
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Dubbele gouden dukaat 1612, Leeuwarden
gewicht 6,92gr. ; goud 986/1000 ; Ø 26mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken: klimmende leeuw naar links
vz. Gehelmde en geharnaste ridder staande naar rechts met geschouderd zwaard in zijn rechterhand en pijlenbundel in de linker, in veld 16 - 1Z, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES - •P - AR•CRES•FRI en klimmende leeuw naar links kz. Met krulornamenten versierd vierkant met daarbinnen de tekst; MO•ORDI / PROVIN / FOE•DER / BELG•AD / LEG IMP
We hebben hier te maken met een bijzonder muntstuk; de eerste Nederlandse dubbele gouden dukaat. De Nederlandse dubbele gouden dukaat was immers in 1612 nog geen standaard onderdeel van de Generaliteitsmunten zoals die in 1606 waren ingevoerd. Dat zou het pas worden na de invoering van dit munttype door Holland en Zeeland in 1645. Friesland liep dus uit de pas met deze aanmunting. Pas in 1660 en 1661 zou Friesland wederom Nederlandse dubbele dukaten aanmunten. Mogelijk was de aanmunting van 1612 niet in goede aarde gevallen bij de Staten-Generaal. Het kan ook zijn dat dit afwijkende munttype niet aansloeg bij de handel. Men was er immers niet vertrouwd mee. Gezien de grote zeldzaamheid zal de productie van 1612 klein geweest zijn. Delmonte kende slechts 2 exemplaren (collectie K.P.K. te ′s Gravenhage en museum de Hermitage in St. Petersburg). Uiterst zeldzaam.
We are dealing with a very special coin here; the first double gold ducat of the Dutch type. The Dutch double gold ducat was in 1612 not a standard component of the Generality coinage, as introduced in 1606. It would only become so after the introduction of the double Dutch ducat by Holland and Zeeland in 1645. Friesland was therefore out of step with this mintage. Only in 1660 and 1661 would Friesland mint Dutch double ducats again. The 1612 mintage may not have been well received by the States General. It is also possible that this unusual coinage did not catch on with the trade. After all, people were unfamiliar with it. Given its great rarity, the 1612 production must have been small. Delmonte knew of only two examples (the KPK collection in The Hague and the Hermitage Museum in St. Petersburg). Extremely rare.
Delmonte 1004 ; Verkade - ; HNPM.09 ; CNM.2.16.13 ; Jasek 12A ; Friedberg 222 RRR kleine zwaktes van de slag doch attractief exemplaar met goede details zfr/zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Friese rijderdaalder 1582, Leeuwarden
gewicht 26,96gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeestert Lodewijk Dircksz. Alewijn muntteken; stadswapen van leeuwarden
vz. Geharnaste ridder in middeleeuwse toernooi uitrusting met een banier in de rechterhand, gezeten op een naar links galoperend paard, binnen een cirkel, daaronder het stadswapen van Leeuwarden, omringd door de tekst; NISI+DNS+NO - BISCVM+158Z+ kz. Gekroond Friese wapen binnen een cirkel, omringd door de tekst; MONETA+NOVA+ORDIN+FRISIAE+
Na de afzwering van Philips II als landsheer in 1581, kozen de provincies aanvankelijk voor een eigen monetaire politiek. Van een strak geleidde Republiek met een uniforme muntslag was op dat moment nog geen sprake. Dit leidde tot de introductie van diverse nieuwe munttypen, waaronder de rijksdaalder die in de verschillende provincies in diverse gedaanten werd uitgebracht. De rijksdaalder, geslagen op gelijk gehalte en gewicht als de Duitse taler, was de belangrijkste zilveren handelsmunt voor het Duitse achterland. Het was Gelderland die in 1581 overging tot aanmunting van de gouden rijder en de zilveren rijderdaalder. Daarvoor verantwoordelijk was muntmeester Jacob Dircksz. Alewijn. De afbeeldingen van deze munttypen werd ontleend aan de eerdere munten van de Gelderse hertog Karel van Egmond, zo′n 70 jaar eerder. Spoedig daarna volgden Bergh en Friesland dit voorbeeld. Voor Friesland overigens niet heel erg verwonderlijk, daar Lodewijk Dircksz. Alewijn, een broer van de Gelderse muntmeester, verantwoordelijkheid droeg voor deze muntslag. Ongetwijfeld hebben zij overleg gehad daarover.
Zowel de Friese gouden rijder als de Friese zilveren rijderdaalder werden aangemunt in de jaren 1582,1583 en 1585. De rijderdaalder lag echter niet goed in de markt, daar het niet exact aansloot op het Duitse muntstelsel. Derhalve werd in 1583 een nieuwe type rijksdaalder geïntroduceerd, de Friese arendsrijksdaalder. In 1606 ging men over tot aanmunting van de generaliteitsmunten, en werd de rijderdaalder en arendsrijksdaalder vervangen door de Nederlandse rijksdaalder.
Delmonte 791 ; Verkade 119.1; HNPM.16 ; CNM.2.16.22 ; Jasek 24A ; Davenport 8809 RR Ietwat zwak geslagen in het centrum, overigens attractief exemplaar met een mooi patina. Zeer zeldzaam. zfr-/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Friese rijderdaalder 1583, Leeuwarden
gewicht 26,27gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeestert Lodewijk Dircksz. Alewijn muntteken; stadswapen van leeuwarden
vz. Geharnaste ridder in middeleeuwse toernooi uitrusting met een banier in de rechterhand, gezeten op een naar links galoperend paard, binnen een cirkel, daaronder het stadswapen van Leeuwarden, omringd door de tekst; NISI+DNS+NO - BISCVM+1583+ kz. Gekroond Friese wapen binnen een cirkel, omringd door de tekst; MONETA+NOVA+ORDIN+FRISIAE
Na de afzwering van Philips II als landsheer in 1581, kozen de provincies aanvankelijk voor een eigen monetaire politiek. Van een strak geleidde Republiek met een uniforme muntslag was op dat moment nog geen sprake. Dit leidde tot de introductie van diverse nieuwe munttypen, waaronder de rijksdaalder die in de verschillende provincies in diverse gedaanten werd uitgebracht. De rijksdaalder, geslagen op gelijk gehalte en gewicht als de Duitse taler, was de belangrijkste zilveren handelsmunt voor het Duitse achterland. Het was Gelderland die in 1581 overging tot aanmunting van de gouden rijder en de zilveren rijderdaalder. Daarvoor verantwoordelijk was muntmeester Jacob Dircksz. Alewijn. De afbeeldingen van deze munttypen werd ontleend aan de eerdere munten van de Gelderse hertog Karel van Egmond, zo′n 70 jaar eerder. Spoedig daarna volgden Bergh en Friesland dit voorbeeld. Voor Friesland niet heel verwonderlijk, daar Lodewijk Dircksz. Alewijn, een broer van de Gelderse muntmeester, verantwoordelijkheid droeg voor deze muntslag. Ongetwijfeld hebben zij overleg gehad daarover.
Zowel de Friese gouden rijder als de Friese zilveren rijderdaalder werden aangemunt in de jaren 1582,1583 en 1585. De stukken zijn allemaal zeldzaam maar van de zilveren rijderdaalder komt het jaartal 1582 nog het vaakste voor gevolgd door 1583. Het jaartal 1585 komt maar hoogst sporadisch voor en is uiterst zeldzaam. De rijderdaalder lag echter niet goed in de markt, daar het niet exact aansloot op het Duitse muntstelsel. Derhalve werd in 1583 een nieuwe type rijksdaalder geïntroduceerd, de Friese arendsrijksdaalder. In 1606 ging men over tot aanmunting van de generaliteitsmunten, en werd de rijderdaalder en arendsrijksdaalder vervangen door de Nederlandse rijksdaalder.
Delmonte 791 ; Verkade 119.1; HNPM.16 ; CNM.2.16.22 ; Jasek 24A ; Davenport 8809 RR Attractief exemplaar met een licht patina. Zeer zeldzaam. zfr/zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Friese rijderdaalder 1585, Leeuwarden
gewicht 25,79gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeestert Lodewijk Dircksz. Alewijn muntteken; stadswapen van leeuwarden
vz. Geharnaste ridder in middeleeuwse toernooi uitrusting met een banier in de rechterhand, gezeten op een naar links galoperend paard, binnen een cirkel, daaronder het stadswapen van Leeuwarden, omringd door de tekst; NISI+DNS+NO - BISCVM+1585+ kz. Gekroond Friese wapen binnen een cirkel, omringd door de tekst; MONETA+NOVA+ORDIN+FRISIAE
Na de afzwering van Philips II als landsheer in 1581, kozen de provincies aanvankelijk voor een eigen monetaire politiek. Van een strak geleidde Republiek met een uniforme muntslag was op dat moment nog geen sprake. Dit leidde tot de introductie van diverse nieuwe munttypen, waaronder de rijksdaalder die in de verschillende provincies in diverse gedaanten werd uitgebracht. De rijksdaalder, geslagen op gelijk gehalte en gewicht als de Duitse taler, was de belangrijkste zilveren handelsmunt voor het Duitse achterland. Het was Gelderland die in 1581 overging tot aanmunting van de gouden rijder en de zilveren rijderdaalder. Daarvoor verantwoordelijk was muntmeester Jacob Dircksz. Alewijn. De afbeeldingen van deze munttypen werd ontleend aan de eerdere munten van de Gelderse hertog Karel van Egmond, zo′n 70 jaar eerder. Spoedig daarna volgden Bergh en Friesland dit voorbeeld. Voor Friesland niet heel verwonderlijk, daar Lodewijk Dircksz. Alewijn, een broer van de Gelderse muntmeester, verantwoordelijkheid droeg voor deze muntslag. Ongetwijfeld hebben zij overleg gehad daarover.
Zowel de Friese gouden rijder als de Friese zilveren rijderdaalder werden aangemunt in de jaren 1582,1583 en 1585. De stukken zijn allemaal zeldzaam maar van de zilveren rijderdaalder komt het jaartal 1582 nog het vaakste voor gevolgd door 1583. Het jaartal 1585 komt maar hoogst sporadisch voor en is uiterst zeldzaam. De rijderdaalder lag echter niet goed in de markt, daar het niet exact aansloot op het Duitse muntstelsel. Derhalve werd in 1583 een nieuwe type rijksdaalder geïntroduceerd, de Friese arendsrijksdaalder. In 1606 ging men over tot aanmunting van de generaliteitsmunten, en werd de rijderdaalder en arendsrijksdaalder vervangen door de Nederlandse rijksdaalder.
Delmonte 791 ; Verkade 119.1; HNPM.16; CNM.2.16.22 ; Jasek 24A ; Davenport 8809 RRR Attractief exemplaar met een licht patina. Uiterst zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Arendsrijksdaalder 1584, Leeuwarden
gewicht 28,17gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Lodewijk Dircksz. Alewijn muntteken; stadswapen van Leeuwarden
vz. Edelman met een bonten baret en gekleed in een bontmantel naar rechts, in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, binnen een gekabelde en gekartelde cirkel, daarboven het wapen van de stad Leeuwarden, omringd door de tekst; NISI✤DOMINVS✤NOBISCVM✤1584✤ kz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar frontaal met gespreide vleugels, binnen een gekabelde en gekartelde cirkel, omringd door de tekst; MONETA✤ORDI✤FRISI✤VAL✤IMPE✤DAL
Na de afzwering van Philips II als landsheer in 1581, kozen de provincies aanvankelijk voor een eigen monetaire politiek. Van een strak geleidde Republiek met een uniforme muntslag was op dat moment nog geen sprake. Dit leidde tot de introductie van diverse nieuwe munttypen, waaronder de rijksdaalder die in de verschillende provincies in diverse gedaanten werd uitgebracht. De rijksdaalder, geslagen op gelijk gehalte en gewicht als de Duitse taler, was de belangrijkste zilveren handelsmunt voor het Duitse achterland. Ook Friesland introduceerde in 1583 een nieuw type rijksdaalder. De rijderdaalder die het jaar daarvoor was geïntroduceerd lag niet goed in de markt, daar het niet exact aansloot op het Duitse muntstelsel. Die productie werd dan ook spoedig gestaakt. De voorzijde van deze rijksdaalder is ontleend aan de Saksische taler van Johann I (1528-1533) en symboliseert een Friese edelman. De keerzijde toont met de weergave van de dubbelkoppige rijksadelaar, een algemeen beeld voor de Duitse taler. Dat het om een rijksdaalder gaat wordt ook in de tekst nog eens benadrukt ; VALoris IMPEperialis DALeri (vertaald : met waarde van de daalder van het Rijk). Men heeft dit munttype aangemunt tot 1603. In 1606 kwam de Nederlandse rijksdaalder op generaliteitsmuntvoet er voor in de plaats.
Delmonte 819 ; Verkade 121.1 ; HNPM.28 ; CNM.2.16.18 ; Jasek 19C ; Davenport 8811 RR Fantastisch prachtexemplaar met mooi verfijnd portret en een attractief patina. Zeer zeldzaam. pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Arendsrijksdaalder 1591, Leeuwarden
gewicht 27,86gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken; stadswapen van Leeuwarden
vz. Edelman met een bonten baret en gekleed in een bontmantel naar rechts, in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, binnen dubbele gekartelde cirkels, daarboven het wapen van de stad Leeuwarden, omringd door de tekst; NISI✤DOMINVS✤NOBISCVM 1591✤ kz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar frontaal met gespreide vleugels, binnen dubbele gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✤MONETA✤NOVA✤ORDINVM✤FRISIÆ
Na de afzwering van Philips II als landsheer in 1581, kozen de provincies aanvankelijk voor een eigen monetaire politiek. Van een strak geleidde Republiek met een uniforme muntslag was op dat moment nog geen sprake. Dit leidde tot de introductie van diverse nieuwe munttypen, waaronder de rijksdaalder die in de verschillende provincies in diverse gedaanten werd uitgebracht. De rijksdaalder, geslagen op gelijk gehalte en gewicht als de Duitse taler, was de belangrijkste zilveren handelsmunt voor het Duitse achterland. Ook Friesland introduceerde in 1583 een nieuw type rijksdaalder; de arendsrijksdaalder. De rijderdaalder die het jaar daarvoor was geïntroduceerd lag niet goed in de markt, daar het niet exact aansloot op het Duitse muntstelsel. Die productie werd dan ook spoedig gestaakt. De voorzijde van deze rijksdaalder is ontleend aan de Saksische taler van Johann I (1528-1533) en symboliseert een Friese edelman. De keerzijde toont met de weergave van de dubbelkoppige rijksadelaar, een algemeen beeld voor de Duitse taler. Dat het om een rijksdaalder gaat wordt ook in de tekst nog eens benadrukt ; VALoris IMPEperialis DALeri (vertaald : met waarde van de daalder van het Rijk). Men heeft dit munttype aangemunt tot 1603. In 1606 kwam de Nederlandse rijksdaalder op generaliteitsmuntvoet er voor in de plaats.
♦ Uitzonderlijk hoge kwaliteit voor dit zeer zeldzame munttype ♦
♦ Exceptional well preservered specimen of this very rare coin type ♦
Delmonte 821 ; Verkade 121.3 ; HNPM.30 ; CNM.2.16.19 ; Jasek 20A ; Davenport 8813 RR Zeer minieme zwaktes van de slag en muntplaatoneffenheden. Fantastisch nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met uitzonderlijk scherpe details. Zeer zeldzaam. pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Leicesterrijksdaalder of unierijksdaalder 1587, Leeuwarden
gewicht 29,01gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Lodewijk Alewijn muntteken leeuwtje
vz. Gelauwerd en geharnast borstbeeld van de landvoogd Leicester, met in zijn rechterhand een zwaard en in de linker een pijlenbundel, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; CONCORDIA•RES•PARVAE•CRESCV′FRI• en leeuwtje kz. Samengesteld wapenschild met de wapens van de zes verenigde provinciën; Gelderland, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland, daarboven 1587, fleurons aan de zijden, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; MO•ORD•PROVIN•FOED•BELG•AD•LEG•IMP x
Robert Dudley (1532-1588) werd geboren op 24 juni 1532 als zoon van John Dudley, eerste hertog van Northumberland, en Jane Guildford. Samen met zijn vader en broer werd hij in 1553 gevangen gezet in de Tower van Londen. Zij zouden er namelijk voor gezorgd hebben dat de 15-jarige Jane Grey, een schoondochter van John Dudley, koningin van Engeland werd. Reeds negen dagen later deed ze al weer afstand van de troon. Maria Tudor werd de nieuwe koningin. Zij liet John Dudley, Jane Grey en ook haar vader Henry Grey onthoofden. Ook Robert Dudley was ter dood veroordeeld, maar kreeg gratie. Hij zou aan Spaanse zijde deel nemen aan de Slag bij St. Quentin, een koos daarmee partij voor Maria Tudor en diens man Philips II van Spanje. Na de dood van Maria Tudor in 1558 en het aantreden van Elizabeth I als nieuwe koningin werd hij benoemd tot koninklijk stalmeester en tal van eervolle functies volgden. Hij werd vertrouweling en favoriet van Elizabeth I en er gingen geruchten dat hij een relatie met haar had. In 1564 werd hij benoemd tot de eerste graaf van Leicester. Toen de Noordelijke Nederlanden de hulp inriepen van Engeland, stuurde zij hem in 1585 om hier te lande de strijd tegen de Spaanse troepen te leiden. Dit was ook in het belang van Engeland, want er gingen al enige tijd geruchten dat Spanje via de Nederlanden een landing in Engeland voorbereidde. Robert Dudley was ook leider van de Calvinistische fractie aan het Engelse hof en wellicht heeft dat ook een rol gespeeld, dat hij naar de Calvinistische Nederlanden werd gestuurd. Hij werd aangesteld als landvoogd over de Noordelijke Nederlanden. Tegen de zin in van Elizabeth I trok hij te veel macht naar zich toe. Hij ambieerde zelfs om vorst te worden van de Noordelijke Nederlanden. Hij was echter geen groot strateeg. Zo liepen zijn militaire campagnes tegen de Spanjaarden uit op een fiasco. Zware verliezen werden geleden in de Slag bij Warnsveld op 22 september 1586, waarbij zijn officieren een dubieuze rol hadden gespeeld. Deventer ging verloren aan de Spanjaarden. Reeds in 1587 werd hij door Elizabeth ontboden om terug te keren naar Engeland, alwaar hij op 4 september1588 stierf.
In 1586 werd tijdens het bewind van Leicester besloten tot het slaan van nieuwe munttypen, volgens het zogenaamde muntplakkaat van Leicester van 4 augustus 1586, die uniformiteit moesten brengen in de muntslag in de verschillende provincies. Het waren dus de eerste generaliteitsmunten; de Leicesterreaal, de gelijkwaardige tegenhanger van de Philipsdaalder, en daarnaast de leicesterrijksdaalder en de kleinere denominaties van deze muntstukken. De stempels werden centraal vervaardigd in de Munt de Dordrecht door de bekwame graveur Gerard van Bylaer. Daar Robert Dudley geen soeverein vorst was, mocht hij niet met naam en toenaam op de munten vermeld worden. We zien echter onmiskenbaar het wat jeugdiger portret van Robert Dudley op de nieuwe munttypen. Met recht kregen ze dan ook de naam Leicesterreaal en Leicesterrijksdaalder.
Robert Dudley (1532-1588), a long standing favourite of Elizabeth I, was appointed Earl of Leicester by her in 1564. A well knownladies’ man,he had a string of liaisons which led to him being banished from court but,eventually restored to Elizabeth’s favour, he was placed in command of the Dutch campaign of 1585 to aid the rebels and afforded the title Governor-General of the Dutch Republic. Leicester’s rebels laid siege to Zutphen, defended by a Spanish garrison under prince Alexander of Parma. The Spanish sent a relief column and on 22 September 1586 Leicester attempted to intercept it. He was forced to retire after suffering considerable losses,including the death of his own nephew, Sir Philip Sidney, and returned to England in disgrace.
Fantastisch prachtexemplaar met scherpe details en een mooi patina. Kabinetstuk. Hoogst zeldzaam.
Beautiful example of this extremely rare coin type. Beautiful toning. Fantastic coin. Probably the finest known.
Delmonte 906 (R3) ; Verkade 122.1 ; HNPM.36 ; CNM.2.16.28 ; Jasek 48A (dit exemplaar afgebeeld) ; Davenport 8817 RRR pr+/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Leeuwendaalder 1591, Reiderschans
gewicht 27,10gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken; rechthoek geslagen op Hollandse voet
vz. Geharnaste ridder met een sjerp om, kijkend over zijn linkerschouder, staande achter het Hollandse provinciewapen dat hij aan een lint in de rechterhand voor zich staande houdt. Jaartal ter weerszijden aan onderzijde van het wapenschild. In de buitencirkel de tekst xMOxNOxORD - FRISxVAxHOL en rechthoek kz. Klimmende leeuw binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; CONFIDENS+DNO+NON+MOVETVR+ en schildje met provinciewapen
Op een schiereilandje gelegen tussen de Dollard en de Eems, nabij Termunterzijl, lagen in de Middeleeuwen de dorpen Ooster- en Westerreide. Daarnaast was op deze landtong ″de punt van Reide″ tot aan het begin van de 16e eeuw een nonnenklooster van de Augustijnerorde gevestigd. De dorpen en het klooster waren al verlaten toen er ten tijde van de Spanjaarden rond 1580 twee versterkte schansen werden gebouwd. Deze plek was van strategisch belang daar van hieruit de scheepvaart op de Eems kon worden beheerst. Deze schansen werden op 24 juni 1589 door graaf Willem Lodewijk van Nassau veroverd op de Spanjaarden en omgebouwd tot een goed verdedigbare schans met vier bastions. Nadat in 1591 door prins Maurits ook Delfzijl op de Spanjaarden was veroverd werd binnen de Schans van Reide een Fries muntatelier ingericht. In de periode 1591-1597 was er te Reiderschans een Fries garnizoen gelegerd. Nadat op 22 juli 1594 de stad Groningen tevens in Staatse handen was gevallen, nam het strategisch belang van de Schans te Reide af. In het najaar van 1597 werd de Schans grotendeels verwoest bij een heftige storm bij springvloed en kwam definitief een einde aan de muntslag aldaar. Nog tot 1643 bleef er bij Delfzijl een Fries garnizoen gelegerd. De Punt van Reide is tegenwoordig een natuurgebied bezet door een garnizoen van vogels.
Vanaf het verraad van Rennenberg is graaf Willem Lodewijk van Nassau, die in februari 1584 werd benoemd tot stadhouder van Friesland en in augustus ook van Groningen, betrokken geweest bij de herovering van de stad Griningen. Ook voor Spanje was de stad Groningen van groot belang en deze werd dus zwaar verdedigd. Om Groningen weer in handen te krijgen werd besloten de stad geleidelijk militair in te sluiten en zo te isoleren van de Spaanse achterban. Om dit te bereiken werd een plan ontworpen om alle toegangswegen naar de stad één voor één af te sluiten en bezet te houden om zo de stad tot overgave te dwingen. Tot deze voorbereidingen hoorde het afsluiten van de verbindingen naar het oosten. Om dit te bereiken stuurde graaf Willem Lodewijk in 1589 troepen naar Oost-Groningen. Een aanval op de Spaanse Schans Delfzijl in maart 1589 mislukte. Vervolgens gingen de troepen, 800 man sterk per schip naar Reide. Reide, ten oosten van Delfzijl, op de vooruitstekende landpunt, was een versterking van belang; er waren in 1589 zelfs twee kleine schansen. Aan de Dollardkust lag het schansje Zwaagsterzijl. Graaf Willem Lodewijk wilde in juni 1589 de schans Reide op de Spanjaarden veroveren. Daartoe ging hij met 800 man scheeps over de wadden en de Eems en voer de Dollard op naar Zwaagsterzijl. In dit schansje lagen 30 soldaten onder leiding van een korporaal. Van hieruit kon dan Reide worden bereikt. Vlug bood Willem Lodewijk de bezetting goede voorwaarden aan, waarna het schansje werd overgegeven. Willem Lodewijk kon nu Reide bereiken.Van Zwaagsterzijl trok Willem direct naar de Reider schansen. Op 24 juni 1589 gaven de bezetters van beide Reider schansen zich over. Onder Friese leiding (de Friezen wilden hier graag zeggenschap) werd er één sterkere Reiderschans gemaakt. De Staatsen hadden nu Oterdum, Reide en Zwaagsterzijl in handen plus enkele oorlogssschepen op de Eems, zodat ze alle handel van Emden en Groningen over de Dollard en Eems konden belemmeren. Reide en de Dollardkust waren van belang voor handel en scheepvaart. Het waren geen grote schepen die van Emden naar Zwaagsterzijl voeren, want men kende de ondiepten aldaar. De afstand was voor kleinere schepen heel geschikt. De goederen werden van Reide verder het land ingebracht. Met de verovering van Reide en met enkele oorlogsschepen op de Eems kon nu de handel van Groningen op het voor hun belangrijke Oost- Friesland en Emden volledig worden stilgelegd.
Er waren te Reiderschans ook munten nodig ten behoeve van het garnizoen. Al in de Romeinse tijd en ook in de middeleeuwen was het gewoonte geweest een munthuis te velde te hebben. Op 6 maart 1591 schreef van Viersen een verzoek aan de heren van de Staten van Friesland hem toe te staan te Reiderschans te gaan munten. Hij verzocht; ......′oodtmoedich navolgende poicten t′accordeeren′: In den eersten dat hij suppliant inde Schantze Reyde wt den naem deser Landtschappe mocht munte slaen op gelijcke forma, gewichte ende alloye als hier tot Leuwarden gemuntet wordt.′ Een ander onderwerp dat aan bod komt is het aanstellen van een officier die toezicht houdt op het muntwerk: ′Dat Uwe Edelen voorts believen eenen officier in de schantze wesende ofte dient, Uwe Edelen zal believen te committeren als wardeyn, om bouck te houden van t′ghene gemaeckt zal worden, ende t′ghelt achtervolgende zijne instructie te wegen′. Die waardijn zal er gekomen zijn, want in de kantlijn lezen we de aantekening: ′In deesen sal versien worden′.
In de loop van de tijd zijn er drie te Reiderschans geslagen muntsoorten als zodanig herkend: Hongaarse dukaten, de rijksdaalder van het jaar 1591 en leeuwendaalders. Hoewel nergens in documenten over een muntteken gerept wordt blijken de te Reidersschans gebruikte stempels van een apart muntteken, een rechthoek, te zijn voorzien.
Delmonte 850 ; Verkade- ; HNPM.20 ; CNM.2.16.33 RRR Zeer attractief exemplaar met een mooi patina. Uiterst zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Provinciale leeuwendaalder 1605, Leeuwarden
gewicht 27,19gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Willem van Vierssen zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Geharnaste ridder met een sjerp om, kijkend over zijn linkerschouder, staande achter het Friese provinciewapen dat hij aan een lint in de rechterhand voor zich staande houdt, binnen een parelcirkel, jaartal 16 - 05 ter weerszijden aan onderzijde van het wapenschild, omringd door de tekst; MONExNOVA - ⁑ORDI⁑FRISI kz. Klimmende leeuw naar links binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✚ NISI ✚ DOMINVS x NOBISCVM ✚
Deze leeuwendaalder maakt deel uit van een korte reeks leeuwendaalders, geslagen in de jaren 1603-1606, waarbij leeuwendaalder niet meer werden geslagen op de Hollandse muntvoet, maar de Friese. We zien thans ook niet meer de Hollandse leeuw in het wapen, maar het provinciewapen van Friesland. Bovendien is de standaard leus van de leeuwendaalder CONFIDENS.DNO.NON.MOVETVR (vertaald; "wie op de Heer vertrouwt, wankelt niet") vervangen door de leus NISI DOMINVS NOBISCVM (vertaald; "als de Heer niet met ons is"). Net als bij de eerdere afwijkende leeuwendaalders van Zeeland (uit de jaren 1597-1599), leidde deze afwijkende leeuwendaalders tot protest van de Staten-Generaal, in het bijzonder van Holland. Dit verklaard de korte duur van de reeks. In 1607 paste Friesland haar beleid weer aan en zien we weer het vertrouwde Hollandse wapen en de standaard leus. Leeuwendaalders van dit type komen slechts sporadisch voor. Zeer zeldzaam.
Delmonte 851var. ; Verkade- ; HNPM.22 ; Jasek 30C ; CNM.2.16.37 ; Davenport 4852 RR Kleine zwaktes van de slag en randkerfje, doch voor dit type een net exemplaar. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Nederlandse rijksdaalder 1606, Leeuwarden
gewicht 28,86gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken leeuwtje
Met de invoering van de generaliteitsmunten in 1606 had men tevens besloten tot het slaan van een nieuw munttype, de Nederlandse rijksdaalder. Aanvankelijk werd deze munt uitgegeven op een koers van 47 stuivers, maar dat liep spoedig op naar 50 stuivers en vanaf 1659 was de koers 52 stuivers. De beeldenaar op de voorzijde, een geharnaste edelman met geschouderd zwaard, is duidelijk ontleend aan een voorloper van dit munttype, de Leicesterrijksdaalder. Op de keerzijde zien we het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek. Deze munt werd ook veel gebruikt voor de handel op de Oostzee-landen. Die rol werd echter overgenomen door de zilveren dukaat, toen deze in 1659 werd ingevoerd. De productie van Nederlandse rijksdaalders nam vanaf dat moment drastisch af. Het laatste exemplaar werd in 1700, te Utrecht, geslagen.
Het betreft hier het eerste jaar van aanmunting van dit munttype. Gezien de zeldzaamheid van deze munt zal de productie klein zijn geweest. Met name het keerzijdestempel is voor Friese begrippen van ongewoon goede stijl en verfijning, met een jaartal dat opmerkelijk klein is weergegeven. Uiterst zeldzaam.
Delmonte 947 ; Verkade 122.3 ; HNPM.40 ; CNM.2.16.61 RRR Zeer attractief exemplaar met een licht patina. zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Nederlandse rijksdaalder 1608, Leeuwarden
gewicht 28,54gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken leeuwtje
Met de invoering van de generaliteitsmunten in 1606 had men tevens besloten tot het slaan van een nieuw munttype, de Nederlandse rijksdaalder. Aanvankelijk werd deze munt uitgegeven op een koers van 47 stuivers, maar dat liep spoedig op naar 50 stuivers en vanaf 1659 was de koers 52 stuivers. De beeldenaar op de voorzijde, een geharnaste edelman met geschouderd zwaard, is duidelijk ontleend aan een voorloper van dit munttype, de Leicesterrijksdaalder. Op de keerzijde zien we het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek. Deze munt werd ook veel gebruikt voor de handel op de Oostzee-landen. Die rol werd echter overgenomen door de zilveren dukaat, toen deze in 1659 werd ingevoerd. De productie van Nederlandse rijksdaalders nam vanaf dat moment drastisch af. Het laatste exemplaar werd in 1700, te Utrecht, geslagen.
Delmonte 947 ; Verkade 122.3 ; HNPM.40 ; CNM.2.16.61 ; Jasek 52, A3 ; Davenport 4829 RR Kleine zwaktes van de slag, doch zeer attractief exemplaar met een prachtig patina. Zeer zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Nederlandse rijksdaalder 1610, Leeuwarden
gewicht 28,63gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken leeuwtje
variant: de Friese leeuw van het muntteken hoort naar links gewend te zijn. Bij dit exemplaar is het foutief naar rechts gewend.
Met de invoering van de generaliteitsmunten in 1606 had men tevens besloten tot het slaan van een nieuw munttype, de Nederlandse rijksdaalder. Aanvankelijk werd deze munt uitgegeven op een koers van 47 stuivers, maar dat liep spoedig op naar 50 stuivers en vanaf 1659 was de koers 52 stuivers. De beeldenaar op de voorzijde, een geharnaste edelman met geschouderd zwaard, is duidelijk ontleend aan een voorloper van dit munttype, de Leicesterrijksdaalder. Op de keerzijde zien we het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek. Deze munt werd ook veel gebruikt voor de handel op de Oostzee-landen. Die rol werd echter overgenomen door de zilveren dukaat, toen deze in 1659 werd ingevoerd. De productie van Nederlandse rijksdaalders nam vanaf dat moment drastisch af. Het laatste exemplaar werd in 1700, te Utrecht, geslagen. Zeer zeldzaam.
Delmonte 947var. ; Verkade 122.3var. ; HNPM.40var. ; CNM.2.16.61var. ; Jasek 52, A14 ; vgl. Davenport 4829 RR Zeer attractief exemplaar met een mooi patina. pr- à zfr/pr
|
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Nederlandse rijksdaalder 1611, Leeuwarden
gewicht 28,69gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester: Willem van Vierssen muntteken: klimmend leeuwtje naar links
vz. Bostbeeld van geharnaste en gelauwerde Nederlandse ridder naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand terwijl hij in zijn linkerhand her Friese wapenschild houdt aan de gelust koord, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO•ARG•PRO• - CONFOE•BELG•FRI• - klimmend leeuwtje naar links• kz. Gekroond Generalitietswapen geflankeerd door I6 - II, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠CONCORDIA•RES•PARVְÆ•CRESCVNT
Met de invoering van de generaliteitsmunten in 1606 had men tevens besloten tot het slaan van een nieuw munttype, de Nederlandse rijksdaalder. Aanvankelijk werd deze munt uitgegeven op een koers van 47 stuivers, maar dat liep spoedig op naar 50 stuivers en vanaf 1659 was de koers 52 stuivers. De beeldenaar op de voorzijde, een geharnaste edelman met geschouderd zwaard, is duidelijk ontleend aan een voorloper van dit munttype, de Leicesterrijksdaalder. Op de keerzijde zien we het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek. Deze munt werd ook veel gebruikt voor de handel op de Oostzee-landen. Die rol werd echter overgenomen door de zilveren dukaat, toen deze in 1659 werd ingevoerd. De productie van Nederlandse rijksdaalders nam vanaf dat moment drastisch af. Het laatste exemplaar werd in 1700, te Utrecht, geslagen.
Delmonte 947 ; Verkade 122.3 ; HNPM.40 ; CNM.2.16.61 ; Jasek 52, A3 ; Davenport 4829 R Kleine zwaktes van de slag. Zeldzaam. zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Arendsdaalder van 60 groot 1617, Leeuwarden
gewicht 19,53gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Jurriaan van Vierssen muntteken leeuwtje
In 1617 gingen de munthuizen van Zeeland en Friesland en van de Overijsselse steden over tot het slaan van lichter geld. Dit ging in tegen het in 1606 ingevoerde beleid van uniforme (generaliteits) muntslag in de afzonderlijke gewesten. Deze koerswijziging was dan ook zeer tegen de zin van de provincies Holland, Utrecht en West-Friesland. In 1617 hervatte Zeeland de uitgifte van daalders van 30 stuivers, gelijk aan de stukken die al in 1601 opschudding hadden verwekt. Friesland sloot zich daarbij aan met daalders, die eveneens het eigen provinciale wapen vertoonden. Beide emissies werden vergezeld van kleinere munten op dezelfde lagere muntvoet, namelijk schellingen van 6 stuiver. Het bleef bij een kort durende muntslag, die in 1619 weer werd beëindigd, waarschijnlijk door de protesten van Holland, Utrecht en West-Friesland. Het stukken van 1617 komt aanmerkelijk minder voor dan die van 1618. Zeer zeldzaam.
variant: balk in wapen van Westergo van linksboven naar rechtsonder (foutief) ; In het samengestelde wapen zien we in het tweede kwartier dat van Westergo. Bij correcte weergave moet de balk van rechtsboven naar linksonder geschuind zijn. Dat wordt op munten van Friesland, o.a. bij de arendsdaalders, niet altijd correct weergegeven, zoals we ook bij dit exemplaar zien.
Delmonte 1073 (R2) ; Verkade 125.4 ; HNPM.53.1 ; CNM.2.16.71 RR zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Arendsdaalder van 60 groot 1618, Leeuwarden
gewicht 20,04gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Jurriaan van Vierssen muntteken leeuwtje
In 1617 gingen de munthuizen van Zeeland en Friesland en van de Overijsselse steden over tot het slaan van lichter geld. Dit ging in tegen het in 1606 ingevoerde beleid van uniforme (generaliteits) muntslag in de afzonderlijke gewesten. Deze koerswijziging was dan ook zeer tegen de zin van de provincies Holland, Utrecht en West-Friesland. In 1617 hervatte Zeeland de uitgifte van daalders van 30 stuivers, gelijk aan de stukken die al in 1601 opschudding hadden verwekt. Friesland sloot zich daarbij aan met daalders, die eveneens het eigen provinciale wapen vertoonden. Beide emissies werden vergezeld van kleinere munten op dezelfde lagere muntvoet, namelijk schellingen van 6 stuiver. Het bleef bij een kort durende muntslag, die in 1619 weer werd beëindigd, waarschijnlijk door de protesten van Holland, Utrecht en West-Friesland.
variant: balk in wapen van Westergo van linksboven naar rechtsonder (foutief) ; In het samengestelde wapen zien we in het tweede kwartier dat van Westergo. Bij correcte weergave moet de balk van rechtsboven naar linksonder geschuind zijn. Dat wordt op munten van Friesland, o.a. bij de arendsdaalders, niet altijd correct weergegeven, zoals we ook bij dit exemplaar zien.
Delmonte 1073 ; Verkade 125.4 ; HNPM.53.1 ; CNM.2.16.71 R Ietwat onregelmatig gevormd muntplaatje. Zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Daalder van 30 stuiver of Koggerdaalder 1682, Leeuwarden
gewicht 18,42gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Daniël Valckenier
vz. Gekroond provinciewapen tussen 30 - ST, omringd door de tekst; ANTIQVA:VIRTVTE:ET:FIDE•1682 (Met de moed en de trouw van weleer) kz. Gekroonde vier wapens van Oostergo, Westergo, Sevenwolde en de elf steden, in kruisvorm gerangschikt, daartussen in sierschrift; OG - WG - SW - ST , pijlenbundel in het open centrum, omringd door de tekst; CONCOR - FRISIÆ - LIBER - TAS. (De eendracht van Friesland betekent vrijheid)
De beeldenaar van deze munt is duidelijk ontleend aan de Friese landdagpenningen, die al vanaf 1601 werden geslagen. De koggerdaalder uit 1682 komt aanzienlijk minder vaak voor dan die uit 1687. Zeldzaam.
Delmonte 1087 ; Verkade 125.2 ; HNPM.54 ; CNM.2.16.72 ; Jasek 64A R zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Koggerdaalder 1687, Leeuwarden
gewicht 18,75gr. ; zilver Ø 39,5mm. muntmeester Daniël Valckenier variant: alle letters N in spiegelschrift
vz. Gekroond provinciewapen tussen 30 - ST, het jaartal 1687 boven de kroon, omringd door de tekst; ANTIQVA.VIRTVTE.ET.FIDE (met de moed en de trouw van weleer) kz. Gekroonde wapens van Oostergo, Westergo, Sevenwolde en de elf steden in kruisvorm gerangschikt, daartussen de letters; OG - WG - SW - ST, pijlenbundel in het open centrum, omringd door de tekst; CONCO .- FRISI. - LIBER -. TAS... (de eendracht van Friesland betekent vrijheid)
De beeldenaar van deze munt is duidelijk ontleend aan de Friese landdagpenningen, die al vanaf 1601 werden geslagen.
Delmonte 1089 ; Verkade 125.3 ; HNPM.55 ; Jasek 65B ; CNM.2.16.74 R Centrum ietwat zwak geslagen, verder mooi exemplaar met patina. zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Florijn van 28 stuivers 1614, Leeuwarden
gewicht 18,87gr. ; zilver Ø 38mm. muntmeester Willem van Vierssen muntteken leeuwtje
vz. Borstbeeld van een Friese edelman met een bonten baret en gekleed in een bontmantel, in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, geflankeerd door de waardeaanduiding 28 – ST, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •NISI ✤ DOMINVS ✤ NOBISCVM 1614 ✤ en klimmende Friese leeuw naar links kz. Gekroond provinciewapen met daaronder, links en rechts bladornamenten, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; • FLORENVS • ARGENT • ORDINVM • FRISIÆ
De zilveren florijn van 28 stuivers werd in 1601 ingevoerd door de Staten van Friesland. Dit grote zilverstuk was de zilveren versie van de aloude gouden florijn of goudgulden. Dit initiatief was niet in lijn met het streven van de Staten-Generaal, om tot een zo uniform mogelijk muntstelsel te komen binnen de Republiek. Zakelijke belangen (winst maken) speelden dan ook een belangrijke rol bij de introductie van dit munttype. Friesland had de beeldenaar met de edelman met klapmuts van 1583 al spoedig beschouwd als kenmerkend voor de eigen provinciale munten. Vanuit deze gedachtengang gebruikte de provincie deze beeldenaar voor de voorzijde van de nieuwe munten. Het voorbeeld van Friesland werd in de loop van de 17e eeuw gevolgd door de provincies Overijssel en Groningen en Ommelanden, het gewest West-Friesland en de steden Groningen, Deventer, Kampen, Zwolle, Nijmegen en Zutphen.
De Bruijn registreede van dit jaartal slechts 6 exemplaren. Uiterst zeldzaam.
Delmonte 1100 (R3) ; Verkade 127.1 ; de Bruijn 2 ; HNPM.56 ; Jasek 67H ; CNM.2.16.75 RRR lichte zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Florijn van 28 stuiver 1665, Leeuwarden
gewicht 16,07gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Daniël Valckenier muntteken : klimmende Friese leeuw naar links
vz. Borstbeeld van een Friese edelman naar rechts, een bonten baret als hoofdeksel en gekleed in een bontmantel, in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, geflankeerd door de waarde aanduiding 28 – ST, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; NISI x DOMINVS x NOBISCVM x 1665 en klimmende Friese leeuw naar links kz. Gekroond provinciewapen met daaronder, links en rechts bladornamenten, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FLORENVS✤ARGENT✤ORDI✤FRISIÆ✿
De zilveren florijn van 28 stuivers werd in 1601 ingevoerd door de Staten van Friesland. Dit grote zilverstuk was de zilveren versie van de aloude gouden florijn of goudgulden. Dit initiatief was niet in lijn met het streven van de Staten-Generaal, om tot een zo uniform mogelijk muntstelsel te komen binnen de Republiek. Zakelijke belangen (winst maken) speelden dan ook een belangrijke rol bij de introductie van dit munttype. Friesland had de beeldenaar met de edelman met klapmuts van 1583 al spoedig beschouwd als kenmerkend voor de eigen provinciale munten. Vanuit deze gedachtengang gebruikte de provincie deze beeldenaar voor de voorzijde van de nieuwe munten. Het voorbeeld van Friesland werd in de loop van de 17e eeuw gevolgd door de provincies Overijssel en Groningen en Ommelanden, het gewest West-Friesland en de steden Groningen, Deventer, Kampen, Zwolle, Nijmegen en Zutphen.
Op de voorzijde is in 1693 een klop ″HOL″ aangebracht door de Staten van Holland, teneinde toekomstige florijnen uit de circulatie te weren.
Delmonte 1100 ; Verkade 127.1 ; de Bruijn 3 ; HNPM.60 ; CNM.2.16.77 ; Jasek 68G S lichte zwaktes van de slag zfr-/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Florijn van 28 stuiver 1666/5, Leeuwarden
gewicht 16,08gr. ; zilver Ø 38mm. muntmeester Daniël Valckenier muntteken : klimmende Friese leeuw naar links
vz. Borstbeeld van een Friese edelman naar rechts, een bonten baret als hoofdeksel en gekleed in een bontmantel, in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, geflankeerd door de waarde aanduiding 28 – ST, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; NISI x DOMINVS x NOBISCVM x 1666 en klimmende Friese leeuw naar links kz. Gekroond provinciewapen met daaronder, links en rechts bladornamenten, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FLORENVS x ARGENT x ORDI x FRISIÆ x
De zilveren florijn van 28 stuiver werd in 1601 ingevoerd door de Staten van Friesland. Dit grote zilverstuk was de zilveren versie van de aloude gouden florijn of goudgulden. Dit initiatief was niet in lijn met het streven van de Staten-Generaal, om tot een zo uniform mogelijk muntstelsel te komen binnen de Republiek. Zakelijke belangen (winst maken) speelden dan ook een belangrijke rol bij de introductie van dit munttype. Friesland had de beeldenaar met de edelman met klapmuts van 1583 al spoedig beschouwd als kenmerkend voor de eigen provinciale munten. Vanuit deze gedachtengang gebruikte de provincie deze beeldenaar voor de voorzijde van de nieuwe munten. Het voorbeeld van Friesland werd in de loop van de 17e eeuw gevolgd door de provincies Overijssel en Groningen en Ommelanden, het gewest West-Friesland en de steden Groningen, Deventer, Kampen, Zwolle, Nijmegen en Zutphen.
Het jaartal 1666 is gewijzigd uit 1665. Deze jaartalwijziging is tot op heden ongepubliceerd. Hoogst zeldzaam.
Op de keerzijde is in 1693 een klop ″UTR″ aangebracht door de Staten van Utrecht, teneinde toekomstige florijnen uit de circulatie te weren. Dat deze klop is aangebracht op de keerzijde is tegen de standaard praktijk in, want de kloppen werden in de regel aangebracht op de voorzijde. Van de 46 exemplaren die de Bruijn van het jaartal 1666 signaleerde, was maar 1 exemplaar voorzien van de klop ″UTR″. Ook in dat kader is deze munt uiterst zeldzaam.
Delmonte- (vgl.1100) ; Verkade 127.1 ; de Bruijn- (vgl.3) ; HNPM.- (vgl.60) ; CNM.- (vgl.2.16.77) ; Jasek - (vgl. 68B) RRRR zwaktes van de slag en slagbarstje fr/zfr à fr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - ½ Gulden 1696, Leeuwarden
gewicht 5,17gr. ; zilver Ø 23mm. muntmeester: Johannes Hendricus Valckenier zonder munt- of muntmeesterteken en zonder interpuncties
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechthand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke is geplaatst op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR (′op dit steunen wij, dit beschermen wij′, doelend op de bijbel en de vrijheid) kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding ½ - GL, omringd door de tekst; MO ARG ORD FÆD BELG FRI
Het betreft hier de eerste, en tegelijk laatste Friese ½ Generaliteitsgulden. Zeldzaam.
Delmonte 1205 ; Verkade 126.5 ; HNPM.51 ; CNM.2.16.100 ; Jasek 81B R gebruikelijke zwaktes van de slag in het centrum zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Arendschelling z.j. (circa 1615-1621), Leeuwarden
gewicht 5,02gr. ; zilver Ø 29mm. muntmeesters Willem & Jurriaan van Vierssen muntteken leeuwtje (op beide zijden)
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; NISI:TV:DOMINE:NOBISCVM:FRVSTRA • leeuwtje • kz. Gekroond samengesteld wapenschild met de wapens van de Oostergo, Westergo, Sevenwolde en de elf Friese steden, rustend op stokkenkruis, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO⋮ - NOVA AR - GENT⋮O - RDINVM⋮: - FRI • leeuwtje •
Verkade 128.5 ; HNPM.67 ; CNM.2.16.105 ; Jasek 87i Minieme zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Dubbele stuiver 1580, Leeuwarden
gewicht 2,37gr. ; zilver Ø 27mm. Muntteken: stadswapentje van Leeuwarden Muntmeester Lodewijk Alewijnsz. variant: een tak na het jaartal (ongepubliceerd ?)
vz. Gekroond provinciewapen tussen waarde aanduiding Z - S binnen versiering van boogjes binnen een cirkel, daaronder het stadswapen van Leeuwarden. In de buitencirkel de tekst; MO•NO•ORD•FRIS - IAE•LEOWAR•CVSA• kz. Kort gebloemd kruis met het stadsschild van Leeuwarden in het centrum binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; NISI+DOMINVS+NOBISCVM+1580 en tak
Friesland opende, net als Zeeland, in 1580 een eigen munthuis. Lodewijk Alewijnszoon, een broer van de Gelderse muntmeester Alewijn. werd in februari 1580, vlak na de slechting van het Leeuwarder fort, door de Staten van Friesland ontboden om als ′Muntemeyster eenige penningen tot geryff van desen Landen te doen slaen′. Lodewijk Alewijn was in 1577 muntmeester te Vianen geweest, en in 1578 was hij essayeur te Utrecht geworden. In 1579 was zijn functie in Utrecht waargenomen door Willem van Drielenburch. Alewijn huurde in Leeuwarden voor 62 gulden per jaar ′de olde cancelerie′, een deel van het vroegere Galileër Klooster, gelegen achter de Nieuwe Oosterstraat aan de Tweebaksmarkt, om als munthuis te dienen. Hij begon met aanmunting van zilveren dubbele en enkele stuivers met jaartal en halve en kwart stuivers zonder jaartal. Misschien om de aanmuntingen te legitimeren werd de stad Leeuwarden op de munten vermeld zodat kon worden gerefereerd aan het in 1417 verkregen muntrecht.
Verkade 132.7var. ; HNPM.72var. ; CNM.2.16.110var. RRR zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - FRIESLAND - Dubbele stuiver 1597, Leeuwarden
gewicht 2,16gr. ; zilver Ø 25mm. muntteken leeuwtje / stadsschildje van Leeuwarden muntmeester Willem van Vierssen
vz. Gekroond provinciewapen tussen waarde aanduiding Z - S binnen versiering van boogjes binnen een cirkel, daaronder muntteken leeuwtje. In de buitencirkel de tekst; MO•NO•ORD•FRI - SIAE•LEOWAR•CVSA kz. Kort gebloemd kruis met het stadsschild van Leeuwarden in het centrum binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; +NISI+DOMINVS+NOBISCVM+1597
Deze dubbele stuivers zijn maar op kleine schaal aangemunt in de jaren 1580,1581 en 1597. Alhoewel het hier een provinciale munt betreft, wordt toch de stad Leeuwarden expliciet op de munt vermeld. Dit gaat terug op het eerste exemplaar uit 1580, dat toen in het net geopende provinciale munthuis van Friesland werd geslagen. Men ging daarbij in tegen het Spaanse gezag. Teneinde de aanmunting te legitimeren werd de stad Leeuwarden op de munten vermeld, waarbij men kon refereren aan het in 1417 verkregen muntrecht. In 1597 was eigenlijk geen reden meer om de stadsnaam op deze provinciale munt te vermelden. Dat deed men immers ook niet op andere grotere zilverstukken en goudstukken uit die tijd. Het Spaanse gezag was afgezworen, en daarom hoefde men ook niet de schijn van legitimiteit op te houden. Vermoedelijk heeft men in 1597 het type van 1580/1581 grotendeels als voorbeeld genomen, inclusief de opschriften, uit gemakzucht. Uiterst zeldzaam.
kleine zwaktes van de slag Verkade 132.8 ; HNPM.72 ; CNM.2.16.110 RRR kleine zwaktes van de slag zfr- à fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
|