
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden rijder of 14 gulden 1749, Dordrecht
gewicht 9,91gr. ; goud Ø 26,5mm. muntmeester Otto Buck muntteken roos
Het betreft hier het eerste jaar van dit munttype. In de jaren 1749-1751 werden circa 296.490 stuks aangemunt. De jaren 1750, vaak gewijzigd uit 1749,en 1751 komen veel vaker voor dan het jaar 1749.Waarschijnlijk is de productie in het eerste jaar klein geweest. Zeldzaam.
Nauwelijks gecirculeerd exemplaar met scherpe details. Uitzonderlijk mooi. Wonderful lustrous coin. Near mintstate. Exceptional nice for the type.
vgl. Goudwisselkantoor najaarsveiling 2023, kavel 81 MS65 : € 13.500 +22.5% (N.B. Dat exemplaar heeft lichte slijtage op de hoge delen, heeft een randtikje en wat lichte krasjes. Naar onze beoordeling zou deze munt niet hoger gekwalificeerd mogen worden dan prachtig. De NGC beoordeling is derhalve zeer misleidend. Het door ons aangeboden stuk is aanzienlijk mooier. That specimen has light wear on the high parts, has an edge tick and some light scratches. In our opinion this coin would not be classified any higher than extremely fine, probably lower. The NGC qualification is very misleading. The piece we offer is considerably more beautiful.)
Delmonte 782 ; Verkade 40.4 ; HNPM.19 ; CNM.2.28.47 ; Friedberg 253 R unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden rijder of 14 gulden 1762, Dordrecht
gewicht 9,89gr. ; goud Ø 27mm. muntmeester Wouter Buck muntteken roos
Van de gouden rijders die in de jaren 1749-1763 zijn aangemunt, is het jaartal 1762 verreweg het minst voorkomend. Hiervoor is een verklaring; In 1749 had men het besluit genomen tot het slaan van gouden rijders. Hiervoor werd vooral goud gebruikt van te lichte gouden dukaten, die op deze wijze uit omloop werden genomen. Het dukaten goud (986/1000) werd vermengd met zilver tot een gehalte van 917/1000, dat het vastgestelde gehalte van de gouden rijder werd. De uitgifte bleek een succes en ook andere provincie namen het voorbeeld van Holland over. De Staten-Generaal schreven voor dat de hele en halve gouden rijders uitsluitend mochten worden aangemunt in opdracht van de Provinciale Staten. Sommige muntmeesters hielden zich echter niet aan dit voorschrift, en lieten ook particulier goud vermunten tot gouden rijders. Daarop werd bij resolutie van de Staten -Generaal van 3 november 1751 aan de provinciale muntmeesters bevolen de muntstempels van de hele en gouden rijders onklaar te maken. Verdere aanmunting werd dus verboden. Pas in 1760 besloten door de staten-Generaal dat de aanmunting hervat mocht worden, hetgeen meteen door de provincies werd opgevolgd. Een verzoek van de Hollandse muntmeester Wouter Buck, om voor zijn rekening rijders te mogen munten, werd door de Staten van Holland op 25 juli 1761 afgewezen. Reden was de stijgende goudprijs, waardoor de goudinhoud van de gouden rijder boven de 14 gulden kwam te liggen. In Holland kwam de aanmunting van hele en gouden rijder derhalve derhalve vrijwel tot stilstand. Dit verklaard ook dat de hele en gouden rijders van het jaar 1762 het zeldzaamste zijn van de reeks. Zeer zeldzaam.
Na de Vrede van Hubertsburg (15 februari 1763) daalde de goudprijs weer en kon de aanmunting van hele en halve gouden rijders worden hervat. Er kwam zoveel muntmateriaal naar de Republiek, dat men er geen weg mee wist en de munthuizen het niet genoeg verwerken konden. In dat jaar was de productie dus aanzienlijk. In de loop van 1763 was de goudprijs echter weer dermate opgelopen, dat rendabele aanmunting van gouden rijders niet meer mogelijk bleek. Daarmee kwam een definitief einde aan de aanmunting van de gouden rijder.
Anders dan bij negotiemunten, zoals de gouden dukaat, was de gouden rijder een standpenning; het werd uitgegeven conform vaste waarden van het muntstelsel en tegen de vaste gegarandeerde koers van 14 gulden. De koers van negotiepenningen fluctueerde met de goudprijs mee. Naast negotiepenning en standpenningen is er nog een derde categorie binnen het muntwezen, namelijk de pasmunten. Die waren slechts wettig betaalmiddel voor beperkte sommen. De gegarandeerde waarde van de pasmunten kwamen in veel gevallen ook niet overeen met de metaalwaarde van die munten.
Delmonte 782 ; Verkade 40.4 ; HNPM.19 ; CNM.2.28.47 ; Friedberg 253 RR nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met veel stempelglans pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden rijder of 14 gulden 1763, Dordrecht
gewicht 9,89gr. ; goud Ø 27mm. muntmeester: Wouter Buck muntteken; roos
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder te paard naar rechts, geheven zwaard in zijn rechterhand terwijl hij met zijn linkerhand de teugels vasthoudt, daaronder het gekroonde provinciewapen van Holland, omringd door de tekst; MO:AUR:PRO:CONFOED: - BELG :HOLLAND: ✿ kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 14 - GL, erboven het opgesplitste jaartal 17 - 63, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCUNT.
Het betreft hier het laatste jaar van de gouden rijder voor Holland. Nadat de muntslag van hele en halve gouden rijders vanwege de sterk gestegen goudprijs in 1762 vrijwel tot stilstand was gekomen, werd deze in 1763 weer hervat. Na de Vrede van Hubertsburg (15 februari 1763) kwam zoveel muntmateriaal naar de Republiek, dat men er geen weg mee wist en de munthuizen het niet genoeg verwerken konden. De goudkoers was om die reden weer gedaald, waardoor aanmunting van gouden rijder weer lucratief werd. Anders dan bij negotiemunten, zoals de gouden dukaat, was de gouden rijder een standpenning; het werd uitgegeven conform vaste waarden van het muntstelsel en tegen de vaste gegarandeerde koers van 14 gulden. De koers van negotiepenningen fluctueerde met de goudprijs mee. In de loop van 1763 was de goudprijs echter weer dermate opgelopen, dat rendabele aanmunting van gouden rijders niet meer mogelijk bleek. Daarmee kwam een definitief einde aan de aanmunting van de gouden rijder. Naast negotiepenning en standpenningen is er nog een derde categorie binnen het muntwezen, namelijk de pasmunten. Die waren slechts wettig betaalmiddel voor beperkte sommen. De gegarandeerde waarde van de pasmunten kwamen in veel gevallen ook niet overeen met de metaalwaarde van die munten.
This concerns the final year of the gold rider for Holland. After the minting of whole and half gold riders had virtually come to a standstill in 1762 due to the sharply rising price of gold, it was resumed in 1763. Following the Peace of Hubertsburg (15 February 1763), so much coinage material arrived in the Republic that it was at a loss and the mints could not process enough of it. For this reason, the price of gold had fallen again, making the minting of the gold rider lucrative once more. Unlike trade coins, such as the gold ducat, the gold rider was a standard coin; it was issued in accordance with fixed values of the monetary system and at the fixed guaranteed rate of 14 guilders. The rate of trade coins fluctuated with the price of gold. However, in the course of 1763, the price of gold had risen again to such an extent that profitable minting of gold riders proved no longer possible. This marked a definitive end to the minting of the gold rider. In addition to trade coins and standard coins, there is a third category within the monetary system, namely small change for daily circulation. These were legal tender only for limited sums. In many cases, the guaranteed value of the small change coins did not correspond to the metal value of those coins.
♦ very attractie lustrous specimen with fine details ♦
Delmonte 782 ; Verkade 40.4 ; HNPM.19 ; CNM.2.28.47 ; Friedberg 253 Weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. Zeer attractief. pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden dukaat 1776, Dordrecht
gewicht 3,48gr. ; goud Ø 22mm. muntmeester Wouter Buck zonder muntteken
Geslagen in het jaar dat Amerika zich onafhankelijk verklaarde van Engeland (4 juli); De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776 heeft tekstdelen overgenomen uit de Nederlandse Plakkaat van Verlatinghe uit 1581, waarbij de Nederlanden zich onafhankelijk verklaarde van Spanje. Met name heeft het betrekking op het principe dat de burgers het recht hebben om hun vorst te verlaten als die de wetten en traditionele vrijheden van de burgers niet respecteert. In dit licht is het belangrijk te beseffen dat New York gesticht is als Nieuw-Amsterdam en dat velen van de immigranten, zoals Adriaen van der Donck, afkomstig waren uit de Nederlandse Republiek. Van der Donck was een van de belangrijkste politieke leiders die streden voor het recht op zelfbestuur in de stad Nieuw-Amsterdam, en kan worden gezien als vader van de geboorteakte van de stad die later New York zou worden. Latere Amerikaanse politici die streefden naar onafhankelijkheid zouden zich laten inspireren door Van der Donck.
Struck the year America declared independence from England (July 4); The American Declaration of Independence of 1776 has taken parts of text from the Dutch Plakkaat van Verlatinghe of 1581, in which the Netherlands declared its independence from Spain. In particular, it relates to the principle that the citizens have the right to leave their monarch if he does not respect the laws and traditional freedoms of the citizens. In this light, it is important to realize that New York was founded as New Amsterdam and that many of the immigrants, such as Adriaen van der Donck, came from the Dutch Republic. Van der Donck was one of the most important political leaders who fought for the right to self-government in the city of New Amsterdam, and can be seen as the father of the birth certificate of the city that would later become New York. Later American politicians who strove for independence would be inspired by Van der Donck.
Delmonte 775 ; Verkade 39.6 ; HNPM.15 ; CNM.2.28.54 ; Friedberg 250 weinig gecirculeerd exemplaar met goede details en nog enige stempelglans pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden dukaat 1780, Dordrecht
gewicht 3,43gr. ; goud Ø 22mm. muntmeester: Wouter Buck zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een pijlenbundel (7 pijlen), geflankeerd door het jaartal I7 - 80, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES - PAR•CRES•HOL• kz. Dubbel gelijnd vierkant met schelp- en bladornamenten aan de zijden en op de hoeken, met daarbinnen een tekst in 5 regels; MO:ORD: / PROVIN / FOEDER / BELG•AD / LEG•IMP.
Deze gouden dukaat werd geslagen in het jaar dat de Vierde Engelse Oorlog uitbrak;
Ten tijde van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783) had de Republiek aanvankelijk besloten een onpartijdige rol in de nemen. Toen Engeland in 1778 tevens in oorlog kwam met Frankrijk en Spanje en een beroep deed op de Republiek voor militaire en maritieme steun, bleef de Republiek vasthouden aan haar neutraliteit en werd het verzoek van Engeland afgewezen.
Aan het einde van de 17e eeuw en begin van de 18e eeuw had Engeland de dominante handelspositie van de Republiek overgenomen. Veel kooplieden verruilden Amsterdam voor London als uitvalsbasis voor hun handel overzee. De 18e eeuw was voor de Republiek een eeuw van economisch verval. Vooral gedreven door jalouzie besloot de Republiek, dat zich voordeed als neutraal, heimelijk steun te verlenen aan de opstandelingen in Amerika. Wapens en munitie werden naar de kolonie Sint Eustatius verscheept, waar ze vervolgens tot woede van de Engelsen aan de Amerikanen werden doorverkocht. Alhoewel de Engelsen protesteerden, ging de smokkelhandel gewoon door. Dit leidde er uiteindelijk toe, dat Engeland op 20 december 1780 de oorlog verklaarde aan de Republiek. Het was het begin van de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784).
De Nederlandse marine was numeriek in de minderheid. Al in de winter van 1781 werd duidelijk dat de oorlog op een ramp voor de Republiek zou uitlopen. Alleen al in januari 1781 werden 200 Nederlandse koopvaardijschepen opgebracht. In februari 1781 veroverde de Engelse admiraal George Brydges Rodney (1718-1792) het gewraakte eiland Sint Eustatius. Tot het enige grotere zeegevecht van de oorlog kwam het op 5 augustus 1781 in de slag bij de Doggersbank. Dit gevecht eindigde onbeslist. In de daaropvolgende maanden ontweek de Nederlandse vloot verdere gevechten. Hierdoor kwam het tot een feitelijke zeeblokkade van de Republiek. De zeeroute naar de Oostzee was bijvoorbeeld gesloten. De oorlog zorgde voor een verhoogde maritieme handelsactiviteit in de Oostenrijkse Nederlanden, met name via Oostende. Internationale kooplui vonden er een pragmatische oplossing voor het verderzetten van hun handel in het Caribisch gebied onder neutrale keizerlijke vlag.
In de rest van de wereld veroverden de Britten de West-Afrikaanse bezittingen van de WIC, evenals een aantal kolonies van de VOC. Ook Kaapstad bleef niet buiten schot. Onderweg om die kolonie aan te vallen, vielen de Engelsen de Saldanhabaai binnen, waar een aantal VOC-schepen lag te wachten om uit zicht van de Engelse vloot te blijven. De economische schade voor Nederland was zeer groot. Het conflict leidde wel tot een nieuw groot bouwprogramma voor oorlogsschepen. De Republiek sloot zich aan bij vredebesprekingen die vanaf 1782 in Parijs werden gehouden tussen Engeland en de Verenigde Staten, Frankrijk en Spanje. Op 2 september 1783 werd daar een voorlopig akkoord gesloten tussen de Republiek en Engeland. Pas op 20 mei 1784 sloten de beide landen in Parijs een definitief vredesverdrag. De VOC verloor het specerijenmonopolie. Engeland kreeg het recht op de vrije vaart op de Molukken. De Republiek verloor Negapatnam in India aan de Engelsen.
This gold ducat was minted in the year that the Fourth Anglo-Dutch War broke out;
During the American Revolutionary War (1775-1783), the Republic had initially decided to play an impartial role. When England also went to war with France and Spain in 1778 and appealed to the Republic for military and maritime support, the Republic continued to adhere to its neutrality and England′s request was rejected.
At the end of the 17th century and the beginning of the 18th century, England had taken over the dominant trading position of the Republic. Many merchants exchanged Amsterdam for London as a base for their overseas trade. The 18th century was a century of economic decline for the Republic. Driven mainly by jealousy, the Republic, which pretended to be neutral, decided to secretly support the rebels in America. Weapons and ammunition were shipped to the colony of Sint Eustatius, where they were then sold on to the Americans, much to the anger of the English. Although the English protested, the smuggling trade continued. This eventually led to England declaring war on the Republic on 20 December 1780. It was the beginning of the Fourth English War (1780-1784).
The Dutch navy was numerically outnumbered. As early as the winter of 1781, it became clear that the war would end in disaster for the Republic. In January 1781 alone, 200 Dutch merchant ships were captured. In February 1781, the English admiral George Brydges Rodney (1718-1792) captured the infamous island of Sint Eustatius. The only major naval battle of the war took place on 5 August 1781 at the Dogger Bank. This battle ended in a draw. In the following months, the Dutch fleet avoided further battles. This led to a de facto naval blockade of the Republic. For example, the sea route to the Baltic Sea was closed. The war led to increased maritime trade activity in the Austrian Netherlands, particularly via Ostend. International merchants found a pragmatic solution there to continue their trade in the Caribbean under a neutral imperial flag.
In the rest of the world, the British conquered the West African possessions of the WIC, as well as a number of colonies of the VOC. Cape Town was not spared either. On the way to attack that colony, the English invaded Saldanha Bay, where a number of VOC ships were waiting to stay out of sight of the English fleet. The economic damage for the Netherlands was very great. The conflict did lead to a new major construction program for warships. The Republic joined the peace talks that were held in Paris from 1782 onwards between England and the United States, France and Spain. On 2 September 1783, a provisional agreement was concluded between the Republic and England. It was not until 20 May 1784 that the two countries concluded a definitive peace treaty in Paris. The VOC lost the spice monopoly. England gained the right to free navigation on the Moluccas. The Republic lost Negapatnam in India to the English.
Delmonte 775 ; Verkade 39.6 ; HNPM.15 ; CNM.2.28.54 ; Friedberg 250 enkele minieme krasjes / some very minor scratches zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden dukaat 1783, Dordrecht
gewicht 3,49gr. ; goud Ø 22,5mm. muntmeester: Wouter Buck zonder munt- of muntmeesterteken variant: met gladde rand (R4)
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een pijlenbundel (7 pijlen), geflankeerd door het jaartal I7 - 83, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES - PAR•CRES•HOL• kz. Dubbel gelijnd vierkant met schelp- en bladornamenten aan de zijden en op de hoeken, met daarbinnen een tekst in 5 regels; MO:ORD: / PROVIN / FOEDER / BELG•AD / LEG•IMP.
Bij dit exemplaar ontbreekt de kabelrand. Dit is beslist niet het gevolg van het afslijpen van de rand. De rand vertoont daar namelijk geen sporen van en in dat geval had er ook een duidelijk waarneembaar gewichtsverlies moeten optreden. Dat is bij deze gouden dukaat niet het geval. De enige juiste conclusie moet dan ook zijn dat de kabelrand nooit is aangebracht bij dit exemplaar. Deze variant is niet gepubliceerd in enig naslagwerk. Als zodanig hoogst uitzonderlijk en uiterst zeldzaam.
The cable edge is missing from this example. This is definitely not the result of the edge being ground down. The edge shows no traces of this, and in that case, a clearly discernible weight loss should have occurred. That is not the case with this gold ducat. The only correct conclusion must therefore be that the cable edge was never applied to this example. This variant has not been published in any reference work. As such, it is highly exceptional and extremely rare.
Delmonte 775var. ; Verkade 39.6var. ; HNPM.15var. ; CNM.2.28.54var. ; Friedberg 250var. R4 zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Leicesterreaal 1586, Dordrecht
gewicht 33,99gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Jacob Jansz. de Jonge stempelsnijder Gerard van Bylaer muntteken roos
vz. Gelauwerd, gedrapeerd en geharnast borstbeeld van Leicester naar rechts binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES•PARVAE•CRESCVNT•HOL•❀ binnen een parelcirkel kz. De wapenschilden van Gelderland, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland geordend rondom bundel van zeven pijlen binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO•ORDIN•PROVIN•FOEDER•BELGIAE•1586• binnen een parelcirkel
Robert Dudley (1532-1588), graaf van Leicester, was een vertrouweling en favoriet van koningin Elizabeth I van Engeland. Hij was bijna haar echtgenoot geworden. Toen de Noordelijke Nederlanden de hulp inriepen van Engeland, stuurde zij hem in 1585 om hier te lande de strijd tegen de Spaanse troepen te leiden. Hij werd aangesteld als landvoogd over de Noordelijke Nederlanden. Tegen de zin in van Elizabeth I trok hij te veel macht naar zich toe. Hij ambieerde zelfs om vorst te worden van de Noordelijke Nederlanden. Hij was echter geen groot strateeg. Zo liepen zijn militaire campagnes tegen de Spanjaarden uit op een fiasco. Zware verliezen werden geleden in de slag bij Zutphen (of Warnsveld) op 22 september 1586, waarbij zijn officieren een dubieuze rol hadden gespeeld. Deventer ging verloren aan de Spanjaarden. Reeds in 1587 werd hij door Elizabeth ontboden om terug te keren naar Engeland, alwaar hij in 1588 stierf. In 1586 werd tijdens het bewind van Leicester besloten tot het slaan van nieuwe munttypen, volgens het zogenaamde muntplakkaat van Leicester van 4 augustus 1586, die uniformiteit moesten brengen in de muntslag in de verschillende provincies. Het waren de eerste generaliteitsmunten. Het waren de Leicesterreaal, de gelijkwaardige tegenhanger van de Philipsdaalder, de leicesterrijksdaalder en de kleinere denominaties van deze muntstukken. De stempels werden centraal vervaardigd in de Munt de Dordrecht door de bekwame graveur Gerard van Bylaer. Daar Robert Dudley geen soeverein vorst was, mocht hij niet met naam en toenaam op de munten vermeld worden. We zien echter onmiskenbaar het wat jeugdiger portret van Robert Dudley op de nieuwe munttypen. Met recht kregen ze dan ook de naam Leicesterreaal en leicesterrijksdaalder.
Robert Dudley (1532-1588), a long standing favourite of Elizabeth I, was appointed Earl of Leicester by her in 1564. A well knownladies’ man,he had a string of liaisons which led to him being banished from court but,eventually restored to Elizabeth’s favour, he was placed in command of the Dutch campaign of 1585 to aid the rebels and afforded the title Governor-General of the Dutch Republic. Leicester’s rebels laid siege to Zutphen, defended by a Spanish garrison under prince Alexander of Parma. The Spanish sent a relief column and on 22 September 1586 Leicester attempted to intercept it. He was forced to retire after suffering considerable losses,including the death of his own nephew, Sir Philip Sidney, and returned to England in disgrace.
vgl. Schulman BV, veiling 377, kavel 345 in zfr/pr met randdefecten/klemsporen (€ 5.000 + 20%)
Delmonte 981 ; Verkade 43.4 ; HNPM.27 ; CNM.2.28.55 ; Davenport 8842 RR Attractief exemplaar met een mooi patina en goed portret. Zeer zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Leicesterreaal 1586, Dordrecht
gewicht 34,17gr. ; zilver Ø 44mm. muntmeester Jacob Jansz. de Jonge stempelsnijder Gerard van Bylaer muntteken roos
vz. Gelauwerd, gedrapeerd en geharnast borstbeeld van Leicester naar rechts binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; CONCORDIA•RES•PARVAE•CRESCVNT•HOL•❀ kz. De wapenschilden van Gelderland, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland geordend rondom bundel van zeven pijlen binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; MO•ORDIN•PROVIN•FOEDER•BELGIAE•1586•
Robert Dudley (1532-1588), graaf van Leicester, was een vertrouweling en favoriet van koningin Elizabeth I van Engeland. Hij was bijna haar echtgenoot geworden. Toen de Noordelijke Nederlanden de hulp inriepen van Engeland, stuurde zij hem in 1585 om hier te lande de strijd tegen de Spaanse troepen te leiden. Hij werd aangesteld als landvoogd van de Noordelijke Nederlanden. Na de afzwering van Philips II in 1581 had men aanvankelijk Frans van Anjou als landheer beoogd. Frans van Anjou bleek echter totaal ongeschikt voor die rol en moest in 1583 al het veld ruimen. Robert Dudley was een mogelijke nieuwe kandidaat voor de rol van nieuwe landsheer van de Nederlanden. Tegen de zin in van Elizabeth I trok Robert te veel macht naar zich toe. Daarnaast waren zijn militaire campagnes een fiasco geworden. Zo had hij zware verliezen geleden in de slag bij Warnsveld op 22 september 1586, waarbij zijn officieren een dubieuze rol hadden gespeeld, en was Deventer verloren gegaan aan de Spanjaarden. Reeds in 1587 werd hij door Elizabeth ontboden om terug te keren naar Engeland, alwaar hij in 1588 stierf. Daarmee was ook Robert Dudley afgevallen als kandidaat als landsheer van de Nederlanden. In 1588 besloot men dan ook af te zien om verder te zoeken naar een nieuwe landsheer en besloten de Noordelijke Nederlanden definitief verder te gaan als Republiek. De politieke macht zou voortaan vooral komen te liggen bij de raadspensionaris en de militaire macht bij de stadhouder, in beide gevallen gekozen en aangestuurd door de Staten-Generaal. In de toekomst zouden die verschillende taken nogal eens tot confglict leiden (denk aan Maurits versus van Oldenbarneveldt en Frederik Hendrik versus Adriaan Pauw). Ondanks de korte periode dat Leicester landvoogd (1585-1587) is geweest van de Noordelijke Nederlanden is zijn numismatische nalatenschap toch omvangrijk. Al snel na zijn komst werd een reeks nieuwe munten ingevoerd conform het ′muntplakkaat van Leicester′ uit 1586, die uniformiteit moesten brengen in het betalingsverkeer. Feitelijk waren het de eerste generaliteitsmunten van de Republiek. Het grootste zilverstuk werd de Leicester reaal, die qua waarde de tegenhanger moest worden van de vertrouwde Philipsdaalder. De aanmunting bleek echter van korte duur en heeft zich beperkt tot 1586. De munt sloeg niet aan bij bevolking en handel en de producties in de diverse gewesten bleven derhalve zeer beperkt. Geen succes dus.
Robert Dudley (1532-1588), a long standing favourite of Elizabeth I, was appointed Earl of Leicester by her in 1564. A well known ladies′ man,he had a string of liaisons which led to him being banished from court but, eventually restored to Elizabeth′s favour, he was placed in command of the Dutch campaign of 1585 to aid the rebels and afforded the title Governor-General of the Dutch Republic. Leicester′s rebels laid siege to Warnsveld (Zutphen), defended by a Spanish garrison under prince Alexander of Parma. The Spanish sent a relief column and on 22 September 1586 Leicester attempted to intercept it. He was forced to retire after suffering considerablelosses, including the death of his own nephew, Sir Philip Sidney,and returned to England in disgrace.
vgl. Schulman BV, veiling 377, kavel 345 in zfr/pr met randdefecten/klemsporen (€ 5.000 + 20%)
Delmonte 981 ; Verkade 43.4 ; HNPM.27 ; CNM.2.28.55 ; Davenport 8842 RR Kleine muntplaatoneffenheden. Zeer zeldzaam. zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Leeuwendaalder 1577, Dordrecht
gewicht 24,36gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Jansz. de Jonge muntteken roos ❀
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst welke aan de onderzijde geflankeerd wordt door het jaartal 15 - 77, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; • MO•NO•ARG• – •ORDIN•HOL• kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR• ❀
Het jaartal 1577 komt aanmerkelijk minder voor dan bv. de jaren 1576 en 1589 en zal in veel kleinere oplage zijn aangemunt. Zeldzaam.
Bij een officieel voorgeschreven gewicht van 27,68 gram is deze leeuwendaalder opmerkelijk licht. Op basis van slijtage zou men een gewicht tussen de 27,00 en 27,50 gram verwachten, maar dit stuk weegt zo′n 3 gram minder. De munt is zonder twijfel authentiek en vertoont ook geen sporen van snoeien. Daarmee is de meest plausibele verklaring, dat men per vergissing een veel te licht muntplaatje heeft gebruikt die ook bij controle niet is opgemerkt en dat deze leeuwendaalder ondanks de gewichtsafwijking toch in circulatie is gebracht. Zeer ongebruikelijk en als zodanig een bijzonder en uniek stuk. Hoogst interessant.
Delmonte 831var. ; Verkade 48.3 ; HNPM.22var. ; CNM.2.28.66var. ; Davenport 8838var. RRRR zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Leeuwendaalder 1662/3?, Dordrecht
gewicht 27,30gr. ; zilver Ø 41mm. muntteken roos ❀ muntmeester Simon Rottermont
Het jaartal 1662 is gewijzigd uit een ouder jaar. Het is niet duidelijk uit welk jaar exact, maar waarschijnlijk uit de jaren 1630. Als zodanig zeer zeldzaam.
The date 1662 has been changed from an older year. It is not clear from which year exactly, but probably from the 1630s. As such very rare.
The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar.
In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia sent me an e-mail that he had discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Delmonte 832var. ; Verkade 49.1 ; HNPM.24var. ; CNM.2.28.68var. ; Davenport 4858var. ; KM.17var. RR lichte zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gehelmde rijksdaalder of prinsendaalder 1590, Dordrecht
gewicht 28,52gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Jansz. de Jonge muntteken roos ❀
Eenjarig overgangstype zonder de titel van Zeeland en met de keerzijde tekst; MOxNOxARGxCOMITATVSxHOLx ❀. Dit type komt slechts sporadisch voor en is zeer zeldzaam.
Na een stilstand van 3 jaar werden volgens Statenbesluit van 20 mei 1583 weer provinciale munten geslagen. Daar deze munten o.a. bestemd waren voor de Oostzeehandel koos men voor ontwerpen die aansloten bij de in het Duitse Rijk gebruikelijke typen. Zo sluit deze rijksdaalder nauw aan bij de Saksische talers. De afgebeelde edelman vertoond duidelijk de gelaatstrekken van de leider van de opstand, prins Willem van Oranje, hoewel diens naam niet genoemd wordt. Hij was immers geen soeverein vorst en kon niet als muntheer afgebeeld worden. Ook na Willems dood in 1584 bleef men dit munttype aanmunten, voor Holland tot en met 1602.
Coin with the portrait of William the Silent (1533-1584) ; William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also widely known as William the Silent or William the Taciturn or more commonly known as William of Orange, was the main leader of the Dutch revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years′ War and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as ″Gerardts″) in Delft in 1584.
Delmonte 922 ; Verkade 45.3 ; HNPM.38 ; CNM.2.28.71 ; Davenport 8841 RR Kleine zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Piedfort zilveren rijder 1673, Amsterdam
gewicht 65,49gr. ; zilver Ø 48x48mm. geslagen op dubbel gewicht op een vierkant muntplaatje muntmeester Gerrit van Romondt stempelsnijder Roelof Hensbergen
vz. Geharnaste ruiter naar rechts op ondergrond, met in zijn rechterhand een geheven zwaard, onder de ruiter het gekroonde wapenschild van Holland, omringd door de tekst; MON:NOV:ARG:CONFOE: – BELG•PROV.HOLL• ✿ kz. Gekroond Generaliteitswapen gehouden door twee gekroonde klimmende leeuwen, daarboven 16✿73, eronder stadswapen in een cartouche van bladornamenten, omringd door de tekst; .CONCORDIA. - RES•PARVAE• – CRESCUNT ✿
In 1672 werd de Republiek aangevallen door Frankrijk, Engeland, Keulen en Münster. Ten behoeve van de oorlogsuitgaven werd een Capitale lening uitgeschreven, waarvoor Amsterdam, de grootste en rijkste handelsstad in Holland, het belangrijkste aandeel leverde. De stad argumenteerde echter dat de capaciteit van de munt te Dordrecht onvoldoende was en dat het transport van een belangrijke lading zilver in oorlogstijd veel te gevaarlijk was. Amsterdam weigerde dan ook het zilver naar Dordrecht te laten brengen en stelde dat het ter plaatse diende vermunt te worden. Op 17 september 1672 gaven de Staten toestemming mits de aanmunting zou eindigen zodra de noodzaak daartoe niet meer bestond. De raad besloot nog dezelfde dag om Gerrit van Romondt (ook wel Ruymonde), de gewezen muntmeester van Zwolle, wegens de goede rapporten over zijn persoon, zijn capaciteit en zijn kennis van muntzaken, aan te stellen tot muntmeester van de Munt te Amsterdam. De munt werd daarop van Dordrecht naar Amsterdam verplaatst en de muntslag begon op 9 november 1672 en eindigde op 22 december 1673.
Het betreft hier een afslag op dubbel gewicht, geslagen op een vierkant muntplaatje. Deze stukken zijn de geslagen in de Munt van Amsterdam, maar waren niet bestemd voor circulatie. Ze zijn kort na het beleg geslagen met de muntstempels van de enkelvoudige stukken en dienden ter herinnering aan de penibele situatie waarin de Republiek zich anderhalf jaar bevond en waarin te Amsterdam voor de eerste (en laatste) keer het provinciaal munthuis van Holland was gevestigd. Er bestaat een tamelijk omvangrijke reeks van deze gedenkmunten, voornamelijk uit 1673. De piedforts geslagen op een vierkant muntplaatje zijn zonder uitzondering zeldzaamheden en komen slechts sporadisch voor. Uiterst zeldzaam.
Delmonte 1018b ; vgl. Verkade 43.1 ; HNPM.11.7 ; van der Wiel, type II, no.9a (JMP.1988) ; CNM.2.02.44 (geen prijsnotering) ; Davenport 4932 RRR Uitzonderlijk scherpe slag voor een piedfort van dit type. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Piedfort zilveren rijder 1673, Amsterdam
gewicht 53,85gr. ; zilver Ø 44mm. muntmeester Gerrit van Romondt stempelsnijder Roelof Hensbergen Geslagen in het atelier van Christoffel Adolphi te Amsterdam. Op de zijkant randschrift ✿TER GEDACHTENISSE VAN DE MUNTE VAN AMSTEDAM✿
In 1672 werd de Republiek aangevallen door Frankrijk, Engeland, Keulen en Münster. Ten behoeve van de oorlogsuitgaven werd een Capitale lening uitgeschreven, waarvoor Amsterdam, de grootste en rijkste handelsstad in Holland, het belangrijkste aandeel leverde. De stad argumenteerde echter dat de capaciteit van de munt te Dordrecht onvoldoende was en dat het transport van een belangrijke lading zilver in oorlogstijd veel te gevaarlijk was. Amsterdam weigerde dan ook het zilver naar Dordrecht te laten brengen en stelde dat het ter plaatse diende vermunt te worden. Op 17 september 1672 gaven de Staten toestemming mits de aanmunting zou eindigen zodra de noodzaak daartoe niet meer bestond. De raad besloot nog dezelfde dag om Gerrit van Romondt (ook wel Ruymonde), de gewezen muntmeester van Zwolle, wegens de goede rapporten over zijn persoon, zijn capaciteit en zijn kennis van muntzaken, aan te stellen tot muntmeester van de Munt te Amsterdam. De munt werd daarop van Dordrecht naar Amsterdam verplaatst en de muntslag begon op 9 november 1672 en eindigde op 22 december 1673.
Als van der Wiel 7e, doch dit exemplaar weegt niet rond de 61,0 gram, maar slechts 53,85 gram. Ook hier betreft het dus een afslag op een meer dan enkelvoudig gewicht, maar niet geheel het dubbele gewicht. Uit deze willekeurige gewichten blijkt duidelijk dat deze stukken geslagen zijn om het korte bestaan van een munthuis te Amsterdam, in de jaren 1672-1673 te memoreren, en dus geslagen zijn als gedenkmunten die niet voor circulatie bestemd waren. De stukken zijn waarschijnlijk vervaardigd door de Amsterdamse medailleur Christoffer Adolphi. Uiterst zeldzaam.
Delmonte 1018e ; vgl. van der Wiel, type II, no.7e (JMP.1988) ; Verkade 43.3 ; HNPM.11.6var. ; CNM.2.02.46 en 2.02.50 RRR Gebruikelijke zwakke slag. Mooi patina. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gesoigneerde zilveren rijder 1754, Dordrecht
gewicht 32,69gr. ; zilver Ø 44mm. muntteken roos en stadsschild van Dordrecht muntmeester Otto Buck met tulprand vz. Geharnaste ridder met een sjerp om en met een geheven zwaard in de rechterhand gezeten op een naar rechts galopperend paard met op de voorgrond het gekroonde provinciewapen en omringd door de tekst: MO : NO : ARG : CON - FOE : BELG : PRO : HOL˙ en stadsschild van Dordrecht kz. Gekroond Generaliteitswapen gehouden door twee frontaal aanziende gekroonde leeuwen, daaronder 1754 binnen een cartouche van bladornamenten, omringd door de tekst; CONCORDIA - RES PARVÆ - CRESCUNT. ✿ Het zilveren huwelijk van muntmeester Otto Buck en Maria Sixti op 6 maart 1754 werd uitbundig gevierd. Zo werd voor deze gelegenheid gezangenbundel uitgegeven en als muntmeester liet Otto fraaie presentiestukken vervaardigen van de zilveren rijder, die hij ongetwijfeld bij zijn jubileumviering heeft uitgereikt aan familie en goede relaties. Deze presentiestukken bestonden uit zilveren rijders op enkelvoudig gewicht met tulprand, piedforts met gladde rand, kabelrand en gegraveerde rand. De stempels van deze stukken zijn met grote zorg vervaardigd door de kundige stempelsnijder Johannes Drappentier Sr. Hij stamde uit een Haagse familie van stempelsnijders. De zilveren rijders van dit jaar kunnen ongetwijfeld tot de mooiste munten van de Republiek gerekend worden en zijn een absoluut pronkstuk voor iedere verzameling. Deze afslag op enkelvoudig gewicht en met gesoigneerde stempels en tulprand is zo mogelijk nog zeldzamer dan de piedforts van dit jaartal. Het stuk is perfect uitgewerkt to in de fijnste details en heeft daarnaast een voortreffelijk patina. Zeer zeldzaam als munt, uiterst zeldzaam in deze perfecte staat. The silver wedding of mintmaster Otto Buck and Maria Sixti on 6 March 1754 was celebrated with great gusto. For example, a collection of hymns was published for this occasion and, as mint master, Otto had beautiful presentation pieces made of the silver rider, which he undoubtedly presented to family and good relations during his jubilee celebrations. These presentation pieces consisted of single weight silver riders with tulip edge, smooth edge piedforts, cable edge and engraved edge. The dies of these pieces are made with great care by the skilled die cutter Johannes Drappentier Sr. He came from a family of die cutters in The Hague. This year′s silver riders are undoubtedly among the most beautiful coins of the Republic and a showpiece for any collection. This single weight piece with tulip edge is, if possible, even rarer than the piedforts (double weight pieces) of this year. The piece is perfectly worked out in the finest details and also has an excellent patina. Very rare as a coin and extremely rare in this perfect state of preservation. Delmonte 1014 ; Verkade 42.1 ; HNPM.45 ; CNM.2.28.84 ; Davenport 1827 RR unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Provinciale driegulden 1681, Dordrecht
gewicht 31,78gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Mathhaeus Sonnemans zonder munt- of muntmeesterteken
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond wapen van Holland, geflankeerd door 3 - G, daarboven, tussen de fleurons van de kroon, I - 6 - 8 - I, omringd door de tekst; MO:NO:ARGENT:COMIT:HOLL:
In de jaren 1681-1694 zijn slechts 67.388 stuks drieguldens aangemunt. Zeldzaam
Delmonte 1126 ; Verkade 51.1 ; HNPM.56 ; CNM.2.28.96 ; Davenport 4952 ; KM.63 R Nauwelijks gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. Zeer mooi. pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gulden 1681, Dordrecht
gewicht 10,40gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Mattheus Sonnemans zonder munt- of muntmeesterteken met gladde rand
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond wapen van Holland, geflankeerd door I - G, daarboven, tussen de fleurons van de kroon, I - 6 - 8 - I, omringd door de tekst; MO:NO:ARGENT:COMIT:HOLL•
Delmonte 1172 ; Verkade 51.3 ; HNPM.58 ; CNM.2.28.98 R weinig gecirculeerd exemplaar met nog enige stempelglans zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND – Gulden 1735, Dordrecht
gewicht 10,50gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Otto Buck zonder munt- of muntmeesterteken met gladde rand
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder I 7 3 5, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen, geflankeerd door I - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FÆD:BELG:HOLL:
Delmonte 1179 ; Verkade 53.3 ; HNPM.64 ; CNM.2.28.104 ietwat zwakke slag, maar ook nog enige stempelglans zfr+ à zfr/pr
|
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gulden 1793, Dordrecht
gewicht 10,33gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Jan Abraham Bodisco zonder munt- of muntmeesterteken met kabelrand
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder I 7 9 3 , omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen, geflankeerd door I - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FÆD:BELG:HOLL•
Delmonte 1179 ; Verkade 53.3 ; HNPM.64 ; CNM.2.28.104 diverse krasjes op zowel voor- als keerzijde, doch nauwelijks gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gulden 1794, Dordrecht
gewicht 10,40gr. ; zilver Ø 31,5mm. muntmeester: Jan Abraham Bodisco zonder munt- of muntmeesterteken met kabelrand
vz. De Nederlandse Maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder I 7 9 4 , omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen, geflankeerd door I - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FÆD:BELG:HOLL•
Delmonte 1179 ; Verkade 53.3 ; HNPM.64 ; CNM.2.28.104 lichte krasjes op de voorzijde zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - X Stuivers 1606, Dordrecht
gewicht 5,83gr.; zilver Ø 31mm. muntmeester Jacob Jansz. de Jonge muntteken roos
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, geheven zwaard in zijn rechterhand rustend op schouder, zijn linkerhand rustend op het wapenschild van Holland dat rechts voor hem is geplaatst, geflankeerd door het jaartal 16 - 06, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •MO•ARG•PRO•CON - F - OE•BELG•HOL• ✿ kz. Gekroond wapenschild met klimmende generaliteitsleeuw lopend naar rechts met geheven zwaard in rechterklauw en bundel van zeven pijlen in de linkerklauw, geflankeerd door waardeaanduiding X – S, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; + CONCORDIA • RES • PARVÆ • CRESCVNT
Bij invoering van de generaliteitsmunten in 1606 werd ook een nieuwe denominatie toegevoegd; het zilveren tienstuiverstuk. Net als bij de gouden rijder, was dit munttype ontleend aan het Engelse muntstelsel van ′Coninck Jacob van Groot-Brittaegne′ (James I). Het zilveren tienstuiverstuk was de equivalent van de Engelse shilling en werd geslagen op diens muntvoet, zowel in gewicht als gehalte. Holland nam het voortouw bij deze aanmunting en het zou weldra navolging vinden in de provincies Friesland, Gelderland en Zeeland. De bedoeling was dat dit munttype de grote massa′s circulerende goedkopere (minderwaardige) schellingen van zes stuiver zou gaan vervangen. Hiervan kwam niets terecht. Het nieuwe munttype sloeg totaal niet aan bij de handel en de bevolking. De producties bleef in de vier muntende provincies derhalve zeer beperkt en zou geen vervolg krijgen. Voor Holland bleef de productie beperkt tot slechts 10.540 stuks. Zeer zeldzaam.
Delmonte 1195 ; Verkade 54.5 ; HNPM.69 ; CNM.2.28.110 RR kleine muntplaatoneffenheden zfr/zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Muntmeesterpenning 1759, Dordrecht
gewicht 3,01gr. ; zilver Ø 23mm. muntmeester Wouter Buck zonder munt- of muntmeesterteken
vz. De Nederlandse Maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen, geflankeerd door I7 - 59, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FÆD:BELG:HOLL:
In 1756 besloot muntmeester Johan Cramer, muntmeester aan de Gelderse Munt te Harderwijk, tot de aanmunting van nieuwjaarspenningen. Qua groote en type tonen deze stukken grote gelijkenis met de kwartguldens van Holland uit 1692, maar dan zonder waarde aanduiding. In 1758 nam de Utrechtse muntmeester Novisadi dit voorbeeld over, gevolgd door Holland en West-Friesland in 1759. Ze werden door de verschillende munthuizen verkocht voor prijzen die variëerden van 4 ½ tot 6 stuivers. De nieuwjaarspenningen werden algemeen als kwartguldens aangenomen en gebruikt, hoewel het geen officiële munten waren en de intrinsieke waarde in verhouding tot de gulden veelal te gering was. De Staten-Generaal tekenden in 1759 dan ook protest aan tegen deze aanmuntingen. Op 29 mei 1759 schreef de Gelderse muntmeester Novosadi hen, dat deze penninkjes geen kwart guldens waren maar penninkjes vanwege het nieuwe jaar. Dit verweer mocht evenwel niet helpen en in 1760 werd een verbod uitgevaardigd tegen de aanmaak van penningen in de gedaante van niet geldige muntstukken (resolutie der Staten-Generaal van 10 december 1760). Daarmee werd niet het vervaardigen van nieuwjaarpenningen verboden, zolang deze maar vervaardigd werden met de muntstempels van geldige muntstukken.
In 1756, mint master Johan Cramer, mint master at the Gelderland Mint in Harderwijk, decided to mint New Year′s tokens. In terms of size and type, these pieces bear a strong resemblance to the quarter-guilders of Holland from 1692, but without a value indication. In 1758, the Utrecht mint master Novisadi adopted this example, followed by Holland and West Friesland in 1759. They were sold by the various mints for prices ranging from 4 1/2 to 6 stuivers. The New Year′s tokens were generally accepted and used as quarter-guilders, although they were not official coins and their intrinsic value in relation to the guilder was often too low. Consequently, the States-General in The Hague lodged a protest against these mintings in 1759. On 29 May 1759, the Gelderland mint master Novosadi wrote to them stating that these little tokens were not quarter-guilders but tokens for the New Year. However, this defense proved unsuccessful, and in 1760 a ban was issued against the production of tokens in the form of invalid coins (resolution of the States- General of 10 December 1760). This did not prohibit the manufacture of New Year′s tokens, provided they were produced using the minting dies of valid coins.
vgl. Künker Auction 414, collectie Lodewijk S. Beuth, kavel 444 (in pr/unc: € 400 incl. opgeld)
Verkade 54.3 ; HNPM.67 ; CNM.2.28.108 gebruikelijk zwaktes van de slag, doch attractief exemplaar veel stempelglans pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Muntmeesterpenning 1759, Dordrecht
gewicht 2,82gr. ; zilver Ø 22,5mm. muntmeester Wouter Buck zonder munt- of muntmeesterteken
vz. De Nederlandse Maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen, geflankeerd door I7 - 59, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FÆD:BELG:HOLL:
In 1756 besloot muntmeester Johan Cramer, muntmeester aan de Gelderse Munt te Harderwijk, tot de aanmunting van nieuwjaarspenningen. Qua groote en type tonen deze stukken grote gelijkenis met de kwartguldens van Holland uit 1692, maar dan zonder waarde aanduiding. In 1758 nam de Utrechtse muntmeester Novisadi dit voorbeeld over, gevolgd door Holland en West-Friesland in 1759. Ze werden door de verschillende munthuizen verkocht voor prijzen die variëerden van 4 ½ tot 6 stuivers. De nieuwjaarspenningen werden algemeen als kwartguldens aangenomen en gebruikt, hoewel het geen officiële munten waren en de intrinsieke waarde in verhouding tot de gulden veelal te gering was. De Staten-Generaal tekenden in 1759 dan ook protest aan tegen deze aanmuntingen. Op 29 mei 1759 schreef de Gelderse muntmeester Novosadi hen, dat deze penninkjes geen kwart guldens waren maar penninkjes vanwege het nieuwe jaar. Dit verweer mocht evenwel niet helpen en in 1760 werd een verbod uitgevaardigd tegen de aanmaak van penningen in de gedaante van niet geldige muntstukken (resolutie der Staten-Generaal van 10 december 1760). Daarmee werd niet het vervaardigen van nieuwjaarpenningen verboden, zolang deze maar vervaardigd werden met de muntstempels van geldige muntstukken.
In 1756, mint master Johan Cramer, mint master at the Gelderland Mint in Harderwijk, decided to mint New Year′s tokens. In terms of size and type, these pieces bear a strong resemblance to the quarter-guilders of Holland from 1692, but without a value indication. In 1758, the Utrecht mint master Novisadi adopted this example, followed by Holland and West Friesland in 1759. They were sold by the various mints for prices ranging from 4 1/2 to 6 stuivers. The New Year′s tokens were generally accepted and used as quarter-guilders, although they were not official coins and their intrinsic value in relation to the guilder was often too low. Consequently, the States-General in The Hague lodged a protest against these mintings in 1759. On 29 May 1759, the Gelderland mint master Novosadi wrote to them stating that these little tokens were not quarter-guilders but tokens for the New Year. However, this defense proved unsuccessful, and in 1760 a ban was issued against the production of tokens in the form of invalid coins (resolution of the States- General of 10 December 1760). This did not prohibit the manufacture of New Year′s tokens, provided they were produced using the minting dies of valid coins.
Verkade 54.3 ; HNPM.67 ; CNM.2.28.108 gebruikelijk zwaktes van de slag, doch nog enige stempelglans zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Muntmeesterpenning 1759, Dordrecht
gewicht 2,83gr. ; zilver Ø 22,5mm. muntmeester Wouter Buck zonder munt- of muntmeesterteken
vz. De Nederlandse Maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen, geflankeerd door I7 - 59, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FÆD:BELG:HOLL:
In 1756 besloot muntmeester Johan Cramer, muntmeester aan de Gelderse Munt te Harderwijk, tot de aanmunting van nieuwjaarspenningen. Qua groote en type tonen deze stukken grote gelijkenis met de kwartguldens van Holland uit 1692, maar dan zonder waarde aanduiding. In 1758 nam de Utrechtse muntmeester Novisadi dit voorbeeld over, gevolgd door Holland en West-Friesland in 1759. Ze werden door de verschillende munthuizen verkocht voor prijzen die variëerden van 4 ½ tot 6 stuivers. De nieuwjaarspenningen werden algemeen als kwartguldens aangenomen en gebruikt, hoewel het geen officiële munten waren en de intrinsieke waarde in verhouding tot de gulden veelal te gering was. De Staten-Generaal tekenden in 1759 dan ook protest aan tegen deze aanmuntingen. Op 29 mei 1759 schreef de Gelderse muntmeester Novosadi hen, dat deze penninkjes geen kwart guldens waren maar penninkjes vanwege het nieuwe jaar. Dit verweer mocht evenwel niet helpen en in 1760 werd een verbod uitgevaardigd tegen de aanmaak van penningen in de gedaante van niet geldige muntstukken (resolutie der Staten-Generaal van 10 december 1760). Daarmee werd niet het vervaardigen van nieuwjaarpenningen verboden, zolang deze maar vervaardigd werden met de muntstempels van geldige muntstukken.
In 1756, mint master Johan Cramer, mint master at the Gelderland Mint in Harderwijk, decided to mint New Year′s tokens. In terms of size and type, these pieces bear a strong resemblance to the quarter-guilders of Holland from 1692, but without a value indication. In 1758, the Utrecht mint master Novisadi adopted this example, followed by Holland and West Friesland in 1759. They were sold by the various mints for prices ranging from 4 1/2 to 6 stuivers. The New Year′s tokens were generally accepted and used as quarter-guilders, although they were not official coins and their intrinsic value in relation to the guilder was often too low. Consequently, the States-General in The Hague lodged a protest against these mintings in 1759. On 29 May 1759, the Gelderland mint master Novosadi wrote to them stating that these little tokens were not quarter-guilders but tokens for the New Year. However, this defense proved unsuccessful, and in 1760 a ban was issued against the production of tokens in the form of invalid coins (resolution of the States- General of 10 December 1760). This did not prohibit the manufacture of New Year′s tokens, provided they were produced using the minting dies of valid coins.
Verkade 54.3 ; HNPM.67 ; CNM.2.28.108 zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Roosschelling van 6 stuiver 1601, Dordrecht
gewicht 4,86gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Jacob Jansz. de Jonghe muntteken roos
vz. Gekroond provinciewapen binnen een gesloten omheining (de zgn. “Hollandse tuin”), daarboven jaartal, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO•NO•COM•HOLLANDIÆ en roos kz. Lang gebloemd kruis, met roosje in het hart, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; VIGILA - TE•DEO - CONFID - ENTES• (vertaald; “Wees waakzaam in vertrouwen op God”)
In tegenstelling tot provincies als Zeeland, Gelderland en Utrecht, kende Holland voor 1601 geen muntstukken ter waarde van 6 stuivers, de zogenaamde schelling. Men besloot derhalve ook over te gaan tot het uitgeven van een muntstuk van die waarde, die immers een welkome aanvulling zou zijn op de muntstukken die tot dan toe te Holland werden geslagen. Dit resulteerde in 1601 tot de uitgifte van een schelling, die vanwege het roosje in het hart van een bloemvormig kruis op de keerzijde uiteindelijk de naam roosschelling kreeg. Dit initiatief van Holland kreeg nog in datzelfde jaar navolging van diverse andere provincies, namelijk West-Friesland, Zeeland, Utrecht en Gelderland, en de rijksstad Deventer. Voor Holland was het blijkbaar geen groot succes, want het is bij dat ene jaar gebleven. West-Friesland, Zeeland en Utrecht hebben dit muntstuk wel langere tijd in productie gehouden en ook Overijssel heeft in 1639 nog roosschellingen aangemunt.
Verkade 55.1 ; HNPM.70 ; CNM.2.28.111 zwaktes van de slag en klein slagbarstje zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1679, Dordrecht
gewicht 4,97gr. ; zilver Ø 24mm. muntmeester Mattheus Sonnemans stempelsnijder Daniël Drappentier
vz. Voor de wind varend oorlogsschip; de grote vlag op het achtersteven is een effen doek waarop een arm met zwaard, rondom te tekst VIGILATE DEO CONFIDENTES kz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S., daarboven 1 6 7 9, rondom de tekst MO:NO:ORD:HOLL:ET:WEST-FRI
Op de voorzijde wordt de Republiek gesymboliseerd door een Nederlands oorlogschip. De oorlogsvloot had mede bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Het schip wordt omringd door de Latijnse tekst ′Vigilate Deo Confidentes′ ,vertaald; ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ . Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
On the obverse, the Dutch Republic is symbolized by a Dutch warship. The war fleet had contributed to the independence of the Northern Netherlands. The ship is surrounded by the Latin text ′Vigilate Deo Confidentes′, translated; ″be vigilant, trusting in God″. This motto dates from the time of the Revolt (16th century), and became the motto of the States of Holland during the Republic. It is still the motto of the current province of South Holland.
Lichte zwakte van de slag, doch nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar. Zeer zeldzaam in deze hoge kwaliteit.
Some minor weakness of stike, but hardly circulated lustrous specimen. Very rare in this high state of preservation.
Verkade 55.5 ; vgl. van der Wiel 7 (JMP.1987) ; HNPM.73 ; CNM.2.28.115 R pr+ à pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden afslag van scheepjesschelling 1702, Dordrecht
gewicht 6,94gr. ; goud Ø 26,5mm. muntmeester Mattheus Sonnemans
vz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S, daarboven I 7 0 2, omringd door de tekst MO:NO:ORD:HOLL:ET WEST-FRI kz. Voor de wind varend oorlogsschip; de Nederlandse vlag op het achtersteven, omringd door de tekst VIGILATE DEO CONFIDENTES
Afslag in goud op gewicht van een dubbele gouden dukaat. Gouden afslagen van scheepjesschellingen van voor 1720 komen hoogst sporadisch voor. Uiterst zeldzaam.
Scheepjesschelling minted in gold on weight of 2 ducats. Gold scheepjesschellingen from before 1720 are hardly seen in collections and sales. Extremely rare.
Op de voorzijde wordt de Republiek gesymboliseerd door een Nederlands oorlogschip. De oorlogsvloot had mede bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Het schip wordt omringd door de Latijnse tekst ′Vigilate Deo Confidentes′ ,vertaald; ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ . Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
On the obverse, the Dutch Republic is symbolized by a Dutch warship. The war fleet had contributed to the independence of the Northern Netherlands. The ship is surrounded by the Latin text ′Vigilate Deo Confidentes′, translated; ″be vigilant, trusting in God″. This motto dates from the time of the Revolt (16th century), and became the motto of the States of Holland during the Republic. It is still the motto of the current province of South Holland.
Delmonte 861 ; Verkade 55.5 ; van der Wiel 12a (JMP.1987) ; HNPM.73.3 ; CNM.2.28.115 RRR Enkele lichte krasjes op de voorzijde, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. pr à pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1707, Dordrecht
gewicht 4,70gr. ; zilver Ø 26,5mm.
vz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S., daarboven het jaartal, rondom de tekst MO:NO:ORD:HOLL:ET:WEST:FRI kz. Voor de wind varend oorlogsschip; de grote vlag op het achtersteven is een effen doek waarop andreaskruis, rondom te tekst VIGILATE DEO CONFIDENTES
Vanaf 1700 werden deze scheepjesschellingen alleen nog voor de V.O.C. aangemunt t.b.v. gebruik in zuidoost Azië. Ondanks zeer grote oplages is slechts een klein gedeelte bewaard gebleven. Sommige jaartallen komen niet of nauwelijks in de handel voor. Van der Wiel (1987) kende dit jaartal nog niet. Hoogst zeldzaam.
Op de voorzijde wordt de Republiek gesymboliseerd door een Nederlands oorlogschip. De oorlogsvloot had mede bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Het schip wordt omringd door de Latijnse tekst ′Vigilate Deo Confidentes′ ,vertaald; ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ . Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
On the obverse, the Dutch Republic is symbolized by a Dutch warship. The war fleet had contributed to the independence of the Northern Netherlands. The ship is surrounded by the Latin text ′Vigilate Deo Confidentes′, translated; ″be vigilant, trusting in God″. This motto dates from the time of the Revolt (16th century), and became the motto of the States of Holland during the Republic. It is still the motto of the current province of South Holland.
Verkade 55.6 ; vgl. van der Wiel- (JMP.1987) ; HNPM.- (vgl.73) ; vgl.CNM.2.28.115/116 RRR kleine zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1720,
gewicht 5,50gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Isaac Westerveen stempelsnijder Johannes Drappentier
vz. Voor de wind varend oorlogsschip; de Nederlandse vlag op het achtersteven, omgeven door de tekst; VIGILATE DEO CONFIDENTES kz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S, daarboven 1720, rondom de tekst MO:NO:ORD:HOLL:ET:WESTFRI:
Op de voorzijde wordt de Republiek gesymboliseerd door een Nederlands oorlogschip. De oorlogsvloot had mede bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Het schip wordt omringd door de Latijnse tekst ′Vigilate Deo Confidentes′ ,vertaald; ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ . Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
On the obverse, the Dutch Republic is symbolized by a Dutch warship. The war fleet had contributed to the independence of the Northern Netherlands. The ship is surrounded by the Latin text ′Vigilate Deo Confidentes′, translated; ″be vigilant, trusting in God″. This motto dates from the time of the Revolt (16th century), and became the motto of the States of Holland during the Republic. It is still the motto of the current province of South Holland. Vanaf 1700 werden deze scheepjesschellingen alleen nog voor de V.O.C. aangemunt t.b.v. gebruik in zuidoost Azië. Ondanks zeer grote oplages is slechts een klein gedeelte daarvan bewaard gebleven. Sommige jaartallen komen niet of nauwelijks in de handel voor. Ook het jaartal 1720 komt maar heel weinig voor in de handel of collecties. Uiterst zeldzaam.
Verkade 55.6 ; van der Wiel 25 (JMP.1987) ; HNPM.- (vgl. 74) ; CNM.- (vgl. 2.28.116) RRR Kleine zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1734/3, Dordrecht
gewicht 4,94gr. ; zilver Ø 26,5mm. muntmeester Otto Buck stempelsnijder Johannes Drappentier vz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S., daarboven I 7 3 4, rondom de tekst MO:NO:ORD:HOLL:ET:WESTFRI: kz. Voor de wind varend oorlogsschip; de grote vlag op het achtersteven is de Nederlandse vlag, omringd door te tekst; VIGILATE DEO CONFIDENTES•
Het jaartal 1734 is gewijzigd uit 1733. Zeer zeldzaam. Vanaf 1700 werden deze scheepjesschellingen alleen nog voor de V.O.C. aangemunt t.b.v. gebruik in zuidoost Azië.
Op de voorzijde wordt de Republiek gesymboliseerd door een Nederlands oorlogschip. De oorlogsvloot had mede bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Het schip wordt omringd door de Latijnse tekst ′Vigilate Deo Confidentes′ ,vertaald; ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ . Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
On the obverse, the Dutch Republic is symbolized by a Dutch warship. The war fleet had contributed to the independence of the Northern Netherlands. The ship is surrounded by the Latin text ′Vigilate Deo Confidentes′, translated; ″be vigilant, trusting in God″. This motto dates from the time of the Revolt (16th century), and became the motto of the States of Holland during the Republic. It is still the motto of the current province of South Holland.
Verkade 55.6 ; vgl. van der Wiel 41 (JMP.1987) ; HNPM.74 ; CNM.2.28.116 RR zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1735, Dordrecht
gewicht 4,82gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Otto Buck stempelsnijder Johannes Drappentier
vz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S, daarboven I 7 3 5, omringd door de tekst; MO:NO:ORD:HOLL:ET:WESTFRI: kz. Voor de wind varend oorlogsschip; de grote vlag op het achtersteven is de Nederlandse vlag, omringd door te tekst; VIGILATE DEO CONFIDENTES •
Vanaf 1700 werden deze scheepjesschellingen alleen nog voor de V.O.C. aangemunt t.b.v. gebruik in zuidoost Azië.
Met de Hollandse wapenspreuk ′Vigilate Deo Confidentes′ vertaald; ″weest waakzaam, vertrouwend op God″ Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
With the coat of arms saying ′Vigilate Deo Confidentes′ (Watch and trust in God). During the time of the Dutch Republic, this was the coat of arms of the states of Holland, which they carried under the coat of arms of the medieval county of Holland: a red lion on a gold background. Today it is the emblem of the Dutch province ″ Zuid-Holland ″ (South Holland).
Verkade 55.6 ; vgl. van der Wiel 40 (JMP.1987) ; HNPM.74 ; CNM.2.28.116 zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1745, Dordrecht
gewicht 5,01gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Otto Buck
vz. Voor de wind varend oorlogsschip; de grote vlag op het achtersteven is de Nederlandse vlag, omringd door te tekst; VIGILATE DEO CONFIDENTES • kz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S., daarboven I 7 4 5, omringd door de tekst MO:NO:ORD:HOLL:ET:WESTFRI:
Vanaf 1700 werden deze scheepjesschellingen alleen nog voor de V.O.C. aangemunt t.b.v. gebruik in zuidoost Azië.
From 1700 onwards, these ship shillings were minted exclusively for the VOC for use in Southeast Asia.
Met de Hollandse wapenspreuk; VIGILATE DEO CONFIDENTES : ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ (“Watch, trusting in God”) Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staaten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van Zuid-Holland.
Van dit jaartal werden slechts 47.170 stuks aangemunt. Zeldzaam.
Only 47,170 pieces were minted of this year. Rare.
Verkade 55.6 ; van der Wiel 50 (JMP.1987) ; HNPM.74 ; CNM.2.28.116 R Weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. pr à pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1750/48, Dordrecht
gewicht 4,66gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Otto Buck
vz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - ., daarboven I 7 5 0, omringd door de tekst; MO:NO:ORD:HOLL:ET:WESTFRI: kz. Voor de wind varend oorlogsschip; de grote vlag op het achtersteven is de Nederlandse vlag, omringd door te tekst; VIGILATE DEO CONFIDENTES
Het jaartal 1750 is gewijzigd uit 1748. Deze jaartalwijziging was niet eerder gesignaleerd en is ongepubliceerd. Uiterst zeldzaam.
Vanaf 1700 werden deze scheepjesschellingen alleen nog voor de V.O.C. aangemunt t.b.v. gebruik in zuidoost Azië.
Op de voorzijde wordt de Republiek gesymboliseerd door een Nederlands oorlogschip. De oorlogsvloot had mede bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Het schip wordt omringd door de Latijnse tekst ′Vigilate Deo Confidentes′ ,vertaald; ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ . Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
On the obverse, the Dutch Republic is symbolized by a Dutch warship. The war fleet had contributed to the independence of the Northern Netherlands. The ship is surrounded by the Latin text ′Vigilate Deo Confidentes′, translated; ″be vigilant, trusting in God″. This motto dates from the time of the Revolt (16th century), and became the motto of the States of Holland during the Republic. It is still the motto of the current province of South Holland.
Verkade 55.6 ; vgl. van der Wiel 55 (JMP.1987) ; HNPM.- (vgl.74) ; CNM.- (vgl.2.28.116) RRR zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Scheepjesschelling 1761, Dordrecht
gewicht 4,77gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Wouter Buck
vz. Gekoond provinciewapen van Holland tussen 6 - S, daarboven I 7 6 I, omringd door de tekst MO:NO:ORD:HOLL:ET WESTFRI: kz. Voor de wind varend oorlogsschip; de Nederlandse vlag op het achtersteven, omringd door de tekst; VIGILATE DEO CONFIDENTES •
Op de voorzijde wordt de Republiek gesymboliseerd door een Nederlands oorlogschip. De oorlogsvloot had mede bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden. Het schip wordt omringd door de Latijnse tekst ′Vigilate Deo Confidentes′ ,vertaald; ″weest waakzaam , vertrouwende op God″ . Deze spreuk stamt uit de tijd van de Opstand (16e eeuw), en werd ten tijde van de Republiek de wapenspreuk van de Staten van Holland. Het is nog altijd de wapenspreuk van de provincie Zuid-Holland.
On the obverse, the Dutch Republic is symbolized by a Dutch warship. The war fleet had contributed to the independence of the Northern Netherlands. The ship is surrounded by the Latin text ′Vigilate Deo Confidentes′, translated; ″be vigilant, trusting in God″. This motto dates from the time of the Revolt (16th century), and became the motto of the States of Holland during the Republic. It is still the motto of the current province of South Holland.
Het betreft hier het laatste jaar van de Hollandse scheepjesschelling bestemd voor circulatie. Nadien zijn alleen nog gouden exemplaren geslagen, als presentiestukken.
Verkade 55.6 ; van der Wiel 66 (JMP.1987) ; HNPM.74 ; CNM.2.28.116 zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Duit z.j. (1590-1598), Dordrecht
gewicht 3,43gr. ; koper Ø 21mm. muntmeester Jacob Jansz. de Jonge muntteken roos
vz. Hollandse maagd zittend frontaal, rechterhand wijzend naar boven haar schijnende zon, de linker geplaatst in haar zij, binnen een omheining met aan de voorzijde een hek, omringd door de tekst: •AVX•NOS•IN•NOM•DOM ❀ voluit: aux nostrum in nomine domominum, vertaald: onze hulp is in de naam der Heeren
kz. Krans van lauwertakken, aan de boven-en onderzijde onderbroken door een roos, en links en rechts door twee naast elkaar geplaatste bollen, daarbinnen de tekst: HOL / LAN / DIA
Verkade 57.3 ; PW.2004 ; HNPM.81 ; CNM.2.28.123 minieme sporen van oxidatie, doch voor type een mooi exemplaar zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - STAD GORINCHEM - Rozenobel van 9 gulden z.j. (1584-1591)
gewicht 7,59gr. ; goud Ø 37,5mm. muntmeesters Anna van Wissel, Adriaan van Meerlandt, Jan Gijsbrechts en Johan van Everdingen. muntteken kroon
vz. Gekroonde koning Edward IV staande frontaal in een koggeschip met roos op het boord, met in zijn rechterhand een zwaard en in de linker het Brits-koninklijke wapenschild . Op het achtersteven aan vaan met de Gothische letter Є. In de buitencirkel de tekst; ЄD∴ ∴WARD′∴DI′∴GRA∴RЄX∴ANGL′∴Z∴FRAN - ∴ DNS IB′ ∴ kz. Gelelied kruis met een stralende zon in het centrum met een roos in het hart, in de hoeken een gekroonde luipaard, binnen een achtpas binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; IHD∴AVT′∴TRANSIЄNS∴PЄR∴MЄDIVM′∴ILLORV′∴IBAT kroon
Het betreft hier een nabootsing van de Engelse rosenobel van Edward IV (1461-1483). In de Engelse munthandel wordt deze munt wel ten onrechte aangeduid als “Flemish nobel”. Het betreft hier echter een rosenobel die met Vlaanderen niets van doen heeft. Van dit munttype bestaan twee typen; een type zonder enige verwijzing naar Gorinchem, en een type met het wapenschildje van Arkel op het achtersteven, de heerlijkheid waar Gorinchem bestuurlijk onder viel. Dit exemplaar is van het eerste type. Zeer attractief exemplaar van dit indrukwekkende grote goudstuk. Zeldzaam. Very attractive coin with fine details, struck on a broad flan. Very impressive and rare.
Delmonte 825ter ; Verkade- ; HNPM.14 ; CNM.2.18.4 ; Friedberg 80a R pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - STAD GORINCHEM - Rozenobel van 9 gulden z.j. (1584-1591)
gewicht 7,49gr. ; goud Ø 38mm. muntmeesters Anna van Wissel, Adriaan van Meerlandt, Jan Gijsbrechts en Johan van Everdingen. munttekens kroon en wapentje van Arkel
vz. Gekroonde koning Edward IV staande frontaal in een koggeschip met roos op het boord, met in zijn rechterhand een zwaard en in de linker het Brits-koninklijke wapenschild . Op het achtersteven aan vaan met de Gothische letter Є, op de kop van het voorsteven het wapenschildeje van Arkel. In de buitencirkel de tekst; ЄD - WARD′•DI′•GRA•RЄX•ANGL′•Z•FRAN′• - •DNS′•IB• kz. Gelelied kruis met een stralende zon in het centrum met een roos in het hart, in de hoeken een gekroonde luipaard, binnen een achtpas binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; IHЄ•AVT′•TRANSIЄNS•PЄR•MЄDIVM′•ILLORV′•IBAT• kroon
Het betreft hier een nabootsing van de Engelse rosenobel van Edward IV (1461-1483). In de Engelse munthandel wordt deze munt wel ten onrechte aangeduid als ″Flemish nobel″. Het betreft hier echter een rosenobel die met Vlaanderen niets van doen heeft. Van dit munttype bestaan twee typen; een type zonder enige verwijzing naar Gorinchem, en een type met het wapenschildje van Arkel op het achtersteven, de heerlijkheid waar Gorinchem bestuurlijk onder viel. Dit exemplaar is van het zeldzamere tweede type. Zeer zeldzaam.
Delmonte 825bis ; Verkade- ; HNPM.15 ; CNM.2.18.3 ; Friedberg 80i RR Minieme zwaktes van de slag, doch voor type een mooi exemplaar. zfr/pr à zfr+ |
|
|  |
|