
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM LUIK (LIÈGE) - JAN VAN VLAANDEREN, 1282-1291- Sterling z.j. (1281), Hoei
gewicht 1,13gr. ; zilver Ø 18mm.
vz. Wapenschild met klimmende leeuw naar links met geheven zwaard in rechterklauw, omringd door de tekst; IOh - ANNЄ - SxЄPCx kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met in de hoeken de letters h - O - Y - I, omringd door de tekst; ⁑ LЄ - ODI - EN - SIS
Jan van Vlaanderen (ofwel Jan van Dampierre) werd rond 1250 geboren als derde kind van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen en graaf van Namen, uit diens eerste huwelijk met Mathilde van Béthune. Hij was pas tien of elf jaar toen hij in Brugge werd verkozen tot proost van Sint Donaas. Jan van Vlaanderen gaf zijn studie na zijn benoeming in Brugge niet op. Hij studeerde onder meer aan de universiteit van Parijs, waar hij tot licentiaat in het canoniek recht promoveerde. Als proost van het Sint-Donaaskapittel was hij meteen ook kanselier van Vlaanderen. Hij was daarnaast ook nog proost van het Sint-Pieterskapittel van Rijsel.
Op 2 januari 1280 benoemde paus Nicolaas III hem tot bisschop van Metz, waar hij bekendstaat als Jan II. Ook hier toonde hij weinig interesse voor het ambt, maar de eraan verbonden inkomsten kon hij goed gebruiken om in Vlaanderen onroerend goed te kopen. Van de paus kreeg hij toestemming om nog zeven jaar proost te blijven in Brugge en Rijsel. Deze functies gaf hij op 31 oktober 1282 op toen hij werd benoemd tot rijksbisschop van Luik. Voor de nieuwe functie in Luik was Jan van Vlaanderen niet eens kandidaat geweest, maar had zijn benoeming te danken aan de steun van paus Martinus IV, die niet wenste te wachten tot het Luikse kathedraalkapittel een keuze had gemaakt tussen twee kanunniken van dat kapittel, Burchard van Avesnes en Willem van Auvergne.
In 1285 raakte hij in onmin met de Luikse burgers omwille van de "fermeté", een belasting op het verbruik. Jan trok zich samen met zijn clerus 22 maanden terug in Hoei. Het was hertog Jan I van Brabant die bemiddelde tot de zaak op 7 augustus 1287 opgelost raakte met het sluiten van de zogenaamde "klerkenvrede". Eenmaal terug in Luik, verbond de prins-bisschop zich met hertog Jan I, toen deze laatste tegen graaf Reinoud I van Gelre ten strijde trok met het bezit van het hertogdom Limburg als inzet. Samen haalden ze in 1288 de zege tijdens de Slag bij Woeringen. Nog in hetzelfde jaar werd hij tijdens een jachtpartij overvallen, gevangengenomen, en pas vijf maanden later vrijgelaten na het betalen van een losgeld. Al die tijd had zijn vader Gwijde van Dampierre het prinsbisdom Luik voor hem beheerd. Jan overleed op zijn kasteel van Montaigle in Anhée nabij Namen en werd begraven in de abdij van Flines bij Dowaai.
de Chestret 207 ; Frère, RBN 1962, pag.149, no.75 ; Vanhoudt G901 ; de Mey 400 ; Slg. de Wit 1226 ; Mayhew pl. 2, 43 ; Renesse V,1 ; Engen 1 ; Dengis 502, type C/D R Miniem slagbarstje. Zeldzaam. fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - PRINSBISDOM LUIK (LIÈGE) - JAN VAN HORNE, 1484-1505 - Lambertusgoudgulden of Postulaatsgulden z. j.
gewicht 2,14gr.; goud Ø 22mm. initiaalteken voorzijde: anulet (∘) anuletten (∘) als interpunctie
vz. De heilige Lambertus, met mijter en kromstaf, staande naar links, binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ∘- SANCTVS - LAMBЄRTV′ kz. Bisschoppelijk wapenschild, met schildje van Horne in het hart, binnen driepas met drie punten binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠IOHS′∘DЄ∘HORN∘ЄPS′∘LЄODIЄ′
Deze laaggehaltige bleke guldens (circa 10 tot 11 karaat) stonden ook wel bekend als postulaatsguldens.
Toen in 1484 weer een nieuwe bisschop gekozen moest worden, richtte het domkapittel zich op de gewestelijke adel. Men koos voor de in Weert geboren Jan van Horne, zoon van de graaf van Horne. Deze graaf van Horne was na de dood van zijn vrouw ingetreden bij de franciscanen in Weert. Als subdiaken assisteerde hij zijn zoon Jan bij diens eerste mis, toen die zich twee jaar nadat hij tot bisschop gekozen was eindelijk tot priester liet wijden. Tot bisschop werd Jan van Horne nooit gewijd. De Luikse bisschop was primair landsheer; prins-bisschop. Zo liet hij, net als zijn Utrechtse ambtsbroeder, het kerkelijk bestuur van zijn bisdom vrijwel geheel over aan aartsdiakens, en voor de wijdingshandelingen had hij een of meer wijbisschoppen tot zijn beschikking.
Lambertus is een rooms-katholiek heilige en de patroonheilige van de textielarbeiders. Zijn naamdag is 17 september en zijn attribuut is een lans. Naar men aanneemt werd Lambertus in 638 te Maastricht geboren, waarschijnlijk als zoon van Apre, heer van Luik en zijn vrouw Herisplende. Lambertus was afkomstig van een adellijke familie die zijn basis had in Maastricht. Hij was een protegé van zijn oom, bisschop Theodardus. Toen Theodardus kort na 669 werd vermoord, bepaalden de raadslieden van de Frankische koning Childerik II dat Lambertus bisschop van Maastricht moest worden. Lambert had banden met Hugobert en Plectrudis, de eerste vrouw van Pepijn van Herstal, de hofmeier (een soort eerste minister en de werkelijke machthebber) van Austrasië, die dit gebied namens de Merovingische koningen van Austrasië bestuurde. Nadat Childerik II in 673 werd vermoord, kwam de factie van Ebroin, de hofmeier van Neustrië, ook in Maastricht aan de macht. Lambertus werd uit zijn ambt gezet en bracht de jaren 674 - 681 in ballingschap door in de door Remaclus in 648 opgerichte Keltisch christelijke abdij van Stavelot. In die periode was Faramundus bisschop van Maastricht. Na de dood van Ebroin in 681 en de daarmee gepaard gaande wijziging in de politieke verhoudingen binnen het Merovingische rijk, kon Lambertus in 681 zijn ambt opnieuw vervullen en keerde hij terug naar zijn bisdom. In het gezelschap van Willibrord, die in 691 uit Engeland was gekomen, predikte Lambertus het evangelie aan de heidenen in de Kempen en aan de benedenloop van de Maas, in het tegenwoordige Noord-Brabant en Noord-Limburg. In dit gebied zijn daarom kerken aan hem gewijd. Lambertus′ familie (en ook Plectrudis′ familie) lieten Dodo, een "domesticus" (rentmeester) van Pepijn van Herstal en vermoedelijk de broer van Pepijn van Herstals tweede vrouw Alpaida vermoorden. Dodo′s familieleden, wier machtsbasis zich in de buurt van Luik bevond, namen wraak door op hun beurt Lambertus te vermoorden op zijn landgoed, de Gallo-Romeinse villa van waaruit enige tijd later Luik zou ontstaan. De moord vond uiterlijk plaats in 705 (andere jaren die genoemd worden zijn 696 en 700) in de nacht van 16 op 17 september; Lambertus was toen 67 jaar. De officiële rooms-katholieke versie ziet Lambertus als een martelaar voor het geloof vanwege zijn verdediging van de huwelijkstrouw, door de verbintenis tussen Pepijn met Alpaida, de broer van Dodo en de moeder van Karel Martel, aan de kaak te stellen. Meteen daarop werd Lambertus als martelaar vereerd. Hij werd eerst in Maastricht begraven, maar zijn opvolger, Hubertus van Luik, een beschermeling van Pepijn van Herstal en Alpaida, liet, op het moment dat hij zelf ook zijn bisschopszetel van Maastricht naar Luik verplaatste, Lambertus′ overblijfselen naar Luik brengen. Een nieuwe bisschopszetel had zijn eigen heilige nodig. Het was ietwat ironisch, maar getuigt misschien ook wel van berouw, dat men voor die rol een voormalige vijand koos.
Delmonte 333 ; de Chestret 386 ; Renesse Pl. XVII, 2 ; Engen 183 ; Mignolet 20 ; Dengis 768 ; de Mey 666 ; Vanhoudt G.1080 ; Friedberg 300 lichte zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - PRINSBISDOM LUIK - JAN VAN HORNE, 1484-1505 - Brûlé z.j., Maastricht (?)
gewicht 0,99gr.; koper Ø 23mm.
vz. Wapenschild van Horne, omgeven door vlammen, wolken erboven, binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✶IOHS⭒DE⭒HORN⭒EPS⭒LEODIЄN (of variant) voluit: Iohannes de Hornes Episcopus Leodiensis, vertaling: Jan van Horne, bischop van Luik kz. Kort kruis met lelieversieringen aan de uiteinden binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠ MISERЄ′ NRI′(Q′. PAS′. ES. P′. NOB′) voluit: Miserere Nostri Qui Passus Es Pro Nobis, vertaald: Wees ons genadig, Gij die voor ons hebt geleden.
Deze brûlé komt qua beeldenaars overeen met het type dat door Dengis beschreven wordt onder nummer 804, met het verschil dat het de keerzijdetekst heeft van het onder nummer 800 beschreven type. Daarnaast heeft dit exemplaar op de voorzijde niet een kruis als initiaalteken maar een ster. Aangezien dit ook het muntteken van Maastricht is oppert Dengis deze stad als de mogelijke muntplaats (zie Dengis 800). Als zodanig lijkt deze munt onbeschreven te zijn in de referentie literatuur. Hoogst zeldzaam, mogelijk uniek.
de Chestret - (vgl. 426) ; Dengis - (vgl. 804) ; Renesse- (vgl. pl. XIX, no.10) ; Engen- (vgl. 208) ; de Mey - (vgl. 65) ; Vanhoudt Atlas - (vgl. G.1105) R4 geoxideerd vondtexemplaar zg/fr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - PRINSBISDOM LUIK (LIÈGE) - MAXIMILIAAN HENDRIK VAN BEIEREN, 1650-1688 - Dukaton 1668
gewicht 32,10gr. ; zilver Ø 43mm. muntteken; zuil van Luik (Perron)
vz. Buste van de prinsbisschop met solideo en hermelijnen mantel naar rechts. In de buitenrand de tekst; • MAX•HEN•D•G•A•C•P•E•EP•ET•PRINC•LEOD•1668 en zuil. kz. Gekroond en gekwartiert wapenschild van Beieren-Pfaltz met het hartschild van Bouillon, gehouden door twee frontaal kijkende leeuwen. In de buitenrand de tekst; SVPREMVS - BVLLONIE - NSIS • DVX
Maximiliaan-Hendrik van Beieren werd op 8 december 1621 te München geboren als zoon van hertog Albrecht VI van Beieren en Mechtilde van Leuchtenberg. Als derde zoon was hij geen gegadigde voor de hertogstitel en was, volgens goed gebruik in die tijd, een geestelijk loopbaan voor hem weggelegd. Maximiliaan volgde gymnasium in Keulen en studeerde vervolgens theologie in Leuven.
Hij begon zijn loopbaan als coadjutor (hulpbisschop) te Keulen, bij zijn oom Ferdinand van Beieren, die eveneens prins-bisschop van Luik was. Toen Ferdinand in 1650 stierf was het Hendrik-Maximiliaan die hem opvolgde als aartsbisschop van Keulen, prins-bisschip van Luik, prins-bisschop van Hildesheim en prins-abt van het Abdijvorstendom Stavelot-Malmedy. Bovendien werd hij kasteelheer van Modave. Ondanks zijn positie als machtig regionaal vorst, was Maximiliaan mensenschuw en leed aan melancholie en hypochondrie. Hij zag zichzelf meer als geleerde dan als geestelijke. Maximiliaan was sinds 1671 een van de bondgenoten van Lodewijk XIV van Frankrijk om de Republiek aan te vallen.
In 1672, het Rampjaar vielen de troepen van Bernard van Galen en Maximiliaan Hendrik het graafschap Zutphen binnen en veroverden Grol, Bredevoort, Lochem, Hattem, Elburg, Harderwijk en Deventer. Zwolle en Kampen gaven zich over. Maximiliaan kreeg de beschikking over Deventer. Bernard van Galen richtte zijn pijlen op Groningen. De beide bisschoppen hadden 30.000 man ingezet, maar haalden hun troepen terug toen Frederik Willem I van Brandenburg en Raimondo Montecuccoli zich bij Halberstadt verzamelden. De bisschop vluchtte in 1673 van Bonn naar Keulen, waar hij intrek nam het Kartuizersklooster Sankt Pantaleon, en hield zich bezig met scheikundige proefnemingen. Op 11 mei 1674 tekende hij het vredesverdrag met de Republiek. In 1683 werd hij bisschop van Münster; de hulpbisschop Niels Stensen vertrok naar Hamburg, nadat hij kritiek had geleverd op de benoeming van Maximiliaan. Hij overleed op 5 juni 1688 te Bonn.
In navolging van de aanmunting van patagons (vanaf 1661), besloot men in 1666 ook over te gaan tot het slaan van de zwaardere ducatons. Net als de patagons werden deze vervaardigd met de schroefpers. Uiteindelijk heeft men de productie van ducatons voortgezet tot 1688.
Delmonte 473 ; de Chestret 641 ; Mignolet 247 ; Vanhoudt G.1308 ; Dengis 1105 ; KM.84 ; Davenport 4296 Minieme justeerssporen op de keerzijde. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - PRINSBISDOM LUIK (LIÈGE) - SEDE VACANTE,1763 - Daalder of patagon 1763, Luik
gewicht 27,78gr. ; zilver Ø 40mm.
vz. Gemijterde buste van Sint Lambertus naar links, omringd door de tekst; S • LAMBERTUS • PATRONUS • LEODIENSIS • 1763 kz. Gekroond ovaal wapenschild, gekwartierd, met de zuil van Luik als hartschild, omhangen met een hermelijnen mantel, omringd door de tekst; ⋆ MONETA • NOVA • CAPLI • LEOD • SEDE • VACANTE
In januari 1763 overleed prins-bisschop Johan Theodoor van Beieren. Karel d′Oultremont was kandidaat voor de opvolging. Hij ontving de steun van het kapittel. Als voornaamste kandidaat voor de opvolging gold echter prins Clemens Wenzeslaus van Saksen (1739-1812) - de slechts 24-jarige zoon van koning August III van Polen -, die gesteund werd door Frankrijk en Oostenrijk, twee grote mogendheden die hun invloed op het prinsbisdom Luik wilden uitbreiden. Clemens Wenzeslaus van Saksen was echter geen lid van het kapittel en de kanunniken zagen niets in zijn kandidatuur.
Op 20 april 1763 vond de stemming van het kapittel plaats. Karel d′Oultremont werd met 30 tegen 19 stemmen gekozen tot prins-bisschop van Luik. Prins Clemens was het niet eens met de uitslag en protesteerde bij keizer Frans I Stefan en bij de paus. De paus bekrachtigde echter de verkiezing van d′Oultremont. Karel d′Oultremont was weliswaar gekozen tot prins-bisschop, maar kon dit ambt nog niet volledig vervullen, omdat hij nog geen rooms-katholiek geestelijke was. Hij werd op 22 april 1764 tot diaken en op 24 april 1764 tot priester gewijd. Op 30 mei 1764 werd hij in de Sint-Lambertuskathedraal van Luik tot bisschop gewijd. In de periode dat er formeel geen bisschop was, en de zetel dus vacant was, zijn op kleine schaal gouden dukaten, daalders (patagons) en schellingen geslagen. Deze dienden vooral voor representatieve doeleinden, en waren niet bestemd voor het betalingsverkeer.
Van dit munttype werden slechts 300 stuks aangemunt. Zeer zeldzaam. Mintage of only 300 pieces. Very rare.
Delmonte 487 (R2) ; de Chestret 694 ; Dengis 1184 ; Mignolet 298 ; Vanhoudt G.1358 ; KM.166 ; Davenport 1588 RR Nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met zeer scherpe details. pr/unc |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANS) - PRINSBISDOM LUIK (LIÈGE) - BOUILLON, DUCHY & SEDAN, PRINCIPALITY - HENRI DE LA TOUR D’ AUVERGNE, 1591-1623 - Ecu of 30 sols 1614, Sedan
weight 20,32gr. ; silver Ø 41mm.
obv. Eagle displayed supporting arms with a boar, 1614 left below, XXX right below, within dotted circle. In outer circle the legend; ❁HENRICVS•DE•LA•TOVR•DVX•BVLLIONÆVS rev. Quartered arms of de la Tour, Auvergne, Turenne and Bouillon with Boulogne in the center, within an ornate cartouche, within circle. In outer circle the legend ; SVPREMVS•PRINCEPS•SEDANENSIS
Until the early 1600′s it was the Bishopric of Liege, which had suzerainty over the lands of Bouillon and Sedan. So originally this area belonged to the Southern Netherlands. It was annexed by Louis XIV in 1678 and permanently added to France.
In fact this coin type is a little light to be a true thaler but it is included by tradition.
KM.21 ; Delmonte 398var. (R2) ; Vanhoudt G.1599 ; Davenport 3817 RR Minor scratch on the obverse and flancrack. Very rare. xf/xf- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANS) - PRINSBISDOM LUIK (LIÈGE) - BOUILLON, DUCHY & SEDAN, PRINCIPALITY - HENRI DE LA TOUR D’ AUVERGNE, 1591-1623 - 2 Liards 1614
weight 4,00gr. ; copper Ø 25mm. engraver: Briot
obv. Draped and cuirassed bust of Henri with milled collar to the right, •1614• in exergue, surrounded by the legend; HENR•DE•LA•TOVR•D•BVLLIONÆVS in full: Henricus de la Tour Dux Bulloniensis, translation; Henry of La Tour, duke of Bouillon
rev. Shield surmounted by a ducal crown intersecting the legend at the top, quartered at 1 and 4 of La Tour d′Auvergne, at 2 of Auvergne, at 3 of Turenne, on the whole a small shield of Auvergne, surrounded by the legend; SVP. PRINCEPS. SEDANENSIS in full: Supremus Princeps Sedanensis, translation; Sovereign Prince of Sedan.
cf. KM.12.3 ; cf. Boudeau 1844 f/vf à vf- |
|
|  |
|