
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Rozenobel z.j. (circa 1600-1601)
gewicht 7,55gr. ; goud 992/1000 ; Ø 35mm. muntteken stadschildje van Utrecht muntmeester Hendrik Hendriksz. van Domselaar stempelsnijder Claes Petersz. van de Vogelaer
vz. Gekroonde vorst met zwaard en schild staande in schip met roos op de zijkant; op het schild een gevierendeeld wapen (1. en 4. de Stichtse leeuw, 2. en 3. het stadswapen van Utrecht); de opbouw van de voorsteven is zeshoekig, op de achtersteven een banier met klimmende leeuw. In de buitencirkel de tekst •MONE• - NO - VA•ORDIN•TRAIECTE - N • kz. Stralenzoon met roos in het hart, rustend op een bloemenkruis; in de kantons gaande luipaarden onder een kroon; muntteken tussen ruiten van vier punten, recht boven een bloem van het kruis ; tussen binnencirkel en achtpas 8 parels. In de buitencirkel de tekst; ∙:∙CONCORDIA∙:∙RES∙:∙PARVAE∙:∙CRESCVNT∙:∙ stadsschildje
De Nederlandse rozenobel is een late navolging van de Engelse rozenobel van Edward IV (1461-1470). Het was een geliefde handelsmunt, hetgeen imitatie aantrekkelijk maakte. De koers lag bij uitgifte op 8 gulden en 5 stuivers, maar net als tegenwoordig was de koers van gouden munten steeds aan schommelingen onderhevig. van dit munttype werden in totaal 258.119 stuks aangemunt.
vgl. Künker, Auktion 414, coll. Lodewijk S. Beuth deel 2, kavel 4751 (in pr- met randoneffenheid € 10.312,50 incl. opgeld)
Delmonte 959 ; Verkade 97.3 ; van der Wiel type II (JMP.1991) ; HNPM.21 ; CNM.2.43.32 ; Friedberg 277 R Minieme zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met scherpe details. Zeldzaam. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Rozenobel z.j. (1601)
gewicht 3,69gr. ; goud 992/1000 ; Ø 29mm. muntteken stadschildje van Utrecht muntmeester Hendrik Hendriksz. van Domselaar stempelsnijder Claes Petersz. van de Vogelaer
vz. Gekroonde vorst met zwaard en schild staande in schip met roos op de zijkant; op het schild een gevierendeeld wapen (1. en 4. de Stichtse leeuw, 2. en 3. het stadswapen van Utrecht); de opbouw van de voorsteven is zeshoekig, op de achtersteven een banier met klimmende leeuw. In de buitencirkel de tekst; ∙:∙MONE• - NO - VA•ORDIN•TRAIECTEN • - • - • kz. Stralenzoon met roos in het hart, rustend op een bloemenkruis; in de kantons gaande luipaarden onder een kroon; muntteken tussen ruiten van vier punten, recht boven een bloem van het kruis ; tussen binnencirkel en achtpas 8 parels. In de buitencirkel de tekst; ∙:∙CONCORDIA∙:∙RES∙:∙PARVAE∙:∙CRESCVNT∙:∙ stadsschildje
De Nederlandse ½ rozenobel is een late navolging van de Engelse ½ rozenobel van Edward IV(1461-1470). Het was een geliefde handelsmunt, hetgeen imitatie aantrekkelijk maakte. De koers lag bij uitgifte op 4 gulden en 2½ stuivers, maar net als tegenwoordig was de koers van gouden munten steeds aan schommelingen onderhevig. van dit munttype werden in totaal 188.881 stuks aangemunt.
Delmonte 960 ; Verkade 97.4 ; van der Wiel L 1 (JMP.1991, pag.108-110) ; HNPM.22 ; CNM.2.43.33 ; Friedberg 279 R Minieme zwakes van de slag, doch bijzonder mooi exemplaar met scherpe details. Zeldzaam. pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Hongaarse dukaat 1591, Utrecht
gewicht 3,46gr. ; goud Ø 22mm. muntmeester Hendrik Hendriksz van Domselaar muntteken stadswapentje van Utrecht
vz. Heilige Ladislaus staande frontaal met een hellebaard in de rechterhand, de linker aan het gevest van zijn zwaard, muntteken stadswapentje van Utrecht tussen de voeten, V - D in het veld ter weerszijden, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; MO•AVRE x - OR•TRA•91 x (de letters V - D staan voor ″UNGARIAE DUCATUS″ ofwel "Hongaarse dukaat"). kz. Gekroonde maagd Maria met het kindje Jezus op haar schoot binnen een parelcirkel, daaronder het provinciewapen van Utrecht (klimmende leeuw naar links). In de buitencirkel de tekst; xPATRONAx - xVNGARIAE
In de provinciale munthuizen liepen de zaken begin jaren 1590′ tamelijk slecht. De ′steygering′ van de munt had ervoor gezorgd dat de zware Leicester munten te duur waren en bijna niet gevraagd werden. De muntmeesters van de provinciale munthuizen, begrijpelijkerwijs bedacht op een rendabele bedrijfsvoering, hadden al snel getracht van hun regeringen toestemming te krijgen van de Leicestermunten over te gaan op de meer lonende internationale goudstukken en lichtere rijksdaalders, waarmee hun collega′s in Kampen en Hoorn goede zaken deden door een hogere muntequivalent en de daarvan aan de ontvanger geboden aantrekkelijke muntprijs: Utrecht had een proef gedaan in de vorm van een Hongaarse dukaat. Het bleef beperkt tot het slaan van een klein aantal proefstukken. Tot een echte omvangrijke aanmunting is het nooit gekomen, en men viel weer terug op de aanmunting van gouden dukaten van het Nederlandse type. Delmonte en van der Wiel registreerde van deze Hongaarse dukaat slechts 2 exemplaren; collectie K.P.K. te ′s-Gravenhage en De Nederlandsche Bank te Amsterdam. Munt van de hoogste zeldzaamheid.
Op de Hongaarse dukaten staat de heilige Sint Ladislaus afgebeeld. Hij was koning van Hongarije (1077-1095). Hij werd op 27 juni 1192 heilig verklaard door paus Celestinus III.
Delmonte 969 (R4) ; Verkade- ; van der Wiel 4 (JPM.1975-1977) ; HNPM.28 ; CNM.2.43.39 ; Friedberg 281 RRRR Miniem gegolfd muntplaatje. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gouden dukaat 1729 van VOC-schip ′t Vliegent Hart
gewicht 3,55gr. ; goud Ø 22mm. muntteken stadsschildje van Utrecht. muntmeester Siberius van Romondt muntmeesterteken roosje (tussen benen)
De gouden dukaten uit deze periode zijn vaak slordig vervaardigd en ruw van slag. Afkomstig uit VOC-schip ’t Vliegent Hart’ (lees Hert), welke op de avond van 3 februari 1735 voor de Zeeuwse kust ten onder ging nadat het om 2 uur in de middag de rede van Rammekens had verlaten met de bestemming Batavia. Het was die avond op een zandbank gelopen en lek geslagen. De naam was waarschijnlijk bedacht door de burgemeester van Vlissingen, Johan van Buytenhem, die o.a. een hert in zijn familiewapen voerde. Het werd gebouwd in opdracht van de ″Kamer van Zeeland″ op de korendijkwerf te Middelburg. De lengte was 43,70 meter, de breedte 10,90 meter en het was uitgerust met 42 kanonnen. Er waren 256 personen aan boord w.o. 83 soldaten en 6 burgerpassagiers w.o. de befaamde advocaat Jan Douw, die te Batavia een betrekking aan het gerechtshof zou gaan vervullen. Alle kwamen om. Aan boord waren 3 schatkisten met 31800 gulden aan gouden munten en 35012 gulden aan zilveren munten. In 1982 werd een groot deel van deze lading geborgen. Deze munt wordt geleverd met certificaat.
Highly interesting gold ducat from VOC-Ship wreck ′t Vliegent Hart, which sank on the evening of 3 February 1735 for the coast of Zeeland (Netherlands). This ducat has never been in circulation and is nearly as struck. This coin comes with certificate.
Gebruikelijke zwaktes van de slag en ietwat onregelmatig gevormd muntplaat, doch feitelijk zoals geslagen.
Usual crude strike with weaknesses, but virtually as struck.
Delmonte 965 ; Verkade 98.4 ; HNPM.25 ; CNM.2.43.45 ; van der Wiel 126 (JMP.1975-1977) ; Friedberg 285 R unc
|
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gouden dukaat 1788, Utrecht - EIGENTIJDSE IMITATIE (RUSLAND / RUSSIA)
gewicht 3,55gr. ; goud Ø 21mm. gladde rand (i.p.v. kabelrand) muntteken stadsschildje van Utrecht
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een pijlenbundel (7 pijlen), geflankeerd door het jaartal I7 - 88, omringd door de tekst; CONCORDIA RES - PAR•CRES•TRA. stadsschildje kz. Gelijnd vierkant met bladversieringen op de hoeken en blad- en schelpdecoraties aan de zijden met daarbinnen tekst in 5 regels; MO:ORD: / PROVIN: / FOEDER: / BELG•AD / LEG•IMP.
Het betreft hier een eigentijdse imitatie, hoogst waarschijnlijk van Russische oorsprong. Vanwege de Oostzeehandel (o.a. graan) werden Nederlandse gouden en zilveren muntsstukken gebruikt voor de betalingen. Daarbij was de gouden Nederlandse dukaat zeer vertrouwd en geliefd bij de Russen. Zo geliefd dat er soms tekorten ontstonden en de Russische autoriteiten besloten die tekorten aan te vullen door zelf gouden dukaten te gaan slaan van het Nederlandse type. Door kleine afwijkingen in o.a. stijl, details en gewicht zijn die imitaties te onderscheiden van de authentieken Nederlandse stukken. Dit exemplaar is o.a. iets te zwaar en heeft een gladde rand i.p.v de gebruikelijke kabelrand. Hoogst interessant en zeldzaam.
This is a contemporary imitation, most likely of Russian origin. Due to the Baltic Sea trade (including grain), Dutch gold and silver coins were used for payments. In addition, the golden Dutch ducat was very familiar and loved by the Russians. So popular that shortages sometimes arose and the Russian authorities decided to supplement these shortages by minting gold ducats of the Dutch type themselves. Due to minor deviations in style, details and weight, these imitations can be distinguished from the authentic Dutch pieces. This specimen is a bit too heavy and has a smooth edge instead of the usual cable edge. Highly interesting and rare.
vgl. Delmonte 965 ; vgl. Verkade 98.4 ; vgl. van der Wiel 180 (JMP.1975-1977) ; vgl. HNPM.27 ; vgl. CNM.2.43.46 ; vgl. Friedberg 285 R zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Leeuwendaalder 1597, Utrecht
gewicht 26,85gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Hendrik Hendriksz. van Domselaar muntteken stadswapen van Utrecht Geslagen op Hollandse voet met TRAI.VA.HOL.
Bij de emissie 1589 voerde men aanvankelijk het muntteken stadswapen van Utrecht. Omdat men echter zoveel mogelijk de Hollandse beeldenaar wilde volgen werd later in 1589 besloten dit muntteken te vervangen door het Hollandse muntteken, de rozet, en dat principe werd gehandhaafd tot 1603. Het is dus opmerkelijk dat we op deze leeuwendaalder uit 1597 toch weer het muntteken stadswapen van Utrecht zien. De meest plausibele verklaring is dat het hier om een hybride slag gaat, waarbij men nog gebruik heeft gemaakt van een keerzijdestempel uit 1589. Deze opmerkelijke variant werd nog niet eerder gesignaleerd en is hoogst zeldzaam, mogelijk uniek.
The issue of 1589 initially carried the mint mark coat of arms of the city of Utrecht. However, because they wanted to follow the original Holland example as much as possible, later in 1589 it was decided in to replace this mint mark with the Holland mint mark, the rosette, and that principle was maintained until 1603. It is therefore remarkable that on this lion dollar from 1597 we again see the mint mark coat of arms of the city of Utrecht. The most plausible explanation is that this is a hybrid strike, in which a reverse die from 1589 was combined with the obverse die of 1597. This remarkable variant has not previously been identified and is extremely rare, possibly unique.
Delmonte 842var. ; Verkade 226.2var. ; HNPM.34var. ; CNM.2.43.59var. ; Davenport 8854var. RRRR zfr- à fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Leeuwendaalder 1599/98, Utrecht
gewicht 26,87gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Hendrik Hendriksz. van Domselaar
Geslagen op Hollandse muntvoet met muntteken roos en met de tekst: xMOxNOxORD - TRAxVAxHOL.
Het jaartal 1599 is gewijzigd uit 1598. Zeldzaam. The year 1599 has been changed from 1598. Rare.
The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar.
In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Delmonte 842 ; Verkade 226.2 ; HNPM.34 ; CNM.2.43.59 ; Davenport 8854 R zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Leeuwendaalder 1601/1598, Utrecht
gewicht 27,11gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Hendrik Hendriksz. van Domselaar
Geslagen op Hollandse muntvoet met muntteken roos en met de tekst AD.VA.ORD.HOL. Het jaartal 1601 is gewijzigd uit 1598. Uiterst zeldzaam.
The lion dollar (leeuwendaalder) circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar. In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar met de originele muntkleur. Dit munttype komt maar zelden voor in een dergelijke hoge kwaliteit.
Nearly as struck. Exceptionnaly high state of preservation and very hard to find this nice.
Delmonte- (vgl.842) ; Verkade 226.2 ; HNPM.34 ; CNM.2.43.58 ; Davenport 8853 RRR unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - PROVINCIE UTRECHT - Leeuwendaalder 1633, Utrecht
gewicht 26,75gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester: Jan van Vianen van Jaersvelt muntteken: stadsschildje Utrecht (voor MO)
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland, met gekroonde leeuw, binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; stadsschildje MO•ARG•PRO•CO – FOE•BELG•TRA kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 1633, omringd door de tekst; •CONFIDENSxDNOxNONxMOVETVRx
In de jaren 1628-1634 werden in totaal slechts 56.951 stuks leeuwendaalders voor Utrecht aangemunt, met inbegrip van de halve leeuwenleeuwendaalders. In deze jaren was de productie dus zeer beperkt, waarbij het overgrote deel zal zijn aangemunt in het jaar 1629, aangezien dat het enige jaar is uit die periode dat met zekere regelmaat voorkomt in de handel en collecties. Het jaaral 1633 komt maar hoogst sporadisch voor en dan met met muntteken stadsschildje na TRAI. Bij dit exemplaar is het gepositioneerd voor MO. Uiterst zeldzaam.
In the years 1628–1634, a total of only 56,951 lion thalers for Utrecht were minted, including the half lion thalers. Production was therefore very limited during these years, with the vast majority likely having been minted in 1629, as that is the only year from that period that appears with any regularity in trade and collections. The year 1633 occurs only very sporadically, and then with a mint mark consisting of a small city shield after TRAI. On this example, it is positioned before MO. Extremely rare.
Delmonte 843 (R3) ; Verkade 107.4 ; HNPM.37 ; CNM.2.43.64 ; Davenport 4863 RRR zwaktes van de slag fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gehelmde rijksdaalder- of Prinsendaalder 1592, Utrecht
gewicht 28,34gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Hendrik Hendriksz van Domselaar muntteken stadsschildje van Utrecht
Alhoewel de naam van Willem van Oranje ″de Zwijger″ (1533-1584) niet op deze munt vermeld wordt, hij was immers geen soeverein vorst, is de gelijkenis met de prins groot. Met recht heeft deze rijksdaalder in de volksmond en bij verzamelaars de bijnaam ″Prinsendaalder″ gekregen. Het ontwerp van deze munt sluit nauw aan bij de vertrouwde Duitse (Saksische) talers.
Coin with the portrait of William the Silent (1533-1584) ; William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also widely known as William the Silent or William the Taciturn or more commonly known as William of Orange, was the main leader of the Dutch revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years′ War and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as ″Gerardts″) in Delft in 1584.
Delmonte 928 ; Verkade 103.1; CNM.2.43.76 ; HNPM.50 ; van der Wiel 2c (JMP.1978-1979) ; Davenport 8861 R Zwaktes van de slag. Zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gehelmde rijksdaalder- of Prinsendaalder 1598, Utrecht
gewicht 29,10gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Hendrik Hendriksz van Domselaar muntteken stadsschildje van Utrecht.
Munt met het portret van Willem de Zwijger (1533-1584); Willem I, Prins van Oranje (24 april 1533 – 10 juli 1584), ook algemeen bekend als Willem de Zwijger of Willem de Zwijgzame of beter bekend als Willem van Oranje, was de belangrijkste leider van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse Habsburgers. van de Tachtigjarige Oorlog en resulteerde in de formele onafhankelijkheid van de Verenigde Provinciën in 1581. Hij werd geboren in het Huis van Nassau als graaf van Nassau-Dillenburg. Hij werd in 1544 Prins van Oranje en is daarmee de stichter van het adellijke tak Huis Oranje-Nassau en de stamvader van de monarchie der Nederlanden. Willem, een rijke edelman, diende oorspronkelijk de Habsburgers als lid van het hof van Margaretha van Parma, gouverneur van de Spaanse Nederlanden. Ontevreden over de centralisatie van de politieke macht in Spanje, waarmee de Nederlandse (hoge) adel veel van hun invloed verloor, en met de Spaanse vervolging van Nederlandse protestanten, sloot Willem zich aan bij de Nederlandse opstand en keerde zich tegen zijn voormalige meesters. Hij was de meest invloedrijke en politiek capabele van de rebellen en leidde de Nederlanders naar verschillende successen in de strijd tegen de Spanjaarden. In 1580 door de Spaanse koning vogelvrij verklaard, werd hij in 1584 in Delft vermoord door Balthasar Gérard (ook geschreven als ″Gerardts″).
Munt met het portret van Willem de Zwijger (1533-1584); Willem I, Prins van Oranje (24 april 1533 – 10 juli 1584), ook algemeen bekend als Willem de Zwijger of Willem de Zwijgzame of beter bekend als Willem van Oranje, was de belangrijkste leider van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse Habsburgers. van de Tachtigjarige Oorlog en resulteerde in de formele onafhankelijkheid van de Verenigde Provinciën in 1581. Hij werd geboren in het Huis van Nassau als graaf van Nassau-Dillenburg. Hij werd in 1544 Prins van Oranje en is daarmee de stichter van het adellijke tak Huis Oranje-Nassau en de stamvader van de monarchie der Nederlanden. Willem, een rijke edelman, diende oorspronkelijk de Habsburgers als lid van het hof van Margaretha van Parma, gouverneur van de Spaanse Nederlanden. Ontevreden over de centralisatie van de politieke macht in Spanje, waarmee de Nederlandse (hoge) adel veel van hun invloed verloor, en met de Spaanse vervolging van Nederlandse protestanten, sloot Willem zich aan bij de Nederlandse opstand en keerde zich tegen zijn voormalige meesters. Hij was de meest invloedrijke en politiek capabele van de rebellen en leidde de Nederlanders naar verschillende successen in de strijd tegen de Spanjaarden. In 1580 door de Spaanse koning vogelvrij verklaard, werd hij in 1584 in Delft vermoord door Balthasar Gérard (ook geschreven als ″Gerardts″). Alhoewel de naam van Willem van Oranje ″de Zwijger″ (1533-1584) niet excpliciet op deze munt vermeld wordt, hij was immers geen soeverein vorst, is de gelijkenis met de prins groot. Met recht heeft deze rijksdaalder in de volksmond en bij verzamelaars de bijnaam ″Prinsendaalder″ gekregen. Het ontwerp van deze munt sluit nauw aan bij de vertrouwde Duitse (Saksische) talers. Coin with the portrait of William the Silent (1533-1584) ; William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also widely known as William the Silent or William the Taciturn or more commonly known as William of Orange, was the main leader of the Dutch revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years′ War and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as ″Gerardts″) in Delft in 1584.
Although the name of William of Orange "the Silent" (1533-1584) is not explicitly mentioned on this coin, as he was not a sovereign prince, the resemblance to the prince is great. This Rijksdaalder has rightly been nicknamed "Prinsendaalder" popularly and among collectors. The design of this coin is closely related to the familiar German (Saxon) talers.
♦ uitzonder mooie kwaliteit voor dit munttype ♦
♦ exceptional high quality for the type ♦
Delmonte 928; Verkade 103.1; CNM.2.43.76 ; HNPM.50 ; Davenport 8861 S Bijzonder mooi exemplaar met goed portret van Willem de Zwijger. zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Dukaton of zilveren rijder 1674, Utrecht
gewicht 30,85gr. ; zilver Ø 44mm. muntmeester Adriaan van der Heyen muntteken stadsschildje van Utrecht muntmeesterteken Lam Gods (Paaslam)
In de jaren 1674-1676 werden in totaal circa 63.600 stuks zilveren rijders (incl.halve) aangemunt. Zilveren rijders uit deze periode, met muntmeesterteken Lam Gods, komen slechts sporadisch voor. Hoogst waarschijnlijk afkomstig uit een wrak van een VOC-Schip. Licht gecorrodeerde oppervlakten, waarschijnlijk a.g.v. het zoute zeewater. Zeer zeldzaam.
In the years 1674-1676, a total of approximately 63,600 pieces of silver riders (including halfs) were minted. Silver rider from this period, with mint master mark Agnus Dei, only appear on the market sporadically. Most likely recovered from a VOC ship wreck. Slightly corroded surfaces, probably due to the salty seawater. Very rare.
Delmonte 1030 (R2) ; Verkade 100.1 ; HNPM.56 ; van der Wiel 14 (JMP.1961) ; CNM.2.43.98 ; Davenport 4937 RR zfr- à fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Dukaton of Zilveren rijder 1711, Utrecht
ed from the wreck of the Dutch V.O.C.-vessel ″De Liefde″. A ship of the pinas type, a smaller variant of the mirror return ship, built in 1698 at the VOC shipyard in Amsterdam for the V.O.C. Chamber of Amsterdam. Her maiden voyage began on 21 May 1699 with destination Batavia. On 3 November 1711, it left the roadstead of Texel with about 300 men on board and silver worth 227,000 guilders. The skipper was Barend Meikens. On 7 November she ran aground on the rocky islet of Mioness in the Out Skerries of the Shetland Islands and was wrecked. Only 1 man survived the disaster ; the lookout in the foremast. In 1965 the ship was rediscovered and part of the cargo was salvaged. This coin comes with certificate.
Delmonte 1031 ; Verkade 100.3 ; HNPM.59 ;
van der Wiel 22 (JMP.1961) ; HNPM.59 ; CNM.2.43.99
Lichte sporen van zeewater oxidatie en miniem deukjes.
Very minor traces of seewater corrosion and some minor bumbs.
zfr-
gewicht 32,09gr. ; zilver Ø 43mm. muntmeester Siberius van Romondt muntmeesterteken rozet
Afkomstig uit VOC schip ″De Liefde″. Een schip van het type pinas, een kleinere variant van het spiegelretourschip, gebouwd in 1698 op de VOC-werf te Amsterdam voor de Kamer van Amsterdam. Haar eerste reis begon op 21 mei 1699 met bestemming Batavia. Op 3 november 1711 verliet het de rede van Texel met circa 300 man aan boord en zilver ter waarde van 227.000 gulden. De schipper was Barend Meikens. Op 7 november liep ze vast op het rotsachtige eilandje Mioness in de Out Skerries van de Shetland Eilanden en het schip verging. Slechts 1 man overleefde de ramp ; de uitkijk in de fokkenmast. In 1965 werd het schip herontdekt en een deel van de lading geborgen.
This coin was recovered from the wreck of the Dutch V.O.C.-vessel ″De Liefde″. A ship of the pinas type, a smaller variant of the mirror return ship, built in 1698 at the VOC shipyard in Amsterdam for the V.O.C. Chamber of Amsterdam. Her maiden voyage began on 21 May 1699 with destination Batavia. On 3 November 1711, it left the roadstead of Texel with about 300 men on board and silver worth 227,000 guilders. The skipper was Barend Meikens. On 7 November she ran aground on the rocky islet of Mioness in the Out Skerries of the Shetland Islands and was wrecked. Only 1 man survived the disaster ; the lookout in the foremast. In 1965 the ship was rediscovered and part of the cargo was salvaged.
Delmonte 1031 ; Verkade 100.3 ; HNPM.59 ; van der Wiel 22 (JMP.1961) ; CNM.2.43.99 Lichte sporen van zeewater oxidatie en miniem deukjes. Very minor traces of seewater corrosion and some minor bumbs. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Zilveren rijder 1731, Utrecht
gewicht 31,38gr. ; zilver 42mm. muntmeester Siberius van Romondt muntteken stadsschildje van Utrecht met gladde rand afkomstig uit V.O.C. schip ′Vliegent Hart
Deze zilveren rijder is afkomstig van VOC-schip ′t Vliegent Hart, of ookwel ′t Vliegent Hert. Het werd in 1729 gebouwd in opdracht van de V.O.C. ″Kamer van Zeeland″ op de korendijkwerf te Middelburg. De lengte was 43,70 meter, de breedte 10,90 meter en het was uitgerust met 42 kanonnen. Het had capaciteit voor vervoer van 850 ton aan goederen. De naam was waarschijnlijk bedacht door de burgemeester van Vlissingen, Johan van Buytenhem, die o.a. een hert in zijn familiewapen voerde. Om 2 uur in de middag van 3 februari 1735 verliet het de rede van Rammekens met de bestemming Batavia, tezamen met het zusterschip Anna Catharina. Het schip stond onder gezag van kapitein Cornelis van der Horst. Er waren 256 personen aan boord w.o. 83 soldaten en 6 burger passagiers w.o. de befaamde advocaat Jan Douw, die te Batavia een betrekking aan het gerechtshof zou gaan vervullen. Aan boord waren 3 schatkisten met 31.800 gulden aan gouden munten en 35.012 gulden aan zilveren munten. In de avond liep het schip echter stuk op een zandbank zo′n 18 km. uit de kust bij Vlissingen en zonk. Niemand overleefde deze ramp. Het wrak van ′t Vliegent Hert werd in september 1981 ontdekt en in 1982 werd een groot deel van de lading geborgen w.o. een geldkist met 2.000 gouden dukaten en 5.000 zilveren realen en tevens ook groot aantal zilveren rijders. Verder bestond de lading onder meer uit loden containers met tabak, anjovis en kaas. Daarnaast werden ook gebruiksgoederen van de passagiers en bemanning geborgen.
This silver rider comes from the VOC ship ′t Vliegent Hart, also known as ′t Vliegent Hert. It was built in 1729 by order of the VOC ″Kamer van Zeeland″ on the Korendijkwerf in Middelburg. The length was 43.70 meters, the width 10.90 meters and it was equipped with 42 guns. It had capacity to carry 850 tons of goods. The name was probably invented by the mayor of Vlissingen, Johan van Buytenhem, who included a deer in his family coat of arms.
At 2 o′clock in the afternoon of 3 February 1735 she left the roadstead of Rammekens for Batavia, together with the sister ship Anna Catharina. The ship was under the authority of Captain Cornelis van der Horst. There were 256 people on board, including 83 soldiers and 6 civilian passengers, including the famous lawyer Jan Douw, who was to fill a position at the court of appeal in Batavia. On board were 3 treasure chests with 31,800 guilders in gold coins and 35,012 guilders in silver coins. In the evening, however, the ship ran aground on a sandbank about 18 km. off the coast at Vlissingen and sank. No one survived this disaster. The wreck of ′t Vliegent Hert was discovered in September 1981 and in 1982 a large part of the cargo was recovered, including a cash chest with 2000 gold ducats and 5000 silver 8 reales, as well as a large number of silver riders. The cargo also consisted of lead containers with tobacco, anchovies and cheese. In addition, consumer goods of the passengers and crew were also recovered.
Ondanks dat in de periode 1720-1731 zo′n 1,8 miljoen zilveren rijders zijn aangemunt, komen zilveren rijders uit deze periode nauwelijks in de handel of collecties voor. Daar deze zilveren rijders vooral werden aangemunt in opbracht van de V.O.C. voor export naar Zuidoost-Azië is van deze grote productie weinig bewaard gebleven. De stukken zullen zijn omgesmolten of anderszins verloren zijn gegaan. Van der Wiel (1961) trof bij inventarisatie van vele openbare- en privécollecties slechts 3 exemplaren uit deze periode aan. Pas na de berging van een aantal scheepswrakken in de jaren 1970′en 1980′ zijn er een bescheiden aantal zilveren rijders uit deze periode op de markt gekomen. Uiterst zeldzaam.
Despite the fact that approximately 1.8 million silver riders were minted in the period 1720-1731, silver riders from this period hardly appear in the trade or collections. Since these silver riders were mainly minted in VOC proceeds for export to Southeast Asia, little of this large production has been preserved. The pieces will have been melted down or otherwise lost. Van der Wiel (1961) found only 3 specimens from this period during an inventory of many public and private collections. Only after the salvage of a number of shipwrecks in the 1970s and 1980s did a modest number of silver riders from this period come onto the market. Extremely rare.
Delmonte 1031 ; Verkade 100.3 ; van der Wiel 32 (JMP.1961) ; HNPM.59 ; CNM.2.43.99 ; Davenport 1832 RRR Minieme aantasting door het zeewater en enkele lichte krasjes, doch voor een wrakexemplaar nog een net stuk. zfr- à fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Zilveren rijder of dukaton 1778, Utrecht
gewicht 32,50gr. ; zilver 41,5mm. muntmeester: Carel Frederik Wesselman muntteken: stadsschildje van Utrecht
Geslagen met gesoigneerde stempels en met een tulprand, om te dienen als relatiegeschenk. In de jaren 1777-1780 zijn slechts 20.375 stuks zilveren rijders (dukatons) aangemunt (incl.½ zilveren rijders), waarvan slechts een beperkt aantal met gesoigneerde stempels. Van het jaartal 1778 zijn maar weinig exemplaren bekend. Dit is het eerste exemplaar dat wij in 35 jaren verhandelen. Uiterst zeldzaam.
Struck with meticulously detailed dies and a tulip border, intended for promotional gifts. Between 1777 and 1780, only 20,375 silver riders (ducatons) were minted (including half silver riders), of which only a limited number had meticulously detailed dies. Few examples are known from the 1778 mintage. This is the first example we have traded in 35 years. Extremely rare.
Delmonte 1031 ; Verkade 100.3 ; HNPM.59 ; CNM.2.43.101 ; van der Wiel 75 (JMP.1961) ; Davenport 1832 RRR weinig gecirculeerd prachtexemplaar met fijne details en veel stempelglans pr/unc à unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Zilveren rijder 1791, Utrecht
gewicht 32,55gr. ; zilver 42mm. muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen muntteken stadsschildje van Utrecht
Kleine zwaktes van de slag, doch zeer attractief exemplaar met veel stempelglans. Struck with some weak parts, but still a very attractive lustrous specimen.
remark: a specimen of the same date 1791 in about xf (qualified as MS64, porous surfaces, possible the result of oxidation, and worn higher details) was offered at MDC Monaco, auction 10 (13 October 2022), Lot 1366, and was sold for 6.000 euro + 20% commission.
Delmonte 1031 ; Verkade 100.3 ; HNPM.59 ; CNM.2.43.101 ; van der Wiel 87 (JMP.1961) ; Davenport 1832 xf- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Zilveren rijder 1794/2, Utrecht
gewicht 16,29gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen muntteken stadsschildje van Utrecht met kabelrand
In de jaren 1793-1794 zijn slechts 51.735 stuks zilveren rijders aangemunt, ½ zilveren rijders daarbij inbegrepen. Bij dit exemplaar is het jaartal 1794 gewijzigd uit 1792. Zeer zeldzaam.
In the years 1793-1794, only 51,735 pieces of silver riders were minted,
including ½ silver riders. On this specimen the year 1794 has
been altered from 1792. Very rare.
In the years 1793-1794, only 51,735 pieces of silver riders were minted, including ½ silver riders. On this specimen the year 1794 has been altered from 1792. Very rare.
Delmonte 1055suppl. ; Verkade 100.4 ; HNPM.60 ; vgl. van der Wiel 43(JMP.1961) ; CNM.2.43.106 RR nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met fijne details unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuiver 1685, Utrecht
gewicht 15,42gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk; CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT., eronder 1685.
Jaartal met Arabische 1, met CRESCUNT en met beladen faas in het wapen van Wijk bij Duurstede.
In het wapen van Wijk bij Duurstede onderscheiden we twee varianten: op de horizontale balk (faas) zien we drie zuilen (zgn. beladen faas) of we zien een gladde horizontale balk (zgn. gladde faas). De tweede versie is natuurlijk onjuist want de zuilen horen immers in het wapen van Wijk bij Duurstede. Het zal te wijten zijn aan onzorgvuldige werk van de stempelsnijder. Ook als gevolg van circulatie (slijtage) zijn de zuilen vaak maar gedeeltelijk zichtbaar. Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; van der Wiel 1c (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.107 met de gebruikelijke zwaktes van de slag. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuivers 1685, Utrecht
gewicht 15,46gr. ; zilver Ø 36mm. muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk; CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT binnen ovale cartouche kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder 1685.
Jaartal met Arabische 1, met CRESCUNT en met gladde faas in het wapen van Wijk bij Duurstede.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; HNPM.67 ; van der Wiel 1d (JMP.1968) ; CNM.2.43.107 ietwat ongelijkmatig vervaardigd muntplaatje en met de gebruikelijke zwaktes van de slag. fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuivers 1686, Utrecht
gewicht 15,47gr. ; zilver Ø 37mm. muntmeester Johan van Romondt jaartal met Romeinse I beladen faas in het wapen van Wijk bij Duurstede
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder I686.
In het wapen van Wijk bij Duurstede onderscheiden we twee varianten: op de horizontale balk (faas) zien we drie zuilen (zgn. beladen faas) of we zien een gladde horizontale balk (zgn. gladde faas). De tweede versie is natuurlijk onjuist want de zuilen horen immers in het wapen van Wijk bij Duurstede. Het zal te wijten zijn aan onzorgvuldige werk van de stempelsnijder. Ook als gevolg van circulatie (slijtage) zijn de zuilen vaak maar gedeeltelijk zichtbaar.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; van der Wiel 2 (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.108 kleine zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuivers 1687, Utrecht
gewicht 14,66gr. ; zilver Ø 36mm. zonder munt- of muntmeesterteken muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk; CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder I687.
Jaartal met Romeinse I, met CRESCUNT en met beladen faas in het wapen van Wijk bij Duurstede. Dit jaartal komt slechts sporadische voor. Ook uit het onderzoek dat Van der Wiel deed bleek dit al. Zo waren van de 237 Utrechtse daalders die hij in collecties, muntvondsten en de handel signaleerde slechts 19 stuks met het jaartal I687. Zeldzaam.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; vgl. van der Wiel 3 (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.108 R zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuivers 1688, Utrecht
gewicht 14,64gr. ; zilver Ø 36mm. zonder munt- of muntmeesterteken muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk; CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder I688.
Jaartal met Romeinse I, met CRESCUNT en met gladde faas in het wapen van Wijk bij Duurstede.
Dit jaartal komt maar weinig voor. Ook uit het onderzoek dat Van der Wiel deed bleek dit al. Zo waren van de 237 Utrechtse daalders die hij in collecties, muntvondsten en de handel signaleerde slechts 20 stuks met het jaartal I688. Schaars.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; van der Wiel 4 (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.108 S zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuiver 1689, Utrecht
gewicht 15,68gr. ; zilver Ø 36mm. zonder munt- of muntmeesterteken muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder I689.
stempelkenmerken: jaartal met Romeinse I, met CRESCVNT en met beladen faas In het wapen van Wijk bij Duurstede onderscheiden we twee varianten: op de horizontale balk (faas) zien we drie zuilen (zgn. beladen faas) of we zien een gladde horizontale balk (zgn. gladde faas). De tweede versie is natuurlijk onjuist want de zuilen horen immers in het wapen van Wijk bij Duurstede. Het zal te wijten zijn aan onzorgvuldige werk van de stempelsnijder. Ook als gevolg van circulatie (slijtage) zijn de zuilen vaak maar gedeeltelijk zichtbaar.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; van der Wiel 5b (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.109 attractief exemplaar met een mooi patina zfr/zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuivers 1690, Utrecht
gewicht 15,60gr. ; zilver Ø 36mm. zonder munt- of muntmeesterteken muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk; CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder I690.
Jaartal met Romeinse I, met CRESCUNT en met gladde faas in het wapen van Wijk bij Duurstede. Dit jaartal komt maar sporadisch voor. Ook uit het onderzoek dat Van der Wiel deed bleek dit al. Zo waren van de 237 Utrechtse daalders die hij in collecties, muntvondsten en de handel signaleerde slechts 10 stuks met het jaartal 1690. Daarvan bevonden zich 6 exemplaren in openbare collecties, 2 in muntvondsten en 2 in aanbod via de handel. Derhalve zeldzaam.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; van der Wiel 6a (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.109 R zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuivers 1691, Utrecht
gewicht 15,52gr. ; zilver Ø 37mm. zonder munt- of muntmeesterteken muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk; CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder I691.
Jaartal met Romeinse I, met CRESCUNT en met gladde faas in het wapen van Wijk bij Duurstede.
Dit jaartal is verreweg het zeldzaamste onder de Utrechtse daalders. Ook uit het onderzoek dat Van der Wiel deed bleek dit al. Zo was van de 237 Utrechtse daalders die hij in collecties, muntvondsten en de handel signaleerde slechts 1 exemplaar met het jaartal 1691. Dat exemplaar kwam aan het licht via een muntvondst en belandde uiteindelijk in een openbare collectie. Slechts enkele stuks bekend. Uiterst zeldzaam.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; van der Wiel 7 (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.109 RRR zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Daalder van 30 stuiver 1692, Utrecht
gewicht 15,35gr. ; zilver Ø 36mm. zonder munt- of muntmeesterteken muntmeester Johan van Romondt
vz. Gekroond wapenschild van de provincie Utrecht gehouden door twee leeuwen, daarboven twee gekruiste oranjetakken, eronder de spreuk; CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT kz. Zeven gekroonde wapenschilden; in het midden die van het Bisdom, de Provincie en de stad Utrecht, links daarvan die van Amersfoort en Wijk bij Duurstede, rechts daarvan die van Rhenen en Montfoort, erboven de tekst MO.NO.ORD.TRAIECT, eronder I692.
Jaartal met Romeinse I en met CRESCVNT.
Het betreft hier het laatste jaar van aanmunting van dit munttype. Dit jaartal komt maar weinig voor. Ook uit het onderzoek dat Van der Wiel deed bleek dit al. Zo waren van de 237 Utrechtse daalders die hij in collecties, muntvondsten en de handel signaleerde slechts 23 stuks met het jaartal I692. Schaars.
Delmonte 1086 ; Verkade 109.4 ; van der Wiel 8 (JMP.1968) ; HNPM.67 ; CNM.2.43.109 S Kleine zwaktes van de slag. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Provinciale gulden 1683, Utrecht
gewicht 9,86gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Johan van Romondt zonder munt- of muntmeesterteken stempelsnijder Daniël Drappentier
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond provinciewapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, , jaartal I - 6 - 8 - 3 tussen de fleurons van de kroon, omringd door de tekst; MO.NO.ARGENT.ORDIN.TRAI
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
In de jaren 1682-1684 werden slechts 62.647 stuks guldens aangemunt. Het merendeel van de productie vond plaats met de schroefpers, een techniek die in 1681 was geïntroduceerd binnen het Utrechtse munthuis. Blijkbaar beviel die wijze van aanmunting toch niet, want in 1687 zien we dat men grotendeels toch weer terugvalt op hand geslagen stukken. Mogelijk was het veelvuldig breken van de muntstempels, bij de schroefpers techniek, de oorzaak daarvan. Bij de met schroefpers vervaardigde stukken heeft men muntstempels van Daniël Drappentier (Dordrecht) gebruikt, terwijl bij de hand geslagen stukken de stempels werden vervaardigd door Utrecht′s eigen stempelsnijder Pieter van Cuylenburch. Dit exemplaar is vervaardigd met de schroefpers. Dit jaartal komt slechts sporadisch voor. Zeer zeldzaam. Delmonte 1175 ; Verkade 110.4 ; HNPM.69 ; van der Wiel 3 (JMP.1960) ; CNM.2.43.113 RR deels zwak geslagen zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1712, Utrecht
gewicht 10,33gr. ; zilver Ø 30mm. muntmeester: Siberius van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1712., omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - GL, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FÆD•BELG•TRAI
stempel kenmerken: met I - GL, met punt onder de L, geen punt na TRAI, met punt achter het jaartal.
Lichte graffiti ″40″ op zowel de voor-als keerzijde.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.119 ; van der Wiel 13 (JMP.1960) ; HNPM.72 Lichte zwaktes van de slag. Mooi patina. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1714, Utrecht
gewicht 10,48gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Siberius van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1714., omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FÆD•BELG•TRAI
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), met punt achter het jaartal, geen punt na TRAI
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.119 ; van der Wiel 15 (JMP.1960) ; HNPM.72 lichte zwakte van de slag en gietgal op voorzijde zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1715, Utrecht
gewicht 10,33gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Siberius van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. De Nederlandse Maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1715•, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FÆD•BELG•TRAI
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), met punt achter het jaartal, zonder punt na TRAI
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.119 ; van der Wiel 16 (JMP.1960) ; HNPM.72 bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1721, Utrecht
gewicht 10,46gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Siberius van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1721•, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FOED•BELG•TRAI
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), met punt achter het jaartal, geen punt na TRAI, gepointilleerde kroon
Na de productie arme periode van de jaren 1718-1720, zien we vanaf 1721 weer een aanzienlijk toename in de aanmunting van generaliteitsguldens. Zo werden er van de jaren 1721 en 1723 in totaal circa 963.110 stuks geslagen, waarvan het overgrote deel overigens zal zijn aangemunt in 1721. Het jaartal 1723 komt namelijk maar heel weinig voor, terwijl het jaartal 1721 veelvuldig voorkomt.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.120 ; van der Wiel 22 (JMP.1960) ; HNPM.72 Onregelmatig geknipt muntplaatje (niet gesnoeid !) en zwaktes van de slag. Attractief patina. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1735, Utrecht
gewicht 10,50gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Johan van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1735•, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FOED•BELG•TRAI
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), met punt achter het jaartal, geen punt na TRAI
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
In de jaren 1734 t/m 1738 werden in totaal zo′n 2.642.730 stuks generaliteitsguldens geslagen. Die productie was over die jaren echter niet gelijkmatig verdeeld. Zo komt het jaartal 1737 verreweg het vaakst voor, gevolgd door 1736. Stukken van 1735 en 1738 zien we al beduidend minder, terwijl stukken van 1734 niet of nauwelijks in de handel of collecties voorkomen. Schaars.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.120 ; van der Wiel 28 (JMP.1960) ; HNPM.72 S Gebruikelijke ietwat zwakke slag doch nauwelijks gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. pr à pr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1737, Utrecht
gewicht 10,51gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester: Johan van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1737, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FOED•BELG•TRAI
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, geen punt na TRAI
In de jaren 1734 t/m 1738 werden in totaal zo′n 2.642.730 stuks generaliteitsguldens geslagen. Die productie was over die jaren echter niet gelijkmatig verdeeld. Zo komt het jaartal 1737 verreweg het vaakst voor, gevolgd door 1736. Stukken van 1735 en 1738 zien we al beduidend minder, terwijl stukken van 1734 niet of nauwelijks in de handel of collecties voorkomen.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.120 ; van der Wiel 30 (JMP.1960) ; HNPM.72 vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar met de originele muntkleur unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1737, Utrecht
gewicht 10,40gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Johan van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1737, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FOED•BELG•TRAI
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, geen punt na TRAI
In de jaren 1734 t/m 1738 werden in totaal zo′n 2.642.730 stuks generaliteitsguldens geslagen. Die productie was over die jaren echter niet gelijkmatig verdeeld. Zo komt het jaartal 1737 verreweg het vaakst voor, gevolgd door 1736. Stukken van 1735 en 1738 zien we al beduidend minder, terwijl stukken van 1734 niet of nauwelijks in de handel of collecties voorkomen.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.120 ; van der Wiel 30 (JMP.1960) ; HNPM.72 lichte muntplaatoneffenheden en zwaktes van de slag zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1738, Utrecht
gewicht 10,43gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Johan van Romondt muntteken: stadsschildje van Utrecht
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1738, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO•ARG•ORD•FOED•BELG•TRAI
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, geen punt na TRAI
In de jaren 1734 t/m 1738 werden in totaal zo′n 2.642.730 stuks generaliteitsguldens geslagen. Die productie was over die jaren echter niet gelijkmatig verdeeld. Zo komt het jaartal 1737 verreweg het vaakst voor, gevolgd door 1736. Stukken van 1735 en 1738 zien we al beduidend minder, terwijl stukken van 1734 niet of nauwelijks in de handel of collecties voorkomen. Schaars.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.120 ; van der Wiel 30 (JMP.1960) ; HNPM.72 S Gebruikelijke slordige en ietwat zwakke slag, doch feitelijk vrijwel ongecirculeerd. unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1748, Utrecht
gewicht 10,50gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester: Johan Ernst Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht gladde rand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1748, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding I - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
Na een onderbreking van 10 jaar werd de aanmunting van generaliteitsgulden in 1748 weer hervat. In die tussentijd is de muntslag aanzienlijk verbeterd, zowel in de vervaardiging van de muntstempels en de rondellen als bij de techniek van het slaan. Van dit jaartal werden slechts circa 93.300 stuks aangemunt. Schaars.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.120 ; van der Wiel 33 (JMP.1960) ; HNPM.72 S minieme zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met grotendeels de originele muntkleur pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1760, Utrecht
gewicht 10,22gr. ; zilver Ø 30mm. muntmeester: Johan Ernst Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1760, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
Van dit jaartal werden slechts circa 20.024 stuks aangemunt. Zeldzaam.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 36 (JMP.1960) ; HNPM.73 R zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1762, Utrecht
gewicht 10,21gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester: Johan Ernst Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht kabelrand (hellend naar links)
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1762, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI.
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
De generaliteitsgulden die in 1680 ingevoerd werd, toont op de voorzijde Pallas Athene (of Minerva) die in haar rechterhand een lans (ook wel piek genaamd) met vrijheidshoed houdt, terwijl ze met haar linkerarm leunt op de bijbel, die geplaatst is op een sierlijk altaar. Deze Pallas Athene staat symbool voor de Nederlandse Staat, de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën, en wordt om die reden ook wel beschouwd als de Nederlandse Maagd. Aangezien zij de Nederlandse Staat personifiseert moeten we de zijde waarop zij staat afgebeeld op de munten zien als de voorzijde. De zijde waarop de provincienaam staat is de keerzijde. Immers, de individuele provincies waren ondergeschikt aan de Nederlandse Staat als geheel. In de numismatiek dient men de zijde waarop het hoogste gezag wordt vermeld of verbeeld, te beschouwen als de voorzijde. Onder de Nederlandse bevolking kreeg de generaliteitsgulden o.a. de bijnamen ′Pop′, doelend op de figuur van de Nederlandse Maagd en ′Piek′ doelend op de lans (of piek) met vrijheidshoed die de Nederlandse Maagd in haar hand houdt.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 37 (JMP.1960) ; HNPM.73 zfr/zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1764, Utrecht
gewicht 10,22gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Johan Ernst Novisadi muntteken stadsschildje van Utrecht
De generaliteitsgulden die in 1680 ingevoerd werd, toont op de voorzijde Pallas Athene (of Minerva) die in haar rechterhand een lans (ook wel piek genaamd) met vrijheidshoed houdt, terwijl ze met haar linkerarm leunt op de bijbel, die geplaatst is op een sierlijk altaar. Deze Pallas Athene staat symbool voor de Nederlandse Staat, de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën, en wordt om die reden ook wel beschouwd als de Nederlandse Maagd. Aangezien zij de Nederlandse Staat personifiseert moeten we de zijde waarop zij staat afgebeeld op de munten zien als de voorzijde. De zijde waarop de provincienaam staat is de keerzijde. Immers, de individuele provincies waren ondergeschikt aan de Nederlandse Staat als geheel. In de numismatiek dient men de zijde waarop het hoogste gezag wordt vermeld of verbeeld, te beschouwen als de voorzijde. Onder de Nederlandse bevolking kreeg de generaliteitsgulden o.a. de bijnamen ′Pop′, doelend op de figuur van de Nederlandse Maagd en ′Piek′ doelend op de lans (of piek) met vrijheidshoed die de Nederlandse Maagd in haar hand houdt.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 39 (JMP.1960) ; HNPM.73 minieme graffiti op de voorzijde zfr-/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1765, Utrecht
gewicht 10,40gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Johan Ernst Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1765, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
Delmonte 1182 (R2) ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 40 (JMP.1960) ; HNPM.73 zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1780, Utrecht
gewicht 10,47gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester: Carel Frederik Wesselman muntteken: stadsschildje van Utrecht kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1780, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
In de jaren 1777-1780 werden slechts 27.955 stuks guldens aangemunt De aanmunting van X Stuiverstukken zitten ook bij dit aantal inbegrepen. Zeldzaam.
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 43 (JMP.1960) ; HNPM.73 R attractief exemplaar met een mooi patina zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1791, Utrecht
gewicht 10,49gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester: Johan Sebastiaan van Naamen muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1791, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 52 (JMP.1960) ; HNPM.73 weinig gecirculeerd exemplaar met nog enige stempelglans pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1794, Utrecht
gewicht 10,57gr. ; zilver Ø 31,5mm. muntmeester: Johan Sebastiaan van Naamen muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1794, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 55 (JMP.1960) ; HNPM.73 subliem ongecirculeerd prachtexemplaar met de volle stempelglans unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gulden 1794, Utrecht
gewicht 10,54gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester: Johan Sebastiaan van Naamen muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder 1794, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 1 - G, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
The Latin motto "hac nitimur, hanc tuemur" means "on her we lean, her we protect." Originally, this referred to the Virgin of the Netherlands on the coins of the Republic of the Seven United Netherlands, with "her" referring to the Bible (which they leaned on) and freedom (which they protected).
stempel kenmerken: met I - G (geen punt na de G), zonder punt achter het jaartal, met punt na TRAI
Delmonte 1182 ; Verkade 111.2 ; CNM.2.43.121 ; van der Wiel 55 (JMP.1960) ; HNPM.73 vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar met veel stempelglans unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Provinciale gulden van 10 stuivers 1682, Utrecht
gewicht 5,02gr. ; zilver Ø 27,5mm. muntmeester Johan van Romondt zonder munt- of muntmeesterteken stempelsnijder Daniël Drappentier
vz. De Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR kz. Gekroond provinciewapen geflankeerd door de waarde aanduiding I0 - ST, jaartal I - 6 - 8 - 2 tussen de fleurons van de kroon, omringd door de tekst; MO.NO.ARGENT.ORDIN.TRAI
In tegenstelling tot de drieguldenstukken en gulden, bleef de aanmunting van 10 stuiverstukken beperkt tot een jaar, nml. 1682. De gehele productie van slechts 8.815 stuks is vervaardigd met de schroefpers. Dit in tegenstelling tot de driegulden en guldens, die voor een groot deel ook nog met de hand zijn geslagen. Bij de met schroefpers vervaardigde stukken heeft men muntstempels van Daniël Drappentier (Dordrecht) gebruikt, terwijl bij de hand geslagen stukken de stempels werden vervaardigd door Utrecht′s eigen stempelsnijder Pieter van Cuylenburch. Zeldzaam.
Delmonte 1201 ; Verkade 110.5 ; CNM.2.43.114 ; van der Wiel 1 (JMP.1960) ; HNPM.70 R attractief patina zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - X Stuiver 1750, Utrecht
gewicht 5,23gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Johan Ernst Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal I7 - 50 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
De Latijnse spreuk ′hac nitimur, hanc tuemur′ betekent ′op haar steunen wij, haar beschermen wij′. Oorspronkelijk verwees dit naar de Nederlandse Maagd op de munten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij ′haar′ sloeg op de Bijbel (waar men op steunde) en de vrijheid (die men beschermde).
The Latin motto "hac nitimur, hanc tuemur" means "on her we lean, her we protect." Originally, this referred to the Virgin of the Netherlands on the coins of the Republic of the Seven United Netherlands, with "her" referring to the Bible (which they leaned on) and freedom (which they protected).
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.73 ; van der Wiel 4 (JMP.1960) ; CNM.2.43.124 R Miniem slagbarstje. Attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Generaliteitsgulden van X stuivers 1766, Utrecht
gewicht 5,20gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester: Johan Christoph Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal 17 - 66 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
In jaren 1766-1768 werden slechts 5.847 stuks X stuiverstukken aangemunt. De X stuivers uit die periode dienden vooral als presentiestukken (nieuwjaarspenningen) en waren niet zo zeer bestemd voor normale circulatie. Derhalve was de productie ook klein, in dit geval zo′n 1950 stuks per jaar. Zeldzaam.
In the years 1766-1768 only 5,847 pieces X stuiver pieces were minted. The X stuivers from that period mainly served as presentation pieces (New Year′s present) and were not so much intended for normal circulation. Therefore the production was very limited, in this case about 1950 pieces per year. Rare.
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.75 ; van der Wiel 17 (JMP.1960) ; CNM.2.43.125 R Attractief exemplaar met goede details en veel stempelglans. pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Generaliteitsgulden van X stuivers 1767, Utrecht
gewicht 5,13gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Johan Christoph Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal 17 - 67 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
In jaren 1766-1768 werden slechts 5.847 stuks X stuiverstukken aangemunt. De X stuivers uit die periode dienden vooral als presentiestukken (nieuwjaarspenningen) en waren niet zo zeer bestemd voor normale circulatie. Derhalve was de productie ook klein, in dit geval zo′n 1950 stuks per jaar. Zeldzaam.
In the years 1766-1768 only 5,847 pieces X stuiver pieces were minted. The X stuivers from that period mainly served as presentation pieces (New Year′s present) and were not so much intended for normal circulation. Therefore the production was very limited, in this case about 1950 pieces per year. Rare.
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.75 ; van der Wiel 18 (JMP.1960) ; CNM.2.43.125 R Zeer attractief exemplaar met een mooi patina. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Generaliteitsgulden van X stuivers 1767, Utrecht
gewicht 5,10gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Johan Christoph Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal 17 - 69 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
De X stuiverstukken werden voornamelijk geslagen om te dienen als relatiegeschenk (nieuwjaarspenningen) en dus niet voor circulatie. Om die reden werden de slagaantallen vaak niet apart verantwoord in de muntbus, maar was de productie inbegrepen bij de verantwoorde slagaantallen van de guldens. Slechts van een paar jaartallen van de X stuiverstukken zijn de slagaantallen exact geregistreerd w.o. 1769. Zo weten we dat van dit jaar slechts 557 stuks zijn aangemunt. Zeer zeldzaam.
The X stuiver coins were mainly minted to serve as family or business gifts (New Year′s coins) and therefore not for circulation purpose. For that reason, the mintage numbers were often not separately registred, but included in the registered mintage numbers of the guilders. The mintage numbers have only been recorded exactly for a few years. 1769 is one of those years. We know that only 557 pieces were minted for this year. Very rare.
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.75 ; van der Wiel 20 (JMP.1960) ; CNM.2.43.125 RR Minieme graffiti op de voorzijde, overigens zeer attractief exemplaar met een prachtig patina. zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Generaliteitsgulden van X stuivers 1774/73, Utrecht
gewicht 5,26gr. ; zilver Ø 29mm. muntmeester: Johan Georg Holtzhey muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal 17 - 74 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
In de jaren 1771-1775 werden slechts 4.733 stuks guldens aangemunt. De X stuivers zijn bij dit aantal inbegrepen. De X stuivers werden voornamelijk geslagen als nieuwjaarspenning voor presentiedoeleinden. De producties zullen derhalve klein zijn geweest, waarschijnlijk in de honderden stuks. Bij dit exemplaar is het jaartal 1774 gewijzigd uit 1773, hetgeen voor een X stuiverstuk hoogst uitzonderlijk is. Uiterst zeldzaam.
In the years 1775-1779 only 4,733 guilders were minted. The X stuivers are included in this number. The X stuivers were mainly minted as New Year′s present. The productions will therefore have been small, probably in the hundreds of pieces. On this specimen, the date 1774 has been changed from 1773, which is highly exceptional for an X-stuiver coin. Extremely rare.
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.- (vgl.75) ; vgl. van der Wiel 25 (JMP.1960) ; CNM.2.43.125 RRR Voortreffelijk ongecirculeerd exemplaar met een prachtig patina. fdc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Generaliteitsgulden van X stuivers 1779, Utrecht
gewicht 5,23gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Carel Frederik Wesselman muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal 17 - 79 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
In de jaren 1775-1779 werden slechts 4.733 stuks guldens aangemunt. De X stuivers zijn bij dit aantal inbegrepen. De X stuivers werden voornamelijk geslagen als nieuwjaarspenning voor presentiedoeleinden. De producties zullen derhalve klein zijn geweest, waarschijnlijk in de honderden stuks. Zeldzaam.
In the years 1775-1779 only 4,733 guilders were minted. The X stuivers are included in this number. The X stuivers were mainly minted as New Year′s present. The productions will therefore have been small, probably in the hundreds of pieces. Rare.
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.75 ; van der Wiel 29 (JMP.1960) ; CNM.2.43.125 R attractief exemplaar met een mooi patina pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Generaliteitsgulden van X stuivers 1782, Utrecht
gewicht 5,18gr. ; zilver Ø 27,5mm. muntmeester: Carel Frederik Wesselman muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal 17 - 82 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
In de jaren 1782-1784 werden slechts 3.295 stuks guldens aangemunt. De X stuivers, die vooral als nieuwjaarspenning/relatiegeschenk werden aangemunt, zijn bij dit getal inbegrepen. De productie zal dus niet groot zijn geweest, waarschijnlijk in de honderden stuks. Zeldzaam.
In the years 1782-1784 only 3,295 guilders were minted. The X stuivers are included in this number. The X stuivers were mainly minted as New Year′s present. The productions will therefore have been small, probably in the hundreds of pieces. Rare.
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.75 ; van der Wiel 32 (JMP.1960) ; CNM.2.43.125 R minieme krasjes, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - ½ Generaliteitsgulden van X stuivers 1783, Utrecht
gewicht 5,24gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Johan Sebastiaan van Naamen muntteken: stadsschildje van Utrecht met kabelrand
vz. Pallas Athene ofwel de Nederlandse maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst is op een rijkelijk versierd altaar, omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR - stadsschildje kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding X - ST, jaartal 17 - 83 boven kroon, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•
In de jaren 1782-1784 werden slechts 3.295 stuks guldens aangemunt. De X stuivers, die vooral als nieuwjaarspenning/relatiegeschenk werden aangemunt, zijn bij dit getal inbegrepen. De productie zal dus niet groot zijn geweest, waarschijnlijk in de honderden stuks. Zeldzaam.
In the years 1782-1784 only 3,295 guilders were minted. The X stuivers are included in this number. The X stuivers were mainly minted as New Year′s present. The productions will therefore have been small, probably in the hundreds of pieces. Rare.
Delmonte 1203 ; Verkade 111.5 ; HNPM.75 ; van der Wiel 33 (JMP.1960) ; CNM.2.43.125 R minieme justeersporen zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Roosschelling 1601, Utrecht
gewicht 4,75gr. ; zilver Ø 33mm. muntmeester Hendrik Hendriksz. van Domselaar muntteken stadsschildje van Utrecht
De roosschelling werd in 1601 ingevoerd door de provincie Holland. Dit initiatief van Holland kreeg nog in datzelfde jaar navolging van diverse andere provincies, namelijk West-Friesland, Zeeland, Utrecht en Gelderland, en de rijksstad Deventer. In Holland kreeg dit initiatief na 1601 geen vervolg, en ook in Utrecht aanvankelijk niet. In 1627 werd de productie van de roosschelling echter op bescheiden schaal hervat tot er in 1632 een definitief einde aan kwam. Daarna kwam de productie van schellingen in Utrecht voor lange periode stil te liggen, tot in 1675 de rijderschelling werd ingevoerd.
Verkade 112.4 ; HNPM.80 ; CNM.2.43.130 ; van der Wiel 1 Lichte zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar. zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Roosschelling 1630, Utrecht
gewicht 4,51gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Jan van Vianen van Jaersvelt muntteken stadsschildje van Utrecht stempelsnijder Aernt van Nijevelt, waargenomen door Frederik van Vloock
De aanmunting van roosschellingen werd reeds in 1603 door de Staten-Generaal, op aandrang van Holland, verboden. Al snel na de invoering in 1601 door Holland was er een ratjetoe aan navolgingen ontstaan, die niet aan de uniformiteit voldeden zoals Holland die voor ogen had. Desondanks hielden Zeeland, West-Friesland, Utrecht, Overijssel en Deventer zich uiteindelijk niet aan deze instructies, en gingen zij toch weer over tot aanmunting van de roosschelling ook al hadden de Staten-Generaal straffen van ″lijf ende goet″ in het vooruitzicht gesteld. Utrecht had de aanmunting van roosschelling in 1627 hervat, maar kreeg spoedig daarop een berisping van de Staten-Generaal en verdere aanmunting werd verboden. Utrecht negeerde deze berisping en ging toch door met de aanmunting, maar kon de aanmunting niet meer verantwoorden in de muntbussen, die immers onder controle stonden van de Generaalmeesters. Ze werden geslagen op ″particuliere instructie″. Hoe groot de productie in de jaren is geweest weten we dus niet. Gezien de zeldzaamheid van deze stukken zijn het waarschijnlijk geen grote aantallen geweest. Dit jaartal komt slechts hoogst sporadisch voor en ontbreekt in vele collecties. Hoogst zeldzaam.
Opmerkelijk is de gekroonde leeuw in het provinciewapen, hetgeen heraldisch onjuist is. Dit is hoogst waarschijnlijk het werk van waarnemend stempelsnijder Frederik van Vloock, die in 1634 van Nijevelt zou opvolgens. Deze fout heeft van Vloock, bepaald geen meester in zijn vak, ook veelvuldig toegepast bij de leeuwendaalders om maar niet de spreken van de talloze tekstfouten van zijn hand.
Verkade 112.4 ; HNPM.80 ; CNM.2.43.130 ; van der Wiel 4a RRRR Klein hakje in de rand, doch voor dit munttype een mooi exemplaar. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Roosschelling 1631, Utrecht
gewicht 4,56gr. ; zilver Ø 32mm. muntmeester Jan van Vianen van Jaersvelt muntteken stadsschildje van Utrecht stempelsnijder Aernt van Nijevelt, waargenomen door Frederik van Vloock
De aanmunting van roosschellingen werd reeds in 1603 door de Staten-Generaal, op aandrang van Holland, verboden. Al snel na de invoering in 1601 door Holland was er een ratjetoe aan navolgingen ontstaan, die niet aan de uniformiteit voldeden zoals Holland die voor ogen had. Desondanks hielden Zeeland, West-Friesland, Utrecht, Overijssel en Deventer zich uiteindelijk niet aan deze instructies, en gingen zij toch weer over tot aanmunting van de roosschelling ook al hadden de Staten-Generaal straffen van ″lijf ende goet″ in het vooruitzicht gesteld. Utrecht had de aanmunting van roosschelling in 1627 hervat, maar kreeg spoedig daarop een berisping van de Staten-Generaal en verdere aanmunting werd verboden. Utrecht negeerde deze berisping en ging toch door met de aanmunting, maar kon de aanmunting niet meer verantwoorden in de muntbussen, die immers onder controle stonden van de Generaalmeesters. Ze werden geslagen op ″particuliere instructie″. Hoe groot de productie in de jaren is geweest weten we dus niet. Gezien de zeldzaamheid van deze stukken zijn het waarschijnlijk geen grote aantallen geweest. Dit jaartal komt slechts hoogst sporadisch voor en ontbreekt in vele collecties. Uiterst zeldzaam.
Opmerkelijk is de gekroonde leeuw in het provinciewapen, hetgeen heraldisch onjuist is. Dit is hoogst waarschijnlijk het werk van waarnemend stempelsnijder Frederik van Vloock, die in 1634 van Nijevelt zou opvolgens. Deze fout heeft van Vloock, bepaald geen meester in zijn vak, ook veelvuldig toegepast bij de leeuwendaalders om maar niet de spreken van de talloze tekstfouten van zijn hand.
Verkade 112.4 ; HNPM.80 ; CNM.2.43.130 ; van der Wiel 5 RRR Barstje in het muntplaatje. fr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Scheepjesschelling 1700, Utrecht
gewicht 4,74gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Johan van Romondt muntteken stadsschildje van Utrecht muntmeesterteken rozet
kz. Nederlands oorlogsschip varend naar rechts, de Nederlandse vlag in top van de drie masten, omringd door de tekst; VIGILATE DEO CONFIDENTES. vz. Gekroond provinciewapen tussen twee takken met bladeren, geflankeerd door waarde aanduiding 6 - S, daarboven 1 7 stadsschildje 0 0, omringd door de tekst; MO.NO.ARG.ORDIN.TRAIECT• ✿
Het betreft hier het eerste jaar van de Utrechtse scheepjesschelling. Ze werden geslagen in opdracht van de V.O.C. en bestemd voor de export naar Zuid-Afrika en Zuid-Oost Azië. Dit zal ook de reden zijn dat van de 1.569.870 stuks scheepjesschellingen die in de jaren 1700-1702 werden aangemunt maar heel weinig exemplaren zijn overgebleven. Ze zijn vrijwel allemaal omgesmolten of op andere wijze verloren gegaan. Het is de eerste keer sinds 37 jaar dat ik het verhandel. Uiterst zeldzaam.
This concerns the first year of the Utrecht Scheepjesschelling. They were minted by order of the VOC and intended for export to South Africa and South-East Asia. This will also be the reason that of the 1,569,870 Scheepjesschelling coins that were minted in the years 1700-1702, only very few specimens have survived. They have almost all been melted down or lost in some other way. This is the first time in 37 years that I have it for sale. Extremely rare.
Verkade 113.1 ; HNPM.83 ; CNM.2.43.133 ; van der Wiel 1 RRR zfr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Scheepjesschelling 1764, Utrecht
gewicht 4,87gr. ; zilver Ø 26,5mm. muntmeester: Johan Christoph Novisadi muntteken: stadsschildje van Utrecht (op spiegel) stempelsnijder Jan Willem Marmé
vz. Nederlands oorlogsschip varend naar rechts, de Nederlandse vlag in top van de drie masten, op het voorsteven en op het achtersteven, het stadswapen van Utrecht op de spiegel, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT• kz. Gekroond provinciewapen met het stadswapen van Utrecht als hartschild, 1 7 6 4 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waardeaanduiding 6 - S, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:ORDIN:TRAIECT•
Van dit jaartal werden slechts 33.710 stuks aangemunt. Schaars.
vgl. Künker Auktion 414, Lot 4829 (in xf/unc € 1.300 + 25%)
Verkade 113.4 ; HNPM.84 ; CNM.2.43.137 S pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gouden afslag van scheepjesschelling 1786, Utrecht
gewicht 6,87gr. ; goud Ø 27mm. muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen muntteken stadsschildje van Utrecht (op spiegel) stempelsnijder Jan Willem Marmé met kabelrand
vz. Oorlogsschip varend naar rechts, de Nederlandse vlag in top van de drie masten, op het voorsteven en op het achtersteven, het stadswapen van Utrecht op de spiegel, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT. kz. Gekroond provinciewapen met het stadswapen van Utrecht als hartschild, 1 7 8 6 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waardeaanduiding 6 - S, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:ORDIN:TRAIECT•
Geslagen op gewicht van een dubbele gouden dukaat. Dergelijk gouden afslagen fungeerden uitsluitend als presentiestukken en kon men bij de muntmeester bestellen. De oplages van dergelijke stukken waren klein, waarbij men eerder moet denken aan tientallen stuks dan aantallen boven de honderd stuks. Omdat het bewaarstukken waren, verkeren deze gouden afslagen meestal in goede staat. Net als bij de gouden rijders, waren ze erg geliefd om te dienen als hanger. Dat deze stukken sporen van montage, veelal klemsporen, vertonen is daarom een vrij algemeen verschijnsel. Ook dit exemplaar is ooit geklemd geweest in een sierrand om te dienen als hanger en toont daarvan nog de sporen op de kabelrand. Voor de beeldenaar heeft dit gelukkig geen gevolgen en is het desondanks een zeer attractief stuk met goede details. Zeer zeldzaam.
Delmonte 987 ; Verkade 113.4 ; HNPM.84.1 ; CNM.2.43.137 ; van der Wiel 34a RR Klemsporen op de rand, verder een mooi exemplaar met fijne details. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Scheepjesschelling 1786, Utrecht
gewicht 4,75gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen muntteken stadsschildje van Utrecht (op spiegel) stempelsnijder Jan Willem Marmé
vz. Oorlogsschip varend naar rechts, de Nederlandse vlag in top van de drie masten, op het voorsteven en op het achtersteven, het stadswapen van Utrecht op de spiegel, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT. kz. Gekroond provinciewapen met het stadswapen van Utrecht als hartschild, 1 7 8 6 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waardeaanduiding 6 - S, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:ORDIN:TRAIECT•
In de jaren 1785-1786 werden slechts 2.915 stuks scheepjesschellingen aangemunt. In tegenstelling tot de scheepjesschellingen van Holland, West-Friesland, Zeeland en Utrechtse scheepjesschelling van voor 1765 waren deze schellingen dan ook voor binnenlands gebruik bestemd en zijn ze niet in opdracht van de V.O.C. geslagen voor de handel op de Oost. Getuige deze kleine oplage en de kwalitatief hoogstaande vervaardiging van de stempels, zullen deze schellingen voornamelijk als presentiestukken gebruikt zijn. Dit verklaard ook dat ondanks de kleine oplages, relatief veel van deze scheepjesschellingen bewaard zijn gebleven en veelal in een hoge kwaliteit. Het waren immers bewaarstukken. Zeldzaam.
Verkade 113.4 ; HNPM.84 ; CNM.2.43.137 ; van der Wiel 34a R weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans pr à pr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Scheepjesschelling 1787, Utrecht
gewicht 4,76gr. ; zilver Ø 27,5mm. muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen muntteken stadsschildje van Utrecht (op spiegel) stempelsnijder Jan Willem Marmé
vz. Oorlogsschip varend naar rechts, de Nederlandse vlag in top van de drie masten, op het voorsteven en op het achtersteven, het stadswapen van Utrecht op de spiegel, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT. kz. Gekroond provinciewapen met het stadswapen van Utrecht als hartschild, 1 7 8 7 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waardeaanduiding 6 - S, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:ORDIN:TRAIECT•
In de jaren 1787-1789 werden slechts 2.320 stuks scheepjesschellingen aangemunt. In tegenstelling tot de scheepjesschellingen van Holland, West-Friesland, Zeeland en Utrechtse scheepjesschelling van voor 1765 waren deze schellingen dan ook voor binnenlands gebruik bestemd en zijn ze niet in opdracht van de V.O.C. geslagen voor de handel op de Oost. Getuige deze kleine oplage en de kwalitatief hoogstaande vervaardiging van de stempels, zullen deze schellingen voornamelijk als presentiestukken gebruikt zijn. Dit verklaard ook dat ondanks de kleine oplages, relatief veel van deze scheepjesschellingen bewaard zijn gebleven en veelal in een hoge kwaliteit. Het waren immers bewaarstukken. Zeldzaam.
Ongecirculeerd prachtexemplaar met fijne details.
Beautiful uncirculated specimen with excellent details.
Verkade 113.4 ; HNPM.84 ; CNM.2.43.137 ; van der Wiel 35 R ongecirculeerd prachtexemplaar unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Scheepjesschelling 1787, Utrecht
gewicht 4,77gr. ; zilver Ø 27,5mm. muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen muntteken stadsschildje van Utrecht (op spiegel) stempelsnijder Jan Willem Marmé
vz. Oorlogsschip varend naar rechts, de Nederlandse vlag in top van de drie masten, op het voorsteven en op het achtersteven, het stadswapen van Utrecht op de spiegel, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT. kz. Gekroond provinciewapen met het stadswapen van Utrecht als hartschild, 1 7 8 7 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waardeaanduiding 6 - S, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:ORDIN:TRAIECT•
In de jaren 1787-1789 werden slechts 2.320 stuks scheepjesschellingen aangemunt. In tegenstelling tot de scheepjesschellingen van Holland, West-Friesland, Zeeland en Utrechtse scheepjesschelling van voor 1765 waren deze schellingen dan ook voor binnenlands gebruik bestemd en zijn ze niet in opdracht van de V.O.C. geslagen voor de handel op de Oost. Getuige deze kleine oplage en de kwalitatief hoogstaande vervaardiging van de stempels, zullen deze schellingen voornamelijk als presentiestukken gebruikt zijn. Dit verklaard ook dat ondanks de kleine oplages, relatief veel van deze scheepjesschellingen bewaard zijn gebleven en veelal in een hoge kwaliteit. Het waren immers bewaarstukken. Zeldzaam.
Verkade 113.4 ; HNPM.84 ; CNM.2.43.137 ; van der Wiel 35 R pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Scheepjesschelling 1789, Utrecht
gewicht 4,90gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Johan Sebastiaan van Naamen muntteken stadsschildje van Utrecht (op spiegel) stempelsnijder Jan Willem Marmé
vz. Oorlogsschip varend naar rechts, de Nederlandse vlag in top van de drie masten, op het voorsteven en op het achtersteven, het stadswapen van Utrecht op de spiegel, omringd door de tekst; CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT. kz. Gekroond provinciewapen met het stadswapen van Utrecht als hartschild, 1 7 8 9 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waardeaanduiding 6 - S, omringd door de tekst; MO:NO:ARG:ORDIN:TRAIECT•
In de jaren 1787-1789 werden slechts 2320 stuks scheepjesschellingen aangemunt. In tegenstelling tot de scheepjesschellingen van Holland, West-Friesland, Zeeland en Utrechtse scheepjesschelling van voor 1765 waren deze schellingen dan ook voor binnenlands gebruik bestemd en zijn ze niet in opdracht van de V.O.C. geslagen voor de handel op de Oost. Getuige deze kleine oplage en de kwalitatief hoogstaande vervaardiging van de stempels, zullen deze schellingen voornamelijk als presentiestukken gebruikt zijn. Dit verklaard ook dat ondanks de kleine oplages, relatief veel van deze scheepjesschellingen bewaard zijn gebleven en veelal in een hoge kwaliteit. Het waren immers bewaarstukken. Zeldzaam.
Verkade 113.4 ; HNPM.84.1 ; CNM.2.43.137 ; van der Wiel 37 R miniem randtikje en justeersporen, doch nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met zeer fijne details pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
Als bisschoppelijke hoofdstad vond reeds vanaf het begin van de 11e eeuw muntslag te Utrecht plaats. Rond 1375 werden in Utrecht voor het eerst stedelijke munten geslagen. Kleingeld voor plaatselijk gebruik om te voldoen aan de vraag aan kleingeld. Dit vond waarschijnlijk plaats met toestemming van de bisschop, zeer waarschijnlijk door de bisschoppelijke muntmeester. Met tussenpozen is deze stedelijke muntslag voortgezet, ook ten tijde van de Bourgondische Nederlanden en de Republiek. Steeds kleingeld voor plaatselijk en regionaal gebruik. Met de komst van de Bataafse Republiek in 1795, kwam een definitief einde aan de stedelijke muntslag van Utrecht. De laatste stedelijke munt van Utrecht werd geslagen in 1794, een duit. |
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - STAD UTRECHT - Duit 1681
gewicht 2,15gr. ; koper Ø 20,5mm. muntmeester Johan van Romondt
Op deze munt zien we de instempeling (klop) ′Utrechts stadswapen′. Deze klop werd aangebracht in het kader van de sanering van de Utrechtse duitencirculatie. In de 17e eeuw werd de Republiek overspoeld door allerlei in - en uitheemse duiten. Met name het graafschap Reckheim was berucht vanwege haar vele imitaties van Noord-Nederlandse koperstukken, zowel oorden als duiten. Dit was een doorn in het oog van de Staten-Generaal, en die besloot daarom in 1702 tot de productie van een veel zwaardere duit van 3,84 gram (voorheen 2,06 gram). Door deze maatregel kon men de lichte duiten eenvoudig ongeldig verklaren danwel devalueren. Zo hadden de Staten van Holland reeds op 13 december 1701 besloten om de Utrechtse duiten te devalueren tot een penning (1/2 duit).
In reactie hierop probeerden de Staten van Utrecht haar eigen duiten, geslagen vanaf 1657, nog tegen devaluatie te beschermen ten koste van alle ″vreemde″ duiten. De Utrechtse duiten van voor 1657 waren reeds tot penning gedevalueerd. Bij plakkaat van 22 december 1701 besloten de Staten van Utrecht dat het binnen de stad brengen van slecht kopergeld fors zou worden beboet. In de praktijk bleek spoedig dat dit besluit niet te handhaven was. Er werd gezocht naar een duidelijker kenmerk en daarom besloot de Vroedschap van Utrecht op 16 januari 1702 (om 15.00) dat men tot 17 januari, vóór 12.00, Utrechtse duiten (1657-1687) kon inleveren voor instempeling met het stedelijk wapen. Alleen de gestempelde stukken zouden hun waarde van 1 duit behouden, de rest werd gedevalueerd tot ½ duit (penning). Met de korte tijdsduur (nog geen dag !) wilde men voorkomen dat Utrechtse duiten die elders circuleerden voor een ½ duit in allerijl zouden worden opgekocht en naar Utrecht zouden worden gebracht voor instempeling en ze aldaar af te zetten. Zulke slinkse lieden zouden dan immers 100% winst maken en dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Al spoedig bleek ook deze maatregel tevergeefs. Het was namelijk vrij eenvoudig om de Utrechtse klop te vervalsen en dat gebeurde dan ook. Utrechtse duiten, die elders circuleerden voor een ½ duit, werden opgekocht en voorzien van de valse klop. Die duiten werden afgezet in de stad Utrecht voor een hele duit. Met deze wetenschap besloten de burgemeesters en vroedschap van de stad Utrecht op 3 maart 1702 dat alle duiten werden gedevalueerd tot ½ duit, ook de gestempelde. Anders dan de meeste provincies, die reeds in 1702 zware duiten gingen produceren, zou de stad Utrecht pas in 1710 het initiatief nemen tot het slaan van zware duiten.
Verkade 116.4 ; Purmer & van der Wiel 5108 ; HNPM.17 ; CNM.2.44.18 ; Pietersen 40B zeldzaam fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - STAD UTRECHT - Duit 1740/39
gewicht 3,09gr. ; koper Ø 22mm. muntmeester Johan Ernst Novisadi
Na een tussenpoze van 15 jaar werd in 1739 door de stad Utrecht besloten tot hervatting van de aanmunting van koperen duiten. Hiervoor werd een nieuw type ontworpen die, met kleine aanpassingen, gehandhaafd zou blijven tot 1794. De productie van duiten wordt niet verantwoord in de muntbusgegevens, maar de productie van 1739 moet zeer omvangrijk zijn geweest. Blijkbaar was er een grote behoefte aan nieuw kleingeld. Zoals in die tijd gebruikelijk was, werden de muntstempels in het vooruit vervaardigd, zodat de productie kon doorgaan. Blijkbaar had men echter zoveel muntstempels met het jaartal 1739 vervaardigd, dat men nog tot aan het jaar 1755 deze stempels heeft gebruikt. Men sneed dan het nieuwe jaartal over de 39. De 3 en/of 9 werden (deels) zo veel mogelijk weggewerkt, maar die cijfers zijn vaak nog (deels) in de omgesneden muntstempels te herkennen. In dit geval heeft men de 40 over de 39 gesneden. Restanten van de 3 zijn nog te ontwaren, maar van de 9 is niets meer te herkennen. Zeer zeldzaam.
Verkade 116.6 ; Purmer & van der Wiel - (vgl.5111) ; HNPM.- (vgl.20) ; CNM.- (vgl.2.44.21) ; vgl. Pietersen 43A RR pr/unc à unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - STAD UTRECHT - Duit 1755/39
gewicht 3,43gr. ; koper Ø 21mm. muntmeester Johan Ernst Novisadi
Na een tussenpoze van 15 jaar werd in 1739 door de stad Utrecht besloten tot hervatting van de aanmunting van kopenen duiten. Hiervoor werd een nieuw type ontworpen die, met kleine aanpassingen, gehandhaafd zou blijven tot 1794. De productie van duiten wordt niet verantwoord in de muntbusgegevens, maar de productie van 1739 moet zeer omvangrijk zijn geweest. Blijkbaar was er een grote behoefte aan nieuw kleingeld. Zoals in die tijd gebruikelijk was, werden de muntstempels in het vooruit vervaardigd, zodat de productie kon doorgaan. Blijkbaar had men echter zoveel muntstempels met het jaartal 1739 vervaardigd, dat men nog tot aan het jaar 1755 deze stempels heeft gebruikt. Men sneedt dan het nieuwe jaartal over de 39. De 3 en/of 9 werden (deels) zo veel mogelijk weggewerkt, maar die cijfers zijn vaak nog (deels) in de omgesneden muntstempels te herkennen. In dit geval heeft men de 55 over de 39 gesneden. Contouren van de 3 zijn nog te ontwaren, maar van de 9 is niets meer te herkennen. Uiterst zeldzaam.
Verkade 116.6 ; Purmer & van der Wiel- (vgl.5111) ; HNPM.- (vgl.20) ; CNM.2.44.21 ; vgl. Pietersen 43A RRR Kleine zwaktes van de slag, doch vrijwel ongecirculeerd. unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
|