
 |

PROVINCIE GRONINGEN & OMMELANDEN |
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - Rijksdaalder van 50 stuiver 1672
gewicht 28,79gr. ; Zilver 32,5 x 33mm. groot stempel
vz. Gekroond provinciewapen met kroontje op top tussen 50 - ST, omringd door de tekst; • IVRE • ET • TEMPORE • 1672 • kz. Blanco
♦ de eerste munt van de provincie Groningen en Ommelanden ♦
Eenzijdige ″noodmunt″, geslagen ten tijde van het beleg van de Stad Groningen in 1672 door de bisschoppen Maximiliaan Hendrik von Bayern (Keulen) en Christoph Bernhard ″Bommen Berend″ von Galen (Münster). De reeks ″noodmunten″ van 6 ¼ stuiver t/m 50 stuiver met klein stempel zijn geslagen na het beleg en vormen de eerste provinciale munten reeks van Groningen & Ommelanden, en werden tot mei 1673 aangemunt in het provinciaal munthuis te Groningen, dat in mei 1672 was geopend. De rijksdaalder van 50 stuiver met het groot stempel is het enige munttype dat geslagen werden tijdens het beleg, namelijk tussen 17 juli en 28 augustus, en is dus daarmee de eerste provinciale munt van Groningen & Ommelanden. De stukken met groot stempel komen aanmerkelijk minder voor dan de stukken met klein stempel. Zeldzaam.
Delmonte 736 ; Mailliet 44, 6 ; van Loon III, 96,1 ; Weiler 70 ; HNPM.17 ; CNM.2.20.1 R nauwlijks gecirculeerd prachtexemplaar met veel stempelglans pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GRONINGEN & OMMELANDEN - Florijn van 28 Stuivers 1681, Groningen
gewicht 17,96gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester: David Hagenet muntmeesterteken: rozet
vz. Twee vanuit wolken gestoken ineengeslagen handen, erachter twee gekruiste speren, de een met een stralende zon met daarbinnen een driehoek op top, de ander met een vrijheidshoed op top, omringd door de tekst; REDDIT • CONIVNCTIO • TVTOS• ✿ kz. Gekroond provinciewapen geflankeerd door de waarde aanduiding 28 - ST, omringd door de tekst: MO•NO•ARG•GRON•ET•OML•
Dit type florijn werd slechts 1 jaar aangemunt. Het keuze van de keerzijde beeldenaar is zeer opmerkelijk en kent geen gelijken binnen de Nederlandse muntslag. We zien twee ineengeslagen rechterhanden met op de achtergrond twee gekruiste speren; een met de Vrijheidshoed op top en een met het Alziend Oog op de top. Het alziend oog is een symbool waarbij een oog, in de regel geplaatst binnen een driehoek, omgeven wordt door zonnestralen. Het kent haar oorsprong bij de Egyptisch mythologie, waar het bekend stond als het oog van Horus. Het Christendom heeft vele heidense verhalen, gebruiken en symbolen overgenomen, zo ook in dit geval. Met name vanaf de 16e eeuw kwam het algemeen in gebruik als Christelijk symbool, maar ook andere culturen hebben dit symbool overgenomen. De zon wordt algemeen gezien als een kracht die alles overziet terwijl de driehoek het drievuldigheidssymbool vertegenwoordigd; het herinnert ons aan de wijsheid en waakzaamheid van de Schepper, de Opperbouwmeester van het heelal, die toegang geeft tot alle geheimen. Het wordt ook wel het ′oog van de voorzienigheid′ genoemd, waarbij alles voortdurend bestierd wordt door God. Ook op kerken en tempels van diverse religies zien we dit symbool terug. Later, in de 18e, werd het ook een symbool van de vrijmetselarij. De Latijnse tekst ′reddit coniunctio tutos′ (″vereniging maakt veilig″) bevestigd de symboliek op deze munt, de vrijheid en het Christelijk geloof verenigd. Overigens zien we geen expliciet oog binnen de driehoek, maar de symboliek spreekt voor zich. We kennen bij dit munttype de variant van een hoed met een bredere rand (grote hoed) en die met een smalle rand (kleine hoed). Dit exemplaar toont ons de kleine hoed.
Delmonte 1117 ; Verkade 181.1var. ; de Bruijn 50 ; HNPM.6.1 ; CNM.2.20.11 kleine zwaktes van de slag, doch zeer attractief exemplaar met een mooi patina zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - STAD GRONINGEN - Florijn van 28 Stuiver 1692
gewicht 17,14gr. ; zilver Ø 38mm. muntmeester Egbert Marinus muntmeesterteken Sirene
De zilveren florijn van 28 stuivers werd in 1601 ingevoerd door de Staten van Friesland, al spoedig gevolgd door andere provincies en steden, tezamen met de onderdelen ½ florijn van 14 stuivers en ¼ florijn van 7 stuivers. In de volksmond sprak men al spoedig van de “achtentwintig” als muntnaam. Deze muntslag wekte ongenoegen bij de Staten van Holland, die streefden naar een uniform muntstelsel zonder deze minderwaardige en afwijkende muntstukken. Ondanks diverse maatregelen, w.o. het verboden verklaren en devalueren van de florijnen, wist men de stukken toch niet kreeg uit circulatie te weren. Pas bij de geldhervorming van koning Willem II in 1846 verdwenen de laatste florijnen uit roulatie. Qua waarde vertegenwoordigde dit muntstuk net wat minder dan de daalder van 30 stuiver, een kenmerk waaruit het gezegde “een achtentwintig voor een daalder nemen” uit voort is gekomen. Daarmee wilde men uitdrukken dat men met iets minder genoegen nam.
Deze zilveren florijn is voorzien van een klop “HOL” aangebracht op last van de Staten van Holland vanaf 20 mei 1693 en opvolgende maanden teneinde toekomstige minderwaardige florijnen van 28 stuivers uit de omloop te weren. Het initiatief voor deze actie lag bij Holland, dat zich al tijden mateloos irriteerde aan deze minderwaardige geldstukken die volop in het betalingsverkeer aanwezig waren. De bedoeling was dat alleen ingestempelde florijnen nog geldigheid hadden in het betalingsverkeer. Nieuwe, ongestempelde florijnen zouden op die wijze dus uitgebannen worden in het betalingsverkeer. Enerzijds was deze maatregel zeer succesvol; de aanmunting van florijnen kwam in 1693 definitief tot stillstand. Anderzijds bleven florijnen, ook de ongeklopte. nog tot de geldsanering van 1842-1849 aanwezig in het betalingsverkeer. Uitbanning uit het betalingsverkeer was met deze maatregel dus volledig mislukt. De kloppen “pijlenbundel” (Staten-Generaal) en HOL (Staten van Holland) komen verreweg het vaakst voor, maar daarnaast hebben ook Utrecht, Overijssel, Friesland, Groningen, Drente en Lingen met hetzelfde doel dergelijke kloppen laten aanbrengen.
Delmonte 1121 ; Verkade 184.3 ; de Bruijn 60 ; HNPM.3 ; CNM.2.21.55 kleine zwaktes van de slag doch voor type een net exemplaar zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - STAD GRONINGEN - Langrok van 8 stuivers 1597
gewicht 7,78gr. ; zilver Ø 29mm. muntmeester Hans Thom Bussche
vz. Gemijterde Sint Maarten staande naar links met zijn rechterhand in een zegenende houding en een kromstaf houdend in zijn linkerhand, gekleed in een tot op de grond hangende stola en omhangen met mantel, geflankeerd door het jaartal 15 – 97, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; :SANCTVS ✶ - •MARTINVS✶EP: kz. Dubbelkoppige rijksadelaar met stadsschild op de borst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst ; ✠ MONETA•NOVA•ARGEN•GRONINGENSIS
De langrok stond ook wel bekend als ″veervolde″, waarmee werd gedoeld op viervoudige jager van 2 stuivers. Op de keerzijde zien we de heilige Martinus, schutspatroon van de stad Groningen. De productie van 1597 bedroeg slechts 6.258 stuks, maar daarin zit ook de productie van dubbele jagers (flabben) enkele jagers en halve jagers begrepen. Waarschijnlijk bestond het overgrote deel van deze productie uit dubbele jagers of flabben en zijn de andere nominaties nauwelijks aangemunt. Van dit jaartal zijn slechts enkele stuks bekend. Hoogst zeldzaam.
Delm.734 (R4) ; Verkade 185.2 ; Puister 606d ; HNPM.6 ; CNM.2.21.40 RRRR zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
|