
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - Kleine penning of maille z.j. (1180-1220), Ieper
gewicht 0,31gr. ; zilver Ø 11mm.
vz. Driehoek met gepunte cirkels aan de uiteinden schuin geplaatst over driehoek met lelies aan de uiteinden, met een hexagram figuur tot gevolg, in het hart een stip, in de ruimtes daartussen steeds een ringetje met daarboven een stip. kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een kleine cirkel met een punt in iedere hoek, tussen de armen van het kruis steeds twee gepunte cirkels.
Geslagen in de periode van Philips van de Elzas (1168-1191), Margaretha I van de Elzas (1191-1194), Boudewijn IX (1194-1205), en Johanna van Constantinopel (1205-1244).
Oude vermeldingen van Ieper gaan terug tot de 11de eeuw als "Iprensis" en "Ipera". De naam zou afkomstig zijn van het riviertje de Ieperlee, vroeger Ieper genoemd. Reeds vroeger zou zich hier een domein en bedehuis bevonden hebben. In de loop van de 11e en 12e eeuw groeide de nederzetting uit tot een stad, en met name door de lakenhandel kwam deze stad tot grote bloei. Rond 1170 kreeg het stadsrechten van Philips van de Elzas. In deze periode was het, na Gent en Brugge, de derde stad van Vlaanderen. Het speelde in die tijd een belangrijke internationale economische rol en tevens bestuurlijke rol in het graafschap. In de loop van de 14e eeuw trad de achteruitgang in en verloor het haar belangrijke economische rol. Ook het bewonersaantal liep toen sterk terug. Had het begin 14e eeuw nog zo′n 28.000 inwoners, in het begin van de 15e eeuw waren dat er nog maar zo′n 11.000.
Haeck 232 ; Gaillard 117 ; Ghijssens 2102 en 2105 ; Vanhoudt G.2428 Lichte zwaktes van de slag. zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - Kleine penning of maille z.j. (1180-1220), Ieper
gewicht 0,40gr. ; zilver Ø 12mm.
vz. Driehoek met gepunte cirkels aan de uiteinden schuin geplaatst over driehoek met lelies aan de uiteinden, met een hexagram figuur tot gevolg. In het hart een gepunt cirkeltje. In de ruimtes daartussen steeds een ringetje met daarboven een stip. kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een kleine cirkel met om en om een ring en stip in de hoeken. In de kwartieren van de buitencirkel de letters; I - P - R - A
Geslagen in de periode van Philips van de Elzas (1168-1191), Margaretha I van de Elzas (1191-1194), Boudewijn IX (1194-1205), en Johanna van Constantinopel (1205-1244).
Oude vermeldingen van Ieper gaan terug tot de 11de eeuw als "Iprensis" en "Ipera". De naam zou afkomstig zijn van het riviertje de Ieperlee, vroeger Ieper genoemd. Reeds vroeger zou zich hier een domein en bedehuis bevonden hebben. In de loop van de 11e en 12e eeuw groeide de nederzetting uit tot een stad, en met name door de lakenhandel kwam deze stad tot grote bloei. Rond 1170 kreeg het stadsrechten van Filips van de Elzas. In deze periode was het, na Gent en Brugge, de derde stad van Vlaanderen. Het speelde in die tijd een belangrijke internationale economische rol en tevens bestuurlijke rol in het graafschap. In de loop van de 14e eeuw trad de achteruitgang in en verloor het haar belangrijke economische rol. Ook het bewonersaantal liep toen sterk terug. Had het begin 14e eeuw nog zo′n 28.000 inwoners, in het begin van de 15e eeuw waren dat er nog maar zo′n 11.000.
Haeck 234 ; Gaillard 119 ; Ghijssens 2106-2116 ; Vanhoudt G.2427 zfr
|
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - Kleine penning of maille z.j. (1180-1220), Ieper
gewicht 0,53gr. ; zilver Ø 11mm.
vz. Driehoek met gepunte cirkels aan de uiteinden schuin geplaatst over driehoek met lelies aan de uiteinden, met een hexagram figuur tot gevolg, in het hart een stip, in de ruimtes daartussen steeds een ringetje met daarboven een stip. kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een kleine cirkel met afwisselend een punt en een kruisje (of klaverblad/lelie ?) in de hoeken, tussen de armen van het kruis de letters; I - P - R - A
Geslagen in de periode van Philips van de Elzas (1168-1191), Margaretha I van de Elzas (1191-1194), Boudewijn IX (1194-1205), en Johanna van Constantinopel (1205-1244).
Oude vermeldingen van Ieper gaan terug tot de 11de eeuw als "Iprensis" en "Ipera". De naam zou afkomstig zijn van het riviertje de Ieperlee, vroeger Ieper genoemd. Reeds vroeger zou zich hier een domein en bedehuis bevonden hebben. In de loop van de 11e en 12e eeuw groeide de nederzetting uit tot een stad, en met name door de lakenhandel kwam deze stad tot grote bloei. Rond 1170 kreeg het stadsrechten van Filips van de Elzas. In deze periode was het, na Gent en Brugge, de derde stad van Vlaanderen. Het speelde in die tijd een belangrijke internationale economische rol en tevens bestuurlijke rol in het graafschap. In de loop van de 14e eeuw trad de achteruitgang in en verloor het haar belangrijke economische rol. Ook het bewonersaantal liep toen sterk terug. Had het begin 14e eeuw nog zo′n 28.000 inwoners, in het begin van de 15e eeuw waren dat er nog maar zo′n 11.000.
Haeck 240 ; vgl. Gaillard 121-122 ; vgl. Ghijssens 2117-2118 ; Vanhoudt Atlas - R Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam. zfr-/zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - ABDIJ ENAME (?) - Anonieme penning z.j. (circa 1200)
gewicht 0,45gr. ; zilver Ø 13mm.
vz. Diverse letters gerangschikt rondom een kleine cirkel met een stip in het centrum kz. Kort kruis met kogels in de hoeken binnen een cirkel. In de buitencirkel de verbasterde tekst; ✶L I I O VN •VG
Geslagen in de periode van Philips van de Elzas (1168-1191), Margaretha I van de Elzas (1191-1194), Boudewijn IX van Constantinopel (1194-1205), en Johanna I van Constantinopel (1205-1244).
Het betreft hier een munttype dat is geslagen naar voorbeeld van een penning van Osnabrück (zie Hävernick 95-98). De voorzijde is een degeneratie van het COLONIA-monogram van Soest/Osnabrück. Het voorkomen van dit munttype in vondsten rond Oudenaarde in Vlaanderen maken aanmunting in die regio meest aannemelijk. Om die reden acht men de Abdij van Ename als meest waarschijnlijke muntplaats. Ook worden in die regio ½ penningen van dit type gevonden met een gewicht van rond 0,30 gram. Numismaten zijn het echter niet geheel eens over de muntplaats. Zo wordt ook de abdij van St. Omaars als mogelijk geacht, dat in die tijd ook bij Vlaanderen hoorde.
Rond 974 werd bij Ename een burcht gebouwd, ter beveiliging van de grens van het Heilige Roomse Rijk waarvan de mark Ename deel uitmaakte. Het maakte dus toen geen deel uit van het Franse Rijk. In 1033 werd Ename met de grond gelijk gemaakt door een inval van de Frans-gezinde graaf van Vlaanderen. Dit was de kans voor het nabijgelegen dorp Oudenaarde om tot ontwikkeling te komen. Na een lange rebellie tegen het Duitse rijk verzoende Boudewijn V van Vlaanderen zich uiteindelijk toch in 1056 met de keizer. Korte tijd later, meer bepaald na de vredesbesprekingen van Andernach (1056/1059), verwierf de graaf de mark Ename. Vervolgens kocht hij ook de allodia van Ename. Het Lotharingse bolwerk werd definitief vleugellam gemaakt in 1062, met de stichting van de benedictijner Sint-Salvatorabdij. Het 11e-eeuwse kloosterpand werd tijdens de voorspoedige 12e en 13e eeuw twee keer volledig afgebroken en herbouwd. De abdij werd tijdens de beeldenstorm platgebrand. Delen werden nog wel weer herbouwd en in de 17e eeuw was er nog een ware opleving. Thans resten echter alleen nog ruïnes van de eens zo machtige abdij.
vgl. Ghijssen 208 ; Hävernick 99 ; Dannenberg 1457 ; Slg.de Wit 1262 ; Ilisch 15.09 (JMP.2014, pag.78) ; Vanhoudt G.2343 ; Haeck pag.102, type.D ; Serrure, RBN 1880, pag 217, Pl XVII, 1 ; Deswinnes 1866, Numismatique artésienne, pag. 184, Pl III fig.52 (voor St Omaars) R Voor dit munttype een mooi exemplaar. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PERIODE MARGARETHA II VAN CONSTANTINOPEL (1244-1278) EN GWIJDE VAN DAMPIERRE (1278-1305) - Kleine penning of maille z.j. (ca.1259-1300), Gent
gewicht 0,41gr. ; zilver Ø 11mm.
vz. Gehelmd ridderhoofd met maliënkolder naar links, lelie als helmtooi, en drie kleine cirkels als helmversiering, daarachter een lelie kz. Lang kruis met tussen de armen de letters G - A - N - T, een punt onder elke letter
Dit munttype is geslagen in een periode dat nog nauwelijks sprake was van enig grafelijk gezag. Gravin Margaretha had zich voor de vele oorlogen tijdens haar bewind laten financieren door de Vlaamse steden, die daarvoor op hun beurt veel autonomie eisten. Dit leidde ertoe dat de Vlaamse steden een eigen beleid voerden inzake hun handel en politiek. Hun commerciële belangen werden sterk bepaald door de handel op Engeland, en zij steunden derhalve de Engelse koning. In deze periode groeide Gent uit tot een van de machtigste en rijkste steden van West-Europa. Het bestuur lag in handen van 39 schepenen, die om beurten in groepen van 13 de stad bestuurden. Zij waren voor het leven benoemd. Dit muntype met het ridderhoofd en de prominente vermelding van de stadsnaam staat symbool voor deze bloeiperiode van de stad Gent.
Haeck 197 ; Gaillard 78 ; Ghijssens 458, 460 en 461 ; Slg. de Wit - ; Martiny 9-9 ; Vanhoudt Atlas - (vgl. G.2412) RR Miniem slagbarstje. Zeer zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PERIODE MARGARETHA II VAN CONSTANTINOPEL, 1244-1278 & GWIJDE VAN DAMPIERRE,1278-1305 - Kleine penning of maille z.j. (circa 1259-1305), Dowaai (Douai)
gewicht 0,33gr. ; zilver Ø 12,5mm.
vz. Plant of boom met terweerszijden van de stam een kleine cirkel, binnen twee gekartelde cirkels kz. Kort kruis met in de hoeken afwisselen een klaverscepter en een scepter met vierkante kop, binnen twee gekartelde cirkels
Dowaai (Douai) werd voor het eerst vermeld in 930, als Duacum. Al omstreeks 950 lag er een Vlaamse grafelijke burcht. In deze tijd werd bij Dowaai een verbinding gemaakt tussen de riviertjes Atrechtse en de Dowaaise Scarpe waardoor het debiet van de Dowaaise Scarpe werd vergroot, waarmee ook de bereikbaarheid per boot. Dit kwam de economische ontwikkelingen van de stad ten goede. Het ontwikkelde zich tot een belangrijke Vlaamse stad die in 1188 stadsrechten kreeg van de graaf van Vlaanderen. Het was een bloeiend centrum van textielnijverheid, met name de lakennijverheid, en profiteerde van de ligging aan de rivier de Scarpe voor zowel de handel als de graanhandel. Dowaai werd tevens hoofdplaats van een der drie kasselrijen in Rijsels-Vlaanderen. Hoewel deze streek reeds in de 12e eeuw Franstalig was, waren de inwoners Vlaamsgezind. Alhoewel Dowaai in die tijd tot de vijf voornaamste steden van Vlaanderen gerekend kon worden, zal het stadspopulatie niet hoger dan 10.000 zijn geweest. Beduidend minder dan de Vlaamse grootsteden Gent (ca.50.000), Brugge (ca.50.000) en Ieper (ca.30.000). Deze minder dominante rol zien we ook terug in de muntslag. Die bleef beperkt tot relatief kleine producties van lichte penningen in de tweede helft van de 13e eeuw.
Met het Verdrag van Pontoise (1312) stond het graafschap Vlaanderen Rijsels- of Waals-Vlaanderen af aan Frankrijk, maar het gebied keerde al in 1369 terug naar Vlaanderen door het huwelijk tussen Margaretha van Male en Filips de Stoute. De Vlaamse en Habsburgse overwinning onder leiding van de aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk van 1479 in de Slag bij Guinegate werd er uitbundig gevierd; dit is de oorsprong van de jaarlijkse optocht van de stadsreuzen, plaatselijk Gayants genoemd. Filips II van Spanje stichtte in 1562 de Universiteit van Dowaai, de tweede in de Zeventien Provinciën na de Universiteit Leuven. Ze werd een bolwerk van de contrareformatie. Dowaai nam daarom deel aan de Unie van Atrecht (1579), die gedurende de Tachtigjarige Oorlog de partij van de koning koos. In Dowaai lag ook een abdij voor Schotse jezuïeten. Tijdens de Devolutieoorlog werd Dowaai ingenomen door Lodewijk XIV van Frankrijk (6 juli 1667). De Vrede van Aken (1668) liet de stad aan Frankrijk. Onder leiding van Vauban werd ze uitgebouwd tot vestingstad, met onder meer een arsenaal, kazernes en een kanonnengieterij. Spoedig werd een nieuw hooggerechtshof opgericht, het Parlement de Flandre (Parlement van Vlaanderen), dat vanaf 1713 in Dowaai zetelde.
Haeck 175 ; Gaillard 70 ; Ghijssens 505-507 ; Vanhoudt G.2406 R Zeldzaam. fr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS IV VAN FRANKRIJK (1285-1314) - Tourse groot z.j. (circa 1298-1302), Brugge
gewicht 3,76gr. ; zilver Ø 26mm.
Geslagen tijdens de Franse bezetting door Philips IV de Schone, 1297 - 1305 varianten; Met kroontje tussen TVRONVS en CIVIS, en PHILIPPVS en REX.
vz. Kort kruis binnen een parelcirkel. In de middelste cirkel de tekst; + PHILIPPVS REX, in de buitenste cirkel de tekst; +BNDICTV:SIT:NOME:DNI:NRI:DEI:IHV.XPI kz. Kasteel met lelie op top, omringd door de tekst; + TVRONVS CIVIS, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel twaalf dubbel gelijnde boogjes met daarbinnen een lelie.
Deze munt is geslagen ten tijde van de regering van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre (1278-1305). Gwijde was in 1278 zijn moeder Margaretha van Constantinopel opgevolgd als graaf van Vlaanderen. Hij was toen al 53 jaar. Bij aantreden van Philips IV als koning van Frankrijk, in 1285, begonnen de problemen. Het grafelijk bestuur in Vlaanderen was zwak en hij zocht derhalve steun bij de Engelse koning Edward I. In 1294 kwamen Gwijde en Edward te Lier overeen dat kroonprins Edward II zou huwen met Filippa van Vlaanderen, de dochter van Gwijde. Dit stond Philips IV niet aan en die bedacht een list ; hij nodigde Gwijde en Filippa en gevolg uit aan het Franse hof. Daar aangekomen werden beide gevangen gezet. Door bemiddeling van Paus Bonifatius VIII werd Gwijde in 1295 weer vrij gelaten, maar zijn dochter bleef in het Louvre opgesloten. Zij zou daar in 1306 overlijden. Thans stuurde Gwijde aan op een militair conflict met Frankrijk, daarbij gesteund door Engeland en Holland. De Frans-Vlaamse oorlog (1297-1305) was een feit. Hij wist echter niet te voorkomen dat Vlaanderen in 1298 bezet werd door Frankrijk. In die periode werden te Brugge Tourse groten geslagen op naam van Philips IV, waarvan deze munt een voorbeeld is. Gwijde en zijn twee oudste zonen gaven zich gevangen. Dit was mede aanleiding tot de Brugse Metten ; Bruggelingen doodden in de nacht van 18 mei 1302 zo′n 120 fransgezinden en leden van het Franse garnizoen dat in de stad gelegerd was. Nog eens 85 personen werden in gijzeling genomen, die uiteindelijk 55.000 pond losgeld opleverden. De stad Brugge was weer bevrijd van haar Franse bezetter, en daarmee kwam ook een einde aan de Franse muntslag in die stad. Deze gebeurtenissen in Brugge werden uiteraard niet geaccepteerd door de Franse koning. Een Frans eliteleger van zo′n 8500 man trok in juni 1302 op naar het graafschap Vlaanderen om de slachting in Brugge te wreken. De Vlamingen hadden een leger opgetrommeld van ongeveer gelijke omvang, maar kwalitatief veel slechter uitgerust. Op 11 juli 1302 kwam het nabij Kortrijk tot een treffen. Tegen de verwachtingen in werden de Fransen verpletterend verslagen. Zo′n twee à drieduizend man verloren het leven, waaronder circa 60 baronnen en heren, vele honderden ridders en meer dan duizend schildknapen. De verliezen aan Vlaamse kant bleef beperkt tot een paar honderd man. Later zou deze veldslag bekend worden als de ′Guldensporen slag′.
Minted during the French-Flamish War (1297-1305), when large parts of Flanders were occupied by the French. During this period french gros tournois were minted in Brugge. These coins differ from the in France minted pieces by a lily over the castle. Rare.
vgl. Duplessy 217 ; vgl. Ciani 200 ; vgl. Lafaurie 219 ; Tourneur, RBN (1922), p.149-155 ; vgl. de Mey 818-819 R Zeer minieme sporen van oxidatie. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - ROBRECHT III VAN VLAANDEREN, 1305-1322 - Sterling z.j. (circa 1317), Gent
gewicht 1,27gr. ; zilver Ø 19mm.
vz. Gekroonde portret frontaal binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✠ ЄDL ROBЄRTVS COMЄS kz. Lang gevoet kruis geplaats over een parelcirkel met drie bolletjes in ieder kwartier. In de buitencirkel de tekst; MON – ЄTA – GAN – DЄS
Robrecht werd in 1249 geboren als oudste zoon van Gwijde van Dampierre en Mathilda van Bethune. Hierdoor is hij ook wel bekend als Robrecht van Dampierre of Robrecht van Bethune. Sedert 1273 was hij graaf van Nevers en na de dood van zijn vader in 1305 werd hij tevens graaf van Vlaanderen. Gent streefde in die tijd Brugge voorbij als voornaamste Vlaamse stad en behoorde tot de grootste steden van West-Europse. De Vlaamse graven hadden er sedert de 9e eeuw hun eigen burcht ″het gravensteen″. Militaire roem verwierf hij in Italië, in zijn strijd tegen de laatste Hohenstaufers, en door zijn deelname aan de achtste kruistocht in 1270. In (foutieve) geschiedschrijving en mede door de gelijknamige roman van Hendrik Conscience kreeg Robrecht de bijnaam ″De leeuw van Vlaanderen″. Hierin werd hem een heldenrol toebedacht tijdens de Guldensporenslag in 1302. Op dat moment verbleef hij echter in Franse gevangenschap en hij was dus geen deelnemer aan die veldslag bij Kortrijk. Robrecht overleed in 1322 en werd opgevolgd door zijn kleinzoon Lodewijk II van Nevers.
Robrecht liet zijn munten vooral in Aalst slaan. Toch bestaat er ook een merkwaardig Gents type: de zilveren sterling, gemaakt naar Engels voorbeeld. Het betreft hier een zeer getrouwe navolging van de penny van Edward I van Engeland (1272-1307), die dit munttype in 1279 introduceerde. Zelfs de beginletters ЄDW heeft men willen navolgen in de vorm van ЄDL ,hetgeen ″Edel″ zal betekenen, en is in die zin enig in zijn soort. Allicht was dat een handige zet om deze Vlaamse sterling overal waar de echte Engelse sterling geldig was, ook - per ongeluk - te laten aanvaarden. Er zijn maar weinig exemplaren van dit munttype bewaard gebleven en het is uitermate zeldzaam.
Robrecht mainly had his coins minted in Aalst. Yet there is also a remarkable Ghent type: the silver sterling, made after an English example. This is a very faithful imitation of the penny of Edward I of England (1272-1307), who introduced this coin type in 1279. Even the initial letters ЄDW were wanted to be imitated in the form of ЄDL, which will mean ″Edel″(”Noble”), and in that sense it is one of a kind. This was probably a handy move to have this Flemish sterling also - accidentally - accepted wherever the real English sterling was valid. Few examples of this coin type have survived and it is extremely rare.
vgl. Auktion 121 van F.R. Künker te Osnabrück, kavel 1300 (sehr schön € 6500 + 15%)
Gaillard 178 ; de Mey 92 ; Mayhew 210; Vanhoudt G2561 ; Martiny pag.84, no.15 RRR zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK I VAN VLAANDEREN (LODEWIJK II VAN NEVERS), 1322-1346 - ½ Groot z..j. (1334-1337), Gent
gewicht 1,94gr. ; zilver Ø 22mm. muntmeester Percheval du Porche
vz. Klimmende Vlaamse leeuw naar links binnen een zespas, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠ IIONETΛ:GΛNDENSIS kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, om en om een adelaar en leeuw in de hoeken, omringd door de tekst; LVDO - VIC′:C - OMES - FLΛD′
Stempelkenmerken: alle A′s hebben geen dwarsstreepje, anuletten op de L en de T, twee anuletten binnen de O in COMES, de M van MONETA is vorm gegeven als II. De combinatie van al deze stempelkenmerken op een munt is niet beschreven in de referentie literatuur en is zeer zeldzaam.
Gaillard 187var. ; de Mey 126var. ; Elsen 5var. ; Martiny 16-1var. ; Vanhoudt G.2573var. RR zeer attractief exemplaar zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Groot compagnon of leeuwengroot z.j. (1354-1359), Gent of Mechelen
gewicht 3,44gr. ; zilver Ø 27mm. Vijfde emissie; aanmunting tussen 20 december 1354 - 18 oktober 1359
vz. Klimmende leeuw naar links omringd door de tekst; ✠ MONЄTA peterselieblaadje FLAND′• binnen een parelcirkel. In de buitenrand een boord van 12 dubbelgelijnde boogjes, binnen 11 een hulstblad, in een (op 12 uur) een klimmende leeuw naar links kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, omringd door de tekst; LVD - OVI – C′xC0 – MES binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠BNDICTV⋮SIT⋮NOMЄ⋮DNI⋮NRI⋮IHV⋮XPI binnen een parelcirkel (vertaald; “Geprezen zij de naam des Heren, onze Jezus Christus”)
Gaillard 219var. ; Boudeau 2230var. ; vgl. coll Vernier 3 ; vgl. Elsen 21 ; Haeck, EGMP 2011, pag.16, V•12 ; Martiny 33-8 ; de Mey 210var. ; vgl. Vanhoudt G.2596 gebruikelijke zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Groot compagnon of leeuwengroot z.j. (1354-1359), Gent of Mechelen
gewicht 2,41gr. ; zilver Ø 28mm. Vijfde emissie; aanmunting tussen 20 december 1354 - 18 oktober 1359
vz. Klimmende leeuw naar links omringd door de tekst; ✠ MONЄTA peterselieblaadje FLAND′• binnen een parelcirkel, omringd door een boord van 12 dubbelgelijnde boogjes, waar binnen bij 11 een hulstblad, en bij een (op 12 uur) een klimmende leeuw naar links kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, omringd door de tekst; LVD - OVI – C′xC0 – MES binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠BNDICTV⋮SIT⋮NOMЄ⋮DNI⋮NRI⋮IHV⋮XPI binnen een parelcirkel (vertaald; “Geprezen zij de naam des Heren, onze Jezus Christus”)
Gaillard 219var. ; Boudeau 2230var. ; vgl. coll Vernier 3 ; vgl. Elsen 21 ; Haeck, EGMP 2011, pag.16, V•12 ; Martiny 33-8.var.1 ; de Mey 210var. ; vgl. Vanhoudt G.2596 miniem barstje en zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Groot compagnon of leeuwengroot z.j. (1362-1363), Gent
gewicht 3,25gr. ; zilver Ø 27mm. variant: stip op de L in LVD Zevende emissie; aanmunting tussen 4 december 1361 – 27 september 1362
vz. Klimmende leeuw naar links omringd door de tekst; ✠ MONЄTA peterselieblaadje FLAND′• binnen een parelcirkel, omringd door een boord van 12 dubbelgelijnde boogjes, waarbinnen bij 11 een hulstblad, en bij een (op 12 uur) een klimmende leeuw naar links kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, omringd door de tekst; LVD - OVI – C′xC0 – MES binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠BNDICTV⋮SIT⋮NOMЄ⋮DNI⋮NRI⋮IHV⋮XPI binnen een parelcirkel (vertaald; “Geprezen zij de naam des Heren, onze Jezus Christus”)
Gaillard 219var. ; Boudeau 2230var. ; vgl. coll Vernier 3 ; vgl. Elsen 21 ; Haeck, EGMP 2011, pag.16, V•12 ; Martiny 33-8 ; de Mey 210var. ; vgl. Vanhoudt G.2596 gebruikelijke zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Gouden lam z.j. (1356-1364), Gent of Mechelen
gewicht 4,67gr. ; goud Ø 30mm. interunctie: dubbele anuletten op voorzijde en dubbele kruisjes op de keerzijde stempelkenmerken: met INPЄRAT. Punt na het initiaalkruis op zowel de voorzijde als keerzijde. Streepje boven de tweede L in TOLL, A in PCCA en V in MVDI. Zeer zeldzaam.
vz. Het lam Gods, met nimbus om kop, staande naar links, kop naar rechts gewend, kruis met vaandel op de achtergrond, omgeven door versiering van boogjes, daaronder LVD′ - CO:F′, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠.A′GN:DЄI:QVI:TOLL:P′CCA:MVDI:MISЄRЄRЄ:NOB′• (vertaald ″Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontfermt u over ons″) kz. Rijk versierd gebloemd kruis met adelaars in de hoeken binnen aan raam van vier bogen met uitspringende punten, roosje in hart, omringd door de tekst; ✠•XP′C:VINCIT:XP′C:REGNAT:XP′C:INPЄRAT (vertaald: ″Christus overwint, Christus regeert, Christus beveelt″)
Op 20 juni 1356 gaf Lodewijk van Male opdracht tot het aanmunten van gouden lammen. Dit munttype was een navolging de de Franse Mouton d′or of Angel, dat in 1355 was ingevoerd door Jan de Goede (1350-1364). Het voorgeschreven gewicht was 4,70 gram met een goudgehalte van 24 karaat. Vanaf 24 augustus 1359 werd het gehalte verlaagd naar 23 ½ karaat. De aanmunting vond plaats zowel in Gent als in Mechelen, zonder onderscheidende kenmerken. In de Nederlanden stonden deze muntstukken bekend als ″mottoenen″.
Gaillard 210var. ; Vernier 5var. ; Martiny 35-2var. ; Elsen 26var. ; Delmonte 457 ; vgl. Vanhoudt G.2601 ; vgl. Vanhoudt/Saunders 261 ; Friedberg 155 RR Goed geslagen exemplaar met fijne details. Zeer attractief. pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Gehelmde gouden leeuw z.j. (1365-1367 en 1370), Gent
gewicht 5,26gr. ; goud Ø 34mm.
vz. Gehelmde Vlaamse leeuw zittend naar links op een Gothische troon binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; LVDOVICVS:DЄI:GRA:COM′•I:DNS:FLANDRIЄ kz. Gebloemd kruis binnen een veelpas, met in de hoeken F - L - A - N en D in het hart, binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠BЄNЄDICVS:QVI:VЄNIT:IN:NOMINЄ:DOMINI
De voorzijdetekst luidt voluit ; Ludovicus dei gratiae comes dominus Flandrie, vertaald: Lodewijk, bij de gratie Gods, graaf en heer van Vlaanderen. De keerzijdetekst luidt voluit; Benedictus qui venit in nomine domine vertaald: gezegend hij die komt in de naam des Heren.
Dit bijzondere munttype werd in 1365 ingevoerd met een goudgehalte van 919/1000 op een uitgiftekoers van 40 groten.
De Gouden Leeuw komt oorspronkelijk uit Frankrijk. De Franse Koning Philippe VI liet in 1338 nieuwe gouden munten slaan. Op de voorzijde is een afbeelding te zien van de koning. Het is vermoedelijk geen goed gelijkend portret. Aan de voeten van de vorst ligt een leeuw. Het dier is maar een klein onderdeel van de hele voorstelling. Toch werd de munt enigszins verrassend de Gouden Leeuw genoemd: le Lion d′Or. Vlaanderen en Brabant, in die tijd nog steeds leengebieden van Frankrijk, volgden Filips voorbeeld. Ze lieten ook hoogwaardige Gouden Leeuw munten slaan. Deze Vlaamse en Brabantse Gouden Leeuwen hebben eigenlijk een grotere aanspraak op de naam. Zij voeren op de voorzijde een leeuw als belangrijkste element. Lodewijk van Male introduceerde de munt in Vlaanderen in 1365. het werd uitgegevn op koers van 40 groten en met een gehalte van 24 karaat. Het werd geslagen te Gent. De stad Gent was de grootste stad in Noordwest Europa na Parijs. De late middeleeuwen brachten in onze lage landen ook veel kunst voort. Dat is altijd een teken van rijkdom. Zo voltooide de geniale Jan van Eyck in 1432 het veelluik ′Het Lam Gods′, dat hij met zijn eveneens geniale broer Hubert was begonnen. U kunt dit meesterwerk nog steeds bewonderen in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Voor de handel was veel geld nodig. Geld betekende munten. De Vlaamse en Brabantse gewesten waren juist door de handel heel rijk. Ze hadden dus grote behoefte aan goud geld. De Gouden Leeuw munten speelden een belangrijke rol in dit geldverkeer.
vgl. Schulman veiling 377, kavel 572 (in circa prachtig met lichte zwaktes en krasjes/beschadigingen: 10.000 + 22%) Het door ons aangeboden exemplaar is aanzienlijk beter van kwaliteit......
Delmonte 460 ; Gaillard 214 ; Vanhoudt G.2604 ; Elsen 28 ; Martiny 38 ; Vanhoudt/Saunders 265 ; Friedberg 157 nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met fijne details pr à pr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Gehelmde gouden leeuw z.j. (1365-1367 en 1370), Gent
gewicht 5,40gr. ; goud Ø 34mm.
vz. Gehelmde Vlaamse leeuw zittend naar links op een Gothische troon binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; LVDOVICVS:DЄI:GRA:COM′•I:DNS:FLANDRIЄ kz. Gebloemd kruis binnen een veelpas, met in de hoeken F - L - A - N en D in het hart, binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠BЄNЄDICVS:QVI:VЄNIT:IN:NOMINЄ:DOMINI
De voorzijdetekst luidt voluit ; Ludovicus dei gratiae comes dominus Flandrie, vertaald: Lodewijk, bij de gratie Gods, graaf en heer van Vlaanderen. De keerzijdetekst luidt voluit; Benedictus qui venit in nomine domine vertaald: gezegend hij die komt in de naam des Heren.
Dit bijzondere munttype werd in 1365 ingevoerd met een goudgehalte van 919/1000 op een uitgiftekoers van 40 groten.
De Gouden Leeuw komt oorspronkelijk uit Frankrijk. De Franse Koning Philippe VI liet in 1338 nieuwe gouden munten slaan. Op de voorzijde is een afbeelding te zien van de koning. Het is vermoedelijk geen goed gelijkend portret. Aan de voeten van de vorst ligt een leeuw. Het dier is maar een klein onderdeel van de hele voorstelling. Toch werd de munt enigszins verrassend de Gouden Leeuw genoemd: le Lion d′Or. Vlaanderen en Brabant, in die tijd nog steeds leengebieden van Frankrijk, volgden Filips voorbeeld. Ze lieten ook hoogwaardige Gouden Leeuw munten slaan. Deze Vlaamse en Brabantse Gouden Leeuwen hebben eigenlijk een grotere aanspraak op de naam. Zij voeren op de voorzijde een leeuw als belangrijkste element. Lodewijk van Male introduceerde de munt in Vlaanderen in 1365. het werd uitgegevn op koers van 40 groten en met een gehalte van 24 karaat. Het werd geslagen te Gent. De stad Gent was de grootste stad in Noordwest Europa na Parijs. De late middeleeuwen brachten in onze lage landen ook veel kunst voort. Dat is altijd een teken van rijkdom. Zo voltooide de geniale Jan van Eyck in 1432 het veelluik ′Het Lam Gods′, dat hij met zijn eveneens geniale broer Hubert was begonnen. U kunt dit meesterwerk nog steeds bewonderen in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Voor de handel was veel geld nodig. Geld betekende munten. De Vlaamse en Brabantse gewesten waren juist door de handel heel rijk. Ze hadden dus grote behoefte aan goud geld. De Gouden Leeuw munten speelden een belangrijke rol in dit geldverkeer.
vgl. Schulman veiling 377, kavel 572 (in circa prachtig met lichte zwaktes en krasjes/beschadigingen: 10.000 + 22%)
Enkele kleine hakjes in de rand, doch nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar met fijne details.
Some small edge failures, otherwise beautiful specimen. Near mintstate.
Delmonte 460 ; Gaillard 214 ; Vanhoudt G.2604 ; Elsen 28 ; Martiny 38 ; Vanhoudt/Saunders 265 ; Friedberg 157 pr/unc |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Gehelmde gouden leeuw z.j. (1365-1367 en 1370), Gent
gewicht 5,10gr. ; goud Ø 33mm.
Dit bijzondere munttype werd in 1365 ingevoerd met een goudgehalte van 919/1000 op een uitgiftekoers van 40 groten.
vz. Gehelmde Vlaamse leeuw zittend naar links op een Gothische troon LVDOVICVS:DEI:GRA:COM′•I:DNS:FLANDRIE De voorzijdetekst luidt voluit ; Ludovicus dei gratiae comes dominus Flandrie, vertaald: Lodewijk, bij de gratie Gods, graaf en heer van Vlaanderen. kz. Gebloemd kruis binnen een veelpas, met in de hoeken F - L - A - N en D in het hart, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; +BENEDICVS:QVI:VENIT:IN:NOMINE:DOMINI
De keerzijdetekst luidt voluit; BENEDICTUS QUI VENIT IN NOMINE DOMINE vertaald: gezegend hij die komt in de naam des Heren.
De Gouden Leeuw komt oorspronkelijk uit Frankrijk. De Franse Koning Philippe VI liet in 1338 nieuwe gouden munten slaan. Op de voorzijde is een afbeelding te zien van de koning. Het is vermoedelijk geen goed gelijkend portret. Aan de voeten van de vorst ligt een leeuw. Het dier is maar een klein onderdeel van de hele voorstelling. Toch werd de munt enigszins verrassend de Gouden Leeuw genoemd: le Lion d′Or. Vlaanderen en Brabant, in die tijd nog steeds leengebieden van Frankrijk, volgden Filips voorbeeld. Ze lieten ook hoogwaardige Gouden Leeuw munten slaan. Deze Vlaamse en Brabantse Gouden Leeuwen hebben eigenlijk een grotere aanspraak op de naam. Zij voeren op de voorzijde een leeuw als belangrijkste element. Lodewijk van Male introduceerde de munt in Vlaanderen in 1365. Kortgeleden konden wij de hand leggen op een Vlaamse Gouden Leeuw van deze graaf . Het werd geslagen te Gent. De stad Gent was de grootste stad in Noordwest Europa na Parijs. De late middeleeuwen brachten in onze lage landen ook veel kunst voort. Dat is altijd een teken van rijkdom. Zo voltooide de geniale Jan van Eyck in 1432 het veelluik ′Het Lam Gods′, dat hij met zijn eveneens geniale broer Hubert was begonnen. U kunt dit meesterwerk nog steeds bewonderen in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Voor de handel was veel geld nodig. Geld betekende munten. De Vlaamse en Brabantse gewesten waren juist door de handel heel rijk. Ze hadden dus grote behoefte aan goud geld. De Gouden Leeuw munten speelden een belangrijke rol in dit geldverkeer. Zeldzaam.
Delmonte 460 ; Gaillard 214 ; Vanhoudt G.2604 ; Friedberg 157 R zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Gouden schild z.j. (1373-1384, Gent of Mechelen
gewicht 4,47gr. ; goud Ø 30mm.
vz. Getroonde graaf zittend frontaal in een Gothische zetel . In zijn rechterhand een zwaard en zijn linker hand rustend op het wapenschild van Vlaanderen, omgeven door veelpas binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; +LVDOVICVS:DЄIx - x GRA x - COM′:Z:DNS:FLAND′ kz. Kort gebloemd kruis binnen een vierpas binnen een parelcirkel. Bladmotieven op de snijpunten van de cirkelbogen van de vierpas en aan de buitenzijden een roos. In de buitencirkel de tekst; + XPC:VINCIT:XPC:RЄGNAT:XPC:IMPЄRAT Deze keerzijdetekst luidt voluit; Xristus vincit, Xristus regnat, Xristus imperat (vertaald: Christus overwint, Christus regeert, Christus heerst)
Reeds in de jaren 1349-1357 werden op naam van Lodewijk II van Male gouden schilden aangemunt. In 1373 werd deze aanmunting hervat, zij het met een wijziging in het stempel. Hadden de oude schilden op de voorzijde een schild met dubbelkoppige rijksadelaar, op de nieuwe stukken zien we en schild met de Vlaamse leeuw. Aanvankelijk (tot juli 1377) werden de stukkengeslagen in het Gravensteen te Gent. Na een onderbreking van twee-en-half jaar werd in februari 1380 de productie van het nieuwe schild hervat, thans the Mechelen, tot aan zijn dood in 1384. De stukken werden aanvankelijk vervaardigd van 24 karaat goud, vanaf 1380 geleidelijk verlaagd naar 23 karaat.
Delmonte 466 ; Gaillard 218 ; Elsen 38 ; Vanhoudt G.2614 ; de Mey 205 ; Martiny 48 ; Vanhoudt/Saunders 271 ; Friedberg 163 Nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar. Zeer mooi. pr/unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE STOUTE, 1384-1404 - Dubbele groot jangelaar of voetdrager z.j. (1386-1387), Gent
gewicht 3,83gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeester Jan Thomas
vz. Twee naast elkaar geplaatste schilden van Valois-Bourgondië en Vlaanderen met daarboven een frontaal staande adelaar met gespreide vleugels, kop naar links gewend, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; PHILIPP⋮DЄI⋮GRA⋮DVX⋮BVRG⋮Z⋮COM⋮FLAND′ kz. Lang gevoet kruis geplaatst over twee cirkels. In de middelste cirkel de tekst; ✠MONE - TA•DE• - FLAN - DRIA. In de buitencirkel de tekst; ✠SIT⋮NO - MЄN⋮DOM - INI⋮BЄNЄ - DICTVM
Met de mislukking van de muntunie met Brabant eind 1385, ging Vlaanderen haar zelfstandige koers weer varen in de monetaire politiek. In 1386 werd besloten tot aanmunting van een nieuwe reeks munten bestaande uit de gouden helm, zilveren dubbele groot, groot, ½ groot, dubbele mijt en mijt. Hiervoor werden nieuwe beeldenaars ontworpen. De zilveren dubbele groot, groot en ½ groot toonden de twee wapenschilden van Valois-Bourgondië en Vlaanderen gedekt door een staande adelaar. Deze reeks kwam bekend te staan onder de naam jangelaar, of ook wel voetdrager.
Dechamps de Pas VII, 13 ; Boudeau 2238 ; Vanhoudt G.2622 ; Martiny 51 lichte zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE STOUTE - Dubbele groot botdrager z.j. (1389-1402), Gent, Mechelen of Brugge
gewicht 4,03gr. ; zilver Ø 30,5mm.
vz. Zittende leeuw naar links met banier van Bourgondië als mantel op de rug binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠PHILIPP⋮DEI⋮G⋮DX⋮BVRG⋮Z⋮COM⋮FLAND′ kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een gekartelde cirkel met daarbinnen het wapenschild van Valois-Bourgondië, omringd door de tekst; ✠SIT⋮NO - ME⋮DOM - INI⋮BENE - DICTVM
Dit munttype is geslagen volgens ordonnatie van 20 december 1389. Aanvankelijk vond de muntslag plaats te Gent (10 dec.1389-23 okt.1390), vervolgens werd de muntslag voortgezet te Mechelen (3 nov.1390 - 29 okt.1392), Brugge (1 juni 1392 - 16 juni 1402) en Valkenburg (1 november 1396 - 1 november 1399). Alleen voor Valkenburg is er een onderscheidend kenmerk in de vorm van een knoop in de start van de leeuw en mogelijk voor Mechelen de Gotische letter M, boven het kruis op 12 uur. De naam “botdrager” is ontleend aan het banier in de nek van de leeuw. Men zag gelijkenis met een bodde (draagkorf of mand), en reeds aan het einde van de 14e eeuw komt de naam “botdrager” voor in vele geschriften.
Dechamps de Pas VIII, 18 ; Boudeau 2241 ; Vanhoudt G.2635 ; Martiny 66 attractief exemplaar met een mooi patina zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE STOUTE - Dubbele groot botdrager z.j. (1390-1392), waarschijnlijk Mechelen
gewicht 3,99gr. ; zilver Ø 32mm.
vz. Zittende leeuw naar links met banier van Bourgondië als mantel op de rug binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠PHILIPP⋮DEI⋮G⋮DX⋮BVRG⋮Z⋮COM⋮FLAND′ kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een gekartelde cirkel met daarbinnen het wapenschild van Valois-Bourgondië, omringd door de tekst; ✠SIT⋮NO - ME⋮DOM - INI⋮BENE - DICTVM
Dit munttype is geslagen volgens ordonnatie van 20 december 1389. Aanvankelijk vond de muntslag plaats te Gent (10 dec.1389-23 okt.1390), vervolgens werd de muntslag voortgezet te Mechelen (3 nov.1390 - 29 okt.1392), Brugge (1 juni 1392 - 16 juni 1402) en Valkenburg (1 november 1396 - 1 november 1399). Tot op heden kenden we alleen voor Valkenburg een onderscheidend kenmerk in de vorm van een knoop in de start van de leeuw. Mogelijk zien we echter op dit exemplaar ook een onderscheidend kenmerk, die bij mijn weten nog niet eerder geconstateerd is; bij het gevoet kruis zien we boven de voet op 12 uur duidelijk een Gotische M. Dit zou dus een verwijzing naar Mechelen kunnen zijn. Vooralsnog blijft dit echter slechts een veronderstelling die nadere studie vergt, maar onaannemelijk is het niet. Hoogst interessant en vooralsnog een ongepubliceerd unicum.
De naam “botdrager” is ontleend aan het banier in de nek van de leeuw. Men zag gelijkenis met een bodde (draagkorf of mand), en reeds aan het einde van de 14e eeuw komt de naam “botdrager” voor in vele geschriften.
The name "botdrager" is taken from the banner on the neck of the lion. Resemblance to a bodde (carrying basket or basket) was seen, and already at the end of the 14th century the name "botdrager" appears in many writings.
Dechamps de Pas VIII, 18var. ; Boudeau 2241var. ; de Mey 265var. Vanhoudt G.2635var. ; Martiny 66var. RRRR Zeer attractief exemplaar met een mooi patina. zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE STOUTE - Dubbele groot botdrager z.j. (1396-1399), Valkenburg
gewicht 3,82gr. ; zilver Ø 32mm.
vz. Zittende leeuw naar links met banier van Bourgondië als mantel op de rug binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✠PHILIPP⋮DEI⋮G⋮DX⋮BVRG⋮Z⋮COM⋮FLAND kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een gekartelde cirkel met daarbinnen het wapenschild van Valois-Bourgondië, omringd door de tekst; ✠SIT⋮NO - ME⋮DOM - INI⋮BENE - DICTVM
Dit munttype is geslagen volgens ordonnatie van 20 december 1389. Aanvankelijk vond de muntslag plaats te Gent (10 dec.1389-23 okt.1390), vervolgens werd de muntslag voortgezet te Mechelen (3 nov.1390 - 29 okt.1392), Brugge (1 juni 1392 - 16 juni 1402) en Valkenburg (1 november 1396 - 1 november 1399). Voor Mechelen is er een mogelijk onderscheidend kenmerk in de vorm van een Gotische M en voor Valkenburg is er een onderscheidend kenmerk in de vorm van een knoop in de start van de leeuw. De naam ″botdrager″ is ontleend aan het banier in de nek van de leeuw. Men zag gelijkenis met een bodde (draagkorf of mand), en reeds aan het einde van de 14e eeuw komt de naam ″botdrager″ voor in vele geschriften.
Al ver voor de jaartelling werd de geulvallei, waarin Valkenburg is gelegen, bewoond. Vanaf de Romeinse tijd werd die bewoning nog geïntensiveerd. De eerste vermelding van Valkenburg treffen we aan in het jaar 1041 als ″Falchenberg″. Dat was overigens niet het huidige stadje, maar het huidige Oud-Valkenburg. Het stadje ontwikkelde zich bij een burcht die daar in de 11e / 12e eeuw op de Heunsberg werd gebouwd door de machtige heren van Heinsberg, die vervolgens ook wel de heren van Valkenburg gingen noemen. Thans rest van die burcht nog slechts een ruïne.
Struck in a period when Valkenburg was in hands of the Burgundians. This coin was minted in the years 1396-1399, during the reign of Philipp de Bold of Burgundy. This coin type is similar to the pieces struck in Brugge, with the only difference that the pieces from Valkenburg have a knob in the lion′s tail. The pieces from Brugge are very common, the pieces from Valkenburg are very rare.
DdP.VIII,18var . ; Lucas 9 ; Serrure bull.num.IV,pag.63 ; RBN.142 pag.124-125 en RBN 1961,pag.141-143 ; JMP.1958,pag.141, no.129 (vondst Zutphen 1958) ; Taelman 30 ; vgl.veiling L.Schulman 8,no.925 RR gebruikelijke zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE GOEDE, 1419-1467 - Gouden rijder z.j. (1434-1447), Gent
gewicht 3,61gr. ; goud Ø 28mm.
vz. Gehelmde ridder met zwaard in rechterhand te paard naar rechts. Op het dekkleed de vuurijzers van Bourgondië, daaronder in de afsnede xFLADx, het geheel binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst ; PHS⁑DЄI⁑GRA⁑DVX⁑BVRG⁑Z⁑COMЄS⁑FLANDRIЄ kz. Wapenschild van Bourgondië op kort gebloemd kruis binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; ✠SIT⁑NOMЄN⁑DOMIИI⁑BЄNЄDICTVM⁑AMЄИ⁑
Het jaar 1433 werd een keerpunt in de Bourgondische geschiedenis. Jacoba van Beieren stond Holland, Zeeland en Henegouwen af aan Philips de Goede. Praktisch alle Nederlandse gewesten waren nu onder het centrale gezag van de hertog van Bourgondië. Hij was in positie om een eenmaking van het muntwezen door te drukken en zijn vijftien jaar oude belofte aan de Vlaamse steden na te komen, zodat er ook een eind kwam aan de crisis die door de recente devaluaties was ontstaan. Met de ordonnantie van 21 oktober 1433 werd tot een nieuwe uniforme aanmunting voor Brabant, Vlaanderen, Henegouwen en Holland besloten, gebaseerd op de gouden rijder en de dubbele groot vierlander.
Zoals voor veel middeleeuwse goudstukken van de Nederlanden geldt is ook dit munttype geslagen naar Frans voorbeeld, namelijk de franc à cheval van Charles V (1364-1380). Het is het eerste goudstuk dat werd geslagen conform het uniforme muntsysteem dat bij ordonnantie van 23 januari 1434 door Philips de Goede werd ingevoerd. Dit was kort nadat de Beierse landen Henegouwen, Holland en Zeeland bij het Bourgondische Rijk van Philips de Goede waren ingelijfd. Het werd aangemunt in Bourgondië, Brabant, Vlaanderen, Holland en Henegouwen. Zeldzaam.
vgl. Künker Auktion 420, collectie Beuth, Lot 1188 (in pr : € 5000,-- incl opgeld)
Delmonte 487 ; Dechamps de Pas pl. XXI, 44 ; van Gelder & Hoc 1-2 ; Vanhoudt 1.GE ; Martiny 121 ; Vanhoudt/Saunders 292 ; Friedberg 183 R Weinig gecirculeerd prachtexemplaar met fijne details. pr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE GOEDE, 1419-1467 - Gouden leeuw z.j. (1454-1462), Brugge of Gent
gewicht 4,23gr. ; goud Ø 30mm. muntteken vuurijzer
vz. Leeuw zittend naar links onder Gothische baldakijn, twee vuurstalen met afspattende vonken ter weerszijden, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; PHS⁑DЄI⁑GRA⁑DVX⁑BVRG⁑COMЄS⁑FLAND′ kz. Bourgondisch wapenschild rustend op gebloemd kruis binnen een gelijnde en geparelde cirkel, omringd door de tekst; ✠SIT⁑NOMЄN⁑DOMINI⁑BЄNЄDICTVM⁑AMЄN⁑en vuurijzer
De gouden leeuw werd in 1454 tijdens het bewind van Philips de Goede ingevoerd. De munt had het hoge gehalte van 958/1000 en werd uitgegeven op koers van 30 stuivers. Het werd aangemunt in de gewesten Brabant (muntplaats Mechelen), Vlaanderen (muntplaats Brugge en Gent), Holland (muntplaats ′s Gravenhage) en Henegouwen (muntplaats Valenciennes). In Vlaanderen werd dit munttype vanaf 1454 aangemunt te Brugge totdat in 1458 de muntslag werd verplaatst naar Gent. Daar werden nog tot 1462 gouden leeuwen aangemunt. Van de totale productie van 569.639 stuks werden 553.638 geslagen in Brugge en slechts 16.001 stuks in Gent. Daar er geen onderscheidende kenmerken zijn tussen de stukken uit Brugge en die van Gent, valt niet met zekerheid te zeggen in welk atelier de stukken zijn geslagen, alhoewel Brugge natuurlijk verreweg het meest waarschijnlijk is. Delmonte 489 ; van Gelder & Hoc 3-2 ; Vanhoudt 16.BG ; Dechamps de Pas 21,51 ; Martiny 129 ; Friedberg 185 weinig gecirculeerd exemplaar met fijne details pr à pr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - VLAANDEREN - PHILIPS DE GOEDE, 1419-1467 - Gouden leeuw z.j. (1454-1462), Brugge of Gent
gewicht 4,20gr. ; goud Ø 31mm. muntteken vuurijzer
vz. Leeuw zittend naar links onder Gothische baldakijn, twee vuurstalen met afspattende vonken ter weerszijden, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; PHS⁑DЄI⁑GRA⁑DVX⁑BVRG⁑COM′⁑FLAND kz. Bourgondisch wapenschild rustend op gebloemd kruis binnen een gelijnde en geparelde cirkel. In de buitencirkel de tekst; ✠ ⁑SIT⁑NOMЄN⁑DOMINI⁑BЄNЄDICTVM⁑AMЄN⁑en vuurijzer
De gouden leeuw werd in 1454 tijdens het bewind van Philips de Goede ingevoerd. De munt had het hoge gehalte van 958/1000 en werd uitgegeven op koers van 30 stuivers. Het werd aangemunt in de gewesten Brabant (muntplaats Mechelen), Vlaanderen (muntplaats Brugge en Gent), Holland (muntplaats ′s Gravenhage) en Henegouwen (muntplaats Valenciennes). In Vlaanderen werd dit munttype vanaf 1454 aangemunt te Brugge totdat in 1458 de muntslag werd verplaatst naar Gent. Daar werden nog tot 1462 gouden leeuwen aangemunt. Van de totale productie van 569.639 stuks werden 553.638 geslagen in Brugge en slechts 16.001 stuks in Gent. Daar er geen onderscheidende kenmerken zijn tussen de stukken uit Brugge en die van Gent, valt niet met zekerheid te zeggen in welk atelier de stukken zijn geslagen, alhoewel Brugge natuurlijk verreweg het meest waarschijnlijk is. Delmonte 489 ; van Gelder & Hoc 3-2 ; Vanhoudt 16.BG Dechamps de Pas 21,51 ; Martiny 129 ; Friedberg 185 Miniem gegolfd muntplaatje en lichte zwakte. zfr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE GOEDE, 1419-1467 - Dubbele groot cromsteert z.j. (1419-1428), Gent
gewicht 3,56gr. ; zilver Ø 31mm.
vz. Klimmende Vlaamse leeuw naar links met wapenschild van Bourgondië in het centrum binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠PHS:DVX:BVRG:Z:COMЄS:FLΛNDRIЄ kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel met in de kwartieren de letters; F - L - Λ - D′, omringd door de tekst: ✠MONЄ - TΛ⋮COMI - TIS⋮FLΛ - NDRIЄ
Reeds op 5 juni 1418 had Philips de Goede, als graaf van Charolais en bestuurder van Vlaanderen, de verbintenis aangegaan om de koers van de munt in Vlaanderen gedurende vijftien jaar niet te zullen wijzigen. Na de moord op zijn vader Jan zonder Vrees op 10 september 1419, hield hij zijn belofte. De gouden helm, de dubbele groot kromstaart, de groot, de halve groot en de kwart groot bleven op dezelfde muntvoet geslagen.
Op 6 november 1419 graaf Philips de Goede opdracht tot het slaan van munten conform de munttypen van zijn vermoordde vader Jan zonder Vrees. De dubbele groot kromstaart was een van die munttypen. Het werd in 1416, ten tijde van Jan zonder Vrees, ingevoerd. Philips de Goede liet dit munttype slaan in de perioden 1419-1424, 1427-1428 en 1429-1432. De laatste emissie onderscheidt zich door een A met dwarsstreep. Bij de voorgaande emissies ontbreekt deze.
Dechamps de Pas XXI, 35 ; Boudeau 2260 ; de Mey 353 ; Martiny 116 ; Vanhoudt G2665 Licht slagbarstje. Voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar. zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - KAREL DE STOUTE, 1467-1477 - Bourgondische- of Andreasgoudgulden z.j. (1474-77), Brugge
gewicht 3,39gr. ; goud Ø 23mm. tweede emissie muntmeester Marc le Bungneteur muntmeesterteken spoorrad tweede emissie
vz. Sint Andreas staande frontaal, zijn gezicht naar links gewend, met nimbus en houten kruis, binnen een parelcirkel, daaronder spoorrad, omringd door de tekst; ⁑ - SANCTVSx - ⁑ ❁ - ANDRЄAS - ⁑ kz. Bourgondisch wapenschild rustend op lang gevoet kruis binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ⁑KAROL – VS⁑DЄI – GRA⁑COx – FLAND
Onder Sint Andries, tussen zijn voeten, zien we een spoorrad. Dit moet gezien worden als het meesterteken van muntmeester Marc le Bungneteur, die in de jaren 1474-1480 actief was aan de Munt te Brugge. De guldens van de eerste emissie (1467-1474) vertonen dit symbooltje dus niet.
van Gelder & Hoc 32-3 ; Delmonte 494 ; RBN 1877, pag.241 ; Vanhoudt 46.BG (R2) ; Friedberg 191 RR Enkele kleine randtikjes, verder mooi exemplaar. Zeer zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - KAREL V, 1506-1555 - ½ Gouden reaal van 30 stuivers z.j. (1521-1524, 1539-1553), Brugge
gewicht 3,46gr. ; goud Ø 26mm. muntteken lelie
vz. Gekroond wapenschild met de dubbelkoppige rijksadelaar rustend op een lang gebloemd kruis binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠KAROLVS - DxGxROM - IMP′xZxH - ISPxREX kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië, verdeeld in zestien vakken, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; DAxMICHIxVIRTVTExCONTRAxHOSTESxTVOS en lelie
In 1521 werden als opvolger voor de Philippusgoudgulden een nieuwe reeks aan goudstukken ingevoerd, die aansluiting hadden op het rekenstelsel van die tijd; het pond Vlaams van 6 gulden ofwel 120 stuivers. Deze reeks bestond uit de gouden reaal van 60 stuiver, de halve reaal van 30 stuiver en de 1/3 reaal van 20 stuivers. Deze laatste kennen we ook als de gouden karolusgulden, die tot in de 18e eeuw in gebruik zou blijven als rekeneenheid.
Delmonte 516 ; van Gelder & Hoc 184-5a ; Dechamps de Pas 2, 13 ; Vanhoudt 221.BG ; Vanhoudt/Saunders 325 ; Friedberg 208 R bijzonder attractief exemplaar voor dit zeldzame munttype zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/5 Philipsdaalder 1566, Brugge
gewicht 6,75gr. ; zilver Ø 30mm. muntmeester Albert van Hooghendorp muntteken lelie
vz. Geharnast borsteeld van Philips II naar rechts, daaronder 1566, omringd door de tekst; •PHS•D:G•HISP•Z•lelie•REX•COMES:FLAN• kz. Gekroond Oostenrijks-Spaanse-Bourgondisch wapenschild rustend op Bourgondisch stokkenkruis tussen twee vuurijzers met afspattende vonken, eronder hangt het Gulden Vlies, omringd door de tekst; •DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•
Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ was the motto of the firm (catholic) believer Philips II.
Deze munt is geslagen in het jaar van de ″beeldenstorm″, waarbij op grote schaal heiligenbeelden, liturgische gebruiksvoorwerpen en andere objecten van katholieke religieuze plaatsen werden vernield door opstandige Calvinisten. Het begon op 10 augustus 1566 tijdens een preek van de protestantse vluchteling Sebastiaan Matte in het Zuid-Vlaamse Steenvoorde. Zo′n twintig van de toehoorders drongen na afloop van de preek een nabijgelegen klooster binnen en sloegen daar de religieuze beelden aan stukken. Dit nieuws verspreidde zich spoedig en vond navolging in tal van andere plaatsen in de Zuidelijk een Noordelijke Nederlanden. In de weken hierna werden honderden kerken en andere katholieke heiligdommen bezocht door vernielzuchtige protestanten. Er lagen meerdere oorzaken ten grondslag aan de Beeldenstorm. Zo waren de aanhangers van het calvinistisch protestantisme erg gekant tegen het vereren van heiligen. Ook zal de economische malaise, o.a. in de textielnijverheid, een rol hebben gespeeld. De verarmde ambachtslieden ergerde zich aan de rijkdommen van de Rooms-Katholieke Kerk en aanverwante instanties. Daarnaast was voor Spanje en de landsheer Karel V het Room-Katholieke geloof het enige ware geloof en konden de protestanten hun geloof niet in vrijheid belijden. Zij werden beschouwd als ketters. Toen het nieuws van de Beeldenstorm Philips II bereikte was hij onthutst. Om de orde te herstellen in de Nederlanden stuurde hij Fernando Álvarez de Toledo, hertog van Alva. Vele protestanten werden door een speciale rechtbank, de zogenaamde bloedraad, tot de dood veroordeeld of op andere wijze gestraft. Het was aanleiding voor nog meer onrust en opstand, die in 1568 toch een gewapende strijd zou leiden tussen Spaanse troepen en de troepen van de opstandelingen en daarmee de Tachtigjarige Oorlog zou inluiden.
De godsdiensttolerantie, waarvoor de gereformeerde Protestanten zo streden, wisten zij niet op te brengen voor anders denkenden. Na de vestiging van de Republiek zouden anders denkenden, zoals Joden, Katholieken en Atheïsten nog eeuwenlang achtergesteld worden in hun rechten. Anders dan in andere landen, zoals Spanje, Portugal en Frankrijk werden zij echter niet vervolgd. In die zin was de Republiek relatief een tolerante natie tegenover anders denkenden, maar zeker geen heilstaat. De Rooms-Katholieken werden pas in de Franse Tijd, dus vanaf 1795, weer tot op zekere hoogte in hun rechten hersteld. Toch zouden ook tijdens Verenigd Koninkrijk der Nederlanden de belangrijke posities in handen blijven van de protestanten, hetgeen ook mede zal hebben bijgedragen tot de afscheiding van (het Rooms-Katholieke) België in 1831.
van Gelder & Hoc 212-7a ; Haeck 660 ; Vanhoudt 271.BG minieme zwaktes van de slag, doch bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/5 Philipsdaalder 1576, Brugge
gewicht 6,37gr. ; zilver Ø 31mm. muntmeesters Albert en Cornelis van Hooghendorp muntteken lelie
vz. Geharnast borsteeld van Philips II naar rechts, daaronder 1576, omringd door de tekst; •PHS:D:G•HISP Z REX:COMES•FLAN• kz. Gekroond Oostenrijks-Spaanse-Bourgondisch wapenschild rustend op stokkenkruis geflankeerd door twee Bourgondische vuurijzers met afspattende vonken, eronder hangt het Lam Gods, kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; • lelie - DOMINVS - MIHI - ADIVTOR - •
In de jaren 1574-1577 werden slechts 84.736 stuks 1/5 philipsdaalders geslagen. Tegenover de voorgaande periode 1565-1568, toen er 1.777.692 stuks werden aangemunt, is dit bijzonder weinig. Normaal zien we het muntteken lelie geplaatst onder het borstbeeld, tussen 15 - 76. Niet bij dit exemplaar. Hier zien we het muntteken lelie geplaats op de keerzijde, voorafgaand aan de tekst. Deze variant is ongepubliceerd in alle naslagwerken en als zodanig van de hoogste zeldzaamheid, mogelijk uniek.
Deze munt is geslagen in het jaar dat in Vlaanderen, te Gent, de eerste officiële unie tot stand kwam binnen de Nederlanden. Op 8 november 1576 ondertekenden de zeventien opstandige gewesten de Pacificatie van Gent. Eensgezind bepaalde men dat de Spaanse troepen de Nederlanden moesten verlaten. De ondertekening vond enkele dagen na de Spaanse Furie plaats, waarbij Spaanse troepen een bloedbad hadden aangericht in de stad Antwerpen. Dat bloedbad had gezorgd voor eensgezindheid binnen de gewesten om te pleiten bij het Spaanse gezag voor meer autonomie voor de Nederlandse gewesten. Als spoedig bleek deze unie niet te werken, waarbij vooral de godsdienstvrijheid een rol speelde. Drie jaar later zou dit conflict leiden tot de Unie van Atrecht (Katholieke gewesten) en de Unie van Utrecht (Protestantse gewesten).
vgl. van Gelder & Hoc 212-7b ; vgl. Hoc 91 ; vgl. Haeck 663 ; vgl. Vanhoudt 306.BG R4 fr+ à fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/20 Philipsdaalder 1572, Brugge
gewicht 3,19gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeesters Albert & Cornelis van Hooghendorp muntteken lelie
vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië, omhangen met het keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; •PHS:D:G HISP Z - REX:COM•FLA• kz. Kort gebloemd kruis met vierpas in het hart, binnen een cirkel, daarboven 15 lelie 7Z. In de buitencirkel de tekst •DOMINVS•MIHI•ADIVTOR•
Het is niet bekend wat de productie is geweest van 1/20 Philipsdaalders in de jaren 1571-1572, waarschijnlijk zal die echter vooral in 1571 hebben plaatsgevonden. Dat jaar komt namelijk regelmatig voor, terwijl exemplaren uit 1572 nauwelijks voorkomen. Dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat in het voorjaar van 1572 de Vlaamse kust werd aangevallen door de Watergeuzen. Ook in de volgende jaren zetten de Watergeuzen hun guerrillaoorlog voort. Hun uitvalsbasis was Vlissingen, dat zij hadden veroverd op de Spanjaarden. Wanneer zij konden landden zij op de kust en na een korte plundertocht trokken zij zich terug. Dit betekende voor de handelsstad Brugge een economische ramp. De muntslag te Brugge was medio 1572 dan ook tot stilstand gekomen. In de jaren 1573-1577 werden aldaar alleen nog Philipsdaalders aangemunt. Pas na de Pacificatie van Gent in 1576, toen de rust tijdelijk was terugkeerd, vond ook weer een hervatting plaats van aanmunting de kleinere denominaties zoals de 1/5 en 1/20 philipsdaalder. Toen in 1577 de strijd weer oplaaide kwam ook daar weer een eind aan. Zeer zeldzaam.
van Gelder & Hoc 215-7 ; Haeck 670 ; Hoc, RBN(1925),78 ; Vanhoudt 310.BG RR fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS II, 1555-1598 - STATEN VAN VLAANDEREN, 1577-1584 - Statendaalder 1579, Brugge
gewicht 30,03gr.; zilver Ø 41mm. muntmeester Cornells van Hooghendorp muntteken lelie variant met afgekort jaartal
vz. Gekroond en geharnast borstbeeld van Philips II naar links met scepter in zijn rechterhand binnen een gladde cirkel, daaronder • 7 lelie 9 •, omringd door de tekst; PHS•D•G•HISP Z•REX•COMES:FL kz. Gekroond Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; • PACE • ET • IVSTITIA • .
Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van nieuwe uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens landsheerlijke macht niet meer. Zijn persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). De Statendaalder werd uitgegeven op een koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder.
De muntslag van de Staten, zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. In December 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Philips II.
Dit munttype werd slechts twee jaren aangemunt, in 1578 en 1579. In beide gevallen zeldzame stukken. Daarvan zijn de stukken uit 1579 het minst voorkomend. Daarnaast onderscheiden we van het jaartal 1579 nog twee duidelijke varianten, nml. met vermelding van het volledige jaartal en met afgekort (79) jaartal. Daarvan zijn de stukken met afgekort jaartal weer verreweg het zeldzaamst. Uiterst zeldzaam.
Delmonte 113 (R2) ; van Gelder & Hoc 245-7 ; Dechamp de Pas -- ; Haeck 689 ; Vanhoudt 374.BG (R3) ; Davenport 8649 RRR Attractief exemplaar met een mooi patina. zfr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS II, 1555-1598 - STATEN VAN VLAANDEREN, 1577-1584 - 1/2 Statendaalder 1577, Brugge
gewicht 15,08; zilver Ø 35mm. muntmeesters: Cornelis en Albert van Hooghendorp muntteken lelie
vz. Halflang lichaam van gekroonde Philips II met leliescepter naar links, het Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild voor zich houdend, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHS D:G•HISP Z REX•COMES:FLAN• kz. Kruis gevormd uit vier gekroonde PH-monogrammen tussen 16 - S, bladornamenten in de kwartieren, letter S in het centrum, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •x• PACE •x• ET •x• IVSTITIA •x• 15 lelie 77
Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van nieuwe uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens landsheerlijke macht niet meer. Zijn persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). De Statendaalder werd uitgegeven op een koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder.
De muntslag van de Staten, zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. In December 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Philips II.
Delmonte 122 ; van Gelder & Hoc 246-7 ; Haeck 690 ; Dechamp de Pas XII, 3 ; Vanhoudt 375.BG R Kleine zwaktes van de slag, overigens attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS II, 1555-1598 - STATEN VAN VLAANDEREN, 1577-1584 - 1/2 Statendaalder 1577 of 1578, Brugge
gewicht 15,23; zilver Ø 34mm. muntmeesters: Cornelis en Albert van Hooghendorp muntteken lelie
vz. Halflang lichaam van gekroonde Philips II met leliescepter naar links, het Oostenrijk-Bourgondisch wapenschild voor zich houdend, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHS D:G•HISP Z REX•COMES:FLAN• kz. Kruis gevormd uit vier gekroonde PH-monogrammen tussen 16 - S, bladornamenten in de kwartieren, letter S in het centrum, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •x• PACE •x• ET •x• IVSTITIA •x• 15 lelie ??
Na de Pacificatie van Gent in 1576 werd door de Staten-Generaal besloten tot de uitgifte van nieuwe uniforme munten. Deze werden belangrijk boven intrinsieke waarde uitgegeven t.b.v. de oorlogskas in de strijd tegen Spanje. Philips II werd in naam, en dus ook op deze munten, nog wel erkend maar diens landsheerlijke macht niet meer. Zijn persoonlijke devies ″DOMINVS MIHI ADVITOR″ (de heer is mijn helper) werd vervangen door de politieke leus ″PACE ET IVSTITIA″ (vrede en rechtvaardigheid). De Statendaalder werd uitgegeven op een koers van 32 stuiver, gelijk aan de Bourgondische kruisrijksdaalder, maar bevat 16% minder zilver dan Bourgondische kruisrijksdaalder.
De muntslag van de Staten, zoals ingevoerd in 1577, bleek niet succesvol. De munten werden tegen te hoge koers uitgegeven, hetgeen feitelijk een verkapte vorm van belasting betrof. Dit had mede tot gevolg dat de munten werden verboden op grondgebied van het Duitse Rijk. Maar ook binnen de Nederlanden zorgde het voor grote verwarring in het betalingsverkeer. In December 1579 besloten aartshertog Matthias en de Prins van Oranje tot hervatting van het slaan van munten van de oudere types van Philips II.
Deze munt vertoont de gebruikelijke zwaktes van de slag. Ongelukkigerwijs bevindt zo′n zwakte zich ook op de positie van het tweede gedeelte van het jaartal waardoor de laatste twee cijfers niet leesbaar zijn. Aangezien de productie in de jaren 1577 en 1578 heeft plaatsgevonden, moet het een van deze jaren zijn.
Delmonte 122 ; van Gelder & Hoc 246-7 ; Haeck 690 ; Dechamp de Pas XII, 3 ; Vanhoudt 375.BG R Kleine zwaktes van de slag, overigens attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 - Dubbele gouden souverein 1615, Brugge
gewicht 10,93gr. ; goud Ø 38mm. muntmeester Jan van Liebeke muntteken lelie
vz. De gekroonde aartshertog met zwaard en de gekroonde hertogin met scepter, zittend frontaal zij aan zij op een troon, daaronder • 1615 •, omringd door de tekst; ALBERTVS•ET•ELISA - BET•DEI•GRAT - IA•ARCHI• - DVCES en lelie kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch-Spaans wapenschild omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; •AVSTRIÆ•DVCES•BVR - GVNDIÆ•ET•COM•FLA•Z
Het betreft hier het grootste goudstuk van de Spaanse Nederlanden. De dubbele souverein werd uitgegeven op een koers van 12 gulden. De stempels zijn zeer verzorgd met oog voor fijne details. Het werd geslagen gedurende het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), een periode van rust en voorspoed voor de Nederlanden. De productie van deze goudstukken is altijd zeer beperkt gebleven. In de periode 1 september 1613 - 31 augustus 1615 werden te Brugge in totaal slechts 6.090 exemplaren geslagen. Het overgrote deel is later weer omgesmolten of op andere wijze verloren gegaan, waardoor thans nog maar zeer weinig exemplaren uit die periode bewaard zijn gebleven. Uiterst zeldzaam. Delmonte registreerde slechts 2 exemplaren uit 1615; cabinet de Bruxelles en Musée de Lille. Uiterst zeldzaam.
This is the largest gold piece in the Spanish Netherlands. The double sovereign was issued at a rate of 12 guilders. The dies are very well cared for with an eye for fine details. It was minted during the Twelve Years′ Truce (1609-1621), a period of peace and prosperity for the Netherlands. The production of these gold pieces has always been very limited. In the years 1614-1615, a total of only 6,090 specimens were minted. The vast majority were later melted down or lost in some other way, so that very few specimens from that period have been preserved. Delmonte listed only 2 specimens from 1615; cabinet de Bruxelles and Musée de Lille. Extremely rare.
Kleine zwakte van de slag, doch zeer mooi exemplaar met goede details. Minor flaws of the strike, but very attractive example with good details.
Delmonte 554 (R3) ; van Gelder & Hoc 304-6b ; Haeck 776 ; Vanhoudt 612.BG (R3) ; Friedberg 223 RRR zfr/pr à zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS IV, 1621-1665 - ½ Patagon 1654, Brugge
gewicht 13,46gr. ; zilver Ø 37mm. muntmeester Christoffel de Ceuninck muntteken lelie
vz. Gekroond vuurijzer met afspattende vonken in het hart van het Bourgondisch stokkenkruis, daaronder kruishanger met het Lam Gods, geflankeerd door 16 - 54, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; • PHIL • IIII • D • G • HISP • ET • INDIAR • REX • lelie kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch-Spaans wapenschild omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVST•DVX•BVRG•CO•FLAN.Z.c.
Voor 1654 werden in totaal slechts zo′n 16.160 stuks ½ patagons aangemunt. Zeer zeldzaam.
For 1654, only about 16,160 ½ patagons were minted. Very rare.
Delmonte 305 ; van Gelder & Hoc 330-6 ; Haeck 797 ; Vanhoudt 646.BG RR zwaktes van de slag fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - KAREL II, 1665-1700 - ½ Patagon 1700, Brugge
gewicht 13,78gr. ; zilver 32,5mm. muntmeesters Jean Francois de la Derrière of Willem Galle muntteken lelie
vz. Gekroond vuurijzer met afspattende vonken in het hart van het Bourgondisch stokkenkruis, daaronder kruishanger met het Lam Gods, geflankeerd door de gekroonde monogrammen van Karel II, omringd door de tekst; ♥ CAROL • II • D • G • HISP lelie ET • INDIARUM • REX kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch-Spaans wapenschild omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, kroon geflankeerd door het jaartal 17 - 00, omringd door de tekst; •ARCHID•AVST•DVX - BVRG•C•FLAND•Zc
Bij de Brugse ½ Patagons van Karel II uit de periode 1694-1700 kent alleen het jaar 1700 de variant met een hartje aan het begin van de tekst op de voorzijde. Vanhoudt signaleerde deze variant in de collectie van het Penningcabinet te Brussel. In de periode 16.01.1696 - 03.07.1700 werden in totaal slechts 6.817 stuks ½ patagons aangemunt. Dit bijzonder kleine aantal verklaard de zeldzaamheid van deze stukken. Uiterst zeldzaam.
In the Bruges ½ Patagons of Charles II from the period 1694-1700, only the year 1700 has the variant with a heart at the beginning of the text on the obverse. Vanhoudt reported this variant in the collection of the Coin Cabinet in Brussels. In the period 16.01.1696 - 03.07.1700, a total of only 6,817 pieces of ½ patagons were minted. This exceptionally small number explains the rarity of these pieces. Extremely rare.
Delmonte 353 (R2) ; van Gelder & Hoc 351-4c ; Hoc 70 ; Haeck 823 ; Vanhoudt 716.BG (R3) ; KM.90 RRR zfr- |
|
|  |
 |
VOOR MUNTEN VAN VLAANDEREN UIT DE PERIODE 1711-1795 ZIE HABSBURGSE RIJK EN OOSTENRIJK |
|  |
|