
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Nobel op Vlaamse voet 1583, Kampen
gewicht 6,73gr. ; goud Ø 34mm. Geslagen onder autoriteit van de Staten van Overijssel (1582-1593) Muntmeester: Melchior en Balthasar Wijntgens jr. Stempelsnijder: Gijsbert Kloss (1578-1585)
vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de rechterhand en een schild met het Overijsselse wapen in de linker, frontaal staande in een schip. Op het achtersteven een vaan met een klimmende leeuw, N - T terweerszijden van het hoofd van de vorst. In de buitencirkel de tekst; MO - NE•NOV•AVRE•ORDIN•TRANSISSV - LANIAE kz. Leliekruis binnen een achtpas met in elke hoek een gekroonde luipaard, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; NISI•TV•DOMINE•NOS•SERVAVERIS•TRVSTRA•83 en klimmende leeuw naar links
De keerzijde tekst betekent ″Indien Gij, o Heer ons niet behoudt, is alles tevergeefs″. Het refereert waarschijnlijk aan de oorlogssituatie waarin de Noordelijke Nederlanden zich op dat moment bevonden.
De Vlaamse nobel was een imitatie van de Engelse nobel met vergelijkbare beeldenaar, ingevoerd door Philips de Stoute (1384-1404) in 1388 (7,73 g, 0,99) tegen een koers van 102 groten. Na de revaluatie van 1389 werd de koers 72 groot. In 1416 werden gewicht en gehalte van de Vlaamse nobel verlaagd (6,80 g, 0,98) en de koers teruggebracht tot 60 groot. In 1426 en 1428 werden gewicht en gehalte licht gewijzigd, zonder dat de hoeveelheid fijn goud daardoor noemenswaardig veranderde. Wel liep door de inflatie de koers in groten op: 84 groot in 1426 en 96 groot in 1428. De aanmunting eindigde met de invoering van de Bourgondische unificatie in 1433; Bourgondische Nederlanden. De Vlaamse volksleider Jan van Hembyze oefende tussen 1578 en 1584 samen met François van Ryhove een revolutionair of protestants bewind uit over de stad Gent in het graafschap Vlaanderen, de zogeheten ′Gentse Republiek′. Al in 1580 had de stad bewerkt dat binnen haar muren een tweede Vlaamse Munt, naast de oude te Brugge, werd geopend waar aanvankelijk, con form de regeling van 1579, kleine hoeveelheden munten op naam van Filips II, later op naam van de nieuwe soeverein, hertog Frans van Anjou werden uitgegeven. Weldra nam het calvinistische stadsbestuur, dat vooraan stond in de strijd tegen Spanje, het beheer van deze Munt geheel in eigen hand, gaf zelfstandig instructies aan de muntmeester en liet, evenals dat gebeurd was tijdens de opstand tegen koning Maximiliaan in de jaren 1488-1492, de naam van de stad als muntheer op de geldstukken plaatsen. In die periode van opstand nam Gent het initiatief tot hervatting van aanmunting van de Vlaamse Nobel. Op 11 november 1581 nam de stadsregering het besluit tot aanmunting van deze Vlaamse Nobel door muntmeester Jan Ghyselbrecht. Dit voorbeeld zou spoedig worden gevolgd door Zeeland, Overijssel, Gelderland en de stad Kampen. In eigentijdse bronnen werden deze stukken spoedig aangeduid als ″nieuwe Vlaamse nobels″. Zij werden tegen dezelfde koers uitgegeven als de ″oude″ Vlaamse nobels en de toen nog circulerende Engelse nobels: bij emissie voor 24 schellingen en 4 groten (= 7 gulden en 6 stuiver) en spoedig daarna voor 7½ gulden (= 7 gulden en 10 stuiver). In 1586 werd met het plakkaat van Leicester de koers van de Vlaamse nobel teruggebracht tot 6 gulden en 7 stuiver.
This is the first coin of an independant Overijssel. Philips II of Spain was no longer recognized as a ruler of the Northern Netherlands. This very rare coin is practically as struck. Extremely rare this nice.
Delmonte 1039 ; Verkade 133.2 ; HNPM.16 ; CNM.2.28.36 ; Friedberg 263a RR Minieme zwaktes van de slag, doch vrijwel als geslagen. Zeer zeldzaam. unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Dubloen of dubbele Spaanse dukaat z.j. (1582-1589), Kampen
gewicht 6,93gr. ; goud Ø 29mm. muntteken burcht (van Kampen) en Overijsselse leeuw Nog geslagen op naam van Philips II, doch op gezag van de Staten van Overijssel (1582-1592). Muntmeester: Melchior en Balthasar Wijntgens jr. Stempelsnijder: Gijsbert Kloss (1578-1585)
vz. Gekroonde en elkaar aanziende borstbeelden van het Spaanse koningspaar Fernando en Isabella ′Reyes Católicos′ binnen een parelcirkel, daaronder muntteken ′burcht′. In de buitencirkel de tekst; PHLSxDEIxGRATx - HISPANIARxREXx kz. Eenkoppige adelaar met nimbus en gespreide vleugels, de borst gedekt met het gekroonde wapenschild van Castillië, Leon en Granada, daaronder de leeuw van Overijssel lopend naar links. In de buitencirkel de tekst; xDVCATVSxORDIx - TRANSISSxVALxHISP
In 1579 hadden de Staten van Overijssel niet de Unie van Utrecht getekend, in maart 1580 was een verdrag met de geünieerde gewesten gesloten, maar Overijssel was niet toegetreden tot de Unie. Evenmin hadden de afgevaardigden van Overijssel op 26 juli 1581 de ′Acte van Verlatinghe′ waarmee Philips II werd ′afgezworen′ als soeverein der Nederlanden, getekend. Wel stonden velen in Overijssel, vooral in de steden, sympathiek tegenover de opstandelingen. Ook hoopten met name de steden Deventer, Kampen en Zwolle, in het belang van hun handelsbetrekkingen, op handhaving van de vrede. Deze vreedzame instelling kon echter niet verhinderen dat ook Overijssel gebied van het strijdtoneel werd. Op 5 oktober 1582 kregen de gebroeders Melchior en Balthazar jr. Wijntgens, toestemming tot het aanmunten van enkele en dubbele dukaten ′naar waarde van de Spaanse′ aan te munten. Dit keer niet in de gewestelijke Munt te Hasselt, maar te Kampen. Dit onder protest van de stad Deventer. Eerder was Zeeland al voorgegaan tot het slaan van dergelijke enkele en dubbele dukaten.
Delmonte registreerde van dit munttype met de Overijsselse leeuw slechts 1 exemplaar (particuliere collectie H.K. Berghuys). Hoogst zeldzaam.
Delmonte listed only 1 specimen of this cointype with the Overijssel lion. (private collection H.K. Berghuys). Of the highest rarity.
Een exemplaar van vergelijkbare zeldzaamheid, doch zonder de Overijsselse leeuw (Delmonte 1047) werd recentelijk geveild door de firma Schulman BV (veiling 370, kavel 148 in zfr+: € 24.000 + 20%)
Delmonte 1046 (R4) ; Verkade 133.4var. ; CNM.2.38.29 ; van Gelder & Hoc 261-17a ; HNPM.20 ; Friedberg 261 R4 zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - ½ Dubloen of Spaanse dukaat z.j. (1590-1593), Kampen
gewicht 3,41gr. ; goud Ø 24mm. muntmeester Hendrik Wijntgens muntteken burcht (Kampen) en muntmeesterteken tinhaak
vz. Gekroonde bustes van het koningspaar Fernando en Isabel naar elkaar gericht binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; PHS•DEI•GRAT•HISPANIAR•REX en burcht kz. Gekroond Spaans wapenschild van Castilië-Léon-Aragon-Granada binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; DVCATVS ORDI tinhaak TRAN•VA•HISP
Het betreft hier een navolging van de excelente van het Spaanse koningspaar Fernando en Isabel ″Reyes Católicos″ (1474-1504). In de periode 1590-1593 zijn slechts 60.340 stuks gouden dukaten aangemunt van het Hongaarse, Spaanse en Nederlandse (1593) type. Zeldzaam.
This is an imitation of the excellence of the Spanish royal couple Fernando and Isabel ″Reyes Católicos″ (1474-1504). In the period 1590-1593, only 60,340 gold ducats of the Hungarian, Spanish and Dutch (1593) type were minted. Rare.
cf. Künker Auktion 414, Lot 4948 (xf-, slighly bent ; € 5.500 incl. commission)
Delmonte 1048 ; van Gelder & Hoc 262-17 ; Verkade 133.5 ; HNPM.22 ; CNM.2.38.35 ; Friedberg 262 R attractief exemplaar met goede portretten zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - ½ Leeuwendaalder 1641, vermoedelijk Deventer
gewicht 13,29gr. ; zilver Ø 34mm. muntmeester: Hendrik Wijntgens zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het provinciewapen binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •MO•ARG•PRO•CON• – •FOE•BELG•TRAN kz. Klimmende leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 1641, omringd door de tekst; •CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR•
Delmonte 885 ; Verkade 139.4 ; HNPM.38 ; CNM.2.38.66 S De gebruikelijke zwaktes van de slag. Schaars. fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Zilveren dukaat 1659, Kampen
gewicht 27,88gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Rudolf van Sonsbeek muntmeesterteken zon
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand terwijl zijn linkerhand rust op het procinciaal wapenschild dat hij voor zich heeft geplaats, geflankeerd door het jaartal I6 - 59, binnen een geparelde cirkel, omringd door de tekst; • MO:NO:ARG:PRO•CO - N: - FOE:BELG:TRAN: kz. Gekroond generaliteitswapen binnen een geparelde cirkel, omringd door de tekst; •CONCORDIA•RES•PA•RVÆ•CRESCVNT• ✹
In 1659 werd de zilveren dukaat als nieuw munttype ingevoerd. Ook Overijssel heeft nog in datzelfde jaar de eerste zilveren dukaten geslagen en heeft dat voortgezet tot 1664. In die periode werden 156.397 stuks zilveren dukaten geslagen, hetgeen neerkomt op gemiddeld zo′n 26.000 stuks per jaar. Getuige deze betrekkelijk kleine producties was de vraag naar zilveren dukaten in die jaren blijkbaar nog niet erg groot. Pas in 1676 zou men de productie van zilveren dukaten weer hervatten. Zeldzaam.
Rudolf van Sonsbeek (1659-1668) was een zoon van Pieter van Sonsbeek en Jenncken Wijntgens, de zuster van zijn voorganger Hendrik. Het familiewapen bevat een zon, waaraan zijn muntmeesterteken in ontleend.
variant: met PA•RVÆ i.p.v. het correcte PARVÆ. De punt is onjuist en overbodig.
Delmonte 986 ; Verkade 139.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.38.72 ; Davenport 4490 R Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een attractief exemplaar met een mooi patina. zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Zilveren rijder 1733, Kampen
gewicht 32,33gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Coenraad Hendrik Cramer muntmeesterteken kraanvogel
Deze zilveren rijder is afkomstig van VOC-schip ′t Vliegent Hert, of ookwel ′t Vliegent Hart. Het werd in 1729 gebouwd in opdracht van de V.O.C. ″Kamer van Zeeland″ op de korendijkwerf te Middelburg. De lengte was 43,70 meter, de breedte 10,90 meter en het was uitgerust met 42 kanonnen. Het had capaciteit voor vervoer van 850 ton aan goederen. De naam was waarschijnlijk bedacht door de burgemeester van Vlissingen, Johan van Buytenhem, die o.a. een hert in zijn familiewapen voerde.
Om 2 uur in de middag van 3 februari 1735 verliet het de rede van Rammekens met de bestemming Batavia, tezamen met het zusterschip Anna Catharina. Het schip stond onder gezag van kapitein Cornelis van der Horst. Er waren 256 personen aan boord w.o. 83 soldaten en 6 burger passagiers w.o. de befaamde advocaat Jan Douw, die te Batavia een betrekking aan het gerechtshof zou gaan vervullen. Aan boord waren 3 schatkisten met 31800 gulden aan gouden munten en 35012 gulden aan zilveren munten. In de avond liep het schip echter stuk op een zandbank zo′n 18 km. uit de kust bij Vlissingen en zonk. Niemand overleefde deze ramp. Het wrak van ′t Vliegent Hert werd in september 1981 ontdekt en in 1982 werd een groot deel van de lading geborgen w.o. een geldkist met 2000 gouden dukaten en 5000 zilveren realen en tevens ook groot aantal zilveren rijders. Verder bestond de lading onder meer uit loden containers met tabak, anjovis en kaas. Daarnaast werden ook gebruiksgoederen van de passagiers en bemanning geborgen.
This silver rider comes from the VOC ship ′t Vliegent Hert, also known as ′t Vliegent Hart. It was built in 1729 by order of the VOC ″Kamer van Zeeland″ on the Korendijkwerf in Middelburg. The length was 43.70 meters, the width 10.90 meters and it was equipped with 42 guns. It had capacity to carry 850 tons of goods. The name was probably invented by the mayor of Vlissingen, Johan van Buytenhem, who included a deer in his family coat of arms.
At 2 o′clock in the afternoon of 3 February 1735 she left the roadstead of Rammekens for Batavia, together with the sister ship Anna Catharina. The ship was under the authority of Captain Cornelis van der Horst. There were 256 people on board, including 83 soldiers and 6 civilian passengers, including the famous lawyer Jan Douw, who was to fill a position at the court of appeal in Batavia. On board were 3 treasure chests with 31800 guilders in gold coins and 35012 guilders in silver coins. In the evening, however, the ship ran aground on a sandbank about 18 km. off the coast at Vlissingen and sank. No one survived this disaster. The wreck of ′t Vliegent Hert was discovered in September 1981 and in 1982 a large part of the cargo was recovered, including a cash chest with 2000 gold ducats and 5000 silver 8 reales, as well as a large number of silver riders. The cargo also consisted of lead containers with tobacco, anchovies and cheese. In addition, consumer goods of the passengers and crew were also recovered.
CERTIFICAAT BIJGEVOEGD - CERTIFICATE INCLUDED
Delmonte 1036 ; Verkade 136.1 ; HNPM.49 ; CNM.2.38.79 ; Davenport 1829 Attractief exemplaar met goede details en een mooi patina. pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Zilveren rijder 1734, Kampen
gewicht 32,51gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Coenraad Hendrik Cramer muntmeesterteken kraanvogel
Deze zilveren rijder is afkomstig van VOC-schip ′t Vliegent Hert, of ookwel ′t Vliegent Hart. Het werd in 1729 gebouwd in opdracht van de V.O.C. ″Kamer van Zeeland″ op de korendijkwerf te Middelburg. De lengte was 43,70 meter, de breedte 10,90 meter en het was uitgerust met 42 kanonnen. Het had capaciteit voor vervoer van 850 ton aan goederen. De naam was waarschijnlijk bedacht door de burgemeester van Vlissingen, Johan van Buytenhem, die o.a. een hert in zijn familiewapen voerde.
Om 2 uur in de middag van 3 februari 1735 verliet het de rede van Rammekens met de bestemming Batavia, tezamen met het zusterschip Anna Catharina. Het schip stond onder gezag van kapitein Cornelis van der Horst. Er waren 256 personen aan boord w.o. 83 soldaten en 6 burger passagiers w.o. de befaamde advocaat Jan Douw, die te Batavia een betrekking aan het gerechtshof zou gaan vervullen. Aan boord waren 3 schatkisten met 31800 gulden aan gouden munten en 35012 gulden aan zilveren munten. In de avond liep het schip echter stuk op een zandbank zo′n 18 km. uit de kust bij Vlissingen en zonk. Niemand overleefde deze ramp. Het wrak van ′t Vliegent Hert werd in september 1981 ontdekt en in 1982 werd een groot deel van de lading geborgen w.o. een geldkist met 2000 gouden dukaten en 5000 zilveren realen en tevens ook groot aantal zilveren rijders. Verder bestond de lading onder meer uit loden containers met tabak, anjovis en kaas. Daarnaast werden ook gebruiksgoederen van de passagiers en bemanning geborgen.
This silver rider comes from the VOC ship ′t Vliegent Hert, also known as ′t Vliegent Hart. It was built in 1729 by order of the VOC ″Kamer van Zeeland″ on the Korendijkwerf in Middelburg. The length was 43.70 meters, the width 10.90 meters and it was equipped with 42 guns. It had capacity to carry 850 tons of goods. The name was probably invented by the mayor of Vlissingen, Johan van Buytenhem, who included a deer in his family coat of arms.
At 2 o′clock in the afternoon of 3 February 1735 she left the roadstead of Rammekens for Batavia, together with the sister ship Anna Catharina. The ship was under the authority of Captain Cornelis van der Horst. There were 256 people on board, including 83 soldiers and 6 civilian passengers, including the famous lawyer Jan Douw, who was to fill a position at the court of appeal in Batavia. On board were 3 treasure chests with 31800 guilders in gold coins and 35012 guilders in silver coins. In the evening, however, the ship ran aground on a sandbank about 18 km. off the coast at Vlissingen and sank. No one survived this disaster. The wreck of ′t Vliegent Hert was discovered in September 1981 and in 1982 a large part of the cargo was recovered, including a cash chest with 2000 gold ducats and 5000 silver 8 reales, as well as a large number of silver riders. The cargo also consisted of lead containers with tobacco, anchovies and cheese. In addition, consumer goods of the passengers and crew were also recovered.
CERTIFICAAT BIJGEVOEGD - CERTIFICATE INCLUDED
Delmonte 1036 ; Verkade 136.1 ; CNM2.38.79 ; Davenport 1829 Voortreffelijk exemplaar met bijzonder scherpe details. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Zilveren rijder 1742, Kampen
gewicht 32,46gr. ; zilver Ø 44mm. muntmeester: Coenraad Hendrik Cramer muntmeesterteken: kraanvogel staande naar links
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder te paard naar rechts, met een sjerp om en in zijn rechterhand een geheven zwaard terwijl hij met zijn linkerhand de teugels vast houdt, daaronder het provincie- wapen van Overijssel, omringd door de tekst: MO:NO:ARG:CONFOE:BELG:PRO:TRANSISALANIÆ. kraanvogel kz. Gekroond Generaliteitswapen gehouden door twee frontaal aanziende gekroonde leeuwen, daaronder 1754 binnen een cartouche van bladornamenten, omringd door de tekst; CONCORDIA - RES PARVÆ - CRESCUNT ✿
Afkomstig uit V.O.C. schip ′Hollandia′. Dit zgn. spiegelretourschipschip werd in 1742 gebouwd voor de Kamer van Amsterdam. Op 3 juli 1743 van Texel vertrokken voor de eerste reis naar Batavia, met 276 zeelieden en soldaten en een onbekend aantal passagiers aan boord, waaronder de broer en familie van de net aangestelde gouverneur-generaal Van Imhoff. De geldschat aan boord wordt geschat op 129.700 gulden. De route ging via het Kanaal maar i.p.v. daarna zuidwestelijk aan te houden, de Atlantische Oceaan opvarend, schijnt zij WNW te hebben gekoerst. Misschien hebben mist en slecht zicht de kapitein er toe gebracht bij Land′s End de kust te volgen, waardoor hij noordelijk van de Scilly Eilanden uitkwam i.p.v. ten zuiden daarvan. Daarna wending naar het zuiden maar te vroeg zodat het schip in een rechte lijn lag met een van de verradelijkste scheepsvallen, de half onder water liggende Gunner Rock in Broad Sound bij St. Agnes Eiland. In de nacht van 13 juli stootte het schip tegen de rots die haar bodem indrukte. Hulp kon door de eilandbewoners niet geboden worden, na een salvo kanonvuur, want het was te ver in zee en dus te gevaarlijk. Het schip zonk vrij snel en er waren geen overlevenden. Er is destijds niets geborgen. In september 1971 is het wrak ontdekt door Rex Cowan: de houtconstructie was verloren gegaan maar de voornaamste delen van de inhoud van het schip lagen nog op de zeebodem. De geborgen lading bevatte o.a. zo′n 35.000 zilveren munten w.o. deze zilveren rijder.
Coming from VOC ship ′Hollandia′. This so-called mirror return ship was built in 1742 for the Chamber of Amsterdam. Departed from Texel on 3 July 1743 for the maiden voyage to Batavia, with 276 seamen and soldiers and an unknown number of passengers on board, including the brother and family of the newly appointed Governor-General Van Imhoff. The treasure on board is estimated at 129,700 guilders. The route went through the Channel but instead of continuing south-westwards, sailing up the Atlantic Ocean, she appears to have headed WNW. Perhaps fog and poor visibility caused the captain to follow the coast at Land′s End, leaving him north of the Isles of Scilly rather than south. Then turn south but too early so that the ship was in a straight line with one of the most treacherous ship traps, the semi-submerged Gunner Rock in Broad Sound off St. Agnes Island. On the night of July 13, the ship collided with the rock that depressed her bottom. Help could not be offered by the islanders after a volley of cannon fire, because it was too far out to sea and therefore too dangerous. The ship sank quite quickly and there were no survivors. At the time, nothing was recovered. The wreck was discovered by Rex Cowan in September 1971: the wooden structure had been lost but the main parts of the ship′s contents were still on the seabed. The salvaged cargo contained, among other things, about 35,000 silver coins, including this silver rider.
Delmonte 1036 ; Verkade 136.1 ; HNPM.49 ; CNM.2.38.79 ; Davenport 1829 Kleine contactspoortjes, doch gelijkmatig geslagen exemplaar met goede details en een mooi patina. zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Daalder van 30 Stuivers 1691, Kampen
gewicht 15,52gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester Dirk van Romondt sr. muntmeesterteken roos
vz. Geharnaste Nederlandse ridder staande naar links met een sjerp om, kijkend over zijn linkerschouder, de linkerhand in de zij, geheven zwaard in de rechterhand en het gekroonde provinciewapen rechts voor hem, omringd door de tekst; MO NO ARG ORD - TRANS−IS
kz. De gekroonde radiaal geplaatste en onderling met een lint verbonden gekroonde wapens van Deventer, Kampen en Zwolle, 30 - ST - 1691 tussen de wapenschilden, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; NIHIL SINE DEO (vertaald; ″niets zonder god″)
Delmonte 1090 ; Verkade 140.5 ; HNPM.57 ; CNM.2.38.83 Gebruikelijke zwaktes van de slag. Mooi patina. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Florijn van 28 stuivers 1689, Kampen
gewicht 15,79gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeesterteken: rozet muntmeester: Dirk van Romondt sr.
vz. Gekroonde rijksadelaar, waarde aanduiding 28 binnen een cirkel op de borst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; DA PAC DOMIN DIEBVS NOSTRIS ✿ kz. Gekroond provicniewapen van Overijssel, sierornementen links, rechts en onder, het jaartal I - 6 - 8 - 9 tussen de fleurons van de kroon, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO˙NO˙ARGEN˙ORD˙TRANS−IS
De Bruijn registreerde van dit jaartal slechts 14 exemplaren, tegenover bv.117 exemplaren uit 1685. Zeer zeldzaam.
De Bruijn recorded only 14 specimens from this year, compared to, for example, 117 specimens for the year 1685. Very rare.
Deze zilveren florijn is voorzien van een klop ″HOL″,aangebracht door de Staten van Holland te Den Haag op 20 mei 1693 en de 6 weken daarop volgend teneinde de toekomstige minderwaardige florijnen van 28 stuivers uit de omloop te weren. Het initiatief voor deze actie lag bij Holland, dat zich al tijden mateloos irriteerde aan deze minderwaardige geldstukken die volop in het betalingsverkeer aanwezig waren. De bedoeling was dat alleen ingestempelde florijnen nog geldigheid hadden in het betalingsverkeer. Nieuwe, ongestempelde florijnen zouden op die wijze dus uitgebannen worden in het betalingsverkeer. Enerzijds was deze maatregel zeer succesvol; de aanmunting van florijnen kwam in 1693 definitief tot stilstand. Anderzijds bleven florijnen, ook de ongeklopte. nog tot de geldsanering van 1842-1849 aanwezig in het betalingsverkeer. Uitbanning uit het betalingsverkeer was met deze maatregel dus volledig mislukt. De kloppen ″pijlenbundel″ en HOL komen verreweg het vaakst voor.
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 19,87 gram is deze munt duidelijk te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op maar niet ruim 4 gram, zoals in dit geval. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt, zoals ook visueel is waar te nemen. Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bij verdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.
Delmonte 1105 ; Verkade 142.1 ; de Bruijn 54 ; HNPM.58 ; CNM.2.38.84 RR Gebruikelijke zwaktes van de slag. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Gulden 1703, Kampen
gewicht 9,85gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester erven van Dirk van Romondt sr. muntmeesterteken rozet
Bij een officieel voorgeschreven gewicht van 10,61 gram is deze gulden duidelijk veel te licht. De structuur van de randen duiden echter niet op sporen van snoeien. Een klein gedeelte van het muntplaatje is wat dunner en loopt niet mooi rond mee, maar deze onregelmatigheid lijkt toch productie gerelateerd te zijn (strookeinde) en is niet later ontstaan. Dit exemplaar heeft ook niet langdurig gecirculeerd, dus slijtage kan ook niet de oorzaak zijn van het lage gewicht. Meest waarschijnlijk is derhalve, dat het muntplaatje te licht is gefabriceerd en dit door de waardijn, die verantwoordelijk was voor de gewichtscontrole, niet is opgemerkt. Eigenlijk had een dergelijk veel te licht muntplaatje weer in de smelkroes moeten belanden en niet onder de muntstempel. Als zodanig interessant en zeer zeldzaam.
Delmonte 1184 ; Verkade 141.6 ; HNPM.55 ; CNM.2.38.90 S Gebruikelijke slordige slag, maar voor dit type een mooi exemplaar. Schaars jaartal. zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Gulden 1707, Zwolle
gewicht 10,46gr. ; zilver Ø 33mm. muntmeester Dirk van Romondt jr. muntmeesterteken rozet
Met het aantreden van Dirk van Romondt jr. zien we een kleine wijziging optreden in de positionering van met muntmeesterteken. Zo was deze in de jaren 1698-1704 geplaatst na TVEMVR, terwijl we het vanaf 1705 achter het jaartal geplaatst zien. Daarnaast zien we vanaf 1706 de waarde aanduiding I - G, terwijl dat voor die tijd I - GL was.
Alhoewel de productie in de jaren 1701-1709 zeer omvangrijk is geweest, nml.circa 3.406.811 stuks, komen niet alle jaren uit die periode frequent voor in de handel en collecties. Daarbij zijn de jaren 1701, 1703 en 1706 verreweg het meest voorkomend.Het jaartal 1707 komt slechts sporadisch voor en is zeer zeldzaam.
De muntslag van Overijssel in deze periode kenmerkt zich door een uitermate slechte kwaliteit van productie. De muntstempels zijn zeer grof van vervaardiging en de muntslag zelf was vaak zwak en gebrekkig. Deze gulden is hier een duidelijk voorbeeld van. De grote zwaktes zijn niet ontstaan in de circulatie, maar waren al aanwezig direct na de slag, met als eindresultaat een ogenschijnlijk sterk gesleten munt…...
Delmonte 1184 ; Verkade 141.6 ; HNPM.55 ; CNM.2.38.90 RR gebruikelijks zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Gulden 1764, Kampen
gewicht 10,43gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester Nicolaas Wonneman muntmeesterteken drie bollen
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1764• , omringd door de tekst; boom HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOE:BELG:TRANSI ∴
Het is opmerkelijk hoe muntmeester Wonneman aan het experimenteren is geweest met verschillende muntmeestertekens. Bij zijn aantreden in 1763 koos hij voor een adelaar die hij in verschillende gedaantes op de munten liet afbeelden, nml.adelaar zittend op tak, adelaar met gespreide vleugels (2 varianten) en halve adelaar. In de loop van 1764 werd de adelaar vervangen door een nieuw muntmeesterteken toe, namelijk drie bollen (twee onder en een boven). Dat muntmeesterteken continueerde hij ook in 1765. Blijkbaar was hij daar toch niet tevreden over, want op de zilveren dukaat van 1767 en de gulden van 1795 en 1796 zien we toch de adelaar weer terug.
Delmonte 1184 ; Verkade 141.6 ; HNPM.55 ; CNM.2.38.93 attractief patina zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - RUDOLF II, 1576-1612 - Arendsrijksdaalder 1582, Deventer
gewicht 28,77gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Balthasar Wijntgens Sr. interpunctie vijfpuntige ster (Deventer)
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; RODOL′⋆II′⋆D′⋆G′⋆ELEC′⋆RO′⋆IMPE′⋆SEM′⋆AVGVS′ kz. De gehelmde wapenschilden van Kampen, Deventer en Zwolle naast elkaar gerangschikt, daaronder 15 - 82, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; TRIVM′⋆CIVI′⋆IMPE′⋆DAVEN′⋆CAMPEN′⋆ZWOL′
Delmonte geeft alle rijksdaalder uit de jaren 1578-1583 en 1585-1588 de zeldzaamheidsgraad 1. Dit is onjuist en hij doet daarmee onrecht aan de werkelijke zeldzaamheid van deze rijksdaalders. Het overgrote deel van de productie zal hebben plaatsgevonden in 1583, gevolgd door de jaren 1586 en 1587. Mogelijk hangt dit samen met de overplaatsing van het driestedelijkmuntatelier van Deventer naar Kampen in 1583. Alle andere jaren komen beduidend minder voor. Het jaartal 1582 komt maar sporadisch voor. Fortuyn Drooglever registreerde maar 1 stempelvariant, hetgeen duidt op een zeer kleine productie. Zeer zeldzaam.
Delmonte 680 ; Fortuyn Drooglever 82 ; HNPM.4 ; CNM.2.13.5 ; Davenport 8539 RR zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - RUDOLF II, 1576-1612 - Arendsrijksdaalder 1583, Kampen
gewicht 28,52gr. ; zilver Ø 40,5mm.
vz. De naast elkaar geplaatste wapens der drie steden, aan linten hangend aan erboven geplaatste gekroonde helmen binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; TRIVM♣CIVI′♣IMP′♣DAVEN′♣CAMPEN′♣ZWOL′ kz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel op de borst binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; RVDOL′♣II′♣D′♣G′♣ELEC′♣RO′♣IMP′♣SEM′♣AVGVS′
Blijkens de naslagwerken zien we dat in 1585 een duidelijke stempelwijziging plaatvond; de keizersnaam wordt voortaan gespeld als RVDOL, terwijl deze voor die tijd als RODOL wordt weergegeven. Met deze munt blijkt echter dat die stempelwijziging toch haar intrede al heeft gedaan in 1583. Op deze munt zien we namelijk duidelijk RVDOL. Uit 1584 zijn geen arendsrijksdaalders bekend, dus van dat jaartal kunnen we niet vaststellen hoe de keizersnaam werd gespeld. Waarschijnlijk heeft het te maken met de verplaatsing van het munthuis van Deventer naar Kampen eind mei 1583. Aanvankelijk zal te Kampen nog gemunt zijn met te Deventer vervaardigde muntstempels, maar spoedig daarna heeft Kampen haar eigen stempels vervaardigd, met mogelijk deze duidelijke verandering in de spelling van de keizersnaam.
Tevens werd de interpunctie “vijfpuntige ster” gewijzigd naar een klaverblaadje (gelijkend op een kruisje). Mij zijn voor het jaartal 1583 tot op heden geen andere exemplaren bekend als deze, met de naam RVDOL. Hoogst zeldzame variant.
Delmonte 680 ; vgl. Verkade 146.1 ; Fortuyn Drooglever- (vgl.85) ; vgl. HNPM.4 ; CNM.- (vgl. 2.13.6) ; Davenport 8539 RRRR zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - DE DRIE RIJKSSTEDEN: DEVENTER / KAMPEN / ZWOLLE - RUDOLF II, 1576-1612 - ½ Arendsrijksdaalder 1584, Kampen
gewicht 13,14gr. ; zilver Ø 34mm. muntmeester Balthasar Wijntgens sr. interpunctie klaverblad (Kampen)
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; RVDOL′♣II′♣D′♣G′♣ELEC′♣RO′♣IM′♣SE′♣AVGVS′ kz. De gehelmde wapenschilden van Kampen, Deventer en Zwolle naast elkaar gerangschikt, daaronder 15 - 84, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; TRIVM♣CIVI♣IMPE♣DAVEN♣CAMPEN♣ZWO
Halve gehelmde arendsrijksdaalders uit 1584 komen slechts sporadisch voor. We kennen slechts twee stempelvarianten, met SE en SEM op de voorzijde. Dit lijkt op een zeer kleine productie te duiden. Fortuyn Drooglever signaleerde slechts 2 exemplaren van dit jaartal; particuliere collectie in Deventer (SE) en de collectie van de Nederlandsche Bank te Amsterdam (SEM). Uiterst zeldzaam.
Half helmeted eagle rijksdaalders from 1584 are only sporadically found. We know of only two die variants, with SE and SEM on the obverse. This seems to indicate a very small production. Fortuyn Drooglever reported only 2 examples of this year; private collection in Deventer (SE) and the collection of the Nederlandsche Bank in Amsterdam (SEM). Extremely rare.
Delmonte 681 ; Verkade- ; Fortuyn Drooglever 89a ; HNPM.5 ; CNM.2.13.9 RRR Some very minor roughness. Attractive toning. Miniem ruwe oppervlakten. Attractief patina. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - republiek, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - PERIODE RUDOLF II, 1576-1612 - ½ Stuiver z.j. (1598)
gewicht 1,05gr. ; zilver Ø 20mm. muntmeester Matthijs Engelkens zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Gekroond stadswapen geflankeerd door de waarde aanduiding ½ - S binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; PACExETxBELLOxCONSTAN kz. Lang breedarmig kruis met omgekrulde uiteinden geplaatst over een parelcirkel met in de kwartieren de letters D - E - H - S, omringd door de tekst; MO - NOV - REIP - DAV
De letters D - E - H - S staan voor ′Deventer Een Halve Stuiver′
De verovering van Deventer op de Spanjaarden in 1578 door de Staatse troepen had een zware wissel getrokken op de stad. Door onder meer de belegering in 1578 viel de handel in Deventer grotendeels stil, en die werd daarna ook niet meer in oude vorm hervat. De meeste jaarmarkten, de momenten waar de meeste goederen werden verhandeld, gingen tot 1606 niet door. Deventer probeerde de handel wel weer op te pakken na het beleg, maar Amsterdam had de functie van stapelplaats van Deventer grotendeels overgenomen. Daarnaast was de voornaamste handelsroute van Holland naar Duitsland verlegd van Deventer naar Zwolle. Ten slotte werd de handel van boter en kaas in de Hollandse steden zelf opgezet, waar ook diverse waaggebouwen werden gebouwd. De belegering, en het verdwijnen van de handel, zorgde er ook voor dat het inwonertal in Deventer flink daalde. In 1578 woonden er nog 8000 tot 10.000 mensen in de stad, maar na de belegering, en opvolgende tegenspoed, daalde het inwoneraantal weldra naar circa 4000 personen. De dertien jaar tussen de belegeringen van 1578 en 1591 werden in Deventer ook wel de ′Quade jaren′ genoemd. De eerste munten van het ″vrije″ Deventer waren de stuivers en halve die aangemunt werden in de jaren 1588-1590. Heldhaftig dragen zij de spreuk ′pace et bello constans′ (″standvastig in vrede en oorlog″). De prijs voor die standvastigheid was echter groot geweest. Van de halve stuivers van dit type vonden heraanmuntingen plaats in 1598 en 1629. De stuiver zou pas in 1663 weer een navolging krijgen. Zeldzaam.
Verkade 218.5 ; Fortuyn Drooglever 85 ; HNPM.51 ; CNM.2.12.72 R het centrum van deze munt is zwak geslagen fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - MATTHIAS I, 1612-1619 - Florijn van 28 stuivers 1618
gewicht 20,40gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Nicolaas Meynaerts muntmeesterteken klaverblad jaartal onder de kroon, vier stippen boven de kroon
stempelvariant; waarde aanduiding in de rijksappel is op de kop weergegeven. Als zodanig zeldzaam.
vz. Dubbelkoppige rijksadelaar met rijksappel op de borst, waarbinnen de waardeaanduiding 28, binnen een parelcirkel, daarboven rijkskroon, omringd door de tekst; MATTH • I • D • G • ROM • IMP • SEM • AVG kz. Gekroond gekwartierd wapenschild van Deventer / het Oversticht, bladornamenten ter weerszijden, • I • 6 • I • 8 • tussen schild en kroon, binnen een parelcirkel, daaronder 28 binnen cirkel, vier stippen boven de kroon, omringd door de tekst; •FLOR•ARG•CI - IMP•DAVENT en klaverblad
Delmonte 1107var. ; Verkade 153.2var. ; Fortuyn Drooglever 105var. ; de Bruijn 23var. ; HNPM.30.2var. ; CNM.2.12.38var. R Kleine zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar. Voor dit munttype een uitzonderlijk mooi exemplaar. pr- à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - LEOPOLD I, 1657-1705 - Florijn van 28 stuivers 1685
gewicht 19,22gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Pieter Sluysken
muntmeesterteken hondje
Het betreft hier geen generaliteitsmunt, maar een stedelijk muntstuk dat is aangemunt op basis van het keizerlijk muntrecht dat aan de stad Deventer is verleend. Alhoewel in 1684 nog florijnen werden geslagen op naam van de regerend Keizer Leopold I, zie we op deze munt de naam van Keizer Ferdinand II (1619-1637). Het is opmerkelijk dat men wederom muntstukken ging slaan op naam van een keizer die reeds lang overleden was. Waarschijnlijk was de reden niet te veel af te wijken van de omvangrijke muntproductie uit de jaren 1619-1621. Die stukken waren immers bekend en vertrouwd binnen het betalingsverkeer, hetgeen voor de stukken op naam van keizer Leopold I natuurlijk (nog) niet gezegd kon worden.
Op de voorzijde is in 1693 een instempeling "HOL" aangebracht door de Staten van Holland. Niet geklopte florijnen werden ongeldig verklaard binnen de Generaliteitslanden. Doel was om circulatie en toekomstige productie van florijnen uit te bannen, daar deze munten niet voldeden aan de voorschriften van de generaliteitsmunten.
Delmonte 1112 ; Verkade 154.3 ; Fortuyn Drooglever 206;
de Bruijn 28 ; HNPM.34 ; CNM.2.12.43
Gebruikelijke zwakkes van de slag.
zfr-
gewicht 19,22gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Pieter Sluysken muntmeesterteken hondje
Het betreft hier geen generaliteitsmunt, maar een stedelijk muntstuk dat is aangemunt op basis van het keizerlijk muntrecht dat aan de stad Deventer is verleend. Alhoewel in 1684 nog florijnen werden geslagen op naam van de regerend Keizer Leopold I, zie we op deze munt de naam van Keizer Ferdinand II (1619-1637). Het is opmerkelijk dat men wederom muntstukken ging slaan op naam van een keizer die reeds lang overleden was. Waarschijnlijk was de reden niet te veel af te wijken van de omvangrijke muntproductie uit de jaren 1619-1621. Die stukken waren immers bekend en vertrouwd binnen het betalingsverkeer, hetgeen voor de stukken op naam van keizer Leopold I natuurlijk (nog) niet gezegd kon worden. Op de voorzijde is in 1693 een instempeling "HOL" aangebracht door de Staten van Holland. Niet geklopte florijnen werden ongeldig verklaard binnen de Generaliteitslanden. Doel was om circulatie en toekomstige productie van florijnen uit te bannen, daar deze munten niet voldeden aan de voorschriften van de generaliteitsmunten.
Delmonte 1112 ; Verkade 154.3 ; Fortuyn Drooglever 206; de Bruijn 28 ; HNPM.34 ; CNM.2.12.43 Gebruikelijke zwakkes van de slag. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - Zilveren dukaat 1662
gewicht 27,86gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester: Johan van Harn muntmeesterteken: morenkop
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts, in zijn rechterhand houdt hij een geschouderd zwaar terwijl zijn linkerhand rust op het stedelijk wapenschild, dat voor hem is geplaatst, geflankeerd door het jaartal I6 - 62, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; MO•NO•ARG•CIVIT - DAVENTRIA - • kz. Gekroond generaliteitswapen binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA • RES • PARVÆ • CRESCVNT en morenkop
Na de dood van muntmeester Johan Wijntgens in 1644 kwam de stedelijke muntproductie te Deventer voor lange tijd stil te liggen. Pas in 1661 werd de munt weer heropend met Dr. Johan van Harn als muntmeester. Deze Johan van Harn was getrouwd met een kleindochter van Hendrik Wijntgens, de muntmeester van Overijssel. Als muntteken koos hij voor een morenkop, ontleend aan het helmteken in het familiewapen van de familie van Harn. Er werden in 1662 slechts circa 21.000 zilveren dukaten aangemunt. Zeldzaam.
Zowel Dr. Johan van Harn als zijn neef Gerrit, die werkzaam was aan de Munt te Nijmegen, hanteerden een morenkop als muntmeesterteken. De morenkop was geen ongebruikelijk symbool in de 16e en 17e eeuwse heraldiek, en ook de familie Van Harn voerde de morenkop als helmteken in het familiewapen. Dr. Johan van Harn, en ook zijn neef Gerrit hebben hun meesterteken dus daaraan ontleend. De Moren waren een islamitische bevolkingsgroep die van de 8e tot de 15e eeuw op het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) leefde. Ze waren grotendeels van Noord-Afrikaanse afkomst, voornamelijk Berbers en Arabieren, die het gebied veroverden in 711. De term "Moor" werd in de middeleeuwen gebruikt om donkere Noord-Afrikanen aan te duiden, en werd later breder gebruikt voor de Islamitische bewoners van Spanje en Portugal.
After the death of mint master Johan Wijntgens in 1644, municipal coin production in Deventer came to a standstill for a long time. It was not until 1661 that the mint was reopened with Dr. Johan van Harn as mint master. This Johan van Harn was married to a granddaughter of Hendrik Wijntgens, the mint master of Overijssel. As a mint mark, he chose a Moor′s head, derived from the crest in the Van Harn family coat of arms. Only approximately 21,000 silver ducats were minted in 1662. Rare.
Both Dr. Johan van Harn and his cousin Gerrit, who worked at the Nijmegen Mint, used a Moor′s head as their mint master′s mark. The Moor′s head was not an unusual symbol in 16th- and 17th-century heraldry, and the Van Harn family also incorporated the Moor′s head as a crest in their coat of arms. Dr. Johan van Harn and his cousin Gerrit thus derived their master′s mark from it. The Moors were a Muslim ethnic group who lived on the Iberian Peninsula (Spain and Portugal) from the 8th to the 15th century. They were largely of North African descent, primarily Berbers and Arabs, who conquered the region in 711. The term "Moor" was used in the Middle Ages to refer to dark-skinned North Africans and later became more broadly used to refer to the Muslim inhabitants of Spain and Portugal.
Delmonte 990 ; Verkade 149.2 ; Fortuyn Drooglever 158 ; HNPM.23 ;CNM.2.12.24 ; Davenport 4916 R kleine zwaktes van de slag doch attractief exemplaar met een mooi patina zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - PERIODE LEOPOLD I, 1657-1705 - Stedelijke gulden 1687
gewicht 10,40gr. ; zilver Ø 30,5mm. muntmeester: Pieter Sluysken muntmeesterteken: zittend hondje variant: alle N′s zijn in spiegelschrift (retrograde)
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierdaltaar, omringd door de tekst; HAC ИITIMVR - HAИC TVEMVR kz. Gekroond wapen van Deventer, daarboven tussen de fleurons van de kroon I - 6 - 8 - 7, geflankeerd door I - G, omringd door de tekst; MO•NO•ARG•CIV•DAVENTRIÆ hondje zittend naar rechts
Delmonte 1176 ; Verkade 152.2 ; HNPM.36 ; Fortuyn Drooglever 223 ; CNM.2.12.48 zwaktes van de slag fr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER – PERIODE LEOPOLD I, 1657-1705 - Generaliteitsgulden 1698
gewicht 10,16gr. ; zilver Ø 30,5mm. muntmeester Pieter Sluysken muntmeesterteken zittend hondje
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, geflankeerd door I6 - 98, naar links zittend hondje rechts van de voet van het altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond generaliteitswapen, geflankeerd door I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FÆD•BELG•CIV•DAVENT
stempel eigenschappen: kroonband loopt niet achterlangs door en heeft kleine rechthoeken en ruiten als versiering op de kroonband. Met punten tussen de fleurons van de kroon.
Delmonte 1185 ; Verkade 152.4 ; Fortuyn Drooglever 242 ; HNPM.38 ; CNM.2.12.50 Zeer minieme sporen van oxidatie. Mooi patina. zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - PERIODE RUDOLF II, 1576-1612 - Rozenobel van 9 gulden z.j. (circa 1600)
gewicht 7,54gr. ; goud Ø 35,5mm. Geslagen op Overijsselse voet. muntmeester Hendrik Wijntgens muntteken burcht van Kampen. variant: retrograde C in het vaandel
vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de rechterhand en een schild met het oude Overijsselse wapen in de linker, staande in een schip met een roos op het boord en in de vaan op het achtersteven de letter C retrograde binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MON - • NO∶AV•CIVI• CAMPEN•VALO∶TRAN - ISVLAN kz. Stralende zon, omringd door vier lelies en vier gekroonde luipaarden, om en om geplaatst, binnen achtpas binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA•∶•RES•∶•PARVAE•∶•CRESCVNT•∶• burcht •
Delmonte 1107 (R2) ; Verkade 158.3var. ; HNPM.5 ; CNM.2.30.6 ; Friedberg 151var. RR Kleine zwaktes van de slag, doch net exemplaar met goede details. Zeer zeldzaam. pr-
|
gewicht 7,54gr. ; goud Ø 35,5mm.
Geslagen op Overijsselse voet.
Muntteken burcht van Kampen.
Muntmeester Hendrik Wijntgens
variant: retrograde C in het vaandel
vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de
rechterhand en een schild met het oude Overijsselse wapen in de linker,
staande in een schip met een roos op het boord en in de vaan op het
achtersteven de letter C retrograde binnen een parelcirkel, omringd door
de tekst; MON - • NO∶AV•CIVI• CAMPEN•VALO∶TRAN - ISVLAN
kz. Stralende zon, omringd door vier lelies en vier gekroonde luipaarden,
om en om geplaatst, binnen achtpas binnen een parelcirkel, omringd door
de tekst; CONCORDIA•∶•RES•∶•PARVAE•∶•CRESCVNT•∶• burcht •
Delmonte 1107 ; Verkade 158.3var. ; HNPM.5 ; CNM.2.30.6 ;
Friedberg 151var. RR
Kleine zwaktes van de slag, doch net exemplaar met goede details.
Zeer zeldzaam.
zfr+
|
|
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Nieuwe Vlaamse nobel z.j. (circa 1600)
gewicht 6,75gr. ; goud Ø 33mm. Geslagen op Vlaamse voet. Muntmeester Hendrik Wijntgens
vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de rechterhand en in de linker een schild met de Overijsselse leeuw met het stadswapen van Kampen in de linkerklauw, staande in een koggeschip met een vaan op het achtersteven met hetzelfde wapen, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; MON - AVR•CIVI• CAMPEN•VALO• - •FLAN• kz. Gelelied kruis versierd met bladornamenten met in het hart een vierpas met daarbinnen een zespuntige ster, gekroonde luipaarden in de hoeken, binnen een achtpas, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; NISI•DOMINVS•SERVAVERIT•CIVITATEM•FRVSTRA• Op 11 november 1581 nam de stadsregering van Gent het besluit tot aanmunting van Vlaamse Nobels door muntmeester Jan Ghyselbrecht. Dit voorbeeld zou spoedig worden gevolgd door Zeeland, Overijssel, Gelderland en de stad Kampen. In eigentijdse bronnen werden deze stukken spoedig aangeduid als "nieuwe Vlaamse nobels". Zij werden tegen dezelfde koers uitgegeven als de "oude" Vlaamse nobels en de toen nog circulerende Engelse nobels: bij emissie voor 24 schellingen en 4 groten (= 7 gulden en 6 stuiver) en spoedig daarna voor 7½ gulden (= 7 gulden en 10 stuiver). In 1586 werd met het plakkaat van Leicester de koers van de Vlaamse nobel teruggebracht tot 6 gulden en 7 stuiver. Zeer zeldzaam.
Van dit munttype bestaan twee versies van de keerzijde; bij de eerste versie is het geleliede kruis recht gepositioneerd onder het initiaalteken op 12 uur, dus als een + teken. Bij de tweede versie is het geleliede kruis schuin gepositioneerd, dus als een X teken. Dit exemplaar is een versie van de eerste variant.
Delmonte 1102note ; Verkade - ; HNPM.2 ; CNM.2.30.8 ; Friedberg 151a RR vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Nieuwe Vlaamse nobel z.j. (circa 1600)
gewicht 6,67gr. ; goud Ø 33mm. Geslagen op Vlaamse voet. Muntmeester Hendrik Wijntgens
vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de rechterhand en in de linker een schild met de Overijsselse leeuw met het stadswapen van Kampen in de linkerklauw, staande in een koggeschip met een vaan op het achtersteven met hetzelfde wapen, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; MON - AVR•CIVI• CAMPEN•VALO• - • FLAN •
kz. Gelelied kruis versierd met bladornamenten met in het hart een vierpas met daarbinnen een zespuntige ster, gekroonde luipaarden in de hoeken, binnen een achtpas, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ∴NISI•DOMINVS•SERVAVERIT•CIVITATEM•FRVSTRA•
Op 11 november 1581 nam de stadsregering van Gent het besluit tot aanmunting van Vlaamse Nobels door muntmeester Jan Ghyselbrecht. Dit voorbeeld zou spoedig worden gevolgd door Zeeland, Overijssel, Gelderland en de stad Kampen. In eigentijdse bronnen werden deze stukken spoedig aangeduid als "nieuwe Vlaamse nobels". Zij werden tegen dezelfde koers uitgegeven als de "oude" Vlaamse nobels en de toen nog circulerende Engelse nobels: bij emissie voor 24 schellingen en 4 groten (= 7 gulden en 6 stuiver) en spoedig daarna voor 7½ gulden (= 7 gulden en 10 stuiver). In 1586 werd met het plakkaat van Leicester de koers van de Vlaamse nobel teruggebracht tot 6 gulden en 7 stuiver. Zeer zeldzaam.Van dit munttype bestaan twee versies van de keerzijde; bij de eerste versie is het geleliede kruis recht gepositioneerd onder het initiaalteken op 12 uur, dus als een + teken. Bij de tweede versie is het geleliede kruis schuin gepositioneerd, dus als een X teken. Dit exemplaar is een versie van de tweede variant.
Delmonte 1102note ; Verkade - ; HNPM.2 ; CNM.2.30.8 ; Friedberg 151a RR zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Dubloen of dubbele Spaanse dukaat z.j. (circa 1590-1593)
gewicht 6,73gr. ; goud Ø 29mm.
vz. De gekroonde portretten van het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabella naar elkaar gericht, daartussen een C, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; xDVCA•R•P•IMP•CAMPЄN•VA•FЄRDINANDI kz. Eenkoppige adelaar met gespreide vleugels, voor zich het gekroonde wapenschild van Castilië-Léon-Granada, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; xSVBxVMBRAxALARVMxTVARVMxPROx
Deze Dubloen of dubbele Spaande dukaat is geslagen naar voorbeeld van de Spaanse dubbele excelente en toont ons de portretten van het koningspaar Fernando en Isabella van Spanje (1474-1504). Vanwege hun grote intolerantie jegens niet-Christenen, zoals Joden en Moslims, zijn Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië de geschiedenis ingegaan als Reyes Católicos, ofwel het Katholieke Koningspaar. Diegenen die zich niet lieten bekeren moesten het land verlaten, en al hun bezittingen werden in beslag genomen. Honderdduizenden verlieten in die tijd Spanje, en anderen lieten zich dopen. Door hun buitenlandse politiek van veroveringen in de nieuwe wereld, legden zij de grondslag voor de wereldmacht die Spanje in de loop van de 16e eeuw zou worden.
Exemplaar met Gotisch schrift, waarbij de voorzijde tekst begint op 5 uur i.p.v. op 12 uur. Uiterst zeldzaam.
cf. Künker Auktion 414, Lot 5060 (xf ; € 12.500 incl. commission)
van der Chijs XIV, 4var. ; Delmonte 1098 ; vgl. CNM.2.30.11 ; Friedberg 149 RRR Zeer zeldzame munt in een bijzonder mooie kwaliteit. zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Dubloen of dubbele Spaanse dukaat z.j. (ca.1590-1593)
gewicht 6,85gr. ; goud Ø 29mm.
vz. De gekroonde portretten van het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabella naar elkaar gericht, daartussen een C•, binnen een parecirkel, omringd door de tekst; xDVCA•R•P•IMP•CAMPЄN•VA•FЄRDINANDI kz. Eenkoppige adelaar met gespreide vleugels, voor zich het gekroonde wapenschild van Castilië-Léon-Granada, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; xSVBxVMBRAxALARVMxTVARVMxPROx
Deze dubloem of dubbele Spaanse dukaat is geslagen naar voorbeeld van de Spaanse dubbele excelente en toont ons de portretten van het koningspaar Fernando en Isabella van Spanje (1474-1504). Vanwege hun grote intolerantie jegens niet-christenen, zoals Joden en Moslims, zijn Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië de geschiedenis ingegaan als Reyes Católicos, ofwel het Katholieke Koningspaar. Diegenen die zich niet lieten bekeren moesten het land verlaten, en al hun bezittingen werden in beslag genomen. Honderdduizenden verlieten in die tijd Spanje, en anderen lieten zich dopen. Door hun buitenlandse politiek van veroveringen in de nieuwe wereld, legden zij de grondslag voor de wereldmacht die Spanje in de loop van de 16e eeuw zou worden.
variant: tussen de portretten C• (normaal zonder punt achter de C). Soms zien we ook een stip boven de C. Het is goed mogelijk dat dit diende als onderscheidingteken tussen de verschillende emissies.
van der Chijs XIV, 4var. ; Delmonte 1098var. ; HNPM. 07.01var. ; CNM.2.30.11var. ; Friedberg 149var. R Attractief exemplaar. Zeldzaam. zfr/zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - 1/2 Dubloen of Spaanse dukaat z.j. (circa 1590-1600)
gewicht 3,41gr. ; goud Ø 23mm. muntmeester Hendrik Wijntgens muntmeesterteken lelie
vz. Gekroonde borstbeelden van het Spaanse koningspaar Fernando en Isabel naar elkaar gericht, daartussen letter C, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; DVCA•R•P•IMP•CAMPE•VA•FERDINAN• lelie kz. Gekroond Spaans wapenschild van Castilië-Léon-Granada binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; SVB•VMBRA•ALARVM•TVARVM
Vrij exacte navolging van de excelente van Fernando en Isabel ″Reyes Católicos″ van Spanje (1474-1504).
Fairly exact imitation of the excelente of Fernando and Isabel ″Reyes Católicos″ of Spain (1474-1504).
cf. Künker Auktion 414, Lot 5061 (vf+, slighly bent ; € 3.500 incl. commission)
Delmonte 1101 ; van der Chijs XIV,6 ; HNPM.8 ; CNM.2.30.13 ; Friedberg 150 R zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - 1/2 Dubloen of Spaanse dukaat z.j. (circa 1590-1600)
gewicht 3,43gr. ; goud Ø 24,5mm. muntmeester Hendrik Wijntgens
vz. Gekroonde borstbeelden van het Spaanse koningspaar Fernando en Isabel naar elkaar gericht, daartussen letter C, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; DVC•R•P•IMP•CAMPEN•VA•FERDINANDI• kz. Gekroond Spaans wapenschild van Castilië-Léon-Granada binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; xSVB•VMBRA•ALARVM•TVARx
variant: zonder muntmeesterteken lelie en afwijkende voorzijdetekst. Zeer zeldzaam.
Vrij exacte navolging van de excelente van Fernando en Isabel ″Reyes Católicos″ van Spanje (1474-1504).
Fairly exact imitation of the excelente of Fernando and Isabel ″Reyes Católicos″ of Spain (1474-1504).
cf. Künker Auktion 414, Lot 5061 (vf+, slighly bent ; € 3.500 incl. commission)
Delmonte 1101 ; van der Chijs XIV, 6var. ; HNPM.8 ; CNM.2.30.13 ; Friedberg 150 RR licht verschoven voorzijdestempel, verder een mooi exemplaar zfr à zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - RUDOLF II, 1576-1612 - Goudgulden 1597
gewicht 3,14gr. ; goud Ø 22,5mm.
muntmeester Hendrik Wijntgens
muntmeesterteken lelie
vz. Keizer Rudolf met helm, harnas en mantel staande naar recht met in zijn rechterhand een zwaard en in de linker de rijksappel. In de buitencirkel de tekst; RVDOL°II°ROM° – IM°SEM°AVG°97°
kz. Rijksappel omgeven door de waenschildenen van Kampen, Overijssel en het Oversticht binnen een driepas. inde buitencirkel de tekst; •MO lelie NO• - •CIV•IMP – CAMPE•
Delmonte 1112 ; Verkade - (vgl.219.1) ; HNPM.10 ; CNM.2.30.2 ; Friedberg157 RRR
De Kamper rijksguldens van dit type komen slechts hoogst sporadisch voor en zijn uiterst zeldzaam.In tegenstelling tot de gouden dukaten van die periode, zal de productie gering zijn geweest.
zfr-/zfr
gewicht 3,14gr. ; goud Ø 22,5mm. muntmeester Hendrik Wijntgens muntmeesterteken lelie
vz. Keizer Rudolf met helm, harnas en mantel staande naar rechts met in zijn rechterhand een zwaard en in de linker de rijksappel, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; RVDOL°II°ROM° – IM°SEM°AVG°97° kz. Rijksappel ingesloten door de drie wapenschilden van Kampen, Overijssel en het Oversticht binnen een geparelde driepas binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •MO lelie NO• - •CIV•IMP• – CAMPE•
De Kamper rijksguldens van dit type komen slechts hoogst sporadisch voor en zijn uiterst zeldzaam. In tegenstelling tot de gouden dukaten van die periode, zal de productie zeer gering zijn geweest.
Delmonte 1112 ; Verkade - (vgl.219.1) ; HNPM.10 ; CNM.2.30.2 ; Friedberg 157 RRR zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - RUDOLF II, 1576-1612 - Arendsrijksdaalder 1598
gewicht 28,79gr. ; zilver Ø 40,5mm. muntmeester Hendrik Wijntgens muntmeesterteken roos
vz. Dubbelkoppige rijksadelaar gedekt door de keizerskroon, met de rijksappel op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; RVDOL•II•D:G•ELEC•RO:IMP•SEM•AVGVS kz. Stadspoort met I - 5 - 9 - 8 tussen en naast de torens, het schildje van het Oversticht schuin geplaatst voor de ingang, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MONE•NO:CIVITATIS•IMPE•CAMPENSIS❀
Al sinds het verkrijgen van stadsrechten in de 13e eeuw voert Kampen een wapen met daarin een burcht. De burcht heeft verschillende vormen en een verschillend aantal torens gekend. In de 13e en 14e eeuw ging het om een poort met drie gekanteelde torens. Bij een latere versie in 1643 ging het om drie gedekte torens (torens met een dak) en vier gekanteelde torens. De kleuren van het wapen staan sinds de 14e eeuw vast, azuur en zilver. Sinds 1495 mag Kampen de keizerskroon op het wapen voeren.
Het betreft hier het laatste jaar van aanmunting van dit munttype. Het is het zeldzaamste jaartal van de serie.
Delmonte 700 ; Verkade 160.1 ; HNPM.21 ; CNM.2.30.23 ; Davenport 8881 R Kleine zwaktes van de slag, doch attractief exemplaar met scherpe details en een mooi patina. Zeldzaam. zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - MATTHIAS I, 1612-1619 - Kamper goudgulden z.j. (1613-1617)
gewicht 3,21gr. ; goud Ø 21mm. muntmeester Johan Wijntgens muntmeesterteken kruis (“vierblad”)
vz. Rijksappel binnen driepas met uitstekende punten tussen
de bogen binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
✚ MATHI•I•D•G•ELEC•RO•IMP•SEM•AV
kz. Rond een zestralige ster drie radiaal geplaatste wapens;
het stadswapen met burcht, het wapen van het Oversticht en
en het wapen met de Overijsselse leeuw, binnen parelcirkel,
omringd door de tekst; MO•AVR̉ ••• IMPERI ••• CI•CAMP
vz. Rijksappel binnen driepas met uitstekende punten tussen de bogen binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✢ MATHI•I•D•G•ELEC•RO•IMP•SEM•AV kz. Rond een zestralige ster drie radiaal geplaatste wapens; het stadswapen met burcht, het wapen van het Oversticht en en het wapen met de Overijsselse leeuw, binnen parelcirkel, omringd door de tekst; MO•AVR̉ ••• IMPERI ••• CI•CAMP
De rijkssteden Nijmegen, Deventer, Kampen, Zwolle en de provincie Friesland hebben aan het begin van de 17e eeuw, zo tussen 1610 en 1620, nog op bescheiden schaal goudguldens aangemunt. Daar dit munttype volstrekt niet voldeed aan de voorschriften van de generaliteitsmunten, was dit zeer tot ongenoegen van de Staten-Generaal, in het bijzonder de Staten van Holland. Dit was ook waarschijnlijk de reden dat de aanmunting van goudguldens rond 1620 definitief werd gestaakt. Zeldzaam.
Delmonte 1113 ; Verkade 158.1 ; HNPM.11 ; CNM.2.30.4 ; Friedberg 158 R kleine zwaktes van de slag, doch voor type een zeer mooi exemplaar zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - PERIODE MATTHIAS I, 1612-1619 - Arendsrijksdaalder 1616/15 - piedfort geslagen op vierkant muntplaatje
gewicht 53,85gr. ; zilver 46x46mm. muntmeester Johan Wijntgens muntteken rozet
vz. Dubbelkoppige rijksadelaar gedekt door de keizerskroon en met de rijksappel op de borst binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; FERDINAND:I•D:G•ELEC•RO:IMP•SEM•AVG kz. Stadspoort met I - 6 - 1 - 6 tussen en naast de torens, het stadsschild schuin geplaats voor de ingang, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; MONE•NO:CIVITATIS•IMPE•CAMPENSIS
Het betreft hier een zeer opmerkelijke vierkante afslag van een arendsrijkdaalder. Zo zien op deze munt nog de naam van keizer Ferdinand I (1556-1564) vermeld, in plaats van de regerend keizer Matthias I (1612-1619). Voor het voorzijdestempel heeft men het muntstempel van de arendsrijksdaalder 1615 gebruikt. In dat jaar werden nauwelijks arendsrijksdaalder geslagen, zodat men blijkbaar nog beschikte over bruikbare muntstempels van dat jaartal. Men heeft het jaartal vervolgens omgesneden naar het jaartal 1616. Delmonte maakt in zijn supplement (nr.704a) melding van eenzelfde exemplaar dat geslagen is op dubbel gewicht, dat verhandeld werd door de firma Schulman in 1959. Ook in CNM wordt melding gemaakt van een dergelijke afslag. Mogelijk betreft het hier een en hetzelfde exemplaar. Er zullen zeker niet meer dan enkele stuks bewaard zijn gebleven en wellicht is dit het enige stuk in de handel. Derhalve van de hoogste zeldzaamheid.
This is a very remarkable square strike of an arendsrijksdaalder (eagle-rixdollar). For example, the name of Emperor Ferdinand I (1556-1564) can still be seen on this coin, instead of the reigning Emperor Matthias I (1612-1619). For the obverse they used the mint dies of the arendsrijksdaalder 1615. In that year hardly any arendsrijksdaalder were minted, so that apparently they still had usable dies of that year available. The year was subsequently cut to the year 1616. Delmonte mentions in his supplement (no.704a) a same specimen struck on double weight, which was traded by the Schulman firm in 1959. CNM also refers to a samelike coin. This all may be one and the same coin. Certainly no more than a few pieces have survived and this is probably the only piece on the market. Therefore of the highest rarity.
Delmonte 704a (suppl.) ; Verkade- ; HNPM.- (vgl.23.1) ; CNM.2.30.27 R4 zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - MATTHIAS I, 1612-1619 - Arendschelling z.j.
gewicht 3,41gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester Johan Wijntgens en Hendrik Wijntgens stempelkenmerken; met MATHI en retrograde N in CAMPEN
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MATHI•I•D•G•ELEC•RO•IMP•SEM•AVGVS kz. Gekroond Spaans wapenschild van Castilië-Leon-Granada, rustend op Bourgondisch stokkenkruis binnen een paralcirkel, omring door de tekst; MO•ARG - IMPERI - CIVITA - CAMPEИ
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 4,95 gram is deze munt duidelijk veel te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op maar een gewichtsverlies van bijna 1,5 gram, zoals in dit geval, is in relatie tot de kwaliteit van de munt veel te groot. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt, zoals ook visueel duidelijk is waar te nemen.
Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bij verdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.
With an official prescribed weight of 4.95 grams, this coin is clearly much too light. Due to circulation and therefore wear, there is always weight loss, but a weight loss of almost 1.5 grams, as in this case, is much too large in relation to the quality of the coin. This weight loss is clearly caused by clipping the coin, as can also be clearly seen visually.
If one kept cutting off the edge of many coins, one could still earn a considerable amount, sometimes hundreds of guilders. Of course, it was important to give the coins in payment to people who could not immediately check the weight, otherwise one would be caught. In principle, those who paid with coins that were too light still had to pay the difference in weight, but that only applied to coins with a small weight deviation. If the difference was too great, the coins were immediately withdrawn from circulation. If one was caught cutting off coins, the punishments were not insignificant. With mutilation (including branding) one got off very lightly. Burning or boiling in a cauldron with water, oil or lead and other gruesome death sentences were the usual final stations for serious offenders.
Verkade 896 (tekst) ; HNPM.47 ; CNM.2.30.66 sterk gesnoeid exemplaar // heavily clipped fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLAND) - REPUBLIEK - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - FERDINAND III, 1637-1657 - Dubbele gouden dukaat 1655
gewicht 6,66gr. ; goud 986/1000 ; Ø 31mm. muntmeester Jan Jellen
vz. Gekroonde en geharnaste keizer Ferdinand III staande naar rechts, geflankeerd door het jaartal 16 - 55, geschouderd zwaard in de rechterhand, rijksappel in de linker, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FERD•III:DGR - O•I - VNGA BO•REX kz. Vierkant paneel, aan de zijden voorzien van sierornamenten, met daarbinnen de tekst; MONOV / AVREA / CIV•ITA / IMPERI / CAMPEN
variant; CIVITA gesneden over (het foutieve) CIMITA.
Omdat de productie van de Latijns-Amerikaanse zilvermijnen sedert de 16e eeuw sterker toenam dan die van de goudmijnen, bleef de relatieve waarde van het goud voortdurend stijgen. Zo bedroeg de koers van de gouden dukaat volgens het plakkaat van 1615 vier gulden en 1 stuiver. Formeel was het plakkaat van 1615 ook in 1655 nog van kracht. Feitelijk deed de dukaat op dat moment echter al ruim 5 gulden in het betalingsverkeer. De dubbele dukaat had dus een waarde van ruim 10 gulden.
Delmonte 1116 (R3) ; Verkade 159.2 ; CNM.2.30.15 ; HNPM.13 ; Friedberg 160 RR Diverse krasjes op de voorzijde en zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLAND) - REPUBLIEK - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - FERDINAND III, 1637-1657 - Gouden dukaat 1656
gewicht 3,44gr. ; goud 986/1000 ; Ø 23,5mm. muntmeesters Johan Wijntgens & Jan Jellen
vz. Gekroonde en geharnaste keizer Ferdinand III staande naar rechts, geflankeerd door het jaartal 16 - 56, geschouderd zwaard in de rechterhand, rijksappel in de linker, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FERD III D G RI - V - NG BO REX kz. Vierkant paneel, aan de zijden voorzien van sierornamenten, met daarbinnen de tekst; MO NOV / AVREA / CIV•ITA / IMPERI / CAMPEN
variant; in de teksten ontbreken de gebruikelijke interpuncties
Delmonte 1117 ; Verkade 159.1 ; CNM.2.30.18 ; Vanhoudt/Saunders 1597 ; HNPM.16 ; Friedberg 161 R Kleine zwaktes van de slag en enkele lichte krasjes. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - FERDINAND III, 1637-1657 - Arendsrijksdaalder 1649
gewicht 28,00gr. ; zilver Ø 43mm.
muntmeester Hendrik Wijntgens
muntmeester lelie
vz. Het Kamper wapen, een stadspoort met drie torens met het wapenschild van
het Oversticht schuin voor de ingang van de poort geplaatst, 1 - 6 - 4 - 9 naast de torens,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; MONE•NO•CIVITATIS•IMPE•CAMPENSIS en lelie
kz. Dubbelkoppigge rijksadelaar gedekt door de keizerskroon, met de rijksappel op de
borst binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;
FERD•III•DG•ELEC•RO•IMP•SEM•AVG
Delmonte 705 (R2); Verkade- ; HNPM.26 ; CNM.2.30.28 ; Davenport 4983 R
Kleine zwaktes van de slag, doch zeer attractief exemplaar met patina.
zfr
gewicht 28,04gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Hendrik Wijntgens muntmeesterteken lelie
vz. Dubbelkoppigge rijksadelaar gedekt door de keizerskroon, met de rijksappel op deborst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FERD•III•DG•ELEG•RO•IMP•SEM•AVG kz. Het Kamper wapen, een stadspoort met drie torens met het wapenschild van het Oversticht schuin voor de ingang van de poort geplaatst, 1 - 6 - 4 - 9 naast de torens,binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MONE•NO•CIVITATIS•IMPE•CAMPENSIS en lelie
variant: met het foutieve ELEG i.p.v. het correctei ELEC (van ELECTVS)
Delmonte 705 (R2); Verkade- ; HNPM.26 ; CNM.2.30.28 ; Davenport 4983 R Kleine zwaktes van de slag, overigens een net exemplaar met een mooi patina. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - FERDINAND III, 1637-1657 - Arendsrijksdaalder 1654
gewicht 28,59gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Jan Jellen muntmeesterteken lelie
vz. Dubbelkoppigge rijksadelaar gedekt door de keizerskroon, met de rijksappel op de borst binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; FERD•III•DG•ELEC•RO•IMP•SEM•AVG kz. Het Kamper wapen, een stadspoort met drie torens met het wapenschild van het Oversticht schuin voor de ingang van de poort geplaatst, 1 - 6 - 5 - 4 naast de torens, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MONE•NO˙CIVITATIS•IMPE•CAMPENSIS˙
Het betreft hier het laatste jaartal van rijksdaalders van dit type. In 1655 werd het vervangen door de Nederlandse rijksdaalder, waarmee men aansluiting zocht met de reguliere Generaliteitsmunten. Dit jaartal komt maar weinig voor en is waarschijnlijk maar in kleine hoeveelheid aangemunt. Zeer zeldzaam.
Delmonte 705 (R2); Verkade- ; HNPM.26 ; CNM.2.30.28 ; Davenport 4983 RR lichte zwaktes van de slag fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Stedelijke leeuwendaalder z.j. (ca.1597)
gewicht 26,61gr. ; zilver Ø 40mm. Geslagen op Hollandse voet. muntmeester Hendrik Wijntgens muntmeesterteken “burcht van Kampen binnen versiering van boogjes”
vz. Geharnaste ridder, kijkend over zijn linkerschouder, de linkerhand aan het gevest van zijn zwaard en met de rechter een wapen met klimmende leeuw aan een lint voor zich houdend, waarbij de leeuw het stadswapen aan een lint voor zich houdt,binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; MONxARGxR•PxIM x - CAMPxVAxHOL kz. Klimmende leeuw naar links binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst;CONFIDENSxDNOxNONxMOVETVR
Het betreft hier de eerste (en dus oudste) leeuwendaalder van Kampen. This is the first (and therefore oldest) lion dollar in Kampen.
Hendrik Wijntgens werd geboren in 1557 als zoon van muntmeester Balthasar Wijntgens en Anna Vleminck. Hendrik trad in het voetspoor van zijn vader en was muntmeester van Gelderland te Zutphen 1582-′83, voor de stad Zutphen 1582-′83 en 1604-′05, Kampen 1589-1611, Overijssel 1590- 1611, van Kleef te Huissen 1611-′13, Thorn 1613-′17 en Elburg 1619- ′21. Hij overleed in 1632 op Texel. Zijn zoon Johan en kleinzoon Hendrik werden ook muntmeester te Kampen.
Delmonte 861 ; Verkade 162.4var. ; HNPM.27 ; CNM.2.30.29 ; Davenport 8882 S Kleine zwaktes van de slag, maar voor type een mooi exemplaar. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - PERIODE FERDINAND III, 1637-1657 - Leeuwendaalder 1644
gewicht 25,40gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester: Hendrik Wijntgens muntmeesterteken : geen
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, hoofd naar links gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn linkerhand houdt, het wapenschild van Holland binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO•AR•CIVI•IMP• – BELG•CAMPEN kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 1644, omringd door de tekst; :CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR•
The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar.
In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia sent me an e-mail that he had discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Delmonte twijfelde aan het bestaan van dit jaartal. Blijkbaar heeft hij het in geen enkele collectie aangetroffen. Inmiddels weten we dat ook voor 1644 wel degelijk leeuwendaalders zijn aangemunt, waarvan dit exemplaar een voorbeeld is. Uiterst zeldzaam.
Delmonte doubted the existence of this year. Apparently, he did not find it in any collection. We now know that lion thalers were indeed minted for 1644 as well, of which this specimen is an example. Extremely rare.
Delmonte 862 ; Verkade 163.3var. ; HNPM.29 ; CNM.2.30.37 ; Davenport 4879 RRR minieme sporen van oxidatie zfr- à fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Leeuwendaalder 1655
gewicht 27,03gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Jan Jellen muntmeesterteken lelie
The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar. In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia sent me an e-mail that he had discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Delmonte 862 (R3) ; Verkade 163.1 ; HNPM.29 ; CNM.2.30.38 ; Davenport 4879 RRR Lichte zwaktes van de slag, doch voor type mooi exemplaar. Uiterst zeldzaam jaartal. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Leeuwendaalder 1664
gewicht 27,27gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Johan van Harn muntmeesterteken morenkop
Zowel Dr. Johan van Harn als zijn neef Gerrit, die werkzaam was aan de Munt te Nijmegen, hanteerden een morenkop als muntmeesterteken. De morenkop was geen ongebruikelijk symbool in de 16e en 17e eeuwse heraldiek, en ook de familie Van Harn voerde de morenkop als helmteken in het familiewapen. Dr. Johan van Harn, en ook zijn neef Gerrit hebben hun meesterteken dus daaraan ontleend.
De Moren waren een islamitische bevolkingsgroep die van de 8e tot de 15e eeuw op het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) leefde. Ze waren grotendeels van Noord-Afrikaanse afkomst, voornamelijk Berbers en Arabieren, die het gebied veroverden in 711. De term ″Moor″ werd in de middeleeuwen gebruikt om donkere Noord-Afrikanen aan te duiden, en werd later breder gebruikt voor de Islamitische bewoners van Spanje en Portugal.
Both Dr. Johan van Harn and his cousin Gerrit, who worked at the Nijmegen Mint, used a Moor′s head as their mint master′s mark. The Moor′s head was not an unusual symbol in 16th- and 17th-century heraldry, and the Van Harn family also incorporated the Moor′s head as a crest in their coat of arms. Dr. Johan van Harn and his cousin Gerrit thus derived their master′s mark from it.
The Moors were a Muslim ethnic group who lived on the Iberian Peninsula (Spain and Portugal) from the 8th to the 15th century. They were largely of North African descent, primarily Berbers and Arabs, who conquered the region in 711. The term ″Moor″ was used in the Middle Ages to refer to dark-skinned North Africans and later became more broadly used to refer to the Muslim inhabitants of Spain and Portugal.
Delmonte 862 ; Verkade 163.1 ; HNPM.29 ; CNM.2.30.39 ; Davenport 4879 lichte zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - PERIODE LEOPOLD I, 1657-1705 - Leeuwendaalder 1684
gewicht 26,95gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester: Jacob Ridder muntmeesterteken: ruiter
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn linkerhand houdt, het wapenschild van Holland binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO˙ARG˙CIV˙IMP – BELG˙CAMPEN kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 16 ruiter 84, omringd door de tekst; :CONFIDENS:DNO:NON:MOVETVR
The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar. In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia sent me an e-mail that he had discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Delmonte 862 ; Verkade 163.1 ; HNPM.29 ; CNM.2.30.41 ; Davenport 4879 R Kleine gietgal en de gebruikelijke zwaktes van de slag. Zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Dukaton of zilveren rijder 1669
gewicht 32,37gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Johan van Harn muntmeesterteken morenkop
Zowel Dr. Johan van Harn als zijn neef Gerrit, die werkzaam was aan de Munt te Nijmegen, hanteerden een morenkop als muntmeesterteken. Het was ontleend aan het familiewapen van de familie Van Harn, dat een morenkop als helmteken voerde. In de jaren 1669-1675 werden te Kampen slechts zo′n 42.460 stuks stedelijke zilveren rijders aangemunt. Zeer zeldzaam.
Both dr. Johan van Harn and his cousin Gerrit, who worked at the Mint in Nijmegen, used a Moor′s head as a mint master′s mark. It was derived from the family coat of arms of the Van Harn family, which had a Moor′s head as a crest. In the years 1669-1675, only about 42,460 urban silver riders were minted in Kampen. Very rare.
Delmonte 1039 ; Verkade 159.3 ; HNPM.34 ; CNM.2.30.54 ; Davenport 4945 ; KM.61.1 RR gebruikelijke zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - PERIODE LEOPOLD I, 1657-1705 - Daalder van 30 stuiver 1692
gewicht 13,99gr. ; zilver Ø 35mm. muntmeester: Jacob Ridder muntmeesterteken: ruiter naar links
vz. Ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, met een geheven zwaard in zijn rechterhand, voor hem het gekroonde stedelijk wapen, omringd door de tekst; AVXILIANTE• - •DEO•1692 ruiter kz. Gekroond stedelijk wapen gehouden door twee leeuwen, daaronder 30 • ST, omringd door de tekst; MO•NO•AR•CI - •CAMPEN•
Van dit jaartal werden slechts 32.209 stuks aangemunt. Zeldzaam.
Delmonte 1094 ; Verkade 163.4 ; HNPM.42 ; CNM.2.30.57 R Kleine gietgal en lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar. zfr-/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Florijn van 28 stuivers z.j. (1665-1672)
gewicht 19,60gr. ; Ø 40mm. muntmeester Johan van Harn zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Dubbelkoppige gekroonde rijksadelaar, met rijksappel op de borst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MATTHI•D•G•RO•IMPE•SI•M•AVG kz. Gekroond gekwartierd wapenschild van Kampen met bladornamenten aan de zijden, binnen een parelcirkel, daaronder de waarde aanduiding 28 binnen ovaal, omringd door de tekst; FLOR;ARG•CIV - IMP•CAMPEN
Nog geslagen op naam van keizer Matthias (1612-1619).
In 1619 was de aanmunting van florijnen te Kampen min of meer tot stilstand gekomen. Rond 1665 werd na zo′n 45 jaar onderbreking de aanmunting van zilveren florijnen hervat. Men viel daarbij terug op het vertrouwde type van Matthias I, waarbij men zelfs diens naam op de nieuwe munten vermeldde, ook al was keizer Leopold I (1657-1705) de werkelijk heersende Rooms-Duitse keizer. De laatste florijn van Kampen werd in 1686 geslagen.
variant: met SI•M i.p.v. het correcte SEM
Delmonte 1113 ; Verkade 164.3 ; de Bruijn 34 ; HNPM.43 ; CNM.2.30.60 ; KM.23 mooi patina zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Florijn van 28 stuiver 1680 (1680 over ✶80 ✶)
gewicht 19,77gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Jacob Ridder muntmeesterteken ridder te paard
De zilveren florijn van 28 stuivers werd in 1601 ingevoerd door de Staten van Friesland, al spoedig gevolgd door andere provincies en steden, tezamen met de onderdelen ½ florijn van 14 stuivers en ¼ florijn van 7 stuivers. In de volksmond sprak men al spoedig van de “achtentwintig” als muntnaam. Deze muntslag wekte ongenoegen bij de Staten van Holland, die streefden naar een uniform muntstelsel zonder deze minderwaardige en afwijkende muntstukken. Ondanks diverse maatregelen, w.o. het verboden verklaren en devalueren van de florijnen, wist men de stukken toch niet kreeg uit circulatie te weren. Pas bij de geldhervorming van koning Willem II in 1846 verdwenen de laatste florijnen uit roulatie. Qua waarde vertegenwoordigde dit muntstuk net wat minder dan de daalder van 30 stuiver, een kenmerk waaruit het gezegde “een achtentwintig voor een daalder nemen” uit voort is gekomen. Daarmee wilde men uitdrukken dat men met iets minder genoegen nam.
Rond 1665 werd na zo′n 45 jaar onderbreking de aanmunting van zilveren florijnen hervat. Men viel daarbij terug op het vertrouwde type van Matthias I, waarbij men zelfs zijn naam op de nieuwe munten vermeldde, ook al was keizer Leopold I (1657-1705) de werkelijk heersende Rooms-Duitse keizer. De laatste florijn van Kampen werd in 1686 geslagen. Bij dit exemplaar was het jaartal aanvankelijk volledig geschreven als 16 - 80. Later heeft de stempelsnijder dit veranderd in een afgekort jaartal, geflankeerd door zes-puntige sterren, dus ✶8 - 0 ✶, maar het aanvankelijk volduit geschreven jaartal is nog goed te zien. Waarom men zich deze moeite getroostte voor een toch ogenschijnlijk onbelangrijke correctie zal waarschijnlijk samenhangen met een specifieke wens van de muntmeester en/of stempelsnijder. Dit type werd aangemunt in de jaren 1680-1686, waarbij we de 1680 kennen met zowel volledig als afgekort jaartal, terwijl de overige jaartallen steeds afgekort zijn. Blijkbaar is dus in de loop van 1680 besloten tot het toepassen van een afgekort jaartal. In de jaren 1680-1681 werden circa 90.134 stuks florijnen aangemunt. De Bruijn signaleerde van deze jaartalwijziging slechts 4 exemplaren. Zeer zeldzaam.
Delmonte 1113suppl. ; Verkade 164.4var. ; de Bruijn 35 ; HNPM.45 ; CNM.2.30.61 RR Gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een zeer mooi exemplaar. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Florijn van 28 stuiver 1681
gewicht 17,99gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Ridder muntmeesterteken ridder te paard
In 1619 was de aanmunting van florijnen te Kampen min of meer tot stilstand gekomen. Rond 1665 werd na zo′n 45 jaar onderbreking de aanmunting van zilveren florijnen hervat. Men viel daarbij terug op het vertrouwde type van Matthias I, waarbij men zelfs diens naam op de nieuwe munten vermeldde, ook al was keizer Leopold I (1657-1705) de werkelijk heersende Rooms-Duitse keizer. De laatste florijn van Kampen werd in 1686 geslagen.
Deze zilveren florijn is voorzien van een klop “G•O” aangebracht op last van de Staten van Stad en Lande (Groningen), tussen 23 juni en 3 juli 1693 teneinde toekomstige minderwaardige florijnen van 28 stuivers uit de omloop te weren. Het initiatief voor deze actie lag bij Holland, dat zich al tijden mateloos irriteerde aan deze minderwaardige geldstukken die volop in het betalingsverkeer aanwezig waren. De bedoeling was dat alleen ingestempelde florijnen nog geldigheid hadden in het betalingsverkeer. Nieuwe, ongestempelde florijnen zouden op die wijze dus uitgebannen worden in het betalingsverkeer. Enerzijds was deze maatregel zeer succesvol; de aanmunting van florijnen kwam in 1693 definitief tot stillstand. Anderzijds bleven florijnen, ook de ongeklopte. nog tot de geldsanering van 1842-1849 aanwezig in het betalingsverkeer. Uitbanning uit het betalingsverkeer was met deze maatregel dus volledig mislukt. De kloppen “pijlenbundel” (Staten-Generaal) en HOL (Staten van Holland) komen verreweg het vaakst voor, maar daarnaast hebben ook Utrecht, Overijssel, Friesland, Groningen, Drente en Lingen met hetzelfde doel dergelijke kloppen laten aanbrengen. Van de 49 florijnen van kampen uit 1681 die de Bruijn registreerde waren slechts 2 exemplaren met de klop “G•O” (Groningen & Ommelanden). Als zodanig is deze munt uiterst zeldzaam.
Of the 49 florins of Kampen from 1681 that de Bruijn registered, only 2 specimens were countermarked with “G•O” (Groningen & Ommelanden). As such, this coin is extremely rare.
Delmonte 1113 ; Verkade 164.4 ; de Bruijn 35 ; HNPM.45 ; CNM.2.30.61 RRR Gebruikelijke zwaktes van de slag. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Florijn van 28 stuiver 1685
gewicht 19,14gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Ridder muntmeesterteken ridder te paard
In 1619 was de aanmunting van florijnen te Kampen min of meer tot stilstand gekomen. Rond 1665 werd na zo′n 45 jaar onderbreking de aanmunting van zilveren florijnen hervat. Men viel daarbij terug op het vertrouwde type van Matthias I, waarbij men zelfs diens naam op de nieuwe munten vermeldde, ook al was keizer Leopold I (1657-1705) de werkelijk heersende Rooms-Duitse keizer. De laatste florijn van Kampen werd in 1686 geslagen.
Deze zilveren florijn is voorzien van een klop “HOL” aangebracht op last van de Staten van Holland vanaf 20 mei 1693 en opvolgende maanden teneinde toekomstige minderwaardige florijnen van 28 stuivers uit de omloop te weren. Het initiatief voor deze actie lag bij Holland, dat zich al tijden mateloos irriteerde aan deze minderwaardige geldstukken die volop in het betalingsverkeer aanwezig waren. De bedoeling was dat alleen ingestempelde florijnen nog geldigheid hadden in het betalingsverkeer. Nieuwe, ongestempelde florijnen zouden op die wijze dus uitgebannen worden in het betalingsverkeer. Enerzijds was deze maatregel zeer succesvol; de aanmunting van florijnen kwam in 1693 definitief tot stillstand. Anderzijds bleven florijnen, ook de ongeklopte. nog tot de geldsanering van 1842-1849 aanwezig in het betalingsverkeer. Uitbanning uit het betalingsverkeer was met deze maatregel dus volledig mislukt. De kloppen “pijlenbundel” (Staten-Generaal) en HOL (Staten van Holland) komen verreweg het vaakst voor, maar daarnaast hebben ook Utrecht, Overijssel, Friesland, Groningen, Drente en Lingen met hetzelfde doel dergelijke kloppen laten aanbrengen.
Delmonte 1113 ; Verkade 164.4 ; de Bruijn 35 ; HNPM.45 ; CNM.2.30.62 ; KM.76 Gebruikelijke zwaktes van de slag. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD KAMPEN - Florijn van 28 stuiver 1686
gewicht 19,37gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Jacob Ridder muntmeesterteken ridder te paard
In 1619 was de aanmunting van florijnen te Kampen min of meer tot stilstand gekomen. Rond 1665 werd na zo′n 45 jaar onderbreking de aanmunting van zilveren florijnen hervat. Men viel daarbij terug op het vertrouwde type van Matthias I, waarbij men zelfs diens naam op de nieuwe munten vermeldde, ook al was keizer Leopold I (1657-1705) de werkelijk heersende Rooms-Duitse keizer. De laatste florijn van Kampen werd in 1686 geslagen.
Deze zilveren florijn is voorzien van een klop “HOL” aangebracht op last van de Staten van Holland vanaf 20 mei 1693 en opvolgende maanden teneinde toekomstige minderwaardige florijnen van 28 stuivers uit de omloop te weren. Het initiatief voor deze actie lag bij Holland, dat zich al tijden mateloos irriteerde aan deze minderwaardige geldstukken die volop in het betalingsverkeer aanwezig waren. De bedoeling was dat alleen ingestempelde florijnen nog geldigheid hadden in het betalingsverkeer. Nieuwe, ongestempelde florijnen zouden op die wijze dus uitgebannen worden in het betalingsverkeer. Enerzijds was deze maatregel zeer succesvol; de aanmunting van florijnen kwam in 1693 definitief tot stillstand. Anderzijds bleven florijnen, ook de ongeklopte. nog tot de geldsanering van 1842-1849 aanwezig in het betalingsverkeer. Uitbanning uit het betalingsverkeer was met deze maatregel dus volledig mislukt. De kloppen “pijlenbundel” (Staten-Generaal) en HOL (Staten van Holland) komen verreweg het vaakst voor, maar daarnaast hebben ook Utrecht, Overijssel, Friesland, Groningen, Drente en Lingen met hetzelfde doel dergelijke kloppen laten aanbrengen.
Delmonte 1113 ; Verkade 164.4 ; de Bruijn 35 ; HNPM.45 ; CNM.2.30.62 ; KM.76 gebruikelijke zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - RUDOLF II, 1576-1612 – Gehelmde schelling z.j. (1591)
gewicht 3,87gr. ; zilver Ø 29mm. muntmeester Balthazar Wijntgens jr.
vz. Dubbelkoppige rijksadelaar, met rijksappel op de borst waarbinnen de waarde aanduiding 6, binnen een parelcirkel, daarboven de keizerskroon, omringd door de tekst; RVDOL+II+ELEC+RO+IMP+SEM+AVGVS kz. Gehelmd en gekroond stadswapen van Zwolle met St. Michael als helmteken en lambrekijns aan de zijden, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO+ARG+IMPE – CIVIT+ZWOLLÆ
Op 25 augustus 1591 werd Balthasar Wijntgens jr. op zijn verzoek toegestaan ′te moegen schlaen schillinge unde halve schillinge, nae den voett des Hilligen Rijcks′. Hij schijnt tevens verzocht te hebben om ook nog munten van lagere waarde te mogen slaan, maar, werd hem geantwoord ′kunnen tott die ander kleine sorten voir ditmael noch niet verstaen′. Deze eerste schellingen van de stad Zwolle hebben een aanzienlijk lager gewicht dan de iets later geslagen snaphaanschellingen (6,65gr.) en arendschellingen (circa 6,00 gram), hetgeen verklaard kan worden door het hogere fijnzilver gehalte van de gehelmde schellingen. Ook zijn ze van wat kleiner formaat. De exacte instructies van gewicht en fijnheid zijn helaas niet meer bekend. Dit munttype komt maar weinig voor en is derhalve zeer zeldzaam.
Verkade 176.1 ; van der Wiel 211a ; HNPM.55 ; CNM.2.52.92 RR kleine zwaktes van de slag, maar voor dit munttype een mooi exemplaar zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - RUDOLF II, 1576-1612 - Arendschelling z.j. (circa 1601)
gewicht 4,76gr. ; zilver Ø 30mm. muntmeester Arend van Romondt variant: klein wapenschild van Zwolle
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, rijksappel met kruis op de borst, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; RVDOL•II•DG•ELEC•RO•IMP•SEM•AVG kz. Gekroond Spaans wapenschild van Castilië-Leon-Granada met links en rechts onder de klauwen van een adelaar, binnen een parelcirkel, daarboven stadsschild van Zwolle. In de buitencirkel de tekst; MONE•ARGENT•IMPERI• CIVITA•ZWOL
In de jaren 1595 en 1598 had de stad Zwolle schellingen geslagen met de afbeelding van een ruiter op de keerzijde, de zogenaamde snaphaanschelling. Men was daar blijkbaar niet tevreden over en volgens raadbesluit van 23 oktober 1601 besloot met tot wijziging van het keerzijdestempel. Men zocht naar aansluiting bij de Spaanse dukaat, en de keerzijde moest derhalve in het vervolg het wapen van Spanje (Castilië/Léon/Granada) tonen, ook al had de stad Zwolle met Spanje niets meer van doen. Blijkbaar zag men daarbij een voordeel in het internationale betalingsverkeer, want deze schellingen circuleerden ook veelvuldig in het Duitse achterland.
In alle naslagwerken wordt de keerzijde verkeerd beschreven. Zo spreekt men steevast van een wapen dat rust op een knoestig stokkenkruis. Er is echter helemaal geen sprake van een stokkenkruis. Aan de bovenzijde zien we al helemaal niets dat zou kunnen duiden op een kruis. En wat men aan de onderzijde aanziet voor knoestige stokken zijn in werkelijkheid de klauwen van de rijksadelaar.
Verkade 176.3 ; van der Wiel 218 ; HNPM.61 ; CNM.2.52.100 kleine zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - FERDINAND III, 1637-1657 - Stedelijke rijksdaalder 1655
gewicht 28,57gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Arend van Romondt muntmeesterteken roos
vz. Gelauwerd en geharnast borstbeeld van keizer Ferdinand naar rechts, met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard en in de linker het stadsschild met St. Michael, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; FERDINA•III•• - •D•G•RO•IMP•SEM•AVG en bloem kz. Gekroond Generaliteitswapen met klimmende leeuw naar links, I6 – 55 ter weerszijden in het veld, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; •MONETA•ARG•CIVITATVS•ZWOL•stadsschild
Deze rijksdaalder is voorzien van twee Russische instempelingen; het jaartal 1655 en een gekroonde Tsaar te paard naar rechts met een naar beneden gerichte lans. Deze munten zijn bekend als de zgn. Jefimok. Die naam is afgeleid van het Poolse Joachimik, hetgeen weer een afgeleide is van Joachimstaler. In Rusland werd deze naam gegeven aan de aldaar circulerende zilveren daalders uit midden- en west Europa, met name uit Duitsland en de Nederlanden. Rusland sloeg tot aan het begin van de 18e eeuw geen eigen munten van daaldergrootte, waardoor men zich bediende van uitheemse daalders die door export Rusland binnenvloeiden. In de 17e eeuw kwamen ook veel Nederlandse daalders in Rusland terecht vanwege de intensieve Oostzeehandel tussen de Republiek en Rusland. Ten tijde van tsaar Aleksej Michajlovitsj (1645-1676) besloot men in 1655 tot het aanbrengen van twee instempelingen op daalders met een gewicht van circa 28,4 gram. De koers werd vastgesteld op 64 kopeken. Deze munten waren vooral bestemd voor gebruik in Oekraïne, dat in 1654 bij Rusland was gevoegd. Omdat spoedig verwarring ontstond met de rekenroebel van 43,1 gram, met de koers van 100 kopeken, werden gestempelde munten reeds in 1659 weer buiten omloop gesteld. Historisch zeer interessante munt en uiterst zeldzaam.
voor instempelingen zie; KM.- (cf. 428) ; Spasski, Jefimki, 294
vgl. Gorny & Mosch, Auktion 139, 8 maart 2005, Lot 4480 (in zfr € 3.800 + 15%)
Alexsej I Michajlovitsj (Moskou, 19 maart 1629 - aldaar, 8 februari 1676) was tsaar van Rusland van 1645 tot 1676. Hij was de zoon van de eerste tsaar uit het Huis Romanov, Michaël I. Zijn regeerperiode stond vooral in het teken van conflicten binnen de Russische kerk die leidden tot het schisma (Raskol) van 1666-67. Zijn monetair beleid leidde tot het koperoproer van 1662 en zijn binnenlands beleid was repressief, en dat leidde tot een grote boerenopstand onder aanvoering van Stepan Razin. De kerkhervormingen voerde hij door in samenwerking met patriarch Nikon (1605-1681), met wie hij in het begin van zijn regeerperiode nauwe betrekkingen onderhield. Hij regeerde tot 1648 samen met Bojarin Morozov, daarna zelfstandig. In 1649 maakte Alexis het lijfeigenschap wettelijk. Na Alexis dood volgde zijn oudste nog levende zoon hem op als Fjodor III.
Delmonte 722 ; Verkade 171.2 ; van der Wiel 153 ; HNPM.38 ; CNM.2.52.65 ; Davenport 4993 lichte verhittingssporen op de voorzijde zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - FERDINAND III, 1637-1657 - Stedelijke rijksdaalder 1656
gewicht 28,76gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Arend van Romondt muntmeesterteken roos
vz. Gelauwerd en geharnast borstbeeld van keizer Ferdinand naar rechts, met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard en in de linker het stadsschild met St. Michael, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ❀ •FERDINA•III - •DG•RO•IMPSEM•AVG• kz. Gekroond Generaliteitswapen met klimmende leeuw naar links, I6 – 56 ter weerszijden in het veld, binnen een parelcirkel, daarboven het stadsschild van Zwolle, omringd door de tekst; •MONETA•ARG•CIVITATVS•ZWO•
Delmonte 722 ; Verkade 171.2 ; van der Wiel 154 ; HNPM.38 ; CNM.2.52.65 ; Davenport 499 RR Zeer attractief exemplaar met een mooi patina. Zeer zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - Leeuwendaalder 1644
gewicht 26,30gr. ; zilver Ø 41,5mm. muntmeester: Johan van Romondt muntmeesterteken: roos
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het stadswapen van Zwolle binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO:ARG:CIVITA – ZWOL:A:L:IMP: voluit: MONETA ARGENTEA CIVITATIS ZWOLLAE AD LEGEM IMPERII vertaald: Zilveren munt van de stad Zwolle (geslagen) volgens de Rijkswet
kz. Klimmende leeuw naar links geflankeerd door het jaartal I6 - 44, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; DA:PACEM:DOMINE:IN:DIEBVS:NOS ❀ voluit: DA PACEM DOMINE IN DIEBVS NOSTRIS vertaald: Heer, geef vrede in onze dagen
Voor het jaartal 1644 werden circa 36.812 stuks leeuwendaalder geslagen, inclusief de 1/2 leeuwendaalders. Zeldzaam.
Delmonte 866 ; Verkade 172.2 ; van der Wiel 106 ; CNM.2.52.52 ; HNPM.30 R De gebruikelijke zwaktes van de slag. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - FERDINAND III, 1637-1657 - Leeuwendaalder 1648
gewicht 26,89gr. ; zilver Ø 41,5mm. muntmeester Arend van Romondt muntmeesterteken bloem
variant: het cijfer 8 in het jaartal is samengesteld uit twee kleine losse cirkeltjes die boven elkaar geplaats zijn. Curieus.
Deze munt is geslagen in 1648, het jaar waarin de Tachtig jarige Oorlog (1568-1648) werd beeindigd;
Op 30 januari 1648 tekenden Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de Vrede van Münster. De afspraken uit de Vrede van Münster werden van kracht op 15 mei 1648. Met deze vrede erkende Spanje de soevereiniteit van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hiermee kwam er een eind aan de Nederlandse Opstand. Omdat Frankrijk steeds eisen stelde, besloot de Republiek buiten Frankrijk om de Vrede met Spanje te regelen. Namens Spanje zette koning Filips IV (1605-1665) zijn handtekening.
Een belangrijk gevolg van de Vrede van Münster was onder meer dat de Nederduitsch Gereformeerde Kerk de officiële Nederlandse ′staatkerk′ werd. Alle kerken en kloosters van de Rooms-Katholieke Kerk vervielen aan de Nederlandse staat. Tot 1795 mochten katholieken wel hun geloof uitoefenen, maar wel in schuilkerken en niet in het openbaar. Joden mochten zich aan het begin van de zeventiende eeuw vestigen in de net gestarte Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Allerlei steden openden hun poorten, eerst voor de Portugese en later voor de Asjkenazische Joden. Ze mochten daar ook hun geloof uitoefenen en synagogen bouwen. Er waren echter ook veel steden die juist verboden uitvaardigden voor Joden om zelfs maar een nacht in de stad door te brengen. Contact met hen moest zoveel worden vermeden, joden mochten geen publieke functies bekleden, grond bezitten of christenen in dienst hebben. Ze konden niet toetreden tot een handels- of ambachtsgilde. Als jood werd het zo verdomd lastig handel te drijven of een ambacht uit te oefenen. De vaak veronderstelde tolerantie van de Republiek is dus zeer betrekkelijk en de zogenaamde ″godsdienstvrijheid″ waarvoor met zo gestreden had ten tijde van de Tachtig Jarige Oorlog gold dan toch vooral voor de Christelijk gereformeerden.
Eveneens zorgde de Vrede van Münster voor het ontstaan van de grens tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. Die grens werd bepaald door de frontlinie waar de Spanjaarden en opstandelingen elkaar ontmoetten.
Delmonte 866b ; Verkade 172.4 ; van der Wiel 112 ; HNPM.32 ; CNM.2.52.53 minieme muntplaatoneffenheden, doch voor type een mooi exemplaar zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - Zilveren dukaat 1664
gewicht 27,77gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Arend van Romondt muntmeesterteken bloem
vz. Geharnaste staande ridder, licht naar rechts gewend, geschouderd zwaard in de rechterhand, in zijn linkerhand houdt hij aan een lint het Zwolse stadswapen, welke hij voor zijn linkerbeen heeft geplaatst, geflankeerd door het jaartal 16 - 64, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MONETA•ARG - • - CIVIT:ZWOL ❀ kz. Gekroond generaliteitswapen binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCVNT ❀
Delmonte registreerde van dit jaartal slechts 1 exemplaar ; collectie H.K.Berghuijs. Uiterst zeldzaam.
Delmonte registered only 1 specimen of this year; H.K. Berghuijs collection. Extremely rare.
Delmonte 995 (R4) ; Verkade 171.4 ; van der Wiel 183 ; HNPM.46 ; CNM.2.52.70 ; Davenport 4921 R4 Kleine zwaktes van de slag. Attractief patina. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE – LEOPOLD I, 1657-1705 - Florijn van 28 stuiver 1684 of 1685
gewicht 18,14gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Cornelis van Keppel Focx muntmeesterteken vijfbladige bloem
vz. Gekroonde rijksadelaar met rijksappel op de borst, waarbinnen de waarde aanduiding 28 is aangegeven, omringd door de tekst; DA•PAC•DOM•IN•DIEB•NOSTRIS ❀ kz. Gekroond stadswapen omsloten door gekrulde bladornamenten, daarboven, tussen de fleurons van de kroon I - 6 - 8 - ? , omringd door de tekst; FLOR•ARG•CIVITA•IMP•ZWOLLÆ
In de jaren 1684-1685 werden circa 70.020 stuks florijnen aangemunt.
Met de komst van de nieuwe muntmeester Cornelis van Keppel Focx in 1684, zien we een duidelijke verandering van gedaante bij de florijnen. De algehele indruk is wat verzorgder dan bij de voorgaande jaren. De versieringen rondom het stadswapen zijn wat zorgvuldiger van snit en vullen de velden volledig. We zien thans weer het volledige jaartal weergeven boven de kroon, terwijl dit bij de voorgaande jaren een afgekort jaartal was. De rijksadelaar op de keerzijde is wat groter en beter in detail uitgewerkt en de kronen op beide zijden zijn wat anders van vormgeving. De binnencirkels die voorheen gebruikelijk waren, zien we bij deze nieuwe emissie niet meer terug. Alhoewel het oog anders doet vermoeden lijkt het zo te zijn dat alle florijnen uit de jaren 1679-1685 van dezelfde hand zijn, nml. van stempelsnijder Johan Versefelt.
Uitgezonderd de Hollandse Munt te Dordrecht, die zich overeenkomstig het principiële standpunt van de Staten van dergelijke uitgiften onthield, vervaardigden de Noord-Nederlandse ateliers grote hoeveelheden minderwaardige daalders, florijnen en schellingen. Vervaardiging op een muntvoet van meer dan 10% beneden die van het Hollandse reglement van 1670 betekende een feitelijke muntverzwakking.
Als gevolg van de principiële houding van Holland, vonden vele van genoemde slechte muntsoorten een weg naar deze provincie, die zich daar dan ook hevig tegen verzette. Uiteindelijk kwam een geldsanering tot stand door een reeks van door Holland genomen maatregelen, die later door de Generaliteit werden overgenomen. De aanmaak van florijnen werd in 1691 gestaakt. Om er zeker van te zijn, dat zij niet toch clandestien zouden worden vervaardigd, werd door Holland in 1693 stempeling (met HOL) van de op dat ogenblik binnen de provinciegrenzen aanwezige florijnen gelast met de bepaling, dat ongestempelde exemplaren niet meer geldig zouden zijn. Het Hollandse voorbeeld werd al gauw gevolgd door enkele andere gewesten, nml. Utrecht (UTR), Overijssel (provinciewapen), Friesland (provinciewapen), Groningen & Ommelanden (G•O), Drenthe (DR) en de enclave Lingen (L) in het Duitse Eemsland. Die gewesten en gebieden wensten namelijk niet overspoeld te worden door uit Holland geweerde stukken. Uiteindelijk namen de Staten-Generaal het initiatief in november 1693 over, en verschijnt de klop ′pijlenbundel′.
Op de keerzijde van deze florijn zien we de klop UTR; Algemeen gesproken komt de klop UTR maar weinig voor en vormt slechts zo′n 5% van het totaal aantal geklopte florijnen. De kloppen HOL en ′pijlenbundel′ komen verreweg het vaakst voor, samen zo′n 74% van het totaal aantal geklopte stukken. Met betrekking tot Zwolse florijnen uit de jaren 1684-1685 is de klop UTR uitermate zeldzaam. In totaal registreerde de Bruijn 35 stuks florijnen van de jaren 1684 en 1685, waarvan 7 ongeklopt, 16 met klop HOL, 4 met G•O, 3 met het Fries wapenschild, 3 met klop ′pijlenbundel′, 1 met het Overijsselse wapen en 1 met de klop L. De Bruijn kende van dit type dus geen enkel exemplaar met de klop UTR. Derhalve als zodanig hoogst zeldzaam.
Delmonte 1115 ; Verkade 175.1 ; de Bruijn 44 ; van der Wiel 199 & 201 ; HNPM.52 ; CNM.2.52.89 Kleine zwaktes van de slag, waardoor de laatste twee cijfers van het jaartal niet goed leesbaar zijn, doch voor dit munttype een net exemplaar. zfr- |
|
|  |
|