Munthandel G. Henzen
 



HOME|COINS|MEDALS|ARCHAEOLOGY|SEARCH|ACQUISITION|ABOUT US|CONTACT|TO ORDER|SALESCONDITIONS

Munten > Noordelijke Nederlanden > Late Middle Ages and early New Times (1000 - 1581)
< Back

NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - OTTO I, 1182-1207 - Penning z.j. (circa 1190-1201), Zutphen (?)

gewicht 0,47gr. ; zilver Ø 15mm.

vz. Buste van graaf Otto met gravenmuts naar rechts, daarvoor een zwaard,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de test: ✠ GRЄV - Є OTT
kz. Kort kruis, met drie mispelbloemen en een ster in de hoeken,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✢ RΛVICHREI

Het betreft hier een imitatie van de penningen van de Utrechtse bisschop Boudewijn van Holland. Daar de meeste exemplaren van dit type op de keerzijde de misleidende tekst TRAIECTVM (of verbastering daarvan) dragen, heeft van der Chijs ze per abuis onder Utrecht geplaatst. In 1201 kwam Otto I met de Utrechtse bisschop Dirk van Are overeen, af te zien van verdere muntslag in Zutphen naar Utrechts voorbeeld, waarbij ongetwijfeld o.a. dit munttype werd bedoeld. De datering van deze munt dient men derhalve te plaatsen voor 1201. Opmerkelijk is de Nederlandse tekst op de voorzijde, namelijk GREVE in plaats van het Latijnse COMES voor de titel van graaf. Het betreft hier een van de weinige landsheerlijk Gelderse munten, die te Zutphen zijn geslagen. Althans daar ging men bij de exemplaren met de keerzijdetekst TRAIECTVM (of verbastering daarvan) altijd van uit. In dit geval toont de keerzijde echter een volstrekt andere tekst, waarvan men onmogelijk nog TRAIECTVM of een verbastering daarvan kan maken. Ik lees de keerzijdetekst als ′RAVICHREI′. Of dit een fantasietekst is of dat men in dit geval toch heeft willen verwijzen naar een muntplaats weet ik niet. Blijkens de juiste voorzijdetekst was de stempelsnijder goed is staat om correcte teksten weer te geven. Derhalve zou men op de keerzijde niet een compleet verbasterde of fantasietekst verwachten. Voorlopig blijft het een raadsel of de keerzijdetekst een verwijzing is naar een muntplaats. Hoogst interessant en uiterst zeldzaam.

van der Chijs VI, 2-3 var.(Utrecht) ; JMP.1940,pag.68-69,no.1-6var. ;
Grolle (Holland) pag.41,voetnoot 2 ;
vgl. Het Hertogdom Gelre, pag. 279, no.18
RRR
lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar
zfr

1.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - OTTO I, 1182-1207 - Penning z.j. (circa 1190-1201), Zutphen

gewicht 0,61gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Buste van graaf Otto met gravenmuts naar rechts, daarvoor een zwaard,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de test: (GRЄVЄ) - OTTO
kz. Kort kruis, met drie mispelbloemen en een ster in de hoeken,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✣TRAIЄCTVM
of verbastering daarvan

Het betreft hier een imitatie van de penningen van de Utrechtse bisschop Boudewijn van Holland. Daar sommige exemplaren van dit type op de keerzijde de misleidende tekst TRAIECTVM dragen, heeft van der Chijs ze per abuis onder Utrecht geplaatst. In 1201 kwam Otto I met de Utrechtse bisschop Dirk van Are overeen, af te zien van verdere muntslag in Zutphen naar Utrechts voorbeeld. De datering van deze munt dient men derhalve te plaatsen voor 1201. Opmerkelijk is de Nederlandse tekst op de voorzijde, namelijk GREVE in plaats van het Latijnse COMES voor de titel van graaf.

Het betreft hier een van de weinige landsheerlijk Gelderse munten,
die te Zutphen zijn geslagen. Hoogst interessant en zeer zeldzaam.

van der Chijs VI, 2-3 var. (Utrecht) ; JMP.1940, pag.68-69, no.1-6var. ;
Grolle (Holland) pag.41, voetnoot 2 ;
Het Hertogom Gelre, pag. 279, no.18 
RR
Kleine zwaktes van de slag en enkele lichte krasjes. 
zfr-

1.450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - GERHARD III, 1207-1229 - Penning z.j. (circa 1225-1229), Arnhem

gewicht 0,60gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Buste van graaf met zwaard en wapenschild frontaal binnen
een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✢ GERARDVS
kz. Kerkgebouw binnen parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
⋆ ARNEMES ⋆

De graven van Gelre kwamen voort uit het huis Wassenberg.De stamvader van dit geslacht was Gerhardus Flaminus I,die rond 985 in Vlaanderen werd geboren en graaf van Teisterband en de Veluwe was. Keizer Hendrik II beleende hem rond 1020 de burcht en het land Wassenberg  alsmede land rond Geldern. Zijn nazaten stonden spoedig bekend als de graven van Gelre. Begin 12e eeuw kwam door huwelijk ook het graafschap Zutphen in handen van de graven van Gelre. Het wapen bestond aanvankelijk uit drie rode cirkels op een geel veld. Rond 1190 werden de cirkels door mispelbloemen vervangen. De laatste graaf van Gelre die dit wapen voerde was Gerhard III (zie wapenschild op deze munt). Zijn zoon Otto II verving dit wapen door een wapenschild met leeuw.

van der Chijs I,1 ; Benders pag.116, type II  ;
Graven van Gelre, pag. 269, no.20
R
Kleine deukje aan de rand. Bijzonder mooi exemplaar
met goede details en mooi patina. Zeldzaam.
zfr/pr

795,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - GERHARD III, 1207-1229 - Penning z.j. (circa 1225-1229), Arnhem

gewicht 0,39gr. ; zilver Ø 11mm.

vz. Buste van graaf met zwaard en wapenschild frontaal binnen
een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ⁎ GERARDVS
kz. Kerkgebouw binnen parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
ARNENES

variant; de muntplaats Arnhem is foutief gespeld als ARNENES i.p.v. ARNEMES. Als zodanig zeer zeldzaam

De graven van Gelre kwamen voort uit het huis Wassenberg. De stamvader van dit geslacht was Gerhardus Flaminus I, die rond 985 in Vlaanderen werd geboren en graaf van Teisterband en de Veluwe was. Keizer Hendrik II beleende hem rond 1020 de burcht en het land Wassenberg  alsmede land rond Geldern. Zijn nazaten stonden spoedig bekend als de graven van Gelre. Begin 12e
eeuw kwam door huwelijk ook het graafschap Zutphen in handen van de graven van Gelre. Het wapen bestond aanvankelijk uit drie rode cirkels op een geel veld. Rond 1190 werden de cirkels door mispelbloemen vervangen. De laatste graaf van Gelre die dit wapen voerde was Gerhard III  (zie wapenschild op deze munt). Zijn zoon Otto II verving dit wapen door een wapenschild met leeuw.

van der Chijs I,1var. ; vgl. Benders pag.116, type II  ;
vgl. Graven van Gelre, pag. 269, no.20
RR
Minieme zwaktes van de slag.
zfr

650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - GERHARD III, 1207-1229 - Penning z.j., Arnhem

gewicht 0,48gr. ; zilver Ø 11,5mm.

vz. Buste van graaf met zwaard en wapenschild frontaal  +GERARDVS
kz. Kerkgebouw binnen cirkel  *ARNEMES

Het muntplaatje heeft twee maal onder het stempel gelegen. Hierdoor
lopen de afbeeldingen door elkaar. Gevonden te Aalst (Betuwe).

van der Chijs I,1 RR
interessante misslag
fr à fr+

165,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - OTTO II, 1229-1271 - Penning z.j. (ca.1256-1271), Arnhem

gewicht 0,40gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Portret van graaf Otto boven Gelders wapenschild binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; OTTO C - OMЄS D (retrograde)
kz. Dubbelkoppige adelaar omringd door de tekst;  A R N Є - M Є S

variant; op de voorzijde eindigd de tekst met een retrograde D of wellicht een CT-monogram. Deze toevoeging is ongebruikelijk en lijkt ongepubliceerd te zijn. De betekenis is onduidelijk. Als variant uiterst zeldzaam.

van der Chijs I,5var. ; Benders pag.123, type VIvar. ; de Wit 976var.  RRR
Licht decentrisch geslagen voorzijde en zwakte van de slag,
doch ook scherpe details.
zfr-

395,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - OTTO II, 1229-1271 - Penning z.j. (circa 1256-1271), Nijmegen

gewicht 0,53gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Gelderse klimmende leeuw naar links, omgeven door blokken,
binnen een parelcirkel. in de buitencirkel te tekst: OTTO  COMЄS 
kz. Rijksadelaar met gespreid vleugels frontaal, kop naar links, binnen
een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; N V M A G Є N C I

In 1247 werd de Duitse rijksstad Nijmegen door Rooms-Koning Willem II van Holland verpand aan zijn neef graaf Otto II van Gelre. Voor deze verpanding ontving de Rooms-Koning 10.000 mark. Daarmee werd Nijmegen een Gelderse stad. Otto′s eerste muntslag in Nijmegen, tussen 1247 en 1256, bestond uit penningen en ½ penningen waarop hij zich liet afbeelden met de koningskroon. Daarop volgend werd het hier aangeboden munttype geslagen, waarbij de rijksadelaar de rijksstad Nijmegen symboliseert. Het feit dat een eenkoppige rijksadelaar wordt afgebeeld zit in het feit dat deze munt is geslagen in een periode dat er geen keizer was, doch “slechts” een koning. Bij een keizer zou  de dubbelkoppige rijkadelaar zijn afgebeeld.

van der Chijs I, 7 ; Benders, pag. 121, type V ;
de Wit no.987 (Künker, Auktion 121) ;
Het Hertogdom Gelre, pag. 269, no.23 
R
Kleine zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr

395,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP GELRE - REINALD I, 1272-1326 - Sterling z.j. (circa 1290), Arnhem

gewicht 0,78gr. ; zilver Ø 17mm.

vz. Gekroond portret binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠ COMЄS•GL•RЄN•CxIS
kz. Lang gevoer kruis geplaatst over een parelcirkel met drie kogels in
ieder kwartier. In de buitencirkel de tekst; CIVI – TAS – ARN – ЄYM

Waarschijnlijk mede vanwege zijn zwakke machtspositie en afhankelijkheid van Vlaanderen heeft er op naam van graaf Reinald I maar heel weinig muntslag plaatsgevonden. Een van zijn weinige munttypen werden kort na zijn Limburgse debacle rond 1290 in zijn geliefde Arnhem geslagen, namelijk deze sterling. Het is een getrouwe navolging van de Engelse pennies van Edward I en II. Van der Chijs kende het aanvankelijk niet, maar werd op het bestaan ervan attent gemaakt door professor Serrure uit Gent. Van der Chijs nam het vervolgens in zijn supplement op. Deze sterlingen komen slechts hoogst sporadisch voor in collecties en de handel en zijn derhalve uiterst zeldzaam.

Probably partly because of his weak position of power and dependence on Flanders, very little coinage took place in the name of Count Reinald I. One of his few coin types was minted in his beloved Arnhem shortly after his Limburg debacle around 1290, namely this sterling. It is a faithful imitation of the English pennies of Edward I and II. Van der Chijs was initially unaware of it, but was made aware of its existence by Professor Serrure from Ghent. Van der Chijs then included it in his supplement. These sterling only appear sporadically in collections and the trade and are therefore extremely rare.

van der Chijs, XXVIII, 1var. (pag.265, supplement) ;
Geschiedenis van het Hertogdom Gelre, pag. 269, no.24 ;  
Mayhew 186 ; collectie de Wit - 
RRR
licht gesnoeid exemplaar met kleine zwaktes
fr+ à fr/zfr

1.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - REINALD II, 1326-1343 - Penning of kopje z.j. (1339-1343), Harderwijk

gewicht 0,43gr. ; zilver Ø 13mm.

vz. Portret van hertog Reinald naar links binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠RЄIN:DVX:GhЄLRIЄ
kz. Lang gevoer kruis geplaatst over een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; MON – ЄTA – DЄh – ЄRD

In 1231 kreeg de naast Selhorst gelegen nederzetting Herderewich stadsrechten van Otto II graaf van Gelre en Zutphen en werd hiermee de eerste stad van de Veluwe. In de dertiende eeuw ontwikkelde Harderwijk zich al als handelsstad. Harderwijkse schepen werden gesignaleerd in Vlaanderen, Duitsland en Engeland. De lading bestond uit onder andere wol, huiden, haring en hout. Met name in de veertiende eeuw was Harderwijk zeer actief in het Hanzeverbond. Het is derhalve niet verwonderlijk dat graaf Reinald II besloot om in deze stad muntslag uit te oefenen. Een traditie die tot 1806 gehandhaafd zou blijven. Deze penning of ″kopje″ is hoogst waarschijnlijk de eerste munt die te Harderwijk is geslagen.

van der Chijs II, 17 ; van Hengel 167 ; collectie de Wit 989 ;
Geschiedenis van het Hertogdom Gelre, pag. 269, no.26 
RR
Deels erg zwak geslagen. Zeer zeldzaam.
fr à fr+

225,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - MARIA VAN BRABANT, WEDUWE VAN REINALD III, 1371-1399

gewicht 3,38gr. ; goud Ø 23mm.

vz. Borstbeeld van hertog met zwaard onder Gothische baldakijn,
daaronder wapenschildje met klimmende Brabantse leeuw naar links,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;  
MARIA:DVC – IS:GЄLRЄN
kz. Wapenschilden met rijksadelaar en de Gelderse leeuw naast elkaar
geplaatst met daaronder een dikke stip, binnen een omlijsting bestaande
uit zes bogen, met wiggen tussen de bogen. Het geheel binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠ BЄNEDICT:QVI:VЄNIT:IN:NOMINЄ

Maria van Brabant werd in 1325 geboren als dochter van hertog Jan III van Brabant en Maria van Evreux. Ze werd uitgehuwelijkt aan de ″dikke hertog″ Reinoud III van Gelre, waarmee ze op 1 juli 1347 te Tervuren in het huwelijk trad. De bruidschat omvatte het kasteel te Turnhout, alwaar ze vaak zou verblijven. Maria maakte na het overlijden op 4 december 1371van haar man Reinoud III  aanspraak op de hertogstitel van Gelre. Er waren immers geen wettige kinderen uit hun huwelijk voortgekomen. Om die claim kracht bij te zetten heeft zij waarschijnlijk al kort na het overlijden van haar man munten laten slaan. Omdat ze op dat moment resideerde op haar kasteel te Oijen, heeft de muntslag aldaar plaatsgevonden. Dit kasteel was rond 1361 in haar opdracht gebouwd danwel versterkt, en diende vooral als uitvalsbasis voor de Geldersen tegen de Brabanders. Dit kasteel bestaat niet meer, maar de fundamenten zijn nog aanwezig in het water ten westen van de huidige gebouwen. De huidige gebouwen op het voormalige kasteelterrein te Oijen dateren van latere datum. Feitelijk werd Reinoud III opgevolgd door  Willem I van Gulik, neef van Reinoud III, en heeft Maria haar geclaimde rechten nooit bekrachtigd gezien. Maria trok zich terug op haar kasteel te Turnhout en stichtte in 1395 de priorij van Corsendonk en in 1398 het kapittel van de Sint Pieterskerk te Turnhout. In 1399 stierf ze te Turnhout. Het kasteel te Oijen verviel na haar dood aan de hertog van Gelre.

van der Chijs VI, 1 ; Delmonte 245 ; Lucas 1 ;
Coll de Wit 1088 ; Friedberg 41
RR
Voor type een uitzonderlijk mooi exemplaar met goede details. Zeer zeldzaam.
zfr/pr

7.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - WILLEM I VAN GULIK, 1377-1402 - Rijnse goudgulden z.j., Arnhem

gewicht 3,40gr. ; goud Ø 22,5mm.

vz. Borstbeeld van hertog met zwaard onder Gothische baldakijn,
daaronder wapenschildje met klimmende Gelderse leeuw naar links,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
WILh•DVX•G – ЄLR•Z•COM•A
kz. Wapenschilden met rijksadelaar en de Gelderse leeuw naast elkaar
geplaatst met daaronder een dikke stip, binnen een omlijsting bestaande
uit zes bogen, met wiggen tussen de bogen, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠ BЄNEDICT:QVI:VЄNIT:IN:NOMINЄ

Wat de betekenis is van COM•A is vooralsnog onduidelijk. Met de titel Comes wordt verwezen naar een graafschap (Comitatis) en dan zou Zutphen meest voor de hand liggen. Maar de letter A kan daar onmogelijk mee verbonden worden. Het is ook geen vergissing, want gedurende de lange en omvangrijke productie is deze tekst gehandhaafd en niet gecorrigeerd.

Willem I van Gulik werd geboren op 5 maart 1364 als oudste zoon van Willem II van Gulik en Maria van Gelre (dochter van Reinald II en halfzuster van Reinald III). Na het kinderloos overlijden van Eduard en Reinald III in 1371liet Willem II van Gulik namens zijn zoon aanspraken gelden op de erfopvolging. Naast Maria was er echter nog een dochter van Reinald II in leven, Mechteld, gehuwd met de Hollandse heer Jan II van Blois, die ook haar aanspraak deed gelden. Dit leidde tot de Gelderse Successie (1371-1379). Net als eerder in de jaren 50’ bij de broederstrijd tussen Eduard en Reinald III, stonden de twee Gelderse facties weer tegenover elkaar; de van Heeckerens, gesteund door Mechteld en de Bronckhorsten, gesteund door Maria. In 1377 verkreeg Willem de belening over Gelre van keizer Karel IV, en was hij officieel hertog van Gelre. Maar het zou nog tot 1379 duren alvorens de strijd in zijn voordeel was beslecht en hij al zijn aanspraken kon hardmaken en in heel Gelre werd erkend. In 1379 huwde hij met Catharina van Beieren, dochter van Albrecht van Beieren uit het Hollandse gravenhuis. In 1393 overleed zijn vader en werd hij tevens hertog van Gulik (als Willem III). Daarmee waren Gelre & Gulik in een unie verenigd. Willem overleed op 16 februari 1402 na een ziekbed . Hij werd bij zijn vrouw bijgezet in het Karthuizer-klooster Monnikenhuizen bij Arnhem. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer Reinald IV van Gulik.

van der Chijs 6,1 ; Delmonte 588 ; Friedberg 43 ;
Geschiedenis van Gelre, pag. 269, no.30 
in het centrum ietwat zwak geslagen, doch voor type een net exemplaar
zfr

895,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - REINALD IV VAN GULIK, 1402-1423 - Sint Jansgoudgulden of Reynaldusgulden z.j. (1409-1423), Arnhem

gewicht 3,45gr. ; goud Ø 24mm.

vz. Johannes de Doper staande frontaal met kruisscepter, nimbus om hoofd
en kruis tussen voeten, binnen een gladde cirkel en parelcirkel,
omringd door de tekst; •S•IOHANNЄS - BABTISTA en leeuwtje

kz. De wapenschildjes van Arnhem (boven), Roermond, Nijmegen en Zutphen (midden)
en een fantasiewapentje (onder) binnen een versiering van vier boogjes binnen een
parelcirkel,
omringd door de tekst; DVX•RЄINALD′•IVL•Z•GЄL•Z•COMIS•Z•

Reinald was in de periode 1402-1423 zowel hertog van Gelre als van Gulik.

Het betreft hier een slaafse navolging van de keurvorstelijke Rijnlandse goudguldens van 1399. Ze werden te Arnhem geslagen in de jaren 1409-1423. Aanvankelijk benaderde deze goudgulden nog de 18 ½ karaat van de Rijnlandse stukken stukken, maar spoedig werd de 16 karaat nog maar amper gehaald. Het kreeg in de volksmond dan ook de bijnaam van ′blaauwe gulden′ (bleke gulden), vanwege het bleke uiterlijk a.g.v. het hoge aandeel zilver in de munt.  De Rijnlandse goudgulden noteerden een koers van 60 meeuwen (van 4 groot), terwijl deze Arnhemse guldens slechts met 50 meeuwen werden gewaardeerd.

van der Chijs 8,3 ; Delmonte 599 ; Friedberg 49
minieme zwakte van de slag

zfr à zfr+

825,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - REINALD IV VAN GULIK, 1402-1423 - Sint Jansgoudgulden of Reynaldusgulden z.j. (1409-1423), Arnhem

gewicht 3,43gr. ; goud Ø 23mm.

vz. Johannes de Doper staande frontaal met kruisscepter, nimbus om
hoofd en kruis tussen voeten, binnen een gladde cirkel en parelcirkel,
omringd door de tekst; •S•IOHANNЄS - BABTISTA en leeuwtje
kz. De wapenschildjes van Arnhem (boven), Roermond, Nijmegen
en Zutphen (midden) en een fantasiewapentje (onder) binnen een 
versiering van vier boogjes binnen een parelcirkel, omringd door
de tekst; ✠DVX•RЄINALD′•IVL•Z•GЄL•Z•COMIS•Z•

Reinald was in de periode 1402-1423 zowel hertog van Gelre als van Gulik.

Het betreft hier een slaafse navolging van de keurvorstelijke Rijnlandse goudguldens van 1399. Ze werden te Arnhem geslagen in de jaren 1409-1423. Al tijdens de regering van hertog Willem I (1377-1402) was sprake van een sterke geldontwaarding. Bij aantreden had Reinald IV zich voorgenomen om een einde te maken aan deze muntverzwakking. Hier kwam echter niets van terecht. Dit bleek o.a. uit de nieuwe muntreeks die in vanaf 1402 te Nijmegen en Arnhem werden geslagen. Deze zilverstukken werden nog iets lichter gemaakt dan voorheen en bovendien uitgegeven tegen dubbele waarden. Wat voorheen een dubbele groot was, werd nu uitgegeven voor 4 groten. Ook bij de goudgulden zien we deze geldontwaarding. Aanvankelijk benaderde deze goudgulden nog de 18 ½ karaat van de Rijnlandse stukken stukken, maar spoedig werd de 16 karaat nog maar amper gehaald. Het kreeg in de volksmond dan ook de bijnaam van ′blaauwe gulden′ (bleke gulden), vanwege het bleke uiterlijk a.g.v. het hoge aandeel zilver in de munt.  De Rijnlandse goudgulden noteerden een koers van 60 meeuwen (van 4 groot), terwijl deze Arnhemse guldens slechts met 50 meeuwen werden gewaardeerd. Gedurende de regering van Reinald IV zou de geldontwaarding zich verder voortzetten. In 1423 was waarde van de muntstukken met zo′n 30% gedaald ten opzichte van 1402.

van der Chijs VIII, 3 ; Delmonte 599 ; Friedberg 49
kleine zwaktes van de slag
zfr

875,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - REINALD IV VAN GULIK, 1402-1423 - Meeuw of Reinolduspenning van 4 groot z.j. (circa 1402-1415), Arnhem

gewicht 3,08gr. ; zilver Ø 29,5mm.

vz. Schuin geplaatste wapenschilden van Gelre en Gulik
met boven elk schild een toernooihelm met een rijk versierd
helmteken, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
RЄINALD′•DVX•IVL•Z•GЄL•Z•CO•Z•

kz. Lang gevoet kruis geplaats over een parelcirkel met in ieder
kwartier een klimmende leeuw naar links en in het hart een schild
met daarbinnen een dubbelkoppige rijksadelaar, omringd door de
tekst;
MONЄT - A•NOVA - ARNЄM - ЄNSIS:

Al tijdens de regering van hertog Willem I (1377-1402) was sprake van een sterke geldontwaarding. Ten opzichte van de groot van 1380 was de zilverinhoud van de groot aan het einde van zijn regering gedaald tot minder dan de helft. Bij aantreden had Reinald IV zich voorgenomen om een einde te maken aan deze muntverzwakking. Hier kwam echter niets van terecht. Dit bleek uit de nieuwe muntreeks die in vanaf 1402 te Nijmegen en Arnhem werden geslagen. Deze stukken werden nog iets lichter gemaakt dan voorheen en bovendien uitgegeven tegen dubbele waarden. Wat voorheen een dubbele groot was, werd nu uitgegeven voor 4 groten, een groot werd nu uitgegeven voor 2 groten etc. Gedurende de regering van Reinald IV zou de geldontwaarding zich verder voortzetten. In 1423 was waarde van de muntstukken met zo′n 30% gedaald ten opzichte van 1402. Het muntstuk van 4 groot dat hier aangeboden wordt had naast Reinolduspenning noch diverse andere benamingen bij de bevolking en boekhouders in de verschillende Gelderse kwartieren. Zo werd het in Nijmegen aangeduid als ′meeuw′, in Arnhem als ′blenk′ en in Zutphen als ′coppert′.

Already during the reign of Duke William I (1377-1402), there was significant devaluation. Compared to the groot of 1380, the silver content of the groot had fallen to less than half by the end of his reign. Upon taking office, Reinald IV had intended to put an end to this devaluation. However, nothing came of it. This was evident from the new series of coins minted in Nijmegen and Arnhem from 1402 onwards. These coins were made slightly lighter than before and, moreover, issued at double the value. What had previously been a double groot was now issued for 4 groot, a groot was now issued for 2 groot, and so on. The devaluation continued throughout Reinald IV′s reign. By 1423, the value of the coins had fallen by approximately 30% compared to 1402. The 4-groot coin offered here had several other names besides the Reinolduspenning, among the population and accountants in the various Gelderland districts. For example, in Nijmegen it was called "meeuw" (seagull), in Arnhem it was called "blenk", and in Zutphen it was called "coppert."

van der Chijs 9,8 ; Geschiedenis van Gelre, pag.269, no.29 ;
collectie de Wit 999

Lichte zwaktes van de slag, doch nauwelijks gecirculeerd exemplaar.
Zeldzaam in deze hoge kwaliteit.
pr-

495,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - REINALD IV VAN GULIK, 1402-1423 - ¼ Meeuw of ¼ Reinolduspenning van 1 groot z.j. (circa 1402-1415), Nijmegen

gewicht 1,09gr. ; zilver Ø 23mm.

vz. Schuin geplaatste wapenschilden van Gelre en Gulik
met boven elk schild een toernooihelm met een rijk versierd
helmteken, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
RЄINALD′•DVX•IVL•Z•GЄL•Z•CO•Z•
kz. Lang gevoet kruis geplaats over een parelcirkel met in ieder
kwartier een klimmende leeuw naar links en in het hart een schild
met daarbinnen een dubbelkoppige rijksadelaar, omringd door de
tekst; MONЄT - A•NOVA• - NOVIM - AGЄNS′

Al tijdens de regering van hertog Willem I (1377-1402) was sprake van een sterke geldontwaarding. Ten opzichte van de groot van 1380 was de zilverinhoud van de groot aan het einde van zijn regering gedaald tot minder dan de helft. Bij aantreden had Reinald IV zich voorgenomen om een einde te maken aan deze muntverzwakking. Hier kwam echter niets van terecht. Dit bleek uit de nieuwe muntreeks die in vanaf 1402 te Nijmegen en Arnhem werden geslagen. Deze stukken werden nog iets lichter gemaakt dan voorheen en bovendien uitgegeven tegen dubbele waarden. Wat voorheen een dubbele groot was, werd nu uitgegeven voor 4 groten, een groot werd nu uitgegeven voor 2 groten etc. Gedurende de regering van Reinald IV zou de geldontwaarding zich verder voortzetten. In 1423 was waarde van de muntstukken met zo′n 30% gedaald ten opzichte van 1402. Het muntstuk van 4 groot van dit munttype had naast Reinolduspenning noch diverse andere benamingen bij de bevolking en boekhouders in de verschillende Gelderse kwartieren. Zo werd het in Nijmegen aangeduid als ′meeuw′, in Arnhem als ′blenk′ en in Zutphen als ′coppert′.

Already during the reign of Duke William I (1377-1402), there was significant devaluation. Compared to the groot of 1380, the silver content of the groot had fallen to less than half by the end of his reign. Upon taking office, Reinald IV had intended to put an end to this devaluation. However, nothing came of it. This was evident from the new series of coins minted in Nijmegen and Arnhem from 1402 onwards. These coins were made slightly lighter than before and, moreover, issued at double the value. What had previously been a double groot was now issued for 4 groot, a groot was now issued for 2 groot, and so on. The devaluation continued throughout Reinald IV′s reign. By 1423, the value of the coins had fallen by approximately 30% compared to 1402. The 4-groot coin of this coin type had several other names besides the Reinolduspenning, among the population and accountants in the various Gelderland districts. For example, in Nijmegen it was called "meeuw" (seagull), in Arnhem it was called "blenk", and in Zutphen it was called "coppert."

herkomst; afkomstig uit de muntvondst Zutphen (1958) →
Jacques Schulman, veiling 233, lot 694 (Amsterdam 1960)

van der Chijs IX, 11; collectie de Wit 1002 ; collectie Beuth 4013 S
Lichte zwaktes van de slag. Schaars.
zfr

245,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - ARNOLD VAN EGMONT, 1423-1473 - Arnhemse- of Arnoldusgulden z.j. (circa 1425-1455), Arnhem

gewicht 3,01gr. ; goud Ø 24mm.

vz. Johannes de Doper staande frontaal met nimbus of hoofd en kruisscepter in
zijn linkerhand, kruis tussen voeten, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel
de tekst; •S•IOHANNES - BABTISTA en leeuwtje
kz. Het wapenschild van Gelre-Gulik met daarboven schildje met dubbelkoppige
rijksadelaar (Arnhem), rechts een kruis (Zutphen), onder een wapentje met
ruitmotief (fantasie t.b.v. de symetrie) en links een wapentje  klimmende leeuw
naar rechts met dubbele staart (Nijmegen), binnen een versiering van vier boogjes
met blad en kruisjes versieringen tussen de bogen, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠ DVX•ARNOLD•GEL•Z•IVL•Z•COMIS•Z•

Deze goudgulden was in die tijd vooral bekend als Arnhemse gulden. De Arnhemse gulden werd oorspronkelijk geslagen vanaf het begin van de regering van hertog Reinald IV (1402-1423), uiteraard te Arnhem. Het was een Gelderse nabootsing van de keurvorster- of Rijnse guldens. Het goudgehalte van de Arnhemse gulden daalde al spoedig van 18 ½ karaat naar 12 karaat onder hertog Arnold (1423-1473), waardoor de waarde van de Arnhemse gulden, nu ook arnoldusgulden genoemd, nog maar de helft was van het voorbeeld, de keurvorstergulden. Het vaak wat bleke uiterlijk van deze guldens getuigen van dit slechte goudgehalte. Naast deze Arnhemse guldens werden vanaf  circa 1455 ook rijdergoudguldens geslagen, die duidelijk van een hoger goudgehalte waren. Mogelijk wilde men met deze rijdergoudgulden het vertrouwen herstellen, dat door de slechte Arnoldusguldens was aangetast. 

Door de zeer overvloedige aanmunting van Arnhemse guldens werd deze muntsoort tot in de 16e eeuw als rekenmunt in de boekhouding gebruikt in Gelderland, Utrecht, Overijssel, Groningen en Oost-Friesland. In de laatste twee gebieden was de munt vooral bekend als arendsgulden, afgeleid van de verkorte vorm Arend voor Arnold.

van der Chijs X, 3 ; Delmonte 604 ; Friedberg 56
attractief exemplaar met goede details
pr-/zfr+

825,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - ARNOLD VAN EGMONT, 1423-1473 - Arnhemse- of Arnoldusgulden z.j. (circa 1425-1455), Arnhem

gewicht 2,94gr. ; goud Ø 24mm.

vz. Johannes de Doper staande frontaal met nimbus of hoofd en kruisscepter in
zijn linkerhand, kruis tussen voeten, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel
de tekst; •S•IOHANNES - BABTISTA en leeuwtje
kz. Het wapenschild van Gelre-Gulik met daarboven schildje met dubbelkoppige
rijksadelaar (Arnhem), rechts een kruis (Zutphen), onder een wapentje met
ruitmotief (fantasie t.b.v. de symetrie) en links een wapentje met klimmende leeuw
naar rechts met dubbele staart (Nijmegen), binnen een versiering van vier boogjes
met blad en kruisjes versieringen tussen de bogen, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠ DVX•ARNOLD•GEL•Z•IVL•Z•COMIS•Z•

Deze goudgulden was in die tijd vooral bekend als Arnhemse gulden. De Arnhemse gulden werd oorspronkelijk geslagen vanaf het begin van de regering van hertog Reinald IV (1402-1423), uiteraard te Arnhem. Het was een Gelderse nabootsing van de keurvorster- of Rijnse guldens. Het goudgehalte van de Arnhemse gulden daalde al spoedig van 18 ½ karaat naar 12 karaat onder hertog Arnold (1423-1473), waardoor de waarde van de Arnhemse gulden, nu ook arnoldusgulden genoemd, nog maar de helft was van het voorbeeld, de keurvorstergulden. Het vaak wat bleke uiterlijk van deze guldens getuigen van dit slechte goudgehalte. Naast deze Arnhemse guldens werden vanaf  circa 1455 ook rijdergoudguldens geslagen, die duidelijk van een hoger goudgehalte waren. Mogelijk wilde men met deze rijdergoudgulden het vertrouwen herstellen, dat door de slechte Arnoldusguldens was aangetast.

Door de zeer overvloedige aanmunting van Arnhemse guldens werd deze muntsoort tot in de 16e eeuw als rekenmunt in de boekhouding gebruikt in Gelderland, Utrecht, Overijssel, Groningen en Oost-Friesland. In de laatste twee gebieden was de munt vooral bekend als arendsgulden, afgeleid van de verkorte vorm Arend voor Arnold.

van der Chijs X, 3 ; Delmonte 604 ; Friedberg 56
lichte zwaktes van de slag
zfr-

595,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - ARNOLD VAN EGMONT, 1423-1473 - Rijdergulden of Gelderse rijder z.j. (1440-1465), Arnhem

gewicht 3,43gr. ; goud Ø 24,5mm.

vz. Hertog in toernooiuitrusting en met geheven zwaard in rechterhand
te paard naar rechts, daaronder in een afsnede ⋆ GEL⋆, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ARNOLD′⋆DVX′GЄL′⋆ IVL -  Z⋆COMЄS⁑Z
kz. Het Gelderse wapenschild in hart van kort gebloemd kruis
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠ MON′⋆NOVA⁑AVRЄA⁑DVCIS⁑GELRЄ

Dit munttype werd rond 1440 ingevoerd en stond wel bekend als Rijdergulden of Gelderse rijder, en is geslagen naar voorbeeld van de Bourgondische gouden rijders van Philips de Goede. Met een gehalte van ruim 20 karaat hadden deze goudguldens een behoorlijke hoge goud inhoud, zeker in vergelijking tot de oudere Arnoldusgulden. Later zou Arnold′s kleinzoon, Karel van Egmont, dit munttype in 1509 opnieuw invoeren. Zeldzaam.

herkomst: ex. collectie Lodewijk S. Beuth → Jacques Schulman 1955 (aangekocht voor Hfl. 75,-) → muntvondst ′s-Hertogenbosch 1894

van der Chijs IX, 1 ; Het Hertogdom Gelre, pag. 270, no.38 ;
Delmonte 602 ; Saunders/Vanhoudt 1023 ; Friedberg 59 
R
Minieme zwaktes van de slag, doch voor
dit munttype een bijzonder mooi exemplaar.
zfr/pr

2.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - ARNOLD VAN EGMONT, 1423-1473 - Dubbele groot of zilveren schild z.j. (circa 1430-1450)

gewicht 3,16gr. ; zilver Ø 30mm.

vz. De klimmende leeuwen van Gelre (links, gekroond) en Gulik (rechts, ongekroond)
naar elkaar gericht binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
ARNOLDDVXGELRЄN Z IVL Z COMЄSZ′
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met in de kwartieren
de letters A - N - R - S, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
MONЄT - ANOVA - GELRЄ - NSIS

Dit munttype stond ook wel bekend als Gelderse kromstaert van 4 meeuwen. De letters A, N, R, S staan voor de hoofdsteden der vier Gelderse kwartieren, te weten Arnhem, Nijmegen, Roermond en Sutphen. Uit de muntslag van Arnold kan men duidelijk opmaken dat hij zijn claims op Gulik niet los liet. De Gulikse leeuw zien we immers nog prominent op zijn muntslag. Ook in later tijd bleef de Gulikse leeuw gehandhaafd en werd het een vast onderdeel in het Gelderse wapen, ook al waren de claims op Gulik toen allang in de vergetelheid geraakt. De Gelderse leeuw onderscheidt zich van de Gulikse door een dubbele staart en een kroontje, verkregen na de verheffing tot hertogdom in 1339.

van der Chijs X, 13 ; Het Hertogdom Gelre, pag. 270, no.19 RR
Zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar. Zeer zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - ARNOLD VAN EGMONT, 1423-1463 - Groot z.j., Arnhem

gewicht 1,88gr. ; zilver Ø 27mm.
Afkomstig uit de muntvondst Aalten (1990).

vz. Schuin geplaatste wapenschilden van Gelre en Gulik met boven
elk schild een tournooihelm met een rijk versierd helmteken  
ARNOLD′:DVX:GЄL Z IVL Z C′ ZV
kz. Lang gevoet kruis met sterretje in het hart en in de hoeken
twee maal een leeuw en twee maal een dubbelkoppige adelaar.
In de buitencirkel de tekst; MONЄT - A:NOVA - AЄRNЄ - MЄNSI

Van der Chijs kende in zijn tijd maar 1 exemplaar van dit munttype.
Zeer zeldzaam.

van der Chijs X, 9 RR
Kleine randoneffenheden.
zfr-

485,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - PHILIPS DE SCHONE ONDERREGENTSCHAP VAN MAXIMILIAAN VAN OOSTENRIJK, 1482-1492 - Groot z.j. (1483-1485), Zaltbommel

gewicht 1,82gr. ; zilver Ø 22,5mm.
Muntteken Gelders kruis op de voor- en keerzijde.

vz. Gothische letter M binnen een driepas binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✥MON*ARCHIDVC*AVЄ*BG*GЄ
kz. Kort gebloemd kruis binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
✥BЄNЄDIC*AIA*MЄA*DOMIN

Deze munt is geslagen tijdens een zeer roerige tijd waarin zowel het huis Bourgondië als het huis Van Egmond aanspraak maakten op Gelre. Tijdens de minderjarigheid van Philips de Schone is korte tijd gemunt te Nijmegen, Zaltbommel en Arnhem. Toen Karel van Egmond in 1492 het hertogdom Gelre in bezit nam, kwam aan de muntslag van de Bourgondiërs in Gelre spoedig een eind. Deze munten uit deze periode komen slechts sporadisch voor.

van der Chijs XIII, 6 ; van Gelder & Hoc 55-4 ; Vanhoudt 74 (R2) RR
Zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
zfr-

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Dubbel vuurijzer of dubbele stuiver 1492, Mechelen

gewicht 2,28gr. ; zilver Ø 25mm.
Muntteken Gelders kruis op voor- en keerzijde.

vz. Twee zitttende leeuwen naar elkaar gericht, daarboven vuurijzer met
afspattende vonken, stadsschild van Mechelen in de afsnede,
binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;  
✥PHS+ARCHIDVX+AVSTRIЄ+BVRG+Z+GEL
kz. Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild geplaatst op
kort gebloemd binnen een cirkel. In de buitencirkel te tekst;
✥SALVVM+FAC+POPVLVM+TVV+DNЄ+1492

Dit munttype is geslagen tijdens een zeer roerige tijd waarin zowel het huis Bourgondië als het huis Van Egmont aanspraak maakten op Gelre.Tijdens de minderjarigheid van Philips de Schone is korte tijd gemunt te Zaltbommel, dat toen aan de zijde van de Bourgondiërs stond. Toen Karel van Egmond in 1492 het hertogdom Gelre in bezit nam, kwam aan de muntslag van de Bourgondiërs in Gelre spoedig een eind. Men heeft in dat jaar echter nog wel munten voor Gelre geslagen, maar daarvoor week men uit naar het munthuis te Mechelen. Zeldzaam.

van der Chijs XIV, 3 ; van Gelder & Hoc 97-4 ; Vanhoudt 127.ME (R1) ;
Levinson III-221 ; Frey 391 ; Stephanik 3855 ; Roest 306, 17 
R
Licht gesnoeid exemplaar. 
fr/zfr

425,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Vuurijzer of stuiver 1492, Mechelen

gewicht 2,54gr. ; zilver Ø 28mm.
- muntteken Gelders kruis op keerzijde.
- muntteken schildje van Mechelen op voorzijde (als initiaalteken)
en op de keerzijde in het hart van het kruis

vz. Leeuw zittend naar links, kop naar rechts, met om zijn nek het
Bourgondisch wapenschild door een lint verbonden binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst;
schildje van Mechelen PHS‡ARCHIDVX‡AVSTRIЄ‡BVRGVNDIЄ‡Z‡GEL
kz. Kort gebloemd kruis met wapenschild van Mechelen in het hart binnen 
een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
✥BЄNЄDIC+HЄRЄDITATI+TVE+AN+1492

Dit munttype is geslagen tijdens een zeer roerige tijd waarin zowel het huis Bourgondië als het huis Van Egmont aanspraak maakten op Gelre.Tijdens de minderjarigheid van Philips de Schone is korte tijd gemunt te Zaltbommel, dat toen aan de zijde van de Bourgondiërs stond. Toen Karel van Egmont in 1492 het hertogdom Gelre in bezit nam, kwam aan de muntslag van de Bourgondiërs in Gelre spoedig een eind. Men heeft in dat jaar echter nog wel munten voor Gelre geslagen, maar daarvoor week men uit naar het munthuis te Mechelen. Zeer zeldzaam.

van der Chijs XIV, 5 ; van Gelder & Hoc 98-4a (onjuist beschreven) ;
Vanhoudt 128.ME (R2) ; Levinson III-222a
RR
deels zwak geslagen
fr/zfr

475,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT, 1492-1538 - St. Jans - of Clemmergulden z.j. (circa 1496-1511), Nijmegen

gewicht 3,23gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeester Niclaes Nyber
annuletten in de velden op de voorzijde: 4
annuletten in de velden op de keerzijde: 0

vz. Johannes de Doper staande frontaal met kruisscepter, 
ter weerszijden twee anuletten, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; KAROLD - V - XGELRIVL
kz. Wapenschild van Gelre-Jülich met linksboven het stadsschildje
van Arnhem, rechtsboven dat van Nijmegen en onder dat van Roermond.
Het geheel binnen een driepas dat is geplaatst over een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ∘MO′∘NO′∘ - ∘AVRЄ′∘ - ∘GELR′∘

De naam Clemmergulden werd al gebruikt in de tijd dat deze munten geslagen werden. Het refereert van de klimmende leeuwen op de munt. Dit munttype werd voor het eerst geslagen ten tjde van Arnold van Egmont. Dit type van Karel van Egmont werd geslagen onder muntmeester Niclaes Nyber, die in 1496 was aangetreden als nieuwe muntmeester aan de Munt van Nijmegen en Roermond. Hij woonde in Nijmegen. Dit type is aangemunt vanaf circa 1496 tot 1511. Het werd aanvankelijk uitgegeven op een koers van 31 Gelderse stuivers. Deze muntmeester bleef overigens geruime tijd als Gelders muntmeester actief, zeker tot circa 1525, en is dus verantwoordelijk voor het overgrote deel van Karel′s muntslag.

Het aantal annuletten en of sterretjes op de voorzijde en keerzijde varieert in aantal. Dit kan willekeur van de stempelsnijder zijn, maar het het zouden ook onderscheidende kenmerken kunnen zijn voor de verschillende emissies. Dit munttype is immers gedurende langere periode aangemunt, waarbij ook het fijngehalte goud niet steeds dezelfde is geweest.

van der Chijs XV, 4 ; Delmonte 618 ;
Het Hertogdom Gelre, pag. 271, no. 47 ; Friedberg 67

kleine zwaktes van de slag
zfr

925,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT, 1492-1538 - St. Jans - of Clemmergulden z.j. (circa 1498-1511), Roermond

gewicht 3,05gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeester Niclaes Nyber
annuletten in de velden op de voorzijde: 4
annuletten in de velden op de keerzijde: 0


vz. Johannes de Doper staande frontaal met kruisscepter in zijn
linkerhand, zijn rechterhand in zegenende houding, nimbus om
hoofd, geflankeerd door twee onder elkaar geplaatste cirkeltjes, het
stadswapen van Roermond tussen zijn voeten, binnen een gekartelde
cirkel, omringd door de tekst; KAROL′∘D ∘ – X∘GELR′∘IVL′

kz. Wapenschild van Gelre-Jülich met linksboven het stadsschildje van
Arnhem, rechtsboven dat van Nijmegen en onder dat van Roermond.
Het geheel binnen een driepas dat is geplaatst over een gekartelde cirkel,
omringd door de tekst; ∘MO′+NO′∘ – ∘AVRЄ′∘ - ∘GELR′∘

De naam Clemmergulden werd al gebruikt in de tijd dat deze munten geslagen werden. Het refereert van de klimmende leeuwen op de munt. Dit munttype werd voor het eerst geslagen ten tjde van Arnold van Egmont. Dit type van Karel van Egmont werd geslagen onder muntmeester Niclaes Nyber, die in 1496 was aangetreden als nieuwe muntmeester aan de Munt van Nijmegen en Roermond. Hij woonde in Nijmegen. Dit type is aangemunt vanaf circa 1496 tot 1511. Het werd aanvankelijk uitgegeven op een koers van 31 Gelderse stuivers. Deze muntmeester bleef overigens geruime tijd als Gelders muntmeester actief, zeker tot circa 1525, en is dus verantwoordelijk voor het overgrote deel van Karel′s muntslag.

Het aantal annuletten en of sterretjes op de voorzijde en keerzijde varieert in aantal. Dit kan willekeur van de stempelsnijder zijn, maar het het zouden ook onderscheidende kenmerken kunnen zijn voor de verschillende emissies. Dit munttype is immers gedurende langere periode aangemunt, waarbij ook het fijngehalte goud niet steeds dezelfde is geweest.

van der Chijs XV, 6 ; Delmonte 619 (R2) ;
Vanhoudt/Saunders 1042 (R2) ; Friedberg 67
RR
zfr-

1.395,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT,1492-1538 - Rijdergulden of Gelderse rijder z.j. (1509-1538), Nijmegen (of wellicht Roermond ?)

gewicht 3,23gr. ; goud Ø 24mm.
interpunctie lelie
muntmeester Niclaes Nyber

vz. Hertog in harnas, met toernooihelm en met geheven zwaard 
in rechterhand te paard naar rechts, daaronder in een afsnede: ∘GEL∘ ,
het geheel binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst;
KAROLVS.DVX.GELR′ - IVL′.C′. ZV′ binnen een gekartelde cirkel
kz. Wapenschild van Gelre-Gulik, rustend op kort kruis dat aan de
uiteinden is versierd met bladornamenten, binnen een gekartelde cirkel,
omringd door de tekst; ✥ MON′.NOVA.AVRЄA.DVCIS.GELRЄ,
binnen een gekartelde cirkel

De rijdergulden of Gelderse rijder werd rond 1440 ingevoerd door hertog Arnold van Egmond (1423-1472). Karel van Egmond besloot in 1509 tot hervatting van aanmunting van dit munttype. Het had een voorgeschreven gewicht van 3,26 gram en een fijngehalte van 14 karaat. Tevens werd in datzelfde jaar een groot zilverstuk ingevoerd, de snaphaen.

Op de voor-en keerzijde vertoont deze munt interpunctie lelie. Mogelijk verwijst dit naar de muntplaats Roermond, die een lelie in het stadswapen draagt. Ook in later tijd wordt de lelie als muntteken voor Roermond toegepast. Delmonte vond deze variant belangrijk genoeg om er een apart catalogusnummer aan te wijden. Maar natuurlijk kan de lelie ook louter als interpunctie bedoeld zijn en dan blijft Nijmegen toch meest aannemelijk als muntplaats. Zeldzaam.

van der Chijs XV, 10 ; Delmonte 621 ; vgl. Friedberg 68 R
een bijzonder mooi exemplaar met goede details
zfr/pr

1.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT,1492-1538 - Rijdergulden of Gelderse rijder z.j. (1509-1538), Nijmegen (of wellicht Roermond ?)

gewicht 3,25gr. ; goud Ø 24mm.
interpunctie lelie
muntmeester Niclaes Nyber

vz. Hertog in harnas, met toernooihelm en met geheven zwaard
in rechterhand te paard naar rechts, daaronder in een afsnede ⋆GEL⋆,
het geheel binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;  
KAROLVS.DVX.GELR - IVL′C′ZV′
kz. Wapenschild van Gelre-Gulik, rustend op kort gebloemd kruis, 
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
✥MON.NOVA.AVRЄA.DVCIS.GELRЄ

De rijdergulden of Gelderse rijder werd rond 1440 ingevoerd door hertog Arnold van Egmond (1423-1472). Karel van Egmond besloot in 1509 tot hervatting van aanmunting van dit munttype. Het had een voorgeschreven gewicht van 3,26 gram en een fijngehalte van 14 karaat. Tevens werd in datzelfde jaar een groot zilverstuk ingevoerd, de snaphaen.

Op de voor-en keerzijde vertoont deze munt interpunctie lelie. Mogelijk verwijst dit naar de muntplaats Roermond, die een lelie in het stadswapen draagt. Ook in later tijd wordt de lelie als muntteken voor Roermond toegepast. Delmonte vond deze variant belangrijk genoeg om er een apart catalogusnummer aan te wijden. Maar natuurlijk kan de lelie ook louter als interpunctie bedoeld zijn en dan blijft Nijmegen toch meest aannemelijk als muntplaats. Zeldzaam.

van der Chijs XV, 10 ; Delmonte 621 ; vgl. Friedberg 68 R
lichte zwaktes van de slag
zfr-

1.095,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT, 1492-1538 - Snaphaen z.j. (1509-1520), Nijmegen

gewicht 7,43gr. ; zilver Ø 34,5mm.
muntmeester Niclaes Nyber

vz. Gehelmde en geharnaste ruiter met opgeheven zwaard te paard
naar rechts, daaronder GEL in afsnede, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; KA - ROL′DVXGELRЄ′IVL′ - CO′ZV

kz. Wapenschild van Gelre-Gulik rustend op lang gebloemd kruis met
aan de uiteinden helmteken pauwenstaart met daarbinnen een schildje
met de klimmende Gelderse leeuw naar links, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; EQVITA - IVDIC - IATVA - DOMIN′
(voluit: aequitas judicia tua domine, vertaald: ′uwe gerichten zijn billijkheid′.
Woorden van koning David uit psalm CXIX vers 75)

De snaphaen werd voor het eerst in 1509 geslagen te Nijmegen onder Karel van Egmont. Het was de eerste grote zilveren munt die in de Nederlanden succesvol werd aangemunt. Qua afbeelding zocht men aansluiting bij de rijder-goudgulden, die reeds door Arnold van Egmont was ingevoerd. Dit munttype werd later veelvuldig geïmiteerd (o.a. door Luik en Nijmegen) en ten tijde van de Republiek (1581-1795) werd het in 1582 heringevoerd als schelling. Bij introductie in 1509 kreeg de munt de naam van Zilveren Schild ter waarde van zes Gelderse stuivers. Vanwege de afgebeelde ruiter, vermoedelijk hertog Karel voorstellende,  kreeg het in de volksmond al snel de naam van snaphaen, een woord dat zoveel betekent als "rover" of "vrijbuiter". Een ¼ Snaphaan is ook bekend onder de naam peerdeken.

♦ bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina ♦

Delmonte 516 ; van der Chijs XVIII, 38 ;
Het Hertogdom Gelre, pag. 271, no. 48

Kleine muntplaat onregelmatigheid aan de rand.
zfr

425,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT, 1492-1538 - Snaphaen z.j. (1509-1520), Nijmegen

gewicht 7,55gr. ; zilver Ø 35mm.
muntmeester Niclaes Nyber

vz. Gehelmde en geharnaste ruiter met opgeheven zwaard te paard
naar rechts, daaronder GEL in afsnede, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; KA - ROL′DVXGELR′IVL′ - CO′ZV′
kz. Wapenschild van Gelre-Gulik rustend op lang gebloemd kruis met
aan de uiteinden helmteken pauwenstaart met daarbinnen een schildje
met de klimmende Gelderse leeuw naar links, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; EQVITA′ - IVDIC - IATVA - DOMIN′
(voluit: aequitas judicia tua domine, vertaald: ′uwe gerichten zijn billijkheid′.
Woorden van koning David uit psalm CXIX vers 75)

De snaphaen werd voor het eerst in 1509 geslagen te Nijmegen onder Karel van Egmont. Het was de eerste grote zilveren munt die in de Nederlanden succesvol werd aangemunt. Qua afbeelding zocht men aansluiting bij de rijder-goudgulden, die reeds door Arnold van Egmont was ingevoerd. Dit munttype werd later veelvuldig geïmiteerd (o.a. door Luik en Nijmegen) en ten tijde van de Republiek (1581-1795) werd het in 1582 heringevoerd als schelling. Bij introductie in 1509 kreeg de munt de naam van Zilveren Schild ter waarde van zes Gelderse stuivers. Vanwege de afgebeelde ruiter, vermoedelijk hertog Karel voorstellende,  kreeg het in de volksmond al snel de naam van snaphaen, een woord dat zoveel betekent als "rover" of "vrijbuiter". Een ¼ Snaphaan is ook bekend onder de naam peerdeken.

Delmonte 516 ; van der Chijs XVIII, 38 ;
Het Hertogdom Gelre, pag. 271, no. 48

lichte zwaktes van de slag
zfr-

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL VAN EGMONT, 1492-1538 - ¼ Snaphaen of peerdeke z.j. (1509-1520), Nijmegen

gewicht 2,66gr. ; zilver Ø 27mm.
muntmeester Niclaes Nyber

vz. Gehelmde en geharnaste ruiter met geheven zwaard te paard naar rechts,
daaronder ⋆GEL⋆ in afsnede, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
KA - ROL′∘D′∘GEL′∘IVL′ - C′∘ZV′
kz. Wapenschild van Gelre-Gulik rustend op lang gevoet kruis dat is geplaatst
over een parelcirkel, tussen de armen de tekst; EQVITA - IVDIC - IA⋆TVA - DOMIN
voluit: aequitas judicia tua domine, vertaald: uwe gerichten zijn billijkheid.
Woorden van koning David uit psalm CXIX vers 75.

De snaphaen werd voor het eerst in 1509 geslagen te Nijmegen onder Karel van Egmont en als denominatie werd spoedig daarna ook de kwart snaphaen of peerdeke aangemunt. Deze komen echter aanmerkelijk minder voor dan de hele snaphaen en zullen in veel kleine aantallen zijn aangemunt. Zeldzaam.

herkomst: afkomstig uit de muntvondst van Hochstadt/Pfalz (1975)

van der Chijs XVIII, 40
kleine zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar
zfr-

250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL V,1543-1555 - Gouden zonnekroon 1544, Nijmegen

gewicht 3,25gr. ; goud Ø 25mm.
muntteken Gelders kruis

vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië tussen twee
vuurijzers met vonken, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
CAROLVS•D:G:ROM•IMP•Z•HISP•RЄX•D′•GЄL′ en zon
kz. Kort kruis met lelies aan de uiteinden, in de hoeken om en om een burcht
en dubbelkoppige adelaar, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
DA•MICHI•VIRTVTЄ′•CONTR•HOST′•TV•1544 en Gelders kruis

De gouden zonnekroon dankt haar naam aan de zon die we recht boven de kroon geplaatst zien. Deze munt was een vrij exacte imitatie van de Franse ecu d′or van Frans I (1515-1547). Het gehalte was gesteld op 929/1000 met een gewicht van 3,41 gram. Bij uitgifte was de munt was gangbaar voor 42 stuivers en het werd in de periode 1540-1555 aangemunt in Brabant, Vlaanderen, Gelre en Holland.

Dit is een van de eerste munten die op naam van Karel V voor Gelre werd aangemunt.
Zeer zeldzaam (ex. Huntington collection)

Delmonte 625 ; van Gelder & Hoc 186-4 ; van der Chijs XX, 1-2var. ;
Vanhoudt 223.NIJ (R2) ; Friedberg 73
RR
lichte zwaktes van de slag
zfr/zfr-

1.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - KAREL V, 1543-1555 - Groot z.j. (1544-1546), Nijmegen

gewicht 1,53gr. ; zilver Ø 24mm.
muntmeester Reinier van Eembrugge
muntteken Gelders kruis

vz. Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst;
CAROLVS•D•G•ROM•IMP•HISP•REX•D•G en kroon
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met in het hart
een Gelders kruis en in de hoeken om en om een leeuw en lelie.
In de buitencirkel de tekst; DA•MIHI - VIRTVT - CO•HOS - TЄ•TVO

van der Chijs XX, 9 ; van Gelder & Hoc 193-4 ; 
Vanhoudt 230.NIJ
RR
Zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
fr/zfr

325,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - Gouden reaal z.j. (1557-1559), Nijmegen

gewicht 5,40gr. ; goud Ø 30mm.
muntmeester Hendrik Hanssen
muntteken Gelders kruis

vz. Gedrapeerd en gekroond borstbeeld van Philips II naar rechts, 
omringd door de tekst; PHS•D•G•HISP•AИG•Z•REX•DVX•GEL• 
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild omhangen met de keten
van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; DOMIИVS•MIC - HI•ADIVTOR ✥

Philips draagt op deze munt tevens de titel van Engeland (ANG), vanwege zijn huwelijk met de Engelse koningin Mary Tudor. Met haar overlijden op 17 november 1558 verviel echter Philips′ recht om zich koning van Engeland te noemen en moest dus ook deze titel van zijn munten verdwijnen. Omdat Mary laat in 1558 overleed en de muntstempels voor 1559 al waren gemaakt, zien we deze titel pas na 1559 verdwijnen op de munten van Philips II. In de muntbus van muntmeester Hendrik Hanssen over de periode 11 augustus 1558 en 8 april 1561 worden in totaal 62.327 stuks gouden realen verantwoord. Dit zullen de gouden realen zijn geweest die in de jaren 1558 en 1559 met Engelse titel zijn aangemunt. Nadien, tussen 8 april 1561 en 11 mei 1565, is er ook nog een kleine productie geweest van gouden realen van in totaal slechts 565 stuks. Dit zal betrekkingen hebben gehad op de stukken zonder de Engelse titel en met de koningsnaam voluit geschreven (PHILIPPVS).

We zien bij dit exemplaar een fenomeen dat we al kennen vanaf de late middeleeuwen, namelijk het plaatsen van ″geheime punten. Deze punten waren soms bedoeld om een muntplaats aan te geven, zoals in de middeleeuwen bij Franse koninklijke munten, maar ook in de Nederlanden werd het toegepast. Denk b.v aan de gouden schild (klinkaert) van Philips de Goede, geslagen voor het graafschap Namen (Delmonte 419). Zo zien we op de voorzijde onder de zesde letter, dat is de H van HISP, een dikke punt geplaatst. Ook op de keerzijde zien we dit onder de 6e letter, dat is de V in DOMINVS. Deze variant is hoogst zeldzaam en zal bij de meeste auteurs van naslagliteratuur niet bekend zijn geweest. Hylke G. Dijkstra heeft bij zijn registratie van stempelvarianten van munten uit de periode 1543-1606 deze variant wel opgemerk (nr. 19a), maar hij heeft er verder geen bijzondere aandacht aan besteed. Mogelijk was hij niet bekend met het bestaan van ″geheime punten″, want voor deze periode was het in de Nederlanden eigenlijk geen gebruikelijke praktijk. Daarentegen was het bij de muntslag van de Franse koning François I nog algemeen gebruik om met punten onder de letters de muntplaats aan te geven. Bij deze gouden reaal weten we echter de muntplaats, namelijk Nijmegen, en de reden van het plaatsen van geheime punten moet dus een andere geweest zijn. Zeer waarschijnlijk heeft de muntmeester en stempelsnijder hiermee een bepaalde emissie willen markeren. Van exemplaten met punten op andere posities onder letters zijn mij geen exemplaren bekend. Er lijken dus twee groepen te zijn; een grote groep zonder geheime punten en een kleine groep met geheime punten onder de 6
e letter. Het is goed mogelijk dat de productie van de 62.237 gouden realen in twee verschillende perioden heeft plaats gevonden. Misschien is een grote groep vóór het overlijden van Mary Tudor geslagen, dus voor 17 november 1558. Vervolgens had men te maken met reeds vervaardigde muntstempels die qua titelatuur eigenlijk niet meer voldeden, maar die na 17 november 1558, waarschijnlijk pas in 1559, toch nog kort zijn benut voor de productie van gouden realen. Daarmee waren deze geheime punten dus bedoeld om deze tweede emissie te markeren. Hoogst ongebruikelijke en interessante variant voor de muntslag uit deze periode en als zodanig uiterst zeldzaam.

vgl. Delmonte 626 (R3) ; vgl. van Gelder & Hoc 207-6a ; vgl. Roest 564 ;
CNM.2.17.1 ; Dijkstra 19a (= vondst Serooskerken nr.14 in JMP 1966 =
Jacques Schulman, veiling 244, 15 en 16 november 1966, kavel 1) ;
van der Chijs XXIV, 1var. ; vgl. Vanhoudt 251.NIJ ; Friedberg 75 RRR
Voortreffelijke exemplaar met scherpe details, geslagen op een breed muntplaatje.
pr

12.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Gouden reaal z.j. (1562-1576), Nijmegen

gewicht 3,46gr. ; goud Ø 24mm.
muntmeester Hendrik Hansen of Jacob Dirksz. Alewijn
muntteken Gelders kruis

vz. Gedrapeerd borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder
✥ •, omringd door de tekst; DOMINVS•MICHI•ADIVTOR
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild,
omringd door de tekst; PHS•DEI•G•HISP•REX•DVX•GEL

Dit type met PHS, DEI, MICHI en zonder Z achter HISP komt slechts sporadisch voor. Hylke Dijkstra trof hiervan een exemplaar aan in het Teylers Museum te Haarlem.(Reg. nr. 582). Zeer zeldzaam.

Delmonte 628 ; van Gelder & Hoc 207-6c ; CNM.2.17.5 ;
vgl. van der Chijs XXIV,4var.. ; Dijkstra 28a ;
Vanhoudt 263.NIJ en 295.NIJ ; vgl.Friedberg 76 ;
vgl. Saunders/Vanhoudt 1052
RR
attractief exemplaar met goed portret
zfr+ à zfr/pr

1.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - Philipsdaalder 1573, Nijmegen

gewicht 30,71gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn
muntteken Gelders kruis
variant: zonder Z tussen HISP en REX (onbekend bij Dijkstra)

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II  naar links binnen een
gladde cirkel, daaronder •15✥73•. In de buitenrand de tekst;
PHS•D•G•HISP•REX•DVX•GEL
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op
stokkenkruis tussen twee vuurijzer met vonken. In de buitenrand de tekst;
•DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•

Dit munttype van de Bourgondische Nederlanden werd in 1557 ingevoerd met de officiële benaming van ′halve zilveren reaal′ , uitgegeven op koers van 35 stuiver, gelijk aan de halve gouden reaal. Later zou de koers oplopen tot 50 stuiver. In de volksmond stond dit munttype al spoedig bekend als Philipsdaalder. Vanaf 1562 werden diverse denominatie van de Philipsdaalder toegevoegd, nml. ; de  ½, 1/5,  1/10, 1/20 en 1/40 Philipsdaalder.

Tussen 25 oktober 1569 en 2 september 1574 zijn slechts
22.593 stuks philipsdaalders aangemunt. Zeer zeldzaam.

Between 25 October 1569 and 2 September 1574,
only 22,593 philipsdaalders were minted. Very rare.

Delmonte 33 ; van Gelder & Hoc 210-6e ; vgl. van der Chijs XXV, 13-14 ; 
HNPM.13 ; CNM.2.17.12 ; Dijkstra 59var. ; Vanhoudt 298.NIJ (R2) ;
Davenport 8496
RR
Licht gesnoeid exemplaar, overigens een net exemplaar.
zfr

950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - Philipsdaalder 1576, Nijmegen

gewicht 34,20gr. ; zilver Ø 43mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Jacob Dirksz, Alewijn

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II  naar links, daaronder 15 Gelders kruis 76. 
In de buitenrand de tekst; •PHS•D:G•HISP•Z•REX•DVX•GEL•
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op
stokkenkruistussen twee vuurijzer met vonken. In de buitenrand de tekst; 
DOMINVS•MIC - HI•ADIVTOR

Ondanks duidelijke sporen van circulatie, is dit stuk opmerkelijk goed op gewicht,
namelijk 34,20 gram, bij een officieel voorgeschreven gewicht van 34,28 gram.

Delmonte 33 ; van Gelder & Hoc 210-6e ; van der Chijs XXV, 14var. ; HNPM.13 ;
CNM.2.17.12 ; Dijkstra 62 ; Vanhoudt 298.NIJ (R2) ; Davenport 8496
RR
Kleine zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
zfr-/zfr

775,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/2 Philipsdaalder 1562, Nijmegen

gewicht 16,77gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester Hendrik Hanssen
muntteken Gelders kruis

varianten; De 2 in het jaartal is geschreven als een Z.
Met stip onder het borstbeeld in plaats van een cirkeltje.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar links binnen een gladde cirkel,
omringd door de tekst; PHS•D•G•HISPA•REX•DVX•GELRIE•156Z •
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend
op Bourgondisch stokkenkruis, geflankeerd door twee Bourgondische
vuurstalen met afspattende vonken en aan de onderzijde het Lam Gods,
binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst;
DOMIИVS•MIC - HI•ADIVTOR✥

Na de invoering van de ′halve zilveren reaal′, beter bekend als de philipsdaalder, ontstond spoedig behoefte aan kleine denominaties. Hieraan werd in 1562 gehoor gegeven door de invoering van de ½ , 1/5, 1/10, 1/20 Philipsdaalder. Vanaf 1571 werd daaraan ook nog de 1/40 philipsdaalder toegevoegd.

Delmonte 61 (R2) ; van Gelder & Hoc 211-6a ; van der Chijs XXVI, 15var. ; 
CNM.2.17.13 ; Dijkstra 63h ; Vanhoudt 267.NIJ
R
Licht slagbarstje. Bijzonder mooi exemplaar met fijn gedetailleerd portret.
Zeldzaam.
pr-

825,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Philipsdaalder 1562, Nijmegen

gewicht 16,04gr. ; zilver Ø 37mm.
muntmeester Hendrik Hanssen
muntteken Gelders kruis

vz. Geharnast borstbeeld naar links binnen een gladde cirkel.
In de buitencirkel de tekst; PHS•D•G•HISPA•REX•DVX•GELRIE•156Z ∘
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild op stokkenkruis
tussen twee vuurijzers met vonken, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•

Na de invoering van de ′halve zilveren reaal′, beter bekend als de philipsdaalder, ontstond spoedig behoefte aan kleine denominaties. Hieraan werd in 1562 gehoor gegeven door de invoering van de ½ , 1/5, 1/10, 1/20 Philipsdaalder. Vanaf 1571 werd daaraan ook nog de 1/40 philipsdaalder toegevoegd.

Op deze munt ontbreekt het muntteken ′Gelders kruis′. Dit is zeer opmerkelijk en berust waarschijnlijk op een vergissing van de stempelsnijder. Als zodanig uiterst zeldzaam.

vgl. Delmonte 61 (R2) ; vgl. van Gelder & Hoc 211-6a ;
van der Chijs XXVI, 15var. ; CNM.2.17.13 ; Dijkstra 63d ;
vgl. Vanhoudt 267.NIJ 
RRR
De voorzijde ietwat zwak geslagen, verder een mooi exemplaar.
zfr-/zfr

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Philipsdaalder 1563, Nijmegen

gewicht 16,55gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester: Hendrik Hanssen
muntteken: herkruist kruis (zgn. Gelders kruis)

vz. Geharnast borstbeeld naar links, daaronder I5 ✥ 63,
omringd door de tekst; •PHS•D:G•HISP•Z•REX•DVX•GEL•
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend
op Bourgondisch stokkenkruis, geflankeerd door twee Bourgondische
vuurstalen met afspattende vonken, eronder hangt het kleinood
(lamsvacht) van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door
de tekst; •DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•

In de periode 1561-1565 werden circa 97.006 stuks
philipsdaalders aangemunt (incl.1/2 philipsdaalders). Schaars.

Delmonte 62 ; van Gelder & Hoc 211-6b ; van der Chijs XXVI, 16 ; 
CNM.2.17.14 ; Dijkstra 64 ; Vanhoudt 267.NIJ
S
lichte zwaktes van de slag
fr/zfr à zfr-

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/2 Philipsdaalder 1566, Nijmegen

gewicht 16,64gr. ; zilver Ø 35mm.
muntmeester Hendrik Hanssen & Hadewich Arndt Anthonisdr.
muntteken Gelders kruis

vz. Geharnast borstbeeld naar links, daaronder •15✥66•,
omringd door de tekst PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild op
Bourgondisch stokkenkruis tussen twee vuurijzers met afspattende vonken,
omringd door de tekst;  •DOMINVS•MIC - HI•ADIVTOR•

In de jaren 1565-1567 werden circa 81.956 stuks ½ philipsdaalders aangemunt.
Zeldzaam.

Deze munt werd geslagen in het jaar dat in de Nederlanden de Beeldenstorm woedde, welke voorkwam uit de onvrede over de Spaanse houding jegens protestanten. Die werden namelijk op grote schaal onderdrukt en vervolgd als ketters, waarbij het katholieke geloof als het enige ware geloof werd gepredikt. De Beeldenstorm in de Nederlanden begon volgens de geschiedenisboeken op 10 augustus 1566. In Steenvoorde, een dorp in Zuid-Vlaanderen dat tegenwoordig overigens bij Frankrijk hoort, preekte op die dag een protestantse vluchteling met de toepasselijke naam Sebastiaan Matte. Hij was net teruggekeerd uit Engeland en tijdens zijn hagenpreek sloeg de vlam in de pan. Zo′n twintig van de toehoorders drongen na afloop van de preek een nabijgelegen klooster binnen en sloegen daar de religieuze beelden aan stukken. In de weken hierna werden honderden kerken en andere katholieke heiligdommen bezocht door protestanten. Beelden werden verwoest, maar ook door plunderingen verdwenen veel waardevolle objecten. Met name in de Zuidelijke Nederlanden werden veel vernielingen aangericht. Om deze reden zijn maar relatief weinig religieuze kunstobjecten uit de Middeleeuwen bewaard gebleven in met name de Zuidelijke Nederlanden. Een barbaarse daad die niet onderdoet voor hedendaagse vernielingen van oude kunst door Islamitische fanatici.

De uitbarsting van de volkswoede tijdens de Beeldenstorm kan gezien worden als een schakel in het verzet van de lage adel tegen het bewind van de Spaanse koning Filips II. Die was woedend over de aangerichte vernielingen in de katholieke heiligdommen en stuurde daarom een van zijn krachtigste onderdanen naar het noorden: de hertog van Alva. Deze kreeg een leger van 10.000 man mee om de opstand te onderdrukken. Alva verving de gematigde Margaretha van Parma als landvoogd en begon onmiddellijk na zijn aankomst in Brussel op 22 augustus 1567 met de vervolging en onderdrukking van de protestantse ketters. Hij stelde een Bijzonder Gerechtshof in, de zogenaamde Raad van Beroerten. Dit gerechtshof werd door het volk al snel Bloedraad genoemd. Niet voor niets: naar schatting werden er 6.000 tot 8.000 protestanten door de Raad van Beroerten veroordeeld. Het zou nooit meer goed komen. De Beeldenstorm leidde daarmee indirect tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Delmonte 62 ; van Gelder & Hoc 211-6c ; van der Chijs XXVI,17 ; 
CNM.2.17.14 ; Dijkstra 66b; Vanhoudt 267.NIJ
R
Voortreffelijk exemplaar met fijne details. Zeer zeldzaam in deze staat.
pr-

995,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1565 of 1566, Nijmegen

gewicht 5,43gr. ; zilver Ø 27mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hanssen &
Hadewich Arndt Anthonisdr.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, binnen
een gladde cirkeldaaronder 15 ✥ 6?, omringd door de tekst;
•PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL•
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapen rustend
op Bourgondisch stokkenkruis met daaronder het Lam Gods
(kleinood van de Orde van het Gulden Vlies), geflankeerd door
twee vuurijzers met afspattende vonken, binnen een gladde
cirkel, omringd door de tekst; DOMINVS - MIHI - ADIVTOR

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. 
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ 
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Met een officieel voorgeschreven gewicht van 6,85 gram is deze munt duidelijk veel te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op maar een gewichtsverlies van bijna 2 gram, zoals in dit geval, is in relatie tot de kwaliteit van de munt veel te groot. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt, zoals ook visueel duidelijk is waar te nemen.

Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bij verdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.

With an official prescribed weight of 6.85 grams, this coin is clearly much too light. Due to circulation and therefore wear, there is always weight loss, but a weight loss of almost 2 grams, as in this case, is much too large in relation to the quality of the coin. This weight loss is clearly caused by clipping the coin, as can also be clearly seen visually.

If one kept cutting off the edge of many coins, one could still earn a considerable amount, sometimes hundreds of guilders. Of course, it was important to give the coins in payment to people who could not immediately check the weight, otherwise one would be caught. In principle, those who paid with coins that were too light still had to pay the difference in weight, but that only applied to coins with a small weight deviation. If the difference was too great, the coins were immediately withdrawn from circulation. If one was caught cutting off coins, the punishments were not insignificant. With mutilation (including branding) one got off very lightly. Burning or boiling in a cauldron with water, oil or lead and other gruesome death sentences were the usual final stations for serious offenders.

Als gevolg van het snoeien zijn ook de cijfers van het jaartal maar deels leesbaar. Bij de eerste drie cijfers gaat het ongetwijfeld om 156. Het laatste cijfer zou een 5 of een 6 kunnen zijn.

variant: deze munt toont een binnencirkel op zowel de voor- als keerzijde. Dit is voor Gelderse 1/5 philipsdaalders zeer ongebruikelijk. Als zodanig zeer zeldzaam.

vgl. van der Chijs XXVII,26 ; van Gelder & Hoc 212-6d ; 
CNM.2.17.20 ; Vanhoudt 271.NIJ

lichte zwaktes van de slag
fr/zfr à zfr-

135,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1565, Nijmegen

gewicht 6,20gr. ; zilver Ø 31mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hanssen & Hadewich Arndt Anthonisdr.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 15 ✥ 65,
omringd door de tekst; •PHS•D:G•HISP•Z•REX•DVX•GEL •
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapen rustend
op Bourgondisch stokkenkruis met daaronder het Lam Gods
(kleinood van de Orde van het Gulden Vlies), geflankeerd door
twee vuurijzers met afspattende vonken, omringd door de tekst;
• - DOMINVS - MIHI - ADIVTOR - •

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. 
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ 
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van der Chijs- ; van Gelder & Hoc 212-6d ;
Dijkstra 80C ; CNM.2.17.20 ; Vanhoudt 271.NIJ 
RR
Miniem verschoven stempel. Zeer zeldzaam jaartal.
zfr-

255,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1566, Nijmegen

gewicht 6,49gr. ; zilver Ø 29mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hanssen &
Hadewich Arndt Anthonisdr.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 15 ✥ 66,
omringd door de tekst; •PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL•
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapen rustend
op Bourgondisch stokkenkruis met daaronder het Lam Gods
(kleinood van de Orde van het Gulden Vlies), geflankeerd door
twee vuurijzers met afspattende vonken, omringd door de tekst;
DOMINVS - MIHI - ADIVTOR

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ 
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Deze munt werd geslagen in het jaar dat in de Nederlanden de Beeldenstorm woedde, welke voorkwam uit de onvrede over de Spaanse houding jegens protestanten. Daarbij werden religieuze beelden vernietigd en katholieke kerken en kloosters geplunderd. Toen de zeer religieuze Philips II dit vernam was hij een week ′ziek′ van deze barbaarse daad en stuurde hij vervolgens de hertog van Alva om orde op zaken te stellen in de Nederlanden en de daders te straffen. Zo′n 6000 tot 8000 protestanten vonden daarbij de dood.

This coin was minted in the year that the Iconoclastic Fury raged in the Netherlands, which arose from the dissatisfaction with the Spanish attitude towards Protestants. Religious statues were destroyed and Catholic churches and monasteries were looted. When the very religious Philip II heard about this, he was ′sick′ for a week from this barbaric act and then sent the Duke of Alva to put things in order in the Netherlands and to punish the perpetrators. Some 6,000 to 8,000 Protestants were killed.

van der Chijs XXVII,26 ; van Gelder & Hoc 212-6d ; 
Dijkstra 81 ; CNM.2.17.20 ; Vanhoudt 271.NIJ

lichte zwaktes van de slag
fr/zfr à zfr-

150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1567, Nijmegen

gewicht 6,70gr. ; zilver Ø 30mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hanssen & Hadewich Arndt Anthonisdr.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 15 67,

omringd door de tekst; •PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL •
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapen rustend
op Bourgondisch stokkenkruis met daaronder de ramsvacht
(kleinood van de Orde van het Gulden Vlies), geflankeerd door

twee vuurijzers met afspattende vonken, omringd door de tekst;
• - DOMINVS - MIHI - ADIVTOR - •

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van der Chijs- ; van Gelder & Hoc 212-6d ;
Dijkstra 82 ; CNM.2.17.20 ; Vanhoudt 271.NIJ
kleine zwaktes van de slag doch voor type een net exemplaar
zfr

175,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1572/1, Nijmegen

gewicht 6,75gr. ; zilver Ø 32mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts binnen een gladde cirkel,
daaronder I5 ✥ 7Z, omringd door de tekst; •PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL
kz. Gekroond Spaans-Oostenrijks-Bourgondisch wapen rustend
op Bourgondisch stokkenkruis met daaronder het Lam Gods
(kleinood van de Orde van het Gulden Vlies), geflankeerd door
twee vuurijzers met afspattende vonken, omringd door de tekst;
DOMINVS - MIHI - ADIVTOR 

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. 
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ 
was the motto of the firm (catholic) believer Philips II.

In de periode 25.10.1569 – 02-09-1574 werden in totaal slechts 51.880 stuks 1/5 philipsdaalders aangemunt. Bij dit exemplaar is het jaartal 1572 gewijzigd uit 1571. Als zodanig ongepubliceerd en uiterst zeldzaam.

In the period 25.10.1569 – 02-09-1574 only 51,880 pieces of 1/5 philipsdaalders were minted. With this specimen the year 1572 has been changed from 1571. As such unpublished and extremely rare.

van der Chijs 27,27var.  ; cf. van Gelder & Hoc 212-6d ;
cf. Dijkstra 84f ; cf. CNM.2.17.20 ; cf. Vanhoudt 306.NIJ 
RRRR
Exemplaar met een mooi portret.
zfr

850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - Bourgondische kruisrijksdaalder 1567, Nijmegen

gewicht 29,31gr. ; zilver Ø 41mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hansen

vz. Gekroond vuurijzer met vonken geplaatst op stokkenkruis,
omringd door de tekst; PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL

kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië omgeven door
keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MI – HI•ADIVTOR•

De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij. Dit exemplaar werd geslagen in het jaar dat de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) begon.

Eerste jaar van dit munttype. In de jaren 1567-1570 werden voor Gelre in totaal 95.626 stuks Bourgondische kruisrijksdaalders aangemunt. Verreweg het grootste deel van die productie vond plaats in de jaren 1567-1568.

Delmonte 92 ; van Gelder & Hoc 240-6 ; van der Chijs XXVII,32 ;

CNM.2.17.38 ; Vanhoudt 290.NIJ

Minieme zwaktes van de slag. Attractief exemplaar met een mooi patina.
zfr/pr

485,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - Bourgondische kruisrijksdaalder 1568, Nijmegen

gewicht 29,19gr. ; zilver Ø 41mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hansen

vz. Gekroond vuurijzer met vonken geplaatst op stokkenkruis,
omringd door de tekst; PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL ✥
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië omhangen met de
keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
• DOMINVS•MI – HI•ADIVTOR •

De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.

In de jaren 1567-1570 werden voor Gelre in totaal 95.626 stuks Bourgondische kruisrijksdaalders aangemunt. Verreweg het grootste deel van die productie vond plaats in de jaren 1567-1568.

Dit exemplaar werd geslagen in het jaar dat de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) begon.

Delmonte 92 ; van Gelder & Hoc 240-6 ; van der Chijs 27,32var. ;
CNM.2.17.38 ; Vanhoudt 290.NIJ ; Davenport 8497

zeer attractief exemplaar met goede details
zfr/pr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - Bourgondische kruisrijksdaalder 1569, Nijmegen

gewicht 28,65gr. ; zilver Ø 40mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hansen of Jacob Dirksz. Alewijn

vz. Bourgondisch stokkenkruis, in het hart bijeengehouden door een vuurstaal,
daarboven een kroon en vonk, eronder vierbladige bloem en drie vonken,
15 – 69 in het veld, omringd door de tekst; PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL ✥
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië omhangen met de
keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
• DOMINVS•MI – HI•ADIVTOR •

De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij. 

In de jaren 1567-1570 werden voor Gelre in totaal 95.626 stuks Bourgondische kruisrijksdaalders aangemunt. Verreweg het grootste deel van die productie vond plaats in de jaren 1567-1568. Het jaartal 1569 komt slechts sporadisch voor en is zeer zeldzaam.

Delmonte 92 ; van Gelder & Hoc 240-6 ; van der Chijs 27,32var. ;
CNM.2.17.38 ; Dijkstra 52b ; Vanhoudt 290.NIJ
RR
bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina
zfr/pr

850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/2 Bourgondische rijksdaalder 1568, Nijmegen

gewicht 14,11gr. ; zilver Ø 34mm.

vz. Vuurijzer geplaatst op stokkenkruis 
PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL en Gelders kruisje
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië omgeven door
keten van de Orde van het Gulden Vlies  •DOMINVS•MI – HI•ADIVTOR•

De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Naast hele Bourgondische rijksdaalders werden ook halve en kwart Bourgondische rijksdaalders geslagen, zij het op veel kleine schaal. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij.

In de muntbus wordt melding gemaakt van 675 stuks ½ Bourgondische kruisrijksdaalder over de jaren 1567-1569. De productie zal echter, hoewel beperkt, toch beduidend groter zijn geweest. Zeer zeldzaam.

Delmonte 99(R4) ; van Gelder & Hoc 241-6 ; van der Chijs- ;
Dijkstra 55 ; CNM.2.17.39
RR
zfr-

1.150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - PHILIPS II, 1555-1581 – Hollandse penning z.j. (1561-1574), Nijmegen

gewicht 0,42gr. ; biljoen Ø 15mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Hendrik Hansen of Jacob Dirksz. Alewijn

vz. Gekroonde P binnen een gladde cirkel,
omringd door de tekst; ✥D•G•HISP•RE(X•DVX•GEL)
kz. Gekroond wapenschild van Holland,
omringd door de tekst; • DNS•MIHI•ADIV(TOR) •

van Gelder & Hoc 228-6b ; vgl. van der Chijs XXVIII, 43 ;
CNM.2.17.32 ; Dijkstra 113 ; Vanhoudt 260.NIJ
R
Zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar. Zeldzaam
zfr

165,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STATEN VAN GELRE, 1577-1585 - Unie Rozenobel 1579, Nijmegen

gewicht 7,63gr. ; goud 995/1000 ; Ø 36mm.
muntteken Gelders kruis
muntmeester Jacob Jansz. de Jonghe

vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de
rechterhand en een schild met het Gelderse wapen in de linker, frontaal
staande in een schip. Op het achtersteven een vaan met de Gelderse leeuw,
een roos op de zijkant van het schip.Het geheel binnen een parelcirkel.  
In de buitencirkel de tekst; •PHS• - D - G•HISP.Z•REX•DVX•GEL•C•ZVT•
kz. Stralende zon met een rozet in het hart en aan de uiteinden van de
stralen om en om een gekroonde leeuw en een versiering met lelie binnen
een versiering van acht bogen, het geheel binnen een parelcirkel. In de
buitencirkel de tekst; CONCORDIA•RES•PARVAE•CRESCVNT 15 ✥ 79

Van deze ″Unie rozenobel″ werden slechts 1380 stuks aangemunt. Het werd nog geslagen op naam van Philips II, maar het waren de Staten van Gelre die de daadwerkelijk dienst uitmaakten. Delmonte registreerde bij inventarisatie slechts 3 exemplaren: collectie KPK te s′Gravenhage,Teylers Museum te Haarlem en de private collectie van kolonel J.Herweyer. Hoogst interessant historisch stuk en van de grootste zeldzaamheid.

De rozenobel of ryal werd in 1465 ingevoerd door Edward IV van Engeland. In de Republiek werd dit munttype geïmiteerd en aangemunt tussen 1579-1603 door alle gewesten (behalve Holland, West-Friesland en Groningen), door de stad Kampen en door diverse muntheren te Gorinchem. Na 1586 was de productie van rozenobel stil komen te liggen, echter in reactie op de gouden Albertijnen van de Zuidelijke Nederlanden gingen enkele  munthuizen rond 1600 weer over op het aanmunting van hele en halve rozenobels, die tegen een gunstige koers in omloop gebracht konden worden.

Delmonte 634 (R4) ;  Verkade 1.1 ; de voogt 14 ;
van Gelder & Hoc 255-6 ; Pannekeet 7 ; HNPM.3 ;
CNM.2.17.51 ; Vanhoudt 407.NIJ ; Friedberg 230
RRRR
enkele krasjes en ietwat gegolfd muntplaatje (vermoedelijk vondstexemplaar).
zfr/pr

11.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HERTOGDOM GELRE - STATEN VAN GELRE, 1577-1585 - ½ Statendaalder 1577, Nijmegen

gewicht 13,42gr. ; zilver Ø 35mm.
muntmeester Jacob Dirksz. Alewijn
muntteken Gelders kruis

vz. Halflang lichaam van gekroonde Philips II met scepter naar links,
het Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild voor zich houdend,
omringd door de tekst; PHS•D:G•HISP•Z•REX•DVX•GEL•
kz. kz. Kruis gevormd uit vier gekroonde PH-monogrammen tussen
16 - S, bladornamenten in de kwartieren, letter S in het centrum,
binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst;
•PACE•ET•IVSTITIA• 15 ✥ 77

Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van nieuwe uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens landsheerlijke macht niet meer. Zijn persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). De Statendaalder werd uitgegeven op een koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder.

De muntslag van de Staten,  zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. In December 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Philips II.

In de jaren 1577-1578 werden slechts 15.790 stuks
½ Statendaalders aangemunt voor Gelre. Uiterst zeldzaam.

Delmonte 121 (R3) ; van Gelder & Hoc 246-6 ; de Voogt 3 ; 
Verkade 206.1 ; HNPM.20 ; CNM.2.17.44 ; Pannekeet 3 (R3) ;
Vanhoudt 375.NIJ
RRR
Minieme zwaktes van de slag en iets gesnoeid, desondanks een net exemplaar.
zfr/zfr+

4.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STATEN VAN GELRE, 1577-1585 - Statenoord z.j. (1578-1579), Nijmegen

gewicht 5,33gr. ; koper Ø 26mm.
muntteken Gelders kruis

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder Gelders kruis
PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•GEL•
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch omgeven door keten met de
Orde van het gulden Vlies  PACE ET IVSTITIA 

In de jaren 1578-1579 werden 63.104 stuks oorden aangemunt. Schaars.

Deze munt is niet geslagen op Spaans gezag, maar in opdracht van de Staten van Gelre. De landsheer wordt nog wel op deze munt vermeld, mijn zijn gezag werd niet langer erkend. De keerzijdetekst ″Pace et Justitia″ (vrede en gerechtigheid) is een verwijzing naar de strijd voor onafhankelijkheid.

van Gelder & Hoc 252-6 ; Verkade 18.3 ; CNM.2.17.50 ; Vanhoudt 381.NIJ S
fr+

75,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKHEID BATENBURG - WILLEM V VAN BRONCKHORST, 1556-1573 - Gouden St.Victordukaat z.j.

gewicht 3,48gr. ; goud Ø 21mm.

vz. Geharnaste sint Victor met kruisbanier en schild staande frontaal,
W - B ter weerszijden. In de buitencirkel de tekst;  *SANCTVS* – VICTOR
kz. Gekroonde Maria met kind Jezus zittend frontaal op halve maan,
daaronder wapenschildje van Bronckhorst-Batenburg .
In de buitencirkel de tekst; *MONETA*NO – VA*AVREA*B*
De letters W - B, op de voorzijde, staan voor Willem van Bronckhorst.

Batenburg is een van de oudste steden van Gelderland. Waarschijnlijk kreeg het rond het jaar 1000 al stadsrechten (later in 1349 nog eens). In de late middeleeuwen was Batenburg aanzienlijk groter dan vandaag de dag ; thans telt het zo′n 600 inwoners. Diverse rampen zijn waarschijnlijk mede oorzaak van de terugval. Zo is het in de 15e eeuw diverse malen geteisterd door stadsbranden, waarbij grote delen in de as werden gelegd en later niet meer werden herbouwd. Zo brak op 30 april 1419 een verwoestende stadsbrand uit, waarbij 112 mensen het leven lieten. Alle huizen aan de oost- en noordzijde van de markt, het gasthuis, klooster en Sint Janskerk branden daarbij volledig af. Ook in 1463 werd de stad weer getroffen door brand. Nu gingen zo′n 400 huizen in vlammen op. In 1557 werd de stadje getroffen door een pestbraak. De allereerste kerk in Batenburg was mogelijk gewijd aan Sint Willibrord, hij zou een van de heren van Batenburg zelf hebben bekeerd tot het christendom. Gedurende de middeleeuwen groeide de band tussen de kerk van Batenburg en de Dom van Xanten waardoor de beschermheilige van Xanten ook die van Batenburg werd. Hierdoor werd de kerk niet langer aan Sint Willibrord gewijd, maar aan Sint Victor. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog was de kerk meermaals doel van verwoestingen: in 1566 werd de kerk onder aanvoering van Herman van Bronckhorst geplunderd en in 1600 bombardeerde prins Maurits de kerk. Nog tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de kerk herbouwd, de herbouw van het schip werd in 1612 afgerond, van de consistoriekamer in 1619. In 1619 werd ook de grafelijke grafkapel ingericht. Om diverse munten van Batenburg zien de Sint Victor afgebeeld, als schutspatroon van Batenburg. De stad  werd bestuurd door de machtige heren van Batenburg, die aan de rand van de stad een groot kasteel hadden. Zij worden al genoemd in 1080 en traden zeer autonoom op en waren noch aan de hertog van Gelre, noch aan die van Brabant ondergeschikt. De heren van Bronckhorst waren zogenaamde banierheren, feodale heersers die een aantal leenmannen onder zich hadden die militaire bijstand verschuldigd waren in tijd van oorlog. De heren van Bronckhorst hadden alleen de Duitse keizer boven zich. In de omgeving hadden ze ook diverse bezitting in leen. Daarnaast verkregen zij hun inkomsten uit de vele tollen die zowel op land als op de Maas geheven werden, visrechten, marktrechten, belastingrechten en veergelden. Hun naam is ontleend aan hun stamslot in Bronckhorst, nabij Zutphen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kozen zij de zijde van de Opstand en steunden zij de strijd van Hendrik van Brederode ″de grote Geus″ en later Willem van Oranje, in wiens leger zij ook diverse taken vervulden. Naast de graven Van Egmont en Hoorne werden in 1568 ook twee zonen van Herman van Bronckhorst, Diederik en Gijsbert, op de markt van Brussel onthoofd. Ook zijn zonen Willem (1573) en Karel (1580) werden door de Spanjaarden vermoord. De enige zoon van Willem van Bronckhorst, Herman Diederik, die zijn vader in 1573 opvolgde, koos de kant van Spanje. Dit had wel tot gevolg dat prins Maurits van Oranje-Nassau in 1600 zowel het kasteel als het stadje grotendeels verwoestte. Deze werden echter weer herbouwd. In 1794 werd het kasteel door de Fransen in brand gestoken, waardoor thans alleen nog een ruïne rest. Vanaf de late middeleeuwen werden er ook munten geslagen door de heren van Batenburg. Met name in de 16e en 17e eeuw was dit echter een doorn in het oog van de omliggende gebieden, daar het gehalte van die munten vaak erg onder de maat waren.

Willem V van Bronckhorst-Batenburg, heer van Stein en Batenburg, werd geboren in 1529 als zoon van Herman van Bronckhorst en Petronella van Praet en Moerkerken. Willem huwde op 13 juli 1549 te Heukelom met Jeanne de St. Omer Moerbeecke. Dat huwelijk bleef kinderloos. Later huwde hij met Erica gravin van Manderscheidt, weduwe van de graaf van Isenburg. Zij kregen een zoon, Herman Dirk van Bronckhorst-Batenburg. Hele adellijke families vechten gezamenlijk in de oorlog tegen Spanje. Slechts een enkeling stierf een natuurlijke dood. Ook de familie van Bronckhorst-Batenburg, zoals Willem, Carel, Diederik en Gijsbert. Bekende andere broers die tegen de hertog van Alva en zijn opvolgers vochten zijn de families Van Nassau (prins Willem, Adolf, Lodewijk en Hendrik), Van Brederode (Hendrik en Lancelot). Willem van Batenburg leidt kort het leger van prins Willem van Oranje-Nassau op het Haarlemmermeer en bij het ontzet van Haarlem. Twee broers van Willem van Batenburg, Dirk en Gijsbert, zijn tegelijkertijd met Van Egmont en Hoorne onthoofd. De onthoofding was in de toenmalige hoofdstad van de Nederlanden op de Grote Markt van Brussel. De executie gebeurde als wraak voor het verlies van de slag bij Heiligerlee (23 mei 1568). Hij nam uit ontevredenheid dienst in het leger van den prins van Oranje. De heerlijkheid Batenburg werd 12 februari 1569, op last van het hof van Brabant te Brussel, in beslag genomen. Steyn bleef daarvoor bewaard, omdat het een rijksheerlijkheid was. Willem was, weliswaar kortstondig, leider van het leger van Willem van Oranje, in 1572 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal van Zeeland en in 1573 als opvolger van Lumey luitenant-generaal van Holland. Willem raakte in 1573 dodelijk gewond bij de Slag bij Manpad in Heemstede. Hij viel met zijn troepen in een hinderlaag, werd gevangengenomen en stierf twee dagen later aan zijn verwondingen.

van der Chijs X, 10 ; Delmonte 688 ; de Voogt- ; 
CNM.2.05.4 ; Friedberg 7
RRR
Kleine zwaktes van de slag. Uiterst zeldzaam munttype.
zfr

6.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKHEID BATENBURG - WILLEM V VAN BRONCKHORST, 1556-1573 - Gehelmde rijksdaalder z.j. (1556)

gewicht 28,48gr. ; zilver Ø 41mm.
Geslagen op naam van keizer Karel V (1519-1556)
muntmeester Peter van Bossenhoven
muntmeesterteken granaatappel

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een cirkel,
omringd door de tekst;
CAROL*V*ROMANO*IMPE*SEMPER*AVGVSTVS
kz. Wapen van Bronckhorst-Batenburg, gedekt door een
helm met cimier en lambrekijns, omringd door de tekst;
GVIL′*DE*BRONC′*LIB′ - BARO*IN*IN*BANBO′ en granaatappel

Van deze daalder bestaan twee typen ; met groot en met klein wapenschild.
Dit exemplaar is met een groot wapenschild. Als gevolg van verschoven
stempels zijn de teksten hier en daar ietwat gedegenereerd.

Delmonte 524 (R2) ; van der Chijs XI, 21 ;
de Voogt 13 ; CNM.2.05.10 ; Davenport 8552
R
voor dit munttype een zeer attractief exemplaar
pr-/zfr

1.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKHEID BATENBURG - WILLEM V VAN BRONCKHORST, 1556-1573 – Sint Victordaalder van 30 stuiver z.j. (1565-1573)

gewicht 28,49gr. ; zilver Ø 42mm.
muntmeester Jan van Luemel (?)
zonder munt- of muntmeesterteken

vz. Geharnaste Sint Victor met nimbus staande naar rechts,
kruis op de borst, de linkerhand aan het gevest van zijn zwaard en
in de rechter een ridderlans met kruisbanier, binnen een gekartelde cirkel,
omringd door de tekst; SANCTVS x VIC – T – O- R x MART
kz. Gekroonde rijksadelaar met schildje van Bronckhorst-Batenburg
op de borst binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst;
MONETA
NOVAARGENTEABATENBORGEN

Deze daalder toont ons de heilige Sint Victor van Xanten (ook wel van Solothurn, van Genève of van Marseille). Het is de stadsheilige van Batenburg en ook de hoofdkerk van dit stadje was aan deze heilige gewijd. Deze beeldenaar is ontleend aan de taler of guldiner van Solothurn, aangemunt tussen 1551 en 1563, die vrijwel identiek is maar daar de heilige Ursus verbeeld. Volgens de overlevering waren zowel de Ursus als Victor leden van het Thebaanse Legioen. Dit was een groep strijders uit Neder-Egypte. Zij waren in Romeinse dienst ten tijde van keizer Maximianus (286-310), die onder leiding van de heilige Mauritius Europa binnentrokken om een opstand van de Galliërs neer te slaan. Aangekomen in Agaunum in Zwitserland (Sankt Moritz) werden offers gebracht aan de Romeinse goden om de overwinning af te smeken. Het Thebaanse Legioen bestond echter voornamelijk uit christenen en zij weigerden de keizer en de goden te vereren, hetgeen hun op de marteldood kwam te staan. Victor, praefectus cohortis van het Thebaanse Legioen, wist aanvankelijk samen Ursus te ontkomen, maar nabij Solothurn warden beiden gearresteerd en ter dood gebracht. Victors dood was aanleiding voor de Heilige Verena om vanuit Milaan de Alpen over te trekken om nabij zijn graf te kunnen bidden en vasten. Ursus werd de heilge van Solothurn terwijl Victor de heilige werd van Genève. De stoffelijke resten van Victor werden in de late 5e eeuw naar Genève overgebracht. Zijn relikwieën worden in kerken in heel Zwitserland getoond, en zijn kist werd gevonden in 1519. Van der Chijs maakt melding van een Victor van Marseille, hetgeen weer een Franse variatie is op deze heilige legende maar dan rond Marseille gesitueerd. Een derde versie verhaald dat het cohort van Victor op de vlucht langs de Rijn tot voorbij Colonia Claudia Ara Agrippinensium (Keulen) wist te komen. Daar, in het Amfitheater van Birten nabij Xanten, werd hij samen met ruim 360 andere soldaten gemarteld en gedood. Om deze reden werd de heilige Victor ook in Xanten vereerd, alwaar ook de Dom aan deze heilige is gewijd. Ook in Batenburg werd deze Victor van Xanten vereerd. Zijn feestdag is 30 september.

Op deze meeste St. Victordaalders wordt in de tekst melding gemaakt van de muntplaats Batenburg. Niet bij dit type. Het stuk vermeld noch de naam van de muntplaats noch dat van de muntheer. Alleen het wapentje van Bronckhorst-Batenburg is een verwijzing naar de herkomst van de munt. De muntmeester Peter van Bossenhoven (1556-1559) en Peter Becx (1560-1565) plaatsten op hun daalders in de regel een muntmeesterteken, een kruis, granaatappel of tinhaak. Het ontbreken van een muntmeesterteken doet vermoeden dat de munt na hun ambtsperiode is geslagen, mogelijk door muntmeester Jan van Luemel, die ook werkzaam was te Weert voor het graafschap Horne. Sint Victordaalders komen maar weinig voor en zijn zeer zeldzaam.

Delmonte 532 ; van der Chijs XII, 27var. ; de Voogt 25var. ;
CNM.2.05.19 ; Davenport 8560   
RR
Kleine zwaktes van de slag, doch voor type een mooi exemplaar.
zfr

3.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKLIJKHEID BATENBURG - WILLEM V VAN BRONCKHORST, 1556-1573 - Daalder z.j.

gewicht 26,24gr. ; zilver Ø 41,5mm.
muntmeester Peter Becx
muntmeesterteken tinhaak

vz. Gekroonde rijksadelaar met hartschild Batenburg-Bronckhorst binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; MONETA•NOVA•ARGENTEA•BATENBORGEN′
kz. Gekroonde klimmende leeuw naar links binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; 
DAPACEMDOMINEINDIEBVSNOSTRIS en tinhaak

Delmonte 539 ; van der Chijs XIII,38 ; CNM.2.05.33 R
Zwaktes van de slag. Zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

475,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKHEID BATENBURG - WILLEM V VAN BRONCKHORST, 1556-1573 - Daalder 1564

muntmeesterteken granaatappel

met tekstfout CONSERSVA i.p.v. CONSERVA (RR)

Delmonte 542;van der Chijs 13,39var.;de Voogt 41var.;
CNM.2.05.35var.;Davenport 8565
RR
kleine zwaktes van de slag
zfr/zfr-

695,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKLIJKHEID BATENBURG - WILLEM V VAN BRONCKHORST, 1556-1573 - Daalder 1564

gewicht 27,90gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Peter Becx
muntmeesterteken kruis

vz. Gekroonde rijksadelaar met hartschild Batenburg-Bronckhorst binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; DENA•NOVVS•D• BATE• TRIGINTA•ST
kz. Gekroonde klimmende leeuw naar links binnen een cirkel. 
In de buitencirkel de tekst; ✠ DOMINE•CONSERVA•NOS•IN•PACE•A°64

Van deze daalder met afgekort jaartal bestaan twee varianten; 1. een leeuw met gekruiste staart en 2. een leeuw met gebogen (niet gekruiste) staart. Dit exemplaar is van het tweede type en heeft bovendien een grovere lettering. Het toont daarmee grote verwantschap met Delmonte 541 en het is een combinatie tussen CNM2.05.34 en 2.05.35. Het is uiterst zeldzaam.

Delmonte 542 ; van der Chijs XIV, 41var. ; CNM.2.05.34/35 ; Davenport 8565var. RRR
lichte zwaktes van de slag
zfr-

1.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKLIJKHEID BATENBURG - WILLEM V VAN BRONCKHORST, 1556-1573 - Daalder 1565

gewicht 28,07gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Peter Becx
muntmeesterteken tinhaak

vz. Gekroonde rijksadelaar met hartschild Batenburg-Bronckhorst binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; MONETA★NOVA★ARGENTEA★BATENBORGEN′
kz. Gekroonde klimmende leeuw naar links binnen een cirkel. In de buitencirkel
de tekst; DOMINE★CONSERVA★NOS★IN★PACE★A°★1565 en tinhaak

Delmonte trof bij inventarisatie slechts 1 exemplaar aan ;
collectie Teylers Museum te Haarlem. Hoogst zeldzaam.
Delmonte listed only 1 piece of this cointype; Teylers Museum Haarlem
Coin of the highest rarity.

Delmonte 543 (R4) ; van der Chijs XIV, 45 ; CNM.2.05.38 ; Davenport 8566 RRRR
Lichte zwaktes van de slag.
zfr-

4.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKHEID BATENBURG - HERMAN DIEDERIK VAN BRONCKHORST, 1573-1612 - Gouden dukaat 1578

gewicht 3,46gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeester Hendrik van Velthuysen

vz.  Wapenschild van Bronckhorst-Manderscheid, met hartschild Batenburg,
tussen afgekort jaartal 7 – 8 binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; • ✽• MONE•NO•AVREA•DNI•HERM
kz. Staande geharnaste bannerheer met zwaard over schouder en
zwaard in schede, grotendeels binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; THE•D•BRO•L• -  BA - R•I•B•Z•STEI - •

Herman Diederik was enig kind van Willem V van Bronckhorst en Erica gravin van Manderscheidt. Hij volgde zijn vader op als heer van Batenburg, toen deze in 1573 overleed. Anders dan zijn vader en ooms, koos Herman Diederik de zijde van de Spanjaarden. Waarschijnlijk uit lijfsbehoud en bescherming van zijn bezittingen. Tot 1600 bleef de heerlijkheid Batenburg Spaans gebied, maar in dat jaar wist prins Maurits het op de Spanjaarden te veroveren en kwam het in Staatse handen. Herman Diederik overleed in 1602 te Thorn zonder kinderen na te laten. Zijn neef Maximiliaan volgde hem op.

Het betreft hier een imitatie van de dukaten van Richard von Pfalz-Simmern (1569-1598), een nazaat van Gijsbrecht van Aemstel en verwant aan de Van Egmonts. Van dit munttype zijn slechts enkele exemplaren bekend. Hoogst zeldzaam.

Delmonte 703 ; Verkade 33.4 ; de Voogt II, 29 ; Pannekeet 6 ;
CNM.2.05.60 ; Friedberg 13
RRR
Zeer attractief exemplaar met goede details.
zfr/pr

11.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BANNERHEERLIJKHEID BATENBURG - HERMAN DIEDERIK VAN BRONCKHORST, 1573-1602 - Leeuwendaalder 1578

gewicht 25,46gr. ; zilver Ø 42mm.
muntmeester Hendrik van Velthuysen
muntmeesterteken ″vierblad″ (4 bollen in kruisvorm)
op de voorzijde en rozet op de keerzijde

vz. Staande gehelmde en geharnaste ridder met een sjerp om, kijkend over
zijn schouder, een wapenschild met een gekroonde klimmende leeuw aan
lint voor zich houdend, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✤MONO•ARG•HERM - TH•D•BR•L•BA•I•B•Z
voluit: MONETA NOVA HERMANI THEODERICI DE BRONCKHORST
LIBERI BARONIS IN BATENBORGEN Z STEIN, vertaal; Nieuwe zilveren
munt van Herman Diederik van Bronckhorst, vrijheer in Batenburg en Stein

kz. Gekroonde kimmende leeuw naar links binnen een parelcirkel, omringd
door de tekst;  ❃POSVI⋆DEVM⋆ADIVTOREM⋆QV⋆ TIMEBO⋆1578
voluit: POSVI DEVM ADIVTOREM QVEM TIMEBO, vertaald;
Ik heb God tot hulp gesteld, wien zal ik vrezen ?

Delmonte 559 ; Verkade 35.2 ; de Voogt 25-27 ; CNM.2.05.80 ;
Pannekeet BAT.13 ; Davenport 8575
R
In het centrum zwak geslagen. Zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID BERGH - FREDERIK III VAN DEN BERGH, 1387-1416 - ¼ Nije groot z.j. (circa 1388-1390)

gewicht 0,54gr. ; biljoen Ø 18mm.

vz. Helm met helmteken Bergh binnen en cirkel. 
In de buitencirkel de tekst; +FRЄDERICVS•DNS•BЄRЄN
kz. Kort gevoet kruis met in de kwadranten de letters N - A - S - B  
In de buitencirkel de tekst; MONЄTA NOVA DЄ BЄRGЄ

Grolle vermeld diverse exemplaren van dit munttype, maar geen enkel exemplaar vertoont deze opschriften. Als zodanig lijkt het dus ongepubliceerd te zijn. De letters tussen het kruis op de keerzijde zijn te verklaren Nijmegen - Arnhem - Sutphen - Bergh. Het is dan ook een imitatie van een munt van het hertogdom Gelre van Willem I van Gulik (1377-1402), waarbij de gebruikelijke vierde letter R (van Roermond) in dit geval is vervangen door de letter B (van Bergh).

Frederik III van den Bergh werd rond 1348 geboren te Buren als oudste zoon van Willem I van den Bergh en Sophia van Bylandt. Rond 1370 huwt hij met Katharina van Buren en wordt door zijn vader met de heerlijkheid Bylandt beleend. In 1399 laat hij de kapel in ′s Heerenbergh vergrote, welke vervolgens door de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim tot parochiekerk wordt verheven. In 1387 volgt hij zijn vader op als heer van Bergh en tijdens zijn regering vindt een omvangrijke muntslag plaats, voornamelijk kleingeld.

Diverse barstjes en kleine zwaktes van de slag, doch verder
een mooi exemplaar voor dit munttype. Uiterst zeldzaam.
van der Chijs- (vgl. XXIII, 2) ;  vgl. Grolle 5.3.3. (JMP.1993) RRR
zfr

1.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP BERGH - OSWALD II, 1511-1546 - Daalder z.j. (1544), ‘s Heerenbergh

gewicht 27,79gr. ; zilver Ø 40mm.

vz. het borstbeeld van graaf Oswald II naar links, gekleed in hermelijnen mantel
en met baret als hoofddeksel, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
OSWALD′xC - OM′xDxMON - T′x  DNSxDxB′x  - WISxZxH′.
Op 3, 6, 9 en 12 uur resp. de wapenschildjes van Egmond, Culemborg,
Saarwerden/Meurs en Bergh. (opm. het wapen van Bergh met de klimmende
leeuw naar rechts is feitelijk onjuist. De leeuw dient naar links gewend te zijn.)
(voluit: Oswaldus Comes De Monte Dominus De Biland Wisch en Homoet -
vertaald; Oswald graaf van Bergh, heer van de Bijland, Wisch en Homoet.)

kz. Gekwartierd wapenschild van graaf Oswald, samengesteld uit de wapens
van Bergh, Egmond, Culemborg en Saarwerden/Meurs, gedekt door twee
gekroonde helmen met cimiers en lambrekijns, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; DNS′⋆PROTECTOR⋆VITE⋆MEE⋆A⋆QVO⋆TREPID
voluit: Dominus Protector Vite Meae A Quo Trepidabo (Psalm 27 van David)
vertaald: De Heer waakt over mij, voor wie zou ik angst hebben ?

Het betreft hier het enige munttype dat op naam van graaf Oswald II is geslagen. Het is tevens de eerste munt waarop het portret van een graaf van Bergh is afgebeeld, in renaissance stijl. Van dit munttype zijn maar weinig exemplaren bekend, meest in museale collecties. Uiterst zeldzaam.

Delmonte 568 (R3) ; van der Chijs XVII, 1 ; Serrure 23 ; Davenport 8576  RRR
Licht geoxideerde voorzijde.
zfr-

8.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP BERGH - WILLEM IV VAN DEN BERGH, 1546-1586 - Daalder z.j. (circa 1560-1566), ′s Heerenbergh

gewicht 28,35gr. ; zilver Ø 40mm.
muntmeesterteken granaatappel

vz. Jeugdig borstbeeld van graaf Willem in hermelijnen mantel naar
links binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;  GVIL⋆CO⋆D⋆
MON⋆Z⋆DNS⋆D⋆BIL⋆HE⋆BOX⋆HO⋆Z⋆W en granaatappel
voluit: Guilhelmus Comes De Monte et Dominus De Biland Hedel Boxmeer Homoet et Wisch
vertaald: Willem, graaf van Bergh en heer van Byland, Hedel, Boxmeer en Wisch

kz. Wapenschild van Bergh gedekt door een gekroonde helm met
cimier en lambrekijns binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
DNS′⋆PROTECTOR⋆VITE⋆MEE⋆A⋆Qº⋆TREPIDABO⋆
voluit: Dominus Protector Vite Meae A Quo Trepidabo (Psalm 27 van David)
vertaald: De Heer waakt over mij, voor wie zou ik angst hebben ?

In 1560 jaar begon de eerste van twee periodes waarin graaf Willem IV een groot aantal munten heeft laten slaan. Echter, de Berghse munt werkte toen als hagemunt. In 1560 noemde de regering in Brussel Bergh als een van de eerste in een reeks van munthuizen die zij ervan beschuldigde goede munten om te smelten tot slechte, en munten uit binnen- en buitenland na te maken. Graaf Willem′s hagemunterij stopte toen hij in 1568 aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog moest vluchten. Zowel in ′s-Heerenberg als in Hedel werd de muntslag toen stopgezet.

Delmonte 569 (R2) ; van der Chijs XVIII, 7-9var. ;
Serrure 28 ; CNM.2.06.5 ; Davenport 8577
RR
Lichte randoneffenheid. Attractief patina. Zeer zeldzaam munttype.
zfr

1.450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP BERGH - WILLEM IV VAN DEN BERGH, 1546-1586 - Daalder van 24 stuiver z.j. (circa 1560-1566), ′s Heerenbergh

gewicht 24,96gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeesterteken granaatappel

vz. Geharnast borstbeeld van graaf Willem IV naar links met de linkerhand
aan het gevest van zijn zwaard binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
GVIL⋆CO⋆D⋆MON⋆Z⋆DNS⋆D⋆BIL⋆HE⋆BOX⋆HO⋆Z⋆W en granaatappel
kz. Wapenschild van Bergh gedekt door een gekroonde helm met cimier en
lambrekijns, daartussen de waardeaanduiding 24 - SF, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; DNS⋆PROTEC⋆VITE⋆MEE⋆A⋆Qº⋆TREPIDAB

Van deze lichte daalders van 24 stuiver is de productie waarschijnlijk zeer
klein gebleven. Delmonte registreerde slechts 1 exemplaar (Cabinet de Bruxelles).
Hoogst zeldzaam.

Delmonte 572 (R3) ; van der Chijs - ; Serrure 30 ;
CNM.2.06.7 ; Davenport 8579
RRR
Kleine zwakes van de slag, doch een attractief exemplaar met een mooi patina.
zfr-/zfr

4.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP BERGH - WILLEM IV VAN DEN BERGH, 1546-1586 - St. Oswalddaalder van 30 stuiver z.j. (circa 1560-1566), ’s Heerenbergh

gewicht 27,68gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeestertekens lelie (voorzijde) en drieblad (keerzijde)
Sint Oswald met een open kroon.


vz. Geharnast borstbeeld van St. Oswald naar rechts, met een open kroon,
scepter en zwaard, 30 - S in het veld, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
SANCT′⋆OSWALD′⋆REX⋆NVMVS⋆ARGEN⋆30⋆STVFE′ en drieblad
kz. Berghse leeuw lopend naar links, het wapen van Bergh aan een lint
voor zich houdend, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
GVIL′⋆CO′⋆D⋆MON′⋆Z⋆DNS′⋆D⋆BIL′⋆HE′⋆BOX′⋆HO’⋆Z⋆WIS en lelie


Oswald werd rond 604 geboren als zoon van koning Edwin van Northumbria. Toen zijn vader in 633 was omgekomen in de Slag bij Hatfield Chase, volgde Oswald hem op als koning van Northumbria. Oswald bevorderde de verspreiding van het christendom in Northumbria, dat grotendeels nog heidens was. Hij maakte het zendingswerk van St. Aidan mogelijk en stichtte het klooster van Le′n Dis Ferann. Dit klooster werd een belangrijk centrum voor de verspreiding van het christendom en voor scholastische activiteiten. Na een regeerperiode van acht jaar waarin hij de machtigste heerser van Engeland was (Bretwalda), kwam Oswald om bij de Slag van Maserfield (5 augustus 642). Hij werd in Bernicia opgevolgd door zijn halfbroer Oswiu (642). Omdat hij in de strijd tegen het laatste heidense rijk van de Angelsaksen stierf, wordt Oswald als martelaar beschouwd. Later werd hij heilig verklaard. De historicus Beda, die bijna 100 jaar na Oswalds dood over hem schreef, beschouwde Oswald als een heilige koning. Deze Beda is ook de belangrijkste bron voor wat wij over hem weten. In Nederland is Zeddam, gelegen nabij ′s Heerenbergh aan de voet van het Montferland en Bergherbos, de enige Nederlandse parochie met Sint Oswald als beschermheilige. In het Alpengebied wordt hij vaker vereerd. Schotse monniken zouden de Oswaldverering naar de Alpen hebben overgebracht. Oswald is de schutspatroon van het Zwitserse kanton Zug en de stad Zug, en verder van de Engelse koningen, de kruisvaarders, de kleermakers en het vee. Hij wordt aangeroepen voor bescherming tegen de pest. Zijn sterfdag (5 augustus) is zijn feestdag.

Exemplaren met het muntmeesterteken lelie en drieblad komen
slechts hoogst sporadisch voor en zijn derhalve zeer zeldzaam.

Delmonte 577 ; van der Chijs - (vgl. Pl.XX / XXI, 21-29) ;
Serrure 34var. ; CNM.2.06.14
RR
Voor dit munttype een mooi exemplaar met goede details.
zfr+ à zfr/pr

1.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - GRAAFSCHAP BERGH - WILLEM IV VAN DEN BERGH, 1546-1586 - St. Oswalddaalder van 30 stuiver z.j. (circa 1560-1566), ’s Heerenbergh

gewicht 28,10gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeesters Nicolaan van Essen (1560-1565),
Willem Sengers (1565-1566) en Johan Fleming (1565-1566)
muntmeestertekens wijnblad (voorzijde) en roosje (keerzijde)
Sint Oswald met een open kroon.

vz. Geharnast halflang lichaam van St. Oswald naar rechts,
met een open kroon, scepter en zwaard, 30 - S in het veld,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
SANCT′⋆OSWALD′⋆REX⋆NVMVS⋆ARGEN′30⋆STVFE en wijnblad
kz. Berghse leeuw lopend naar links, het wapen van Bergh aan een lint
voor zich houdend, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
GVIL′⋆CO′⋆D⋆MON′⋆Z⋆DNS′⋆D⋆BIL′⋆HE′⋆BOX′⋆HO′⋆Z⋆WIS en roosje

Voluit luidt de voorzijde tekst: Sanctus Oswaldus rex nummus argenteus
30 stuferorum, vertaald; Heilige Oswald, koning, zilveren munt van 30 stuiver.

Voluit luidt de keerzijde tekst; Guilhelmus comes de Monte et dominus de
Biland Hedel Boxmeer Homoet et Wisch, vertaald; Willem, graaf van Bergh
en heer van Byland, Boxmeer, Homoet en Wisch.

Oswald werd rond 604 geboren als zoon van koning Edwin van Northumbria. Toen zijn vader in 633 was omgekomen in de Slag bij Hatfield Chase, volgde Oswald hem op als koning van Northumbria. Oswald bevorderde de verspreiding van het christendom in Northumbria, dat grotendeels nog heidens was. Hij maakte het zendingswerk van St. Aidan mogelijk en stichtte het klooster van Le′n Dis Ferann. Dit klooster werd een belangrijk centrum voor de verspreiding van het christendom en voor scholastische activiteiten. Na een regeerperiode van acht jaar waarin hij de machtigste heerser van Engeland was (Bretwalda), kwam Oswald om bij de Slag van Maserfield (5 augustus 642). Hij werd in Bernicia opgevolgd door zijn halfbroer Oswiu (642). Omdat hij in de strijd tegen het laatste heidense rijk van de Angelsaksen stierf, wordt Oswald als martelaar beschouwd. Later werd hij heilig verklaard. De historicus Beda, die bijna 100 jaar na Oswalds dood over hem schreef, beschouwde Oswald als een heilige koning. Deze Beda is ook de belangrijkste bron voor wat wij over hem weten. In Nederland is Zeddam, gelegen nabij ′s Heerenberg aan de voet van het Montferland en Bergherbos, de enige Nederlandse parochie met Sint Oswald als beschermheilige. In het Alpengebied wordt hij vaker vereerd. Schotse monniken zouden de Oswaldverering naar de Alpen hebben overgebracht. Oswald is de schutspatroon van het Zwitserse kanton Zug en de stad Zug, en verder van de Engelse koningen, de kruisvaarders, de kleermakers en het vee. Hij wordt aangeroepen voor bescherming tegen de pest. Zijn sterfdag (5 augustus) is zijn feestdag.

Op de voorzijde zien we een wijnblad als muntmeesterteken, zoals we die ook kennen van de karolusdaalders van Nijmegen die kort hiervoor werden geslagen. Dit muntmeesterteken (niet te verwarren met het totaal anders gevormde drieblad) wordt niet vermeld in de naslagwerken. Als zodanig uiterst zeldzaam.

Delmonte 577 ; van der Chijs plaat XX en XXI, 21-29var. ;
vgl. Serrure plaat 3, no.34 ; CNM.2.06.10 ; Davenport 8583 
RRR
kleine zwaktes van de slag
zfr-/zfr

950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP BERGH - WILLEM IV VAN DEN BERGH, 1546-1586 - ½ St. Oswalddaalder van 15 stuiver z.j. (circa 1560-1566), ’s Heerenbergh

gewicht 13,96gr. ; zilver Ø 34mm.
muntmeestertekens huismerk (voorzijde) en drieblad (keerzijde)
Sint Oswald met een open kroon.

vz. Geharnast borstbeeld van St. Oswald naar rechts, met een open kroon,
scepter  en zwaard, 15 - S in het veld, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
SANCT′⋆OSWALD′⋆REX⋆NVMVS⋆ARGEN′⋆15⋆STVFE en drieblad
kz. Berghse leeuw lopend naar links, het wapen van Bergh aan een lint voor
zich houdend, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
GVIL′⋆CO′⋆D⋆MON′⋆Z⋆DNS′⋆D⋆BIL′⋆HE′⋆BOX′⋆HO⋆Z⋆WIS en huismerk

Oswald werd rond 604 geboren als zoon van koning Edwin van Northumbria. Toen zijn vader in 633 was omgekomen in de Slag bij Hatfield Chase, volgde Oswald hem op als koning van Northumbria. Oswald bevorderde de verspreiding van het christendom in Northumbria, dat grotendeels nog heidens was. Hij maakte het zendingswerk van St. Aidan mogelijk en stichtte het klooster van Le′n Dis Ferann. Dit klooster werd een belangrijk centrum voor de verspreiding van het christendom en voor scholastische activiteiten. Na een regeerperiode van acht jaar waarin hij de machtigste heerser van Engeland was (Bretwalda), kwam Oswald om bij de Slag van Maserfield (5 augustus 642). Hij werd in Bernicia opgevolgd door zijn halfbroer Oswiu (642). Omdat hij in de strijd tegen het laatste heidense rijk van de Angelsaksen stierf, wordt Oswald als martelaar beschouwd. Later werd hij heilig verklaard. De historicus Beda, die bijna 100 jaar na Oswalds dood over hem schreef, beschouwde Oswald als een heilige koning. Deze Beda is ook de belangrijkste bron voor wat wij over hem weten. In Nederland is Zeddam, gelegen nabij ′s Heerenberg aan de voet van het Montferland en Bergherbos, de enige Nederlandse parochie met Sint Oswald als beschermheilige. In het Alpengebied wordt hij vaker vereerd. Schotse monniken zouden de Oswaldverering naar de Alpen hebben overgebracht. Oswald is de schutspatroon van het Zwitserse kanton Zug en de stad Zug, en verder van de Engelse koningen, de kruisvaarders, de kleermakers en het vee. Hij wordt aangeroepen voor bescherming tegen de pest. Zijn sterfdag (5 augustus) is zijn feestdag.

Delmonte - (vgl.576 ; R3) ; De Voogt 13 ; Serrure 35var. ;
van der Chijs - ; CNM.2.06.15
RRR
In de centrum erg zwak geslagen en krasje op de voorzijde,
doch exemplaar met duidelijke opschriften. Uiterst zeldzaam.
fr+ à fr/zfr

895,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP BERGH - WILLEM IV VAN DEN BERGH, 1546-1586 - ½ St. Oswalddaalder van 15 stuiver z.j. (circa 1560-1566), ’s Heerenbergh

gewicht 13,20gr. ; zilver Ø 34mm.
muntmeestertekens huismerk (voorzijde) en granaatappel (keerzijde)
Sint Oswald met een gesloten kroon.

vz. Geharnast borstbeeld van St. Oswald naar rechts, met een gesloten kroon,
scepter  en zwaard, 15 - S in het veld, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
SANCT′⋆OSWALD′⋆REX⋆NVMVS⋆ARGEN′⋆15⋆STV en granaatappel
kz. Berghse leeuw lopend naar links, het wapen van Bergh aan een lint voor
zich houdend, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
GVIL′⋆C′⋆D⋆MON′⋆Z⋆DNS′⋆D⋆BIL′⋆HE′⋆BOX′⋆HO⋆Z⋆WIS en huismerk

Oswald werd rond 604 geboren als zoon van koning Edwin van Northumbria. Toen zijn vader in 633 was omgekomen in de Slag bij Hatfield Chase, volgde Oswald hem op als koning van Northumbria. Oswald bevorderde de verspreiding van het christendom in Northumbria, dat grotendeels nog heidens was. Hij maakte het zendingswerk van St. Aidan mogelijk en stichtte het klooster van Le′n Dis Ferann. Dit klooster werd een belangrijk centrum voor de verspreiding van het christendom en voor scholastische activiteiten. Na een regeerperiode van acht jaar waarin hij de machtigste heerser van Engeland was (Bretwalda), kwam Oswald om bij de Slag van Maserfield (5 augustus 642). Hij werd in Bernicia opgevolgd door zijn halfbroer Oswiu (642). Omdat hij in de strijd tegen het laatste heidense rijk van de Angelsaksen stierf, wordt Oswald als martelaar beschouwd. Later werd hij heilig verklaard. De historicus Beda, die bijna 100 jaar na Oswalds dood over hem schreef, beschouwde Oswald als een heilige koning. Deze Beda is ook de belangrijkste bron voor wat wij over hem weten. In Nederland is Zeddam, gelegen nabij ′s Heerenberg aan de voet van het Montferland en Bergherbos, de enige Nederlandse parochie met Sint Oswald als beschermheilige. In het Alpengebied wordt hij vaker vereerd. Schotse monniken zouden de Oswaldverering naar de Alpen hebben overgebracht. Oswald is de schutspatroon van het Zwitserse kanton Zug en de stad Zug, en verder van de Engelse koningen, de kruisvaarders, de kleermakers en het vee. Hij wordt aangeroepen voor bescherming tegen de pest. Zijn sterfdag (5 augustus) is zijn feestdag.

Zwaktes van de slag en kleine muntplaatoneffenheden, doch voor
dit uiterst zeldzame munttype nog een heel behoorlijk exemplaar.

Delmonte 576 (R3) ; De Voogt 33 ; Serrure 33 ;
van der Chijs XXI, 30 ; CNM.2.06.13
RRR
zfr- à fr/zfr

1.450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP BERGH - WILLEM IV VAN DEN BERGH, 1546-1586 - Daalder 1577, ’s-Heerenbergh

gewicht 26,71gr. ; zilver Ø 40,5mm.
muntmeester Clemens van Eembrugge
muntmeesterteken kelk

vz. Geharnast borstbeeld van graaf Willem IV naar rechts, de rechterhand
in de zij en in de linkerhand een commandostaf, geflankeerd door 15 - 77,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
GVIL′⋆CO′⋆D′⋆MON′⋆Z⋆DNS′⋆D′⋆BIL′⋆HE′⋆BOX′⋆HO′⋆ZWIS en kelk
kz. Gekwartierd wapen van Bergh-Egmond-Meurs-Saarwerden-Culemborg
gedekt door twee gekroonde helmen met cimiers en lambrekijns binnen
een parelcirkel, omringd door de tekst;
MONETA⋆NOVA⋆ARGEN⋆IN⋆DIEREN⋆CVS - A

Om juridische redenen vermeld deze munt Dieren als muntplaats.
Feitelijk vond de muntslag echter plaats in ′s Heerenberg.

In een plakkaat van de Staten van Brabant van 28 april 1581 is een daalder van dit type afgebeeld. In het plakkaat worden diverse munten verboden verklaard waaronder die van Bergh, Hedel, Zaltbommel en Batenburg. Ook de Staten van Zeeland kondigden een plakkaat af tegen de Berghse daalders. In het plakkaat van 30 januari 1582 verboden zij de daalders omdat het gewicht slechts 15 ¼ engels (23,46 gram) bedroeg met een zilvergehalte van 7 penningen (583/1000). De intrinsieke waarde was daardoor slechts 22 stuivers, terwijl ze voor 30 stuivers werden uitgegeven.

Deze daalders werden vooral geslagen voor circulatie in het Duitse achterland. Qua beeldenaar sloot het aan op de aldaar circulerende daalders (Talers). De Duitse Talers moesten conform de voorschriften van het Duitse Rijk een gewicht hebben van 29,3 gram en een gehalte van 889/1000. Deze daalders van ′s-Heerenberg voldeden daar volstrekt niet aan. De gewichten bewegen zich meestal tussen 22,50 en 27 gram en het fijngehalte tussen 500/1000 en 600/1000.

Delmonte 594 ; Verkade 29.3 ; Serrure 54 ; HNPM.25 ;
CNM.2.06.32 ; Pannekeet 12 ; Davenport 8595
R
lichte zwaktes van de slag
zfr-

650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - NIJMEGEN – HENDRIK II, 1002-1024 “DE HEILIGE” - Penning z.j.

gewicht 1,44gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Bebaard mannenportret naar rechts binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠ (HE)INRICVS • IMP
kz. Verbasterd Coloniagram; S met dwarsbalk / IIIOIO / Λ

De keerzijde is een verbastering van het coloniagram en dit munttype is dan ook geslagen naar Keuls voorbeeld. De muntslag in de 10e en 11e eeuw in oostelijk Nederland was zowel wat gewicht als typen betreft sterk verwant aan de muntslag van Keulen. Zowel Nijmegen als Tiel waren in deze tijd actief als koninklijke/keizerlijke muntplaats. Daar Tiel haar eigen kenmerkende muntslag had, is Nijmegen als muntplaats van dit munttype meest waarschijnlijk. Zeer zeldzaam.

herkomst; ex. collectie Dr. Bernard Schulte

van der Chijs- ; vgl. Dannenberg 354 ; Ilisch 8.13 (JMP.1997/1998)  RR
Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor type een mooi exemplaar.
zfr

1.450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FREDERIK I BARBAROSSA, 1152-1190 - Penning z.j.

gewicht 0,57gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Gekroonde keizersbuste frontaal met kruisscepter
met vaan in zijn rechterhand en een palmtak in de linker
kz. Kort kruis, met stippen in de hoeken, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠AI✠IC✠RI✠VI

De Rooms-Duitse Keizer Frederik Barbarossa geeft in de twaalfde eeuw opdracht om de Nijmeegse Palts te herstellen en om te bouwen tot een echte versterkte burcht. Baksteen was nog niet beschikbaar; de burcht werd helemaal uit tufsteen opgetrokken, aangevoerd via Rijn en Waal uit de Duitse Eifel. Uit een bewaarde gedenksteen blijkt dat het werk in het jaar 1155 voltooid moet zijn. Middelpunt van de Barbarossa-burcht vormde wel de Donjon, later ook Reuzentoren genoemd. Deze toren was een massief bouwwerk, zonder ramen en deuren op de begane grond en eerste verdiepingen en dus ideaal voor de verdediging tijdens een belegering. Er was altijd genoeg proviand opgeslagen en zeer waarschijnlijk was er een waterput. Het is in deze tijd dat er te Nijmegen ook keizerlijke muntslag heeft plaatsgevonden, waarvan deze munt een voorbeeld is.

De palmtak wordt in deze periode vaak afgebeeld op munten van heersers die hebben deelgenomen aan een kruistocht. Omdat Frederik pas in 1189 met zijn leger vertrok, kan dit in dit geval niet de betekenis zijn. Immers, de munt moet ruimschoots voor 1190 zijn geslagen en van een voltooide kruistocht door Frederik was helemaal geen sprake. De Christelijke symboliek van de palmtak zal in dit geval dus wat algemener zijn; een verwijzing naar vrede en overwinning.

van der Chijs- ; Slg.Bonhoff- ; vgl.JMP.1980.p.133,52 ;
vgl.Buchenau Sp.5620 ; vgl. Hävernick 766 ; vgl. Hohenstaufer 1099
R
Lichte zwaktes van de slag. Mooi patina. Zeldzaam.
zfr-

275,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN – HENDRIK VII, als Rooms Koning, 1222-1235 - Penning z.j. (circa 1225)

gewicht 0,63gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Halflang lichaam van koning Hendrik VII frontaal met kruisscepter in
de rechterhand en leliescepter in de linker, binnen een parelcirkel, omringd
door de tekst; ✠ HЄNRICVS RЄ (deels leesbaar, mogelijk licht verbasterd)
kz. Hoog kerkgebouw geflankeerd door twee kleine torens met kruis, daaronder
de boog van een poort met daarbinnen een stip, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠ NVMAGEN (deels leesbaar en licht verbasterd)

Het lijkt erop dat men zich voor deze muntslag heeft laten inspireren door de penningen van graaf Gerhard III van Gelre (1207-1229), die kort daarvoor werden aangemunt te Arnhem.

Op 31 augustus 1230 verleende koning Hendrik VII stadsrechten aan de rijkspaltsstad Nijmegen. Vanaf toen (1230) had de stad bepaalde vrijheden en voorrechten. Zij regelde haar eigen bestuur en haar eigen rechtspraak. Nijmeegse munten van Hendrik VII komen maar heel sporadisch voor. Zeer zeldzaam.

van der Chijs I, 1 (Gelre) ; de Voogt 1-4 ; van Gelder C1 RR
Lichte zwaktes van de slag. 
fr/zfr à zfr-

850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FREDERIK II VON HOHENSTAUFEN, 1212-1250 - Penning z.j. (circa 1225-1230)

gewicht 0,38gr. ; zilver Ø 11,5mm.

vz. Halflang lichaam van keizer Frederik II frontaal met scepter
in zijn rechterhand en rijksappel in de linker binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; C E S A R
kz. Hoog kerkgebouw geflankeerd door twee kleine torens met kruis,
daaronder de boog van een poort met daarbinnen een ster, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; NVMAGEN.

De penningen van dit type zijn altijd geslagen op te kleine muntplaatjes. De opschriften zijn om die reden slechts gedeeltelijk zichtbaar. Spelfouten/varianten komen ook vaak voor. Het lijkt er op dat men zich voor deze muntslag heeft laten inspireren door de penningen van graaf Gerhard III van Gelre (1207-1229), die kort daarvoor werden aangemunt te Arnhem.

van der Chijs I, 1 (Gelre) ; van der Chijs XIX, 3 (Frankische en Duitse vorsten) ;
de Voogt 6 ; van Gelder C2 
R
Oxidatieputjes op voorzijde. Zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

275,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FREDERIK II VON HOHENSTAUFEN, 1212-1250 - Penning z.j. (circa 1225-1230)

gewicht 0,41gr. ; zilver Ø 11mm.

vz. Halflang lichaam van keizer Frederik II frontaal met scepter 
in zijn rechterhand en rijksappel in de linker binnen een parelcirkel, 
omringd door de tekst; C E S A R (of variant)
kz. Hoog kerkgebouw geflankeerd door twee kleine torens met kruis, 
daaronder de boog van een poort met daarbinnen een ster, 
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; NVMAGEN (of variant).

De penningen van dit type zijn altijd geslagen op te kleine muntplaatjes. De opschriften zijn om die reden slechts gedeeltelijk zichtbaar. Spelfouten/varianten komen ook vaak voor. Het lijkt er op dat men zich voor deze muntslag heeft laten inspireren door de penningen van graaf Gerhard III van Gelre (1207-1229), die kort daarvoor werden aangemunt te Arnhem.

van der Chijs I, 1 (Gelre) ; de Voogt 6 ; van Gelder C2 ;
van der Chijs XIX, 3 (Frankische en Duitse vorsten)
R
Deels zwak geslagen. Zeldzaam.
fr+/fr

150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FREDERIK II, VON HOHENSTAUFEN, 1212-1250 - Penning z.j. (circa 1235-1245)

gewicht 0,47gr. ; zilver Ø 11mm.

vz. Halflang lichaam van keizer Frederik II frontaal met scepter
in zijn rechterhand en rijksappel in de linker binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; C E S A R
kz. Kort kruis, met A - V - Є - ✽ in de kwadranten, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; NVMAGЄN

De penningen van dit type zijn altijd geslagen op te kleine muntplaatjes.
De opschriften zijn om die reden slechts gedeeltelijk zichtbaar.

van der Chijs XIX, 1 (Frankische en Duitse vorsten) ; de Voogt 7-11 ;
van Gelder D1 ; collectie De Wit 1039
R
Deels zwak geslagen. Zeldzaam.
zfr-

260,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FREDERIK II, VON HOHENSTAUFEN, 1212-1250 – Imitatie penning z.j. (circa 1235-1245)

gewicht 0,35gr. ; zilver Ø 11mm.

vz. Halflang lichaam van keizer Frederik II frontaal met leliescepter 
in zijn rechterhand en rijksappel in de linker binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; Є V Є V Є V  (of variant)
kz. Kort kruis, met A - V - Є - ✽ in de kwadranten, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; Є V Є V Є V   (of variant)

Het betreft hier een imitatie van de Nijmeegse penningen van Frederik II. De voor- en keerzijde tonen ons fantasieteksten. Deze imitaties zijn bekend geworden uit de muntvondt Leeuwarden 1983, waarin zich een 17-tal van dergelijke imitaties bevonden (zie JMP. 1984 , p.135). In diezelfde vondst bevonden zich ook Kleefse penningen van Dirk VI (1198-1260), met dezelfde fantasieteksten (ЄVЄ etc.). Deze samenhang doet vermoeden dat het imitaties zijn uit de regio Nijmegen-Kleef, alwaar immers ook de originele stukken circuleerden. Het lijkt er sterk op dat de teksten een afgeleide zijn van CLЄVЄ. Hoogst interessant en zeer zeldzaam.

vgl. van der Chijs XIX, 1 (Frankische en Duitse vorsten) ; vgl. de Voogt 7-11 ;
vgl. van Gelder D1 ; vgl. collectie De Wit 1040 (soortgelijke imitatie) 
RR
zwaktes van de slag
fr/zfr

375,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - KAREL V, 1519-1556 - St. Stephanusgulden z.j. (1523-1526)

gewicht 3,26gr. ; goud Ø 24mm.
muntmeesters Sander van Batenborch & Derrick Engelen

vz. Sint Stephanus staande naar rechts, nimbus om hoofd, met palmtak in 
de rechterhand en stapel stenen in de linker, binnen een sierrand, omringd
door de tekst; SCS′STЄPHAN′ - PROTHO MR - O
kz. Dubbelkoppige rijksadelaar met hartschildje, waarbinnen klimmende
leeuw naar rechts, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠MONЄTA∘NOVA∘AVRЄA∘NOVIMAG′

Op dit munttype is Sint Stephanus, stadpatroon van Nijmegen, afgebeeld. Hij werd vooral vereerd als patroon van de diakenen en hij was de eerste martelaar van het Christelijk geloof. Hij leefde in Palestina en was van Hebreeuwse of Griekse afkomst. Waarschijnlijk behoorde hij tot de 72 leerlingen van Jezus en hij was aangesteld om te zorgen voor de armen en weduwen. Op aanklacht van godslastering werd hij uiteindelijk door de Joden  gestenigd. De drie stenen bij zijn rechter schouder en boven zijn hoofd refereren daaraan en waarschijnlijk ook de spreuk op de keerzijde. Zijn mantel werd aan de voeten geworpen van een man uit Tarsos, ene Saulus, die zich later zou bekeren tot het Christendom en bekend is geworden als apostel Paulus.

This coin type depicts Saint Stephen, the patron saint of Nijmegen. He was especially revered as the patron saint of deacons and was the first martyr of the Christian faith. He lived in Palestine and was of Hebrew or Greek descent. He probably belonged to the 72 disciples of Jesus and was appointed to care for the poor and widows. He was eventually stoned by the Jews on charges of blasphemy. The three stones at his right shoulder and above his head refer to this and probably also the motto on the reverse. His cloak was thrown at the feet of a man from Tarsus, a certain Saul, who would later convert to Christianity and become known as the apostle Paul.

Bijzonder attractief exemplaar van dit zeldzame munttype, met fijne details.

Exceptionnal attractiv specimen of theis rare coin type, with fine details.

Delmonte 668 ; van der Chijs I, 2var. ; de Voogt 27var. ;
Passon 20Bb ; Friedberg 166b R
pr- à zfr/pr

3.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - KAREL V, 1519-1556 - ½ St. Stephanusgulden, postulaatsgulden of cnapcoeck z.j. (circa 1523)

gewicht 1,88gr. ; goud Ø 22mm.
muntmeesters Sander van Batenborch & Derrick Engelen

vz. Sint Stephanus staande naar rechts, nimbus om hoofd, met palmtak
in de rechterhand en stapel stenen in de linker, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; S∘STЄPHAN - PROTHO′o
kz. Wapenschild met dubbelkoppige rijksadelaar met hartschildje,
waarbinnen een klimmende leeuw naar rechts, binnen een driepas
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠MONЄ′∘NO′∘AVRЄ′∘CIVI∘NOVIMA′

Op dit munttype is Sint Stephanus, stadpatroon van Nijmegen, afgebeeld. Hij werd vooral vereerd als patroon van de diakenen en hij was de eerste martelaar van het Christelijk geloof. Hij leefde in Palestina en was van Hebreeuwse of Griekse afkomst. Waarschijnlijk behoorde hij tot de 72 leerlingen van Jezus en hij was aangesteld om te zorgen voor de armen en weduwen. Op aanklacht van godslastering werd hij uiteindelijk door de Joden  gestenigd. De drie stenen bij zijn rechter schouder en boven zijn hoofd refereren daaraan en waarschijnlijk ook de spreuk op de keerzijde. Zijn mantel werd aan de voeten geworpen van een man uit Tarsos, ene Saulus, die zich later zou bekeren tot het Christendom en bekend is geworden als apostel Paulus.

This coin type depicts Saint Stephen, the patron saint of Nijmegen. He was especially revered as the patron saint of deacons and was the first martyr of the Christian faith. He lived in Palestine and was of Hebrew or Greek descent. He probably belonged to the 72 disciples of Jesus and was appointed to care for the poor and widows. He was eventually stoned by the Jews on charges of blasphemy. The three stones at his right shoulder and above his head refer to this and probably also the motto on the reverse. His cloak was thrown at the feet of a man from Tarsus, a certain Saul, who would later convert to Christianity and become known as the apostle Paul.

De bijnaam knapkoeckrefereert aan het lage goudgehalte van deze munten. Bij het testen van het goud met de tanden kon de munt nog wel eens breken. Goud van hoog gehalte is immers buigzaam.

Delmonte 669 ; van der Chijs 1,3 ; de Voogt 41var. ;
Passon 33Cc ; Friedberg 166
R
zfr-/zfr

1.695,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder z.j. (circa 1552-1558)

gewicht 28,65gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Jasper Vlemminck
muntmeesterteken wijnblad
interpunctie: vijfbladige rozetten

vz. Gekroond en geharnast borstbeeld van keizer Karel V naar rechts
met scepter en zwaard binnen een cirkel,omringd door de tekst; 
CAROL′⋆V⋆ROMANO′⋆IMPE′⋆SEMPER⋆AVGVSTVS⋆ en wijnblad
kz. Gekroonde dubbelkoppiger rijksadelaar, schild met klimmende 
leeuw naar rechts op borst, binnen een cirkel, omringd door de tekst;
INSIGNIA⋆VRBIS⋆IMPERIALIS⋆NOVIMAGEN
voluit; INSIGNIA VRBIS IMPERIALIS NOVIOMAGIENSIS =
Wapen der keizerlijke stad Nijmegen

Delmonte 633 ; van der Chijs - (vgl. III, 30). ; 
vgl. Passon 35Oc ; Davenport 8543
R
Attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam.
zfr

1.150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder z.j. (circa 1552-1558)

gewicht 28,56gr. ; zilver Ø 40mm.
muntmeester Jasper Vlemminck
muntmeesterteken wijnblad aan rank
interpunctie voorzijde: kleine rozetten
interpunctie keerzijde: drie aaneen geklonterde bolletjes

vz. Gekroond en geharnast borstbeeld van keizer Karel V naar rechts
met scepter in zijn rechterhand terwijl hij zijn lenkerhand houdt aan
het gevest van zijn zwaard dat aan zijn linkerzijde naar beneden hangt,
binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst:
CAROLVSVROMANOIMPESEMPERAVGVS ❦
kz. Gekroonde dubbelkoppiger rijksadelaar, schild met klimmende
leeuw naar rechts op borst, binnen een gekartelde cirkel, omringd
door de tekst; INSIGNIA∴VRBIS∴IMPERIALIS∴NOVIMAGE′

voluit; INSIGNIA VRBIS IMPERIALIS NOVIOMAGIENSIS =
Wapen der keizerlijke stad Nijmegen

Delmonte 633 ; van der Chijs - (vgl. III, 30). ;
Passon 35Fd ; de Voogt 42Z ; Davenport 8543
R
Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr-

650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - KAREL V, 1519-1556 - ½ Karolusdaalder z.j. (circa 1563)

gewicht 13,93gr. ; zilver Ø 33,5mm.
muntmeesterteken granaatappel (staand)
muntmeesters Derick Vlemminck

vz. Gekroond en geharnast borstbeeld van keizer Karel V naar rechts 
met scepter en zwaard binnen een cirkel, omringd door de tekst; 
CAROLVS∴V∴ROMANO′∴IMPE′∴SEMPER∴AVG′∴ granaatappel
kz. Gekroonde dubbelkoppiger rijksadelaar, schild met klimmende
leeuw naar rechts op borst, binnen een cirkel, omringd door de tekst;
INSIGNIA∴VRB∴IMPERIA∴NOVIMAGEN

We zien op de halve karolusdaalder van Nijmegen altijd het muntmeesterteken granaatappel. Opvallend genoeg komt dit muntmeesterteken op de hele karolusdaalder nooit voor. De hele karolusdaalders werden aangemunt tussen 1552 en 1561. Dit zou er op kunnen duiden dat het tijdstip van aanmunting niet gelijktijdig is geweest. Op de nieuwe stedelijke daalders van Nijmegen uit 1563 zien we ook het muntteken granaatappel afgebeeld (van Derick Vlemminck). Het is derhalve niet onaannemelijk te veronderstellen dat de ½ Karolusdaalders in navolging van de hele daalders zijn geslagen en van iets jonger datum zijn, waarschijnlijk uit 1563.

Delmonte 635 (R2) ; van der Chijs IV, 31 ; de Voogt 43B ; Passon 39Df RR
Minieme zwakes van de slag en enkele krasjes, doch voor dit munttype een
mooi exemplaar met een attractief patina. Zeer zeldzaam.
zfr

1.195,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - KAREL V, 1519-1556 - ½ Karolusdaalder z.j. (circa 1563)

gewicht 14,16gr. ; zilver Ø 34,5mm.
muntmeesterteken granaatappel (staand)
muntmeesters Derick Vlemminck

vz. Gekroond en geharnast borstbeeld van keizer Karel V naar rechts 
met scepter en zwaard binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; 
CAROLVS∴V∴ROMANO′∴IMPE′∴SEMPER∴AVG granaatappel
kz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, schild met klimmende
leeuw naar rechts op borst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
INSIGNIΛVRbIMPERIΛLNOVI′

We zien op de halve karolusdaalder van Nijmegen altijd het muntmeesterteken granaatappel. Opvallend genoeg komt dit muntmeesterteken op de hele karolusdaalder nooit voor. De hele karolusdaalders werden aangemunt tussen 1552 en 1561. Dit zou er op kunnen duiden dat het tijdstip van aanmunting niet gelijktijdig is geweest. Op de nieuwe stedelijke daalders van Nijmegen uit 1563 zien we ook het muntteken granaatappel afgebeeld (van Derick Vlemminck). Het is derhalve niet onaannemelijk te veronderstellen dat de ½ Karolusdaalders in navolging van de hele daalders zijn geslagen en van iets jonger datum zijn, waarschijnlijk uit 1563.

varianten; de A′s op de keerzijde hebben geen dwarsstreepje en de B in VRB is een kleine b.

Delmonte 635 (R2) ; van der Chijs IV, 31-32var. ; de Voogt 43var. ; Passon 39Do RR
Miniem slagbarstje en licht montagespoor op 12 uur. Zeer zeldzaam.
zfr-/zfr

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - KAREL V, 1519-1556 – Grootken of holpenning (brakteaat) z.j. (ca.1523-1536)

gewicht 0,18gr. ; biljoen Ø 14mm.
muntmeester Derrick Engelen

vz. Dubbelkopige rijksadelaar met schildje op de borst, waarbinnen
een klimmende leeuw naar links, binnen een brede gladde cirkel. 
kz. Incusum van de voorzijde

De stedelijke Nijmeegse muntslag begon in 1457 door muntmeester Aernt van Ochten. De stad verkreeg van de hertog van Gelre, Aernout van Egmont, het recht om kleingeld te vervaardigen, waarbij de winst ten gunste moest komen voor het onderhoud van de Stephanuskerk. In de opvolgende decennia werd door diverse muntmeesters dergelijk kleingeld, o.a. halve meeuwen van 2 grootkens, aangemunt. Mogelijk werden al in die beginperiode ook deze grootkens, de kleinste denominaties uit die tijd, aangemunt. Mogelijk heeft die Nijmeegse aanmunting als voorbeeld gediend voor de vervaardiging van soortgelijke eenzijdige munten in Arnhem, Deventer (braemsche) en Groningen. Het Nijmeegse grootken kennen we in diverse stijlen met kleine variaties in de details. We weten uit rekeningen dat het gedurende lange periode is aangemunt, waarschijnlijk tot circa 1560. In een rekening uit 1560 wordt dit munttype aangeduidt als 1/72 stuiver. Wat de oorspronkelijke waarde bij uitgifte is geweest is onbekend. Het hier aangeboden exemplaar dateert waarschijnlijk uit de periode 1523-1536, toen Derrick Engelen als muntmeester actief was in Nijmegen.

van der Chijs II, 18 ; Passon 16A ; de Voogt 21 ; coll. de Wit 1042 ;
Pannekeet/Cruysheer N.8-10 (JMP.2013, p.124-125)

voor dit munttype een mooi exemplaar
zfr

175,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - PERIODE KEIZER FERDINAND I, 1556-1564 - Sint Stephanusdaalder z.j. (1562)

gewicht 29,34gr. zilver Ø 42mm.
muntmeester Derick Vlemminck

vz. Geknielde en biddende sint Stephanus naar rechts, nimbus om hoofd
en drie stenen bij de rechterschouder en boven zijn hoofd, in veld S – S
(voor Sanctus Stephanus), binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
DNE⋆NE⋆STATVAS - ILLIS⋆H°⋆PECCAT
(vertaald : Heer, reken hun deze zonde niet toe).
kz. Stadswapen onder gekroonde toernooihelm binnen een parelcirkel, omringd
door de tekst; NVMVS⋆ARGEN⋆REIPVBLICÆ⋆NOVIMAGIENS
(vertaald : zilverstuk van het bestuur van Nijmegen)

Op dit munttype is Sint Stephanus, stadpatroon van Nijmegen, afgebeeld. Hij werd vooral vereerd als patroon van de diakenen en hij was de eerste martelaar van het Christelijk geloof. Hij leefde in Palestina en was van Hebreeuwse of Griekse afkomst. Waarschijnlijk behoorde hij tot de 72 leerlingen van Jezus en hij was aangesteld om te zorgen voor de armen en weduwen. Op aanklacht van godslastering werd hij uiteindelijk door de Joden  gestenigd. De drie stenen op zijn schouder refereren daaraan en waarschijnlijk ook de spreuk op de keerzijde. Zijn mantel werd aan de voeten geworpen van een man uit Tarsos, ene Saulus, die zich later zou bekeren tot het Christendom en bekend is geworden als apostel Paulus.

van der Chijs 3,28var. ; Delmonte 636 ; Passon 46Ea ;
CNM.2.36.6 ; Davenport 8544 
RR
Kleine zwaktes van de slag, doch voor type een attractief exemplaar.
Zeer zeldzaam.
zfr

3.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - PERIODE KEIZER FERDINAND I, 1556-1564 - Sint Stephanusdaalder z.j. (1562)

gewicht 28,49gr. zilver Ø 41mm.
muntmeester Derick Vlemminck

vz. Geknielde en biddende sint Stephanus naar rechts, nimbus om hoofd
en drie stenen bij de rechterschouder en boven zijn hoofd, in veld S – S
(voor Sanctus Stephanus), binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
DNE′⋆NE⋆STATVAS - ILLIS⋆H°⋆PECCA′
kz. Stadswapen onder gekroonde toernooihelm binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; NVMVS⋆ARGEN⋆REIPVBLICÆ⋆NOVIMAGIEN
(vertaald : zilverstuk van het bestuur van Nijmegen)

Op dit munttype is Sint Stephanus, stadpatroon van Nijmegen, afgebeeld. Hij werd vooral vereerd als patroon van de diakenen en hij was de eerste martelaar van het Christelijk geloof. Hij leefde in Palestina en was van Hebreeuwse of Griekse afkomst. Waarschijnlijk behoorde hij tot de 72 leerlingen van Jezus en hij was aangesteld om te zorgen voor de armen en weduwen. Op aanklacht van godslastering werd hij uiteindelijk door de Joden  gestenigd. De drie stenen bij zijn rechter schouder en boven zijn hoofd refereren daaraan en waarschijnlijk ook de spreuk op de keerzijde. Zijn mantel werd aan de voeten geworpen van een man uit Tarsos, ene Saulus, die zich later zou bekeren tot het Christendom en bekend is geworden als apostel Paulus.

This coin type depicts Saint Stephen, the patron saint of Nijmegen. He was especially revered as the patron saint of deacons and was the first martyr of the Christian faith. He lived in Palestine and was of Hebrew or Greek descent. He probably belonged to the 72 disciples of Jesus and was appointed to care for the poor and widows. He was eventually stoned by the Jews on charges of blasphemy. The three stones at his right shoulder and above his head refer to this and probably also the motto on the reverse. His cloak was thrown at the feet of a man from Tarsus, a certain Saul, who would later convert to Christianity and become known as the apostle Paul.

van der Chijs III, 27 ; Delmonte 636 ; Passon 46Bc ;
de Voogt 49F ; CNM.2.36.6 ; Davenport 8544
RR
Kleine zwaktes van de slag, verder een net exemplaar.
Zeer zeldzaam.
zfr-

2.650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FERDINAND I, 1556-1564 - Daalder van 30 stuivers 1564

gewicht 28,83gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeesterteken drie gekruiste tinhaken
muntmeester Derick Vlemminck.

vz. Dubbelkoppige rijksadelaar met schildje met leeuw naar rechts
op de borst, daarboven kroon  DER*STADT*NIMEGEN*MVNT*
INT*IAER*1564
kz. Leeuw lopend naar links met het wapenschild van Nijmegen
NA*KO*PHS*PENIN′*G′*GEHAL′*DAL′*V′*XXX*STV
en drie gekruiste tinhaken

Het betreft hier de eerste grote munt van de Nederlanden met Nederlandse 
opschriften. Zo zal men de voorzijde tekst (min of meer) dienen te lezen als 
“naar koning Philips penning goed gehaltige daalder van 30 stuivers” 
en de keerzijdetekst als “de stad Nijmegen munt in het jaar 1564”.

Dit munttype is aangemunt in de jaren 1563-1565. Het jaartal 1563 komt verreweg het meeste voor. Het jaartal 1565 komt slechts sporadisch en het jaartal 1564 is van de allerhoogste zeldzaamheid. Passon trof bij zijn uitvoerige inventarisatie van collecties geen enkel exemplaar aan.

Delmonte 640 suppl. (R3) ; van der Chijs- ; vgl. Passon 50Hd ; 
CNM.2.36.10 ; Davenport 8548
RRRR
Enkele krasjes op de voorzijde, desondanks zeer
attractief exemplaar met een mooi patina.
zfr

4.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FERDINAND I, 1556-1564 - Daalder van 30 stuivers 1565

gewicht 24,96gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeesterteken drie gekruiste tinhaken
muntmeester Derick Vlemminck.

vz. Dubbelkoppige rijksadelaar met schildje met leeuw naar rechts op de
borst binnen een cirkel, daarboven een kroon. In de buitencirkel de tekst;
DER*STADT*NIMEGEN*MVNT*INT*IAER*1565*
kz. Leeuw lopend naar links met het wapenschild van Nijmegen binnen
een cirkel. In de buitencirkel de tekst; NA*KO′*PHS′*PENIN′*G′*
GEHAL′*DAL′*V′*XXX*STV′ en drie gekruiste tinhaken

Het betreft hier de eerste grote munt van de Nederlanden met Nederlandse 
opschriften. Zo zal men de voorzijde tekst (min of meer) dienen te lezen als
“naar koning Philips penning goed gehaltige daalder van 30 stuivers” 
en de keerzijdetekst als “de stad Nijmegen munt in het jaar 1565”.

Dit munttype is aangemunt in de jaren 1563-1565. Het jaartal 1563 komt verreweg het meeste voor. Het jaartal 1565 komt slechts hoogst sporadisch voor en het jaartal 1564 is van de allerhoogste zeldzaamheid.

Delmonte 640 suppl. (R3) ; van der Chijs IV, 38 ;
vgl. Passon 50He ; CNM.2.36.10 ; Davenport 8548
RRR
Licht gesnoeid exemplaar. Uiterst zeldzaam.
zfr-

1.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - FERDINAND I, 1556-1564 - ¼ Stuiver of vierling 1557

gewicht 0,64gr. ; biljoen Ø 20mm.

vz. Stadswapen gedekt door gekroonde helm met lambrekijns.
In de buitencirkel de tekst; +INSIG•VRBIS - IMP•NOVIMA
kz. Kort gelelied kruis met in de hoeken 1 - 5 - 5 - 7 binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; PAX*SIT*SEMPER*NOBISCVM

van der Chijs CV, 44 ; de Voogt 46 ;
Passon 43 ; Stuurman 10 ; CNM.2.36.45
RR
Stukje uit de rand gebroken. Zeer zeldzaam eenjarig munttype.
fr/zfr

95,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELRE - RIJKSSTAD NIJMEGEN - MAXIMILIAAN II, 1564-1576 - Arendsrijksdaalder 1569

gewicht 28,80gr.; zilver Ø 41mm.
muntmeester Derick Vlemminck

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; MAXIMI′II′IMPE′AVGVS′P′F′DECRETO
kz. Gekroond stadswapen gehouden door twee leeuwen, daaronder
in de afsnede 1569, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
CIVITATIS★IMPERIALIS★NOVIOMAGIENSIS

Delmonte 641 ; van der Chijs- ; de Voogt 57 ;
Passon 51Ad ; CNM.2.36.12 ; Davenport 8550
R
zfr+/zfr

1.050,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GELDERLAND - NECESSITY COINAGE - STAD ZALTBOMMEL - Nooddaalder van 30 stuivers z.j. (1579-1581)

gewicht 23,17gr. ; zilver Ø 42mm.
muntmeester Clemens van Eembrugge
muntmeesterteken granaatappel

vz. Stadswapen van Zaltbommel geflankeerd door twee leeuwen die 
gezamelijk een zwaard vasthouden. In de buitencirkel de tekst; 
✿MONE•NO - VA•FACTA•BOE - ME•S•TRI✿
kz. Burcht voorzien van drie torens, door een ringmuur verenigd, 
met een open poort waaronder een kanon is geplaatst, binnen een cirkel. 
In de buitencirkel de tekst; DVRAE•NECESSITATIS•OPVS en granaatappel
De Latijnse tekst ′durea necessitatis opus′ betekent; ′werk van harde noodzaak′

De stad Zaltbommel sloot zich in 1572 aan bij de Opstand. Ondanks dat de Spaanse legers o.l.v. de hertog van Parma Gelderland wist te veroveren, bleef Zaltbommel vrij van Spaanse overheersing. In die periode maakte Zalbommel gebruik van de instabiele politieke situatie en heropende zij in 1579 de stadsmunt. Het ietwat minderwaardige geld dat aldaar geslagen werd betekende een inkomstenbron voor de stad. Die muntslag werd in 1582 weer gestaakt. Alleen in 1591 werd het munthuis  nog  kort  heropend  voor het slaan van duiten. In 1602 werd de stad weer met de provincie Gelderland herenigd.

The city of Zaltbommel joined the Revolt in 1572. Despite the fact that the Spanish armies led by the Duke of Parma managed to conquer Gelderland, Zaltbommel remained free from Spanish rule. During that period, Zaltbommel took advantage of the unstable political situation and reopened the city mint in 1579. The somewhat inferior money that was minted there meant a source of income for the city. That minting was stopped again in 1582. Only in 1591 was the mint briefly reopened for the minting of copper duits. In 1602, the city was reunited with the province of Gelderland.

♦ Een betaalbaar exemplaar van dit zeer zeldzame munttype ♦

♦ An affordable example of this very rare coin type ♦

Delmonte 561 ; Verkade 36.1 ; HNPM.2 ; Mailliet 18.2 ;
CNM.2.48.2 (fraai: € 8.500 / zeer fraai: € 17.500 !) ;
Davenport 8895
RR
Zwaktes van de slag en wat kleine gebreken en krasjes.
Zeer zeldzaam munttype.
fr+/fr

4.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS III, 1157-1190 - Penning z.j. (circa 1180-1190), Egmond-Binnen (Abdij van Egmond)

gewicht 0,65gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Borstbeeld van graaf Floris met gravenmuts naar rechts,
twee fibulae op zijn mantel, daarvoor S, stip voor het voorhoofd,
binnen een parelcirkel, omringd door een herhalend patroon van
twee naar buiten gerichte wiggen afgewisseld door ringen.
kz. Kort kruis, met een S in de kwadranten, binnen een parelcirkel,
omringd door een herhalend patroon van twee naar buiten gerichte
wiggen afgewisseld door ringen.

De letter S moet waarschijnlijk gezien worden als een schicht/lichtstraal
en staat symbool voor Christus als ′lumen mundi′ (het licht der wereld).

vgl. van der Chijs XXXV, 4 ; van Hengel C.5 ;
Grolle 8.1.1Da ; Cruysheer B.1a (JMP.2021) 
R
Zwaktes van de slag. Zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

795,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM I, 1213-1222 - Penning z.j., Dordrecht

gewicht 0,58gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Geharnast borstbeeld van graaf Willem naar rechts met een pothelm
versierd met kruisje en bovenop een cirel met stip, daarachter een zwaard.
In de buitencirkel de tekst; VVILLEM
kz. Dubbel gelijnd kort kruis met kruisjes in de hoeken binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst;  xHOLLANDIA

Willem I werd geboren als jongere zoon van graaf Floris III. Na de dood van zijn vader in 1191 eiste hij een deel van Holland op ten koste van zijn oudere broer Dirk VII. In 1195 werd hij daarop beleend met Stavoren, Ooster- en Westergo en daarmee graaf van Friesland maar dat was niet voldoende voor hem. Na de dood van zijn broer Dirk VII in 1203 claimde hij de graventitel van Holland ten koste van zijn nicht Ada. Pas in 1213 werd hij hierin door keizer Otto IV bevestigd. Veel ″roem″ oogste Willem  met de deelname aan de vijfde kruistocht, vergezeld door vele Friese, Hollandse en Vlaamse strijders. Overigens niet uit vrije wil maar omdat paus Innocentius III dreigde hem anders in de ban te doen. Een methode die hij bij vele Europese koningen en vorsten hanteerde om gegadigden te krijgen voor zijn kruistocht. Hij vertrok op 29 mei 1217 met een vloot van 300 schepen met de bestemming Akko en uiteindelijk de verovering van de stad Jeruzalem. Eerst deed hij Portugal nog aan om aldaar wonende ongewapende Moren af te slachten. Aangekomen in de Levant namen de kruisridder eerst de noord-Egyptische stad Damiate in. Sultan Al-Kamil stelde zich zeer bereidwillig op door Jeruzalem te willen ruilen met Damiate en zelfs nog een groot geldbedrag toe te geven. Op last van Paus Honorius III,de opvolger van Innocentius III, werd dit aanbod afgeslagen. Jeruzalem mocht ″in naam van Christus″ alleen door strijd worden verkregen. Wel werd Franciscus van Assisi door de paus naar de sultan gestuurd om hem, tevergeefs, te bekeren tot het Christendom. Hierop trok de sultan zijn aanbod in en stuurde hij een leger naar de stad Damiate. Die stad viel spoedig. Desondanks herhaalde de sultan zijn ruimhartige aanbod, thans aangevuld met het kruis waaraan Christus gestorven was. Wederom weigerde de paus,die alleen strijd wenste. Dit besluit was zeer tegen de zin van een deel van de moe gestreden kruisridders, die daarop naar huis keerden. De achtergebleven ridders werden ook spoedig verdreven uit Damiate en keerden ontgoocheld terug naar Europa. De vijfde kruistocht was een complete mislukking geworden. Willem stief in 1222 en werd begraven te Rijnsburg. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Floris IV.

Op 3 november 1200 werd land ten zuiden van de Maas door de hertog van Brabant in leen gegeven aan graaf Dirk VII van Holland. Daarmee werd ook het nederzetting Durdreth (Dordrecht) verkregen, dat in de 11e eeuw was ontstaan was aan een (gegraven ?) waterverbinding tussen de  Dubbel en Merwede. In 1200 wordt al gesproken van een Oppidum met ‘scabini’ (schepenen), hetgeen erop duidt dat het reeds een stadsachtige plaats was. Oppidum betekent immers een versterkte en/of verdedigbare (handels) stad, waar schepenen de taak hebben de lokale rechten of wetten te handhaven. Reeds in 1064 had Dordrecht het muntrecht ontvangen van de bisschop Willem Flamens (van Pont), bisschop van Utrecht. Dat recht is waarschijnlijk nooit door de bisschop geëffectueerd. Het is echter wel aannemelijk dat Dirk VII gebruik heeft gemaakt van dit muntrecht, en dus zijn grafelijke munten in Dordrecht liet slaan. Dit geldt ook voor zijn opvolger Willem I. Alhoewel de munten van deze graven geen muntplaats vermelden op hun munten, is het zeer aannemelijk dat Dordrecht de muntplaats is geweest. Reeds in deze tijd had Dordrecht zich ontwikkeld tot het belangrijkste handelscentrum van Holland, en ook dat feit maakt muntslag in deze plaats aannemelijk. Graaf Willem I bevestigde in 1220 de stadsrechten van Dordrecht.

van der Chijs I,1 ; van Hengel 11 ; Grolle 8.2.1a R
Kleine zwaktes van de slag doch bijzonder attractief exemplaar met goede details.
Zeer zeldzaam in deze hoge kwaliteit.
pr- à zfr/pr

950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM I, 1213-1222 - Penning z.j., Dordrecht

gewicht 0,64gr. ; zilver Ø 13mm.

vz. Geharnast borstbeeld van graaf Willem naar rechts met een pothelm
versierd met kruisje en bovenop een cirel met stip, daarachter een zwaard.
In de buitencirkel de tekst; VVILLEM

kz. Dubbel gelijnd kort kruis met kruisjes in de hoeken binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst;  xHOLLANDIA


Willem I werd geboren als jongere zoon van graaf Floris III. Na de dood van zijn vader in 1191 eiste hij een deel van Holland op ten koste van zijn oudere broer Dirk VII. In 1195 werd hij daarop beleend met Stavoren, Ooster- en Westergo en daarmee graaf van Friesland maar dat was niet voldoende voor hem. Na de dood van zijn broer Dirk VII in 1203 claimde hij de graventitel van Holland ten koste van zijn nicht Ada. Pas in 1213 werd hij hierin door keizer Otto IV bevestigd. Veel ″roem″ oogste Willem  met de deelname aan de vijfde kruistocht, vergezeld door vele Friese, Hollandse en Vlaamse strijders. Overigens niet uit vrije wil maar omdat paus Innocentius III dreigde hem anders in de ban te doen. Een methode die hij bij vele Europese koningen en vorsten hanteerde om gegadigden te krijgen voor zijn kruistocht. Hij vertrok op 29 mei 1217 met een vloot van 300 schepen met de bestemming Akko en uiteindelijk de verovering van de stad Jeruzalem. Eerst deed hij Portugal nog aan om aldaar wonende ongewapende Moren af te slachten. Aangekomen in de Levant namen de kruisridder eerst de noord-Egyptische stad Damiate in. Sultan Al-Kamil stelde zich zeer bereidwillig op door Jeruzalem te willen ruilen met Damiate en zelfs nog een groot geldbedrag toe te geven. Op last van Paus Honorius III,de opvolger van Innocentius III, werd dit aanbod afgeslagen. Jeruzalem mocht ″in naam van Christus″ alleen door strijd worden verkregen. Wel werd Franciscus van Assisi door de paus naar de sultan gestuurd om hem, tevergeefs, te bekeren tot het Christendom. Hierop trok de sultan zijn aanbod in en stuurde hij een leger naar de stad Damiate. Die stad viel spoedig. Desondanks herhaalde de sultan zijn ruimhartige aanbod, thans aangevuld met het kruis waaraan Christus gestorven was. Wederom weigerde de paus,die alleen strijd wenste. Dit besluit was zeer tegen de zin van een deel van de moe gestreden kruisridders, die daarop naar huis keerden. De achtergebleven ridders werden ook spoedig verdreven uit Damiate en keerden ontgoocheld terug naar Europa. De vijfde kruistocht was een complete mislukking geworden. Willem stief in 1222 en werd begraven te Rijnsburg. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Floris IV.

Op 3 november 1200 werd land ten zuiden van de Maas door de hertog van Brabant in leen gegeven aan graaf Dirk VII van Holland. Daarmee werd ook het nederzetting Durdreth (Dordrecht) verkregen, dat in de 11e
eeuw was ontstaan was aan een (gegraven ?) waterverbinding tussen de  Dubbel en Merwede. Rond 1195 kreeg Dordrecht haar eerste stadsrechten. Het is daarmee de oudste stad van Holland. In 1200 wordt al gesproken van een Oppidum met ′scabini′ (schepenen), hetgeen erop duidt dat het reeds een stadsachtige plaats was. Oppidum betekent immers een versterkte en/of verdedigbare (handels) stad, waar schepenen de taak hebben de lokale rechten of wetten te handhaven. Reeds in 1064 had Dordrecht het muntrecht ontvangen van de bisschop Willem Flamens (van Pont), bisschop van Utrecht. Dat recht is waarschijnlijk nooit door de bisschop geëffectueerd. Het is echter wel aannemelijk dat Dirk VII gebruik heeft gemaakt van dit muntrecht, en dus zijn grafelijke munten in Dordrecht liet slaan. Dit geldt ook voor zijn opvolger Willem I. Alhoewel de munten van deze graven geen muntplaats vermelden op hun munten, is het zeer aannemelijk dat Dordrecht de muntplaats is geweest. Reeds in deze tijd had Dordrecht zich ontwikkeld tot het belangrijkste handelscentrum van Holland, en ook dat feit maakt muntslag in deze plaats aannemelijk. Graaf Willem I bevestigde in 1220 de stadsrechten van Dordrecht.

MISSLAG; beide zijn zijn decentrisch geslagen

van der Chijs I,1 ; van Hengel 11 ; Grolle 8.2.1a R
zfr-

625,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS IV, 1222-1234 - Penning of kopje z.j. (1222-1234) , Dordrecht

gewicht 0,56gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Portret met gravenmuts naar rechts binnen een cirkel,
In de buitencirkel de tekst; xFLORENS
kz. Kort dubbel gelijnd kruis binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst;  xHOLLANT

Voor dit munttype een uitzonderlijk mooi exemplaar
met een scherp portret van graaf Floris IV.

Van der Chijs I, 2-4 ; van Hengel 15 ; Grolle 9.1a
zfr/pr à pr-

250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS IV, 1222-1234 - Penning of kopje z.j. (1222-1234) , Dordrecht

gewicht 0,60gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Portret met gravenmuts naar rechts binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; xFLORENS
kz. Kort dubbel gelijnd kruis binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst;  xHOLLANT

Van der Chijs I, 2-4 ; van Hengel 15 ; Grolle 9.1a
Lichte zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar.
zfr

140,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS IV, 1222-1234 - ½ Penning of obool z.j. (1222-1234) , Dordrecht

gewicht 0,26gr. ; zilver Ø 10mm.

vz. Portret met gravenmuts naar rechts binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; xFLOREN
kz. Kort dubbel gelijnd kruis binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst;  xHOL(LANT)

In tegenstelling tot de penningen van Floris IV, komen obolen maar weinig voor.
Ze zijn zeer zeldzaam.

Van der Chijs I, 12-13 ; van Hengel 17 ; Grolle 9.2a
Barstje in het muntplaatje. 
fr+

175,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1284-1286) , Dordrecht

gewicht 0,54gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Portret met gravenmuts naar links binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst;  xCOMЄS x HOLLA′ DIЄ
kz. Lang dubbel gelijnd kruis met bolletjes aan de uiteinden
geplaatst over een parelcirkel met sterren in de kwadranten,
omringd door de tekst: HO - LL - AN - Tx

Floris V werd op 24 juni 1254 geboren, waarschijnlijk in het grafelijke Huize Lokhorst te Leiden, als zoon van de Rooms-koning Willem II en Elizabeth van Brunswijk. Reeds in 1256 werd hij graaf van Holland en Zeeland onder regentschap van Floris de Voogd (tot 1258) en Aleida van Holland. In 1266 werd hij op twaalfjarige leeftijd meerderjarig verklaard en werd hij regerend graaf van Holland. Vanwege zijn succesvolle ontginningswerken en zijn geliefdheid bij de boeren kreeg hij de bijnaam ″De Keerlen God″, hetgeen zoveel betekent als ″de God van de boeren″.

Afwijkend, ietwat grotesk portret van graaf Floris V. Opvallend is
de lange neus en breed uitlopende hals. In deze hoedanigheid zeer zeldzaam.

van der Chijs II,4 ; van Hengel 25 ; Grolle 11.6.1b
attractief exemplaar
zfr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1284-1286), Dordrecht

gewicht 0,49gr. ; zilver Ø 13mm.

vz. Portret van Floris V met gravenmuts naar links binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst;  xCOMЄSxHOLLANDIЄ
kz. Lang dubbel gelijnd kruis met bolletjes aan de uiteinden
en een ster in elk kwartier, geplaatst over een parelcirkel,
omringd door de tekst: HO - LL - AN - Tx

Floris V werd op 24 juni 1254 geboren, waarschijnlijk in het grafelijke Huize Lokhorst te Leiden, als zoon van de Rooms-koning Willem II en Elizabeth van Brunswijk. Reeds in 1256 werd hij graaf van Holland en Zeeland onder regentschap van Floris de Voogd (tot 1258) en Aleida van Holland. In 1266 werd hij op twaalfjarige leeftijd meerderjarig verklaard en werd hij regerend graaf van Holland. Vanwege zijn succesvolle ontginningswerken en zijn geliefdheid bij de boeren kreeg hij de bijnaam ″De Keerlen God″, hetgeen zoveel betekent als ″de God van de boeren″.

van der Chijs II, 3var. ; van Hengel 26 ; Grolle 11.6.1c R
Zwaktes van de slag. Zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

165,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1284-1286) , Dordrecht

gewicht 0,42gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Portret met gravenmuts naar links binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst;  xCOMЄS x HOLLA′ DIЄ
kz. Lang dubbel gelijnd kruis met bolletjes aan de uiteinden
en een ster in elk kwartier, geplaatst over een parelcirkel,
omringd door de tekst: HO - LL - AN - Tx

Floris V werd op 24 juni 1254 geboren, waarschijnlijk in het grafelijke Huize Lokhorst te Leiden, als zoon van de Rooms-koning Willem II en Elizabeth van Brunswijk. Reeds in 1256 werd hij graaf van Holland en Zeeland onder regentschap van Floris de Voogd (tot 1258) en Aleida van Holland. In 1266 werd hij op twaalfjarige leeftijd meerderjarig verklaard en werd hij regerend graaf van Holland. Vanwege zijn succesvolle ontginningswerken en zijn geliefdheid bij de boeren kreeg hij de bijnaam ″De Keerlen God″, hetgeen zoveel betekent als ″de God van de boeren″.

van der Chijs II, 4 ; van Hengel 25 ; Grolle 11.6.1b
zwaktes van de slag, doch goed portret
fr/zfr à zfr-

145,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1293-1296), Dordrecht

gewicht 0,26gr. ; zilver Ø 14mm. 

vz. Portret van Floris naar links binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; :+: F COMЄS OLLANDIЄ
kz. Lang gevoet kruis met roosjes in de hoeken,
In de buitencirkel de tekst;  MON - ЄTA - DOR - D CI

varianten: initiaalteken kruis tussen dubbele punten, zonder interpunctie tussen F en COMЄS en zonder komma of punt tussen DORD CI. Als zodaning niet gepubliceerd in de relevante naslagwerken en derhalve zeer zeldzaam.

Normaal wegen deze penningen zo tussen de de 0,50 en 0,60 gram. Met 0,26 gram is dit exemplaar opmerkelijk licht en heeft het feitelijk het gewicht van een ½ penning of obool.

De penningen van Floris V van het 5e type (1293-1296) tonen ons een portret van Floris V in ″Schotse stijl″, welke is ontleend aan de Schotse penny van koning Alexander III uit 1280.

van der Chijs III, 8var.  ; van Hengel C.29-30var. ; vgl. Grolle 11.9.1a/b RR
licht geoxideerd vondstexemplaar en lichte zwaktes van de slag
fr+ à fr/zfr

225,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1293-1296), Dordrecht

gewicht 0,62gr. ; zilver Ø 13mm. 

vz. Portret van Floris naar links binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠ F COMЄS OLLLNDIЄ
kz. Lang gevoet kruis met roosjes in de hoeken,
In de buitencirkel de tekst;  MON - ЄTΛ - DOR - D′CI

De penningen van Floris V van het 5e type (1293-1296) tonen ons een portret
van Floris V in ″Schotse stijl″, welke is ontleend aan de Schotse penny van
koning Alexander III uit 1280.

variant: zonder interpunctie tussen F en COMЄS

van der Chijs - (vgl. III, 8) ; van Hengel C.35 ; Grolle 11.9.1g
Zeer mooi portretje van graaf Floris V.
pr-/zfr+

350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1293-1296), Dordrecht

gewicht 0,51gr. ; zilver Ø 13mm.
initiaalteken: klaverblad met steel naar links

vz. Portret van Floris naar links binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ♧F COMЄS OLLΛNDIЄ
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met roosjes in de kwadranten.
In de buitencirkel de tekst;  MON - ЄTΛ - DOR - D˙CI

De penningen van Floris V van het 5e type (1293-1296) tonen ons een portret van Floris V in ″Schotse stijl″, welke is ontleend aan de Schotse penny van koning Alexander III uit 1280. Exemplaren met het initiaalteken klaverblad zijn zeer zeldzaam.

van der Chijs - (vgl. III, 8)  ; van Hengel C.37-5var. ;
vgl. Grolle 11.9.1i 
RR
kleine zwaktes van de slag
zfr-/zfr

450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - FLORIS V, 1256-1296 - Penning of kopje z.j. (1293-1296), Dordrecht

gewicht 0,49gr. ; zilver Ø 13mm. 

vz. Portret van Floris naar links binnen een gekartelde cirkel,
omringd door de tekst; ⋮F:COMЄS OLLΛNDIЄ
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een gekartelde cirkel met
roosjes in de kwadranten, omringd door de tekst;
MON - ЄTΛ - DOR - D˙ЄI

De penningen van Floris V van het 5e type (1293-1296) tonen ons
een portret van Floris V in ″Schotse stijl″, welke is ontleend aan de
Schotse penny van koning Alexander III uit 1280.

variant: op de voorzijde initiaalteken ⋮ (dus geen kruis) en met op
de keerzijde het foutieve D˙ЄI i.p.v. van het gebruikelijke en
correcte D′CI. Als zodanig ongepubliceerd en uiterst zeldzaam.

van der Chijs - (vgl. III, 8) ; van Hengel - (vgl. C33) ;
Grolle - (vgl. 11.9.1e) 
RRR
zfr

595,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM V VAN BEIEREN, 1354-1389 - Plak of zilveren leeuw z.j. (1368-1375), Dordrecht

gewicht 3,15gr. ; zilver Ø 33mm.
muntmeester: Jan van der Capellen (?)
stempeleigenschappen: interpunctie drie punten,
As op voorzijde zonder dwarsstreepjes (dus Λ) en met ZELANDIЄ

vz. Gekroonde leeuw zittend naar links met helmteken omgeven
door boogjes binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
GVILLЄLMVS⋮DVX⋮COMЄS⋮HOLA⋮Z⋮ZЄLANDIЄ
kz. Kort gebloemd kruis binnen een cirkel omgeven door twee tekstcirkels.
In de middelste cirkel de tekst; MONETADEh′LANDIA
(interpunctie selderijblad met steel naar onder)

In de buitencirkel de tekst; ✠BЄNЄDICTVS⋮QVI⋮VЄNIT⋮IN⋮NOMINЄ⋮DOMINI

Dit munttype had bij uitgifte de waarde van 2 Vlaamse groot.
Door verlaging van de zilverinhoud was dit in 1370 nog maar
1 ½ Vlaamse groot en in 1374 nog maar 1 Vlaamse groot.

van der Chijs V, 12var. ; van Gelder 12 ; Grolle 17.5.2b
Gebruikelijke zwaktes van de slag.
zfr-

225,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM V VAN BEIEREN, 1354-1389 - Plak of zilveren leeuw z.j. (em. 1376), Dordrecht

gewicht 2,61gr. ; zilver Ø 30mm.
muntmeesters Maheu va Lueze en Jacomart van Assche
stempeleigenschappen: interpunctie dubbele ruit,
A′s op voorzijde zonder dwarsstreepjes (dus Λ) en met ZELANDIЄ

vz. Gekroonde leeuw zittend naar links met helmteken omgeven
door boogjes binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
GVILLЄLMVS:DVX:COMЄS:HOLΛ:Z:ZЄLΛNDIЄ
kz. Kort gebloemd kruis binnen een cirkel omringd door twee tekstcirkels.
In de middelste cirkel de tekst; ✠MONETA♧DE♧h′LANDIA
(interpunctie selderijblad met steel naar rechts)
In de buitencirkel de tekst; ✠BЄNЄDICTVS:QVI:VЄNIT:IN:NOMINЄ:DOMINI

Dit munttype werd al eerder aangemunt, als dubbele groot, in de periode 1368-1375. Bij de emissie van 1376 werd zowel het gewicht als de zilverinhoud verlaagd. De nieuwe plakken, die spoedig bekend zouden staan als plackemeeuw kregen dan ook een lagere koers, namelijk 8 penningen i.p.v. de vroegere 12 penningen (= 2 groot). We kunnen bij dit munttype dan ook niet meer spreken van dubbele groot.

van der Chijs V, 9 ; van Gelder 12 ; Grolle 17.8.1
gebruikelijke zwaktes van de slag
fr/zfr à zfr-

160,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM V VAN BEIEREN, 1345-1389 - Gehelmde groot z.j. (em.1378)

gewicht 1,94gr. ; zilver Ø 26mm.
muntmeesters Pieter van Assche en Willem Paedze
interpunctie dubbele kruisjes

vz. Aanziende helm met kroon en helteken tussen de kwartieren 
Beieren-Holland (links) en Holland-Beieren (rechts) binnen vierpas 
met cirkeltjes in de hoeken, het geheel binnen parelcirkel. 
In de buitencirkel de tekst GVILLЄLM⁑DVX⁑COM⁑HOLA⁑Z⁑ZЄLAND
kz. Kort gebloemd kruis binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
✠BЄNЄDICT⁑QVI⁑VЄNIT⁑I⁑NOMINЄ⁑DNI

De aanmunting van dit munttype nam in 1378 een aanvang. Vervolgens
heeft er ook nog een aanmunting plaatsgevonden in 1380 en 1384.

van der Chijs VI,25 ; van Gelder 17 ; Grolle 17.9.2Aa
gebruikelijke zwaktes van de slag
zfr-

235,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM V VAN BEIEREN, 1354-1389 - Oude Dortse- of Wilhelmusgoudgulden z.j.(1386-1388), Dordrecht

gewicht 3,38gr. ; goud Ø 21mm.
muntmeesters Pieter van Assche en Willem Paedze
type met spitse G in GVILL (1386-1388)

vz. Hertog Willem staande frontaal in maliënkolder met zwaard in rechterhand,
ruitersporen aan de schoenen en roosje tussen zijn voeten, in het linkerveld de
Hollandse leeuw en in het rechterveld het wapenschildje van Beieren, omringd
door de tekst; GVILL DVX -
- COMESHOL′
kz. Wapenschild van Beiereren-Holland binnen versiering van acht boogjes binnen
een parelcirckel, omringd door de tekst; +FLORINIHOLANDZZEL′

Tijdens de Zoen van Bergen op Zoom, op 7 december 1354, verzoent Margaretha zich met haar zoon en staat hem Holland, Zeeland en Friesland af. Na haar dood op 23 juni 1356 erft hij ook Henegouwen. Willem heeft feitelijk maar korte periode als graaf geregeerd.  Na een incident tijdens een drinkgelag, waarbij Willem een van zijn vazallen dood stak, werd hij op last van zijn broer Albrecht in 1358 krankzinnig verklaard en gevangen gezet in het kasteel van Le Quesnoy in Henegouwen. Daar overleed hij in maart 1389. Het is zeer de vraag of Willem werkelijk krankzinnig was of slechts dronken tijdens het incident. Het daadwerkelijk bestuur kwam in ieder geval in handen van zijn broer Albrecht van Beieren, die hem in titel pas in 1389 zou opvolgen.

Dit is de eerste goudgulden van de graven van Holland die in grote getale is aangemunt. Zoals voor de meeste Nederlandse middeleeuwse goudguldens geldt, dankt ook deze goudgulden haar beeldenaar aan Duitse voorbeelden. Zo is de voorzijde ontleend aan de conventiegulden (ca.1370) van Ruprecht I van Pfalz en Gerlach von Nassau, terwijl de keerzijde bijna identiek is aan de Achtpaßgulden van Ruprecht I van Pfalz (ca.1372-1380). In de periode 1378-1388 werden in totaal waarschijnlijk zo′n 3 miljoen stuks aangemunt. Het werd uitgegeven op koers van 20 oude groot (em.1354/1363) of 30 nieuwe of lichte groot (em.1378). In de loop van die jaren bleef het voorschreven gewicht van 3,496 gram gelijk, maar het gehalte werd geleidelijk teruggebracht van 22 ¼ karaat in 1378 tot 19 karaat in 1386. Grote onderscheidende kenmerken tussen de verschillend emissies zijn er niet, maar de de vroege exemplaren uit de periode 1378-1385, met een goudgehalte van 20 karaat of hoger, hebben een ronde G (in GVILL) terwijl de exemplaren uit de periode 1386-1388, van 19 karaat, een spitse G hebben. Verreweg de meeste exemplaren die we thans in collecties en de handel tegenkomen hebben een spitse G.

van der Chijs V, 7 ; van Gelder 6 ; Delmonte 725 ;
Grolle 17.9.1Ba ; Friedberg 105
S
Minieme zwaktes van de slag, doch voor munttype een net exemplaar.
zfr

1.450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM V VAN BEIEREN, 1354-1389 - Oude Dortse- of Wilhelmusgoudgulden z.j.(1386-88), Dordrecht

gewicht 3,46gr. ; goud Ø 22mm.
muntmeesters Pieter van Assche en Willem Paedze
type met een spitse G (1386-1388)

vz. Hertog Willem staande frontaal in maliënkolder met zwaard in rechterhand,
ruitersporen aan de schoenen en roosje tussen zijn voeten, in het linker veld de
Hollandse leeuw en in het rechterveld het wapenschildje van Beieren, binnen
een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; GVILL✿ DVX - COMES✿HOL′
kz. Wapenschild van Beiereren-Holland binnen versiering van acht boogjes binnen
een parelcirckel. In de buitencirkel de tekst +FLORINI⁑DЄ⁑HOLAND⁑Z⁑ZEL′

Na de dood van zijn vader Lodewijk IV van Beieren in 1347 werd Willem V in naam reeds hertog van Beieren. In 1349, bij de tweede Beierse deling, kreeg Willem, samen met zijn broer Albrecht, Beieren-Straubing toebedeeld. 

Dit is de eerste goudgulden van de graven van Holland die in grote getale is aangemunt. Zoals voor de meeste Nederlandse middeleeuwse goudguldens geldt, dankt ook deze goudgulden haar beeldenaar aan Duitse voorbeelden. Zo is de voorzijde ontleend aan de conventiegulden (ca.1370) van Ruprecht I van Pfalz en Gerlach von Nassau, terwijl de keerzijde bijna identiek is aan de Achtpaßgulden van Ruprecht I van Pfalz (ca.1372-1380). In de periode 1378-1388 werden in totaal waarschijnlijk zo′n 3 miljoen stuks aangemunt. Het werd uitgegeven op koers van 20 oude groot (em.1354/1363) of 30 nieuwe of lichte groot (em.1378). In de loop van die jaren bleef het voorschreven gewicht van 3,496 gram gelijk, maar het gehalte werd geleidelijk teruggebracht van 22 ¼ karaat in 1378 tot 19 karaat in 1386. Grote onderscheidende kenmerken tussen de verschillend emissies zijn er niet, maar de de vroege exemplaren uit de periode 1378-1385, met een goudgehalte van 20 karaat of hoger, hebben een ronde G (in GVILL) terwijl de exemplaren uit de periode 1386-1388, van 19 karaat, een spitse G hebben. Verreweg de meeste exemplaren die we thans in collecties en de handel tegenkomen hebben een spitse G.

van der Chijs V, 7 ; van Gelder 6 ; Delmonte 725 ;
Grolle 17.9.Ba ; Friedberg 105
S
kleine zwaktes van de slag
zfr-

1.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - ALBRECHT VAN BEIEREN, 1389-1404 - Gouden Dordts schild of Paedzenschild z.j. (emissie van begin oktober 1389), Dordrecht

gewicht 4,0722gr. ; goud 970/1000 ; Ø 29mm.

vz. Gekroonde graaf zittend frontaal op een Gotische zetel, met zwaard in de
rechterhand en zijn linkerhand rustend op een wapenschild van Holland-Beieren
binnen een versiering van acht lobben binnen een parelcirkel. In de buitencirkel
de tekst; + AЄLBЄRT⁑DVX x -  xCOMx - xHOLAND⁑Z⁑ZЄL′
kz. Kort gebloemd kruis binnen een versiering van vier bogen, met bloemen bij
de snijpunten van de bogen, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
+ XPC:VINCIT:XPC:RЄGNAT:XPC: IMPERAT
De keerzijde tekst luidt voluit;
CHRISTUS VINCIT, CHRISTUS REGNAT, CHRISTUS IMPERAT, 
vertaald; Christus overwint, Christus heerst, Christus gebiedt

Grolle beschrijft de aanmunting van gouden schilden volgens ordonnantie van 23 maart 1391, het zogenaamde nieuwe Hollandse schild. Het voorgeschreven gewicht was 4,012 gram met een gehalte van 22 karaat. Het werd uitgegeven op een koers van 40 groot. Gezien het beduidend hogere gewicht, lijkt dit gouden schild echter nog geslagen te zijn volgens de ordonnatie van 6 oktober 1388, die aanvankelijk ook bedoeld was voor de duur van 10 jaren. Het voorgeschreven gewicht van die stukken was 4,079 gram met een gehalte van 23 ½ karaat. Het is bekend dat Albrecht in 1389 ook gouden schilden heeft laten slaan, waarbij de voorschriften van 6 oktober 1388 werden gevolgd. Zo meldt het register van de charterkamer van Holland op pag.290 en 291 o.a. ; ′zo was bij middel geordonneert door de zelve hertoge Aelbert van Beijeren dynsdages nae Bavonis (= dinsdag na de feestdag van St. Bavo, dus de dinsdag na 1 oktober)  in den jaere XIIIe LXXXVIIJ: te maken eenen gouden penninck van alloye, die houden zoude XXIII ½ caraet tsestich opt marck een grein te remedie van alloye ende eenen eyngelschen opte snede ende zal geheeten wezen Dordrechtschen schilden ende te maecken grooten vierendeel grooten ende tachtendeel daeroff te heten hollandschen′ . Verder lezen we ′enen Dordrechtse scilt van XL groten alsmen nu ter tijt slaet, ende den groten gherekent voir VI deniers Hollants′. Aangaande de productie lezen we; ′elf dusent Dordrechtse scilde, die wi nu ter tyt doen slaen′ (zie van der Chijs pag.229-230). Van Gelder en Grolle maken geen melding de aanmunting van gouden schilden in 1389 op naam van Albrecht, vermoedelijk in de veronderstelling dat deze nog geslagen werden op naam van de in maart 1389 overleden Willem V, hetgeen misschien ook gedeeltelijk het geval is geweest. Het lijkt er echter op dat toen wel degelijk ook nieuwe stempels zijn vervaardig op naam van Albrecht voor de aanmunting van deze gouden schilden. De productie is met zo′n 11.000 stuks zeer klein gebleven (ter vergelijk; onder Willem VI werden ruim 3 miljoen gouden schilden aangemunt). Reden daarvan was vermoedelijk het feit dat in de loop van 1389/1390 de koers van het Paedzenschild aanzienlijk opliep; het schild stijgt in 1,5 jaar tijd van 40 tot 45 groten. De nominale en intrinsieke waarde begonnen dus sterk uiteen te lopen, waarmee aanmunting niet meer winstgevend bleek. Dit is ook de reden dat met overging op de uitgifte van het ′nieuwe gouden schild′ (volgens ordonnatie van 23 maart 1391), op lager gewicht en lager gehalte. Daarmee werd getracht de nominale en intrinsieke waarde weer op gelijk niveau te brengen. Tot op heden zijn mij geen andere gouden schilden van Albrecht bekend, die aangemunt zijn op dit hogere gewicht en gehalte, conform de ordonnatie van 1389. Van Gelder en Grolle maken hiervan ook geen melding, en blijkbaar was het bestaan ervan hun onbekend. Ook naspeuring in vele veilingcatalogi  hebben niets opgeleverd. Vooralsnog lijkt het hier dus te gaan om een ongepubliceerd en uniek stuk en dus van de allerhoogste zeldzaamheid.

vgl. van der Chijs 7,2 ; vgl. Delmonte 726 ; vgl. van Gelder 26 (JMP.1959) ;
vgl. Grolle 18.1.6 ; vgl. Friedberg 107 RRRR
pr-

22.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - ALBRECHT VAN BEIEREN, 1389-1404 - Gouden schild (zgn. nieuw Hollands schild) z.j. (em.1391), Dordrecht

gewicht 3,9298gr. ; goud 830/1000 ; Ø 29mm.
muntmeesters: Jan Willemsz van Steenbergen & Hendrik Adelyen

vz. Gekroonde graaf zittend frontaal op een Gotische zetel, met zwaard in de
rechterhand en zijn linkerhand rustend op een wapenschild van Holland-Beieren
binnen een versiering van acht lobben binnen een parelcirkel. In de buitencirkel
de tekst; ✠AЄLBЄRT⁑DVX x -  xCOMx - xHOLAND⁑Z⁑ZЄL′
kz. Kort gebloemd kruis binnen een versiering van vier bogen, met bloemen bij
de inbuigingen van de bogen, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
✠XP′C:VINCIT:XP′C:RЄGNAT:XP′C:IMPERAT

De keerzijde tekst luidt voluit;
CHRISTUS VINCIT, CHRISTUS REGNAT, CHRISTUS IMPERAT,
vertaald; Christus overwint, Christus heerst, Christus gebiedt

Dit gouden schild, het zgn. nieuw Hollands schild, is het vervolg op het gouden schild dat eerder werd geslagen door muntmeester Willem Paedze op naam van Willem V van Beieren (1388/1389) en Albrecht van Beieren (1389), het zgn. Paedzenschild. Omdat de koers van het Paedzenschild in de loop van 1389/1390 was opgelopen van 40 tot 45 groten werden de nieuwe schilden geslagen op iets lager gewicht en gehalte. Daarmee werd getracht de nominale en intrinsieke waarde weer op gelijk niveau te brengen. Gouden schilden van Albrecht van Beieren komen maar weinig voor en zijn zeer zeldzaam.

van der Chijs VII, 2 ;  van Gelder 26 (JMP.1959) ;
Delmonte 726 ; Grolle 18.1.6 ; Friedberg 107
RR
Kleine zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met fijne details.
pr-

7.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - ALBRECHT VAN BEIEREN, 1389-1404 - Dubbele groot, pasant of zgn. plaisant z.j. (1397), Dordrecht

gewicht 3,60gr. ; zilver Ø 31mm.
muntmeester Willem Tonssus

vz. Adelaar met wapenschild van Beieren/Holland schuin geplaatst
op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠ALBЄRT⋮DVX⋮COM’⋮hOL′⋮ZЄIL′⋮Z⋮DS′⋮FRIZIЄ
kz. Kort gebloemd kruis binnen een parelcirkel, omringd door
de tekst; ✠MONЄTA⋮hOLLAN′⋮ZELAN′⋮Z⋮FRIZIЄ

De poysant of playsant was in Henegouwen ingevoerd door Willem V van Beieren in 1387 als de plaque fors (Chalon 109). Albrecht sloeg in Valenciennes eveneens zulke zware plakken doch van een afwijkend type (Chalon 118). Wellicht houdt de naam pasant verband met peser (wegen) en pesanteur (gewicht) en betekent hij evenals peso ′zware munt′. De volksbenaming plaisant, van plaire (behagen), ontving de munt volgens Chalon vanwege haar bevallige uiterlijk. De munt werd geslagen onder muntmeester Willem Tonssus ′van Scandalusia′, die werkzaam was aan de Munt te Dordrecht. Hij was in oktober 1397 door de hertog als muntmeester aangesteld en was waarschijnlijk een zoon van de brugse koopman Gianni Scandaleoni uit Lucca. Wegens zijn goede diensten aan de hertog werd Willem Tonssus in 1402 bevorderd tot ontvanger van Brabant.

Opmerkelijk is het feit dat op deze munt Albrecht vermeld wordt als heer van Friesland. Dit houdt ongetwijfeld verband met de ″Friezenreizen″ die Albrecht in de periode 1396-1401 ondernam. Dit waren militaire en diplomatieke reizen teneinde zijn gezag in Friesland te vestigen. Albrecht had in 1396 namelijk besloten om voor zijn rechten in Friesland te gaan strijden. Op 11 Augustus 1398 werd hij ook als heer van Oostergo en Westergo erkend. Een gedeeltelijk succes. Dit stelde hem tevens in de gelegenheid om zijn oom Willem IV van Holland en Henegouwen, die in 1345 was gesneuveld in de Slag bij Warns te repatriëren en bij te zetten in de Artois-kapel van de kerk van de Minderbroeders in Valencijn (Valenciennes). Diens lichaam was namelijk na zijn sneuvelen in 1345 begraven in het Friese klooster Bloemkamp. Al met al bleek zijn succes in Friesland van korte duur. De Friezen bleven voortdurend weerstand bieden en uiteindelijk bleef na 1401 alleen Stavoren voor Holland behouden.

Dit muntstuk is het enige waarop Albrecht als ″heer van Friesland″ wordt
vermeld en het is daarmee een hoogst interessant historisch document.
Tot op heden zijn van dit muntstuk slechts 2 exemplaren bekend en
daarmee is het hoogst zeldzaam.

van der Chijs- ; van Gelder- ; Grolle 18.5.2a ;
collectie de Wit 765 (dit exemplaar)
RRRR
Zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar.
zfr

7.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - WILLEM VI VAN BEIEREN, 1404-1417 - Zilveren leeuw z.j. (emissie 1411), Dordrecht

gewicht 2,80gr. ; zilver Ø 29mm.

vz. Klimmende leeuw naar links binnen dubbel gelijnde cirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠GVILM⋮DVX⋮DЄI⋮GR⋮COM′⋮HOL′⋮Z⋮ZЄ′
kz. Lang gevoet kruis met in de hoeken afwisselend de Hollandse leeuw
en het Beierse wapenschild. In de buitencirkel de tekst;
✠ MONT – ⋮NOVA⋮ – hOLAD′ – ⋮Z⋮ZЄLA′

De zilveren leeuw had de waarde van 1 ½ Hollandse lichte groot of 1 groot Vlaams.

van der Chijs VIII, 5 ; van Gelder 61 ; Grolle 19.3.7a
Lichte zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar.
zfr-

245,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - JAN VAN BEIEREN ALS PANDGRAAF, 1418-1425 - Beiersgulden z.j. (em. 1421/1422), Dordrecht

gewicht 3,45gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeesters Jan Nemery en Godschalk Tielmansz Oem

vz. Johannes de Doper, met mantel en nimbus, staande frontal met in zijn
linkerhand een kruisscepter, daaronder kruisje, binnen een gelijnde en geparelde
cirkel, omringd door de tekst; • - S•IOhANNЄS - BABTISTA leeuwtje •
kz. Dubbelgelijnde vierpas met daarbinnen het wapen van het Heilige Roomse Rijk
(dubbelkoppige adelaar) omringd door een wapenschildje met een adelaar, een
klimmende leeuw naar rechts (Holland), een gevoet kruis en een wapenschildje met
ruiten (Beieren), aan de buitenzijden van de bogen kleine bloemversieringen, binnen
een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠DVX•BAVA•IOh•FILI•hA•hOLAND Z

Deze Sint Jansgoudgulden werd in 1421 uitgegeven op een koers van 30 groot en stond spoedig bekend als de “Beiersgulden”. Het is een mooi voorbeeld van middeleeuwse imitatie muntslag. Zo betreft het hier hier een getrouwe navolging van de Utrechtse gulden van Frederik van Blankenheim, Bisschop van Utrecht (1393-1423), die in de jaren 1415-1420 te Rhenen en Hasselt werd aangemunt. Dat op zijn beurt weer een imitatie was van de Reynaldusgulden van hertog Reinald van Gulik, hertog van Gelre (1402-1423), die in de jaren 1409-1415 te Arnhem werd aangemunt. De Hollandse en Utrechtse imitaties hebben daarbij de oorsponkelijk Gelderse wapenschildjes vrijwel ongewijzigd overgenomen, met als enige verschil dat het onderste (fantasie) wapenschildje, dat oorspronkelijk bestond uit arceringen, op de Hollandse gulden is vervangen door een wapenschildje met de Beierse ruiten. Het wapenschildje met de klimmende leeuw naar rechts is multi interpreteerbaar en had bij Gelre de betekenis van “wapen van Roermond”, bij Utrecht “wapen van Blankenheim” en bij Holland “wapen van Holland”. De wapenschildjes met de eenkoppige adelaar (Arnhem) en het kruis (Zutphen) zijn voor deze Hollandse guldens eigenlijk betekenisloos, in die zin dat ze geen enkel verband hebben met het graafschap Holland en louter dienen voor de symmetrie.

Op deze gulden draagt Jan van Beieren de hoogst ongebruikelijke titel van filius Hanoniae, Hollandiae, Zeelandiae (zoon van Henegouwen, Holland, Zeeland). Een duidelijk bewijs dat hij zich op de munten niet de titel van comes (graaf) durfde aanmeten. Dit hield ongetwijfeld verband met het feit dat hij tijdens het Verdrag van Woudrichem (13 februari 1419) zijn nicht Jacoba als gravin van Holland, Henegouwen & Zeeland had erkend, met de voorwaarde dat hij voor de duur van vijf jaar samen met Jan van Brabant, Jacoba′s echtgenoot, het bestuur over Holland en Zeeland zou voeren.

John of Bavaria was born in 1374 in Le Quesnoy (Hainaut), the youngest son of Albert of Bavaria (of the House of Wittelsbach) and Margaret of Brieg. John was destined for a spiritual career. From a young age, he was, among other things, a canon of the cathedral chapter of Cambrai and provost of Cologne. In 1389, he was elected Prince-Bishop of Liège. However, he was not particularly popular there, forcing him to flee the city in 1406 and settle in Maastricht. After renouncing the bishopric of Liège and resigning from the clergy, King Sigismund granted him Holland, Zeeland, and Hainaut on 27 April 1418, recognized him as a count by Dordrecht and South Holland, and inaugurated as such in Dordrecht on 23 June. In 1418, Jan married Elisabeth of Görlitz, thus also becoming Duke of Luxembourg. The marriage remained childless. Jan "without Grace" was not a beloved ruler. Ultimately, he was poisoned by his court marshal, Jan van Vliet, in 1424, from which he died on 6 January 1425. He was buried in the Kloosterkerk (Monastery Church) in The Hague.

van der Chijs XI, 1 ; Grolle 20A.4.4 ; van Gelder 79 ;
Delmonte 734 ; Slg. de Wit 780 ; Friedberg 117
R
Minieme zwaktes van de slag, doch voor dit type een mooi exemplaar.
Zeldzaam.
zfr

1.650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS VAN BOURGONDIË (DE GOEDE) ALS RUWAARD, 1425-1428 - Gouden schild of Bourgondisch schild z.j. (1425-1427), Dordrecht

gewicht 3,20gr. ; goud Ø 28mm.
muntmeesters: Jan Nemerij & Godschalk Tielmansz Oem

vz. Gekroonde graaf zittend frontaal op een Gotische zetel, met zwaard in de
rechterhand en zijn linkerhand rustend op een wapenschild van Bourgondië.
In de buitencirkel de tekst; + PHS:DVX:BVRGx - xCOMx - xFLAD:HЄSxHOL′ZZ
kz. Kort gebloemd kruis binnen een versiering van vier bogen, met roosjes 
bij de snijpunten van de bogen. In de buitencirkel de tekst; 
+ XPC:VINCIT:XPC:REGNAT:XPC:IMPERAT

De keerzijde tekst luidt voluit; 
CHRISTUS VINCIT, CHRISTUS REGNAT, CHRISTUS IMPERAT,
vertaald; Christus overwint, Christus heerst, Christus gebiedt

Dit gouden schild had bij uitgifte een koers van 40 groot. Dit was nog altijd gelijk aan de gouden schilden van 1388. Maar er was zeker sprake van geldontwaarding. Zo hadden de stukken uit 1388 het voorgeschreven gewicht van 3,994 gram en een gehalte van 23 ½ karaat, terwijl deze stukken nog maar 3,65 gram dienden te wegen met een gehalte van 17 karaat.

In de late middeleeuwen was het in de Nederlanden gebruikelijk om personen die als voogt of regent optraden namens de landsheer/landsvrouw de titel te geven van ′ruwaard′. Deze titel is afkomstig uit het Duitse ′ruhe warten′ (rustbewaarder). Zo′n ruwaard nam feitelijk de macht over van de formele heerser en was daaraan ook geen verantwoording schuldig. Een ruwaard stond daarmee veel sterker dan een stadhouder.

van der Chijs XII, 2 ; Delmonte 738 ; van Gelder 88 ; 
Grolle 20B.1.2Aa ; Friedberg 119
R
Enkele lichte krasjes. Zeldzaam.
zfr-

1.195,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS VAN BOURGONDIË (DE GOEDE) ALS RUWAARD, 1425-1428 - Gouden schild of Bourgondisch schild z.j. (1429-1430), Zevenbergen

gewicht 3,69gr. ; goud Ø 30mm.
muntmeester: Jan van Brabant
muntteken: zespuntige ster
stempelsnijder: Claes Van Bylande

vz. Filips de Goede, met een maliënkolder, wapenkleed en kroon, zit in
vooraanzicht op een gotische troon met zes pinakels ; hij houdt met de
rechterhand een zwaard over de rechter schouder en met de linker een
gotisch schild met zijn wapen verticaal ; de bovenste helft van dit geheel is
omgeven door een omlijsting bestaande uit acht dubbele cirkelbogen ;
in de inspringende hoeken van deze omlijsting; een driebladige bloem ;
rondom, tussen twee parelcirkels de tekst;
✠ PHS:DVX:BVRG - xCOMx - FLAD:HЄS:HOLZ
(de dubbele punten staan voor twee schuinkruisjes boven elkaar).
kz. Een drielijnig kruis, met in het centrum en op het uiteinde van de armen
een rozet bestaande uit vier cirkelbogen ; op het rozet aan elk uiteinde, drie
bloemen ; het kruis is omgeven door een omlijsting bestaande uit vier halve
parelcirkels binnen vier halve cirkels ; op de snijpunten en in de inspringende
hoeken van de omlijsting, een bloem ; rondom, tussen twee parelcirkels de tekst;
XPC:VIИCIT:XPC:RЄGИAT:XPC:IMPЄRAT
(de interpunctie bestaat uit twee ringetjes boven elkaar).
De keerzijde tekst luidt voluit; 
CHRISTUS VINCIT, CHRISTUS REGNAT, CHRISTUS IMPERAT,
vertaald; Christus overwint, Christus heerst, Christus gebiedt

Dit gouden schild had bij uitgifte een koers van 40 groot. Dit was nog altijd gelijk aan de gouden schilden van 1388. Maar er was zeker sprake van geldontwaarding. Zo hadden de stukken uit 1388 het voorgeschreven gewicht van 3,994 gram en een gehalte van 23 ½ karaat, terwijl deze stukken nog maar 3,65 gram dienden te wegen met een gehalte van 17 karaat.

Waarschijnlijk als gevolg van onenigheid met de stad Dordrecht, werd de grafelijke Munt in de loop van 1428 van Dordrecht naar Zevenbergen verplaatst. Vanaf  29 april 1429 tot 13 mei 1430 heeft aldaar een korte muntslag voor het graafschap Holland plaatsgevonden. Na 13 mei werd de grafelijke Munt weer overgebracht naar Dordrecht. Nadien bleef het munthuis echter nog geopend als Brabant atelier voor aanmaak van munten op naam van Philips van Bourgondië “de Goede”.  Die productie bleef waarschijnlijk beperkt tot het slaan van gouden pieters. Het Zevenbergse atelier werd uiteindelijk in 1434 gesloten, toen Philips met zijn ordonnantie van 23 januari 1434 het muntwezen van Holland, Vlaanderen, Brabant en Henegouwen unificeerde en alleen Dordrecht, Gent, Leuven en Valenciennnes als muntplaatsen voor zijn Bourgondische Nederlanden handhaafde. Tot op heden zijn er voor Holland alleen hele en halve gouden schilden bekend, die met zekerheid geslagen zijn te Zevenbergen. Het kenmerk is een 6-puntige ster aan het begin van het omschrift op de keerzijde en de gezetelde graaf heeft een kruis op het midden van zijn kroon. Bij Dordrecht is dat een vijfbladig roosje/sterretje. Zeer zeldzaam.

van der Chijs XII, 3 ; Delmonte - (vgl. 738) ; van Gelder 88a ; 
Grolle 20B.1.2Da ; vgl. Friedberg 119
RR
Minieme zwaktes van de slag.
zfr

2.650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE GOEDE, 1434-1467 - Gouden rijder z .j. (1434-1440), Dordrecht

gewicht 3,59gr. ; goud Ø 28mm.

vz. Gehelmde ridder met zwaard in rechterhand te paard naar rechts.
Op het dekkleed de vuurijzers van Bourgondië, daaronder in de afsnede +HOLD′
In de buitencirkel de tekst ; PHSDЄIGRADVXBVRGCOMЄSHOLDZZЄ
kz. Wapenschild van Bourgondië op kort gebloemd kruis binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; +SITNOMЄNDOMIИIBЄNЄDICTVMAMЄИ

Zoals voor veel middeleeuwse goudstukken van de Nederlanden geldt  is ook dit munttype geslagen naar  Frans voorbeeld, namelijk de franc à cheval van Charles V (1364-1380). Het is het eerste goudstuk dat werd geslagen conform het uniforme muntsysteem dat bij ordonnantie van 23 januari 1434 door Philips de Goede werd ingevoerd. Dit was kort nadat de Beierse landen Henegouwen, Holland en Zeeland bij het Bourgondische Rijk van Philips de Goede waren ingelijfd. Het werd aangemunt in Bourgondië, Brabant, Vlaanderen , Holland en Henegouwen. In Holland is de productie met circa 110.800 stuks beperkt gebleven (Vlaanderen 941.227 stuks). Zeldzaam.

van der Chijs XIV,4 ; Delmonte 743 ; van Gelder & Hoc 1-4 ;
Vanhoudt 1.DO ; Friedberg 126
R

Bijzonder attractief exemplaar.
pr-

5.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE GOEDE, 1434-1467 - Dubbele groot vierlander z.j. (1434-1467), Dordrecht of ′s Gravenhage

gewicht 2,72gr. ; zilver Ø 30mm.
muntteken roos

vz. Gekwartierd Bourgondisch wapenschild met in het hart een schildje
met de Hollandse leeuw binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠PHS:DЄI:GRA:DVX:BVRG:COM:HOLD:Z:Z′
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met in de kwartieren 
om en om een lelie en klimmende leeuw en in het ruitvormig opengewerkt 
hart een roos, omringd door de tekst: 
✠MONЄT - A:NOVA: - COM:HO - LD:Z:ZЄ

Dit munttype werd volgens ordonnantie van 23 januari 1434 aangemunt in de gebieden Vlaanderen, Henegouwen, Brabant en Holland, vandaar de naam ″vierlander″. Voor Holland vond aanmunting te Dordrecht plaats in de jaren 1434-1440 en 1466-1467 en te ′s Gravenhage in de jaren 1454-1455. Onderscheidende kenmerken zijn er niet, dus het is niet vast te stellen of exemplaren te Dordrecht of te ′s Gravenhage zijn aangemunt.

van der Chijs XIV, 11 ; van Gelder & Hoc 9-4 ; Vanhoudt 3.DH/DO
zwaktes van de slag
fr/zfr

175,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE GOEDE, 1434-1467 - ½ Groot z.j. (1466-1467), Dordrecht

gewicht 0,72gr. ; zilver Ø 19mm.
muntteken roos

vz. Gekwartierd Bourgondisch wapenschild met in het hart een schildje
met de Hollandse leeuw binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠PHS:DЄI:GRA:DVX:BVRG:C:HOL:Z
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met in de kwartieren
om en om een lelie en klimmende leeuw en in een ruitvormig opengewerkt
hart een roos, omringd door de tekst: 
✠MONЄ - TA:NOVA: - COM:HO - LD:Z:ZЄ

van der Chijs XIV, 13 ; van Gelder & Hoc 11-4 ; Vanhoudt 5.DO R
Licht gesnoeid exemplaar. Zeldzaam.
fr+

125,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - ½ Gouden nobel of schuitken 1488, Dordrecht

gewicht 3,29gr. ; goud 958/1000 ; Ø 27mm.
muntmeester Anthonis de Louckere
muntteken: roos

vz. Gekroonde Rooms-koning Maximiliaan met zwaard en rijksappel
staande frontaal op een koggeschip, daarvoor het Bourgondisch wapenschild,
binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; rijksadelaar MO′+RO′+RE′+Z+
PHI′+AR′DV′+AVS′+BG′+BR′+CO′+HOLL′
kz. Kort gebloemd kruis met lelies aan de uiteinden en kroontjes in de kwadranten,
roosje in het hart, binnen een achtpas binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
rijksadelaar REFORMACIO+POST+GVERRA+PAX+A°+1488

Philips de Schone werd op 22 juli 1478 te Brugge geboren als oudste zoon van de Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië. Toen Maria reeds in 1482 stierf werd de vierjarige Philips de nieuwe landsheer van de Bourgondische Nederlanden. Vanwege zijn jeugdigheid nam zijn vader Maximiliaan de regeringstaken waar tot aan Philips′ meerderjarigheid in 1494. In de beginperiode zien we noch de naam van Philips noch die van Maximiliaan op de munten vermeld. Maximiliaan werd in 1486 gekozen tot koning van het Heilige Roomse Rijk en vanaf dat moment zien we ook gelijk een verandering in de muntslag. Maximiliaan wordt vanaf dat moment hetzij met zijn naam of anders met koninklijke symboliek op de munten van de Nederlanden vermeld. Toen Maximiliaan in 1487 gouden realen liet slaan met wel zijn naam daarop vermeld, maar niet die van de eigenlijke landsheer Philips, was dit een van de redenen (naast vele andere w.o. stedelijke autonomie) dat Gent en Brugge in opstand kwamen tegen Maximiliaan. Hij werd op 9 februari 1488 op de Cranenborg te Brugge gevangen gezet. Pas na ruim vier  maanden werd hij weer vrijgelaten, onder meer onder het beding dat ook de naam van de feitelijke landsheer Philips op de munten zouden worden vermeld. Getuige dit munttype, die vanaf  11 november 1488 is aangemunt, heeft Maximiliaan zich meteen aan die afspraak gehouden en zo ook bij de munten die daarna volgden. De voorzijde tekst van deze munt luidt voluit Moneta Romanorum regis et Philippi Archiducis Austriae Burgundiae Brabantiae Comes Hollandia et Zelandiae, vertaald ;  Munt van de Rooms koning en aartshertog Philips van Oostenrijk, Bourgondië, Brabant, graaf van Holland en Zeeland. De keerzijdetekst refereert duidelijk aan de onrustige periode in de Nederlanden, en toont ook hier een inschikkelijke Maximiliaan. Normaal zien we op de schuitkens de keerzijdetekst reformacio guerre pax est hetgeen zich laat vertalen als de vrede is een herstelling van de oorlog. Daarmee geeft hij dus aan dat hij naar vrede streeft in de Nederlanden. Op dit Hollandse stuk zien we echter een opmerkelijk afwijkende tekst, namelijk reformacio post guerre pax, hetgeen zich laat vertalen als; ′vrede is een herstelling na de oorlog′. Naast een buitengewoon attractief munttype is deze munt dus ook een belangrijk historisch document, waarin de actuele politiek van die tijd tot uiting komt. Met deze keerzijdetekst is dit munttype alleen geslagen in Holland. Brabant en Gelre kennen deze tekst met ″post guerra″ niet. Uiterst zeldzaam.

Delmonte 752var. ; van Gelder & Hoc 75-6b ; van der Chijs XVII, 5var .;
Levinson III-196var. ; vgl. Frey 295 ; vgl. Stephanik 447-448 ;
Vanhoudt 98.DO (R3) ; Friedberg 131 
RRR
minieme restauratiesporen
zfr-

7.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Griffioen of dubbele stuiver z.j. (1487-1488), Dordrecht

gewicht 3,07gr. ; zilver Ø 27mm.
muntmeester: Anthonis de Louckere
initiaalteken: kroon
interpunctie: zespuntige ster (Dordrecht)

vz. Griffioen staande naar links, met in de rechterklauw het
vuurstaal van de Orde van het Gulden Vlies en in de linker een
vierbladige bloem, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
♛ DENARI SIMPLIXNOIATVSGRIFONVS
(vertaald: enkele penning genaamd griffioen)
kz. Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild in het hart van een lang
gevoet kruis, dat is geplaatst over een parelcirkel. In de buitencirkel
de tekst; DEVPL - VSAMA - QVAAR - GЄNTV
(vertaald: bemin God meer dan het geld)

Omdat zijn moeder Maria van Bourgondië (1478-1482) in 1482 vroegtijdig overleed, was de 4-jarige Philips nog te jong om te regeren. Zijn vader Maximiliaan van Oostenrijk (1482-1494) nam het regentschap op zich tot Philips′ meerderjarigheid in 1494. In deze periode zien we veelal geen naam vermeld van de landsheer op de muntstukken, zo ook bij deze munt.

De afbeelding van een griffioen is op Nederlandse munten tamelijk ongebruikelijk. De griffioen geldt als symbool van de soevereine, dus aan God ontleende macht. Eerder zagen we al gouden en zilveren griffioen geslagen eind veertiende eeuw in gebieden die onder het gezag van leden van het Beierse Huis stonden, o.a. in het graafschap Holland en in het prinsbisdom Luik. Onder Maximiliaan van Oostenrijk, als regent voor Philips de Schone, zien we de griffioen opnieuw afgebeeld op munten. De reeks is op dezelfde manier opgebouwd als de eerdere (dubbele) vuurijzers: op de dubbele staan twee griffioenen, op de enkele staat er één. Een destijds andere benaming voor de griffioen was grijpvogel of kortweg grijp. Aan deze benaming danken we nog de uitdrukking ″grijpstuiver″, die met grijpen niets van doen heeft maar louter refereert aan de beeldenaar van de toenmalige dubbele stuiver. Hieruit ontstond de Bargoense betekenis ′bijverdienste, (gering) bedrag′. De muntnaam is ten onrechte in verband gebracht met grijpen.

♦ zeer zeldzaam munttype ; very rare cointype ♦

van der Chijs XIX, 24 ; van Gelder & Hoc 70-6 ;
de Witte 561 ; Vanhoudt 90.DO (R3)
RR
Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar.
zfr

2.650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Hollandse penning z.j. (1482-1487), Dordrecht

gewicht 0,40gr. ; biljoen Ø 13mm.
muntmeesters Anthonis de Louckere & Ambrosius Diergaard
muntteken roos

vz. Roos binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
lelie MO AR DVC AVST B CO HOL
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, roos in
een ruitvormig hart, in de kwadranten om en om een lelie en kroon.
In de buitencirkel de tekst; lelie IN NOMINE DNI ❀

Omdat zijn moeder Maria van Bourgondië (1478-1482) in 1482 vroegtijdig overleed, was de 4-jarige Philips nog te jong om te regeren. Zijn vader Maximiliaan van Oostenrijk (1482-1494) nam het regentschap op zich tot Philips′ meerderjarigheid in 1494. In deze periode zien we veelal geen naam vermeld van de landsheer, zo ook bij dit munttype. Dit munttype werd alleen in Holland geslagen. Uiterst zeldzaam.

van der Chijs - ; van Gelder & Hoc 58-6 ; Vanhoudt 79 (R3) RRR
Zwaktes van de slag en stukje uit rand gebroken.
Licht geoxideerd vondstexemplaar.
fr à fr+

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Groot z.j. (1489-1492), Dordrecht

gewicht 1,43gr. ; zilver Ø 23mm.
muntmeester Anthonis de Louckere
muntteken roos
initiaalteken voorzijde: met kruizen aan de uiteinden

vz. Rond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, in het hart een schildje
met de gedeelde wapens van Maximiliaan en Philips, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✥ PHSxARCHxDVXxAVSTxBGxCOxHO
kz. Lang gevoet kruis geplaats over een parelcirkel, roos in ruitvormig hart,
in de kwadranten; roos / klimmende leeuw naar rechts / roos / lelie.
In de buitencirkel de tekst: BЄNЄ - DICxA - IAxMЄ - A+DNO

Omdat zijn moeder Maria van Bourgondië (1478-1482) in 1482 vroegtijdig overleed, was de 4-jarige Philips nog te jong om te regeren. Zijn vader Maximiliaan van Oostenrijk(1482-1494) nam het regentschap op zich tot Philips′ meerderjarigheid in 1494. Van der Chijs en Van Gelder & Hoc plaatsten dit type wat jonger, namelijk geslagen in de periode 1493-1496. De datering van Vanhoudt (1489-1492) is meer aannemelijk. Zeldzaam.

van der Chijs XXI, 9 ; van Gelder & Hoc 102-6 ; Vanhoudt 130.DO R
zwaktes van de slag
fr+

110,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Philippusgulden z. j. (1499-1506), Dordrecht

gewicht 3,32gr. ; goud Ø 25mm.
muntmeesters: Blasius Boucquet, Mahieu de Tilly & Jan van Waesbrouck
muntteken: roos
interpunctie: lelie

vz. Borstbeeld van de heilige Philippus frontaal, dubbel gelijnde nimbus
om zijn hoofd, in zijn rechterhand een kruisstaf en de linker een open geslagen
evangelieboek, voor hem het gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië,
dit alles binnen een versiering van boogjes binnen een parelcirkel. 
In de buitencirkel de tekst; S• - •PHILIPC’•INTЄ - RCЄDE•PRO•
(• = interpunctie lelie)
kz. Kort drielijnig gebloemd kruis met vierpas in het hart waarbinnen een roos,
in de kwadranten om en om een lelie en kroon, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ❀PHS•DЄI•GRA•ARCID•AVS•BG•CO•HOLL
(• = interpunctie lelie)

De apostel Philippus was de schutsheilige van de landvorst Philips de Schone.

Deze philippusgulden wijkt op vele punten af van de talrijke exemplaren die we van deze emissie in collecties en de handel tegenkomen. Waarschijnlijk werd het vervaardigd aan het begin van de emissie, maar was men niet geheel tevreden over de uitvoering van met name het voorzijdestempel. Bij de vervaardiging van volgende muntstempels heeft men daarom de aanpassingen gedaan die we van de reguliere stukken kennen. Exemplaren die vervaardigd zijn met deze (vroege) muntstempels komen hoogst sporadisch voor en waarschijnlijk zal de productie daarvan daarom zeer gering zijn geweest. Van der Chijs voert een vergelijkbaar stuk op in zijn supplement, waarvan hij slechts 1 exemplaar kende (Koninklijk Penningkabinet). Hoogst interessant en uiterst zeldzaam.

De (vroege) philippusguldens kenmerken zich door de volgende stempel eigenschappen;
- De heilige Philippus kijkt geheel frontaal, en niet licht naar rechts
- De nimbus is dubbel gelijnd en niet enkel, zoals vaak bij de latere stukken
- De kruisstaf van de heilige Philippus is duidelijk langer dan bij de latere stukken
- Het Oostenrijk-Bourgondisch wapen is zeer klein van vormgeving
- De gehanteerde voorzijdetekst S• - •PHILIPC’•INTЄ - RCЄDE•PRO• wijkt
sterk af van de gebruikelijke tekst: SЄ• - PH’Є•INTЄRCЄDЄ• - •PRO•NOBIS•
- Bij dit exemplaar ontbreekt de titel DVX volledig, terwijl dit vooraf had moeten
gaan aan BG (Dux Burgundiae) in de keerzijde tekst (als zodanig ongepubliceerd).

vgl. Delmonte 756 ; vgl. van Gelder & Hoc 115-6a ; vgl. Vanhoudt 146.DO ;
van der Chijs XXXVII, 36var. ; vgl. Friedberg 133
RRR
zwaktes van de slag, met name in het centrum
zfr-

2.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Philippusgoudgulden z. j. (1499-1506), Dordrecht

gewicht 3,28gr. ; goud Ø 25mm.
muntmeesters: Blasius Boucquet, Mahieu de Tilly & Jan van Waesbrouck
muntteken: roos
interpunctie: lelie

vz. Borstbeeld van de heilige Philippus licht naar rechts gewend, 
nimbus om zijn hoofd, in zijn rechterhand een kruisstaf en de linker
een opengeslagen evangelieboek, voor hem het gekroond wapenschild
van Oostenrijk-Bourgondië, dit alles binnen een versiering van boogjes
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; 
SЄ• - PHЄ•INTЄRCЄD• - •PRO•NOBIS• (interpunctie: lelies)

kz. Kort drielijnig gebloemd kruis met vierpas in het hart waarbinnen een roos,
in de kwadranten om en om een lelie en kroon, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ❀PH′S•DЄI•GRA′•ARCID′•AVS′•DVX•BG•CO•HOL′

De apostel Philippus was de schutsheilige van de landvorst Philips de Schone.

vgl. Schulman B.V. veiling 364, lot 488 (in zfr ; 1.700 + 20%)

Delmonte 756 ; van Gelder & Hoc 115-6b ; van der Chijs XXI,2 ; 
Vanhoudt 146.DO ; Friedberg 133

Kleine zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd.
zfr/pr à pr-

1.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Philippusgoudgulden z. j. (1499-1506), Dordrecht

gewicht 3,26gr. ; goud Ø 25mm.
muntteken roos

vz. Borstbeeld van de heilige Philippus licht naar rechts gewend,
zijn hoofd omgeven door een nimbus, met in zijn rechterhand een kruisstaf
en in zijn linkerhand een opengeslagen Evangelieboek. Voor hem het gekroond
wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië. In de buitencirkel de tekst;
S
Є - PHЄ.INTЄRCЄD - .PRO.NOBIS (interpunctie lelie).
kz. Gebloemd kruis binnen een cirkel, in de hoeken om en om
een lelie en kroon, roos in het centrum. In de buitencirkel de tekst;
PHS.DЄI.GRA.ARCID.AVS.DVX.BG.CO.HOL (interpunctie lelie)

De apostel Philippus was de schutsheilige van de landvorst Philips de Schone.

Delmonte 756 ; van Gelder & Hoc 115-6b ; van der Chijs XXI,2 ;
Vanhoudt 146.DO ; Friedberg 133

De voorzijde is ietwat gebrekkig geslagen (versleten muntstempels ?),
de keerzijde is daarentegen zeer mooi.
zfr-/pr-

895,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 - Philippusgoudgulden z.j. (1506-1520), Dordrecht

gewicht 3,29gr. ; goud Ø 24,5mm.
muntmeesters: Blasius Boucquet, Mahieu de Tilly & Jan van Waesbrouck
muntteken: roos
interpunctie: lelie

vz. Borstbeeld van de heilige Philippus licht naar rechts gewend,
zijn hoofd omgeven door een nimbus, met in zijn rechterhand een
kruisstaf en in zijn linkerhand een opengeslagen Evangelieboek.
Voor hem het gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië.
In de buitencirkel de tekst; SЄ - PHЄ.INTЄRCЄD. - .PRO.NOBIS
kz. Gebloemd kruis binnen een cirkel, in de hoeken om en om een
lelie en kroon, roos in het centrum. In de buitencirkel de tekst;
❀MONT.NOVA.ARCID.AVS.DVX.BG.CO.hOL

De apostel Philippus was de schutsheilige van de landvorst Philips de Schone. Na overlijden van Philips in 1506 werd de muntslag van dit munttype voortgezet onder zijn zoon Karel V. Hij was toen pas zes jaar oud en groeide op aan het hof te Mechelen, alwaar zijn tante Margaretha van Oostenrijk resideerde als landvoogdes van de Nederlanden. Pas na zijn meerderjarigheid in 1516 zien we zijn naam op de munten verschijnen.

van der Chijs XXIV,1 ; van Gelder & Hoc 169-6 ;
Delmonte 758 ; Vanhoudt 200.DO ; Friedberg 136
R
Kleine zwaktes van de slag, doch een mooi exemplaar. Zeldzaam.
zfr+

1.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 ½ Gouden reaal van 30 stuivers z.j. (1529-1532), Dordrecht

gewicht 3,31gr. ; goud Ø 26mm.
muntmeester: Willem Blasiusz. Boucquet
muntteken: geen

vz. Gekroond wapenschild van het Heilige Rooms Duitse Rijk met
de dubbelkoppige rijksadelaar rustend op een lang gebloemd kruis
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
KAROLVS - DGROM - IMPZHISPARЄX
kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië, verdeeld
in zestien vakken, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
DAMICIVIRTVTЄMCONTRAHOSTЄSTVO♔

Dit exemplaar toont op de voorzijde niet het muntteken roos, dat we gebruikelijk zien bij dit munttype op 12 uur. Op de positie waar we normaal het muntteken roos zien, zien we thans het interpunctieteken drieblad/klaverblad. Aangezien we de combinatie van Gothische letters, interpunctie drieblad/klaverblad en initiaaiteken kroon op de keerzijde alleen voor Holland kennen, is toeschrijving aan dat gewest aannemelijk en gerechtvaardigd. Opmerkelijk is ook dat het woord HISPA wordt onderbroken door het interpunctieteken drieblad/klaverblad. Deze algehele combinatie maakt dit stuk zeer bijzonder en wordt in geen enkel naslagwerk vermeld. Mogelijk uniek. Hoogst zeldzaam.

Delmonte 761var. ; vgl. van Gelder & Hoc 184-6b ; vgl. Vanhoudt 221.DO.aa ;
Vanhoudt/Saunders 1207var. ; Friedberg 140var.   
RRRR
attractief exemplaar met goede details
zfr

4.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 - Gouden zonnekroon 1544, Dordrecht

gewicht 3,29gr. ; goud Ø 26mm.
muntteken; Gelders kruis (op beide zijden)
interpunctie; lelie

vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië tussen twee
vuurijzers met afspattende vonken. In de buitencirkel de tekst;
CARO•D•G•ROM•IMP•HIS•REX•DV•BVR•C•HO
kz. Kort kruis met lelies aan de uiteinden, in de hoeken om en
om een rijksadelaar en kasteel. In de buitenrand de tekst;
✥ DA•MICHI•VIRTVTЄ•COИTR•HOST•TV•1544

De gouden zonnekroon dankt haar naam aan de zon die we recht boven de kroon geplaatst zien. Deze munt was een vrij exacte imitatie van de Franse ecu d′or van Frans I (1515-1547). Het gehalte was gesteld op 929/1000 met een gewicht van 3,41 gram. Bij uitgifte was de munt gangbaar voor 42 stuivers en het werd in de periode 1541-1555 aangemunt in Brabant, Vlaanderen, Gelre en Holland.

Het betreft hier een uitermate merkwaardig stuk. Als eerste valt op dat de zon, die normaal gesproken op 12 uur op de voorzijde staat, op dit exemplaar ontbreekt. Dus het symbool waaraan dit muntstuk haar naam dankt ontbreekt ! Daarvoor in de plaats zien het muntteken van Gelre, het zgn. Gelders kruis. Vervolgens zien we op de keerzijde, waar op 12 uur normaal gesproken het muntteken roos (van Dordrecht) staat, eveneens het muntteken Gelders kruis. Dit is onmiskenbaar het keerzijdestempel van de gouden kroon van Gelre. De muntstempels voor de verschillende gewesten werden centraal vervaardigd en de stempelsnijder heeft dus hier wat steken laten vallen. Hoogst interessant en vermoedelijke het enig bekende exemplaar. Uitermate zeldzaam.

van der Chijs- ; Delmonte- (vgl. 763) ; van Gelder & Hoc- (vgl.186-6b) ;
Vanhoudt 223.DO (dit exemplaar) ; vgl.Friedberg 763
RRRR
zfr

9.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 - Vierstuiverstuk 1542, Dordrecht

gewicht 5,64gr. ; zilver Ø 30mm.
Willem Blasiusz. Boucquet
muntteken roos

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; KAROLVSxDxGxROMxIMPxZxHISxREX•1542
kz. Wapen van Oostenrijk-Bourgondië rustend op Bourgondisch takkenkruis
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
❀DA - MIHIxVIR - TVxCON - TR′xHOSxT - VOS

Dit munttype stond ook wel bekend als vlieger of krabbelaar.

van Gelder & Hoc 189-6a ; van der Chijs - ; Vanhoudt 226.DO RR
Zwaktes van de slag, doch exemplaar met een mooi patina en scherpe details.
zfr à zfr+

495,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 - Vierstuiverstuk 1546, Dordrecht

gewicht 6,12gr. ; zilver Ø 31mm.
Willem Blasiusz. Boucquet
muntteken roos

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een dubbel gelijnde cirkel,
omringd door de tekst; CAROLVS•D•G•ROM•IMP′•HISP′•REX•D•BVRG.6
kz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië, rustend op Bourgondische kruis,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
❀DA - MIHI•VIRTVTE - COT - RA•HOSTEST -VO

Dit munttype stond ook wel bekend als vlieger of krabbelaar. Opmerkelijk genoeg heeft men het jaartal afgekort tot slechts een 6. We zien bij Holland pas vanaf 1545 het gebruik van afgekorte jaartallen haar intrede doen, in de regel de 2 laatste cijfers, hetgeen samenvalt met het gebruik van een C i.p.v. een K in de naam Karolus/Carolus. Daarmee komt  alleen het jaartal 1546 in aanmerking. Het jaartal 1546 komt maar hoogst sporadisch voor in de handel en collecties. Uiterst zeldzaam.

vgl. van Gelder & Hoc 189-6b ; van der Chijs - (vgl. XXXVIII, 42) ;
Vanhoudt 226.DO
RRR
kleine zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar
zfr-

1.150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 - Hollandse penning z.j. (1521-1529), Dordrecht

gewicht 0,49gr. ; biljoen Ø 15mm.
muntteken roos

vz. Gekroond rijkswapen met dubbelkoppige adelaar binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; KAROLVS+D+G+ROM+IMP ЄT (H)
kz. Lang gevoet kruis, met roos in opengewerkt hart.
In de buitencirkel de tekst; DA+MI - CI+VIR - TVTЄM+ - CO+HO

vgl. van Gelder & Hoc 195-6a ; van der Chijs XXVII, 35var. ;
vgl. Vanhoudt 236.DO
RR
Ongepubliceerde tekstvariant. Zeer zeldzaam.
fr/zfr

185,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - KAREL V, 1506-1555 - Hollandse penning z.j. (1545-1556), Dordrecht

gewicht 0,63gr. ; biljoen Ø 15mm.
muntteken roos

vz. Gekroond rijkswapen met dubbelkoppige adelaar binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; CAROLVS•DG•ROM•IMP (ET H)
kz. Lang gevoet kruis, met roos in opengewerkt hart.
In de buitencirkel de tekst; DA•M - VIRT - (CO)H - OSTV

vgl. van Gelder & Hoc 195-6c ; vgl. van der Chijs XXVII, 37-38 ; 
vgl. Vanhoudt 236.DO
R
zwaktes van de slag
fr+

110,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Philipsdaalder z.j.(1562-67),Dordrecht

gewicht 16,74gr. ; zilver Ø 34mm.
muntmeester: Gerrit Pietersz. Dou
muntteken: roos

vz. Geharnaste buste van Philips II naar rechts, omringd door
de tekst; •PHILIPPVS:D:G:HISP:REX:CO:HOL• ✿
kz. Gekroond wapenschild van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië
rustend op Bourgondisch stokkenkruis, geflankeerd door twee
Bourgondische vuurstalen met afspattende vonken, eronder hangt
het kleinood (ramsvacht) van de Orde van het Gulden vlies,
omringd door de tekst; • - DOMINVS•  - MIHI - ADIVTOR - •

Na de invoering van de Philipsdaalder in 1557 bleek al snel behoefte aan kleine nominaties. Die volgden in 1562 met de introductie van de ½, 1/5, 1/10 en 1/20 Philipsdaalder. De munt die hier aangeboden wordt betreft de eerste ½ Philipsdaalder voor Holland.

Delmonte 71 ; van Gelder & Hoc 211-11a  ; Vanhoudt 268.DO
van der Chijs XXXIX,51var. ; CNM.2.28.14

lichte zwaktes van de slag
zfr-

275,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Philipsdaalder 1573, Dordrecht

gewicht 16,84gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester Rochus Grijp
muntteken roos

vz. Geharnaste buste van Philips II naar links, daaronder 15 73  
PHS:D:G:HISPZ•REX•COES•HOL•
kz. Gekroond wapenschild van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië 
tussen twee vuurijzers  •DOMINVS •  MIHI  • ADIVTOR•

Volgens de muntbus gegevens werden in de periode 13.08.1572 - 18.08.1574
slechts 4.874 stuks ½ Philipsdaalders aangemunt. Zeer zeldzaam.


Op voorzijde is een klop ″Hollands schildje binnen parelovaal″ aangebracht. Dit gebeurde ten tijde van oorlog tegen Spanje in de jaren 1573-1574, om op die wijze de oorlog te financieren. Alleen nog muntstukken die voorzien waren van deze klop werden in het betalingsverkeer in Holland toegelaten. De geklopte stukken kregen een nieuwe, ongeveer 10% tot 15%, hogere koers. Het verschil tussen de nieuwe en oude koers moest men, nadat de muntstukken geklopt waren, bijbetalen. Dit verschil diende men te beschouwen als een renteloze lening aan de Staten van Holland, die na een jaar weer terug zou worden betaald. Van enige terugbetaling is het echter nooit gekomen. Ook Zeeland kende een dergelijke belastingsysteem, maar dan met de klop ″Zeeuws schildje″.

On the obverse we see the countermark ′Dutch shield inside pearl oval′. This happened during the war against Spain in the years 1573-1574, in order to finance the war. Only coins with this countermark were allowed in the payment system in Holland. The countermarked pieces got a new, about 10% to 15%, higher price. The difference between the new and old exchange rates had to be paid after the coins had been countermarked. This difference was to be regarded as an interest-free loan to the States of Holland, which would be repaid after a year. However, there was never any refund. Zeeland also had a similar tax system, but with the Zeeland shield.

Delmonte 72 (R2) ; van Gelder & Hoc 211-11b  ; van der Chijs 31,25 ; 
CNM.2.28.15 ; Vanhoudt 390.DO
RR
Enkele minieme krasjes, doch voor type bijonder mooi exemplaar. 
zfr+

1.150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Philipsdaalder 1574, Dordrecht

gewicht 16,95gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester Rochus Grijp
muntteken roos

vz. Geharnaste buste van Philips II naar links, daaronder 15 ❀ 74,
omringd door de tekst; PHS:D:G:HISPZ•REX•COMES•HOL•
kz. Gekroond wapenschild van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië
tussen twee vuurijzers met afspattende vonken, omringd door de tekst;
•DOMINVS •  MIHI  • ADIVTOR•

variant: ME in COMES in monogram geschreven. 
Volgens de muntbus gegevens werden in de periode 13.08.1572 - 18.08.1574 
slechts 4.874 stuks ½ Philipsdaalders aangemunt. Zeer zeldzaam.

Op voorzijde is een klop ′Hollandsschildje binnen parelovaal′ aangebracht. Dit gebeurde ten tijde van oorlog tegen Spanje in de jaren 1573-1574, om op die wijze de oorlog te financieren. Alleen nog muntstukken die voorzien waren van deze klop werden in het betalingsverkeer in Holland toegelaten. De geklopte stukken kregen een nieuwe, ongeveer 10% tot 15%, hogere koers. Het verschil tussen de nieuwe en oude koers moest men, nadat de muntstukken geklopt waren, bijbetalen. Dit verschil diende men te beschouwen als een renteloze lening aan de Staten van Holland, die na een jaar weer terug zou worden betaald. Van enige terugbetaling is het echter nooit gekomen. Ook Zeeland kende een dergelijke belastingsysteem, maar dan met de klop ″Zeeuws schildje.

On the obverse we see the countermark ′Dutch shield inside pearl oval′. This happened during the war against Spain in the years 1573-1574, in order to finance the war. Only coins with this countermark were allowed in the payment system in Holland. The countermarked pieces got a new, about 10% to 15%, higher price. The difference between the new and old exchange rates had to be paid after the coins had been countermarked. This difference was to be regarded as an interest-free loan to the States of Holland, which would be repaid after a year. However, there was never any refund. Zeeland also had a similar tax system, but with the Zeeland shield.

Delmonte 72 (R2) ; van Gelder & Hoc 211-11b  ; van der Chijs XXXI, 26 ;
CNM.2.28.15 ; Vanhoudt 390.DO
RR
Kleine zwaktes en craquelures van de slag,
doch attractief exemplaar met een mooi patina.
zfr+

1.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder z.j. (1562-1564), Dordrecht

gewicht 6,84gr. ; zilver Ø 29mm.
muntmeester Gerrit Pietersz. Dou
muntteken roos

vz. Geharnaste buste van Philips II naar links, omringd door de tekst;
PHILIPPVS•D:G•HISP.REX•C•HOL ❀
kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië rustend 
op stokkenkruis tussen twee vuurijzers met afspattende vonken, 
omringd door de tekst; DOMINVS - MIHI - ADIVTOR

van Gelder & Hoc 212-11a ; van der Chijs 31,30 ;
CNM.2.28.16 ; Vanhoudt 269.DO

deels zwak geslagen
zfr-

145,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder z.j. (1562-1564), Dordrecht

gewicht 6,66gr. ; zilver Ø 28mm.
muntmeester Gerrit Pietersz. Dou
muntteken roos

vz. Geharnaste buste van Philips II naar links.
In de buitenrand de tekst;  PHILIPPVS•D:G•HISP.REX•C•HOL ❀.
kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië rustend op 
een stokkenkruis tussen twee vuurijzers met afspattende vonken.
In de buitenrand de tekst; DOMINVS - MIHI - ADIVTOR

van Gelder & Hoc 212-11a ; van der Chijs 31,30 ; CNM.2.28.16 ; Vanhoudt 269.DO
kleine zwaktes van de slag
zfr-

145,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/10 Philipsdaalder z.j. (1562-1567), Dordrecht

gewicht 3,14gr. ; zilver Ø 26mm.
muntteken roos

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts,
omringd door de tekst; PHILIPPVS•D:G•HISP•REX•C•HOL❀
kz. Gekroond vuurijzer met afspattende vonken geplaatst in het hart
van het Bourgondische stokkenkruis met daaronder het Lam Gods
(kleinood van de Orde van het Gulden Vlies), omringd door de tekst;
•DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•❀•

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van Gelder & Hoc 213-11a ; van der Chijs XXXII, 38 ;
Vanhoudt 273.DO
R
Kleine zwaktes van de slag en diverse krasjes. Zeldzaam.
zfr-/zfr

195,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1681 - 1/10 Philipsdaalder z.j. (1562-1567), Dordrecht

gewicht 3,33gr. ; zilver Ø 25mm.
muntteken roos

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts,
omringd door de tekst; PHILIPPVS•D•G•HISP•REX•C•HOL❀
kz. Gekroond vuurijzer met afspattende vonken geplaatst in het hart
van het Bourgondische stokkenkruis met daaronder het Lam Gods
(kleinood van de Orde van het Gulden Vlies), omringd door de tekst;
•DOMINVS:MIHI:ADIVTOR•❀•

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van Gelder & Hoc 213-11a ; van der Chijs XXXII, 38 ;
Vanhoudt 273.DO
R
deels zwak geslagen
zfr-

185,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/10 Philipsdaalder 1571, Dordrecht

gewicht 3,11gr. ; zilver Ø 26mm.
muntmeester Rochus Grijp
muntteken roos

vz. Geharnaste buste van Philips II naar rechts, daaronder 15 ❀ 71,
omringd door de tekst: PHS:D:G′HISP Z REX•COES′HOL•
kz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurijzer in het
centrum, links en rechts afspattende vonken, daaronder kleinood
(ramsvacht) van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de
tekst; •DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van Gelder & Hoc 213-11b ; van der Chijs XXXII, 40 ;
Vanhoudt 308.DO
R
in het centrum zwak geslagen
fr/zfr

125,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Bourgondische kruisrijksdaalder 1568, Dordrecht

gewicht 12,48gr. ; zilver Ø 32mm.
muntteken roos
muntmeester Gerrit Pietersz. Dou

vz. Gekroond vuurijzer met vonken geplaatst op stokkenkruis, 15 - 68 in het veld,
omringd door de tekst; PHS:D:G:HISP:Z:REX:CO:HOL en roos
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië omhangen met de keten 
van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; 
DOMINVS•MI – HI•ADIVTOR

Dominus Michi Adiutor ("de Heer is mijn helper") was de lijfspreuk van de streng gelovige Philips II. Deze munt is geslagen in het jaar dat de Tachtigjarige Oorlog uitbrak en staat daarmee aan het begin van de ontstaansgeschiedenis van de onafhankelijke Nederlandse staat.

Delmonte 101 ; van Gelder & Hoc 241-11 ; van der Chijs XXXIV, 61 ;
CNM.2.28.35 ; Vanhoudt 291.DO 
R
Licht gesnoeid exemplaar. Zeldzaam.
zfr-

260,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - Oord 1576, Dordrecht

gewicht 4,52gr. ; koper Ø 25mm.
muntteken roos
muntmeester Rochus Grijp

vz. Gekroond provinciewapen geplaatst op lang gespleten
Bourgondisch stokkenkruis, daarboven 15❀76, omringd door tekst;
•PHS•D:G:COM - HOL•Z•ZEL•
kz. Maagd kijkend naar links en rechterhand wijzend naar zon, zittend binnen
gesloten omheining met een hek aan de voorzijde, omringd door de tekst; 
•AVX•NOS•IN•NOM•DOM•
Voluit luidt deze Latijnse spreuk AVX NOSTRUM IN NOMINE DOMINI 
(vertaald; ″Onze hulp is in de naam des Heeren″)

In 1573 namen de Staten van Holland het muntbeleid voor het Dordtse munthuis in eigen handen en lieten een productie van duiten en halve duiten ten eigen bate starten. Een fysiek voortvloeisel van de Hollands/Zeeuwse opstand. In deze tijd van opstand was het niet meer wenselijk dat nog enige baten uit muntslag ten goede kwamen aan de Spaanse regering in Brussel. Formeel werd het gezag van Philips II nog wel erkend, dus zien we nog altijd zijn naam vermeld op de munten. Zijn portret werd echter vervangen door de Hollandse tuin, met daarbinnen een Hollandse leeuw (1/2 duit), vuurijzer (duit) of Hollandse maagd (oord). Bij instructie van 1 februari 1573 door Holland werd besloten tot aanmunting van een tweetal typen koperen munten, de duit en 1/2 duit of penning. In 1574 werd dit uitgebreid met de aanmunting van de dubbele duit of oord.

Verkade 57.1 ; van der Chijs XXXV, 84 ; van Gelder & Hoc 263-11b ;
HNPM.8 ; Purmer & van der Wiel 2009 ; CNM. 2.28.39 ; Vanhoudt 369
R
Zwaktes van de slag en lichte sporen van oxidatie. Zeldzaam.
fr

45,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - PHILIPS II, 1555-1581 - Duit z.j. (1573-1577), Dordrecht

gewicht 3,03gr. ; koper Ø 21mm.
Verkade 56.8 ; van der Chijs XXXIV,75 ; van Gelder & Hoc 264-11 ;
Purmer & van der Wiel 2002 ; HNPM.9 ; CNM. 2.28.42 ; Vanhoudt 370 S
fr/zfr à fr+

75,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) – GRAAFSCHAP HOLLAND - STAD AMSTERDAM – BLOKKADE, dec.1577-8 februari 1578 – Noodmunt van 20 stuivers 1578 (emissie 5 januari)

gewicht 13,50gr. ; zilver Ø 29x30mm.
meesterteken: vuurstaal

vz. Twee instempelingen: centraal een het gekroonde stadswapen van Amsterdam,
X – X ter weerszijden van kroon en I5 – 78 ter weerszijden van het wapenschild,
binnen een parelcirkel, daarboven een vuurstaal
kz. ⋆ P⋆ / ⋆AR⋆ET⋆ / ⋆FO⋆ binnen een door parelcirkels geleidde bladerkrans

Ondanks dat na 1572 vele steden zich schaarden achter de opstandelingen onder aanvoering van Willem van Oranje, bleef Amsterdam toch Spaansgezind. In 1572 en 1573 werden reeds pogingen ondernomen om de stad aan de kant van de opstandelingen te krijgen door belegering en door het IJ te blokkeren, zonder succes. In de nacht van 22 en 23 november wisten Oranjegezinde soldaten en geuzen de stad binnen te komen o.l.v. kolonel Herman Helling en Nicolaar Ruychaver. ′s Ochtends kwam het bij het oude stadhuis, ter hoogte van de Dam, tot een confrontatie met het stadsleger. De opstandelingen werden echter omsingeld en Helling en Ruychaver werden omgebracht. Door de voortdurend aanhoudende druk van de zijde van de opstandelingen en een blokkade van de stad vanaf eind december 1577  koos Amsterdam er op 8 februari 1578 toch voor om zich over te geven en zich aan te sluiten bij de opstandelingen.

Tijdens de blokkade ontstond binnen de stad een tekort aan zilvergeld en op 5 januari 1578 besloot de Vroedschap van de stad daarom tot de uitgifte van zilveren noodmunten ter waarde van 40, 20, 10 en 5 stuivers, vervaardigd van stadszilver (bekers, borden, bestek e.d.), volgens Mailliet o.a. van zilveren kandelaars, lampen en vazen afkomstig uit de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Amsterdamse zilversmeden moesten deze taak uitvoeren en plaatsten hun eigen meesterteken op de munten. Pas op 31 januari werden de stukken in omloop gebracht tegen de verhoogde waardes van 50, 25, 12 ½ en 6 ¼ stuiver.

Despite the fact that after 1572 many cities sided with the rebels led by William of Orange, Amsterdam continued to support the Spanish regime. In 1572 and 1573 attempts were already made to bring the city to the side of the rebels by besieging and blocking the IJ, without success. On the night of 22 en 23 November, supporters of William of Orange and geuzen managed to enter the city led by Colonel Herman Helling and Nicolaar Ruychaver. In the morning there was a confrontation with the city army at the old town hall, near Dam Square. However, the rebels were surrounded and Helling and Ruychaver were killed. Due to the constant pressure from the rebels and a blockade of the city from the end of December 1577, Amsterdam chose to surrender and join the rebels on 8 February 1578.

During the blockade, a shortage of silver money arose within the city and on 5 January 1578 the city council therefore decided to issue emergency silver coins worth 40, 20, 10 and 5 stuivers, made from city silver (cups, plates, cutlery), according to Mailliet, including silver candlesticks, lamps and vases from the Nieuwe Kerk in Amsterdam. Amsterdam silversmiths had to perform this task and placed their own maker′s mark on the coins. It was not until 31 January that the pieces were put into circulation at the increased values ​​of 50, 25, 12 ½ and 6 ¼ stuiver.

Delmonte 189 ; van Gelder 114 ; Mailliet 4, 8 ;
HNPM.02 ; CNM.2.02.05 R
Lichte zwaktes van de slag. Interessant en zeldzaam.
zfr

1.250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - STAD HAARLEM - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN O.L.V. DON FADRIQUE ÁLVAREZ DE TOLEDO - Nooddaalder of velddaalder 1572

gewicht 28,86gr. ; zilver circa 34x34mm.
Vierkant muntplaatje met afgeknipte hoeken
meesterteken liggende halve maan met daarboven een ster

vz. Drie instempelingen; stadswapen, jaartal 1572 en meesterteken halve maan met daarboven een ster
kz. Blanco

Op 11 december 1572 begon het beleg van Haarlem door de Spanjaarden o.l.v. Don Fadrique Álvarez de Toledo, zoon van de gevreesde Hertog van Alva. Haarlem wist 7 maanden stand te houden,waarbij Kenau Simonsdochter Hasselaer een legendarische rol speelde. Vanwege de hongersnood moest de stad op 8 juli 1573 capituleren. Door betaling van 250.000 gulden wist Haarlem plundering en uitmoording van de stad te voorkomen. Dit voorkwam echter niet dat zo′n 2000 aanhangers van Oranje, die de stad hadden verdedigd, werden vermoord. Nadat de beulen hun hakbijlen niet meer konden optillen, werden de gevangenen ruggelings aan elkaar gebonden en in het Spaarne verdronken. Dit stuk werd uitgegeven op 21 december 1572 op koers van 32 stuiver .

Wonderful example of this very rare siege coin during the independence war of the Netherlands. The New York city quarter Harlem was named after this Dutch city, when it was a part of Dutch colony “Nieuw Nederland” and New York bore it′s original name New Amsterdam.

provenance: ex. Robert Schulman, prijslijst 226, no.262 (Amsterdam 1983)

Delmonte 142 (R2) ; van Gelder 1a ; Mailliet 46, 3 ; HNPM.01 ; CNM.2.23.1 RR
Zeer attractief exemplaar met mooie scherpe instempelingen. Zeer zeldzaam.
pr-

5.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - STAD LEIDEN - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN O.L.V. FRANCISCO DE VALDEZ - Noodmunt van ½ gulden of 14 stuivers 1574, geslagen op vierkant muntplaatje

gewicht 9,54gr. ; zilver 30x29mm.

vz. Hollandse leeuw staande naar links met geheven kromzwaard in de rechterklauw
en wapenschild van Leiden in de linker, binnen een dubbele gelijnde cirkel,
daarboven een kroon. In de buitencirkel de tekst;
PVGNO ✸ PRO ✸ PATRIA + 1574
(pugno pro patria betekent ′ik vecht voor het vaderland′)
kz. x LVG / DVNVM / xBATAVO /  RVMx  binnen een gelijnde cirkel.
In de buitencirkel een bladerkrans, gedecoreerd met twee rozetten aan de
boven- en onderzijde, met daaromheen een getande cirkel.

In juni 1572 besloot de stad Leiden de kant van de opstandelingen te kiezen en het Spaanse gezag niet langer te erkennen. Daarop besloot de hertog van Alva eind oktober 1573 de stad Leiden te belegeren en af te sluiten van ieder toevoer. Door de stad uit te hongeren zou ze zich uiteindelijk wel overgeven was de veronderstelling.  Die opzet mislukte echter, daar de stad al geruime tijd van tevoren op de hoogte was geweest van de belegeringsplannen en ze grote voorraden voedsel had ingeslagen. Het Spaanse beleg werd eind maart 1574 opgeheven, daar de Spaanse manschappen nodig waren om strijd te leveren tegen de troepen van de opstandelingen o.l.v. Lodewijk en Hendrik van Nassau, broers van Willem van Oranje. Die confrontatie vond plaats bij het plaatsje Mook onder Nijmegen en zou de geschiedenis in gaan als de Slag op de Mookerheide. De slag werd overweldigend gewonnen door de Spanjaarden en de broers Lodewijk en Hendrik van Nassau sneuvelden in die slag, samen met 3000 soldaten. De Spanjaarden verloren slecht 150 man. Dit was een tegenslag voor de opstandelingen en een opsteker voor de Spanjaarden. Willem van Oranje voorzag een hervatting van het beleg van de stad Leiden en drong er bij het stadsbestuur op aan dat de Spaanse schansen rond de stad neer zouden worden gehaald, de voedselvoorraad opnieuw aan zou worden aangevuld en nieuwe troepen in dienst zouden worden genomen. Het stadsbestuur sloeg deze wijze raad echter in de wind en besloot geen maatregelen te treffen. De voedselvoorraden zouden worden aangevuld zodra de voedselprijzen wat gezakt waren was het beleid. Dit bleek een grote vergissing.....

In de nacht van 25 op 26 mei 1574 namen de Spanjaarden opnieuw hun posities rond de stad in en werd het beleg hervat. De oude schansen waren nog allemaal in tact en nieuwe schansen werden gebouwd. Het beleg werd geleid door Francisco de Valdez. Al spoedig ging honger de stad parten spelen. Honden, katten, ratten, koolstronken, bladeren van bomen, paardendarmen waren zaken die op het menu stonden. Voor een zak tarwe werden honderden guldens geboden. Ook brak de pest uit, hetgeen de ellende nog verergerde. Veel burgers waren wel bereid zich over te geven en de Spanjaarden als machthebbers te erkennen, maar het Oranjegezinde stadsbestuur wilde aanvankelijk van geen overgave weten. Daarbij is een toespraak van de Leidse burgemeester Pieter Adriaansz. van der Werff tot de hongerige Leidse burgerij beroemd geworden ; ′eten heb ik niet, maar ik weet dat ik eens moet sterven. Als gij dan door mijn dood geholpen zijt, slaat de handen aan dit lichaam, snijdt het in stukken en deel het uit zo ver als mogelijk is. Ik ben dan getroost.′ 

De levensomstandigheden verslechterden echter met de dag en de humanitaire ramp werd steeds groter, waardoor zelfs het stadsbestuur ging nadenken over een eventuele overgave. In september kwam echter verandering in de situatie. De watergeuzen hadden de dijken bij Rotterdam en Capelle aan den IJssel doorgestoken teneinde het polderlandschap onder te laten lopen en op die wijze de Spanjaarden te verdrijven. Met behulp hun platte schuiten konden de watergeuzen zich richting Leiden begeven. Het was admiraal Lodewijk van Boisot, afkomstig van Zuid-Nederlandse adel, die bij de watergeuzen de leiding had gekregen. Op 17 september kwam het tot een eerste treffen tijdens de Slag bij Zoetermeer. De Spaanse schans werd in brand gestoken. Daarmee was het Spaanse verzet echter nog niet gebroken.

De watergeuzen kregen echter hulp van de natuur. Als gevolg van een noordwesterstorm was via de doorgestoken dijken het water in de polders rond Leiden dermate hoog opgestuwd, dat de Spanjaarden in de nacht van 2 op 3 oktober 1574 moesten vluchten voor hun leven en de schansen werden verlaten. De watergeuzen hadden thans toegang tot de stad en daarmee was het ontzet. Volgens de overlevering was het de kleine weesjongen Cornelis Joppenszoon die in het verlaten legerkamp Schans Lammen (nabij de huidige Lammebrug, aan de Cronesteynzijde) een ketel met hutspot vond en de burgers berichtte dat de stad was bevrijd. In de vroege ochtend van 3 oktober voeren de geuzen over de Vliet de stad binnen met aan boordharing en wittebrood. Nog altijd wordt op 3 oktober het ontzet van 1574 herdacht en worden de gerechten hutspot, haring en wittebrood daarbij in ere gehouden.

Kort na het beleg werden met de originele muntstempels bijzondere afslagen vervaardigd, zoals afslagen in goud en afslagen op vierkante muntplaatje, al dan niet op meervoudig gewicht. Deze afslagen dienden ter herinnering aan de penibele situatie waar de stad Leiden zich had bevonden. Dergelijke afslagen zullen slechts in kleine getale zijn aangemunt, waarvan in de loop der tijd een aanzienlijk deel verloren zal zijn gegaan. Het zijn thans zeldzaamheden van historische betekenis. Uiterst zeldzaam.

vgl. Jean Elsen veiling 115, no.1184 (de minder zeldzame
afslag op rond muntplaatje in  pr  € 15.000 + 18%)

Delmonte 170a (R3) ; van Gelder 55c ; Collectie Beuth -- ;
HNPM.06.3 ; CNM.2.32.11 ; Mailliet-
RRR

Voortreffelijk exemplaar van deze historische munt met een prachtig patina.
pr

11.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID VIANEN - GEERTRUIDA VAN BRONCKHORST-BATENBURG, 1573-1590 - Daalder van 30 stuiver 1577

gewicht 25,16gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Lodewijk Alewijn

vz. Gekroond wapenschild met de kwartieren van Bronckhorst, Brederode, Batenburg,
Marck en het hartschild van Vianen binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; 
x MO x GER x BRO x ET x BA x LI x DO x VI x TRI x S  ofwel voluit;
Moneta Gertruda Bronckhorst Et Batenburg Liberis Domina Vianen Trigentum Stuiver 
(vertaald: 30 stuiver geslagen door Gertruda van Bronkhorst en Batenburg, vrijvrouwe van Vianen)
kz. Gekroonde leeuw naar links binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;  
x IN x SPE x ET x SILENTIO x FORTITVDO x MEA
(vertaald : In hoop en stilzwijgen ligt mijn sterkte)

Op 15 februari 1568 stierf Hendrik van Brederode "de Grote Geus" op kasteel Horneburg, nabij Recklinghausen. De kinderloze Hendrik van Brederode had aanvankelijk Willem van Oranje als erfgenaam aangewezen, maar had dit herroepen na Willem′s weigering om militaire steun te verlenen tegen de Spanjaarden. Niettemin bleef Willem van Oranje en diens nazaten de grote erfenis van de Brederodes claimen, omvattende 80 landerijen, zes heerlijkheden en twee kastelen. Dit tot grote ergernis van Geertruid van Bronckhorst, de werkelijk wettige erfgename, die in haar recht stond en een bittere conflict uitvocht Willem van Oranje. Een der grootste Nederlanders ? Geertuid zou zich in haar graf omdraaien als zij dit zou horen. Dit juridische conflict bleef vervolgens eeuwenlang doorslepen en tot een gerechtelijke uitspraak is het nooit gekomen. De erfenis (in 1967 op 3 miljard begroot) wordt sedertdien beheerd door de Staat. Wel kregen Wilhelmina, Juliana en thans Beatrix het vruchtgebruik van het geld van die erfenis, ook geen kleingeld. Pas in 1795 werd de heerlijkheid met Holland samengevoegd, en thans behoort het tot de provincie Utrecht.

Delmonte registreerde slechts twee bekende exemplaren ;
collectie De Nederlandsche Bank en het Koninlijk Penningkabinet te ′s-Gravenhage.
Munt van de hoogste zeldzaamheid.     

De munten van kleine heerlijkheden als Vianen hadden officieel helemaal geen muntrecht en hun muntslag voldeed in de regel ook niet aan de geldende normen voor gehalte van het edelmetaal en de gewichten. In het betalingsverkeer stond men dan ook wantrouwend tegenover dergelijke munten en waarschijnlijk heeft men bij dit exemplaar de kwaliteit van het zilver willen testen door het aanbrengen van wat test krassen op de keerzijde. De munt zou immers geplateerd kunnen zijn met een koperen kern, hetgeen hier echter niet het geval is.

Delmonte 663 ; verslag KPK.1902, pag.44 ; HNPM.3 ;
CNM.2.45.23 ; Davenport 8619
RRRR
zfr/zfr-

9.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - ZEELAND - PHILIPS II, 1555-1581 - Statenoord z.j. (1580-1583), Middelburg

gewicht 5,05gr. ; koper Ø 26mm.

vz. Portret van Philips II naar links  binnen cirkel, daaronder burcht,
in de buitencirkel de tekst •PHS•D:G•HISP•Z•REX•CO•ZEL•
kz. Gekroond Oostenrijk-Bourgondisch wapen, omhangen met het
keten van de Orde van het Gulden Vlies. In de buitenrand de tekst;
PACE • ET • IVSTITIA •

van Gelder & Hoc 252-12 ; Verkade 95.2 ; Vanhoudt 381.MD ;
Purmer & van der Wiel 4016 ; HNPM.10 ; CNM.2.49.7
S
minieme sporen van oxidatie
fr+ à fr/zfr

80,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - ZEELAND - STAD MIDDELBURG - BELEG DOOR DE WATERGEUZEN, voorjaar 1572-19 februari 1574 - Nooddaalder van 36 stuivers 1572 (em. 20 december)

gewicht 29,05gr. ; zilver 36x33mm.

vz. +  /  .D.R.P.  /  F.MIDD  /  .1.5.7.Z  binnen parelcirkel tussen
de ingestempelde wapenschilden van Zeeland en Middelburg
kz. Blanco

De stad Middelburg was op dat moment nog in Spaanse handen
en werd verdedigd door Spaanse troepen o.l.v. Mondragon.

De afkorting D.R.P.F.MIDD staat voor “Deo regi patriae fidelis Middelburg
ofwel “Middelburg trouw aan God, koning en vaderland”. Deze leus is
begrijpelijk, daar de stad Middelburg (in tegenstelling tot Vlissingen en Veere)
trouw bleef aan Philips II.

vgl. Künker Auktion 420, collectie Beuth (in pr : € 2.250,-- incl. opgeld)

Delmonte 165 ; van Gelder 36a ; Mailliet 83,2 ; 
van Loon I.159.2 ; HNPM.1 ; CNM. 2.35.1
attractief exemplaar, geslagen op een breed muntplaatje en met een mooi patina
pr-

1.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - ZEELAND - STAD ZIERIKZEE - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN, 1575-1576 - Nooddaalder 1576 (emissie juli)

gewicht 29,10gr. ; 37x34mm.

vz.   · + · / ·REGIÆ / MAT·RECON / CILIATA·ZI /
RIZEA·ZA / ·IVLY·A° / ·1576·  binnen een parelcirkel
kz. Blanco

Deze daalders werden geslagen na overgave van de stad. Ter betaling van de oorlogsschatting aan  Mondragón werd veel zilverwerk gevorderd van de stad. Daarvan werden vervolgens vierkante daalders en halve daalders geslagen, die op deze wijze eenvoudig als betaling konden dienen aan de Spaanse troepen. Zeldzaam.

Delmonte 177 ; van Gelder 93a ; Mailliet 132, 19-20 ;
van Loon I.217, 1 ; HNPM.13 ; CNM. 2.50.19
R
lichte zwakte van de slag in het centrum
zfr

3.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - HENDRIK III, 1039-1056 - Penning z.j.(1046-1056) , Zaltbommel

gewicht 0,86gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Gekroond portret van Koenraad frontaal, links een kromstaf,
rechts een kruisscepter, binnen een cirkel.
Slecht leesbare verbasterde opschriften in de buitencirkel.
kz. SI-monogram / IELI / NAI (of variant)

In 999 ontving bisschop Ansfried (995-1010) tevens het recht om munt te slaan in ′omnem districtum super villam Bomele′ in het graafschap Teisterbant, waarover hij wereldlijke macht uitoefende. Dat betekende dat hij het recht kreeg om munt te slaan te (Zalt) Bommel, alwaar ook een keizerlijke tol was gevestigd. De muntslag vond aanvankelijk nog plaats op naam van de keizer aan wie het muntregaal toebehoorde, naar voorbeeld van de muntslag in het nabij gelegen Tiel. De Bommelse stukken onderscheiden zich echter van de Tielse stukken door de aanwezigheid van kruisscepters, een symboliek die duidelijk verwijst naar het bisschoppelijke karakter van de muntslag. Dit munttype werd geslagen op naam van keizer Hendrik III ten tijde van regeerperiode van bisschop Bernold (1027-1054).

van der Chijs- ; Ilisch 4.17 ; vgl. Dannenberg 2176 ; Hatz 85-87 RR
Gebruikelijke zwaktes van de slag. Zeldzaam.
fr/zfr

450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - BERNOLD, 1027-1054 - Penning z.j., Groningen (circa 1040-1054)

gewicht 0,70gr. ; zilver Ø 17mm.

vz. Kromstaf met daarnaast de tekst BACΛ / LVS binnen een cirkel.
In de buitencirkel  verbastering van de tekst ; + BERNOLDVS EPC
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een cirkel.
In de buitencirkel verbastering van de tekst GRONIGGIEѠ

van der Chijs II, 27var. ; Dannenberg 559var. ; Ilisch 18.3var. ; de Mey 96var.
gebruikelijke zwaktes van de slag
zfr

235,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - BERNOLD, 1027-1054 - Penning z.j., Groningen (circa 1040-1054)

gewicht 0,74gr. ; zilver Ø 18mm.

vz. Borstbeeld van de heilige Bonifatius frontaal met kromstaf, 
rechts en links daarvan drie stippen, binnen een cirkel. 
In de buitencirkel een sterk verbasterde tekst.  
(verbastering van + SCS•BONIFACIVS•ARCHIEPS)
kz. CRV / ONIN / CЄ• binnen een cirkel (de R op de kop).
In de buitencirkel verbastering van de tekst ; + BERNOLDVS•EPS•XIV

Groningen is ontstaan als een Drents esdorp, gelegen op een uitloper van de Hondsrug. Het bestond aanvankelijk uit twee kernen; de ene lag rond het huidige Martinikerkhof en de andere tussen het Zuiderdiep en het Verbindingskanaal. De oudste kerk, de Maartenskerk, is blijkens archeologisch onderzoek gesticht rond 800. Waarschijnlijk heeft het dorp in de loop van de 9e en 10e eeuw een marktfunctie ontwikkeld voor de wijde omgeving. De oudste schriftelijke vermelding die bekend is, villa Cruoninga, dateert uit 1040. In deze oorkonde schenkt de Rooms-Duitse koning Hendrik III goederen en rechten aan de bisschop van Utrecht. De Nederzetting Groningen werd daarmee een Utrechts bezit. Dat de plaats in die tijd al een belangrijke economische functie vervulde, blijkt uit het feit dat kort na deze schenking aan aanvang werd genomen tot het slaan van munten in Groningen. Via de rivier de Hunze thans (Reitdiep) stond Groningen in verbinding met de Zee. De handelscontacten reikten tot o.a. Engeland en het Oostzeegebied. Met name in het Oostzeegebied (Polen, Rusland, Baltische Staten) worden Groningense munten nog altijd regelmatig teruggevonden in muntschatten.

van der Chijs II,19var. ; vgl. Dannenberg 558 ; Ilisch 18.1var. ; de Mey 90-92var. R
Minieme zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr

595,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - BERNOLD, 1027-1054 - Penning z.j. (circa 1046-1054), Deventer

gewicht 0,95gr. ; zilver Ø 19mm.
munttype geslagen op naam van koning van Hendrik III (1028-1056)

vz. Borstbeeld van Lebuïnus (?) frontaal, met rond omlijnd hoofd.
Onleesbaar omschrift.Λ
kz.Kort kruis binnen cirkel met kogels in de hoeken.
In de buitencirkel de tekst; D(Λ)VEN(T)HRH

In de laatste jaren van de tiende en de eerste helft van de elfde eeuw werd door de Rooms-Duitse koningen en keizers muntslag uitgeoefend te Deventer. In 1046 eindigde deze vorstelijke muntslag, toen keizer Hendrik III (1046-1056) alle keizerlijke rechten in Overijssel afstond aan de bisschop van Utrecht, daarmee ook het recht van muntslag. De bisschoppelijke muntslag nam vrijwel meteen een aanvang. Dat het muntrecht verkregen was van de keizer, zien we nog steeds door (veelal) de vermelding van zijn naam op de munten. Bij dit type zien we een frontaal borstbeeld met een rond omlijnd hoofd. De tekst die we op de voorzijde aantreffen is wisselend; soms S.LEBVINVS maar meestal BERNOLDVS. De ronde omlijning doet denken aan een nimbus, en daarmee zou het portret van de heilige Lebuïnus bedoeld worden. Op de keerzijde zien we meestal de naam van de bisschop (BERNOLDVS) of van de keizer (HEINRICVS). De muntplaatsvermelding (DAVENTRIA) op de keerzijde is uitzonderlijk en die exemplaren komen maar heel weinig voor. Zeer zeldzaam.

Gebruikelijke zwaktes van de slag, waardoor de teksten slechts deels leesbaar zijn.
vgl. van der Chijs XXX ; Dannenberg 1884 ; Ilisch 1.16 RR
fr/zfr

395,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - WILLEM I FLAMENS “VAN PONT”, 1054-1076 & Koning Hendrik III/IV - Penning z.j., Groningen

gewicht 0,66gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Gekroonde buste van koning Hendrik frontaal binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst;
✠IIEIIRICVS RE
kz. Buste van bisschop Willem naar rechts, daarvoor een kromstaf,
erachter een kleine cirkel, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
VVIIHEINIVS

Willem I Flamens ″van Pont″ (ook wel "van Gelder") werd rond 1024 geboren en stamde stamde uit het geslacht van de Flamenses die rond 1020 vluchtten uit het graafschap Vlaanderen en van keizer Hendrik (1002-1024) het kasteel en land Wassenberg in leen kreeg. Dit ter compensatie van hun goederen Vlaanderen, die door graaf Boudewijn IV van Vlaanderen in bezit genomen waren. Zijn vader zou Gerard II Flamens zijn en zijn grootvader Gerard I Flamens, de stamvader van de latere graven en hertogen van Gelre. Hij was een oom van de eerste graaf van het graafschap Gelre, Gerard I ′de Lange′. Binnen het gebied dat de Flamenses hadden verkregen lag de nederzetting Pont (thans deel uitmakend van het Duitse stadje Geldern), dat was gelegen in de buurt van de samenvloeiing van de stromen Fleuth en Niers. De naam Pont zou terug kunnen gaan op een Romeinse brug.

De muntslag van Willem van Pont te Utrecht kenmerkt zich door een primitieve stijl. De teksten zijn vaak sterk verbasterd. Dit in tegenstelling tot zijn muntslag te Groningen, waar de munten van een veel betere stijl zijn en ook de teksten in de regel correct zijn. De verschillende emissies van dit munttype laten zich onderscheiden door variërende tekens in het veld, zoals een cirkeltje, een kruisje, een kruisje en omega teken en exemplaren zonder enig bijteken. Ilisch registreerde van deze variant slechts 1 exemplaar in een private collectie in Hamburg. Zeer zeldzaam

van der Chijs III, 9-10var. ; vgl. Dannenberg 546 ; vgl. Ilisch 18.10 RR
Lichte zwaktes van de slag.
zfr+

850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS - BISDOM UTRECHT - HERTBERT VAN BIERUM, 1139-1150 - Penning z.j., Utrecht

gewicht 0,44gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Buste met kruisstaf naar rechts binnen een cirkel.
In de buitencirkel een fragmentarisch leesbare tekst. 
(waarschijnlijk H Є R B Є R T V S)
kz. Kort kruis met kleine kruisjes in de hoeken binnen cirkel.
In de buitencirkel een  fragmentarisch leesbare tekst. 
(waarschijnlijk + T R A I Є C T V M)

De muntslag van bisschop Herbert van Bierum is beperkt geweest. Het lijkt te gaan om slechts een munttype, dat geslagen is in de stad Utrecht. We zien echter dat in de eerste helft van de 12 eeuw kleine zilveren penningen zijn geslagen in Friesland. Deze zijn geslagen op een lichtere muntvoet dan de Utrechtse. Men acht Stavoren als meest waarschijnlijke muntplaats. We zien stilistisch ook grote gelijkenis met de Utrechtse munten van Herbert en het is aannemelijk dat de muntstempels van dezelfde maker zijn. Misschien was de Friese herkomst van bisschop Herbert mede aanleiding voor bisschoppelijk muntslag in die regio.

Herbert (ook wel Hartbert) van Bierum werd rond 1110 geboren als zoon van Rudolf van Bierum. Herbert was domproost van Utrecht tot hij op 24 juli 1139 tot bisschop werd gewijd. Tijdens zijn bewind ontstond een opstand in de stad Groningen. Nadat de bisschop deze opstand had neergeslagen, maakten de bisschop en de stad een afspraak geen omwalling rondom de stad aan te leggen. Een afspraak waar de Groningers zich niet lang aan hielden. Volgens de Quedam narracio was Herbert afkomstig uit Berum, vermoedelijk wordt hiermee Sexbierum bedoeld.

Zijn jongere broer Leffert werd als prefect over de stad Groningen benoemd. Zijn broer Ludolf werd door Herbert in 1141 bekleed met de erfelijke waardigheid van burggraaf van Coevorden en kreeg het graafschap Drenthe in leen. Coevorden was strategisch gelegen; de burcht controleerde de enige weg door het Bourtangermoeras van Drenthe naar Duitsland. Wellicht zonder dat hij de gevolgen daarvan kon doorzien had Herbert met deze familiepolitiek een gevaarlijke splijtzwam in het Oversticht geplant, die uiteindelijk zou resulteren in de Slag bij Ane op 28 juli 1227 dat zou leiden tot het verlies van Drenthe voor het bisdom Utrecht. De residentie van de nieuwbakken burggraaf van Coevorden was een omwalde en omgrachte houten vechttoren, een zogenaamde motte, op een kunstmatig opgehoogde zandheuvel. Zijn machtsgebied bestaat uit een verzameling stulpjes en boerderijtjes ten zuiden van de versterking en een langgerekte strook grond ten oosten en ten westen ervan. Hoe armzalig ook in onze ogen, in werkelijkheid, in de ogen van de machthebbers van 1141 een uiterst belangrijke post met rechtelijke, bestuurlijke en militaire bevoegdheden. Herbert stierf op 12 november 1150.

van der Chijs  4,6 ; de Mey 144 RR
Gebruikelijke zwakjes van de slag. Klein barstje aan de rand. Zeer zeldzaam munttype.
zfr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - ANONIEME BISSCHOPPELIJKE MUNTSLAG IN MIDDEN-FRIESLAND - Lichte penning z.j. (circa 1139-1156), Stavoren (?)

gewicht 0,27gr. ; zilver Ø 13mm.

vz. Buste van bisschop naar rechts met voor zich een kromstaf.
erachter een krans, binnen een parelcirkel
kz. Kort kruis met een stip in de kwartieren binnen een parelcirkel.

Toen de Friese graaf Egbert II van Meissen in 1076 voor de eerste keer in opstand kwam tegen de keizer moest hij zich onderwerpen, en werd het markgraafschap Meissen hem als straf ontnomen. Egbert zon op wraak en een jaar later verzette hij zich opnieuw tegen de keizer. Wederom werd hij verslagen en opnieuw moest hij als straf een graafschap afstaan. Zuidergo met Stavoren ging in 1077 formeel over naar bisschop Koenraad van Zwaben. De Utrechtse bisschop was uit hetzelfde hout gesneden als Egbert en probeerde diens overige Friese graafschappen af handig te maken. De twee leenheren bestookten elkaar met legers en Koenraad leek de overhand te krijgen, maar overwon toch niet. Op het moment dat Egbert begreep dat hij de strijd niet kon winnen, verzoende hij zich met zijn neef, de keizer, in 1080. Toen hij zes jaar later dacht over genoeg macht te beschikken begon hij in 1086 weer een opstand tegen de keizer. Ook deze keer mislukte zijn poging en zijn laatste Friese bezittingen kwamen in handen van de bisschop van Utrecht. In 1088 werd Egbert door de keizer vogelvrij verklaard. Hij sneuvelde in 1090 tijdens een gevecht. Diverse nazaten van Egbert hebben formeel nog wel de titel van ″graaf van Midden-Friesland″ gevoerd, maar in de praktijk waren het vooral Utrechtse bisschoppelijke ministerialen die vanuit Stavoren het bestuur in Midden-Friesland uitoefenden. In die hoedanigheid zien we in Friesland vanaf circa 1090 een bisschoppelijke muntslag ontstaan, soms met vermelding van de bisschopsnaam maar in vele gevallen ook anoniem. Die muntslag vond meestal in Stavoren plaats, maar incidenteel is er ook gemunt in Leeuwarden en Dokkum.

De beeldenaar van de lichte penningen van dit type toont grote verwantschap met de muntslag van Herbert van Bierum (1139-1150) en Herman von Horningen (1150-1156) en daarmee is datering in deze periode het meest waarschijnlijk.

van der Chijs XXXIV, 2 (Holland) ; van der Chijs V, 2 (Utrecht) ;
C.Scholten in JMP.1939, pag. 43, no.17 no.VI, 2
R
Kleine zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr-

325,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - GODFRIED VAN RHENEN, 1156-1178 - Penning z.j., Deventer

gewicht 0,58gr. ; zilver Ø 15mm.

vz. Buste van bisschop Godfried in bisschopgewaad naar links,
met een kromstaf in zijn rechterhand en een bijbel in de linker.
In de buitencirkel de tekst GODF(RIDVS) ЄPC
kz. Kort kruis met stippen op de uiteinden en cirkel met ster in het hart binnen
een cirkel. In de buitencirkel een onleesbare tekst (waarschijnlijk DAVЄNTRIA)

Godfried werd rond 1090 geboren als zoon van Godfried II van Aarschot-Rhenen en Sophia van Kleef. Op voorspraak van Frederik I van Hohenstaufen, werd hij na de dood van Herman van Horningen in 1156 tot bisschop van Utrecht benoemd. Hij was duidelijk uit ander hout gesneden dan zijn voorgangers, en bescherming en uitbreiding van zijn machtsgebied stonden bij hem hoog in het vaandel. Zo bouwden hij op strategische punten van het bisdom sterke bisschoppelijke burchten; ter Horst bij Rhenen (tegen de Geldersen), de burcht Montfoort (tegen de Hollanders), burcht Woerden (tegen zijn eigen stad Utrecht) en Vollenhove (tegen de Friezen). Latere bisschoppen zouden nog veel profijt hebben van deze burchten, want Godfried had de dreiging van de omliggende gebieden goed aangevoeld. Regelmatig verbleef hij in deze burchten.

De zogenaamde motteburcht te Vollenhove liet hij rond 1165 bouwen, en het zou tot aan het einde van de 15e eeuw dienst doen als bisschoppelijke burcht en residentie. Toen hij in 1170 op deze burcht verbleef was hij getuige van een natuurramp. Een zware noordwesterstorm sloegen het water door de hoge duinen aan de Noordzee, waardoor een enorme watermassa de landerijen overspoelden. Een deel van het Graafschap Stavoren verdween in de golven, ten noorden en zuiden van het eiland Urk werd veel land weggeslagen en het land ten westen van Vollenhove met de daar liggende dorpen en gehuchten verdwenen eveneens in het water. Het Almere, een zoetwaterbekken, was een heuse binnenzee geworden. De Zuiderzee had zijn ontstaan gevonden. In later tijden zou men hier veel profijt van hebben, dus uit het noodlot werd iets goeds geboren. De bisschoppelijk burcht te Vollenhove keek nu uit op een eindeloze watervlakte, waar het vroeger land was. Volgens historische bronnen had deze gebeurtenis Godfried zo aangetrokken, dat hij ′van zielsverdriet in een uitterende ziekte verviel′. Godfried overleed op 27 mei 1178 op zijn burcht in Vollenhove.

van der Chijs V, 3 ; de Mey 149 RR
Gebruikelijke zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
fr/zfr

695,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - BOUDEWIJN II VAN HOLLAND “VAN BENTHEIM”, 1178-1196 - Penning z.j., Utrecht

gewicht 0,61gr. ; zilver Ø 14mm.

vz. Buste van bisschop Boudewijn in bisschopgewaad naar rechts, 
met voor zich een kromstaf binnen een parelcirkel, omringd door
de tekst; ✤BALDVVI - NVS ЄPC (AL en NVS als monogram)
kz. Kort kruis met om en om een Є en ster in de hoeken binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; ✤TRAIЄCTVM

opm. Zowel de letter  S en de letter M zijn zeer eigenaardig vormgegeven. De Є′s in de hoeken van het kruis moeten niet gezien worden als letters E, maar waarschijnlijk als de Griekse letter ω  (kleine letter Omega). Het zou in dat geval gaan om een Christelijk symbool. Alpha en Omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alphabet en refereren aan Openbaring 1:8, 2:8 en 21:6. In die teksten zeggen God en ook Jezus ″Ik ben de Alfa en de Omega″ ; ik ben de eerste en de laatste, of, ik ben het begin en het einde. Daarbij doelend dat God aan het begin staat van ons leven (geboorte) en aan het einde (sterven).

Boudewijn II van Holland ″van Bentheim″ werd rond 1140 geboren als zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck, dochter  van Otto van Rheineck graaf van Bentheim. Boudewijn wordt door tijdgenoten gewoonlijk ′van Bentheim′ genoemd, naar zijn moeder, een telg van het geslacht der ′Roomsche paltsgraven′ van Bentheim. Hij was een broer van Otto, burggraaf van Coevorden en graaf van van Bentheim, en graaf Floris III van Holland. Na de dood van Godfried van Rhenen in 1178 werd hij benoemd tot bisschop van Utrecht. Boudewijn overleed op 30 april te Mainz en werd bijgezet in de Dom van Utrecht.

van der Chijs VI, 2 ; de Mey 153 R
Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - BOUDEWIJN II VAN HOLLAND “VAN BENTHEIM”, 1178-1196 - Penning z.j., Utrecht

gewicht 0,53gr. ; zilver Ø 15mm.

vz. Buste van bisschop Boudewijn in bisschopgewaad naar rechts, 
met voor zich een kromstaf binnen een parelcirkel, omringd door de
tekst; ✢BALDWI - NS ЄPC  (AL en NS in monogram geschreven)
kz. Kort kruis met om en om een Є en een achtstralig ster in de hoeken
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✢ TRAIЄCTVM

opm. Zowel de letter  S en de letter M zijn zeer eigenaardig vormgegeven. De Є′s in de hoeken van het kruis moeten niet gezien worden als letters E, maar waarschijnlijk als de Griekse letter ω (kleine letter Omega). Het zou in dat geval gaan om een Christelijk symbool. Alpha en Omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alphabet en refereren aan Openbaring 1:8, 2:8 en 21:6. In die teksten zeggen God en ook Jezus “Ik ben de Alfa en de Omega” ; ik ben de eerste en de laatste, of, ik ben het begin en het einde. Daarbij doelend dat God aan het begin staat van ons leven (geboorte) en aan het einde (sterven).

Boudewijn II van Holland "van Bentheim" werd rond 1140 geboren als zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck, dochter  van Otto van Rheineck graaf van Bentheim. Boudewijn wordt door tijdgenoten gewoonlijk ‘van Bentheim’ genoemd, naar zijn moeder, een telg van het geslacht der ′Roomsche paltsgraven′ van Bentheim. Hij was een broer van Otto, burggraaf van Coevorden en graaf van van Bentheim, en graaf Floris III van Holland. Na de dood van Godfried van Rhenen in 1178 werd hij benoemd tot bisschop van Utrecht. Boudewijn overleed op 30 april 1196 te Mainz en werd bijgezet in de Dom van Utrecht.

van der Chijs VI, 5 ; de Mey 153 R
Licht verschoven voorzijde stempel en zwaktes van de slag, doch getuige
de scherpte van de details heeft deze munt weinig gecirculeerd. Zeldzaam.
zfr/pr

495,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - DIRK I VAN HOLLAND ALS POSTULAAT, 1197 - Penning z.j. (mei-september 1197), Deventer

gewicht 0,58gr. ; zilver Ø 15mm.

vz. Kerkgebouw binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; +DAVЄNTЄR 
kz. Kort kruis met in de hoeken om en om een arend en kromstaf binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; +TЄODЄRICVS

Na de dood van bisschop Boudewijn van Holland op 30 april 1196 ontstond een strijd voor diens opvolging. Zowel de broer van Boudewijn, Dirk van Holland, als Arnold van Isenburg dongen naar de bisschopfunctie van Utrecht. Arnold stamde uit het Duitse geslacht Isenburg en was sinds 1176 proost in Deventer. Na de dood van bisschop Boudewijn II wordt hij door Gelre naar voren geschoven als kandidaat. Hij wordt gesteund door de aartsbisschop van Keulen en de paus. Holland ziet op deze post liever de oom van graaf Dirk VII van Holland, Dirk van Holland, in 1196 aangesteld als domproost in Utrecht, en wordt hierin gesteund door keizer Hendrik VI. Op advies van keizer Hendrik VI reisden beide kandidaten naar Rome, om de keuze aan de Paus over te laten. Gedurende deze situatie, waarbij de bisschopszetel niet werd bezet (Sede Vacante) voerde graaf Dirk VII van Holland het bewind over het Sticht. Dit werd echter door de aanhangers van Arnold van Isenburg  in het Oversticht niet erkend. Een opstand volgde, met steun van graaf Otto I van Gelre, hetgeen uiteindelijk resulteerde in een veldslag tussen beide partijen. Ondertussen was Proost Arnold van Isenburg in april of  juni 1197 te Rome overleden. Het is zeer waarschijnlijk dat de penningen van dit munttype met vermelding van de muntplaats op beide zijden (van der Chijs VI ; de Mey 155) zijn geslagen toen Arnold van Isenburg nog geen definitieve aanstelling had gekregen als bisschop van Utrecht. We zien zijn naam dan ook niet op die munten vermeld, doch op beide zijden dat van de muntplaats Deventer. Na de dood van Arnold van Isenburg besloot Paus Celestinus III (1191-1198) Dirk van Holland te benoemen tot de nieuwe bisschop van Utrecht. De Pauslijke bul werd opgemaakt en onderschreven door de kardinaal-diaken Lotario dei Conti, de latere paus Innocentius III (1198-1216). Het is waarschijnlijk dat men na het ontvangen van dit nieuws deze munt heeft geslagen, voortbordurend op het munttype dat men kort daarvoor had ontworpen en geslagen. Thans niet meer het Sede Vacante type met alleen de muntplaats vermelding op beide zijden, maar nu met de naam THEODERICVS (Dirk) op de keerzijde. Fysiek echter was Dirk nog niet teruggekeerd naar Utrecht en hij was dus ook nog niet ingewijd als bisschop. We zien dan ook geen portret van de bisschop op de munt afgebeeld en ook de titel van Episcopatus (bisschop) ontbreekt op deze munt. Het zou ook bij deze ene munt van bisschop Dirk I van Holland blijven, want op 28 augustus 1197 stierf hij te Pavia op zijn terugreis naar Utrecht.

Het kerkgebouw staat symbool voor de Lebuïnuskerk, de hoofdkerk, van Deventer. De arenden binnen het kruis op de keerzijde refereren naar het stadswapen van Deventer. Dit munttype is dan ook specifiek voor Deventer.

In 768 bouwde Lebuïnus een kleine houten kerk. Deze kerk werd door de Saksische heidenen verwoest in 770. Lebuïnus herbouwde haar in 771 en hij stierf er een jaar later. In 774 werd de kerk opnieuw verwoest maar zij werd in 776 herbouwd door Ludger. De eerste stenen kerk werd gebouwd door Bisschop Balderik. In 1040 werd de kerk door bisschop Bernold verbouwd tot een romaanse basiliek. Die kerk zien we symbolisch afgebeeld op deze munt. In 1235 en 1334 werd de kerk verwoest door brand. De huidige kerk werd gebouwd tussen 1450 en 1525. Het is een gotische hallenkerk. Ze is gebouwd op de funderingen van de 11e eeuwse romaanse basiliek. In het opgaande werk (vooral binnen de kerk) zijn nog belangrijke delen van deze romaanse basiliek te zien.

♦ historisch gezien een buitengewone interessante en uiterst zeldzame munt ♦

van der Chijs XXVIII en XXXI, 5 (supplement) ;
de Mey 156-157 (als Dirk van Are) 
RRR
Zwaktes van de slag. 
zfr-

1.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - WILBRAND VAN OLDENBURG-WILDESHAUSEN, 1227-1233 - Penning z.j., Utrecht

gewicht 0,51gr. ; zilver Ø 10mm.
type met groot borstbeeld

vz. Gemijterde buste van bisschop Wilbrand frontaal met mantel,
geornamenteerd met kruis, met in zijn rechthand een kromstaf en in de
linker het boek der evangeliën. In de buitencirkel de tekst; WIL - BRAND
kz. Kort kruis drie stippen aan de uiteinden en een klein stip in ieder hoek,
binnen een cirkel. In de buitencirkel te tekst : TRAIЄCTVM. 

Wilbrand heeft als bisschop munten laten slaan in Paderborn, Utrecht en Deventer. Kenmerkend voor deze Utrechtse penningen  zijn de veel te kleine muntplaatjes, waardoor de teksten grotendeels buiten het muntplaatje vallen. De in Utrecht geslagen penningen van Wilbrand van Oldenburg behoren samen met die van Hendrik van Vianden tot de meest voorkomende penningen van het bisdom Utrecht.

Wilbrand van Oldenburg-Wildeshausen werd rond 1180 geboren als zoon van graaf Hendrik II van Oldenburg-Wildeshausen en Beatrix van Hallermund. Hij was daarmee een naaste bloedverwant van de graven van Gelre en Holland. Alsvorens hij bisschop van Utrecht werd had hij al tal van functies doorlopen. Zo was hij domkanunnik van Hildesheim en werd in 1211 door keizer Otto IV gevraagd om de vijfde kruistocht voor te bereiden. Hij reisde daarvoor naar Palestina. Daarna werd hij domproost in Hildesheim en Utrecht en proost van de Sankt Nikolai in Magdeburg. De jaren daarop was hij gezant van keizer Frederik II in Italië. In 1225 werd hij tot bisschop van Paderborn gewijd en bestreed in dit bisdom met succes de opstandige adel. Nadat de bisschoppen van Münster en Osnabrück waren afgezet, omdat zij medeplichtig werden geacht aan de moord op de Keulse aartsbisschop Engelbert II van Berg, werd hij in 1226 tijdelijk belast met het bestuur van deze bisdommen.

Toen de bisschop van Utrecht, Otto II van Lippe, was gesneuveld in de Slag bij Ane op 28 juli 1227, werd Wilbrand door Paus Gregorius IX overgeplaatst naar Utrecht. Het was de burggraaf  Rudolf van Coevorden die verantwoordelijk was voor de dood van bisschop Otto II van Lippe, en Wilbrand moest met zijn militaire ervaring orde op zaken gaan stellen in het opstandige Oversticht. Eind oktober 1228 wist Wilbrand Drenthe en de burcht Coevorden in te nemen, maar Rudolf wist zijn burcht op 20 augustus 1229 weer te heroveren. Rudolf wist dat hij uiteindelijk geen stand kon houden tegen de militare overmacht van de Utrechtse bisschop en besloot tot onderhandeling over te gaan met de bisschop. Hij was bereid om zich aan zijn gezag te onderwerpen. Zij troffen elkaar in het kasteel Hardenberg, maar het bleek niet de ontmoetingwaarop hij gehoopt had. Hij werd gevangen genomen, gemarteld en tenslotte vermoord op 25 juli 1230. Met de dood van hun leider was de strijd met de opstandige Drenthen echter nog niet beslecht. Wilbrand had de steun van de Friezen en dit leidde tot de Fries-Drenthse oorlog in 1231-1233. In 1233 werden de Drenthen definitief door de troepen van Wilbrand verslagen in de Slag bij Peize. Naar aanleiding van de eerdere Slag bij Ane bouwde hij de burcht Hardenberg. Uit erkentelijkheid voor de hulp bij de bouw daarvan werd Zwolle stadsrechten verleend. Wilbrand overleed op 26 juli 1233 en werd begraven in de Sint-Servaasabdij te Utrecht. Meer dan een geestelijk leider bleek Wilbrand een krachtig bestuurder met militaire capaciteiten, waarmee niet te sollen viel.

van der Chijs VIII, 1-2var. ; de Mey 176var.
zfr-

135,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDE (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - HENDRIK VAN VIANDEN, 1250-1267 - Penning z.j., Utrecht

gewicht 0,54gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Gemijterde bisschopsbuste naar links met kromstaf en het boek
der evangeliën. In de buitencirkel de tekst; HENRICVS
kz. Kort kruis met in drieën gesplitste uiteinden binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; +TRAIECTVM

Als gevolg van zwaktes van de slag en te krappe muntplaatjes zijn de opschriften van deze penningen in de regel slechts fragmentarisch leesbaar, zo ook in dit geval.

Hendrik van Vianden werd rond 1230 geboren als zoon van van graaf Hendrik I van Vianden en Margaretha de Courtenay, markgravin van Namen. Hij was domproost van Keulen voor hij in de strijd tussen Welfen en Hohenstaufen door eerstgenoemde partij naar voren geschoven werd als bisschopskandidaat voor Utrecht na de dood van bisschop Otto III van Holland in 1249. Paus Innocentius IV (1243-1254) benoemde hem in 1250 vervolgens tot bisschop van Utrecht ondanks het verzet van de Utrechtse kapittels. Hij ontving zijn wijding pas in 1252 en was tot dat jaar dus elect. Hendrik steunde de Duitse tegenkoning Willem II van Holland, maar deze buitte de geschillen die ontstonden tussen Hendrik enerzijds en de adel en de stad Utrecht anderzijds uit voor eigen gewin. Hendrik bedwong zijn tegenstanders, maar hun actie was een voorbode voor de standenstrijd die komen zou. Hendrik van Vianden verleende stadsrechten aan een groot aantal plaatsen, zoals Hasselt (1252), Amersfoort (1259), Goor (1263), Oudewater (1265), Loenen en Vreeland (1265). In laatstgenoemde plaats bouwde hij het kasteel Vredelant als grensvesting met Holland. In 1254 legde hij de eerste steen voor de gotische Domkerk van Utrecht, nadat het oude kerkgebouw in 1253 door de negendaagse stadsbrand geteisterd was. Hendrik overleed op 4 juni 1267. Hij werd ook in de Dom begraven.

van der Chijs IX,12 ; de Mey 189
zfr-

150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDE (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - HENDRIK VAN VIANDEN, 1250-1267 - Penning z.j., Utrecht

gewicht 0,58gr. ; zilver Ø 12mm.

vz. Gemijterde bisschopsbuste naar links met kromstaf en het boek
der evangeliën. In de buitencirkel de tekst; HENRICVS
kz. Kort kruis met in drieën gesplitste uiteinden binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; +TRAIECTVM

Als gevolg van zwaktes van de slag en te krappe muntplaatjes zijn de opschriften van deze penningen in de regel slechts fragmentarisch leesbaar, zo ook in dit geval.

Hendrik van Vianden werd rond 1230 geboren als zoon van van graaf Hendrik I van Vianden en Margaretha de Courtenay, markgravin van Namen. Hij was domproost van Keulen voor hij in de strijd tussen Welfen en Hohenstaufen door eerstgenoemde partij naar voren geschoven werd als bisschopskandidaat voor Utrecht na de dood van bisschop Otto III van Holland in 1249. Paus Innocentius IV (1243-1254) benoemde hem in 1250 vervolgens tot bisschop van Utrecht ondanks het verzet van de Utrechtse kapittels. Hij ontving zijn wijding pas in 1252 en was tot dat jaar dus elect. Hendrik steunde de Duitse tegenkoning Willem II van Holland, maar deze buitte de geschillen die ontstonden tussen Hendrik enerzijds en de adel en de stad Utrecht anderzijds uit voor eigen gewin. Hendrik bedwong zijn tegenstanders, maar hun actie was een voorbode voor de standenstrijd die komen zou. Hendrik van Vianden verleende stadsrechten aan een groot aantal plaatsen, zoals Hasselt (1252), Amersfoort (1259), Goor (1263), Oudewater (1265), Loenen en Vreeland (1265). In laatstgenoemde plaats bouwde hij het kasteel Vredelant als grensvesting met Holland. In 1254 legde hij de eerste steen voor de gotische Domkerk van Utrecht, nadat het oude kerkgebouw in 1253 door de negendaagse stadsbrand geteisterd was. Hendrik overleed op 4 juni 1267. Hij werd ook in de Dom begraven.
van der Chijs IX,12 ; de Mey 189
fr+

90,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDE (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - HENDRIK VAN VIANDEN, 1250-1267 - Penning z.j., Deventer

gewicht 0,45gr. ; zilver Ø 13mm.

vz. Gemijterde bisschopsbuste naar links met kromstaf en het boek
der evangeliën. In de buitencirkel de tekst; +HENR - ICVS
kz. Lang dubbel gelijnd kruis met bolletjes aan de uiteinden en in de 
hoeken P - A - O - ✶ In de buitencirkel de tekst; +D - AV - ЄN - TR(IA)

De letters P.A.O staan voor  Pax Omninus (vertaald: ′de vrede zij allen′)

van der Chijs IX, 5 ; de Mey 187 S
Zwaktes van de slag. Schaars.
zfr-

170,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - JAN IV VAN ARKEL, 1342-1364 - Groot z.j., onbekend atelier

gewicht 2,04gr. ; zilver Ø 26mm.
interpunctie: drie punten

vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een versiering van zeven
boogjes binnen een parelcirkel, daaronder het wapenschild van Arkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠ IOH′⋮ЄPC′⋮TRA - IЄCTЄNSIS
kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel. In de middelste
cirkel de tekst; MON - ETA - TRA - IEC, in de buitencirkel de tekst;
✠ BNDICTV⋮SIT⋮NOMЄ⋮DNI⋮NRI⋮IHV⋮XPI

Het betreft hier een eigentijdse vervalsing vervaardigd van biljoen (laaggehaltig zilver). Een dergelijke vervalsing heb ik niet eerder gesignaleerd. Interessant en zeer zeldzaam.

Chijs IX, 2var. ; vgl. de Mey 199 RR
Licht geoxideerd vondstexemplaar.
fr à fr+

135,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - JAN IV VAN ARKEL, 1342-1364 - Groot z.j., Utrecht

gewicht 2,49gr. ; zilver Ø 26mm
interpunctie: drie punten

vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een versiering van zeven
boogjes binnen een parelcirkel, daaronder het wapenschild van Arkel,
omringd door de tekst; ✠ IOH′⋮ЄPC′⋮TRA ✿ - ✿ IЄCTЄNSIS 
kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, omringd
door de tekst; MON - ETA - TRA - IEC, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ✠ BNDICTV⋮SIT⋮NOMЄ⋮DNI⋮NRI⋮IHV⋮XPI

ex. vondst Hollandse Rading (2016)

van der Chijs IX, 2 ; de Mey 199  R
Kleine zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr à zfr+

525,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - FREDERIK III VAN BLANKENHEIM, 1393-1423 - Dominus- of bisschopsgulden z.j.(circa 1415-1420), Hasselt of Rhenen gewicht 3,33gr. ; goud Ø 24mm.

gewicht 3,33gr. ; goud Ø 24mm.

vz. Sint Johannes, met nimbus, staande frontaal met zijn rechterhand
in zegende houding en kruisscepter in zijn linkerhand, daaronder een kruis.
In de buitencirkel de tekst;  S•IOHANNES - BABTISTA en leeuwtje
kz. Vijf wapenschildjes binnen een vierpas, met sierornamenten bij de
snijpunten, binnen een cirkel. De wapentjes zijn als volgt te verklaren;
in het midden de rijksadelaar, daarboven eveneens de rijksadelaar,
links het wapen van Blankenheim, rechts dat van het Sticht en onder
een fantasiewapentje (voor de symetrie). In de buitencirkel de tekst;
+DNS•FRЄDЄRIC′•EPC•TRAIECTENS′

Deze goudgulden is een navolging van de Arnhemse gulden uit de laatste jaren van hertog Reinoud IV van Gelre, en wordt in de rekeningen dan ook vaak aangeduid als Gelderse gulden. Het type is ontleend aan de keurvorstelijke goudguldens uit het Rijnland. Frederik draagt op deze munt de ongebruikelijke titel van Dominus ( = heer), hetgeen de naam Dominusgulden verklaard. Het leeuwtje op de voorzijde is regelrecht overgenomen van het Gelderse voorbeeld, en duidt in dit geval niet per definitie op het muntteken leeuwtje van Hasselt, zoals in de Mey wordt verondersteld. Het is meest aannemelijk dat dit munttype zowel in Hasselt als in Rhenen is aangemunt.

van der Chijs XIII, 1 ; Delmonte 929 ; JMP.1980,pag.58 ;
de Mey 245 ; Friedberg 180

in het centrum ietwat zwak geslagen
zfr

775,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - FREDERIK VAN BLANKENHEIM, 1393-1423 - Dubbele plak of gans z.j.(1417-1419), Hasselt

gewicht 3,30gr. ; zilver Ø 32mm.
muntmeester Johan de Vries

vz. Bisschoppelijk wapen schuin geplaats onder tournooihelm, met 
bovenlichaam van leeuw die uit de kam van de helmversiering uit 
toornt, binnen een versiering van boogjes binnen een parelkcirkel, 
omringd door de tekst; FRЄDЄRIC:DЄI:GRA:ЄPC:TRAIЄCTЄNS′
kz. Bisschoppelijk wapen met daarboven een adelaar met het wapenschild
van de stad Hasselt op de borst binnen een cirkel, omringd door de tekst;
klimmende leeuw naar links MONЄTA✿D - Є✿HASSЄLЄ binnen een cirkel,
omringd door de tekst; ✠BЄNЄDICT:QVI:VЄNI - T:IN:NOMINЄ:DOMI

van der Chijs XIV, 14 ; de Mey 246
gebruikelijke zwakes van de slag en licht buiglijntje
fr/zfr

160,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - FREDERIK VAN BLANKENHEIM, 1393-1423 - Groot z.j., Hasselt

gewicht 1,54gr. ; zilver Ø 26,5mm.
muntmeester Johan de Vries

vz. Bisschoppelijk wapen schuin geplaats onder tournooihelm, met 
bovenlichaam van leeuw die uit de kam van de helmversiering uit 
toornt, binnen een versiering van boogjes binnen een parelkcirkel, 
in de buitenrand FREDERIC:DEI:GRA:EPC:TRAIET′
kz. Bisschoppelijk wapen met daaroven een adelaar met het wapenschild van de stad
Hasselt op de borst, in de buitenrand de tekst +MONETA•NOVA:D - Є•HASSЄLЄ 

van der Chijs 14,17 ; de Mey 148 RR
Miniem slagbarstje en zwaktes van de slag. De groot van Hasselt komt
veel minder voor dan de dubbele groot van dit munttype. Zeer zeldzaam.
fr/zfr

345,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - RUDOLF VAN DIEPHOLT ALS POSTULAAT, 1423-1433 - Postulaat- of bisschopsgulden z.j. (circa 1428-1433), Deventer

gewicht 3,34gr. ; goud Ø 22,5mm.

vz. Sint Maarten, met mijter, staande frontaal met zijn rechterhand
in zegenende houding en in de linker een kromstaf houdend.
In de buitencirkel de tekst; SANCTЄ ⋆ MЄ – RTIN⋆ЄPIS′
kz. Wapenschild van het bisdom met het hartschild van Diepholt
binnen een driepas binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
✠ MON′⋆RODLP′⋆POSTVL′⋆TRAIЄT′

In 1426 werd door de vier Rijnse keurvorsten (Keulen, Trier, Mainz en Pfalz) een nieuw type goudgulden geïntroduceerd conform het Rijnse Muntverbond (Rheinische Münzvertrag). Bij de bisdommen toont op de voorzijde een gemijterde bisschop met kromstaf, zijn rechterhand in zegenende houding, terwijl op de stukken van Pfalz een staande graaf is afgebeeld. De keerzijde toont een wapenschild binnen een driepas. Dit munttype vond weldra ook navolging in het Bisdom Utrecht, waar Rudolf van Diepholt soortgelijke stukken liet slaan. Op de voorzijde wordt echter niet de bisschop verbeeld, maar de heilige Martinus van Tours, de schutspatroon van Utrecht. Aangezien Rudolf van Diepholt wel verkozen was tot bisschop maar nog niet erkend en ingewijd was door de paus, mocht hij de titel van episcopus (bisschop) nog niet voeren en droeg hij derhalve de titel van postulatus (aspirant-bisschop). Reeds in 1428 zien we de eerste meldingen van deze guldens, die spoedig bekend zouden worden als ′postulaatsgulden′. Aangezien Rudolf′s verkiezing tot bisschop aanvankelijk succesvol betwist werd door zijn tegenkandidaat Zweder van Kuilenburg, met de stad Utrecht als machtsbasis, was de situatie in het Nedersticht in de jaren ′1420 zeer onrustig. Rudolf′s machtspositie lag aanvankelijk vooral in het Oversticht en het is ook daar waar we zijn eerste muntslag zien, vooral te Deventer en op kleine schaal ook in Hasselt. Het is meest aannemelijk dat ook deze postulaatsguldens te Deventer zijn geslagen. Gezien de zeldzaamheid van deze stukken zal de productie niet groot zijn geweest. Pas na zijn benoeming tot bisschop in 1433 zien we een grote toename in de productie van goudguldens, vooral na 1435, maar dan met de titel episcopus. Ook die guldens werden tot in de 16e eeuw nog aangeduid als ′postulaatsguldens′, alhoewel die benaming strikt genomen onjuist is.

In 1426, a new type of gold guilder was introduced by the four Rhenish Electors (Cologne, Trier, Mainz and Palatinate) in accordance with the Rhine Mint Association (Rheinische Münzvertrag). The obverse of the dioceses shows a mitered bishop with crozier, his right hand in a blessing position, while the Palatinate pieces depict a standing count. The reverse shows a coat of arms within a trefoil. This coin type was soon imitated in the Diocese of Utrecht, where Rudolf van Diepholt had similar pieces minted. However, the obverse does not depict the bishop, but Saint Martin of Tours, the patron saint of Utrecht. Since Rudolf van Diepholt had been elected bishop but had not yet been recognized and consecrated by the Pope, he was not yet allowed to use the title of episcopus (bishop) and therefore bore the title of postulatus (aspiring bishop). As early as 1428 we see the first reports of these guilders, which would soon become known as ′postulate guilders′. Since Rudolf′s election as bishop was initially successfully contested by his opponent Zweder van Kuilenburg, with the city of Utrecht as a power base, the situation in the Nedersticht was very turbulent in the 1420s. Rudolf′s position of power was initially mainly in the Oversticht and it is also there where we see his first coinage, especially in Deventer and on a small scale also in Hasselt. It is most likely that these postulate guilders were also minted in Deventer. Given the rarity of these pieces, production would not have been large. Only after his appointment as bishop in 1433 do we see a large increase in the production of gold guilders, especially after 1435, but then with the title episcopus. These guilders were also referred to as ′postulate guilders′ until the 16th century, although strictly speaking that name is incorrect.

Delmonte kende slechts 2 exemplaren: collectie Centraal Museum te Utrecht
en collectie De Nederlandsche Bank te Amsterdam. Uiterst zeldzaam.

Delmonte only knew of 2 specimens: the Centraal Museum collection in Utrecht
and the De Nederlandsche Bank collection in Amsterdam. Extremely rare.

van der Chijs plaat XXIX (supplement) ; de Mey 279 ; Friedberg 184  ;
Delmonte 936 (R3); JMP.2006-2007, pag. 113, no. 1.1.4.2
RRR
lichte zwaktes van de slag
zfr

6.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - RUDOLF VAN DIEPHOLT, 1433-1455 - Postulaat- of bisschopsgulden z.j. (circa 1435-1445), Deventer

gewicht 3,19gr. ; goud Ø 24mm.
type 2 (circa 1435-1445)

vz. Sint Maarten staande frontaal met kruisstaf, rechterhand in zegenende houding. 
In de buitencirkel de tekst; SANCTЄ MЄ – RTIN′* ЄPIS′
kz. Wapenschild van het bisdom met het hartschild van Diepholt binnen driepas, 
binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; +MON′*RODLP′*ЄPISC*TRAIЄT′

van der Chijs XV,1 ; de Mey 283 ; Delmonte 939 ;
JMP.2006-2007, pag.116, no. 1.2.1.1 ; Friedberg 188

kleine zwaktes van de slag
zfr

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - RUDOLF VAN DIEPHOLT, 1433-1455 - Postulaat- of bisschopsgulden z.j. (circa 1435-1445), Deventer

gewicht 3,21gr. ; goud Ø 23mm.
type 2 (circa 1435-1445)

vz. Sint Maarten staande frontaal met kruisstaf, rechterhand in zegenende houding. 
In de buitencirkel de tekst; SANCTЄ MЄ – RTIN′* ЄPIS′
kz. Wapenschild van het bisdom met het hartschild van Diepholt binnen driepas, 
binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; ✠ MON′*RODLP′*ЄPISC*TRAIET′

van der Chijs XV,1 ; de Mey 283 ; Delmonte 939 ;
JMP.2006-2007, pag.116, no. 1.2.1.1  ; Friedberg 188

lichte zwaktes van de slag
zfr-/zfr

675,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - RUDOLF VAN DIEPHOLT, 1433-1455 - 1/8 Groot z.j., Rhenen

gewicht 0,36gr. ; biljoen Ø 15mm.

vz. Wapenschild van Diepholt binnen een driepas binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠ RODOLFVS.ЄPIS′.TRAIЄCT′
kz. Lang gevoet kruis met in de kwadranten; R - O - D - F′
In de buitencirkel de tekst; MON - ЄTA - RЄN - ЄSIS

van der Chijs XVI, 11 ; de Mey 292 RR
Een voor dit munttype mooi exemplaar met zilverkleur.
fr/zfr à zfr-

395,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - DAVID VAN BOURGONDIË, 1455-1496 - Gouden schild of Davidsharp z.j. (emissie 24 januari 1457), Rhenen

gewicht 3,41gr. ; goud Ø 27mm.
muntmeester Dionijs (of Danys) van Levendael

vz. Koning David met harp naar links gezeten op een gothische zetel
met voor zich het Bourgondische wapenschild binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; MEMENTO:DO – MINЄ:DAVID
(vertaald : Heer, gedenk David)
kz. Kort gebloemd kruis met in de hoeken een tondeldoos met vonken en
D – A – V – I, in het hart een D, binen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
✠ DAVID:DЄ:BVRGONDIA:ЄPISCOPVS:TRAIЄCTЄN′

Zeer bijzonder munttype, dat speciaal werd ontworpen en vervaardigd voor David van Bourgondië kort na zijn aantreden als bisschop van Utrecht. Hij koos symbolisch voor zijn naamgenoot koning David. Een van de attributen en kenmerken van David de schaapherder, de latere koning, was zijn harp. Als de belangrijkste van de psalmisten verkondigde en bejubelde David, met gebruik van zijn harp, de komst van Christus. Het werd maar korte periode aangemunt en de productie zal dan ook klein zijn geweest. Het betreft hier zonder twijfel een van de fraaiste munten uit de Bourgische periode. Zeer zeldzaam.

cf. Künker Auktion 414, Lot 4719 (in xf-  € 16.250 incl. commission)

van der Chijs XVI, 3 ; van Gelder 1 (JMP.1971/1972) ;
Delmonte 941 ; Friedberg 191
RR
Lichte zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met fijne details.
zfr/pr

7.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - DAVID VAN BOURGONDIË, 1455-1496 - ¼ Stuiver of oord z.j. (1464-1470), Rhenen

gewicht 0,48gr. ; biljoen Ø 19mm.
muntmeester Danys (1457-1467) of Lodewijk (1467-1472) van Leefdael

vz. Bourgondisch wapenschild binnen een cirkel,
omringd door de tekst; +DAVID:DЄ:BVRGONDIA:
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, in de kwadranten
om en om een leeuw en lelie, roos in het ruitvormig opengewerkte hart,
omringd door de tekst; EPIS - COPVS - TRAIЄ - CTNS′

Het betreft hier een getrouwe navolging van de ¼ groot vierlander, die onder Philips de Goede vanaf 1434 te Dordrecht werd aangemunt. Zelfs het Dordtse muntteken roos heeft men op deze Utrechtse munt overgenomen. Met een gewicht van 0,49 gram, bij een voorgeschreven gewicht van 1,22 gram, is het stuk opmerkelijk licht. Ook de zilverinhoud is aanmerkelijk lager dan van het Hollandse voorbeeld. Voor dit munttype een mooi exemplaar. Zeer zeldzaam.

van der Chijs XIX, 49 ; van Gelder 8 (JMP.1971/1972) ; de Mey 310 RR
lichte zwakte van de slag
zfr

495,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - DAVID VAN BOURGONDIË, 1455-1496 - Davidsgulden z.j. (1467-1483), Rhenen of Wijk bij Duurstede

gewicht 3,33gr. ; goud Ø 24mm.

vz. Sint Maarten met mijter en kruisstaf zittend frontaal op Gotische troon
binnen een parelcirkel, daaronder het wapenschild van het Sticht,
omringd door de tekst;  SANCTVS - MARTIN′⋆EPS′
kz. Bourgondisch wapenschild binnen driepas binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; +MON′⋆NOVA⋆AVREA⋆TRAIECTEN′

Ter vervanging van de gouden Davidsharp wordt in 1464 een nieuw type goudgulden geïntroduceerd; de Davidsgulden. We zien op deze munt voor de eerste keer een zittende Sint Maarten afgebeeld. Bij uitgifte volgde men koers (20 stuiver) en gehalte (18 karaat) van de Rijnse gulden. De productie was aanzienlijk, en men bleef dit munttype tot circa 1483 aanmunten. Tot in de 17e eeuw zouden de stukken blijven circuleren. In de loop der jaren werd het gehalte wel geleidelijke teruggebracht van 18 naar 16 karaat. De beeldenaar bleef in die periode ongewijzigd, we zien alleen een wijziging in de tekst, namelijk EPIS voor de stukken van de emissie uit 1464 en EPS voor stukken uit latere emissie in de periode 1467-1483. Dit deed men waarschijnlijk om de stukken van 18 karaat (em.1464) te onderscheiden van de stukken met lager gehalte (em.1467-1483). Vanwege het lagere gehalte van de latere stukken werd de koers in de latere rekeningen dan ook 2 of 3 stuivers lager gesteld dan de Rijnse goudguldens, die wel voldeden aan het voorgeschreven gehalte van 18 karaat. Anders dan zijn voorgangers, Frederik van Blankenheim en Rudolf van Diepholt, lag de nadruk van de muntslag onder David van Bourgondië niet in het Oversticht maar in het Nedersticht. Aanvankelijk resideerde David in slot ter Horst bij Rhenen, en vond de muntslag in het muntatelier van Rhenen plaats. Door de dood van heer Jakob van Gaasbeek in 1459 vervielen de kastelen Duurstede en Abcoude aan het Sticht. David besloot daarop kasteel Duurstede aanzienlijk uit te breiden en te verfraaien en zijn residentie te verplaatsen van kasteel ter Horst naar kasteel Duurstede. Ook het muntatelier werd rond 1470 verplaatst van Rhenen naar Wijk bij Duurstede. In Rhenen heeft vanaf dat moment  geen muntslag meer plaatsgevonden. In het Oversticht vond op geringe schaal bisschoppelijk muntslag plaats te Hasselt. Voor de belangrijke handelssteden in het Oversticht, zoals Groningen, Deventer, Kampen en Zwolle was het grotendeels ontbreken van bisschoppelijke muntslag een aanleiding om hun stedelijke muntslag flink in variatie en omvang te doen laten toenemen.

van der Chijs 17,10 ; van Gelder 5 (JMP.1971/1972) ;
Delmonte 945 ; de Mey 314 ; Friedberg 190

zfr

775,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - DAVID VAN BOURGONDIË, 1455-1496 - Jager of bisschopsgroot van 20 wit 1478, Wijk bij Duurstede

gewicht 2,67gr. ; zilver Ø 26mm.

vz. Bourgondisch wapenschild binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; ★ANNO•DNI′•M•CCCC•LXXVIII
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠MONЄTA•NOVA•ЄPIS•TRAIЄCTЄNS′
kz. Kort gevoet kruis geplaats over een parelcirkel, omringd door
de tekst; MЄM - Є′TO - DNЄ′D - AVID binnen een omlijsting
van een 13-tal dubbel gelijnde cirkeltjes met daarbinnen een lelie

In 1474 werd binnen het bisdom Utrecht een nieuw munttype ingevoerd, namelijk de jager of bisschopsgroot. Deze had een waarde van 1/12 goudgulden of 20 wit. Het was een navolging van de stedelijke jager van Deventerdie reeds vanaf 1466 werd aangemunt. Naast de jager werden ook een ½ en ¼ jager aangemunt. Conform de waardebepalingen van die tijd stond 10 wit gelijk aan een philippus. De jager was dus 2 philippus, de ½ jager was 1 philippus en de ¼ jager was een ½ philippus. Deze laatste denominatie wordt in de munthuisrekeningen ook wel verantwoord als oord (= ¼ groot).

van der Chijs XVIII, 26 ; van Gelder 11 (JMP.1971-1972) ;
de Mey 315 ; Frey 186 ; Levinson III-104
S
lichte zwaktes van de slag en enkele lichte krasjes
fr/zfr à zfr-

225,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - DAVID VAN BOURGONDIË, 1455-1496 - ¼ Jager, ½ Philippus of oord z.j. (1474-1477), Wijk bij Duurstede

gewicht 1,35gr. ; zilver Ø 22mm.

vz. Gemijterde buste van Sint Maarten met kruisscepter onder een
Gothische baldakijn, daaronder het wapenschild van het Sticht.
In de buitencirkel de tekst SANCTVS M - ARTIN•ЄPIS
kz. Bourgondisch wapenschild binnen een parelcirkel.
in de buitencirkel de tekst; +MONЄTA•AVREA•ЄPIS•TRAIECTEN′

In 1474 werd binnen het bisdom Utrecht een nieuw munttype ingevoerd, namelijk de jager of bisschopsgroot. Deze had een waarde van 1/12 goudgulden of 20 wit. Het was een navolging van de stedelijke jager van Deventerdie reeds vanaf 1466 werd aangemunt. Naast de jager werden ook een ½ en ¼ jager aangemunt. Conform de waardebepalingen van die tijd stond 10 wit gelijk aan een philippus. De jager was dus 2 philippus, de ½ jager was 1 philippus en de ¼ jager was een ½ philippus. Deze laatste denominatie wordt in de munthuisrekeningen ook wel verantwoord als oord (= ¼ groot).

van der Chijs XX, 61 ; van Gelder 13 (JMP.1971/1972) ; de Mey 317var. RR
Lichte sporen van oxidatie. Zeer zeldzaam munttype.
fr+

185,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BISDOM UTRECHT - HENDRIK VAN BEIEREN “VAN DE PALTS”, 1524-1528 - Duit 1525, Wijk bij Duurstede

gewicht 0,90gr. ; koper Ø 17mm.

vz. Gevierendeeld wapenschild van Hendrik van Beieren binnen een cirkel;
de leeuw van de Palts, de ruiten van Beieren en het kruis van het Sticht.
In de buitencirkel de tekst; HENRICVS∘ELECTVS∘TRA
kz. Lang gevoet kruis met in iedere kwadrant een leeuw en in het opengewerkte
hart een stip. In de buitencirkel de tekst; ANN - O•DO - MINI - 1525

Op deze munt draagt Hendrik nog de titel van electus. Dat betekend dat het is
geslagen voor zijn wijding tot bisschop in september 1525. Zeldzaam.

van der Chijs XXII, 2 ; Purmer & van der Wiel 5001 ; de Mey 362 R
lichte zwaktes van de slag
zfr

150,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1571, Utrecht

gewicht 6,70gr. ; zilver Ø 30mm.
muntmeester: Floris Florisz.
muntteken: stadsschildje van Utrecht

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder
15 stadswapentje van Utrecht 71, omringd door de tekst
•PHS•D•G•HISP•Z•REX•DNS•TRAIEC•
kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië rustend op
Bourgondisch stokkenkruis tussen twee Bourgondische vuurstalen
met afspattende vonken, omringd door de tekst;
• – DOMINVS – MIHI – ADIVTOR – • 

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″,
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II

van der Chijs XXIII, 5 ; van Gelder & Hoc 212-16 ;
CNM.2.43.8 ; Vanhoudt 306.UT
S
Attractief exemplaar met een mooi patina. Schaars.
zfr+ à zfr/pr

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1571, Utrecht

gewicht 6,43gr. ; zilver Ø 29,5mm.
muntteken stadsschildje van Utrecht
muntmeester Floris Florisz.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder
15 stadswapentje van Utrecht 71, omringd door de tekst ;
•PHS•D•G•HISP•Z•REX•DNS•TRAIEC• 
kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië rustend op
Bourgondisch stokkenkruis tussen twee Bourgondische vuurstalen
met afspattende vonken, omringd door de tekst;
• – DOMINVS – MIHI – ADIVTOR – • 

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Op voorzijde is een klop ″Hollands schildje binnen parelovaal″ aangebracht (Delmonte 141a). Dit gebeurde ten tijde van oorlog tegen Spanje in de jaren 1573-1574, om op die wijze de oorlog te financieren. Alleen nog muntstukken die voorzien waren van deze klop werden in het betalingsverkeer in Holland toegelaten. De geklopte stukken kregen een nieuwe, ongeveer 10% tot 15%, hogere koers. Het verschil tussen de nieuwe en oude koers moest men, nadat de muntstukken geklopt waren, bijbetalen. Dit verschil diende men te beschouwen als een renteloze lening aan de Staten van Holland, die na een jaar weer terug zou worden betaald. Van enige terugbetaling is het echter nooit gekomen. Ook Zeeland kende een dergelijke belastingsysteem, maar dan met de klop ″Zeeuws schildje″.

The countermark ″Lion of Holland withing oval of beads″ was a form of
tax (10 to 15%), to raise funds for the freedom fight of the Dutch against Spain.

van der Chijs XXIII, 5 ; van Gelder & Hoc 212-16 ;
CNM.2.43.8 ; Vanhoudt 306.UT 
S
lichte zwaktes van de slag
zfr-/zfr

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/10 Philipsdaalder 1571, Utrecht

gewicht 3,38gr. ; zilver Ø 26mm.
muntteken stadsschildje van Utrecht (op keerzijde)
muntmeester Floris Florisz.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 1571,
omringd door de tekst; •PHS•D•G•HISP•Z•REX•DNS•TRAIE•
kz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met Bourgondisch vuurstaal
in het centrum, omringd door afspattende vonken, daaronder rozet en
kleinood van de Orde van het Gulden Vlies (lamsvacht), omringd door
de tekst; •DOMINVS • MICHI • ADIVTOR stadsschildje van Utrecht •

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van der Chijs XXIII, 8 ; van Gelder & Hoc 213-16a ;
CNM.2.43.10 ; Vanhoudt 308.UT

minieme muntplaatoneffenheden en zwaktes van de slag
zfr-

225,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/10 Philipsdaalder 1571, Utrecht

gewicht 3,26gr. ; zilver Ø 25mm.
muntmeester Floris Florisz.
muntteken : geen

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 1571,
omringd door de tekst; PHS⋮D:G•HISP⋮Z•REX•DNS•TRAIEC
kz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met Bourgondisch vuurstaal
in het centrum, omringd door afspattende vonken, daaronder rozet en
kleinood van de Orde van het Gulden Vlies (lamsvacht), omringd door
de tekst; DOMINVS • MICHI • ADIVTOR en stadsschildje van Utrecht

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

variant: op dit exemplaar ontbreekt het muntteken ′stadsschildje van Utrecht′, die we normaal altijd zien op dit munttype. De ruimte was er wel voor ingeruimd in het stempel, maar is leeg (achter ADIVTOR). Waarschijnlijk is de stempelsnijder het eenvoudigweg vergeten aan te brengen in het stempel. Interessant en uiterst zeldzaam.

variant: this specimen is missing the mint mark ′city shield of Utrecht′, which we normally always see on this coin type. The space was reserved for it in the die, but is empty. The die cutter probably simply forgot to add it to the die. Interesting and extremely rare.

van der Chijs XXIII, 8var. ; vgl. van Gelder & Hoc 213-16a ;
CNM.2.43.10var. ; Vanhoudt 308.UT
RRR
zfr- à fr/zfr

450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/10 Philipsdaalder 1572, Utrecht

gewicht 3,14gr. ; zilver Ø 26mm.
muntteken stadsschildje van Utrecht (op keerzijde)
muntmeester Floris Florisz.

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, omringd door
de tekst;  157Z PHS:D:G•HISP•Z•REX•DNS•T•RΛIEC
kz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met Bourgondisch vuurstaal
in het centrum, omringd door afspattende vonken, daaronder rozet en
kleinood van de Orde van het Gulden Vlies (lamsvacht), omringd door
de tekst; •DOMINVS • MICHI • ADIVTOR stadsschildje van Utrecht •

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″.
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Type waarbij het jaartal niet leesbaar (staand) onder het borstbeeld is geplaats, maar op de kop, waardoor het meeloopt met in de leesbare positie van het omschrift.

varianten: T•RΛIEC, dus foutieve stip na de T (die had ervoor geplaatst
moeten worden) en de A in TRA is een omgekeerde V.  Zeer zeldzaam.

vgl. van der Chijs XXIIII, 10 ; vgl. van Gelder & Hoc 213-16c ;
vgl. CNM.2.43.12 ; vgl. Vanhoudt 308.UT
RR
zfr-

325,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/20 Philipsdaalder 1572, Utrecht

gewicht 3,30gr. ; zilver Ø 25mm.
muntmeester Floris Florisz.
muntteken stadsschildje van Utrecht

vz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië omsloten door
de keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;

•PHS D:G:HISP•Z•REX.DNS•T•RAIEC
kz. Kort gebloemd kruis geplaats over vierkant raamwerk met
stippen op de hoeken, vierblad in het hart, omringd door de tekst;
DOMINVS•MIHI•ADIVTOR 157Z wapenschildje van Utrecht

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″.
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

variant: met T•RAIEC, dus foutieve stip na de T.

van der Chijs 24,14 ; van Gelder & Hoc 215-16a ; HNPM.11 ; 
CNM.2.43.13 ; Vanhoudt 310.UT
R
zeldzaam munttype
zfr

295,00 



NOORDELIKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/20 Philipsdaalder 1574, Utrecht

gewicht 3,19gr. ; zilver Ø 24mm.
muntmeester Hendrik Joosten van Domselaar
muntteken stadsschildje van Utrecht

vz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië omsloten door
de keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
PHS.D:G.HISP. Z – .REX.DNS.TRAEC
kz. kz. Kort gebloemd kruis geplaatst, vierblad in het hart met vierkant
op achtergrond, daarboven 15 stadsschild 74, omringd door de tekst;
.DOMINVS:MIHI:ADIVTOR en wapenschildje van Utrecht

van der Chijs- ; van Gelder & Hoc 215-16a ; HNPM.11 ; 
CNM.2.43.13 (geen prijsnotering) ; Vanhoudt 310.UT (R3)
RRR
Kleine zwaktes van de slag. Hoogst zeldzaam jaartal.
zfr-/zfr

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/20 Philipsdaalder 1576, Utrecht

gewicht 3,13gr. ; zilver Ø 26mm.
muntmeester Floris Florisz.
muntteken stadsschildje van Utrecht

vz. Gekroond wapen van Oostenrijk-Bourgondië omsloten door
de keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
PHS•D:G•HISP• - ZREX•DNS•TRA
kz. Kort gebloemd kruis geplaatst, vierblad in het hart met vierkant
op achtergrond, daarboven 15 stadsschild 76, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″.
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van der Chijs - ; van Gelder & Hoc 215-16b ; HNPM.11 ; 
CNM.2.43.14 ; Vanhoudt 310.UT (R2)
RR
zwaktes van de slag
zfr-

325,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - Bourgondische kruisrijksdaalder 1568, Utrecht

gewicht 28,98gr. ; zilver Ø 40mm.
muntteken; stadswapen van Utrecht
muntmeester Floris Florisz

vz. Bourgondisch stokkenkruis met vuurijzer in het centrum, daarboven een kroon,
eronder kruisje en afspattende vonken, in het veld 15 - 68, omringd door de tekst;
PHS•D•G•HISP•Z•REX•DNS•TRAIEC stadswapen Utrecht
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, omhangen met het
keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MI - HI•ADIVTOR•

Deze munt is geslagen in het jaar dat een oorlog uitbrak tussen Nederland en Spanje,
die later bekend zou worden als de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

Delmonte 95 ; van Gelder & Hoc 240-16 ; CNM.2.43.18 ;
van der Chijs XXIV, 17 ; Vanhoudt 290.UT ; Davenport 8522

zfr

350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - Bourgondische kruisrijksdaalder 1569, Utrecht

gewicht 29,04gr. ; zilver Ø 41mm.
muntteken; stadswapen van Utrecht
muntmeester Floris Florisz

vz. Bourgondisch stokkenkruis met vuurijzer in het centrum, daarboven een kroon,
eronder kruisje en afspattende vonken, in het veld 15 - 69, omringd door de tekst;
PHS•D•G•HISP•Z•REX•DNS•TRAIEC stadswapen Utrecht
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, omhangen met het
keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MI - HI•ADIVTOR•

Het jaartal 1569 komt aanmerkelijk minder voor dan het jaartal 1568. Zeldzaam.

Delmonte 95 ; van Gelder & Hoc 240-16 ; CNM.2.43.18 ;
van der Chijs XXIV, 18 ; Vanhoudt 290.UT ; Davenport 8522 
R
Kleine muntplaatoneffenheid aan de rand,
overigens mooi exemplaar met een attractief patina.
zfr/pr

695,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Bourgondische kruisrijksdaalder 1569, Utrecht

gewicht 14,55gr. ; zilver Ø 35mm.
muntteken; stadschildje van Utrecht
Delmonte 102 ; van Gelder & Hoc 241-16 ;
van der Chijs 24,22 ; Vanhoudt 291.UT R
Attractief exemplaar met een mooi patina.

zfr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - STATEN VAN UTRECHT, 1577-1581 - ½ Statendaalder van 16 stuiver 1577, Utrecht

gewicht 14,37gr. ; zilver Ø 37mm.
muntteken: stadsschildje van Utrecht
muntmeester Hendrik Joosten van Domselaar

vz. Halflang geharnast en gekroond lichaam van Philips II naar
links, leliescepter in rechterhand, de linker rustend op het wapen
van Oostenrijk-Bourgondië, dat voor hem is geplaatst, binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst;
•PHS•D:G•HISP•Z• REX•DNS•TRA - stadsschild
kz. Viervoudig gekroonde PH in kruisvorm met daartussen 16 – S – S,
in de hoeken bladerornamenten, omringd door de tekst;
PACE ET IVSTITIA 15 stadsschildje 77

De oorlogsperikelen hadden er toe geleid dat de gewestelijke Staten steeds onafhankelijker gingen optreden en zich weinig gelegen lieten liggen aan het Spaanse gezag. De gewesten Brabant, Gelre, Vlaanderen Holland en Zeeland vereende zich in hun strijd tegen de Spaanse onderdrukkers, hetgeen zij vastlegden in de Pacificatie van Gent dat op 8 november 1576 werd ondertekend. Het vredesverdrag werd bekrachtigd op 7 januari 1577 in Brussel door de Staten-Generaal van de Nederlanden (Unie van Brussel). Inzet was om op vreedzame wijze tot een akkoord te komen met het Spaanse gezag. Zij namen prins Willem van Oranje aan als hun stadhouder. Bestuurlijk gingen de gewesten thans hun eigen koers varen ten opzichte van hun landsheer Philips II. Aanvankelijk toonden de Spanjaarden zich bereid tot overleg, maar reeds in juli 1577 laaide de strijd weer op en kwam er een einde aan het wankele vredesbestand. Ondertussen was op 23 januari 1577 door de Staten-Generaal een voorstel gedaan tot het slaan van een nieuwe muntenreeks, met een ruime marge tussen het edelmetaal en de omloop waarde. Op 10 februari 1577 gaf de Raad van State toestemming tot het slaan van deze nieuwe muntenreeks; de Statendaalder van 32 stuiver en de bijbehorende denominaties. De Statendaalder werd , net als de Hollandse leeuwendaalder, uitgegeven op een (te hoge) koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder. Philipsdaalders werden omgesmolten voor deze lucratieve aanmunting. De winst die hieruit voortvloeide moest ten goede komen aan de opstandige gewesten, om op die wijze de strijd tegen Spanje te bekostigen. Maar omdat aan de inleveraars van philipsdaalders geen hogere koers werd betaald, was het animo voor het laten omsmelten van Philipsdaalders onder het publiek laag. De munten werden dan ook voornamelijk geslagen uit versmolten zilveren voorwerpen, want verwerking van omlopende munten was bij de gestelde prijzen niet lonend. De oplagen zijn dan ook, zeker in het eerste jaar beperkt gebleven. De voet (0,71 gram fijn zilver p/st) lag tussen die van de leeuwendaalder en de Filipsdaalder. Naast zilverstukken en kopergeld werden op kleine schaal ook goudstukken geslagen in de vorm van gouden kronen ofwel dubbele guldens, op een uitgiftekoers van 40 stuivers. Uiteindelijk waren het de gewesten Brabant, Vlaanderen, Gelre, Utrecht, Henegouwen, Doornik en Overijssel die daadwerkelijk overgegaan zijn tot deze muntslag. Het opstandige Zeeland had op dat moment nog geen eigen munthuis en Holland besloot een eigen koers te blijven varen met voortzetting van het slaan van leeuwendaalders, een munttype dat in 1575 eigenmachtig door Holland was ingevoerd.

Op de Statenmunten werd nog wel de naam en titel van Philips II vermeld, maar diens leus Dominus Mihi Adiutor (″de heer is mijn Helper″) werd vervangen door de passende leus Pace et Justitia (″Vrede en rechtvaardigheid″). De muntslag van de Staten,  zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. Op 19 december 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Philips II.

In de periode 1577-1578 werd in totaal slechts 20.094 stuks
½ Statendaalders aangemunt. Zeer zeldzaam.

In the period 1577-1578 a total of only 20,094 pieces of
½ Statendaalders were minted. Very rare.

Delmonte 125 ; van Gelder & Hoc 246-16 ; Verkade 109.2 ;
HNPM.14 ; CNM.2.43.23 ; Vanhoudt 375.UT
RR
kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype
een bovengemiddeld mooi exemplaar
zfr

2.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - STATEN VAN UTRECHT,1577-1579 - ½ Philipsdaalder 1580, Utrecht

gewicht 16,87gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester Hendrick Joostenzn. van Dompselaer
muntteken; stadschildje van Utrecht
stempelsnijder Claes Petersz van den Vogelaar

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II met molenkraag naar links,
daaronder I • 5 • 8 • 0 , omringd door de tekst;
PHS•D:G•HISPA•REX•DNS•TRAI
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapenschild geplaatst over Bourgondisch
stokkenkruis en geflankeerd door twee vuurstalen en aan de onderzijde versierd
met kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MIC - HI•ADIVTOR en stadsschildje van Utrecht

Na de hevige protesten die waren ontstaan na de aanmunting van de Uniedaalders (1579) viel men vervolgens weer terug op de oude en vertrouwde munttypen van Philips II. Deze aanmunting vond echter niet plaats op gezag van het Spaans bewind maar in opdracht van de opstandelingen. Getuige de grote zeldzaamheid van deze stukken zal de productie zeer klein zijn geweest. Uiterst zeldzaam.

Delmonte 80 (R3) ; van Gelder & Hoc 211-16b ; HNPM.8 ;
Verkade 108.3 ; CNM.2.43.7 ; Vanhoudt 390 (R3) 
RRR
Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar.
zfr-/zfr

4.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD UTRECHT - ANONIEM - Duit 1513

gewicht 0,79gr. ; biljoen Ø 16mm.

vz. Bovenlichaam van een engel met voor zich het stadswapen van
Utrecht houdend. In de buitencirkel de tekst; CIVITAS - TRAIECT
kz. Sint Maarten, met nimbus, te paard naar links. In zijn rechterhand
houdt hij een zwaar, waarmee hij een stuk van zijn mantel afsnijdt.
In de buitencirkel de tekst; AN′ - DN′ - 1513 x

De stedelijke duiten van dit type werden geslagen tussen 1509 en 1522.
Verreweg de meeste exemplaren dragen het jaartal 1509.
Het jaartal 1513 was tot voor kort onbekend en is hoogst zeldzaam.

van der Chijs - ; Pietersen - (vgl.18) RRRR
fr

185,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD UTRECHT - ANONIEM - Duit 1523

gewicht 1,14gr. ; koper Ø 17,5mm.
muntmeester Adriaen Pietersz. van Delft & Arent Wernersz.

vz. Stadswapen van Utrecht binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠CIVITASₒTRAIECTEN
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een vierpas binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; ANN - O•DO - (MIN - Iₒ1523)

van der Chijs XXVI, 24 ; Pietersen 22 ; Pannekeet UTR.5 R
Keerzijde licht decentrisch geslagen. Zeldzaam.
fr/zfr

95,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD UTRECHT - ANONIEM - Wit van 4 duitkens 1527

gewicht 1,68gr. ; biljoen Ø 19mm.
muntmeester Joost van Eyck

vz. Uitgesneden stadsschild omgeven door zes cirkeltjes binnen cirkel.
In de buitencirkel de tekst; MO(NE◦NOVA◦)TRAIЄCT′
kz. Lang kruis met lelieversieringen aan de uiteinden geplaatst over een cirkel,
in de hoeken een kleine ster, in het opengewerkte hart een vijfpuntige ster.
In de buitencirkel de tekst; A°M – CCC – CCX – XVII

van der Chijs XXVI, 28 ; Pietersen 25 (R3) RR
Deels zwak geslagen. Zeer zeldzaam.
fr/zfr

265,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD UTRECHT - KAREL V, 1528-1555 - Utrechts duitken of Utrechtse mijt z.j. (1537-1539), Antwerpen

gewicht 0,33gr. ; biljoen Ø 14mm.

vz. Gekroonde letter K tussen twee punten
kz. Lang gevoet kruis met in de kwadranten; K - V - R - I
Deze letter staan voor Karolus V Romanarum Imperator
(Karel V, keizer van het Rooms-Duitse Rijk)

In 1528 was een einde gekomen aan de wereldlijke macht van de bisschoppen van Utrecht. Karel V nam die wereldlijke macht over, als heer van Utrecht. In een ordonnantie van 14 november 1532 beveelt de keizer dat men; “witte in plaats van zwarte penningen zal uitgegeven en ontvangen, geheten utrechtse duitkens van onze slag ten prijze van een Vlaamse mijt per stuk”. In 1537 wordt door de stad Utrecht aan de Munt van Antwerpen opdracht gegeven tot het slaan van die munten, waarschijnlijk om te voldoen aan de vraag aan kleingeld in de regio Utrecht. In de stadsrekening van 1538 wordt vermeld dat de Utrechtse muntmeester Cornelis Aertsz. “doytgens” heeft afgehaald bij de muntmeester te Antwerpen. Alhoewel deze muntjes geen enkele verwijzing vertonen naar Antwerpen of Utrecht, moet het hier om de Utrechtse mijt of duitken gaan. Ze worden sinds de jaren 1980’ regelmatig terug gevonden in de regio Utrecht, maar slechts zelden daarbuiten. Hoogst interessant en zeer zeldzaam.

van Gelder & Hoc 200 ; Vanhoudt 240.AN (R3) ; 
vgl. Pietersen pag. 15 (verkeerde munt afgebeeld)
RR
fr/zfr

350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD UTRECHT - STATEN VAN UTRECHT, 1577-1581 - Stuiver 1578

gewicht 1,72gr. ; koper Ø 25mm.
muntmeester Hendrik Joosten van Domselaar
stempelsnijder Nicolaas Petersz. de Vogelaar (tevens goudsmid van beroep)

vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, I - S in het veld,
in de buitenrand de tekst; +PHS•D:G•HISPANIA•REX
kz. Langkruis met lelie- en bladmotieven aan de uiteinden, stadsschildje in het hart.
In de buitenrand de tekst; 78•MON• - NOVA• - •CIVI• - •TRA•15

Alhoewel de stuivers van dit type de naam van Philips II dragen, werden ze niet op diens gezag geslagen maar op die van de Staten van Utrecht. In deze tijd durfde men het echter nog niet aan de naam van Philips II te verwijderen op de munten. Dat zou pas geschieden in 1581 met het verschijnen van het Plakkaat van Verlatinghe, waarbij het gezag van Philips II niet langer werd erkend. Zeldzaam.

Verkade 114.1 ; van Gelder & Hoc 278 ; Pietersen 30 ; 
CNM.2.44.1 ; HNPM.1 ; Vanhoudt 403
R
zfr- à fr/zfr

275,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD UTRECHT - STATEN VAN UTRECHT, 1577-1581 - Oord 1578

gewicht 4,12gr. ; koper Ø 24mm.
muntmeester Hendrik Joosten van Domselaar
stempelsnijder Nicolaas Petersz. de Vogelaar (tevens goudsmid van beroep)

vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië
PHS•D:G•HISPANI•REX
kz. Stadswapen in het centrum van een kruis met lelies aan de uiteinden,
in het veld de cijfers I - 5 - 7 - 8 ( de I geschreven als een T), in de buitenrand
de tekst; MO - •NO• - CIV - TRA

Alhoewel de oorden van dit type de naam van Philips II dragen, werden ze niet op diens gezag geslagen maar op die van de Staten van Utrecht. In deze tijd durfde men het echter nog niet aan de naam van Philips II te verwijderen op de munten. Dat zou pas geschieden in 1581 met het verschijnen van het Plakkaat van Verlatinghe, waarbij het gezag van Philips II niet langer werd erkend. Dit munttype bestaat zonder jaartal, 1578 en 1579. Daarvan is het jaartal 1579 verreweg het meest voorkomend. Zeldzaam.

Verkade 115.5 ; PW.5115 ; HNPM.2 ; CNM.2.44.3 ;
Pietersen31B ; Vanhoudt 404
R
lichte sporen van oxidatie
fr+ à fr/zfr

95,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD UTRECHT - STATEN VAN UTRECHT, 1577-1581 - Oord (of duit ?) 1579

gewicht 2,32gr. ; koper Ø 24mm.
muntmeester Hendrik Joosten van Domselaar
stempelsnijder Nicolaas Petersz. de Vogelaar (tevens goudsmid van beroep)

vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië
PHS+D:G•HISPANIA•REX•
kz. Stadswapen in het centrum van een kruis met lelies aan de uiteinden,
in het veld de cijfers I - 5 - 7 - 9
In de buitenrand de tekst; +MON• - •NOV+ - •CIVI+ - •TRA+

Alhoewel de oorden van dit type de naam van Philips II dragen, werden ze niet op diens gezag geslagen maar op die van de Staten van Utrecht. In deze tijd durfde men het echter nog niet aan de naam van Philips II te verwijderen op de munten. Dat zou pas geschieden in 1581 met het verschijnen van het Plakkaat van Verlatinghe, waarbij het gezag van Philips II niet langer werd erkend. De oorden van de stad Utrecht hadden een officieel voorgeschreven gewicht van 4,62 gram. Dit exemplaar weegt met 2,25 gram echter minder dan de helft van dat gewicht, en benaderd daarmee eerder het gewicht van een duit. Daarnaast verkeerd de munt ook nog in een goede kwaliteit. Opmerkelijk en zeer zeldzaam.

vgl.Verkade 115.6 ; vgl. Purmer & van der Wiel 5115 ;
vgl. CNM.2.44.3 ; vgl. Pietersen 31B ; vgl. Vanhoudt 404 
RR
miniem speldegaatje, verder een net exemplaar
zfr

225,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - WICHMAN III

gewicht 0,77gr. ; zilver Ø 18mm.

vz. Tekst in twee regels; EIƧBISIIS  /  DOBIS
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een cirkel. 
In de buitencirkel de tekst;  + VVIGMAN•COT

In de late 10e en begin 11e eeuw heersten de Saksische graven der Billungers over de Friese gebieden. De vóór het jaar 1000 ontstane Friese munten kenmerken zich zowel door een voor deze vroege tijd bijzonder licht gemiddeld gewicht van beduidend minder dan 1 gram, als door een specifieke stijl van pseudo-letters. Deze komen niet alleen voor op penningen van Wichman, maar werden voordien al gebruikt en zijn waarschijnlijk te verklaren door een eigen school van stempelsnijders.

Een geschrift uit 985 vermeld dat te Medemblik een tol en munthuis was gevestigd. Welke munten aldaar geslagen zijn valt moeilijk vast te stellen, daar de Friese munten uit deze periode geen muntplaatsen vermelden. Dit munttype is veelvuldig teruggevonden in het Nederlandse kustgebied, met name in Noord-Holland en Midden-Friesland. Rond 1980 werd een schatvondst gedaan bij Franeker van 46 stuks, dat uitsluitend bestond uit exemplaren van dit munttype. Daarmee is Medemblik als mogelijke muntplaats zeker niet ondenkbaar. Zeldzaam.

Dannenberg 1229 ; Jesse 39 ; Kluge 296 ; Ilisch 20.2 R
Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar.
zfr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - HENDRIK II, 1002-1024 - Penning z.j. (ca. 1002-1014), onbekende muntplaats

gewicht 0,74gr. ; zilver Ø 18mm.

vz. Gepunte ring binnen cirkel, omringd door de tekst;
EIIƧSEIIX (of variant)
Dit is waarschijnlijk een verbastering van HEINRICVS REX
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een geparelde cirkel. 
In de buitencirkel de tekst;  IIENVOIEIVS (of variant)

In de late 10e en begin 11e eeuw heersten de Saksische graven der Billungers over de Friese gebieden. De vóór het jaar 1000 ontstane Friese munten kenmerken zich zowel door een voor deze vroege tijd bijzonder licht gemiddeld gewicht van beduidend minder dan 1 gram, als door een specifieke stijl van pseudo-letters. De penningen van dit type worden toegeschreven aan Hendrik II als Rooms-Koning (1002-1014) en zijn geslagen ten tijde van graaf Wichman III (994-1016).

vgl. Dannenberg 1299b ; van der Chijs- ; Slg. Giesen 282 ; Ilisch 20.6 R
Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar.
zfr

450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - KEIZER KOENRAAD II (1027-1039) & GRAAF LIUDOLF VAN BRUNSWIJK (circa 1025-1038) - Penning z.j., vermoedelijke geslagen te Dokkum

gewicht 0,79gr. ; zilver Ø 20,5mm.

vz. Bebaard en gekroond portret van keizer Koenraad frontaal binnen
een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;  + CONRAD  IMPET
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst;  + FRESONIA

EERSTE MUNT MET DE VERMELDING VAN FRIESLAND

Deze munt werd geslagen op naam van de Duitse keizer ten tijde van de Friese graaf Liudolf van Brunswijk. Deze Saksische graaf was een zoon van Bruno I en Gisela van Zwaben en leefde van circa 1005 tot 23 april 1038. Hij heerste over Midden-Friesland, namelijk Oostergo, Zuidergo en Westergo en geldt als grondlegger van de Brunonen, een dynastie van Friese graven die in de 11e eeuw heersten. Zijn moeder hertrouwde in 1016 met Koenraad II de Saliër, die in 1024 tot koning van Duitsland werd verkozen en vanaf 1027 tot 1039  keizer van het Heilige Roomse Rijk was. De keizer was dus Liudolf′s stiefvader. Liudolf stierf tijdens een reis in Italië, toen hij keizer Koenraad vergezelde. De Brunonen hadden nauwe banden met de keizers van de Heilige Roomse Rijk en zowel Egbert I als Egbert II hebben ook pogingen gedaan om zelf tot keizer gekozen te worden, voor beiden zonder succes.

Dannenberg 495 ; Puister 1 ; Ilisch 20.9 RRR
Miniem slagbarstje. Gebruikelijke slordige slag met zwaktes.
Van dit munttype zijn slechts enkele stuks bekend. Hoogst zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

1.450,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - BRUNO III VAN BRUNSWIJK, 1038-1057 - Penning z.j., Dokkum

gewicht 0,69gr. ; zilver Ø 17mm.
Geslagen op naam van keizer Hendrik III (1046-1056)

vz. Gekroond portret van keizer Hendrik III met kruisscepter naar rechts
binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; HENRICVS REX
kz. Balk gevormd uit twee horizontale geparelde lijnen met kogels aan de
uiteinden met daarbinnen de tekst; BR•VN, daaronder DOGG, erboven VGGΛ

Bruno III behoorde tot het geslacht der Brunonen (genoemd naar graaf Brun van Sachsen die leefde rond 880) ofwel vorsten van Brunswijk. Zij waren telgen van een adellijk Saksisch geslacht die bezittingen hadden in Oostfalen. Rond het jaar 1000 kreeg graaf Liudolf zeggenschap in Midden-Friesland tussen Vlie en Lauwers. Spoedig werden er in dat gebied ook munten geslagen, met name onder zijn opvolgers Bruno III, Egbert I en Egbert II.

Doordat Dokkum in de middeleeuwen via een zeearm direct verbonden was met de Waddenzee, ontwikkelde het zicht tot een zeehaven met een belangrijke handelsfunctie. Het ging daarbij vooral om handel in het Oostzeegebied. De Friese munten der Brunonen worden dan ook vaak aangetroffen in muntvondsten in Polen, de Baltische Staten en Rusland.

van der Chijs I, 1var. ; Dbg.499 ; Puister 2b ; Ilisch 21,19
Goed geslagen exemplaar met leesbare teksten.
pr- à zfr/pr

285,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - BRUNO III VAN BRUNSWIJK, 1038-1057 - Penning z.j., Dokkum

gewicht 0,45gr. ; zilver Ø 16,5mm.
Geslagen op naam van keizer Hendrik III (1046-1056)

vz. Gekroond portret van keizer Hendrik III met kruisscepter naar rechts
binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; +HENRICV(S RE)
kz. Balk gevormd uit twee horizontale geparelde lijnen met kogels aan de
uiteinden met daarbinnen de tekst; •BR•VN•, daaronder DOGG, erboven VGGA

Bruno III behoorde tot het geslacht der Brunonen (genoemd naar graaf Brun van Sachsen die leefde rond 880) ofwel vorsten van Brunswijk. Zij waren telgen van een adellijk Saksisch geslacht die bezittingen hadden in Oostfalen. Rond het jaar 1000 kreeg graaf Liudolf zeggenschap in Midden-Friesland tussen Vlie en Lauwers. Spoedig werden er in dat gebied ook munten geslagen, met name onder zijn opvolgers Bruno III, Egbert I en Egbert II.

Doordat Dokkum in de middeleeuwen via een zeearm direct verbonden was met de Waddenzee, ontwikkelde het zicht tot een zeehaven met een belangrijke handelsfunctie. Het ging daarbij vooral om handel in het Oostzeegebied. De Friese munten der Brunonen worden dan ook vaak aangetroffen in muntvondsten in Polen, de Baltische Staten en Rusland.

van der Chijs 1,7var. ; Dbg.499var. ; Puister 2b ; Ilisch 21,19
Deels zwak geslagen. Mooi portret van keizer Hendrik III.
zfr

160,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - BRUNO III VAN BRUNSWIJK, 1038-1057 - Penning z.j., Dokkum

gewicht 0,63gr. ; zilver Ø 17mm.
Geslagen op naam van keizer Hendrik III (1046-1056)

vz. Gekroond portret van keizer Hendrik III met kruisscepter
naar rechts binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
+HENRICVS RE ↺ (retrograde, tegen de klok in)
kz. Balk gevormd uit twee horizontale geparelde lijnen met kogels aan de
uiteinden met daarbinnen de tekst; RRVII, daaronder HVIΛ, erboven DOGG

Gezien de nogal verbasterde teksten en slordige stijl betreft het hier
mogelijk een eigentijdse imitatie uit een niet officieel muntatelier. Zeldzaam.

Bruno III behoorde tot het geslacht der Brunonen (genoemd naar graaf Brun van Sachsen die leefde rond 880) ofwel vorsten van Brunswijk. Zij waren telgen van een adellijk Saksisch geslacht die bezittingen hadden in Oostfalen. Rond het jaar 1000 kreeg graaf Liudolf zeggenschap in Midden-Friesland tussen Vlie en Lauwers. Spoedig werden er in dat gebied ook munten geslagen, met name onder zijn opvolgers Bruno III, Egbert I en Egbert II.

Doordat Dokkum in de middeleeuwen via een zeearm direct verbonden was met de Waddenzee, ontwikkelde het zicht tot een zeehaven met een belangrijke handelsfunctie. Het ging daarbij vooral om handel in het Oostzeegebied. De Friese munten der Brunonen worden dan ook vaak aangetroffen in muntvondsten in Polen, de Baltische Staten en Rusland.

van der Chijs I, 1-9var.. ; Dbg.499var. ; vgl. Puister 2b ; vgl. Ilisch 21,19 R
zwaktes van de slag
fr/zfr

125,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - BRUNO III VAN BRUNSWIJK, 1038-1057 - Penning z.j., Leeuwarden

gewicht 0,61gr. ; zilver Ø 16mm.
Geslagen op naam van keizer Hendrik III (1046-1056)

vz. Portret van keizer Hendrik III met kruisscepter naar links binnen
een cirkel. In de buitencirkel de tekst; + HENRICVS (IMP)
kz. Balk gevormd uit twee horizontale geparelde lijnen met kogels aan de
uiteinden met daarbinnen de tekst;
BRVN, erboven TILV, eronder VERO

Leeuwarden was een van de belangrijkere Friese nederzettingen van die tijd en het was samen met nederzettingen als Dokkum, Bolsward en Stavoren een van de muntplaatsen. Leeuwarden is ontstaan op een aantal terpen en was via een inham van de Middelzee verbonden met de Noordzee. Het onderhield handelscontacten met andere handelsplaatsen zoals Lübeck en de Oostzeelanden. Na 1200 verzandde de Middelzee, waarmee een einde kwam aan haar strategische ligging en nog slechts een rol van regionale betekenis overbleef.

Nornaal tonen deze penningen het keizersportret naar rechts. Exemplaren
met het portret naar links komen nauwelijks voor en zijn uiterst zeldzaam.

van der Chijs - ; Dannenberg - (vgl. 502 = portret naar rechts) ;
Puister- (vgl. 2c = portret naar recht) ; Ilisch 21.15
RRR
Gebruikelijke slordige slag met zwaktes.
zfr-

375,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - EGBERT I VAN BRUNSWIJK (VAN MEISSEN), 1057-1068 - Penning z.j., Stavoren

gewicht 0,69gr. ; zilver Ø 18mm.

vz. Kruis met kogels in de hoeken binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst;  +EGBERTVS•
kz. Balk gevormd uit twee horizontale geparelde lijnen met kogels aan de
uiteinden met daarbinnen de tekst; NOTΛ, erboven STVΛ, eronder ERON

Egbert I werd rond 1036 geboren als tweede zoon van graaf Liudolf van Brunswijk en Gertrudis van Billung. Zij is een dochter van Egbert Billung, en een kleindochter van Egbert Eenoog. Van zijn vader erfde Egbert I, tezamen met zijn broer Bruno III, in 1038 het markgraafschap Brunswijk. In 1057 werd Egbert in één klap een belangrijke hoveling: een groep Saksische opstandelingen, onder leiding van Otto, de buitenechtelijke zoon van Bernard II van Brandenburg, probeerde in een hinderlaag de zesjarige Hendrik IV (keizer) en zijn moeder Agnes van Poitou (1024-1077) te vermoorden. Egbert en zijn broer Bruno III kwamen Hendrik en zijn moeder te hulp en wisten de aanval af te slaan. Bruno sneuvelde bij de gevechten en Egbert werd zwaargewond. Egbert genas en kreeg als beloning naast zijn eigen functies, ook de functies en bezittingen van zijn broer, waaronder het Graafschap Midden-Friesland. Hij werd vazal van de bisschop van Bremen. Ook trouwde hij in dat jaar de bijna twintig jaar oudere Irmengard van Susa, weduwe van Otto III van Zwaben, dochter van Manfred II Olderik van Turijn en een verwante van de keizerlijke familie. In 1058 nam Egbert deel aan de expeditie tegen graaf Floris I van Holland. Egbert was in 1062 één van de deelnemers aan de ontvoering van de minderjarige Hendrik IV, wat een coup was tegen het regentschap van diens moeder (de zogenaamde Staatsgreep van Kaiserswerth). Toen Hendrik in paniek van een schip in de Rijn sprong, is Egbert hem na gesprongen en heeft hem zo het leven gered. Na de politieke ondergang van bisschop Adelbert van Bremen in 1066, wist Egbert zijn Friese goederen aan diens leenheerschap te onttrekken. In 1067 werd hij beleend met markgraafschap Meißen. Egbert maakte tijdens het kerstfeest van 1067 te Goslar, met Hendrik plannen om te scheiden van Irmengard om te trouwen met de jonge en rijke Adela van Leuven. Egbert heeft nog een brief geschreven over zijn voornemen tot scheiding en is daarna aan een plotselinge koorts overleden. Hij werd opgevolgd door zijn negenjarige zoon Egbert II.

van der Chijs II ; Dannenberg 521a ; Ilisch 21.10.2 ; Puister 3e RR
Zeer zeldzaam munttype.
zfr

1.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - EGBERT II VAN BRUNSWIJK (VAN MEISSEN), 1068-1090 - Penning z.j., Bolsward

gewicht 0,48gr. ; zilver Ø 18mm.
Geslagen naar voorbeeld van de Simon-Judaspenning van Goslar, 
die geslagen werden op naam van Rooms-Koning Hendrik IV (1056-1084).

vz. Gekroond koningsportret (Hendrik IV) frontaal  binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; +ECBEISRTVS
kz. Bustes van Simon en Judas frontaal, daarboven kruis, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; +BODLISVVERT

Egbert II werd geboren als zoon van graaf Egbert I van Brunswijk en Irmengard van Susa. Toen zijn vader in 1068 overleed erfde hij diens bezittingen in Meissen, Friesland en Brunswijk. Hij huwde met Oda van Weimar-Orlamünde. Hun huwelijk bleef waarschijnlijk kinderloos. Daar Egbert ambities had om keizer van het Heilige Roomse Rijk te worden, nam hij de rol in van oppositieleider tegen keizer Hendrik IV, die tevens zijn leenheer en neef was. Dit was weinig succesvol en het graafschap Friesland werd hem meerdere malen ontnomen en ook weer teruggegeven. In 1088 was de maat voor Hendrik IV echter vol. De gouwen van Midden-Friesland werden Egbert voorgoed ontnomen en toegewezen aan de bisschop van Utrecht. Egbert werd vogelvrij verklaard en werd in 1090 om het leven gebracht.

van der Chijs III, 13var. ; vgl. Puister 4d ;
vgl. Dannenberg 531a ; Ilisch 22.7
RR
Zeer attractief exemplaar met goede details. Zeer zeldzaam. 
zfr/pr

895,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - EGBERT II VAN BRUNSWIJK (VAN MEISSEN), 1068-1090 - Penning z.j., Dokkum

gewicht 0,74gr. ; zilver Ø 18,5mm.

vz. Gekroond koningsportret (Hendrik IV) frontaal,
omringd door de tekst;  + EGBERTVS
kz. Bustes van Simon en Judas frontaal,daarboven kruis.
omringd door de tekst; +DOGGINGVN 

Egbert II werd geboren als zoon van graaf Egbert I van Brunswijk en Irmengard van Susa. Toen zijn vader in 1068 overleed erfde hij diens bezittingen in Meissen, Friesland en Brunswijk. Hij huwde met Oda van Weimar-Orlamünde. Hun huwelijk bleef waarschijnlijk kinderloos. Daar Egbert ambities had om keizer van het Heilige Roomse Rijk te worden, nam hij de rol in van oppositieleider tegen keizer Hendrik IV, die tevens zijn leenheer en neef was. Dit was weinig succesvol en het graafschap Friesland werd hem meerdere malen ontnomen en ook weer teruggegeven. In 1088 was de maat voor Hendrik IV echter vol. De gouwen van Midden-Friesland werden Egbert voorgoed ontnomen en toegewezen aan de bisschop van Utrecht. Egbert werd vogelvrij verklaard en werd in 1090 om het leven gebracht.

Geslagen naar voorbeeld van de Simon-Judaspenning van Goslar,
die geslagen werden op naam van Rooms-Koning Hendrik IV (1056-1084).

van der Chijs 3,2 ; Puister 4b ; Ilisch 22.5 ; Dannenberg 532 R
Prachtexemplaar met een attractief patina.
pr

850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - EGBERT II VAN BRUNSWIJK (VAN MEISSEN), 1068-1090 - Penning z.j., Stavoren

gewicht 0,73gr. ; zilver Ø 18mm.
Geslagen naar voorbeeld van de Simon-Judaspenning van Goslar, 
die geslagen werden op naam van Rooms-Koning Hendrik IV (1056-1084).

vz. Gekroond koningsportret (Hendrik IV) frontaal  binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst;+ VEGBERTVS
kz. Bustes van Simon en Judas frontaal,daarboven kruis, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst +STAVERONV

Egbert II werd geboren als zoon van graaf Egbert I van Brunswijk en Irmengard van Susa. Toen zijn vader in 1068 overleed erfde hij diens bezittingen in Meissen, Friesland en Brunswijk. Hij huwde met Oda van Weimar-Orlamünde. Hun huwelijk bleef waarschijnlijk kinderloos. Daar Egbert ambities had om keizer van het Heilige Roomse Rijk te worden, nam hij de rol in van oppositieleider tegen keizer Hendrik IV, die tevens zijn leenheer en neef was. Dit was weinig succesvol en het graafschap Friesland werd hem meerdere malen ontnomen en ook weer teruggegeven. In 1088 was de maat voor Hendrik IV echter vol. De gouwen van Midden-Friesland werden Egbert voorgoed ontnomen en toegewezen aan de bisschop van Utrecht. Egbert werd vogelvrij verklaard en werd in 1090 om het leven gebracht.

De geschiedenis van Stavoren (in het Fries ook Starum genoemd) gaat ver in de historie terug. Reeds zo′n 300 jaar voor Christus ontstond op deze locatie al een nederzetting, strategisch gelegen aan een waterloop. In de Frankische tijd was het de hoofdplaats van Zuidergo. In de 11e eeuw verkreeg Stavoren van de Brunonen stadsrechten, die tussen 1058 en 1068 door graaf Egbert de eerste met toestemming van keizer Hendrik V zijn verleend. Stavoren was destijds een belangrijke handelsstad. De grootschippers en kooplieden onderhielden belangrijke handelsrelaties met de landen rond de Oostzee. In 1285 werd Stavoren lid van de Hanze. De schippers uit Stavoren genoten bij passage van de Sont een oud voorrecht; bij de tolheffing werd aan hen voorrang verleend, wat een flinke tijdwinst opleverde. De schippers uit Friesland richten zich vooral op de graanhandel in het oostzeegebied en waren daarmee tevens van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van het graafschap Holland. Bij oorlogen tussen Holland en Friesland koos Stavoren dan ook dikwijls partij voor Holland, en in 1292 ontving het een Hollands stadsrecht van graaf Floris V van Holland. Bij de slag bij Warns, ook wel aangeduid als de slag bij Stavoren, koos Stavoren echter de Friese zijde. Aan het einde van de middeleeuwen raakte het stadje in verval. De haven verzandde en bij de graanhandel speelde Stavoren geen rol van betekenis meer. Op dit feit is het verhaal Het Vrouwtje van Stavoren gebaseerd. Na deze tijd van verval kwamen er in de 17e en 18e eeuw weer betere tijden met zeevaart naar verre landen. Maar in de 19e eeuw ging het stadje verder achteruit. Van de eens zo internationale haven bleef niet veel over.

van der Chijs 3, 11 ; Puister 4e ; Ilisch 22.1 ; Dannenberg 532 RR
Kleine zwakes van de slag. Mooi patina.  Zeer zeldzaam. 
zfr/pr

695,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP FRIESLAND - EGBERT II VAN BRUNSWIIJK (VAN MEISSEN), 1068-1090 - Penning z.j., onbekende muntplaats

gewicht 0,95gr. ; zilver Ø 17mm.
Geslagen naar voorbeeld van de Simon-Judaspenning van Goslar, 
die geslagen werden op naam van Rooms-Koning Hendrik IV (1056-1084).

vz. Gekroond koningsportret (Hendrik IV) frontaal binnen
een parelcirkel. In de buitencirkel een niet leesbare tekst.
kz. Bustes van Simon en Judas frontaal,daarboven kruis,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel een niet leesbare tekst.

Het betreft hier een eigentijdse imitatie/vervalsing uit een onduidelijk muntatelier. De munt is vervaardigd van laaggehaltig zilver en is aanmerkelijk zwaarder dan de officiële stukken. Hoogst interessant en zeer zeldzaam.

van der Chijs- ; vgl. Puister 4 ; vgl. Ilisch 22 RR
Grote zwaktes van de slag.
fr/zfr

235,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRIESLAND - STAD BOLSWARD - Stuiver of vlieger 1474

gewicht 2,11gr. ; zilver Ø 26mm.

vz. Dubbelkoppige adelaar binnen een parelcirkel. 
In de buitencirkel de tekst;  MONЄTA:NOVA:BOLSWЄRDЄN′
kz. Lang gevoet kruis met letter B in een ruitvormig hart.
In de buitencirkel de tekst; :ANNO - :DOMIN - ′M - CCCC - :LXXIIII

Wegens gebrek aan wereldlijk gezag namen diverse Friese steden in de 15
e eeuw het initiatief tot het slaan van stedelijke munten. Het betreft hier vooral navolgingen van de muntslag van de nabij gelegen stad Groningen, dat al sinds circa 1370 stedelijke munten sloeg. Het was Leeuwarden dat rond 1420 als eerste stedelijke munten liet vervaardigen, gevolg door Bolsward (ca.1455), Sneek (ca.1476) Franeker (ca.1485) en Workum (ca.1490). Van deze steden was alleen Leeuwarden begunstigd met een keizerlijk privilege, en daarmee was de muntslag in de overige steden feitelijk illegaal. Conform het Verdrag van Sneek (30 april 1498), werd Albrecht van Saksen namens het Rooms Duitse Rijk benoemd tot stadhouder van Friesland. Dit betekende een herstel van een krachtig landsbestuur en daarmee kwam een einde aan de Friese Vrijheid. De Friese stedelijke muntslag kwam daarmee ten einde.

van der Chijs IV, 6 ; Puister 2.007c ; Frey 154 ;
Stephanik 3108 ; Levinson III-66 (R4) 
RRR
Zwaktes van de slag. Uiterst zeldzaam.
fr+

1.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - KAREL V, 1528-1555 - Stuiver z.j. (1529-1535), Kampen

gewicht 2,40gr. ; zilver Ø 27mm.
muntmeester Maarten Nijekamer (1529-1531) of
Frank van Papenvelt (1532-1535)
muntteken kruis geplaatst over C

vz. Lang gevoet kruis met gespleten omgekrulde uiteinden geplaatst over
een vierpas binnen een parelcirkel met kleine cirkels tussen de bogen.
In het ruitvormige hart het gekroonde wapenschild van het Heilige Roomse Rijk.
In de buitencirkel de tekst; KAROL - D′xG′xRO′ - IMxZxH - ISxREX
kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild tussen twee Bourgondische
stokkenkruizen binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
DAxMICHIxVIRTVTExCONTRAxHOSTESxTVOS en kruis over C

Dit munttype behoort tot de eerste landsheerlijke munten van Overijssel die niet op naam van een bisschop is geslagen. Ze komen slechts sporadisch voor in collecties en de handel en zijn derhalve als zeer zeldzaam te beschouwen.

van der Chijs - ; van Gelder en Hoc 210-9 ; JMP.1914,pag.149 en
JMP 1949,pag.91 ; Vanhoudt  229.KA  
RR
Lichte zwaktes van de slag. 
fr/zfr

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Gouden reaal z.j. (1562-1565), Hasselt

gewicht 3,38gr. ; goud 750/1000 ; Ø 24,5mm.
muntmeester Floris Florisz.
muntteken kruis

vz. Gedrapeerde buste van Philips II met molensteenkraag
naar rechts, daaronder ✠, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MICHI•ADIVTOR
kz. Gekroond Oostenrijks-Spaans-Bourgondisch wapenschild,
omringd door de tekst; PHS•D•G•HISP•REX•D•TRS•ISSV✠

Het betreft hier het enige goudstuk dat onder Philips II voor Overijssel
is aangemunt. Er werden slechts 8.895 stuks van aangemunt. Zeer zeldzaam.

This is the only gold coin minted for Overijssel under Philip II.
Only 8,895 pieces were minted. Very rare.

Delmonte 1035 ; van Gelder & Hoc 207-17 ; van der Chijs XVIII, 2-3 ;
Vanhoudt 263.HS ; Vanhoudt/Saunders 1502 ; Friedberg 173
RR
kleine zwaktes van de slag
zfr

1.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - Philipsdaalder 1563, Hasselt

gewicht 33,63gr. ; zilver Ø 40,5mm.
muntmeester Floris Florisz.
muntteken kruis

vz. Geharnast en gedrapeerd borstbeeld van Philips II naar links, daaronder •15 + 63•,
omringd door de tekst; PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•D•TRS•ISSV
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op stokkenkruis, tussen twee
vuurijzers met afspattende vonken en aan de onderzijde de Orde van het Gulden Vlies
hangend, omringd door de tekst; DOMINVS•MIC - HI•ADIVTOR +

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Delmonte 49 ; van der Chijs XVIII, 6 ; van Gelder en Hoc 210-17b ;
CNM.2.38.3 ; Vanhoudt  267.HS ; Davenport 8514
R
Kleine zwaktes van de slag.
zfr-/zfr

695,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - Philipsdaalder 1580, Hasselt

gewicht 27,15gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeester Gerrit Jansz.
muntteken wapenschild van Hasselt

vz. Geharnast en gedrapeerd borstbeeld van Philips II naar links,
daaronder •15 schildje 80•, omringd door de tekst;
PHS:D:G:HISP Z REX•Do•TRS•ISSVL
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op Bourgondisch
stokkenkruis, tussen twee vuurijzers met afspattende vonken en aan de
onderzijde kleinood van de Orde van het Gulden Vlies hangend,
omringd door de tekst; •DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Dit munttype van de Bourgondische Nederlanden werd in 1557 ingevoerd met de officiële benaming van ′halve zilveren reaal′ , uitgegeven op koers van 35 stuiver, gelijk aan de halve gouden reaal. Later zou de koers oplopen tot 50 stuiver. In de volksmond stond dit munttype al spoedig bekend als Philipsdaalder. Vanaf 1562 werden ook de onderdelen ½, 1/5 , 1/10, 1/20 en 1/40 Philipsdaalder ingevoerd. Zeer zeldzaam.

Met een officieel voorgeschreven gewicht van 34,27gram is deze munt duidelijk te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op maar nooit ruim 7 gram, zoals in dit geval. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt. Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bij verdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.

Delmonte 50 ; Verkade 140.1 ; van Gelder en Hoc 210-17c ;
CNM.2.38.4 ; Vanhoudt 388.HS ; Davenport 8516
RR
licht gesnoeid exemplaar
fr/zfr

625,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - ½ Philipsdaalder 1562, Hasselt

gewicht 16,25gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester Floris Florisz.
muntteken kruis

vz. Geharnast en gedrapeerd borstbeeld van Philips II naar links,
daaronder •15 + 62•, omringd door de tekst;
PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•D•TRS•ISSV
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op stokkenkruis
tussen twee vuurijzers met afspattende vonken en aan de onderzijde
de Orde van het Gulden Vlies hangend, omringd door de tekst;
DOMINVS•MIC - HI•ADIVTOR +

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm (catholic) believer Philips II.

Van dit eerste jaar van de ½ philipsdaalder werden voor Overijssel waarschijnlijk maar weinig stuks aangemunt, het komt namelijk slechts sporadisch voor. Waarschijnlijk kwam de productie pas in 1563 serieus op gang, want dat jaartal komt wel regelmatig voor in de handel en collecties. Zeer zeldzaam.

Delmonte 81 ; van Gelder en Hoc 211-17a ; CNM.2.38.5 ;
van der Chijs- (vgl. XIX, 7) ; Vanhoudt  267.HS
RR
kleine zwaktes van de slag doch voor type een mooi exemplaar
zfr

895,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1563, Hasselt

gewicht 6,58gr. ; zilver Ø 30mm.
muntmeester Floris Florisz.
muntteken kruis (op beide zijden)

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar links, daaronder 15 ✠ 63,
omringd door de tekst; PHS•D•G•HISP•REX•D•TRS•ISSV
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op stokkenkruis,
tussen twee vlammende vuurijzers, omringd door de tekst;
• DOMINVS  MICHI  ADIVTOR ✠

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. 
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″.
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Het betreft hier de eerste 1/5 philipsdaalder voor Overijssel. Zeldzaam.

van der Chijs XIX, 9var. ; van Gelder en Hoc 212-17bb ; 
CNM.2.38.8 ; Vanhoudt  271.HS (R3) 
R
kleine zwaktes van de slag
zfr-

195,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1566, Hasselt

gewicht 5,75gr. ; zilver Ø 29mm.
muntteken kruis (van Hasselt)

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 15 kruis 66
PHS•D•G•HISP•Z•REX•D•TRS•ISSV
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op stokkenkruis,
tussen twee vlammende vuurijzers  DOMINVS - MIHI - ADIVTOR 

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. 
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ 
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

Deze munt is geslagen in het jaar van de befaamde ″beeldenstorm″, waarbij in het kader van godsdienstvrijheid door de Protestanten de interieurs van  Katholieke kerken en kloosters e.d. onherstelbaar werden vernield en waardevolle kunstschatten verder geroofd. De tolerantie waarvoor de Protestanten zo streden wisten zij niet op te brengen voor anders denkenden.

Na de vestiging van de Republiek zouden anders denkenden, zoals Joden, Katholieken en Atheïsten nog eeuwenlang achtergesteld worden in hun rechten. Anders dan in andere landen, zoals Spanje, Portugal en Frankrijk werden zij echter niet vervolgd. In die zin was de Republiek relatief een tolerante natie tegenover anders denken, maar zeker geen heilstaat. Ook de zogenaamde Joods-Christelijke traditie waarmee sommigen onwetenden thans wel eens met zekere trots menen te moeten spreken, is een gotspe. De Christelijke traditie heeft immers de Joden tot in de 20e eeuw altijd achtergesteld, gewantrouwd en gediscrimineerd. Een traditie waar men zich beter voor zou schamen dan prat op gaan…

van der Chijs 19,10 ; van Gelder en Hoc 212-17c ; CNM.2.38.9 ; Vanhoudt  271.HS
zwaktes van de slag en zeer minieme sporen van oxidatie
fr/zfr à zfr-

115,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1567, Hasselt

gewicht 5,66gr. ; zilver Ø 29mm.
muntteken kruis (van Hasselt)

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 15 kruis 67

•PHS•D•G•HISP•Z•REX•D•TRS•ISSV•
kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op stokkenkruis,
tussen twee vlammende vuurijzers  DOMINVS - MIHI - ADIVTOR

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II.

van der Chijs 19,11 ; van Gelder en Hoc 212-17c ; 
CNM.2.38.9 ; Vanhoudt  271.HS

fr/zfr-

110,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - Bourgondische kruisrijksdaalder 1567, Hasselt

gewicht 28,58gr. ; zilver Ø 40mm.
muntteken kruis
muntmeester Floris Florisz.

vz. Gekroond vuurijzer met vonken geplaatst op stokkenkruis,
omringd door de tekst; ✠ PHS•DEI•G•HISP•Z•REX•D•TRS•ISSV
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië omgeven door
keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
•DOMINVS•MI – HI•ADIVTOR•

Een jaars type / one years type.

De Philipsdaalder, die in 1557 was ingevoerd, was zwaarder en van hogere waarde dan de Duitse Taler, en sloot dus niet goed aan op het Duitse muntstelsel. Dit was voor de handel tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk niet handig. Daarom werd de Bourgondische kruisrijksdaalder in 1567 ingevoerd, op gelijk gewicht en gehalte als de Duitse taler. Vanaf dat moment werd de productie van Philipsdaalders stilgelegd. Mede vanwege de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden, waarin andere monetaire belangen gingen spelen, kwam de koninklijke regering van Philips II in 1571 terug op dit besluit. De aanmunting van de Philipsdaalders werd weer hervat en die van de Bourgondische kruisrijksdaalders gestaakt. In de periode van de onafhankelijke Staten en de Republiek heeft dit munttype nog korte periodes van aanmunting gekend (o.a. in 1580-1581, 1584-1585 en 1591-1593), maar daarna was het definitief voorbij. Ook Overijssel nam in 1567 deel een de introductie van de Bourgondische kruisrijksdaalder door aanmunting in dat jaar. Anders dan bij de andere provincies bleef het bij die eerste aanmunting en kreeg het geen vervolg in de volgende jaren. 

Delmonte 96 ; van Gelder & Hoc 240-17a ; van der Chijs XIX, 15 ;
CNM.2.38.14 ; Vanhoudt 290.HS ; Davenport 8517

zfr

395,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - PHILIPS II, 1555-1581 - Hollandse penning van 3 mijten z.j. (1562-1567), Hasselt

gewicht 0,49gr. ; biljoen Ø 14mm.
muntmeester Floris Florisz.
zonder muntteken

vz. Gekroonde letter P geflankeerd door III - M binnen een gladde cirkel.
In de buitencirkel de tekst; D:G•HISP•REX•DO•TRS•ISSVLx
kz. Gekroond wapenschild met klimmende Hollandse leeuw,
omringd door de tekst; DNS•MICHI•ADIVTOR

Overijssel is het enige gewest waarbij de waardeaanduiding van de Hollandse penning op de munt wordt aangegeven in Vlaamse mijten, namelijk 3 mijt. (1 stuiver = 16 hollandse penningen = 48 vlaamse mijten).

De oorsprong van de Hollandse penning voert terug tot de 12e eeuw, toen Hollandse graven verzwakte zilveren penningen lieten slaan conform het Karolingische muntsysteem. Na circa 1340 verloor de munt, mede vanwege diens ontwaarding, zijn zelfstandige plaats in het muntsysteem en werd de Hollandse penning, kortweg “Hollandse”, een onderdeel van de groot (1 groot = 8 Hollandsen). Ook in de overige Noord-Nederlandse gewesten vond de benaming “Hollandse” voor de 1/8 groot ingang. Munten van deze waarden werden tot ver in de 16e eeuw in Holland en elders geslagen; in 1521 op een gewicht van 0,57 gr. en met een zilvergehalte van 0,140. Ook onder Philips II werden in de jaren 1561-1576 nog Hollandse penningen geslagen op een gewicht van 0,57gr. en een verder verlaagd zilvergehalte van 0,080. Dit vond plaats in de gewesten Holland, Gelderland, Utrecht en Overijssel. In de latere 16e eeuw werden ook nog op bescheiden schaal Hollandse penningen geslagen van volledig koper. Als rekeneenheid van 1/16 stuiver werd de penning (afgekort p. of d.) tot in de 18e eeuw in boekhoudingen gebruikt.

van der Chijs XIX, 14 ; van Gelder & Hoc 228-17 ;
CNM.2.83.13 ; Vanhoudt 279.HS
R
Kleine zwaktes van de slag maar voor dit munttype een mooi exemplaar.
Zeldzaam.
zfr-

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - STATEN VAN OVERIJSSEL, 1577-1579 - ½ Statendaalder 1578, Hasselt

gewicht 14,98gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester Gerrit Jansz.
muntteken wapenschildje van Hasselt

vz. Halflang lichaam van gekroonde Philips II met scepter
naar links, het Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild voor
zich houdend, binnen een parelcircel, omringd door de tekst;
xPHSxDxGxHISP Z REX•DO′xTRS′xISSV - L′
kz. Kruis gevormd uit vier gekroonde PH-monogrammen geflankeerd
door 16 - S, letter S in het hart, binnen een parelcirkel, omringd door
de tekst; xPACExETxIVSTITIAx 15 wapenschild Hasselt 78

Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van nieuwe uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens landsheerlijke macht niet meer. Zijn persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). 

De muntslag van de Staten,  zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. In December 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Philips II.

Lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een bijzonder
mooi exemplaar met een attractief patina. Zeer zeldzaam.

Struck with some weaknesses, but for the type a particular
attractive specimen with attractive toning. Ver rare.

Delmonte 126 (R2) ; van Gelder & Hoc 246-17 ; Verkade 140.4 ;
HNPM.10 ; CNM.2.38.20 (dit exemplaar afgebeeld) ;
Vanhoudt 375.HS (R2)
RR
zfr/pr

4.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID OVERIJSSEL - STATEN VAN OVERIJSSEL, 1577-1579 - Statenoord z.j. (1578-1579), Hasselt

gewicht 6,20gr. ; koper Ø 27mm.
muntmeester Gerrit Jansz.
muntteken stadsschildje van Hasselt

vz. Buste van Philips II naar links binnen een gladde cirkel,
daaronder stadsschildje van Hasselt,
omringd door de tekst;
PHS•D•G•HISP Z•REX•DO•TRS•ISSVL′

kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië omhangen met de
keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst;
•PACE • ET •  -  IVSTITIA •

Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van uniforme munten. Naast zilverstukken, die belangrijk boven intrinsieke waarde werden uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje, besloot men ook tot aanmunting van kopergeld. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens persoonlijke devies “DOMINVS MIHI ADVITOR” (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus “PACE ET IVSTITIA” (vrede en rechtvaardigheid). Schaars.

van Gelder & Hoc 252-17 ; Verkade 144.2 ; CNM.2.83.23 ;
Vanhoudt 381.HS ; Purmer & van der Wiel 7013 S
Voor dit munttype een net exemplaar.

zfr/zfr-

175,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - Goudgulden 1546, Deventer

gewicht 3,14gr. ; goud Ø 24mm. 

vz. Rijksappel binnen driepas  + KAROLVS.ROMANO.IMPER.1546
kz. Wapenschilden van de rijkssteden Deventer, Kampen en Zwolle om
een driehoek gerangschikt, een ster binnen de driehoek, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; +MON.NO.TRIV.CIVT.IMPERIA.D.C.Z

Ongepubliceerde variant met CIVT i.p.v. CIVIT.

Delmonte 1074(R3) ; van der Chijs 3,4var. ;
vgl. Fortuyn Drooglever 32b ; Friedberg 27
RRR
Op de voorzijde lichte muntplaat oneffenheden in het veld.
Uiterst zeldzame variant.
zfr

1.895,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder z.j. (1538-1542), Deventer

gewicht 28,81gr. ; zilver Ø 41mm.
Willem van Vierssen
muntmeesterteken klaverblad

vz. Gekroond borstbeeld van Karel V naar rechts met zwaard in
rechterhand en rijksappel in linker, daarboven de tekst; CA -RO′x
RO - MA′xIMPERx, binnen een cirkel, omringd door de tekst;
MO′xNO′xTRIVMxCIVITATVMxIMPERIALIVM en klaverblad
kz. De wapenschilden der drie steden, door drie ringen aan elkaar
geketend, binnen een parel- en kabelcirkel, omringd door de tekst;
✠ DAVENTRIE✠CAMPENSIS✠ZWOLLENSIS

Delmonte 670 ; van der Chijs V, 16 ; 
Fortuyn Drooglever 29a ; Davenport 8530
RR
zeer zeldzaam munttype
zfr

3.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder z.j. (1538-1542), Deventer

gewicht 28,61gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeesterteken klaverblad

vz. Gekroond borstbeeld van Karel V naar rechts met zwaard in rechterhand
en rijksappel in linker, daaromheen de tekst CAR - OL′•ROM - ANO:IMPERA,
binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; MO•NO•TRIVM•CIVITATVM•
IMPERIALIVM en klaverblad
kz. De wapenschilden der drie rijkssteden, door drie ringen aan elkaar
geketend, binnen een parel- en kabelcirkel, omringd door de tekst;
✠ DAVENTRIE✠CAMPENSIS✠ZWOLLENSIS

Delmonte 670 ; vgl. van der Chijs V, 18 ;
vgl. Fortuyn Drooglever 29d ; Davenport 8530
RR
Enkele lichte krasjes op de keerzijde. Zeer zeldzaam munttype.
zfr-

2.650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder z.j. (1554), Deventer

gewicht 28,81gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Willem van Vierssen 
muntmeesterteken klaverblad

vz. Gekroond borstbeeld van Karel V naar rechts met zwaard in rechterhand 
en rijksappel in linker, binnen een gladde en geparelde cirkel, omringd door
de tekst; MO′xNO′xTRIVMxCIVITATVMxIMPERIALIVM en klaverblad
kz. De wapenschilden der drie rijkssteden, door drie ringen aan elkaar
geketend, binnen een gladde en geparelde cirkel, omringd door de tekst;
✠ DAVENTRIE✠CAMPENSIS✠ZWOLLENSIS

Delmonte 671 ; van der Chijs V, 19 ; Fortuyn Drooglever 34a ;
Davenport 8532
RR
Lichte zwakte van de slag op voorzijde, doch een zeer mooie keerzijde.
Zeer zeldzaam munttype.
zfr/pr-

2.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder z.j. (1554), Deventer

gewicht 24,57gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeester Willem van Vierssen 
muntmeesterteken klaverblad

vz. Gekroond borstbeeld van Karel V naar rechts met zwaard in rechterhand 
en rijksappel in linker, binnen een gladde en geparelde cirkel, omringd door
de tekst; MO′xNO′xTRIVMxCIVITATVMxIMPERIALIVM en klaverblad
kz. De wapenschilden der drie rijkssteden, door drie ringen aan elkaar
geketend, binnen een gladde en geparelde cirkel, omringd door de tekst;
✠ DAVENTRIE✠CAMPENSIS✠ZWOLLENSIS

Met een officieel voorgeschreven gewicht van 29,34 gram is deze munt duidelijk te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op. Uitgaande van de kwaliteit van deze munt kan dit echter nooit bijna 4 gram zijn geweest, zoals in dit geval. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt.

Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bij verdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.

Delmonte 671 ; van der Chijs V, 19 ; Fortuyn Drooglever 34a ;
Davenport 8532
RR
Licht gesnoeid exemplaar en zwakte van de slag. Mooie keerzijde.
Zeer zeldzaam munttype.
zfr-/zfr

1.295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder 1555, Deventer

gewicht 28,30gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Balthasar Wijntgens sr.
muntmeesterteken drie sterren

vz. Geharnast en gekroond borstbeeld van keizer Karel V naar rechts, 
zwaard in rechterhand en rijksappel in linkerhand, binnen een dubbelgelijnde cirkel,
omringd door de tekst; ⁎MONE⁑NO⁑TRIVM⁑CIVITA⁑IMPERIALIVM⁎•
kz. De wapenschilden der drie rijkssteden, door drie ringen aan elkaar
geketend, binnen een gladde en geparelde cirkel, omringd door de tekst;
⁑DAVENTRIE⁑CAMPENSIS⁑ZWOLLENSIS

Delmonte 673 ; van der Chijs XXI, 2var. ;
Fortuyn Drooglever 38 ; Davenport 8534
R
Kleine zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr

950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - Karolusdaalder 1555, Deventer

gewicht 28,27gr. ; zilver Ø 42mm.
muntmeester Balthasar Wijntgens Sr.
muntmeesterteken drie sterren

vz. Geharnast en gekroond borstbeeld van keizer Karel V naar rechts, 
zwaard in rechterhand en rijksappel in linkerhand, binnen een dubbelgelijnde cirkel.
In de buitencirkel de tekst; *MONE⁑NO⁑TRIVM⁑CIVITA⁑IMPERIALIVM⁑  **
kz. Wapens der drie rijkssteden, aan elkaar geketend, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; +DAVENTRIENSIS⁑CAMPENSIS⁑ZWOLLENSIS⁑

Delmonte 673 ; van der Chijs XXI, 2var. ;
Fortuyn Drooglever 38d ; Davenport 8534
R
Kleine zwaktes van de slag. Zeldzaam.
zfr-

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - ½ Karolusdaalder 1555, Deventer

gewicht 13,91gr. ; zilver Ø 34mm.
muntmeester Balthasar Wijntgens Sr.
muntmeesterteken granaatappel

vz. Geharnast en gekroond borstbeeld van keizer Karel V naar rechts, 
zwaard in rechterhand en rijksappel in linkerhand, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; MONE⁑NO⁑TRIVM⁑CIVITATVM⁑
IMPERIALIVM⁑ en granaatappel
kz. Wapens der drie rijkssteden, aan elkaar geketend, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; DAVENTRIE⁑CAMPENSIS⁑ZWOLLENSIS⁑

Delmonte 674 ; van der Chijs VI, 38 ; Fortuyn Drooglever 40c RR
Kleine muntplaatoneffenheid. Zeer zeldzaam.
zfr-/zfr

1.050,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - KAREL V, 1519-1556 - ½ Karolusdaalder 1555, Deventer

gewicht 14,08gr. ; zilver Ø 34mm.
muntmeester Balthasar Wijntgens Sr.
muntmeesterteken granaatappel

vz. Geharnast en gekroond borstbeeld van keizer Karel V naar rechts, 
zwaard in rechterhand en rijksappel in linkerhand, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; MONE⁑NO⁑TRIVM⁑CIVITATVM⁑
IMPERIALIVM en granaatappel
kz. Wapens der drie rijkssteden, aan elkaar geketend, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; DAVENTRIE⁑CAMPENSIS⁑ZWOLLENSIS⁑

Delmonte 674 ; van der Chijs VI, 38var. ; vgl. Fortuyn Drooglever 40c RR
Lichte zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam.
zfr-

975,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE- KAREL V, 1519-1556 - Drieplakken 1556, Deventer

gewicht 0,79gr. ; biljoen Ø 18mm.

vz. De wapenschilden van Deventer, Kampen en Zwolle om
een driehoek gerangschikt, de waarde aanduiding 3 binnen
de driehoek, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
DAVENTR♣CAMPEN♣ZWOLLE♣
kz. Lang gelelied kruis geplaats over een parelcirkel,
waarde aanduiding 3 in het opengewerkte ruitvormig hart,
een roosje in elk kwartier, omringd door de tekst;
TRIVM - CIVIT - A•IMP - ERI ° 56

van der Chijs IX,65 ; Fortuyn Drooglever 42c ; CNM.2.13.21
kleine zwaktes van de slag
zfr

110,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - MAXIMILIAN II, 1564-1576 - Arendsrijksdaalder 1567, Deventer

gewicht 29,02gr. ; zilver Ø 42mm.
muntmeester Balthasar Wijntgens sr.

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel
op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
MAXIMI′⋆II′⋆IMPE′⋆AVGVS′⋆P′⋆F′⋆DECRETO
kz. De gehelmde wapenschilden van Kampen, Deventer en Zwolle naast elkaar
gerangschikt, daaronder 15 - 67, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; 
TRIVM⋆CIVI′⋆IMPE′⋆DAVEN′⋆CAMPE′⋆ZWOL′

Eerste jaar van dit munttype. In de jaren 1567-1569 werden slechts 90.440 stuks 
rijksdaalders (inclusief 1/2 rijksdaalders) aangemunt. Zeldzaam.

Delmonte 676 ; van der Chijs VII, 39 ; Fortuyn Drooglever 57 ; 
CNM.2.13.4 ; Davenport 8537
R
kleine zwaktes van de slag
zfr

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - MAXIMILIAN II, 1564-1576 - Arendsrijksdaalder 1568, Deventer

gewicht 28,76gr. ; zilver Ø 41mm. 
muntmeester Balthasar Wijntgens Sr.
interpunctie vijpuntige ster (Deventer)

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel
op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
MAXIMI′⋆II′⋆IMPE′⋆AVGVS′⋆P′⋆F′⋆DECRETO
kz. De gehelmde wapenschilden van Kampen, Deventer en Zwolle naast elkaar
gerangschikt, daaronder 15 - 68, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; 
TRIVM′⋆CIVI′⋆IMPE′⋆DAVEN′⋆CAMPE′⋆ZWOL′

Deze munt werd geslagen in het jaar van het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In de jaren 1567-1569 werden slechts 90.440 stuks rijksdaalders (inclusief 1/2 rijksdaalders) aangemunt. Zeldzaam.

Delmonte 676 ; van der Chijs - (vgl. VII, 39) ; Fortuyn Drooglever 60 ; 
CNM.2.13.4 ; Davenport 8537
R
kleine zwaktes van de slag
zfr

595,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - MAXIMILIAN II, 1564-1576 - Arendsrijksdaalder 1570, Deventer

gewicht 28,99gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Balthasar Wijntgens sr.
interpunctie vijfpuntige ster (Deventer)

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel
op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
MAXIMI′⋆II′⋆IMPE′⋆AVGVS′⋆P′⋆F′⋆DECRETO
kz. De gehelmde wapenschilden van Kampen, Deventer en Zwolle naast
elkaar gerangschikt, daaronder 15 - 70, binnen een parelcirkel, omringd
door de tekst; TRIVM′⋆CIVI′⋆IMPE′⋆DAVEN′⋆CAMPEN′⋆ZWOL′

In de jaren 1570-1578 werden slechts 84.855 stuks rijksdaalders aangemunt,
de ½ rijksdaalders inbegrepen. Zeer zeldzaam.

Delmonte 676 ; van der Chijs VII, 40 ; Fortuyn Drooglever 65 ; 
CNM.2.13.4 ; Davenport 8537
RR
kleine zwaktes van de slag
zfr

950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - MAXIMILIAN II, 1564-1576 - Plak 1575, Deventer

gewicht 0,36gr. ; biljoen Ø 17mm.
van der Chijs 11,21 ; Fortuyn Drooglever 69 ; CNM.2.13.22 RR
licht slagbarstje
fr à fr+

75,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - RUDOLF II, 1576-1612 - Arendsrijksdaalder 1577, Deventer

gewicht 28,96gr. ; zilver Ø 40,5mm.

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel op de borst binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; RODOL′*II′*D′*G′*ELEC′*RO′*IMPE′*SEM′*AVGV′
kz. De naast elkaar geplaatste wapens der drie steden, aan linten hangend aan
erboven geplaatste gekroonde helmen binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
TRIVM*CIVI*IMPE*DAVEN′*CAMPEN*ZWOL

In het jaar 1577 werden aanvankelijk nog Arendsrijksdaalders geslagen op naam van de overleden keizer Maximiliaan II. In de loop van het jaar werd dit veranderd, en werden de arendsrijksdaalder geslagen op naam van de nieuwe keizer Rudolf II. Deze laatste stukken zijn aanzienlijk zeldzamer dan de stukken van Maximiliaan II en zullen waarschijnlijk maar op zeer kleine schaal zijn aangemunt. De totale productie van arendsrijksdaalder  in de jaren 1570-1578 bedroeg slechts 84.855 stuks (incl.1/2 arendsrijksdaalder). Hoogst zeldzaam.

Delmonte 680 ; Fortuyn Drooglever 72 ; HNPM.4 ;
CNM.2.13.5 ; Davenport 8539
RRR

zfr

2.850,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - RUDOLF II, 1576-1612 - Plak, stuiter of stuiver 1577, Deventer

gewicht 2,59gr. ; zilver Ø 28mm.

vz. Wapenschild met de wapens der drie steden aan elkaar geketend, 
klaverblaadjes ter weerszijden., rijksappel en 1577 erboven, 
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; 
MO*NO*TRI*CI*IM*DAV*CAM*ZWO′
kz. Lang gevoet kruis met gekroond wapen met rijksadelaar in het centrum. 
In de buitencirkel de tekst; RODOL - II*D*GR - ELE′*RO - IMPER

Dit munttype werd maar een jaar aangemunt. Zeldzaam.

Verkade 146.4 ; Fortuyn Drooglever 73 ; HNPM.10 ; 
CNM.2.13.20
R
kleine zwaktes van de slag
zfr

375,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - KONINKLIJKE MUNTSTAD DEVENTER - HENDRIK II ALS ROOMS-KONING, 1002-1014 - Penning z.j. (circa 1002-1014)

gewicht 1,08gr. ; zilver Ø 16mm.

vz. REX binnen gladde cirkel. In de buitencirkel een verbasterde tekst;
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel een verbasterde tekst.

Hendrik II werd geboren op 6 mei 973 te Bad Abbach, als zoon van hertog Hendrik II van Beieren en Gisela van Bourgondië. Hij was een lid van de adellijke familie van de Ottonen. Hij was als Hendrik IV van 995 tot 1004 en van 1009 tot 1017 hertog van Beieren; als Hendrik II was hij van 1002 tot 1024 koning van het Oost-Frankische Rijk (regnum Francorum Orientalium) en van 1004 tot 1024 koning van Italië en vanaf 1014 Rooms-Duits keizer. De heerschappij van Hendrik II wordt gezien als een periode van sterk centrale gezag over het hele Rijk. Hij consolideerde zijn macht door het ontwikkelen en onderhouden van persoonlijke en politieke banden met de katholieke kerk. Hij breidde de gewoonte van de Ottonen uit om geestelijken als tegengewicht te gebruiken tegenover de seculiere edelen sterk uit. Door middel van donaties aan de kerk en de oprichting van nieuwe bisdommen zoals bijvoorbeeld Bamberg, versterkte hij het keizerlijke gezag over het Rijk en kreeg hij als keizer meer controle over kerkelijke zaken. Hij benadrukte dienstbaarheid aan de Kerk en bevorderde monastieke hervormingen. Hendrik was zeer vroom en beijverde zich tot aan zijn dood op 13 juli 1024 om vrede te stichten en de kerk tot ontwikkeling te brengen. Om die reden werd hij in 1146 heilig verklaard. Zijn feestdag is op 13 juli en hij is beschermheilige van de bisdommen Bamberg en Bazel, van de kinderloze paren (Hendrik was kinderloos) , van de koningen en hertogen en van de gehandicapten (Hendrik kreeg op latere leeftijd verlammingsverschijnselen).

Dannenberg schreef dit munttype toe aan Verdun, maar op stilistische gronden
en vondstgegevens is die toeschrijving achterhaald (zie Ilisch pag.23-24).

van der Chijs - ; Fortuyn Drooglever - ; Slg. Giesen 188 ;
vgl. Dannenberg 91a (Verdun) ; Ilisch 1.5
R
Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch een voor dit
munttype bijzonder mooi exemplaar. Zeldzaam.
zfr/pr

425,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - KONINKLIJKE MUNTSTAD DEVENTER - HENDRIK II als Rooms-Koning, 1002-1014 - Penning z.j. (circa 1010-1014)

gewicht 1,10gr. ; zilver Ø 18mm.

vz. A Φ, daarboven Δ, eronder liggende S binnen een cirkel,
rondom te tekst HENRICVS (deels leesbaar)
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een cirkel,
rondom te tekst DΛVENTRIA (deel leesbaar)

Op deze munt wordt geen titel (REX) van Hendrik vermeld. Op basis van muntvondsten (o.a. Kootwijk), moet het gedateerd worden in de latere periode van zijn koningschap. Dit munttype is slechts korte periode aangemunt en is zeer zeldzaam.

van der Chijs XVI, 1 ; Dannenberg 562 ; Fortuyn Drooglever 7 ; Ilisch 1.7  RR
Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar.
zfr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - KONINKLIJKE MUNTSTAD DEVENTER - HENDRIK II ALS ROOMS-KEIZER, 1014-1024 - Penning z.j. (circa 1014-1024)

gewicht 1,07gr. ; zilver Ø 18mm.

vz. Hand van God reikt uit de hemel, daarnaast RE - X, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst HEINRICV•IMPERATO (deels leesbaar)
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een cirkel,
rondom te tekst DΛVENTRIA (deel leesbaar)

Deze penning stond ook wel bekend als ′tolpenning′

van der Chijs XVI, 5 ; Dannenberg 563 ; Fortuyn Drooglever 8 ; Ilisch 1.8
Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch een voor dit munttype
uitzonderlijk mooi exemplaar met scherpe details.
zfr/pr à pr-

375,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - KONINKLIJKE MUNTSTAD DEVENTER - HENDRIK II ALS ROOMS-DUITS KEIZER, 1014-1024 - Penning z.j.

gewicht 1,09gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Hand van God reikt uit de hemel, daarnaast RE - X, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst HEINRICV•IMPERATO (fragmentarisch leesbaar)
kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een cirkel,
rondom te tekst DΛVENTRIA (fragmentarisch leesbaar)

Deze penning stond ook wel bekend als ′tolpenning′. De opschriften op deze munten zijn vaak (sterk) verbasterd. Slechts zelden wordt de correcte tekst weergegeven.

van der Chijs XVI, 5 ; Dannenberg 563 ; Fortuyn Drooglever 8 ; Ilisch 1.8
Gebruikelijke zwaktes van de slag.
fr/zfr

125,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - KONINKLIJKE MUNTSTAD DEVENTER - KOENRAAD II, 1024-1039 - Penning z.j. (1027-1039)

gewicht 1,23gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Gekroond en bebaard portret frontaal binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel verbasterde tekst.
kz. Kort kruis binnen een parelcirkel met kogels in de hoeken.
In de buitencirkel verbasterde tekst; ✠ DVΛV….RЄ  
(verbastering van DΛVENTRIA)

Koenraad werd rond 990 geboren als zoon van hendrik van Spiers en Adelheid van Elzas. In 1024 werd hij verkozen tot koning van het Rooms Duitse Rijk, en in 1027 zelfs tot keizer. Hij claimde een nazaat te zijn van keizer Karel de Grote. Hij liet in zijn palts te Nijmegen de Nicolaaskapel bouwen,die thans nog steeds te bezichtigen is. Hij overleed op 4 juni 1039 te Utrecht. Zijn ingewanden werden bijgezet in de Dom van Utrecht en waarschijnlijk is ter ere daarvan het bekende kerkenkruis gebouwd (de Domkerk in het centrum en daaromheen de Pieterskerk, de Paulusabdij, de Mariakerk en de Janskerk). Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de Dom van Spiers. 

Al onder Otto III ((983-996) werd een vergelijkbaar type geslagen, zij het met een meer rond gevormd portret. De muntslag van Deventer was in die tijd zeer slordig. Opschriften zijn meestal sterk verbasterd en door zwaktes van de slag altijd maar deels leesbaar.

van der Chijs XVI, 4-6var. ; Dannenberg 566 ;
Fortuyn Drooglever 13 ; Ilisch 1.11
R
Gebruikelijke zwaktes van de slag. Goed portret. Zeldzaam.
zfr/pr à zfr+

595,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - KONINKLIJKE MUNTSTAD DEVENTER - KOENRAAD II, 1024-1039 - Penning z.j. (1027-1039)

gewicht 1,13gr. ; zilver Ø 19mm.

vz. Gekroond en bebaard portret frontaal binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel verbasterde tekst.
kz. Kort kruis binnen een parelcirkel met kogels in de hoeken.
In de buitencirkel verbasterde tekst.

Koenraad werd rond 990 geboren als zoon van hendrik van Spiers en Adelheid van Elzas. In 1024 werd hij verkozen tot koning van het Rooms Duitse Rijk, en in 1027 zelfs tot keizer. Hij claimde een nazaat te zijn van keizer Karel de Grote. Hij liet in zijn palts te Nijmegen de Nicolaaskapel bouwen,die thans nog steeds te bezichtigen is. Hij overleed op 4 juni 1039 te Utrecht. Zijn ingewanden werden bijgezet in de Dom van Utrecht en waarschijnlijk is ter ere daarvan het bekende kerkenkruis gebouwd (de Domkerk in het centrum en daaromheen de Pieterskerk, de Paulusabdij, de Mariakerk en de Janskerk). Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de Dom van Spiers.

Al onder Otto III ((983-996) werd een vergelijkbaar type geslagen, zij het met een meer rond gevormd portret. De muntslag van Deventer was in die tijd zeer slordig. Opschriften zijn meestal sterk verbasterd en door zwaktes van de slag altijd maar deels leesbaar.

van der Chijs XVI, 4-6var. ; Dannenberg 566 ;
Fortuyn Drooglever 13 ; Ilisch 1.11
R
Gebruikelijke zwaktes van de slag. Zeldzaam.
fr/zfr à zfr-

325,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - Witpenning, Weveler of Sengher 1470

gewicht 1,76gr. ; zilver Ø 26mm.
muntmeester Arent Wevell

vz. Wapenschild van Deventer binnen een gelijnde en geparelde cirkel,
daaronder schuinliggend wapenschildje van het Oversticht.
In de buitencirkel: MONЄTA•NOVA - DЄ•DAVЄNTRIA
kz. Lang gevoet kruis geplaats over een geparelde en gelijnde cirkel
met in het hart het Wapenschild van Bourgondië en klein cirkeltje in
iedere kwadrant. In de buitencirkel ANNO - DOMIN - M•CCC - CLXX

Op de deventer jagers, witpenningen en halve witpenningen die in de periode 1466-1474 werden aangemunt zien we steeds de afbeelding van het wapentje van het Oversticht en het Bourgondische wapenschild. Mogelijk was het plaatsen van het Bourgondisch wapenschild bedoeld om de officiële muntheer, David van Bourgondië, gunstig te stemmen. De baten van deze muntslag kwamen echter ten goede van de stad Deventer en de naam van de bisschop wordt niet op de munten vermeld. Van der Chijs beschouwde deze munten nog als bisschoppelijk, maar dat is onjuist. Het gaat hier duidelijk om stedelijke muntslag. “Witpenning” (Weisspfennig) of Albus was in die tijd in oostelijk Nederland en het Duitse Rijnland een vrij algemene benaming voor munten met een tamelijk hoog zilvergehalte. Het refereerde aan de lichte kleur van de muntstukken. De latijnse benaming luidde voluit “denarius albus” ofwel “witte penning”. Dit zei evenwel nog helemaal niets over de waarde die zo′n munt in die tijd vertegenwoordigde. Daarvoor moeten we kijken in eigentijdse rekeningen. De witpenningen worden in de rekeningen van die tijd aangeduid als Weveler, duidelijke refererend aan de stedelijke muntmeester en geldwisselaar Arent Wevell, die verantwoordelijk was voor deze muntslag. In latere rekeningen zien we ook de benaming Sengher vermeld voor de Deventer witpenning. Met het staken van deze stedelijke muntslag in 1474 was het de bisschop van Utrecht die de aanmunting van jagers, witpenningen en halve witpenningen voortzette. Ditmaal niet geslagen in Deventer maar in de bisschoppelijke residentiestad Wijk bij Duurstede. Zeldzaam.

van der Chijs XXIX, 1 ; Fortuyn Drooglever 20 ; Frey 136 ;
de Mey (Utrecht), 296 ; Stephanik 1844 ; Levinson III, 50
R
lichte randschade
fr/zfr à fr+

250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER – ½ Plak 1466

gewicht 0,35gr. ; biljoen Ø 15mm.

vz. Arend van Deventer binnen een parelcirkel, daaronder het wapenschildje
van het Oversticht. In de buitencirkel de tekst; ✠MONЄ′⋆NOVA - DЄ⋆DAVЄN
kz. Kort gevoet kruis binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
ANNO⋆DNI′⋆M⋆CCCC⋆LXVI

van der Chijs XIII, 1 ; Fortuyn Drooglever 14 ; Frey 115 ; Levinson III-43 (R3/R4) RRR
Lichte zwaktes van de slag. Uiterst zeldzame denominatie.
fr/zfr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - ANONIEM (PERIODE FREDERIK III,1440-1493) - Braemsche z.j. (circa 1466-1478)

gewicht 0,47gr. ; koper/biljoen Ø 14,5mm.
vz. Arend van Deventer frontaal, kop naar recht
kz. Incusum van voorzijde

Deze braemschen waren navolgingen van de Duitse brakteaten, die ook in het oosten
van de Nederlanden circuleerden. Het zijn de kleinste munteenheden van die tijd.

van der Chijs- ; Fortuyn Drooglever- ;
JMP.100, Pannekeet/Cruysheer  D.05 
RR
zfr-

160,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - ANONIEM (PERIODE FREDERIK III,1440-1493) - Braemsche z.j. (circa 1479-1488)

gewicht 0,19gr. ; koper/biljoen Ø 14mm.

vz. Arend frontaal, kop naar links, met voor zich het wapenschild van het Oversticht
kz. Incusum van voorzijde

Deze braemsche wijkt af van de bekende exemplaren. Zo is het stempel veel zorgvuldiger van stijl en is het gewicht opmerkelijk gering. De meeste exemplaren wegen tussen de 0,35 en 0,50 gram. Dit exemplaar zit dus qua gewicht ongeveer op de helft van het gebruikelijk gewicht. Wellicht betreft het hier een proefafslag of een onbekende denominatie. Hoogst zeldzaam.

vgl.van der Chijs 11,14 ; vgl.Fortuyn Drooglever 9 ;
JMP.100, Pannekeet/Cruysheer D.19 (=dit exemplaar)
RRR

pr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - MAXIMILIAAN I ALS ROOMS-KONING, 1486-1493 - Lebuïnusgoudgulden z.j. (1492)

gewicht 3,20gr. ; goud Ø 23,5mm.

vz. Sint Lebuïnus zittend frontaal op Gothische zetel met kruisstaf met
vaan en boek der Evangeliën, daaronder wapenschildje van Deventer, binnen
een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; *MON*DЄ*DAV – ЄNTRIA*
kz. Rijksappel binnen een driepas binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst;  + MAXIMILIAN′*ROMANORV′*RЄX

Aan het eind van de 15e eeuw werden er in Deventer voor het eerst stedelijke goudguldens geslagen. Voor het eerst rond 1486/1487 toen Lebuïnusgoudguldens werden geslagen zonder jaartal. Daarna volgden twee emissies in 1488 en 1492 (dit exemplaar) . De goudgulden van 1488 is het enige gedateerde stuk, de twee andere stukken zijn geslagen zonder jaartal. De laatste emissie van 1492 is verreweg de zeldzaamste van de drie. Daar waar de stukken van keizer Frederik III (zonder jaar en 1488) nog met enige regelmaat voorkomen, zien we de stukken van Rooms-Koning Maximiliaan nauwelijks in de handel of collecties. Delmonte kende van dit type slechts 2 exemplaren (collectie K.P.K. te ′s Gravenhage en de private collectie van H.K.Berghuys). Hoogst zeldzaam.

Dankzij zijn handige huwelijkspolitiek kwamen de Bourgondische Nederlanden uiteindelijk in Habsburgse handen. Zo wist keizer Frederik III van Habsburg voor zijn zoon Maximiliaan een huwelijk te arrangeren met Maria van Bourgondië. Uit hun huwelijk werd o.a. Philips de Schone geboren, die wettig erfgenaam was van de Bourgondische Nederlanden toen Maria reeds in 1482 overleed. Omdat Philips toen pas 4 jaar oud was, trad zijn vader Maximiliaan op als regent tot aan zijn meerderjarigheid in 1494. Toen Maximiliaan in 1493 zijn vader Frederik III opvolgde als Rooms-Keizer en zijn zoon Philips de Schone inmiddels zijn meerderjarigheid had bereikt (1494), zou Maximiliaan zich meer met de internationale politiek gaan bemoeien en was hij minder betrokken bij de Nederlanden.

Sint Lebuïnus was de stadheilige van de stad Deventer. Van oorspong heette hij Liafwin en was hij een missionaris van Angelsaksiche afkomst. Na de dood van Bonifatius in 754 volgde hij hem min of meer op en was hij werkzaam in Gelderland en Overijssel. Liafwin overleed omstreeks 773 en werd begraven in een door hem gesticht kerkje te Deventer dat later is vervangen door de huidige Grote- of Lebuïnuskerk. Liafwin werd door de Katholieke Kerk heilig verklaard en zijn naam werd vertaald naar het latijn in Lebuïnus, dat zoveel betekent als ″lieve vriend″.

van der Chijs XI,3 ; Fortuyn Drooglever 39 ;
Delmonte 1080 ; Friedberg--  
RRR
Lichte zwakte van de slag, doch feitelijk weinig gecirculeerd exemplaar
met een bijzonder scherp geslagen portret van de heilige Lebuïnus.
zfr

9.500,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - - RIJKSSTAD DEVENTER - ANONIEM (PERIODE KEIZER MAXIMILIAAN I, 1493-1519) - Lebuïnusstuiver 1509

gewicht 2,16gr. ; zilver Ø 26mm.

vz. Heilige Lebuïnus, met nimbus, staande naar rechts met kruisstaf en het
boek der evangeliën. In de buitencirkel de tekst; SANCTVS+LЄ - BVI 1509
kz. Arend van Deventer binnen een parelcirkel, daaronder het schuin
geplaatste wapenschildje van het Oversticht. In de buitencirkel de tekst;
+MONЄTA+NOVA - DЄ+DAVЄNTRIA

Sint Lebuïnus was de stadheilige van de stad Deventer. Van oorspong heette hij Liafwin en was hij een missionaris van Angelsaksiche afkomst. Na de dood van Bonifatius in 754 volgde hij hem min of meer op en was hij werkzaam in Gelderland en Overijssel. Liafwin overleed omstreeks 773 en werd begraven in een door hem gesticht kerkje te Deventer dat later is vervangen door de huidige Grote- of Lebuïnuskerk. Liafwin werd door de Katholieke Kerk heilig verklaard en zijn naam werd vertaald naar het latijn in Lebuïnus, dat zoveel betekent als ″lieve vriend″.

van der Chijs XII, 28 ; Fortuyn Drooglever 51 R
Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een 
uitzonderlijk mooi exemplaar. Zeer zeldzaam in deze staat.
zfr+/zfr

835,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - ANONIEM (PERIODE KEIZER MAXIMILIAAN I, 1493-1519) - 1/8 Stuiver 1517

gewicht 0,39gr. ; biljoen Ø 18mm.

vz. Wapenschild van Deventer binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; MONЄTA•DЄ•DAVЄNTRIA
kz. Lang gevoet kruis met wapenschild van het Overticht in het hart en in de
hoeken D - A - V - Є. In de buitencirkel de tekst; ANO - MCC - CCC - XVII

van der Chijs XIII, 5; Fortuyn Drooglever 55 RR
Minieme randoneffenheid en zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam munttype.
fr+ à fr/zfr

275,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - ANONIEM (PERIODE KEIZER MAXIMILIAAN I, 1493-1519) - Braemsche z.j. (circa 1492-1500)

gewicht 0,22gr. ; koper/biljoen Ø 11mm.
klein model
vz. Arend van Deventer frontaal, kop naar links
kz. Incusum van voorzijde
van der Chijs- ; Fortuyn Drooglever 1 ;
JMP.100, Pannekeet/Cruysheer  D.24 
R
fr/zfr

75,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - BELEG DOOR DE GRAAF VAN RENNENBERG, 3 augustus-19 november 1578 - Noodmunt van 2 stuivers 1578 (emissie 30 oktober 1578)

gewicht 2,74gr. ; koper Ø 28mm.

vz. Gekroonde arend van Deventer binnen een gladde- en parelcirkel,
daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd
door de tekst; VRGENxNECESS - DAVENx30xOCx78
kz. x I I x S x binnen een omlijnde parelcirkel, binnen een krans.

Op de keerzijde is een klop arend van Deventer aangebracht.

Daar na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 geen zilver niet meer beschikbaar was en er toch een behoefte bestond aan muntgeld binnen de belegerde stad, werd oktober 1578 besloten over te gaan tot aanmunting van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. hiermee belast. Deze koperstukken dienden mede om het garnizoen te betalen. De belofte werd gedaan dat deze stukken na het beleg tegen goed geld ingewisseld konden worden bij het stadsbestuur. Op deze koperstukken zien we de emissiedatum van 30 oktober. Volgens de numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperstukken op twee momenten geslagen, namelijk op 29 oktober en 12 november 1578, in beide gevallen voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit heeft geresulteerd in de productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over de verschillende denominaties.

Na het beleg zijn veel van deze stukken inderdaad weer ingeleverd. Een deel van die ontwaarde stukken zijn later blijkbaar als ″gedenkstukken″ in de collecties van verzamelaars beland, mogelijk als relatiegeschenken van de stad Deventer. Later, in 1834, trof men in het stadhuis nog een groot aantal (12.845 stuks) van de resterende koperen noodmunten aan, die zich thans in de collectie bevinden van stadsmuseum De Waag. Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop ″arend van Deventer″ werd aangebracht na het beleg op de ingewisselde stukken. De klop werd aangebracht in opdracht van het stadsbestuur en diende als blijk van ontwaarding van de stukken. Een klein gedeelte van de stukken is niet ingeleverd en dragen dus geen klop. Die stukken zijn zeldzaam.

De gewichten van deze koperstukken van 2 stuiver lopen sterk uiteen,
vanaf circa 2,30 tot wel 4 gram.

van Gelder 144 ; van Loon I, 261, 2; Mailliet 37, 9 ; HNPM.63 ;
Fortuyn Drooglever 75 ; Purmer & van der Wiel 3 ; CNM.2.12.89 ;
Berghuijs II, 2
Met de gebruikelijke kleine zwaktes van de slag,
doch feitelijk vrijwel als geslagen.
pr

250,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - BELEG DOOR DE GRAAF VAN RENNENBERG, 3 augustus-19 november 1578 - Noodmunt van 1 stuiver 1578 (emissie 30 oktober 1578)

gewicht 3,39gr. ; koper Ø 25mm.

vz. Gekroonde arend van Deventer binnen een omlijnde gekartelde cirkel,
daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd
door de tekst; •VRGENxNECESSx - DAVENx30:OC•78
kz. x I  x S x binnen een omlijnde gekartelde cirkel, binnen een krans.

Op de keerzijde is een klop arend van Deventer aangebracht.

Daar na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 geen zilver niet meer beschikbaar was en er toch een behoefte bestond aan muntgeld binnen de belegerde stad, werd oktober 1578 besloten over te gaan tot aanmunting van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. hiermee belast. Deze koperstukken dienden mede om het garnizoen te betalen. De belofte werd gedaan dat deze stukken na het beleg tegen goed geld ingewisseld konden worden bij het stadsbestuur. Op deze koperstukken zien we de emissiedatum van 30 oktober. Volgens de numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperstukken op twee momenten geslagen, namelijk op 29 oktober en 12 november 1578, in beide gevallen voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit heeft geresulteerd in de productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over de verschillende denominaties.

Na het beleg zijn veel van deze stukken inderdaad weer ingeleverd. Een deel van die ontwaarde stukken zijn later blijkbaar als ″gedenkstukken″ in de collecties van verzamelaars beland, mogelijk als relatiegeschenken van de stad Deventer. Later, in 1834, trof men in het stadhuis nog een groot aantal (12.845 stuks) van de resterende koperen noodmunten aan, die zich thans in de collectie bevinden van stadsmuseum De Waag. Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop ″arend van Deventer″ werd aangebracht na het beleg op de ingewisselde stukken. De klop werd aangebracht in opdracht van het stadsbestuur en diende als blijk van ontwaarding van de stukken. Een klein gedeelte van de stukken is niet ingeleverd en dragen dus geen klop. Die stukken zijn zeldzaam.

De gewichten van deze koperstukken van 1 stuiver lopen sterk uiteen,
vanaf circa 1,70 tot wel 3,50 gram.

van Gelder 145 ; van Loon I, 261, 3; Mailliet 37, 10 ; HNPM.64 ;
Fortuyn Drooglever 76 ; Purmer & van der Wiel 2 ; CNM.2.12.90 ;
Berghuijs II.3

Met de gebruikelijke kleine zwaktes van de slag en productie
gerelateerde onregelmatigheden, doch feitelijk vrijwel als geslagen.
pr

195,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD DEVENTER - BELEG DOOR DE GRAAF VAN RENNENBERG, 3 augustus-19 november 1578 - Noodmunt van ½ stuiver 1578 (emissie 30 oktober 1578)

gewicht 1,65gr. ; koper Ø 21,5mm.

vz. Gekroonde arend van Deventer binnen een omlijnde parelcirkel,
daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd
door de tekst; •VRGEN•NECESS• - DAVEN•30•OC•78
kz. ½ • S  binnen een omlijnde parelcirkel, binnen een krans.

Op de keerzijde is een klop arend van Deventer aangebracht.

Daar na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 geen zilver niet meer beschikbaar was en er toch een behoefte bestond aan muntgeld binnen de belegerde stad, werd oktober 1578 besloten over te gaan tot aanmunting van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. hiermee belast. Deze koperstukken dienden mede om het garnizoen te betalen. De belofte werd gedaan dat deze stukken na het beleg tegen goed geld ingewisseld konden worden bij het stadsbestuur. Op deze koperstukken zien we de emissiedatum van 30 oktober. Volgens de numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperstukken op twee momenten geslagen, namelijk op 29 oktober en 12 november 1578, in beide gevallen voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit heeft geresulteerd in de productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over de verschillende denominaties.

Na het beleg zijn veel van deze stukken inderdaad weer ingeleverd. Een deel van die ontwaarde stukken zijn later blijkbaar als ″gedenkstukken″ in de collecties van verzamelaars beland, mogelijk als relatiegeschenken van de stad Deventer. Later, in 1834, trof men in het stadhuis nog een groot aantal (12.845 stuks) van de resterende koperen noodmunten aan, die zich thans in de collectie bevinden van stadsmuseum De Waag. Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop ″arend van Deventer″ werd aangebracht na het beleg op de ingewisselde stukken. De klop werd aangebracht in opdracht van het stadsbestuur en diende als blijk van ontwaarding van de stukken. Een klein gedeelte van de stukken is niet ingeleverd en dragen dus geen klop. Die stukken zijn zeldzaam.

De gewichten van deze koperstukken van 1 stuiver lopen sterk uiteen,
vanaf circa 1,00 tot wel 2,20 gram.

van Gelder 146 ; van Loon I, 261, 4; Mailliet 37, 11 ; HNPM.65 ;
Fortuyn Drooglever 77 ; Purmer & van der Wiel 1 ; CNM.2.12.91 ;
Berghuijs II.4

Met de gebruikelijke kleine zwaktes van de slag en productie
gerelateerde onregelmatigheden, doch feitelijk vrijwel als geslagen.
pr-

195,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Kamper kromstaart van 8 (?) plakken z.j. (circa 1460-1466)

gewicht 2,36gr. ; zilver Ø 26mm.

vz. Wapenschild van het Overticht binnen dubbel gelijnde
achtpas binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✠MONETA:NOVA:OPIDI:CAMPENS
kz. Kort gevoet kruis met C – A – M – P′ in de kwartieren, 
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; 
✠BN′DICTVS⁑QVI⁑VENIT⁑IN⁑NO′⁑D′
voluit: benedictus qui venit in nomine domini, 
vertaald: gezegend hij die komt in de naam des Heeren

Deze munt dateert uit de periode dat de muntmeesters Johan Knijf (1461) en Kersten Gerbertsz (1466) werkzaam waren aan de Munt te Kampen. Uit archiefstukken weten we dat de Kamper kromstaart op zeker moment de koers had van 6 plak. We weten dat dit munttype over een langere periode is aangemunt, waarbij het belangrijkste verschil zit in het aantal boogjes van de veelpas. De stukken met 6 boogjes zijn het oudste en werden tussen 1425-1460 aangemunt. Dan zien we de stukken met 8 boogjes, gedateerd tussen 1460-1466 en ten slotte de stukken met 9 boogjes, die gedateerd worden rond 1466 (of later). De betekenis van de boogjes moet wellicht gerelateerd worden aan de waarde van de munt, dus 6, 8 en 9 plakken. Gezien de sterke geldontwaarding in de loop van 15e eeuw zou dit een zeer plausibele verklaring zijn voor de variatie in het aantal boogjes. Zeer zeldzaam.

van der Chijs XV, 8 ; Nijlunsing/vander Beek/Stuurman 3.1.1b (JMP 2016) RR
kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar
zfr

1.650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD KAMPEN - KAREL V, 1519-1556 - Sint Jansgoudgulden of Gelderse- of Kampergoudgulden z.j. (1525)

gewicht 3,16gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeester Merten Nijecammer

vz. Johannes de Doper, met nimbus, staande naar rechts met in
zijn linkerhand het lam Gods op een evangelieboek, het Kamper
wapenschild tussen zijn voeten. In de buitencirkel de tekst; 
MONE′⋆AVRЄA - CAMPЄNSIS
kz. Rijksappel binnen een dubbellijnige driepas met drie hoeken
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;   
+ KAROLVS⋆ROMANO⋆IMPERAT

Alhoewel Kampen een belangrijke rol vervulde als Hanzestad, was haar stedelijke muntslag in 14e eeuw en  begin 15e eeuw vooral gericht op het slaan van kleingeld voor lokaal gebruik. Na een onderbrekening van zo′n 13 jaar werd op 28 november 1524 bij besluit van ″Burgemeysteren, Scepenen ende Raedt der stadt Campen″ tot aanmunting van een nieuwe reeks munten. Daartoe werd Merten Nijecammer aangesteld als muntmeester. Naast de aanmunting van schellingen, dubbele stuivers en stuivers werd voor de eerste keer ook besloten tot de aanmunting van goudguldens. Anders dan op de stuivers en dubbele stuivers zien we op deze munt niet de stadspatroon Sint Nicolaas afgebeeld, maar de heilige Johannes de Doper. Reden zal zijn geweest, dat men aansluiting zocht bij de bekende en vertrouwde soortgelijke goudguldens van steden als Frankfurt, Lüneburg en Nördlingen. In tegenstelling tot de zilverstukken zien we op deze goudgulden ook de naam van keizer Karel V vermeld, waarmee wordt benadrukt dat het hier om een rijksmunt gaat. De productie van deze hele emissie uit 1524-1525 zal zeer klein zijn geweest want deze munttypen zijn thans zonder uitzondering grote zeldzaamheden. Bij de aanmunting van deze Kamper goudgulden, begin 1525, volgde men het allooi en gewicht van de goudgulden van Deventer die in 1523 was geslagen op naam van keizer Karel V. Die goudgulden was weer geslagen volgens instructies van de rijdergoudgulden van Gelre. De Gelderse goudgulden lag dus aan de basis van zowel de Deventer goudgulden van 1523 en de Kamper goudgulden van 1525. Dit munttype is aanwezig in diverse museale collecties, maar komt in de handel en private collecties slechts hoogst sporadisch voor. Uiterst zeldzaam.

van der Chijs XIV, 2 ; Delmonte 1095(R3) ;
Nijlunsing/van der Beek/stuurman 5.2 ;  Friedberg 4
RRR
zfr

8.950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - RIJKSSTAD KAMPEN - BELEG VAN 30 MEI - 20 JULI 1578 - Noodrijksdaalder van 42 stuiver 1578 (emissie juli)

gewicht 28,83gr. ; zilver 39x39mm.

vz. Zilveren vierkante plaat, waarop met zeven afzonderlijke stempels
ingeslagen: centraal het stadwapen, geflankeerd door 4Z - ST,
daaronder CAMPEN en 1578, erboven EXTREMVM SVBSIDIVM
kz. Blanco

Van de eerste emissie van 5 juni 1578 zijn maar heel weinig stukken bewaard gebleven en die stukken zijn alle uiterst zeldzaam. Vanwege de inmiddels opgelopen koersen zijn waarschijnlijk de meeste stukken van die eerste emissie weer omgesmolten t.b.v. van de tweede emissie, die in hoofdzaak bestond uit deze rijksdaalders van 42 stuiver. Zeldzaam.

vgl. Künker Auktion 420, collectie Beuth, Lot 1429 (in zfr+ : € 7.500,- incl. opgeld)

Delmonte 210 ; van Gelder 136 ; Mailliet 22, 1 ; Berghuijs pl.I, 4 ;
HNPM.66 ; CNM.2.30.88 ; van Loon I, pag.259 ;
Van Loon / Saunders / Vanhoudt 1578-27
R
bijzonder attractief exemplaar 
pr

6.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NORTHERN NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - FREDERIK III ALS ROOMS-DUITS KEIZER, 1452-1493 - Sint Michaelsgoudgulden z.j. (1488)

gewicht 3,24gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeester Herman van Nassau

vz. Sint Michael staande frontaal met in zijn rechterhand een geheven zwaard, 
en in de linker het stadsschild van Zwolle voor zich houdend, aan zijn voeten 
ligt een monster die door hem verslagen wordt, binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; oMO′*N′*AV′ - * o  ZWOL′
kz. Rijksappel binnen een driepas binnen een parelcirkel. 
In de buitencirkel de tekst; ✥FRЄDRIC′*NO′AN′*IMPЄ′AT′

Het betreft hier de eerste stedelijke munt van Zwolle. Dit munttype komt slechts hoogst sporadisch voor en behoord tot de fraaiste Nederlandse munttypen uit de late middeleeuwen. Uiterst zeldzaam.

van der Chijs XVII, 2var. ; Delmonte 1123 ;
van der Wiel 1var. ; Friedberg 206
RRR
enkele minieme tikjes in het veld
zfr/pr

8.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - DRENTHE - BURGGRAAFSCHAP COEVORDEN - REINOUD III, 1336-1369 - Penning of kopje z.j. (circa 1340/1345)

gewicht 0,43gr. ; zilver Ø 13mm.

vz. Portret van burggraaf Reinoud naar links binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; RЄIN∘DVX•KOVORD
kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, tussen
de armen van het kruis de tekst; MON - ЄTA - KOV - ЄRI

Het betreft hier een zeer eigenaardige munt. De munt lijkt een combinatie te zijn van de penning van Reinoud II van Gelre (1326-1343) en die van Reinoud II van Coevorden (1315-1336). Stilistisch valt meteen op dat de portretjes van de Gelderse stukken en die van Coevorden grote gelijkenis vertonen. Ze wijken stilistisch sterk af van de Hollandse stukken. Het is derhalve zeer wel denkbaar dat de stempelsnijder zowel actief was voor Gelre als voor Coevorden, maar daarbij in de fout is gegaan door de teksten met elkaar te verhaspelen. Omdat de munt qua tekst het meest verwijst naar Coevorden, lijkt mij toewijzing aan deze plaats het meest gerechtvaardigd, alhoewel Reinoud van Coevorden natuurlijk niet de titel van hertog (Dux) droeg. Dat hoort dan weer bij Gelre. Aangezien Reinoud II van Gelre pag in 1339 de totel van hertog verkreeg, moet deze munt van na die tijd dateren. Voor Coevorden komt dan alleen Reinoud III in aanmerking. Aangezien niet alle letters goed leesbaar zijn betreft het hier geen volledig zekere toeschrijving. Bijzonder interessant stuk, ongepubliceerd en hoogst zeldzaam (vooralsnog uniek).

Sedert de 11e eeuw bestond te Coevorden een bisschoppelijk burcht. Van hieruit werd het graafschap Drenthe bestuurd. De burggraven of kasteleins stonden onder gezag van de bisschop van Utrecht, maar deze stonden voortdurend op gespannen voet. Bekend is de Slag bij Ane op 28 juli 1227, waarbij Drentse boeren hun heer Rudolf II van Coevorden steunden en waarbij bisschop Otto van Lippe sneuvelde. Met name in de 13e en 14e eeuw traden de heren van Coevorden op als onafhankelijk heersers. In de 14e eeuw lieten zij ook op eigen naam en gezag munten slaan, meestal imitaties van bekende Henegouwse, Vlaamse, Utrechtse, Hollandse en Gelderse muntsoorten. Na 1395 werd het bisschoppelijk gezag weer hersteld en daarmee kwam ook een einde aan de muntslag te Coevorden. Op 31 december 1407 kreeg Coevorden stadsrechten.

van der Chijs- ; Grolle - (vgl. 2.1.3 = Reinoud II) ;
van Hengel - (vgl. 168 en vgl. 3.2.1b = Reinoud II) 
RRRR
Kleine zwaktes van de slag, doch voor type een mooi exemplaar.
zfr-/zfr

2.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - DRENTHE - HEERLIJKHEID COEVORDEN - REINOUD III, 1336-1369 - Grote penning z.j.

gewicht 0,68gr. ; zilver Ø 22mm.

vz. Leeuw naar links binnen zespas  + MONETA:KOVORDENSIS
kz. Lang gevoet kruis met in de hoeken afwisselend een adelaar en
een leeuw RENO – D.DNS – KOVO – RDEN

Sedert de 11e eeuw bestond te Coevorden een bisschoppelijk burcht. Van hieruit werd het graafschap Drenthe bestuurd. De burggraven of kasteleins stonden onder gezag van de bisschop van Utrecht, maar deze stonden voortdurend op gespannen voet. Bekend is de Slag bij Ane op 28 juli 1227, waarbij Drentse boeren hun heer Rudolf II van Coevorden steunden en waarbij bisschop Otto van Lippe sneuvelde. Met name in de 13e en 14e eeuw traden de heren van Coevorden op als onafhankelijk heersers. In de 14e eeuw lieten zij ook op eigen naam en gezag munten slaan, meestal imitaties van bekende Henegouwse, Vlaamse, Utrechtse, Hollandse en Gelderse muntsoorten. Na 1395 werd het bisschoppelijk gezag weer hersteld en daarmee kwam ook een einde aan de muntslag te Coevorden. Op 31 december 1407 kreeg Coevorden stadsrechten. Dit munttype is een regelrechte imitatie van de “grand denier” van Lodewijk van Nevers (1322-1346) van Vlaanderen. Het had de koers van een ½ Vlaamse groot ofwel 4 Hollandse penningen. Uiterst zeldzaam.

van der Chijs 21,15 ; Grolle 3.2.1b1 RRR
voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar
zfr

2.350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD GRONINGEN - Penning z.j., circa 1055-1060

gewicht 0,49gr. ; zilver Ø 17mm.

vz. Gekroond koningsportret naar rechts, daarvoor een kromstaf, binnen en cirkel.
In de buitencirkel de tekst; HEAGNVES RE
kz. Balk met de tekst •BR•VN•. In de buitencirkel de tekst DOGG - VGGΛ

Het gaat hier om een imitatie van de penning die op naam van graaf Bruno III van Brunswijk (1038-1057) en koning Hendrik III (1046-1056) te Dokkum werd aangemunt in de periode 1050-1056. Op die exemplaren heeft de koning een kruisscepter als attribuut. Dit exemplaar toont echter een kromstaf, hetgeen doet verwijzen naar een bisschoppelijke muntslag in de regio. Dit gebied viel onder het bisdom Utrecht, dat in de 11e eeuw munt sloeg te Utrecht, Zaltbommel, Deventer en Groningen. Het ligt dan ook meest voor de hand dat deze imitatie muntslag heeft plaatsgevonden te Groningen ten tijde van bisschop Bernold (1027-1054) of Willem I Flamens “van Pont” (1054-1076). Van dit munttype is onder andere een exemplaar gevonden in Winsum en een in Wijnaldum. Ze komen slechts sporadisch voor en zijn zeer zeldzaam.

van der Chijs - ; Dannenberg 501var. ; vgl. Puister 2b ; Ilisch 21, 22var. RR
Lichte zwakte van de slag, doch voor het type en zeer mooi exemplaar.
zfr/pr

950,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD GRONINGEN - FREDERIK III, 1440-1493 - Jager of dubbele stuiver 1465

gewicht 2,54gr. ; zilver Ø 27mm.

vz. Dubbelkoppige adelaar met daaronder schuin geplaatst stadsschild
van Groningen binnen een vierpas binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; ✠MONЄTA:NOVA:GRONIGENSIS:
kz. Lang gevoet kruis met een ster in ieder hoek. In de buitencirkel
de tekst ; CTV:SIT - NOMЄN - DOMINI - BENEDI,
in de binnencirkel de tekst;  DNI - M:CC - CC:L- XV - A°

van der Chijs XI, 57 ; Puister 1.253e ; Levinson III-36var. RR
Zeer zeldzame munt in een uitzonderlijk mooie kwaliteit.
Exceptionnal nice quality for this very rare coin.
zfr/pr à pr-

3.750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD GRONINGEN - EDZARD VAN OOST-FRIESLAND, 1506-1514 - Stuiver 1508

gewicht 2,54gr. ; zilver Ø 28mm.
variant: COM i.p.v. COMI
muntmeesterteken lelie

vz. Dubbelkoppige adelaar met daaronder de wapenschildjes van
Ost-Friesland en de stad Groningen binnen een gekartelde cirkel,
omringd door de tekst; MO′⋆NO′⋆COM′ - Z° - ⋆SENAT′⋆GRO′ lelie
kz. Lang breedarmig gevoet kruis geplaats over een vierpas met
bladversieringen, met stadsschildje in het ruitvormig opengewerktje hart,
binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst;
ANNO - DNI’⋆ M - ⋆CCCC - ⋆C⋆VIII

Hertog George van Saksen werd door keizer Maximiliaan I in 1498 benoemd tot stadhouder over alle Friese landen, dus ook Groningen viel daaronder. Dit werd door de stad Groningen echter geweigerd en zag zich genoodzaakt hulp en beschermheerschap van buiten aan te trekken om de groeiende druk van Habsburg te weerstaan. De Saksische hertogen in het naburige Friesland vormden immers een dreigende macht van betekenis. Derhalve werd in 1506 graaf Edzard van Oost-Friesland als heer van Groningen ingehuldigd. Kort daarna werd overgegaan tot een gezamenlijke muntslag, waarvan deze munt een voorbeeld is. Edzard ambities waren echter groter en richtte zich ook op de westelijke gebieden van Friesland die onder bestuur stonden van stadhouder Georg van Saksen. Met een leger, w.o. 24 Duitse hertogen en graven, viel hij de Friese landen binnen en richtte daar grote verwoestingen aan.. Edzard werd door de keizer vogelvrij (reichsacht) verklaard. Er volgde een strijd die drie jaren zou duren (1514-1517), waarbij Edzard werd teruggedrongen tot zijn eigen gebied in Ost-Friesland, waar veel dorpen en steden werden vernietigd. Zo werd bijvoorbeeld de stad Aurich geheel met de grond gelijk gemaakt. In de drie jaren durende strijd wist Edzard uiteindelijk het grootste deel van Oost-Friesland in zijn macht te houden. Pas toen keizer Karel V aan het hoofd van de Nederlanden kwam, slaagde Edzard er in genade te krijgen en beleend te worden met Oost-Friesland. De stad Groningen had inmiddels (in 1514) bedankt voor het beschermheerschap van Edzard en diens rol ingeruild voor de niet minder krijgszuchtige anti-Bourgondiër; Karel van Egmond, hertogvan Gelre.

Kappelhoff 110 ; Meier-tergast 12 ; van der Chijs 16,136var. ; vgl. Puister 303b RR
Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een mooi exemplaar. Zeer zeldzaam.
zfr-

895,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD GRONINGEN - GRAAF EDZARD VAN OST-FRIESLAND, 1506-1514 - ½ Stuiver 1507

gewicht 1,65gr. ; zilver Ø 25mm.

vz. Dubbelkoppige adelaar met daaronder de wapenschildjes van
Ost-Friesland en de stad Groningen binnen een gekartelde cirkel,
omringd door de tekst; ⋆MO⋆NO⋆COMI – Z – SENAT⋆GRO
kz. Lang breedarmig gevoet kruis geplaats over een vierpas met
bladversieringen, met ster in het ruitvormig opengewerktje hart,
binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst;
ANNO - DOMI⋆ - MCCC - CC⋆VII

Hertog George van Saksen werd door keizer Maximiliaan I in 1498 benoemd tot stadhouder over alle Friese landen, dus ook Groningen viel daaronder. Dit werd door de stad Groningen echter geweigerd en zag zich genoodzaakt hulp en beschermheerschap van buiten aan te trekken om de groeiende druk van Habsburg te weerstaan. De Saksische hertogen in het naburige Friesland vormden immers een dreigende macht van betekenis. Derhalve werd in 1506 graaf Edzard van Oost-Friesland als heer van Groningen ingehuldigd. Kort daarna werd overgegaan tot een gezamenlijke muntslag, waarvan deze munt een voorbeeld is. Edzard ambities waren echter groter en richtte zich ook op de westelijke gebieden van Friesland die onder bestuur stonden van stadhouder Georg van Saksen. Met een leger, w.o. 24 Duitse hertogen en graven, viel hij de Friese landen binnen en richtte daar grote verwoestingen aan.. Edzard werd door de keizer vogelvrij (reichsacht) verklaard. Er volgde een strijd die drie jaren zou duren (1514-1517), waarbij Edzard werd teruggedrongen tot zijn eigen gebied in Ost-Friesland, waar veel dorpen en steden werden vernietigd. Zo werd bijvoorbeeld de stad Aurich geheel met de grond gelijk gemaakt. In de drie jaren durende strijd wist Edzard uiteindelijk het grootste deel van Oost-Friesland in zijn macht te houden. Pas toen keizer Karel V aan het hoofd van de Nederlanden kwam, slaagde Edzard er in genade te krijgen en beleend te worden met Oost-Friesland. De stad Groningen had inmiddels (in 1514) bedankt voor het beschermheerschap van Edzard en diens rol ingeruild voor de niet minder krijgszuchtige anti-Bourgondiër; Karel van Egmond, hertogvan Gelre.

van der Chijs 16,133 ; Puister 304 ; Kappelhoff 108 ; Meier-Tergast 13 RR
Kleine zwaktes van de slag.
zfr- à fr/zfr

395,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - STAD GRONINGEN - Dubbele jager of flabbe van 4 stuivers 1580/6Z

gewicht 3,29gr. ; zilver Ø 29mm.
muntmeester Hans thom Bussche
muntmeesterteken: dubbelkoppige adelaar (rijksadelaar)

vz. Stadswapen van Groningen in het hart van lang
breedarmig kruis dat is geplaatst over een vierpas en
een parelcirkel doorbreekt, omringd door de tekst; 
MONЄTA - NOVAAR - GENGRO - NINGEN en rijksadelaar
kz. Kort gebloemd kruis met in het hart een vierpas
met daarbinnen het stadsschildje van Groningen binnen
een parelcirkel, omringd door de tekst;
DAPACEMDNEINDIEBNOSTRIS1580

Het jaartal 1580 is gewijzigd uit 156Z. Voor de aanmunting van 1580 heeft men deels de oude stempels uit 1562 gebruikt, die nog de tekst DA PACEM DNE IN DIEB NOSTRIS dragen. De exemplaren die deze tekst dragen zijn dus per definitie exemplaren met een gewijzigd jaartal. Dit in tegenstelling tot het tweede, nieuwe type van 1580, dat de tekst SIT NOMEN DNI BENEDICTVM draagt. In 1580 werden in totaal 66.326 stuks aangemunt, voor het merendeel van het tweede, nieuwe type. Zeer zeldzaam.

Verkade 186.2 ; Puister- (vgl.1.610) ; HNPM.9 ; 
CNM.2.21.8
RR
lichte zwaktes van de slag
zfr- à fr/zfr


425,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - STAD GRONINGEN - PERIODE RUDOLF II, 1576-1612 - ¼ Groninger stuiver, magermanneke of 1 ½ plak 1580

gewicht 0,52gr. ; biljoen Ø 19mm.
muntmeester Hans Thom Bussche

vz. Dubbelkoppige rijksadelaar met daaronder het stadsschild
van Groningen binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
+MONETA•NOVA - GRONINGENSIS
kz. lang gevoet kruis, geplaatst over een parelcirkel, met in de hoeken
om en om een cirkel en klavervormig blad en in het ruitvormig hart de
letter G. In de buitencirkel de tekst; SIT✫ N - O:DNI - BENE - 1580。

Dit munttype komt maar weinig voor en is zeer zeldzaam.

Verkade 188.4 ; Puister 1.627c ; HNPM.19 ; CNM.2.21.19 RR
zfr-

395,00 





< Back


© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  The Netherlands  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org