
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - STATEN VAN GELRE, 1577-1585 - Rozenobel z.j. (1584-1586), Harderwijk
gewicht 7,60gr.; goud Ø 36mm. muntmeester Jacob Dirckszn. Alewijn stempelsnijder Hendrik Noster
vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de rechterhand en schild met het wapen van Gelderland in de linker, staande frontaal op karveel met een roos op het boord en in de vaan op het achtersteven de klimmende Gelderse leeuw, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; • MON - ET - A•NOVA•AV•DVC•GELRIE•COM•Z (vertaald: nieuwe gouden munt van het hertogdom Gelderland en graafschap Zutphen) kz. Stralende zon, omgeven door vier lelies en vier gekroonde leeuwen, om en om geplaatst, binnen achtpas binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✥ DEVS•TRANSFERT•ET•CONSTITVT•REGNA (vertaald: God bevestigt koningen (heerschappijen) en zet hen af)
De rozenobel of ryal werd in 1465 ingevoerd door Edward IV van Engeland. In de Republiek werd dit munttype geïmiteerd en aangemunt tussen 1579-1603 door alle gewesten (behalve Holland, West-Friesland en Groningen), door de stad Kampen en door diverse muntheren te Gorinchem. Na 1586 was de productie van rozenobel stil komen te liggen, echter in reactie op de gouden Albertijnen van de Zuidelijke Nederlanden gingen enkele munthuizen rond 1600 weer over op het aanmunting van hele en halve rozenobels, die tegen een gunstige koers in omloop gebracht konden worden. De hele rozenobels werden toen uitgegeven tegen een koers van 8 gulden en 5 stuivers (de halve rozenobel op de helft daarvan). Feitelijk was deze koers te hoog, en Holland bestreed de aanmunting van deze rozenobels dan ook. In 1602 werden ze in Holland zelfs verboden als wettig betaalmiddel.
Tussen 15 maart 1584 en 20 augustus 1586 werden deze rozenobels, op muntvoet van de Engelse rozenobels, aangemunt op naam en gezag van de Staten ven Gelderland. In totaal werden circa 40.672 stuks aangemunt met een gehalte van 23 karaat 10 grein (993/1000). De koers van uitgifte van deze munt was 7 gulden 10 stuivers. Zeer zeldzaam.
Delmonte 636 ; Verkade.- ; de Voogt 20B ; HNPM.33 ; CNM.2.17.56 ; Pannekeet 23 ; Friedberg 230 RR Licht randhakje, overigens zeer attractief exemplaar. zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Gouden rijder van 14 gulden 1750, Harderwijk
gewicht 9,88gr. ; goud Ø 28mm. muntmeester Martinus Holzhey muntmeesterteken man met wijnruit
stempeleigenschappent: punt na CONCORDIA, interpunctie dubbele punt op voorzijde, interpunctie enkele punt op de keerzijde, een rozet voor MO en een streepje onder de L in GL.
Muntmeester Martinus Holtzhey sr. werd in 1749 aangesteld als muntmeester aan de Gelderse Provinciale Munt te Harderwijk. Om zijn inkomen te verhogen, geprobeerde hij zijn toen 13-jarige zoon Martinus jr. aan te stellen als stempelsnijder. Dit werd echter niet geaccepteerd door de Staten van Gelderland, waarop hij in 1752 Harderwijk verliet voor Middelburg om aldaar de functie van muntmeester aan de Zeeuwse Provinciale Munt te gaan vervullen. Daar lukte hem het wel om zijn zoontje tot stempelsnijder benoemd te krijgen, met de nodige extra verdiensten.
Het muntmeesterteken van een halflang manfiguur met in zijn handen twee omhoog gehouden wijnruit struiken, is ontleend aan het familiewapen van de Duitse familie Holthay waarvan de muntmeester meende af te stammen. Achter de man zien we een golvende lijn, dat waarschijnlijk de Rijn of Moezel moet voorstellen als accent op de wijnstreken in dat gebied.
In de jaren 1750-1751 werden circa 117.932 stuks gouden rijders aangemunt, inclusief ½ gouden rijders. Daarbij komen de gouden rijder uit 1750 wat minder voor dan die uit 1751. Zeldzaam.
vgl. NAC auction 162, Zürich 6 November 2025, Lot 1312 (in xf- : SFR 5.000 + 22,5%)
Delmonte 653 ; Verkade 3.4 ; de Voogt 451 ; HNPM.52 ; CNM.2.17.65 ; Pannekeet 101 (R2) ; Friedberg 242 R pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Gouden rijder van 14 gulden 1751, Harderwijk
gewicht 9,91gr. ; goud Ø 28mm. muntmeester Martinus Holzhey muntmeesterteken man met wijnruit variant: punt na CONCORDIA, interpunctie dubbele punt op voorzijde, een rozet voor MO en een stip onder de L in GL.
Muntmeester Martinus Holtzhey Sr. werd in 1749 aangesteld als muntmeester aan de Gelderse Provinciale Munt te Harderwijk. Om zijn inkomen te verhogen, geprobeerde hij zijn toen 13-jarige zoon Martinus jr. aan te stellen als stempelsnijder. Dit werd echter niet geaccepteerd door de Staten van Gelderland, waarop hij in 1752 Harderwijk verliet voor Middelburg om aldaar de functie van muntmeester aan de Zeeuwse Provinciale Munt te gaan vervullen. Daar lukte hem het wel om zijn zoontje tot stempelsnijder benoemd te krijgen, met de nodige extra verdiensten.
Het muntmeesterteken van een halflang manfiguur met in zijn handen twee omhoog gehouden wijnruit struiken, is ontleend aan het familiewapen van de Duitse familie Holthay waarvan de muntmeester meende af te stammen. Achter de man zien we een golvende lijn, dat waarschijnlijk de Rijn of Moezel moet voorstellen als accent op de wijnstreken in dat gebied.
Bij de gouden rijders uit 1751 kunnen we een aantal duidelijke stempelverschillen onderscheiden; dubbele of enkele opunten als interpunctie op de voorzijde, met of zonder punt na CONCORDIA, met of zonder rozet voor MO, en onder de L in GL bevindt zich meestal een punt of horizontaal streep, soms ook echter niets.
Delmonte 653 ; Verkade 3.4 ; de Voogt 454 ; HNPM.52 ; CNM.2.17.65 ; Pannekeet 101 (R2) ; Friedberg 242 R Enkele minieme randtikjes en krasjes, echter nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met veel stempelglans. pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Gouden dukaat 1648, Harderwijk
gewicht 3,48gr. ; goud Ø 24mm. muntmeester Johan Wijntgens zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Geharnaste en gekroonde keizer staande naar rechts met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een pijlenbundel (3 pijlen), geflankeerd door het jaartal 16 - 48, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA• RES - P - ARVA•CRES•GEI• kz. Vierkant met sierornamenten aan de zijden, langs iedere zijde twee stippen, met daarbinnen een tekst in 5 regels; MO ORD / PROVIN / FOEDER / BELG AD / LEG IMP
variant: met GEI i.p.v. GEL en geen interpuncties in de keerzijdetekst
Type met gekroonde Rooms-Duitse keizer staande naar rechts in plaats van een ridder. Deze draagt een grove pijlenbundel met slechts 3 pijlen (normaal 7). Deze munt dateert uit het jaar dat de Noordelijke Nederlanden defintief onafhankelijk werd van Spanje, door het sluiten van een vredesverdrag tussen beide landen tijdens de Vrede van Münster. Daarmee kwam een einde aan de 80-jarige oorlog (1568-1648). Keizer Ferdinand III (1637-1657) was eveneens betrokken bij de Vrede van Westfalen en ondertekende op 24 oktober 1648 de vredesverdragen in Osnabrück (met Zweden) en Münster (met Frankrijk), waarmee de Dertigjarige Oorlog in het Heilige Roomse Rijk werd beëindigd. Of dat feit enig verband houdt men zijn afbeelding op de Gelderse gouden dukaten in onduidelijk. We kennen deze dukaten van de jaren 1648, 1649 en 1650. Na 1650 viel men weer terug op het gebruikelijk en vertrouwde type met de Nederlandse ridder. Misschien toch een symbolische numismatische viering van de Vrede ? Interessant en zeldzaam.
Type featuring a crowned Holy Roman Emperor facing right instead of a knight. The latter carries a coarse bundle of arrows with only 3 arrows. This coin dates from the year the Northern Netherlands definitively gained independence from Spain through the conclusion of a peace treaty between the two countries during the Peace of Münster. This brought an end to the Eighty Years′ War (1568-1648). Emperor Ferdinand III (1637-1657) was also involved in the Peace of Westphalia and signed the peace treaties in Osnabrück (with Sweden) and Münster (with France) on 24 October 1648, thereby ending the Thirty Years′ War in the Holy Roman Empire. Whether this fact has any connection to his depiction on the Gelderland gold ducats remains unclear. We know these ducats from the years 1648, 1649, and 1650. After 1650, they reverted to the usual and familiar type featuring the Dutch knight. Perhaps a symbolic numismatic celebration of Peace after all? Interesting and rare.
Delmonte 649 ; Verkade 2.2 ; de Voogt 254 ; Jasek 213 ; HNPM.46 ; CNM.2.17.78 ; Pannekeet 73 (R2) ; Friedberg 237 R Kleine zwaktes van de slag. zfr
|
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Bourgondische kruisrijksdaalder 1584, Harderwijk
gewicht 29,07gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn muntteken Gelders kruis
vz. Stokkenkruis met vuurijzer in het centrum met enkele afspattende vonken, daarboven een kroon, eronder een kleine rozet, in het veld I5 - 84, omringd door de tekst; ✥N•DV•GEL•AD•LEG•PHILIP•BVRG kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, rijksadelaar en Gelderse leeuw in het hartschildje, omhangen met de keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; • DOMINVS•MI - HI•ADIVTOR •
De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.
Op deze munt ziet men het Kruis van Bourgondië. Het is een ruwe knoestige vorm van het kruis van Sint-Andreas, de patroonheilige van Bourgondië, en een historische banier en strijdvlag die wordt gebruikt door houders van de titel van hertog van Bourgondië en hun onderdanen. Het kruis van Bourgondië werd voor het eerst gebruikt in de 15e eeuw door de Valois-hertogen van Bourgondië, die een groot deel van Oost-Frankrijk en de Lage Landen regeerden als een feitelijk onafhankelijke staat. Bij het uitsterven van de hertogelijke lijn van Valois in 1477, werden de Bourgondische Lage Landen geërfd door de Habsburgers, die de titel van hertogen van Bourgondië behielden en de vlag adopteerden als een van de vele symbolen van hun dynastie. Nadat de Bourgondische Habsburgers in 1506 de troon van Spanje bestegen, introduceerden hun functionarissen deze vlag in het Spaanse rijk in de Castiliaanse en Aragonese gebieden in Europa en Amerika.
On this coin the Cross of Burgund is depicted. It is a rough gnarled shape of the cross of Saint Andrew, the patron saint of Burgundy, and a historical banner and battle flag used by holders of the title of Duke of Burgundy and their subjects. The cross of Burgund was first used in the 15th century by the Valois Dukes of Burgundy, who ruled a large part of eastern France and the Low Countries as an effectively independent state. At the extinction of the Valois ducal line in 1477, the Burgundian Low Countries were inherited by the Habsburgs, who retained the title of Dukes of Burgundy and adopted the flag as one of the many symbols of their dynasty. After the Burgundian Habsburgs ascended to the throne of Spain in 1506, their officials introduced this ensign in the Spanish Empire throughout the Castilian and Aragonese territories in Europe and in the Americas.
Delmonte 801 ; Verkade 6.1 ; de Voogt 39 ; Pannekeet 26 ; HNPM.9 ; CNM.2.17.88 ; Davenport 8500 R Uitzonderlijk mooi exemplaar met een attractief patina. Zeldzaam. pr- à zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Bourgondische kruisrijksdaalder 1591, Harderwijk
gewicht 28,73gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn muntteken Gelders kruis
De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.
Op deze munt ziet men het Kruis van Bourgondië. Het is een ruwe knoestige vorm van het kruis van Sint-Andreas, de patroonheilige van Bourgondië, en een historische banier en strijdvlag die wordt gebruikt door houders van de titel van hertog van Bourgondië en hun onderdanen. Het kruis van Bourgondië werd voor het eerst gebruikt in de 15e eeuw door de Valois-hertogen van Bourgondië, die een groot deel van Oost-Frankrijk en de Lage Landen regeerden als een feitelijk onafhankelijke staat. Bij het uitsterven van de hertogelijke lijn van Valois in 1477, werden de Bourgondische Lage Landen geërfd door de Habsburgers, die de titel van hertogen van Bourgondië behielden en de vlag adopteerden als een van de vele symbolen van hun dynastie. Nadat de Bourgondische Habsburgers in 1506 de troon van Spanje bestegen, introduceerden hun functionarissen deze vlag in het Spaanse rijk in de Castiliaanse en Aragonese gebieden in Europa en Amerika.
On this coin the Cross of Burgund is depicted. It is a rough gnarled shape of the cross of Saint Andrew, the patron saint of Burgundy, and a historical banner and battle flag used by holders of the title of Duke of Burgundy and their subjects. The cross of Burgund was first used in the 15th century by the Valois Dukes of Burgundy, who ruled a large part of eastern France and the Low Countries as an effectively independent state. At the extinction of the Valois ducal line in 1477, the Burgundian Low Countries were inherited by the Habsburgs, who retained the title of Dukes of Burgundy and adopted the flag as one of the many symbols of their dynasty. After the Burgundian Habsburgs ascended to the throne of Spain in 1506, their officials introduced this ensign in the Spanish Empire throughout the Castilian and Aragonese territories in Europe and in the Americas.
Delmonte 803 ; Verkade 7.1 ; de Voogt 64 ; Pannekeet 46 ; HNPM.11 ; CNM.2.17.92 ; Davenport 8822 attractief patina zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Bourgondische kruisrijksdaalder 1592, Harderwijk
gewicht 28,67gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn muntteken herkruist kruis (zgn. Gelders kruis)
vz. Gekroond Bourgondische kruis, in het hart bijeen gehouden door het Bourgondische vuurstaal met boven en onder enkele afspattende vonken, eronder een vierbladige bloem, geflankeerd door het jaartal 15 – 9Z, omringd door de tekst; ✥MONETA•NOVA•ARGEN•DVC•GELRIÆ•CO•Z kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, rijksadelaar en Gelderse leeuw in het hartschildje, omhangen met de keten van de Orde van het Gulden Vlies met onderaan hangend het Lam Gods, omringd door de tekst; ✤ DOMINVS ✤ MI – HI ✤ ADIVTOR✤
De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.
Op deze munt ziet men het Kruis van Bourgondië. Het is een ruwe knoestige vorm van het kruis van Sint-Andreas, de patroonheilige van Bourgondië, en een historische banier en strijdvlag die wordt gebruikt door houders van de titel van hertog van Bourgondië en hun onderdanen. Het kruis van Bourgondië werd voor het eerst gebruikt in de 15e eeuw door de Valois-hertogen van Bourgondië, die een groot deel van Oost-Frankrijk en de Lage Landen regeerden als een feitelijk onafhankelijke staat. Bij het uitsterven van de hertogelijke lijn van Valois in 1477, werden de Bourgondische Lage Landen geërfd door de Habsburgers, die de titel van hertogen van Bourgondië behielden en de vlag adopteerden als een van de vele symbolen van hun dynastie. Nadat de Bourgondische Habsburgers in 1506 de troon van Spanje bestegen, introduceerden hun functionarissen deze vlag in het Spaanse rijk in de Castiliaanse en Aragonese gebieden in Europa en Amerika.
On this coin the Cross of Burgund is depicted. It is a rough gnarled shape of the cross of Saint Andrew, the patron saint of Burgundy, and a historical banner and battle flag used by holders of the title of Duke of Burgundy and their subjects. The cross of Burgund was first used in the 15th century by the Valois Dukes of Burgundy, who ruled a large part of eastern France and the Low Countries as an effectively independent state. At the extinction of the Valois ducal line in 1477, the Burgundian Low Countries were inherited by the Habsburgs, who retained the title of Dukes of Burgundy and adopted the flag as one of the many symbols of their dynasty. After the Burgundian Habsburgs ascended to the throne of Spain in 1506, their officials introduced this ensign in the Spanish Empire throughout the Castilian and Aragonese territories in Europe and in the Americas.
Delmonte 803 ; Verkade 7.1 ; de Voogt 66 ; Pannekeet 46 ; HNPM.11 ; CNM.2.17.92 ; Davenport 8822 attractief exemplaar zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Bourgondische kruisrijksdaalder 1593, Harderwijk
gewicht 28,61gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn muntteken Gelders kruis
Het jaartal 1593 komt veel minder voor dan de jaren 1591 en 1592 en is zeer zeldzaam.
De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.
Op deze munt ziet men het Kruis van Bourgondië. Het is een ruwe knoestige vorm van het kruis van Sint-Andreas, de patroonheilige van Bourgondië, en een historische banier en strijdvlag die wordt gebruikt door houders van de titel van hertog van Bourgondië en hun onderdanen. Het kruis van Bourgondië werd voor het eerst gebruikt in de 15e eeuw door de Valois-hertogen van Bourgondië, die een groot deel van Oost-Frankrijk en de Lage Landen regeerden als een feitelijk onafhankelijke staat. Bij het uitsterven van de hertogelijke lijn van Valois in 1477, werden de Bourgondische Lage Landen geërfd door de Habsburgers, die de titel van hertogen van Bourgondië behielden en de vlag adopteerden als een van de vele symbolen van hun dynastie. Nadat de Bourgondische Habsburgers in 1506 de troon van Spanje bestegen, introduceerden hun functionarissen deze vlag in het Spaanse rijk in de Castiliaanse en Aragonese gebieden in Europa en Amerika.
On this coin the Cross of Burgund is depicted. It is a rough gnarled shape of the cross of Saint Andrew, the patron saint of Burgundy, and a historical banner and battle flag used by holders of the title of Duke of Burgundy and their subjects. The cross of Burgund was first used in the 15th century by the Valois Dukes of Burgundy, who ruled a large part of eastern France and the Low Countries as an effectively independent state. At the extinction of the Valois ducal line in 1477, the Burgundian Low Countries were inherited by the Habsburgs, who retained the title of Dukes of Burgundy and adopted the flag as one of the many symbols of their dynasty. After the Burgundian Habsburgs ascended to the throne of Spain in 1506, their officials introduced this ensign in the Spanish Empire throughout the Castilian and Aragonese territories in Europe and in the Americas.
Delmonte 803 ; Verkade 7.1 ; de Voogt 68 ; Pannekeet 46 ; HNPM.11 ; CNM.2.17.92 ; Davenport 8822 RR Kleine zwaktes van de slag. Mooi patina. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Leeuwendaalder 1615/14, Harderwijk
gewicht 25,84gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Johan Alewijn muntteken Gelders kruis
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; • MO•ARG•PRO•CO - NF•BEL•GEL• ✥ kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 1615, omringd door de tekst; •CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR•
Het jaartal 1615 is gewijzigd uit 1614. Deze jaartalwijziging was bij Delmonte onbekend. Pannekeet signaleerde slechts 1 exemplaar, aanwezig in de collectie van de Nederlandsche Bank. Uiterst zeldzaam.
Delmonte - (vgl. 825) ; Verkade 11.1 ; de Voogt 159var ; Pannekeet 76 (R4) ; HNPM.56 ; CNM.2.17.105 ; vgl. Davenport 4849 RRR randhakje, overigens een net exemplaar zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Leeuwendaalder 1640, Harderwijk
gewicht 26,93gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Johan Wijntgens zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO•ARG•PRO•CON - FOE•BELG•GEL• kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 1640, omringd door de tekst; :CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR•
Delmonte 825 ; Verkade 11.1 ; de Voogt 236 ; HNPM.56 ; Pannekeet 76 ; CNM.2.17.107 ; Davenport 4849 gebruikelijke zwaktes van de slag zfr/zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Leeuwendaalder 1646/1, Harderwijk
gewicht 27,15gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Johan Wijntgens zonder munt- of muntmeesterteken
Het jaartal 1646 is gewijzigd uit 1641. Deze jaartalwijziging is ongepubliceerd en als zodanig hoogst zeldzaam.
The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar.
In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia sent me an e-mail that he had discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Delmonte (vgl.)825 ; Verkade 11.1 ; de Voogt- (vgl.249) ; HNPM.- (vgl.56) ; CNM.- (vgl.2.17.107) ; Pannekeet- (vgl.76) R4 Gebruikelijk slordige en zwakke slag. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Leeuwendaalder 1653/2, Harderwijk
gewicht 27,00gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Johan Wijntgens muntmeesterteken lelie
In de jaren 1652-1659 werden circa 169.244 stuks leeuwendaalders geslagen, de ½ leeuwendaalders inbegrepen. Pannekeet vermeld deze jaartalwijziging wel, maar trof het in geen enkele collectie aan. Hoogst zeldzaam.
Op 1 april 1653 overleed muntmeester Johan Wijntgens (meesterteken lelie), en hij werd opgevolgd door zijn schoonzoon Gerrit Sluijsken (gehuwd met Lucretia Wijntgens). Gerrit was eerder al aangesteld als essayeur en waardijn aan de Munt te Harderwijk. Zijn loopbaan als muntmeester was echter van korte duur, daar hij op 18 oktober 1653 ook overleed. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Paulus Sluijsken. Hij was geen zoon van Lucratia Wijntgens, maar een zoon van Anneken Aerts van Kuynders, uit Gerrit′s eerste huwelijk (gedoopt op 13 mei 1631 te Harderwijk). De familie Sluijsken voerde o.a. een zittend hondje in hun familiewapen, en gebruikten dit symbool tevens als hun meesterteken op hun munten. Het is onjuist te stellen dat zij ook het meesterteken lelie gebruikten, zoals sommige numismatische publicaties veronderstellen. Een fout die al sedert Besier (1890) wordt is gemaakt en steeds weer wordt overgenomen. Wel is het zo dat in de periode 1653-1656 nog wel muntstempels zijn gebruik die reeds waren vervaardigd ten tijde van muntmeester Johan Wijntgens. Om die reden vertonen sommige munten uit die periode nog het muntmeesterteken lelie of zelfs beide muntmeestertekens, dus zowel een lelie als een zittend hondje. Alhoewel de leeuwendaalders uit 1652 en deels uit 1653 nog onder muntmeester Wijntgens werden aangemunt, werden deze verantwoord in de eerste muntbus van muntmeester Paulus Sluijsken (periode 21 januari 1652 - 6 oktober 1658). Gezien het muntteken lelie moeten we ook het hier aangeboden stuk echter nog rekenen tot de periode van muntmeester Wijntgens. Het valt echter niet uit te sluiten dat de daadwerkelijke aanmunting na zijn dood heeft plaatsgevonden onder zijn opvolgers Gerrit of Paulus Sluijsken.
Delmonte - (vgl. 825) ; Verkade 11.1 ; de Voogt - ; Pannekeet 76 ; HNPM.- (vgl.56) ; CNM.2.17.110 RRR Attractief exemplaar met een mooi patina. zfr/zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Gehelmde rijksdaalder of prinsendaalder 1593, Harderwijk
gewicht 28,55gr. ; zilver 41mm. muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn muntteken Gelders kruisje
Coin with the portrait of William the Silent (1533-1584) ; William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also widely known as William the Silent or William the Taciturn or more commonly known as William of Orange, was the main leader of the Dutch revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years′ War and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as ″Gerardts″) in Delft in 1584.
Toen muntmeester Alewijn op 23 mei 1593 opdracht kreeg om wederom kruisrijksdaalders te gaan slaan kreeg hij tegelijk opdracht om te gaan vervaardigen; “den Gelderschen daalder, van gelijk gehalte als de kruisdaalder waarop op d′eene sijde een mans beelt met een swaert in sijne hant, ende op d′andere sijde ′t wapen van Gelderland sal staen, ende omschrift CONFIDENS DNO NON MOVETVR en MO: NO: ARG: DVCATVS GELRIAE”. Ondanks deze aanwijzingen heeft de muntmeester gekozen voor een ander voorzijde omschrift, namelijk VIGILATE DEO CONFIDENTES (“Weest waakzaam in vertrouwen op God”). Mogelijk is dit gedaan omdat de andere spreuk al voorkwam op de hele en halve leeuwendaalders die ook in dat jaar geslagen zijn en hij toch een zeker onderscheid wilde aanbrengen. Deze prinsendaalders zijn maar gedurende korte periode aangemunt, tussen midden juli en 8 augustus 1593. Blijkens de muntbus te Harderwijk zijn in 1593 slechts 4765 stuks gehelmde rijksdaalders aangemunt (incl. halve rijksdaalders) Uiterst zeldzaam.
Delmonte 919 ; Verkade 8.3 ; de Voogt 8 ; HNPM.71 ; CNM.2.17.117 ; Pannekeet 51(R3) ; Davenport 8832 RRR zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - 1/2 Gehelmde rijksdaalder of prinsendaalder 1598/4, Harderwijk
gewicht 13,40gr. ; zilver 34mm. muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn muntteken Gelders kruisje
vz. Geharnast borstbeeld van Willem van Oranje met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, binnen een parelcirkel, daarboven 1598, omringd door de tekst; VIGILATE•DEO•CON – FIDENT – ES kz. Provinciewapen gedekt door gekroonde helm getooid met helmteken met de Gelderse leeuw en lambrekijns aan de zijden, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO•NO•ARG•DVC•GELRIÆ•CO•ZVT ✥
Het jaartal 1598 is gewijzigd uit 1594. Volgens de instructie van 24 juli 1598 mocht de muntmeester alleen halve rijksdaalders maken van muntplaatjes van rijksdaalders die te licht gesneden waren. De oplages van de ½ rijksdaalders zullen daarom zeer klein zijn gebleven. Pannekeet registreerde van deze jaartalwijziging slechts 1 exemplaar : Laurens Schulman B.V., veiling 25, no.209. Hoogst zeldzaam.
Delmonte - (vgl. 919) ; Verkade 8.3 ; de Voogt 91var. ; Pannekeet 65 (R4) ; HNPM. 72 ; CNM.2.17.119 RRRR Miniem slagbarstje. Zeer attractief exemplaar met een mooi patina. zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Nederlandse rijksdaalder 1614, Harderwijk
gewicht 28,77gr. ; zilver 40mm. muntmeester Johan Alewijn muntteken Gelders kruisje
Met de invoering van de generaliteitsmunten in 1606 had men tevens besloten de eerdere gehelmde rijksdaalder (prinsendaalder) en Leicesterrijksdaalder te vervangen door een uniform nieuw type, de Nederlandse rijksdaalder. Het had het voorgeschreven gewicht van 29,03 gram met een fijnzilver gehalte van 885/1000. Aanvankelijk werd deze munt uitgegeven op een koers van 47 stuivers, maar dat liep spoedig op naar 50 stuivers en vanaf 1621 was de koers 52 stuivers. De beeldenaar op de voorzijde, een geharnaste edelman met geschouderd zwaard, is duidelijk ontleend aan een voorloper van dit munttype, de Leicesterrijksdaalder. Op de keerzijde zien we het gekroonde generaliteitswapen van de Republiek. De Nederlandse rijksdaalder was geliefd als handelsmunt in het Oostzee-gebied, maar met invoering van de zilveren dukaat in 1659 werd die rol verdrongen door laatsgenoemde munt. Na 1668 worden er in geen van de provinciale munthuizen nog beduidende aantallen aangemunt maar toch zou het nog tot 1700 duren alvorens de laatste Nederlandse rijksdaalder, te Utrecht, werd geslagen.
Gelderse Nederlandse rijksdaalders uit 1614 komen maar sporadisch voor. Zeer zeldzaam.
Delmonte 938 ; Verkade 9.1 ; de Voogt 151 ; HNPM.73 ; CNM.2.17.121 ; Pannekeet 74 (R3) ; Davenport 4828 RR Goed geslagen exemplaar met fijne details. pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Nederlandse rijksdaalder 1621, Harderwijk
gewicht 28,65gr. ; zilver Ø 41,5mm. muntmeester: Johan Alewijn muntteken: Gelders kruis
vz. Geharnast en gelauwerd borstbeeld van een Nederlandse edelman, in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker houdt hij het provinciewapen aan een geluste lint, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst: ✥ MO•ARG•PRO• - CONFOE•BELG•GEL• kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal I6 - 2I, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; x CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCVNT
Delmonte 938 ; Verkade 9.1 ; de Voogt 198 ; HNPM.73 ; Pannekeet 74 ; CNM.2.17.121 ; Davenport 4828 lichte zwaktes van de slag zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Dukaton of Zilveren rijder 1733, Harderwijk
gewicht 32,09 ; zilver Ø 42mm. muntmeester Johan Hensbergen (of Heinsbergen) muntmeesterteken hengst tegen berg
De productie van zilveren rijders in de periode 31 oktober 1732 - 28 april 1735 was aanzienlijk, en bedroeg zo′n 319.227 stuks. Ze werden vooral geslagen in opdracht van de V.O.C. en waren dus bestemd voor de handel in het Verre Oosten. Verreweg de meeste zilveren rijders uit 1733 en 1734 die in de handel en collecties voorkomen, zijn afkomstig uit het scheepswrak van VOC-schip ′Vliegent Hart′, zo ook dit exemplaar. Het jaartal 1733 komt daarvan het minste voor. Zeldzaam.
VOC-schip ′t Vliegent Hart′ voer om 2 uur uit van de rede van Rammekens met de bestemming Batavia. Reeds rond 3 uur van 3 februari 1735 sloeg het schip echter lek op een zandbank, evenals haar gelijktijdig uitgevaren zusterschip Anna Catharina in de monding van de Schelde, zo′n 18 km. voor de Zeeuwse kust van Vlissingen. Er waren wel twee sloepen aan boord, maar die zaten zodanig vastgesjord, dat ze onmogelijk te water konden. Het eindigde in een drama toen in de avond het schip naar de diepte zonk. Ook een loodsboot, die in de buurt was, kon geen hulp meer bieden. Alle 256 opvarenden vonden de dood, w.o. 83 soldaten en 6 burgerpassagiers w.o. de befaamde advocaat Jan Douw, die te Batavia een betrekking aan het gerechts-hof zou gaan vervullen. Aan boord waren 3 kisten met 31800 gulden aan gouden munten en 35012 gulden aan zilveren munten. In september 1981 is het wrak ontdekt na bijna drie jaar zoeken met o.a. elektronische apparatuur en via het beproefde systeem van kruispeiling. Onder andere is een geldkist, gevuld met 2000 gouden dukaten en 5000 zilveren realen uit 1729, gevonden. De kist, zonder inhoud, is door de berger John Rose, met glazen, bestek, wijnflessen, een lap zijde enz.. geschonken aan Nederland. De duikers brachten veel kogels en onderdelen van musketten en degens naar boven. Een opzienbarende ontdekking bij ′t Vliegend Hert was de aanwezigheid van dicht gesoldeerde loden containers, waarin tabak, kaas en ansjovis waren ′ingeblikt′. Dergelijke goederen waren minstens zeven jaar houdbaar.
Delmonte1010 ; Verkade 5.1 ; de Voogt 423 ; KM.95.3 ; HNPM.77 ; CNM.2.17.132 ; Pannekeet 108 ; Davenport 1824 R kleine zwaktes van de slag, doch attractief exemplaar met scherpe details zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Zilveren rijder 1734, Harderwijk
gewicht 32,13 ; zilver Ø 43mm. muntmeester Johan Hensbergen (of Heinsbergen) muntmeesterteken hengst tegen berg
De productie van zilveren rijders in de periode 31 oktober 1732 - 28 april 1735 was aanzienlijk, en bedroeg zo′n 319.227 stuks. Ze werden vooral geslagen in opdracht van de V.O.C. en waren dus bestemd voor de handel in het Verre Oosten. Verreweg de meeste zilveren rijders uit 1734 die in de handel en collecties voorkomen, zijn afkomstig uit het scheepswrak van VOC-schip ′Vliegent Hart′. Zo ook dit exemplaar;
VOC-schip ′t Vliegent Hart′ voer om 2 uur uit van de rede van Rammekens met de bestemming Batavia. Reeds rond 3 uur van 3 februari 1735 sloeg het schip echter lek op een zandbank, evenals haar gelijktijdig uitgevaren zusterschip Anna Catharina in de monding van de Schelde, zo′n 18 km. voor de Zeeuwse kust van Vlissingen. Er waren wel twee sloepen aan boord, maar die zaten zodanig vastgesjord, dat ze onmogelijk te water konden. Het eindigde in een drama toen in de avond het schip naar de diepte zonk. Ook een loodsboot, die in de buurt was, kon geen hulp meer bieden. Alle 256 opvarenden vonden de dood, w.o. 83 soldaten en 6 burgerpassagiers w.o. de befaamde advocaat Jan Douw, die te Batavia een betrekking aan het gerechts-hof zou gaan vervullen. Aan boord waren 3 kisten met 31800 gulden aan gouden munten en 35012 gulden aan zilveren munten. In september 1981 is het wrak ontdekt na bijna drie jaar zoeken met o.a. elektronische apparatuur en via het beproefde systeem van kruispeiling. Onder andere is een geldkist, gevuld met 2000 gouden dukaten en 5000 zilveren realen uit 1729, gevonden. De kist, zonder inhoud, is door de berger John Rose, met glazen, bestek, wijnflessen, een lap zijde enz.. geschonken aan Nederland. De duikers brachten veel kogels en onderdelen van musketten en degens naar boven. Een opzienbarende ontdekking bij ′t Vliegend Hert was de aanwezigheid van dicht gesoldeerde loden containers, waarin tabak, kaas en ansjovis waren ′ingeblikt′. Dergelijke goederen waren minstens zeven jaar houdbaar.
Delmonte1010 ; Verkade 5.1 ; de Voogt 425 ; KM.95.3 ; HNPM.77 ; CNM.2.17.132 ; Pannekeet 108 ; Davenport 1824 kleine zwaktes van de slag en minieme muntplaatoneffenheden zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Gulden 1763, Harderwijk
gewicht 10,04gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Carl Christiaan Novisadi muntmeesterteken: geknotte boom met loot
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder I763, omringd door de tekst; boom HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - GL, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOE:BELG:D:GEL:&:C:Z:
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 10,61 gram is dit stuk veels te licht. Het stuk is nauwelijks in circulatie geweest, dus van gewichtsverlies a.g.v. slijtage kan nauwelijks sprake zijn. De originele kabelrand is volledig intact, dus van snoeiing is eveneens geen sprake. Het stuk is zonder enige twijfel authentiek. Daarmee blijft maar een optie over; deze gulden is geslagen op een veels te licht muntplaatje. Zeker bij gouden en zilveren munten was het de taak van de waardijn om toe te zien op het juiste gehalte en gewicht. Strikt genomen had een stuk met zo′n groot ondergewicht nooit in omloop mogen worden gebracht en had het weer in de smeltkroes moeten belanden, maar blijkbaar is het aan de controle ontglipt. Als zodanig curieus en zeldzaam.
Delmonte 1178 ; Verkade 14.2 ; de Voogt 514 ; HNPM.88 ; CNM.2.17.155 ; Pannekeet 126 Zwaktes van de slag en minieme justeersporen, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. pr-/pr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND – X Stuiver 1606, Harderwijk
gewicht 5,71gr.; zilver Ø 31mm. muntmeester Johan Alewijn muntteken Gelders kruis
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, geheven zwaard in zijn rechterhand rustend op schouder, zijn linkerhand rustend op het wapenschild van Gelderland dat rechts voor hem is geplaatst, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; •MO•ARG•PRO•CO – N – FOE•BEL•GEL•✥ kz. Gekroond schild met klimmende generaliteitsleeuw lopend naar rechts met geheven zwaard in rechterklauw en bundel van vier pijlen in de linkerklauw, geflankeerd door waardeaanduiding X – S, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; x •CONCORDIA•RES•PARVAE•CRESCVNT•
Bij invoering van de generaliteitsmunten in 1606 werd ook een nieuwe denominatie toegevoegd; het zilveren tienstuiverstuk. Net als bij de gouden rijder, was dit munttype ontleend aan het Engelse muntstelsel van koning James I. Het zilveren tienstuiverstuk was de equivalent van de Engelse shilling en werd geslagen op diens muntvoet, zowel in gewicht als gehalte. Holland nam het voortouw bij deze aanmunting en het zou weldra navolging vinden in de provincies Friesland, Gelderland en Zeeland. De bedoeling was dat dit munttype de grote massa′s circulerende goedkopere (minderwaardige) schellingen van zes stuiver zou gaan vervangen. Hiervan kwam niets terecht. Het nieuwe munttype sloeg totaal niet aan bij de handel en de bevolking. De producties bleef in de vier muntende provincies zeer beperkt en zou geen vervolg krijgen. Voor Gelderland werden van dit attractieve eenjarige munttype in totaal slechts zo′n 405 stuks aangemunt. De koers van uitgifte was 10 stuivers. Alhoewel deze stukken het jaartal 1606 dragen werden ze alle geslagen op 18 september 1607. Zeer zeldzaam.
cf. Auktion Künker 414, collection Beuth, Lot 4146 (in vf € 3.500 incl.commission)
Delmonte 1191 ; Verkade 206.5 ; de Voogt 119 ; Pannekeet 78 ; HNPM.92 ; CNM.2.17.160 RR Zeer attractief exemplaar met een mooi patina. zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - ½ Generaliteitsgulden 1694, Harderwijk
gewicht 5,31gr. ; zilver Ø 30mm. muntmeester: Johan van Brienen muntmeesterteken: eenhoorn naar links vervaardiging op groot formaat (zeer zeldzaam) variant: op de keerzijde ontbreekt iedere vorm van interpunctie
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1694, omringd door de tekst; HAC:NITIMVR - : - : HANC:TVEMVR kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding ½ - GL, omringd door de tekst; MO ARG ORD FÆD BELG GEL en eenhoorn naar links
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
Afgezien van kleine variaties in de voor- en keerzijdestempels, onderscheiden we bij de ½ Generaliteitsgulden van 1694 nog een duidelijke variant in haar verschijning, namelijk de vervaardiging op klein formaat (ca.Ø 27/28mm) en op groot formaat (ca.30/31mm.). Dit is niet louter een kwestie van het vervaardigen van grotere of kleinere muntplaatjes (rondellen), maar ook bij de vervaardiging van de muntstempels is daaa terdege rekening mee gehouden. De muntstempels voor de grote exemplaren zijn veel breder van opzet in zowel beeldenaar als belettering. Op basis van frequentie van verschijning kunnen we stellen dat de grote exemplaren aanzienlijk zeldzamer zijn dan de kleine stukken.
Delmonte 1192 ; Verkade 13.4 ; de Voogt 349 ; HNPM.89 ; CNM.2.17.156 ; Pannekeet 121Cb RR Kleine zwaktes van de slag en lichte dubbelslag op keerzijde, doch voor dit type een mooi exemplaar. Zeer zeldzaam. zfr+/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - 10 Stuivers 1751/50, Harderwijk
gewicht 5,30gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Martinus Holtzhey sr. muntmeesterteken: man met wijnruit
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar,rechtsonder man met wijnruit, omringd door de tekst; boom HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding IO - ST, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOE:BELG•D:GEL.&.C:Z.
Het jaartal 1751 is gewijzigd uit 1750. Zeldzaam.
Muntmeester Martinus Holtzhey sr. werd in 1749 aangesteld als muntmeester aan de Gelderse Provinciale Munt te Harderwijk. Om zijn inkomen te verhogen, geprobeerde hij zijn toen 13-jarige zoon Martinus jr. aan te stellen als stempelsnijder. Dit werd echter niet geaccepteerd door de Staten van Gelderland, waarop hij in 1752 Harderwijk verliet voor Middelburg om aldaar de functie van muntmeester aan de Zeeuwse Provinciale Munt te gaan vervullen. Daar lukte hem het wel om zijn zoontje tot stempelsnijder benoemd te krijgen, met de nodige extra verdiensten.
Het muntmeesterteken van een halflang manfiguur met in zijn handen twee omhoog gehouden wijnruit struiken, is ontleend aan het familiewapen van de Duitse familie Holthay waarvan de muntmeester meende af te stammen. Achter de man zien we een golvende lijn, dat waarschijnlijk de Rijn of Moezel moet voorstellen als accent op de wijnstreken in dat gebied.
Delmonte 1193suppl. ; Verkade 14.3 ; de Voogt 456var. ; Pannekeet 128 (R2) ; HNPM.90 ; CNM.2.17.157 R attractief exemplaar met mooi patina zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Muntmeesterpenning 1756, Harderwijk
gewicht 2,79gr. ; zilver Ø 21mm. muntmeester Johan Cramer muntmeesterteken kraanvogel
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; kraanvogel HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal 17 - 56, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOE:BELG:D:GEL:&:C:Z
Van het jaartal 1756 bestaat een duidelijke stempelvariant; de helm van de maagd met helmbos, en met een gladde helm, dus zonder helmbos. Dit is de variant met helmbos. Schaars.
In 1756 besloot muntmeester Cramer tot de aanmunting van nieuwjaarspenningen. Qua groote en type tonen deze stukken grote gelijkenis met de kwartguldens van Holland uit 1692, maar dan zonder waarde aanduiding. In 1758 nam de Utrechtse muntmeester Novisadi dit voorbeeld over, gevolgd door Holland en West-Friesland in 1759. Ze werden door de verschillende munthuizen verkocht voor prijzen die variëerden van 4 ½ tot 6 stuivers. De nieuwjaarspenningen werden algemeen als kwartguldens aangenomen en gebruikt, hoewel het geen officiële munten waren en de intrinsieke waarde in verhouding tot de gulden te gering was. De Staten-Generaal tekenden in 1759 dan ook protest aan tegen deze aanmuntingen. Op 29 mei 1759 schreef de Gelderse muntmeester Novosadi hen, dat deze penninkjes geen kwart guldens waren maar penninkjes vanwege het nieuwe jaar. Dit verweer mocht evenwel niet helpen en in 1760 werd een verbod uitgevaardigd tegen de aanmaak van penningen in de gedaante van niet geldige muntstukken (resolutie der Staten-Generaal van 10 december 1760). Daarmee werd niet het vervaardigen van nieuwjaarpenningen verboden, zolang deze maar vervaardigd werden met de muntstempels van geldige muntstukken. Tot 19 februari 1759 had Cramer circa 14.400 stuks van deze ″1/4 gulden″ nieuwjaarpenningen laten vervaardigen, waarvan de stukken uit 1759 het meest voorkomen.
Verkade 14.5 ; de Voogt 465 ; HNPM.91 ; CNM.2.17.159 ; Pannekeet 130 S pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Muntmeesterpenning 1759, Harderwijk
gewicht 3,35gr. ; zilver Ø 22,5mm. muntmeester: Carl Christiaan Novisadi muntmeesterteken: geknotte boom met loot
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; boom HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal 17 - 59, omringd door de tekst; MO.ARG.ORD.FOE.BELG.D.GEL.& C•Z•
In 1756 besloot muntmeester Cramer tot de aanmunting van nieuwjaarspenningen. Qua groote en type tonen deze stukken grote gelijkenis met de kwartguldens van Holland uit 1692, maar dan zonder waarde aanduiding. In 1758 nam de Utrechtse muntmeester Novisadi dit voorbeeld over, gevolgd door Holland en West-Friesland in 1759. Ze werden door de verschillende munthuizen verkocht voor prijzen die variëerden van 4 ½ tot 6 stuivers. De nieuwjaarspenningen werden algemeen als kwartguldens aangenomen en gebruikt, hoewel het geen officiële munten waren en de intrinsieke waarde in verhouding tot de gulden te gering was. De Staten-Generaal tekenden in 1759 dan ook protest aan tegen deze aanmuntingen. Op 29 mei 1759 schreef de Gelderse muntmeester Novosadi hen, dat deze penninkjes geen kwart guldens waren maar penninkjes vanwege het nieuwe jaar. Dit verweer mocht evenwel niet helpen en in 1760 werd een verbod uitgevaardigd tegen de aanmaak van penningen in de gedaante van niet geldige muntstukken (resolutie der Staten-Generaal van 10 december 1760). Daarmee werd niet het vervaardigen van nieuwjaarpenningen verboden, zolang deze maar vervaardigd werden met de muntstempels van geldige muntstukken. Tot 19 februari 1759 had Cramer circa 14.400 stuks van deze ″1/4 gulden″ nieuwjaarpenningen laten vervaardigen, waarvan de stukken uit 1759 het meest voorkomen.
Verkade 14.6 ; de Voogt 480 ; HNPM.91 ; CNM.2.17.159 ; Pannekeet 130 met de gebruikelijke zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Rijderschelling 1681, Harderwijk
gewicht 4,52gr. ; zilver Ø 26mm. muntmeester: Paulus Sluyskens muntmeesterteken: zittend hondje naar links
vz. Nederlandse gehelmde ridder te paard naar rechts met sjerp om zijn middel en in zijn rechterhand een geheven zwaard, binnen een gladde cirkel, daarboven 1 6 8 1, omringd door de tekst; CONCORDIA˙ RES˙ PARVÆ˙ CRESCVNT kz. Gekroond provinciewapen geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - S, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; MO ORD DVC GEL ET COM ZVT zittend hondje naar links
Op de voorzijde is een klop ″pijlenbundel″ aangebracht in de periode 1 april - 1 september 1694 bij besluit der Staten-Generaal. Daarbij werden ongesnoeide stukken van voor 1686 op de voorzijde voorzien van deze klop. Stukken vanaf 1686 en ongeklopte stukken werden met een ½ stuiver gedevalueerd, en die stukken stonden spoedig bekend als ″Zesthalf″ (de zesde stuiver was gehalveerd). Verkade 16.1 ; de Voogt 328 ; HNPM.101 ; CNM.2.17.167 ; Pannekeet 92 lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Rijderschelling 1682, Harderwijk
gewicht 4,46gr. ; zilver Ø 26mm. muntmeester: Paulus Sluyskens muntmeesterteken: zittend hondje naar links
vz. Nederlandse gehelmde ridder te paard naar rechts met sjerp om zijn middel en in zijn rechterhand een geheven zwaard, binnen een gladde cirkel, daarboven 1 6 8 2, omringd door de tekst; CONCORDIA˙ RES˙ PARVÆ˙ CRESCVNT kz. Gekroond provinciewapen geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - S, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; MO ORD DVC GEL ET COM ZVT zittend hondje naar links
Dit eerste type van de Gelderse rijderschelling werd in 1681 geïntroduceerd. De productie werd reeds na 1682 weer gestaakt. In totaal werden 445.294 stuks aangemunt, waarvan het overgrote deel in 1681 zal zijn geproduceerd. Het jaartal 1682 komt namelijk veel minder veelvuldig voor en is zeldzaam. In 1691 werd nog een nieuw, gewijzigd type van de Gelderse rijderschelling geslagen. Daarvan werden maar lieft 1.501.656 stuks geslagen. Dat was tegelijk het laatste jaar van aanmunting van dit munttype.
Op de voorzijde is een klop ″pijlenbundel″ aangebracht in de periode 1 april - 1 september 1694 bij besluit der Staten-Generaal. Daarbij werden ongesnoeide stukken van voor 1686 op de voorzijde voorzien van deze klop. Stukken vanaf 1686 en ongeklopte stukken werden met een ½ stuiver gedevalueerd, en die stukken stonden spoedig bekend als ″Zesthalf″ (de zesde stuiver was gehalveerd).
Verkade 16.1 ; de Voogt 331 ; HNPM.101 ; CNM.2.17.167 ; Pannekeet 92 R Lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar. Zeldzaam. fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - STAD ARNHEM - Duit z.j. (1594-1599)
gewicht 2,26gr. ; koper Ø 22mm. muntmeester Hieronymus Henrickssen met binnencirkel op voor- en keerzijde
vz. Zittende (Hollandse) maagd in een tuin met bloemen, zij wijst met haar rechterarm naar boven als teken van het vertrouwen op de heer, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; SICVT• LILIVM - INTER. SPINA - S kz. Het gekroonde wapenschild van Arnhem, met klauwende leeuw naar links, rustend op gebloemd kruis, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; MONE•T•ARNHEM•IN•GELRIA Dit is voluit: moneta templi Arnhemensis in Gelriae, en betekent: kerkelijk geld van Arnhem in Gelderland.
Op de duiten van Arnhem komen we een zittende maagd tegen in een gesloten tuin (links). Deze afbeelding is ontleend aan die van de Hollandse oorden en duiten. De tuin wordt op de Arnhemse duiten echter gevormd door doornen takken in plaats van tenen manden en vlechtwerk. De Latijnse tekst SICUT LILIUM INTER SPINAS op de duiten betekent dan ook: gelijk een lelie (de maagd voorstellende de stad Arnhem) tussen de doornen (de omheining van de tuin). Aan de voeten van de zittende maagd is een wapenschild geplaatst met hierin de tweekoppige adelaar van het Duitse rijk.
De inkomsten uit de 15e eeuwse muntslag werden gebruikt voor het onderhoud van de moederkerk (Sint Eusebius) en de vestingwerken van de stad. De winst die behaald werd met het slaan van de laat 16e eeuwse munten is hier ook geheel of misschien gedeeltelijk voor gebruikt. Dit is af te leiden aan de tekst MONE•T• ; moneta templi (kerk), en op een ander zeldzaam type aan de afgekorte tekst MO: EC ; moneta ecclesiae. Deze beide teksten betekenen zoiets als Arnhems kerkelijk geld of geld van de kerk van Arnhem (in Gelderland). Ook de raadsbesluiten aangaande deze aanmuntingen geven duidelijk blijk van kerkelijke bemoeienis.
Verkade 38.1 ; Purmer & van der Wiel 1201 ; HNPM.6 ; Pannekeet ARN.5 ; CNM.2.04.8 S zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - STAD ARNHEM - Duit z.j. (1594-1599)
gewicht 2,28gr. ; koper Ø 23mm. muntmeester Hieronymus Henrickssen met binnencirkel op keerzijde
vz. Zittende (Hollandse) maagd in een tuin met bloemen, zij wijst met haar rechterarm naar boven als teken van het vertrouwen op de heer, omringd door de tekst; SICVT• LILIVM - INTER. SPINA - S kz. Het gekroonde wapenschild van Arnhem, met klauwende leeuw naar links, rustend op gebloemd kruis, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; MONE•T•ARNHEM•IN•GELRIA Dit is voluit: moneta templi Arnhemensis in Gelriae, en betekent: kerkelijk geld van Arnhem in Gelderland.
Op de duiten van Arnhem komen we een zittende maagd tegen in een gesloten tuin (links). Deze afbeelding is ontleend aan die van de Hollandse oorden en duiten. De tuin wordt op de Arnhemse duiten echter gevormd door doornen takken in plaats van tenen manden en vlechtwerk. De Latijnse tekst SICUT LILIUM INTER SPINAS op de duiten betekent dan ook: gelijk een lelie (de maagd voorstellende de stad Arnhem) tussen de doornen (de omheining van de tuin). Aan de voeten van de zittende maagd is een wapenschild geplaatst met hierin de tweekoppige adelaar van het Duitse rijk.
De inkomsten uit de 15e eeuwse muntslag werden gebruikt voor het onderhoud van de moederkerk (Sint Eusebius) en de vestingwerken van de stad. De winst die behaald werd met het slaan van de laat 16e eeuwse munten is hier ook geheel of misschien gedeeltelijk voor gebruikt. Dit is af te leiden aan de tekst MONE•T• ; moneta templi (kerk), en op een ander zeldzaam type aan de afgekorte tekst MO: EC ; moneta ecclesiae. Deze beide teksten betekenen zoiets als Arnhems kerkelijk geld of geld van de kerk van Arnhem (in Gelderland). Ook de raadsbesluiten aangaande deze aanmuntingen geven duidelijk blijk van kerkelijke bemoeienis.
Verkade 38.2 ; Purmer & van der Wiel 1201 ; HNPM.6 ; Pannekeet ARN.5 ; CNM.2.04.8 S hakje aan de rand en kleine zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP CULEMBORG - FLORIS VAN PALLANDT, 1555-1598 - Halve stuiver of 8-penningstuk 1591
gewicht 5,69gr. ; koper Ø 30,5mm. muntmeester Hendrik Crayvanger
vz. Gekroond en met krulornamenten versierd ovaal gekwartierd wapen van de graaf; 1e en 3e kwartier Culemborg, 2e en 4e kwartier de Lek, hartschild van Pallandt, omringd door de tekst; FLORENTIVS•CO:D:CVLEMBORG. Het geheel binnen een bladerkrans. kz. Vierkant met blad- en bloemornamenten met daarbinnen de tekst; LIBER / TAS.VI / TA•CA / RIOR• / • I 5 9 I • Het geheel binnen een bladerkrans.
Libertas vita carior betekent ″de vrijheid is kostbaarder dan het leven″, ongetwijfeld refererend naar de onafhankelijkheidstrijd.
Libertas vita carior means ″liberty is more precious than life″, no doubt referring to the struggle for independence.
Graaf Floris I van Pallandt liet in de jaren 1590-1591 op eigen naam kopergeld slaan. Ook werden te Culemborg zilveren rijksdaalder geslagen voor Groningen en Ommelanden. Culemborg had echter helemaal geen muntrecht, hetgeen tot actie leidde van de Staten-Generaal. De muntslag te Culemborg werd verboden en in 1592 werd muntmeester Crayvanger gearresteerd en in de Gevangenpoort te ′s Gravenhage opgesloten. In 1597 werd hem gratie verleend, echter met verbeurdverklaring van het in beslag genomen gemunt en ongemunt goud. In tegenstelling tot de duit en dubbele duit, ontbreekt op deze munt een waardeaanduiding, hetgeen niet ongebruikelijk was in die tijd. Door sommigen wordt deze munt om die reden beschouwd als een penning.
Verkade 32.4 ; Purmer & v.d.Wiel 1403 ; CNM.2.10.1 RR Bijzonder attractief exemplaar. Zeer zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - PERIODE LEOPOLD I, 1657-1705 - GELDERLAND - STAD NIJMEGEN - Daalder van 30 stuiver 1704
gewicht 15,36gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester Gerard van Harn muntmeesterteken morenkop
Na de sluiting van de stedelijke Nijmeegse Munt in 1692 stak het muntmeester Gerard van Harn toch dat het contract dat hij in 1685 had gesloten niet was nageleefd door de stad Nijmegen. De contractduur was immers voor 12 jaar aangegaan, maar na 7 jaar had Nijmegen het munthuis gesloten. Met die argumenten wist hij burgemeester Romswinkel te bewegende de muntproductie weer te laten hervatten. Op 14 juni 1703 kreeg hij weer de beschikking over het muntatelier en muntgereedschappen en spoedig werden de eerste daalders geslagen. Al op 1 september 1703 stonden twee controleurs van de Raden der Generaal Muntmeesters op de stoep, maar die werden niet binnengelaten door van Harn. Ook in 1704 ging van Harn door met de productie van daalders. Die waren echter te licht en werden al spoedig verboden verklaard in diverse provincies. Van Harn werd op 10 juni 1704 gedagvaard maar kwam niet opdagen, ook niet na een 2e en 3e oproep in 1705. Door deze perikelen was de muntproductie in 1704 echter wel gestaakt en werd het stedelijk muntatelier van Nijmegen definitief gesloten. In 1707 werd door de nieuwe burgemeester van Nijmegen, ene Pels, een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen van Harn. Hij werd gepakt en in zijn eigen huis opgesloten en bewaakt. Hij wist echter via een raam te ontsnappen en dook onder. Tijdens het proces probeerde hij zich nog schriftelijk te verdedigen, maar hij werd op 20 februari 1709 bij vonnis van de Raad van State bij verstek veroordeeld wegens hagemunterij. De straf was niet mals; hij werd voor eeuwig verbannen uit de Republiek en al zijn bezittingen, in Grave en Nijmegen, werden verbeurd verklaard. Gerard van Harn overleed spoedig daarna ergens in het jaar 1710.
Delmonte 1078 ; Verkade 21.5 ; Passon 84 ; HNPM.12 ; Pannekeet 31 (R2) ; CNM.2.36.23 R Enkele kleine gietgallen. Zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - PERIODE LEOPOLD I, 1657-1705 - GELDERLAND - STAD NIJMEGEN – Florijn van 28 stuivers 1686
gewicht 18,30gr. ; zilver Ø 37mm. muntmeesterteken: morenkop
Deze florijn is posthum geslagen op naam van keizer Ferdinand II (1619-1637). In de jaren 1685-1690 werden slechts 48.310 stuks florijnen aangemunt. Voorzien van de klop “HOL”, aangebracht op last van de Staten van Holland in 1693 om nieuwe florijnen uit de circulatie te weren. Zeldzaam.
This florin was minted posthumously in the name of Emperor Ferdinand II (1619-1637). In the years 1685-1690 only 48,310 florins were minted. Equipped with the countermark “HOL”, applied by order of the States of Holland in 1693 to keep new florins out of circulation. Rare.
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 19,87 gram is deze munt duidelijk te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op, maar zo′n 1,5 gram gewichtsverlies lijkt in dit geval daarvoor toch teveel. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt, hetgeen ook met het oog is waar te nemen.
Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bij verdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.
Delmonte 1097 ; Verkade 22.3-4var. ; de Bruijn 57 ; Passon 81 ; HNPM.13 ; Pannekeet 27 ; CNM.2.36.24 R zwaktes van de slag fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - PERIODE LEOPOLD I, 1657-1705 - GELDERLAND - STAD NIJMEGEN - Stedelijke driegulden 1686
gewicht 31,42gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester: Gerard van Harn muntmeesterteken: morenkop
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, rechtsonder morenkop, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond stedelijk wapen van Nijmegen, daarboven tussen de fleurons van de kroon I - 6 - 8 - 6, geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•NO•ARG•CIV•NOVIOMAG
In de jaren 1686-1690 zijn slechts 13.860 stuks drieguldenstukken aangemunt. Het jaartal 1686 is daarvan het meest voorkomend, gevolgd door 1690. De jaartallen 1687 en 1689 komen nauwelijks in collecties of de handel voor en zijn als uiterst zeldzaam aan te merken. Zeer zeldzaam.
Delmonte 1124 ; Verkade 22.1 ; Passon 76Aa ; de Voogt 97 ; Pannekeet NIJ.22 ; HNPM.9 ; CNM.2.36.26 RR Minieme zwaktes van de slag, doch voor type een mooi exemplaar met een attractief patina zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - STAD ZUTPHEN - Drieplakken of reaaltje z.j. (1582)
gewicht 0,71gr. ; biljoen Ø 17mm. muntmeester Hendrik Wijntgens
vz. Lang gebloemd kruis in ster in een ruitvormig hart en roosjes in de kwadranten. In de buitencirkel de tekst; MON - NOVA - CIVIT - ZUTPH kz. De drie wapenschildjes van Gelderland, de graafschap en Zutphen radiaal rond een driehoek geplaats, waarbinnen een roosje, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✿ FATA•VIAM•INVENIENT
Het betreft hier een navolging van de drieplakken van de Drie Rijkssteden (Deventer, Kampen, Zwolle), aangemunt in 1556. Het werd. geslagen met een gehalte van 80/1000 fijn zilver op een koers van 3/8 stuiver. Deze munten waren bij de bevolking niet populair, maar werden voor 2 plakken aangenomen
van der Chijs VI, 2 ; Van Beek/Fortuyn Drooglever 8a ; Stuurman 5-6 ; Pannekeet ZUT.2 (R3) ; CNM.2.51.4 RR Voor dit munttype een mooi exemplaar. Zeer zeldzaam. zfr |
|
|  |
|