Spaanse gezag vele stukken weer zijn omgesmolten om te dienen als muntmateriaal voor de traditionele muntstukken op naam van Philips II.
In 1576 sloot Antwerpen zich aan bij de gewesten die zich tegen de Spaanse koning hadden verenigd bij de Pacificatie van Gent. Het jaar daarop kwam er een sterk calvinistisch bewind in de stad aan de macht dat zich zelf de Antwerpse Republiek noemde, deze stond onder leiding van buitenburgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. In die periode van radicalisering was het katholicisme officieel verboden. Op 29 juli 1579 ging de stad ook deel uitmaken van de Unie van Utrecht. De grootste Nederlandse stad, met in die tijd meer dan 100.000 inwoners, werd daardoor de hoofdstad van de Nederlandse opstand. In 1583 verbleef Willem van Oranje tijdelijk in Antwerpen met zijn hofhouding.
In 1582 was de hertog van Parma, Alexander Farnese, landvoogd van de Zeventien Provinciën geworden als opvolger van Juan van Oostenrijk. De moeder van Farnese, Margaretha van Parma, was ook al landvoogdes geweest, van 1559-1567. Farnese was een uitstekend strateeg en had een plan bedacht om de Vlaamse en Brabantse steden af te sluiten van hun exportgebied. Dit wilde hij bereiken door de kustgebieden en de Scheldemonding te veroveren. Hij had in de jaren 1583-1584 al veel steden opnieuw in handen gekregen. Op 3 juli 1584 begon de omsingeling van Antwerpen.
Willem van Oranje en Filips van Marnix van Sint-Aldegonde hadden de maand daarvoor al lucht gekregen van de ophanden zijnde belegering en troffen reeds hun maatregelen. Stukken land werden onder water gezet en verdedigingswerken werden versterkt. Op 22 juni kondigde Willem van Oranje een edict af, waarin met zware straffen werd gedreigd voor ieder die met de (Spaanse)koning of de koningsgezinden samenwerkte of onderhandelde.
De aanpak van Farnese bleek echter effectief. Spoedig waren strategische gelegen dorpen en steden, zoals Zwijndrecht, Doel, Lillo en Herentals in handen van de Spanjaarden. Op 10 juli werd de leider van de opstand, Willem van Oranje, in Delft vermoord. Zijn tweede zoon Maurits werd benoemd tot zijn opvolger. De stad Antwerpen werd geleidelijk steeds verder ingesloten, waardoor ook de toevoer van voedsel steeds lastiger werd, maar nog altijd werd de stad bevoorraad via de Schelde. Vele Antwerpenaren vluchtten inmiddels de stad uit en zochten hun toevlucht naar het noorden. De geniale Farnese kwam begin 1585 op het listige idee een brug van schepen over de schelde te spannen om op die manier alle toevoer via de Schelde te blokkeren. De opstandelingen wisten dit niet te verhinderen en ook pogingen om het op te blazen mislukten. De blokkade van Antwerpen was weldra een feit en de uithongering van Antwerpen begon.
In mei 1585 werd nog een poging ondernomen om het vestingwerk aan de Kouwensteinsedijk, dat in handen was van de Spanjaarden, te veroveren. Zou dat lukken, dan kon men de dijk doorsteken en werd de Scheldestroom verlegd en kon Antwerpen weer bevoorraad worden. Parma′s schepenburg zou droogvallen en haar functie verliezen. Parma had de plannen echter doorzien en had zijn verdedigingsmaatregelen getroffen. De inname van de Kouwensteinsedijk mislukte en Antwerpen bleef geblokkeerd. De stad werd uitgehongerd en de nood was groot. Er werden onderhandelingen gestart en op 17 augustus 1585 tekende Marnix van St. Aldegonde de overgave van Antwerpen. De val van Antwerpen, de grootste en belangrijkste stad van de Nederlanden, was een feit. Men had nog wel kunnen uitonderhandelen dat tegenstanders van Philips II de stad mochten verlaten. Veel protestantse kooplieden en intellectuelen maakten daar gebruik van en vertrokken naar het Noorden, veelal naar steden in Holland. Zij zouden enkele tientallen jaren later een grote bijdrage leveren aan de grote bloei die de Republiek doormaakte, die we kennen als de Gouden Eeuw.
Delmonte registeerde m.b.t. de gouden leeuwen van 1584 en 1585 slechts 2 exemplaren; collectie K.P.K. te ′s Gravanhage en cabinet de Bruxelles. Hoogst zeldzaam.
Delmonte 128 (R3) ; van Gelder & Hoc -- ; de Mey 613 ; de Witte 800 ; Vanhoudt Atlas I, 207 ; Vanhoudt 433 (R3) ; Saunders/Vanhoudt 196 (R3) ; Friedberg 78 RRR Ietwat onregelmatig gevormd muntplaat (niet gesnoeid), doch voor dit munttype een mooi exemplaar met goede details. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STATEN VAN BRABANT, 1577-1581 - Statendaalder 1579, Antwerpen
gewicht 29,84gr. ; zilver Ø 40mm. Floris Florisz. muntteken hand
vz. Gekroond en geharnast borstbeeld van Philips II naar links met scepter in zijn rechterhand binnen een gladde cirkel, daaronder 15 hand 79, omringd door de tekst; PHS•D•G•HISP Z REX•DVX•BRA• kz. Gekroond Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; • PACE • ET • IVSTITIA • .
Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). De Statendaalder werd uitgegeven op een koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder.
Het jaartal 1579 komt slechts sporadisch voor en is veel zeldzamer dan de stukken uit 1578. Het is de eerste keer dat wij het verhandelen sinds de oprichting van ons bedrijf in 1988. Uiterst zeldzaam.
Delmonte 110 ; van Gelder & Hoc 245-1 ; de Witte 762 ; Vanhoudt 374.AN (R3) ; Davenport 8639 RRR minieme zwaktes van de slag doch een net exemplaar zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BRABANT - STATEN VAN BRABANT, 1577-1581 - ½ Statendaalder 1578, Antwerpen
gewicht 15,22gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester Floris Florisz. muntteken hand
vz. Halflang lichaam van gekroonde Philips II met leliescepter naar links, het Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild voor zich houdend, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHS:D:G•HISP Z REX•DVX•BRA• kz. Kruis gevormd uit vier gekroonde PH-monogrammen tussen 16 - S, bladornamenten in de kwartieren, letter S in het centrum, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; PACE• ET • IVSTITIA • 15 hand 78 •
Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van nieuwe uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens landsheerlijke macht niet meer. Zijn persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). De Statendaalder werd uitgegeven op een koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder.
De muntslag van de Staten, zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. In December 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Philips II.
In de jaren 1577-1578 werden in totaal 240.644 stuks ½ statendaalders te Antwerpen aangemunt. Daarvan komt het jaartal 1577 verreweg het vaakst voor, hetgeen doet vermoeden dat het overgrote deel van de productie in dat jaar heeft plaatsgevonden. Zeer zeldzaam.
Delmonte 118 ; van Gelder & Hoc 246-1 ; de Witte 764 ; de Mey 570 ; Vanhoudt 375.AN (R1) RR Bijzonder attractief exemplaar met fijne details en mooi patina. pr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STATEN VAN BRABANT, 1577-1581 - 1/2 Philipsdaalder 1581, Antwerpen
gewicht 16,91 ; zilver Ø 36mm. muntteken handje Geslagen op gezag van de Staten van Brabant.
De muntslag van de Staten, zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. In December 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Filips II. Het ging daarbij om de gouden kroon en de Philipsdaalder met denominaties, die werden geslagen in 1580 en 1581. Met de ondertekening van het Plakkaat van Verlatinghe op 26 juli 1581 door de gewesten Brabant, Vlaanderen, Mechelen, Holland, Gelre & Zutphen, Zeeland en Utrecht, kwam een einde aan deze muntslag. Deze gewesten erkenden niet langer het gezag van Philips II en verklaarden zich daarmee onafhankelijk.
Van dit jaartal werden slechts 16.152 stuks aangemunt. Zeer zeldzaam.
Delmonte 51 ; van Gelder & Hoc 211-1a ; de Witte 789 ; Vanhoudt 390.AN RR zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 – Gulden van 20 stuivers 1602/01, Antwerpen
gewicht 13,09gr. ; zilver Ø 33mm. muntteken hand
vz. Naar elkaar gerichte bustes van Albrecht en Isabella, beiden met molensteenkraag en Isabella tevens met diadeem, omringd door de tekst; AL – BERTVS•ET•ELISABET•DEI•GRATIA• en hand kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal omhangen met de keten van de Orde het Gulden Vlies, met kleinood (Lam Gods) aan onderzijde, 16 – 02 ter weerszijden van kroon, omringd door de tekst; ARCHIDVCES•AVST• - DVC•BVRG•BRAB•z en hand
Naar aanleiding van hun voorgenomen huwelijk kregen aartshertog Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje op 6 mei 1598 de heerschappij over de Zuidelijke Nederlanden toebedeeld van koning Philips II, de vader van Isabella. Het aartshertogelijk paar vestigde zich in Brussel, alwaar de drie kinderen kregen die alle echter vroegtijdig stierven. Na de dood van Albrecht op 13 juni 1621 kwamen de Zuidelijke Nederlanden weer onder het directe Spaanse bestuur van koning Philips IV te staan. Isabella kreeg de taak van landvoogdes, een functie die zij tot haar dood op 1 december 1633 zou vervullen.
Following their intended marriage, Archduke Albrecht of Austria and Isabella of Spain were granted rulership over the Southern Netherlands on 6 May 1598 by King Philip II, Isabella′s father. The archducal couple settled in Brussels, where they had three children, all of whom died prematurely. After Albrecht′s death on 13 June 1621, the Southern Netherlands again came under the direct Spanish rule of King Philip IV. Isabella was given the task of governor, a position she would hold until her death on 1 December 1633.
Het jaartal 1602 is gewijzigd uit 1601. In 1601 werden maar weinig zilveren gulden geslagen (3.093 stuks), Klaarblijkelijk had men van dat jaar nog onbenutte muntstempels die men in 1602 alsnog heeft gebruikt, met uiteraard aanpassing van het jaartal. Deze jaartalwijziging is tot op heden onbeschreven in de naslag literatuur. Als zodanig hoogst zeldzaam.
Delmonte – (vgl. 235) ; van Gelder & Hoc – (vgl. 287-1suppl.) ; de Witte 901var. ; de Mey 638var. ; Vanhoudt – (vgl. 586.AN) RRR lichte zwaktes van de slag fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 - Dubbele gouden souverein z.j. (1612-1620), Antwerpen
gewicht 11,00gr. ; goud Ø 38mm. muntteken hand
vz. De gekroonde aartshertog met zwaard en de gekroonde hertogin met scepter, zittend frontaal zij aan zij op een troon binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ALBERTVS•ET•ELI - SABET•DEI• - GRATIA•ARCHIDVCES en hand kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch-Spaans wapenschild omringd door de keten van de Orde van het Gulden Vlies binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; AVSTRIÆ•DVCES•BVR - GVNDIÆ•BRABANT•Z
Behoudens wat minieme zwakte van de slag een bijzonder attractief exemplaar van dit grote goudstuk van de Spaanse Nederlanden. De dubbele souverein werd uitgegeven op een koers van 12 gulden. De stempels zijn zeer verzorgd met oog voor fijne details. Het werd geslagen gedurende het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), een periode van rust en voorspoed voor de Nederlanden. Dit munttype is in vijf muntplaatsen aangemunt, te weten; Doornik, Brugge, Antwerpen Brussel en Maastricht. Daarvan komen de stukken van Antwerpen en Maastricht het minste voor in de handel en collecties. In totaal zijn in de periode 1612-1620 slechts 10.483 stuks dubbele souvereinen te Antwerpen aangemunt, deels ook met het jaartal 1614. Uiterst zeldzaam.
Except for a minor weakness in the strike, a particularly attractive example of this large gold coin from the Spanish Netherlands. The double sovereign was issued at a rate of 12 guilders. The dies are very well cared for with an eye for fine details. It was minted during the Twelve Years′ Truce (1609-1621), a period of peace and prosperity for the Netherlands. This coin type was minted in five mints, namely; Tournai, Bruges, Antwerp, Brussels and Maastricht. Of these, the pieces from Antwerp and Maastricht are are the least common in trade and collections. In total, only 10,483 pieces of double sovereigns were minted in Antwerp in the period 1612-1620, some also with the year 1614. Extremely rare.
Delmonte 147 ; van Gelder & Hoc 304-1a ; de Witte 895 ; Vanhoudt 612.AN (R3) ; Vanhoudt/Saunders 174 (R3) ; De Mey 677 ; Vanhoudt Atlas I.401 ; Friedberg 91 RRR pr-/pr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 – ½ Dukaton 1619, Antwerpen
gewicht 16,00gr. ; zilver Ø 35mm. muntmeester Dominique Wouters of Jeanne van Liebeke muntteken hand
vz. Bustes van Albrecht en Isabella naar rechts binnen een parelcirkel, daarboven 16 hand 19, omringd door de tekst; •ALBERTVS • ET • ELISABET • DEI • GRATIA • kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch-Spaans wapenschild gehouden door twee leeuwen, eronder twee vuurstalen met het Gulden Vlies, omringd door de tekst; ARCHID • AVST • DVC – ES • BVRG • BRAB • Zc•
Naar aanleiding van hun voorgenomen huwelijk kregen aartshertog Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje op 6 mei 1598 de heerschappij over de Zuidelijke Nederlanden toebedeeld van koning Philips II, de vader van Isabella. Het aartshertogelijk paar vestigde zich in Brussel, alwaar de drie kinderen kregen die alle echter vroegtijdig stierven. Na de dood van Albrecht op 13 juni 1621 kwamen de Zuidelijke Nederlanden weer onder het directe Spaanse bestuur van koning Philips IV te staan. Isabella kreeg de taak van landvoogdes, een functie die zij tot haar dood op 1 december 1633 zou vervullen.
De dukaton is een grote zilveren munt, die als equivalent gold van de gouden dukaat. In de Nederlanden werd de ducaton ingevoerd in 1618 door de aartshertogen Albrecht & Isabella. Het officieel voorgeschreven gewicht was 32,48 gram bij een zilvergehalte van 944/1000, de waarde was 63 stuivers. Naast hele dukatons werden op veel kleinere schaal ook ½ dukatons geslagen. De Noordelijke Nederlanden kwamen in 1659 ook met een dukaton in de vorm van de zilveren rijder. In de periode 1 april 1618 – 24 april 1620 werden slechts 72.570 stuks ½ dukatons aangemunt. Zeer zeldzaam.
Following their intended marriage, Archduke Albrecht of Austria and Isabella of Spain were granted rulership over the Southern Netherlands on 6 May 1598 by King Philip II, Isabella′s father. The archducal couple settled in Brussels, where they had three children, all of whom died prematurely. After Albrecht′s death on 13 June 1621, the Southern Netherlands again came under the direct Spanish rule of King Philip IV. Isabella was given the task of governor, a position she would hold until her death on 1 December 1633.
The ducaton is a large silver coin, which was the equivalent of the gold ducat. In the Netherlands, the ducaton was introduced in 1618 by the archdukes Albrecht & Isabella. The officially prescribed weight was 32.48 grams with a silver content of 944/1000, the value was 63 stuivers. In addition to whole ducatons, ½ ducatons were also minted on a much smaller scale. The Northern Netherlands also introduced a ducaton in the form of the silver rider in 1659. In the period 1 April 1618 – 24 April 1620 only 72,570 ½ ducatons were minted. Very rare.
vgl. Veiling 63 van Willem van Alsenoy te Antwerpen, 29 mei 2010 (in zfr+ € 2200,- + 18%)
Delmonte 252 ; van Gelder & Hoc 310-1 ; de Witte 929 ; Vanhoudt 618.AN ; KM.48.1 (Spanish Netherlands) RR lichte zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 - Patagon 1616, Brussel
gewicht 27,97gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester: Pieter van der Heyden muntteken: engelkopje
vz. Bourgondisch stokkenkruis in het hart bijeengehouden door Bourgondische vuurstaal, geflankeerd door de gekroonde monogrammen van de aartshertogen, daaronder hangend het kleinood (ramsvacht) van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een cirkel, omringd door de tekst; •ALBERTVS•ET•ELISABET•DEI•GRATIA• engelkopje kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië-Portugal omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies binnen een cirkel, daarboven 16 - 16, omringd door de tekst; ARCHID•AVST•DVCES•BVRG•BRAB•Zc
In 1612 werd de aanmunting van de kruisrijksdaalder, die eerder onder Philips II was geslagen, hervat. Het werd uitgegeven op een koers van 48 stuiver. Al spoedig kwamen deze rijksdaalder bekend te staan als pat(t)acon, patagon of Albertusdaalder. De munt werd erg populair om hun kwaliteit, gehalte, ontwerp en afwerking, niet alleen binnen de Spaanse Nederlanden maar ook ver daarbuiten. Men name in Oost-Europa en Rusland was de patagon een erg gewild betaalmiddel. De patagon werd voor het laatst geslagen in 1711 onder de Spaanse troonpretendent Karel III (1703-1711) in Antwerpen.
In 1612, the minting of kruisrijksdaalder, which had previously been minted under Philip II, was resumed. It was issued at a rate of 48 stuivers. Soon these Rijksdaalder came to be known as pat(t)acon, patagon or Albertusdaalder. The coins became very popular for their quality, content, design and finish, not only within the Spanish Netherlands but also far beyond. Particularly in Eastern Europe and Russia, the patagon was a very popular means of payment. The patagon was last minted in 1711 under the Spanish pretender to the throne Charles III (1703-1711) in Antwerp.
Delmonte 256 ; van Gelder & Hoc 311-3b ; de Witte 948 ; Vanhoudt 619.BS Bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina. Schaars. pr- à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 - ¼ Patagon z.j. (1613 ?), Antwerpen
gewicht 6,72gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Dominique Wouters muntteken hand
vz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië-Portugal omhangen met de keten van het Gulden Vlies. In de buitenrand de tekst; •ALBERTVS•ET•ELISABET•DEI•GRATIA• kz. Bourgondisch stokkenkruis, geflankeerd door de gekroonde monogrammen van de aartshertogen, met daaronder het Lam Gods aan een lint hangend. In de buitenrand de tekst; ARCHID•AVST•DVCES•BVRG•ET•BRAB•Z en hand
Voor de patagon en haar denominaties was het gebruik dat het stokkenkruis, met naamsvermelding van de vorsten, als de voorzijde gold en de wapenschild als de keerzijde. Bij deze munt zien we dat dit gebruik niet is gevolgd; hier zien we de wapenzijde, met naamsvermelding van de vorsten, als voorzijde en het stokkenkruis als keerzijde. Mogelijk ligt de oorzaak van deze vergissing in het feit dat deze versie ook gebruikelijk was voor de dubbele en enkele gouden albertijn, en lag dat nog vers in het geheugen van de stempelsnijders. In dat geval moeten we dit type plaatsen aan het begin van de muntslag (1613) van dit munttype, dus als eerste type voorafgaand aan het ″correcte″ type. Gezien de zeldzaamheid van dit stuk zal de productie zeer gering geweest zijn. Zeer zeldzaam.
Delmonte - (vgl.268) ; de Witte 918 ; de Mey 685 ; van Gelder & Hoc- (vgl.313-1a) ; Vanhoudt 621.AN RR zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 - Oord of dubbele duit 1608, Maastricht
gewicht 2,46gr.; koper Ø 23mm. muntmeester Thielman Coomans (alias Goemans) muntteken ster
vz. Gekroond wapenschild van Spanje-Bourgondië-Oostenrijk geflankeerde door ★ - ★, omringd door de tekst; ALBERTVS•ET•ELISABET•DE•G ★ kz. Gekroond Bourgodisch stokkenkruis, stadswapen van Maastricht in het hart, Lam Gods hangend aan onderzijde, geflankeerd door 16 - 08, omringd door de tekst; ARCHIDVCES•AVST•DVC•BVR•BR ★
van Gelder & Hoc 298-2 ; de Witte 972 ; Vanhoudt, Atlas, I 424 ; de Mey 674 ; Vanhoudt 603.MA ; Purmer & van der Wiel 9311 (R) ; Pannekeet MAA.17 R zeldzaam fr à fr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Patagon 1623, Brussel
gewicht 27,96gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Gilbert Clenarts muntteken engelkopje
vz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurstaal in het centrum, daaronder kleinood (Lam Gods) van de Orde van het Gulden Vlies hangend omringd door vier vonken, in het veld 16 - 23, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• engelkopje kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal, omsloten met de keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVST•DVX•BVRG•BRAB•Zc•
Delmonte 295 ; van Gelder & Hoc 329-3 ; de Witte 1026 ; Vanhoudt 645.BS ; Davenport 4462 bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Patagon 1626, Maastricht
gewicht 28,07gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Arthur Huybrechts muntteken ster
vz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurijzer in het centrum, daaronder kleinood (Lam Gods) van de Orde van het Gulden Vlies hangend omringd door vier vonken, in het veld 16 - 26, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• ☆ kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal, omhangen met het keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVST•DVX•BVRG•BRAB•Zc•
Patagons van de muntplaats Maastricht zijn zeldzaam.
Delmonte 294 ; van Gelder & Hoc 329-2 ; de Witte 1033 ; Vanhoudt 645.MA ; KM.53.2 R lichte zwaktes van de slag en ietwat krap muntplaatje (niet gesnoeid) zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Patagon 1631, Antwerpen
gewicht 27,80gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Maarten Cambier muntteken hand
vz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurijzer in het centrum, daaronder kleinood (Lam Gods) van de Orde van het Gulden Vlies hangend omringd door vier vonken, in het veld I6 - 3I, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• hand kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal, omhangen met het keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVST•DVX•BVRG•BRAB•Zc•
In 1612 werd de aanmunting van kruisrijksdaalder, die eerder onder Philips II waren geslagen, hervat. Het werd uitgegeven op een koers van 48 stuiver. Al spoedig kwamen deze rijksdaalder bekend te staan als pat(t)acon, patagon of Albertusdaalder. De munt werd erg populair om hun kwaliteit, gehalte, ontwerp en afwerking, niet alleen binnen de Spaanse Nederlanden maar ook ver daarbuiten. Men name in Oost-Europa en Rusland was de patagon een erg gewild betaalmiddel. De patagon werd voor het laatst geslagen in 1711 onder de Spaanse troonpretendent Karel III (1703-1711) in Antwerpen.
In 1612, the minting of cross-rijksdaalder, which had previously been minted under Philip II, was resumed. It was issued at a rate of 48 stuivers. Soon these Rijksdaalder came to be known as pat(t)acon, patagon or Albertusdaalder. The coins became very popular for their quality, content, design and finish, not only within the Spanish Netherlands but also far beyond. Particularly in Eastern Europe and Russia, the patagon was a very popular means of payment. The patagon was last minted in 1711 under the Spanish pretender to the throne Charles III (1703-1711) in Antwerp.
Delmonte 293 ; van Gelder & Hoc 329-1 ; de Witte 1007 ; Vanhoudt 645.AN ; KM.53.1 minieme zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - 1/2 Patagon 1627, Antwerpen
gewicht 13,53gr. ; zilver Ø 35mm. muntteken hand
vz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurijzer in het centrum, daaronder kleinood (Lam Gods) van de Orde van het Gulden Vlies hangend omringd door vier vonken, in het veld 16 - 27, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• hand kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal, omhangen met het keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVST•DVX•BVRG•BRAB•Zc•
In het jaar 1627 zijn the Antwerpen maar liefst vier muntmeesters werkzaam geweest: Jan Emonts (1624-1627), Willem Jansz. Emonts (1627-1628), Arthur Emonts (1627-1629) en Hieronymus Verdussen (1627-1636).
variant: normaal hangt het Lam Gods op de voorzijde aan een klein kruisvormig ornament. Bij dit exemplaar hangt het echter aan een lang dubbel gelijnd koord/keten. Dit is hoogst ongebruikelijk. Als zodanig zeer zeldzaam.
In de periode 17.12.1625 - 31.03.1628 werden te Antwerpen in totaal slechts circa 40.009 stuks ½ patagons aangemunt.
Delmonte 301 ; van Gelder & Hoc 330-1 ; de Witte 1008 ; Vanhoudt 646.AN ; KM.46.4 RR lichte zwaktes van de slag zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Escalin of Leeuwenschelling 1650/45, Antwerpen
gewicht 4,82gr. ; zilver Ø 30mm.
Het jaartal 1650 is gewijzigd uit 1645. Hoogst zeldzaam.
In de Zuidelijke Nederlanden was escalin de gebruikelijke benaming voor muntstukken ter waarde van 6 stuivers (sols). Dit muntstuk werd voor het eerst geslagen in 1612 door de aartshertogen Albrecht en Isabella, voor het laatst in 1792 door het prinsbisdom Luik. Anders dan in de Noordelijke Nederlanden bleven gewicht en gehalte constant, op 5,26 g en 0,582. Naar de voorstelling in de beeldenaar onderscheidde men de pauwschelling en leeuwenschelling. Beide typen ware nook bekend onder de naam ′permissieschelling′.
In the Southern Netherlands, escalin was the usual name for coins worth 6 stuivers (sols). This coin was first minted in 1612 by the Archdukes Albrecht and Isabella, and lastly in 1792 by the Prince-Bishopric of Liège. Unlike in the Northern Netherlands, weight and content remained constant at 5.26 g and 0.582. According to the representation in the image, a distinction was made between the pauwschelling (peacockschelling) and the leeuwenschelling (lionschelling). Both types were also known as ′permissieschelling′.
vgl.van Gelder & Hoc 333-1 ; vgl. de Witte 1010 RRR fr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Escalin of leeuwenschelling 1651, Antwerpen
gewicht 4,93gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Caspar Antheunis muntteken hand
vz. Klimmende leeuw staande naar links met in zijn rechterhand een geheven zwaard, de linker rustend op een ovaal Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• hand kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Spanje-Bourgondië-Portugal rustend op Bourgondisch stokkenkruis, geflankeerd door het jaartal 16 - 51, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; AR - CHID•AVS• - •DVX• - BVRG•BR• - Zc •
In de Zuidelijke (Spaanse) Nederlanden was escalin de gebruikelijke benaming voor muntstukken ter waarde van 6 stuivers (sols). Dit muntstuk werd voor het eerst geslagen in 1612 door de aartshertogen Albrecht en Isabella, voor het laatst in 1792 door het prinsbisdom Luik. Anders dan in de Noordelijke Nederlanden bleven gewicht en gehalte constant, op 5,26 g en 0,582. Naar de voorstelling in de beeldenaar onderscheidde men de pauwschelling en leeuwenschelling. Beide typen waren ook bekend onder de naam ′permissieschelling′.
In the Southern (Spanish) Netherlands, escalin was the usual name for coins worth 6 stuivers (sols). This coin was first minted in 1612 by the Archdukes Albrecht and Isabella, and lastly in 1792 by the Prince-Bishopric of Liège. Unlike in the Northern Netherlands, weight and content remained constant at 5.26 g and 0.582. According to the representation in the image, a distinction was made between the pauwschelling (peacockschelling) and the leeuwenschelling (lionschelling). Both types were also known as ′permissieschelling′.
van Gelder & Hoc 333-1 ; de Witte 1010 ; de Mey 735 ; Vanhoudt 648.AN ; KM.52.1 kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar zfr-/zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Liard of oord 1643, Antwerpen
gewicht 3,36gr. ; koper Ø 26mm. muntmeester Caspar Antheunis muntteken hand
vz. De wapenschilden van Oostenrijk, Bourgondië en Brabant ter weerszijden en onder het gekroonde Bourgondische vuurstaal, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX•hand kz. Gekroon wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal geflankeerd door het jaartal 16 - 43, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVS•DVX•BVRG•BRAB•Zc
In de Zuidelijke Nederlanden was liard de gebruikelijke benaming voor een muntstuk van ¼ stuiver (sol). De naam stamt oorspronkelijk uit Frankrijk en was ten tijde van koning Lodewijk XI (1461-1483) een biljoenen muntstukje van 3 deniers (= ¼ sol). In de Noordelijke Nederlanden was oord de gebruikelijke naam voor deze muntstukken.
In the Southern Netherlands, liard was the usual name for a ¼ stuiver (sol) coin. The name originally comes from France and was a billon coin of 3 deniers (= ¼ sol) at the time of King Louis XI (1461-1483). In the Northern Netherlands, oord was the common name for these coins.
Dit munttype werd reeds kort na aanvang van Philips IV′s regering ingevoerd. In 1623 werden de eerste stukken in Brugge geslagen, gevolgt door Maastricht in 1624. Ondanks dat Antwerpen en Brussel prominente muntateliers waren, gingen deze pas in 1643 over tot aanmunting van dit type. Maar dan ook gelijk goed want de productie in dat jaar bedroegen 1.720.792 stuks voor Antwerpen en 1.725.688 stuks voor Brussel.
This coin type was introduced shortly after the start of Philip IV′s reign. In 1623 the first pieces were minted in Bruges, followed by Maastricht in 1624. Despite the fact that Antwerp and Brussels were prominent mints, they only started minting this type in 1643. But then right away because the production in that year amounted to 1,720,792 pieces for Antwerp and 1,725,688 pieces for Brussels.
van Gelder & Hoc 336-1a ; de Witte 1012 ; de Mey 738 ; Vanhoudt 653.AN ; KM.62.1 zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL II, 1665-1700 - Patagon 1672, Brussel
gewicht 27,68gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Pieter van Vreeckem muntteken engelkopje
Oplage slechts 18.093 stuks. Zeer zeldzaam. Only 18.093 pieces minted, Very rare.
In 1612 werd de aanmunting van kruisrijksdaalder, die eerder onder Philips II waren geslagen, hervat. Het werd uitgegeven op een koers van 48 stuiver. Al spoedig kwamen deze rijksdaalder bekend te staan als pat(t)acon, patagon of Albertusdaalder. De munt werd erg populair om hun kwaliteit, gehalte, ontwerp en afwerking, niet alleen binnen de Spaanse Nederlanden maar ook ver daarbuiten. Men name in Oost-Europa en Rusland was de patagon een erg gewild betaalmiddel. De patagon werd voor het laatst geslagen in 1711 onder de Spaanse troonpretendent Karel III (1703-1711) in Antwerpen.
In 1612, the minting of cross-rijksdaalder, which had previously been minted under Philip II, was resumed. It was issued at a rate of 48 stuivers. Soon these Rijksdaalder came to be known as pat(t)acon, patagon or Albertusdaalder. The coins became very popular for their quality, content, design and finish, not only within the Spanish Netherlands but also far beyond. Particularly in Eastern Europe and Russia, the patagon was a very popular means of payment. The patagon was last minted in 1711 under the Spanish pretender to the throne Charles III (1703-1711) in Antwerp.
Delmonte 343 ; van Gelder & Hoc 350-2a ; de Witte 1082 ; Davenport 4491 RR zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
VOOR MUNTEN VAN DE OOSTENRIJKSE NEDERLANDEN UIT DE PERIODE 1711-1795:
ZIE HABSBURGSE RIJK EN OOSTENRIJK |
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - RIJKSSTAD MAASTRICHT - HENDRIK VI, 1191-1197 - Penning z.j. (1193-1197)
gewicht 0,82gr. ; zilver Ø 16mm.
vz. Gekroonde buste van keizer Hendrik VI frontaal met kruisscepter in zijn rechterhand en rijksappel in de linker, links de tekst; TRA kz. Rijksadelaar, kop naar links, met gespreide vleugels Het is opvallend dat deze munt geen enkele tekst draagt die verwijst naar de keizer, niet in diens naam (HENRICUS), noch in zijn titel (IMPERATOR). Voorheen werd dit munttype ook wel toegeschreven aan keizer Frederik I Barbarossa, maar op basis van stempelkenmerken wordt thans aangenomen dat het onder zijn opvolger HendrikVI is geslagen. Het moet geslagen zijn tussen de overgave van Maastricht aan de keizer in 1193 en diens dood in 1197. Zeer zeldzaam.
It is striking that this coin does not bear any text referring to the emperor, neither in his name (HENRICUS) nor in his title (IMPERATOR). Previously, this coin type was also attributed to Emperor Frederick I Barbarossa, but on the basis of die characteristics it is now assumed that it was minted under his successor Hendrik VI. It must have been struck between the surrender of Maastricht to the emperor in 1193 and his death in 1197. Very rare.
van der Chijs- ; Frére 83 (RBN.1961) ; Slg. de Wit 1202 ; Vanhoudt F.108 RR Lichte zwaktes van de slag. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GENERALITEITSLANDEN - STAD MAASTRICHT - BELEG DOOR HET FRANSE REVOLUTIONAIRE LEGER, 19 september - 4 november 1794 - Noodmunt van 100 stuiver 1794
gewicht 30,23gr. ; zilver Ø 41mm. essayeur Lambertus Eymael (LE) kabelrand (handmatig aangebracht)
vz. Onder elkaar vier losse instempelingen : 1794 / ★ / 100 St / L•E • kz. Blanco
Oplage slechts 1656 stuks. Zeldzaam.
In het najaar van 1794 werd de Luiks-Staatse vestingstad Maastricht belegerd door de Franse revolutionare troepen o.l.v. generaal Kléber. De stad werd verdedigd door een staats Garnizoen en een Oostenrijks garnizoen en stond o.l.v. generaal Ernst Wilhelm von Klebeck. Sinds 1784 was Friedrich von Hessen-Kassel gouverneur van de vestingstad Maastricht. De samenwerking tussen de Staatsen en de Oostenrijkers was slecht en de stad viel op 4 november 1794. het jaar daarop werd de stad ingelijfd bij de Eerste Franse Republiek. Deze nooddaalder werd geslagen in opdracht van het stadsbestuur van Maastricht tijdens het Frans beleg van 1794. Met jaartal, de vijfpuntige stadsster, de waardeaanduiding en de initialen van Lambertus Eymael, beëdigd essayeur van het zilversmedengilde.
Emergency coin that was minted in Maastricht during the French siege of the city in 1794. An attractive example of uni-face siege coinage, issued by the Austrian defenders under Prince Friedrich von Hessen-Kassel, who was since 1784 gouvernor of the city, while the city was besieged by the French, An historical piece with boldly struck stamps, quite scarce in this pleasing quality.
Delmonte 756 ; Mailliet 76,17 ; vervolg van Loon 820 ; CNM.2.33.10 ; Vanhoudt 895 ; Davenport 1856 R xf- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN - BRABANT - GRAAFSCHAP MEGEN - MARIA VAN BRIMEU, 1572-1605 - Drieplakken z.j. (1584-1587)
gewicht 0,68gr. ; biljoen Ø 17mm.
vz. De wapenschilden van Megen, het Rijk en Brimeu binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; + BENED.QVI.VENIT.IN.NOM.DOM kz. Lang gebloemd kruis met roosjes in de kwadranten binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; MONE - COMI - MAGI - ENSI
Marie van Brimeu werd rond 1550 geboren als dochter van George van Brimeu en Anna van Walthausen. Het geslacht Brimeu was een adelijk geslacht uit de Zuidelijke Nederlanden, met tevens bezittingen in noord-Frankrijk. Haar oom Karel van Brimeu, graaf van Megen, koos de zijde van de opstandelingen, en was samen met Hendrik van Brederode, Willem van Oranje, en de graven van Egmond en Hoorne een van de vooraanstaande leiders in de opstand tegen Spanje. Toen de kinderloze Karel van Brimeu op 9 januari 1572 overleed, werd zijn nicht Maria van Brimeu de nieuwe gravin van Megen. Zij huwde op 15 november 1571 te Mechelen met Lancelot van Berlaymont en in februari 1572 werd het paar in Megen ingehuldigd. Uit hun huwelijk kwamen twee kinderen voort. In 1578 overleed haar man en in 1580 huwde zij met Karel van Croÿ. Zij leefde in de periode die in onze geschiedenisboeken bekend staat als de Grote Opstand ofwel de Tachtigjarige Oorlog. Omwille van haar protestantse geloofsopvatting verliet de prinses in het geheim haar kasteel, haar landerijen en andere bezittingen in de Zuidelijke Nederlanden om zich met haar man aan te sluiten bij de Opstand van Willem van Oranje. Zij was in Holland dus een soort een asielzoekster avant-la-lettre.
Het betreft hier een imitatie van de drieplakken van de Drie Overijsselse Rijkssteden. De wapenschilden zijn anders gepositioneerd t.o.v. van de tekst dan de stukken die in de naslagwerken worden vermeld. Hoogst zeldzaam.
van der Chijs 3,19-20var. ; Lucas 31var. ; Passon 37,var. ; CNM.2.34.12 RRR fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VALKENBURG - PHILIPS DE STOUTE, 1384-1404 - Dubbele groot botdrager z.j. (1396-1399)
gewicht 3,82gr. ; zilver Ø 32mm.
vz. Leeuw zittend naar links, daarboven het Bourgondisch wapenschild +PHILIPP:DEI:G:DX:BVRG:Z:COM:FLAND kz. Lang gevoet kruis met Bourgondisch wapenschild in het centrum +SIT:NO - ME:DOM - INI - BENE - DICTVM
Ten tijde van Philips de Stoute (1384-1404) heeft er te Valkenburg muntslag plaats gevonden op diens naam waaronder deze botdragers. Deze laten zich onderscheiden van de normale Vlaamse stukken door een knoop in de staart van de leeuw. Zeer zeldzaam.
Al ver voor de jaartelling werd de geulvallei, waarin Valkenburg is gelegen, bewoond. Vanaf de Romeinse tijd werd die bewoning nog geïntensiveerd. De eerste vermelding van Valkenburg treffen we aan in het jaar 1041 als ″Falchenberg″. Dat was overigens niet het huidige stadje, maar het huidige Oud-Valkenburg. Het stadje ontwikkelde zich bij een burcht die daar in de 11e / 12e eeuw op de Heunsberg werd gebouwd door de machtige heren van Heinsberg, die vervolgens ook wel de heren van Valkenburg gingen noemen. Thans rest van die burcht nog slechts een ruïne.
Struck in a period when Valkenburg was in hands of the Burgundians. This coin was minted in the years 1396-1399, during the reign of Philipp de Bold of Burgundy. This coin type is similar to the pieces struck in Brugge, with the only difference that the pieces from Valkenburg have a knob in the lion′s tail. The pieces from Brugge are very common, the pieces from Valkenburg are very rare.
DdP.VIII,18var . ; Lucas 9 ; Serrure bull.num.IV,pag.63 ; RBN.142 pag.124-125 en RBN 1961,pag.141-143 ; JMP.1958,pag.141, no.129 (vondst Zutphen 1958) ; Taelman 30 ; vgl.veiling L.Schulman 8,no.925 RR Lichte zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar. Zeer zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VALKENBURG - FREDERIK IV VAN MEURS, als graaf van Saarwerden, 1377-1448 - Goudgulden z.j. (emissie 1405)
gewicht 2,97gr. ; goud Ø 23mm.
vz. Sint Johannes, met nimbus, staande frontaal met zijn rechterhand in zegende houding en kruisscepter in zijn linkerhand, daaronder een kruis. In de buitencirkel de tekst; S•IOHANNES - BABTISTA leeuwtje • kz. Vijf wapenschildjes binnen een vierpas, met sierornamenten bij de snijpunten, binnen een cirkel. De wapentjes zijn als volgt te verklaren; in het midden de rijksadelaar, daarboven het schild van Saarwerden (eveneens een dubbelkoppige adelaar), links een wapen met klimmende leeuw naar rechts, rechts een wapen met kruis en onder een kruislings gearceerd wapentje. Deze laatste drie wapentjes hebben vermoedelijk geen enkele inhoudelijke betekenis en berusten op fantasie. In de buitencirkel de tekst; +DNS•FRЄDЄRIC′•C•D′•MOIRS•Z•SVDS (voluit; Dominus Fredericus Comes Dominus Moirsensis et Saarwerdensis, vertaald ″heer Frederik, graaf en heer van Meurs en Saarwerden″)
Het gaat hier om een vrij exacte imitatie van de Rijnse keurvorsten alliantieguldens van bisschop Friedrich van Saarwerden van Keulen, die in de jaren 1399-1402 te Bonn werden geslagen. Ook in Gelre werd deze goudgulden geïmiteerd en aangemunt onder hertog Reinald IV van Gulik (1402-1423). Opvallend genoeg lijkt deze Valkenburgse gulden later, rond 1415-1420, vrijwel exact gekopieerd te zijn door de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim, met als enige verschil de tekst op de keerzijde, er vanuit gaande dat de Valkenburgse gulden ouder is dan de Utrechtse. Delmonte kende tentijde van zijn publicatie slechts 2 exemplaren van dit type goudguldens (K.P.K. te ′s Gravenhage en het museum in Berlijn)
It concerns here one of the most rare goudguldens from the Netherlands. Only a few examples of this coin type are known, mostly in museal collections. Delmonte registred only 2 examples of this coin type; Royal Coincabinet in The Hague and the museum in Berlin. Extremely rare.
Delmonte 269 (R4) ; Noss 19 ; Lucas - ; van der Chijs- ; Friedberg 201b RRRR zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VALKENBURG - FREDERIK IV VAN MEURS, 1417-1448 - Witpenning z.j. (na 1424)
gewicht 1,99gr. ; zilver Ø 26mm.
vz. Sint Andries onder Gothische baldakijn binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FRЄD′✶C′✶D′✶IIOIRS✶Z✶SVDS′ kz. Samengesteld wapen van het Rooms Duitse Rijk en Meurs binnen een dubbel gelijnde driepas met uitstekende punten geflankeerd door anuletten, omringd door de tekst; de tekst; MONЄT✶ – ✶A NOVA✶ – ✶VALKB✶
Al ver voor de jaartelling werd de geulvallei, waarin Valkenburg is gelegen, bewoond. Vanaf de Romeinse tijd werd die bewoning nog geïntensiveerd. De eerste vermelding van Valkenburg treffen we aan in het jaar 1041 als ″Falchenberg″. Dat was overigens niet het huidige stadje, maar het huidige Oud-Valkenburg. Het stadje ontwikkelde zich bij een burcht die daar in de 11e / 12e eeuw op de Heunsberg werd gebouwd door de machtige heren van Heinsberg, die vervolgens ook wel de heren van Valkenburg gingen noemen. Van die burcht rest thans nog een ruïne. Aan het begin van de 15e eeuw viel de graafschap Valkenburg toe aan de heren van Meurs. Ten tijde van Frederik IV van Meurs heeft te Valkenburg nog op bescheiden schaal muntslag plaatsgevonden. Het zijn ook tegelijk de laatste munten van Valkenburg.
Already in Roman times there was a settlement in Valkenburg. The first mention of Valkenburg can be found in the year 1041 as " Falchenberg". This was not the current town, but the current village of Oud-Valkenburg. The town developed at a castle there in the 11th/12th century on the Heinsberg, that was built by the powerful lords of Heinsberg, who then also called them lords of Valkenburg. From the castle only a ruin rests. At the beginning of the 15th century, the lordship of Valkenburg came in possession to the Lords of Meurs. During the reign of Frederick IV of Meurs coins were minted on a small scale. Only a few coin types are known.
van der Chijs XXI,1 ; Lucas 11 ; Menadier 30a ; Noss 23 RR Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een zeer attractief exemplaar. Zeer zeldzaam. zfr |
|
|  |
|