
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - ½ Rozenobel z.j. (1591-1602), Middelburg
gewicht 3,78gr. ; goud Ø 29mm.
vz. Gekroonde en geharnaste vorst met een geschouderd zwaard in de rechterhand en een schild met het Zeeuwse wapen in de linker, frontaal staande in een schip. Op het achtersteven een vaan met de Zeeuwse leeuw. In de buitencirkel de tekst; MON• - NO - •AVR•COMITATS• ZELAN • kz. Leliekruis met een stralende zon in het centrum, met in ieder hoek een gekroonde luipaard, binnen acht boogjes, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; •SI•DEVS•NOBISCVM•QVIS•CONTRA•NOS•♖
De rozenobel of ryal werd in 1465 ingevoerd door Edward IV van Engeland. In de Republiek werd dit munttype geïmiteerd en aangemunt tussen 1579 en 1603 door alle gewesten (behalve Holland, West-Friesland en Groningen), door de stad Kampen en door diverse muntheren te Gorinchem. De spreuk ′Si Deus nobiscum quis contra nos′ luidt in het Nederlands: Zo God met ons is, wie zal tegen ons zijn? (Rom. 8:31).
Delmonte 872 ; Verkade 77.2 ; HNPM.13 ; CNM.2.49.14 ; Friedberg 303 R Een voor dit type goed geslagen exemplaar zonder de gebruikelijke zwaktes. pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - ½ Gouden rijder van 7 gulden 1761, Middelburg
gewicht 5,02gr. ; goud Ø 22mm. muntmeester Martinus Holtzhey Sr. met muntteken burcht
Martinus Holtzhey (Holthay) werd in 1697 geboren te Ulm, gelegen in Würtemberg op de grens met Beieren. In 1722 vestigde hij zich te Amsterdam, alwaar hij op 15 juli werd ingeschreven als lid van de Lutherse Gemeente Amsterdam. In 1725 werd hij poorter van Amsterdam. Hij begon zijn loopbaan als medailleur in 1729. Uit dat jaar is een zogenaamde adrespenning bekend met zijn eigen beeltenis, waarbij hij zichzelf als penningmaker afficheerde. Hij werd in 1752 aangesteld als muntmeester aan het provinciaal munthuis van Zeeland te Middelburg. Daarvoor was hij 3 jaar (1749-1752) werkzaam geweest als muntmeester te Harderwijk voor de provincie. Ter grondslag aan deze wisseling van werkgever lag de weigering van Gelderland om akkoord te gaan met de aanstelling tot stempelsnijder van Martinus′ gelijknamige 13-jarige zoontje, terwijl dit voor Zeeland geen probleem was. Dit betekende uiteraard extra inkomsten voor de muntmeester. Na zijn dood op 1 november 1764 werd hij opgevolgd door zijn zoon Martinus Hotzhey jr als muntmeester aan de Zeeuwse Munt. Die deze functie tot 1788 zou vervullen.
In tegenstelling tot de hele gouden rijders van dit jaar, komen ½ gouden rijders uit 1761 maar sporadisch voor. Zeer zeldzaam.
In contrast to this year′s gold riders (14 Gulden), ½ gold riders from 1761 only appear sporadically. Very rare.
vgl. Sincona A69, Lot 919 (in circa unc : SFR 4.750 + 20%) vgl. Schulman BV, veiling 387, lot 1236 (in pr, licht gereinigd: € 4000 + 24%)
Delmonte 890 ; Verkade 79.4 ; HNPM.25 ; CNM.2.49.22 ; Friedberg 314 RR enkele minieme randtikjes, verder mooi exemplaar met goede details pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Dubloen of Dubbele Spaanse dukaat z.j. (1581-1583), Middelburg
gewicht 6,95gr. ; goud Ø 30mm. muntteken burcht muntmeester Jeronimus Bruynzeels
vz. Naar elkaar gekeerde gekroonde portretten van het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabelle, daartussen S te midden van vier stippen, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •PHLS•D:G•HISP•Z•REX•COM•ZEL• burcht kz. Gekroond wapenschild van Castilië-Léon-Granada, adelaar met gespreide vleugels op achtergrond, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; •DVCATVS CO•ZEL•VAL•HISP•
Op 24 februari 1581 ontving Bruynzeels instructies voor aanmunting van dubbele en enkele gouden dukaten ′met de twee hoofden′. Zulke gouden dukaten, officieel ′Excelente de la Granada′ genoemd, waren ingevoerd in 1497 onder de koningen van Spanje Ferdinand van Aragon (1479-1516) en Isabella van Castillië (1474-1504) en daar met onveranderde beeldenaar nog geslagen onder Karel V tot 1537.
Spoedig na aanmunting verscheen in Antwerpen in naam van de Staten van Brabant een gedrukt plakkaat, waarin de in Zeeland geslagen dubbele dukaat met de twee hoofden, en enkele andere munten, voor biljoen werden verklaard. Dat wil zeggen ongeldig. Ongeldig verklaring van deze munten was uiteraard schadelijk voor de omzet van het nieuwe Zeeuwse munthuis en kon eventueel het voortbestaan ervan bedreigen. De Staten van Zeeland tekende protest aan, daar de munten voldeden aan de gewicht- en gehaltevoorschriften. Om de stukken niet teveel te laten gelijken op hun Spaanse voorbeeld, werd de keerzijdetekst aangepast. De eerste stukken vermelden de tekst SVB SVMBRA SALARVM, net als hun Spaanse voorbeeld. Thans werd dit gewijzigd in DVCATVS COM(itatus) ZEL(andiae) VAL(or) HISP(aniorum), vertaald; ducaat van het graafschap Zeeland naar waarde van de Spaanse. Daarbij werd de herkomst van de munt duidelijker aangegeven.
On 24 February 1581 Bruynzeels received instructions for the minting of double and single gold ducats ′with the two heads′. Such gold ducats, officially called ′Excelente de la Granada′ had been introduced in 1497 under the Spanish kings Ferdinand of Aragon (1479-1516) and Isabella of Castile (1474-1504) and were minted there with the unchanged image under Charles V until 1537.
Soon after the minting, a printed poster appeared in Antwerp in the name of the States of Brabant, in which the double ducat with the two heads, and a few other coins, minted in Zeeland, were declared for ″biljoen″. That is to say, invalid. Declaring these coins invalid was of course detrimental to the turnover of the new Zeeland mint and could possibly threaten its continued existence. The States of Zeeland protested, because the coins met the weight and fineness regulations. In order to prevent the coins from resembling their Spanish example too much, the text on the back was adjusted. The first pieces bear the text SVB SVMBRA SALARVM, just like their Spanish example. This has now been changed to DVCATVS COM(itatus) ZEL(andiae) VAL(or) HISP(aniorum), translated; ducat of the county of Zeeland according to the value of the Spanish. The origin of the coin was also indicated more clearly. Very rare.
Delmonte 878 ; van Gelder & Hoc 261-12a ; Verkade- ; HNPM.01 ; CNM.2.49.10 ; Friedberg 300 RR Bijzonder mooi exemplaar met scherpe portretten. Zeer zeldzaam. pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Leicesterreaal 1586, Middelburg
gewicht 33,01gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester Jacob Boreel stempelsnijder Gerard van Bylaer muntteken burcht
vz. Gelauwerd, gedrapeerd en geharnasd borstbeeld van Leicester naar rechts binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; CONCORDIA•RES•PARVAE•CRESCVNT•ZEL•♖ kz. De wapenschilden van Gelderland, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland geordend rondom bundel van zeven pijlen binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; MO•ORDIN•PROVIN•FOEDER•BELGIAE•1586•
Robert Dudley (1532-1588), graaf van Leicester, was een vertrouweling en favoriet van koningin Elizabeth I van Engeland. Hij was bijna haar echtgenoot geworden. Toen de Noordelijke Nederlanden de hulp inriepen van Engeland, stuurde zij hem in 1585 om hier te lande de strijd tegen de Spaanse troepen te leiden. Hij werd aangesteld als landvoogd van de Noordelijke Nederlanden. Na de afzwering van Philips II in 1581 had men aanvankelijk Frans van Anjou als landheer beoogd. Frans van Anjou bleek echter totaal ongeschikt voor die rol en moest in 1583 al het veld ruimen. Robert Dudley was een mogelijke nieuwe kandidaat voor de rol van nieuwe landsheer van de Nederlanden. Tegen de zin in van Elizabeth I trok Robert te veel macht naar zich toe. Daarnaast waren zijn militaire campagnes een fiasco geworden. Zo had hij zware verliezen geleden in de slag bij Warnsveld (Zutphen) op 22 september 1586, waarbij zijn officieren een dubieuze rol hadden gespeeld, en was Deventer verloren gegaan aan de Spanjaarden. Reeds in 1587 werd hij door Elizabeth ontboden om terug te keren naar Engeland, alwaar hij in 1588 stierf. Daarmee was ook Robert Dudley afgevallen als kandidaat als landsheer van de Nederlanden. In 1588 besloot men dan ook af te zien om verder te zoeken naar een nieuwe landsheer en besloten de Noordelijke Nederlanden definitief verder te gaan als Republiek. De politieke macht zou voortaan vooral komen te liggen bij de raadspensionaris en de militaire macht bij de stadhouder, in beide gevallen gekozen en aangestuurd door de Staten-Generaal. In de toekomst zouden die verschillende taken nogal eens tot conflict leiden (denk aan Maurits versus Johan van Oldenbarnevelt en Frederik Hendrik versus Adriaan Pauw).
Robert Dudley (1532-1588), a long standing favourite of Elizabeth I, was appointed Earl of Leicester by her in 1564. A well known ladies′ man,he had a string of liaisons which led to him being banished from court but, eventually restored to Elizabeth′s favour, he was placed in command of the Dutch campaign of 1585 to aid the rebels and afforded the title Governor-General of the Dutch Republic. Leicester′s rebels laid siege to Warnsveld (Zutphen), defended by a Spanish garrison under prince Alexander of Parma. The Spanish sent a relief column and on 22 September 1586 Leicester attempted to intercept it. He was forced to retire after suffering considerablelosses, including the death of his own nephew, Sir Philip Sidney,and returned to England in disgrace.
Ondanks de korte periode dat Leicester landvoogd (1585-1587) is geweest van de Noordelijke Nederlanden is zijn numismatische nalatenschap toch omvangrijk. Al snel na zijn komst werd een reeks nieuwe munten ingevoerd conform het ′muntplakkaat van Leicester′ uit 1586, die uniformiteit moesten brengen in het betalingsverkeer. Feitelijk waren het de eerste generaliteitsmunten van de Republiek. Het grootste zilverstuk werd de Leicester reaal, die qua waarde de tegenhanger moest worden van de vertrouwde Philipsdaalder. De aanmunting bleek echter van korte duur heeft zich echter beperkt to 1586. De munt sloeg niet aan bij bevolking en handel en de producties in de diverse gewesten bleven derhalve zeer beperkt. Geen succes dus.
cf. Künker Auktion 414, Lot 4608 (in vf € 10.000 + 25%)
Delmonte 892 ; Verkade 82.3 ; HNPM.32 ; CNM.2.49.30 ; Davenport 8871 RR Duidelijke montagesporen. Derhalve betaalbaar exemplaar van dit zeer zeldzame munttype. Clear traces of mounting. Therefor an affordable example of this very rare coin type. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Leicester- of unierijksdaalder 1597/5, Middelburg
gewicht 28,41gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Boreel stempelsnijder Gerard van Bylaer muntteken burcht
Het jaartal 1597 is gewijzigd uit 1595. Ongepubliceerd in de naslagwerken. Munt van de hoogste zeldzaamheid.
Met het oog op de handelsbelangen van de noordelijke gewesten had het plakkaat van Leicester ook voorzien in de aanmunting van Rijksdaalders. Deze kwamen in gewicht en gehalte overeen met die van het Duitse Rijk. Dat deze munten op Duitse voet werden geslagen werd in het omschrift duidelijk gemaakt door de toevoeging AD LEG(em) IMP(erium) ; volgens de wet van het (keizer) rijk.
Dit type met de 7 wapenschilden op de keerzijde werd vanaf 1595 aangemunt. Overijssel bleef aanvankelijk het Spaanse gezag trouw en sloot zich niet aan bij de Unie van Utrecht (1579) en verwierp ook het Plakkaat van Verlatinghe (1581). Alhoewel Maurits van Nassau in 1591 tevens tot stadhouder van Overijssel werd benoemd, had hij daar nog geen werkelijk gezag. In 1591 ondernam hij derhalve een veldtocht richting de oostelijke en noordelijke gewesten, waarbij hij de steden Zutphen , Deventer en Delfzijl wist te veroveren op de Spanjaarden. De Staatsen kregen daarmee volledig controle over rivier de IJssel. In 1592 volgden Steenwijk en Coevorden, en Groningen in 1594. Later in 1593 was Overijssel de facto al grotendeels in Staatse handen en dit was aanleiding tot het vervaardigen van nieuwe muntstempels met toevoeging van het Overijsselse wapen in het samengestelde wapen. Omdat de aanmunting van Leicestermunten in eind 1593 tot stilstand was gekomen, zou het pas in 1595 zijn eer dat dit nieuwe munttype voor het eerst werd aangemunt. Vanaf dat moment zien we dus 7 wapenschilden in het samengestelde wapen, te weten; Gelderland, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland en Overijssel.
Delmonte- (vgl. 903) ; Verkade 84.3; HNPM.37; CNM.- (vgl.2.49.34); vgl. Davenport 8873 RRRR Lichte zwaktes van de slag. Mooi patina. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Leeuwendaalder 1589, Middelburg
gewicht 27,11gr. ; zilver Ø 40mm. muntteken burcht ♖ muntmeester Jacob Boreel stempelsnijder Gerard van Bylaer
Het betreft hier de eerste leeuwendaalder van de provincie Zeeland, geslagen op Hollandse muntvoet. Zeer zeldzaam.
Omdat de muntproductie conform het Leicester-plakkaat van 1586 weinig lucratief was voor de muntbedrijven, werd nogal eens afgeweken van deze wettelijk voorschriften. Deze onvrede onder de provinciale munthuizen leidde ertoe dat de Staten-Generaal en het gewest Holland enkele besluiten nam in weerwil van het Leicester-plakkaat, om zo tegemoet te komen aan deze onvrede. Zo stemden de Staten-Generaal bij besluit van 18 februari 1589 erin toe dat door alle provinciale munthuizen de populaire Hollandse leeuwendaalder mocht worden aangemunt conform de voorschriften van 1576. Hierdoor werd een meer lucratieve wijze van muntproductie mogelijk gemaakt. De uitgiftekoers werd thans vastgesteld op 36 stuiver, met een zuiver zilverinhoud van 0,58 gram per stuiver. Van dit besluit werd dankbaar gebruik gemaakt door de provinciale munthuizen van Gelderland, Utrecht, Zeeland, Friesland, Overijssel en West-Friesland. Dus ook muntmeester Boreel aan de munt van Middelburg sloeg naar het voorbeeld van Holland daalders van 36 stuivers, conform de instructie die hem hiertoe was verstrekt op last van de Staten- Generaal door de Generaalmeesters.
Voor de voorzijdetekst koos men voor MO•NO•ORD•ZEL•AD•VA•ORD•HOL hetgeen voluit luidt: Moneta Nova Ordinum Zelandiae Ad Valoris Hollandiae (vertaald: Nieuwe Munt van de Staten van Zeeland naar waarde van de Hollandse). Toch bleek Zeeland niet gelukkig met deze aanmunting en het uiterlijk van de munt, want de aanmunting van 1589 kreeg in deze hoedanigheid geen navolging. Pas in 1597 werd de aanmunting van leeuwendaalders hervat, maar nu in de vorm van een eigen Zeeuws type met de zwemmende Zeeuwse leeuw op de keerzijde en geen enkele verwijzing naar Holland.
Delmonte 837 ; Verkade - ; HNPM.26 ; CNM.2.49.37 ; Davenport 8869 RR Lichte zwaktes van de slag. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Leeuwendaalder 1634, Middelburg
gewicht 26,89gr. ; zilver Ø 39mm. muntmeester Balthasar of Pieter van der Voorde muntteken burcht
The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar.
In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia sent me an e-mail that he had discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.
Delmonte 839 ; Verkade 88.1 ; HNPM.30 ; CNM.2.49.41 ; Davenport 4872 RR Kleine zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam jaartal. zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Leeuwendaalder 1648, Middelburg
gewicht 27,17gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester: Pieter van der Voorde muntteken: burcht
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het wapenschild van Holland binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MO•ARG•PRO•CON – FOE•BELG•ZEL•♖ kz. Klimmende Hollandse leeuw naar links binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR •1648•
Deze munt is geslagen in 1648, het jaar waarin de Tachtig jarige Oorlog (1568-1648) werd beeindigd;
Op 30 januari 1648 tekenden Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de Vrede van Münster. De afspraken uit de Vrede van Münster werden van kracht op 15 mei 1648. Met deze vrede erkende Spanje de soevereiniteit van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hiermee kwam er een eind aan de Nederlandse Opstand. Omdat Frankrijk steeds eisen stelde, besloot de Republiek buiten Frankrijk om de Vrede met Spanje te regelen. Namens Spanje zette koning Filips IV (1605-1665) zijn handtekening.
Een belangrijk gevolg van de Vrede van Münster was onder meer dat de Nederduitsch Gereformeerde Kerk de officiële Nederlandse ′staatkerk′ werd. Alle kerken en kloosters van de Rooms-Katholieke Kerk vervielen aan de Nederlandse staat. Tot 1795 mochten katholieken wel hun geloof uitoefenen, maar wel in schuilkerken en niet in het openbaar. Joden mochten zich aan het begin van de zeventiende eeuw vestigen in de net gestarte Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Allerlei steden openden hun poorten, eerst voor de Portugese en later voor de Asjkenazische Joden. Ze mochten daar ook hun geloof uitoefenen en synagogen bouwen. Er waren echter ook veel steden die juist verboden uitvaardigden voor Joden om zelfs maar een nacht in de stad door te brengen. Contact met hen moest zoveel worden vermeden, joden mochten geen publieke functies bekleden, grond bezitten of christenen in dienst hebben. Ze konden niet toetreden tot een handels- of ambachtsgilde. Als jood werd het zo verdomd lastig handel te drijven of een ambacht uit te oefenen. De vaak veronderstelde tolerantie van de Republiek is dus zeer betrekkelijk en de zogenaamde ″godsdienstvrijheid″ waarvoor met zo gestreden had ten tijde van de Tachtig Jarige Oorlog gold dan toch vooral voor de Christelijk gereformeerden.
Eveneens zorgde de Vrede van Münster voor het ontstaan van de grens tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. Die grens werd bepaald door de frontlinie waar de Spanjaarden en opstandelingen elkaar ontmoetten.
Delmonte 839 ; Verkade 88.1 ; HNPM.30 ; CNM.2.49.41 ; Davenport 4872 R gebruikelijke zwaktes van de slag, doch voor type een net exemplaar zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Gehelmde rijksdaalder of Prinsendaalder 1591, Middelburg
gewicht 27,87gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Boreel muntteken burcht
Dit munttype is geslagen naar voorbeeld van de Saksische talers, en was daarmee o.a. bestemd voor circulatie in het Duitse achterland en het Oostzeegebied. De afgebeelde edelman vertoond duidelijk de gelaatstrekken van de leider van de Opstand, Prins Willem van Oranje, hoewel diens naam niet genoemd wordt. Dit kon ook niet, want Willem van Oranje was immers geen soeverein vorst van de Nederlanden, alleen van Orange, en kon derhalve ook niet met naam en toenaam als muntheer vermeld worden op munten.
Deze rijksdaalder vermeld op de keerzijde de tekst: MONETA•NO•ARG•COMIT•ZEL• ♜•, hetgeen aanzienlijk afwijkt van de gebruikelijke tekst voor dit jaartal, namelijk; MO•NO•ARG•COMITATVS• ZEL• ♜•. Normaal zien we deze tekst alleen voor het jaartal 1592, maar naar nu blijkt is deze tekst ook al voor het jaartal 1591 toegepast. Het werd echter niet eerder gesignaleerd en waarschijnlijk is de productie bijzonder klein geweest. Hoogst zeldzaam.
Coin with the portrait of William the Silent (1533-1584) ; William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also widely known as William the Silent or William the Taciturn or more commonly known as William of Orange, was the main leader of the Dutch revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years′ War and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as ″Gerardts″) in Delft in 1584.
Delmonte 926var. ; Verkade 83.3var. ; HNPM.39var. ; CNM.2.49.44 (jaartal 1591 ontbreekt) ; vgl. Davenport 8875 RRR Kleine zwaktes van de slag. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Gehelmde rijksdaalder of prinsendaalder 1592
gewicht 28,23gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Jacob Boreel muntteken burcht
Dit munttype is geslagen naar voorbeeld van de Saksische talers, en was daarmee o.a. bestemd voor circulatie in het Duitse achterland en het Oostzeegebied. De afgebeelde edelman vertoond duidelijk de gelaatstrekken van de leider van de Opstand, Prins Willem van Oranje, hoewel diens naam niet genoemd wordt. Dit kon ook niet, want Willem van Oranje was immers geen soeverein vorst van de Nederlanden, alleen van Orange, en kon derhalve ook niet met naam en toenaam als muntheer vermeld worden op munten.
Coin with the portrait of William the Silent (1533-1584) ; William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also widely known as William the Silent or William the Taciturn or more commonly known as William of Orange, was the main leader of the Dutch revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years′ War and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as ″Gerardts″) in Delft in 1584.
De gehelmde rijksdaalder of prinsendaalder werd voor Zeeland slechts gedurende twee jaren aangemunt, namelijk in 1591 en 1592. Daarnaast werden in diezelfde jaren ook 1/2 gehelmde rijksdaalders of ½ prinsendaalders aangemunt. Van die jaren komen de stukken uit 1591 verreweg het meeste voor. Stukken met het jaartal 1592 zijn aanzienlijk zeldzamer.
Delmonte 926suppl. (R3) ; Verkade 83.3 ; HNPM.39 ; CNM.2.49.44 ; Davenport 8875 RR Zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Nederlandse rijksdaalder 1623, Middelburg
gewicht 28,57gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Balthasar van der Voorde muntteken burcht
Deze munt gaat terug naar de tijd dat Claes Martenszn. van′t Rosenvelt werd geboren rond 1626 op het eiland Tholen, nabij het dorp Oud-Vossemeer, in de provincie Zeeland. Een stuk land, met vermoedelijk een boerderij, had daar al ten minste sedert 1481 de naam ′t Rosenvelt. Hij emigreerde rond 1650 naar de "Nieuwe Wereld", naar Nieuw Amsterdam in Nieuw Nederland, alwaar hij overleed rond 1659. Na de Tweede Engels-Nederlandse oorlog (1665-1667), tijdens de Vrede van Breda (1667) ging dit gebied verloren voor de Republiek aan Engeland. Nieuw Amsterdam werd omgedoopt tot New York, gelegen in de Engelse provincie New York. Het is in deze tijd dat het woord Yankees zijn oorsprong vond. Een Engelse verbastering van de Nederlandse naam Jan Kees, die door de Engelse kolonisten als soort scheldwoord gebruikt werd voor de Nederlandse inwoners van New York. Later zou het een soort geuzennaam worden voor alle Amerikanen. Ondanks de nieuwe machthebbers zouden de nazaten van Claes Martenszn van ‘t Rosenvelt altijd in New York blijven wonen, alwaar op 30 januari 1882 Franklin Delano Roosevelt werd geboren (Hyde Park). Hij won in 1932 de Amerikaanse presidentsverkiezingen en behoort tot de belangrijkste Amerikaanse presidenten uit de geschiedenis. Ook Theodore (Teddy) Roosevelt (1858-1919), van 1901 tot 1909 de 26e president van de U.S.A. en diens nichtje Anna Eleanor Roosevelt (gehuwd met Franklin Delano Roosevelt), hadden dezelfde Zeeuwse wortels…..
This coin goes back to the days of Claes Martenszn. van ′t Rosenvelt, who was born round 1626 on the Island of Tholen, near the village of Oud-Vossemeer, in the Dutch province of Zeeland. A piece of land there, with probably a farm, was already since the year of 1481 known as ′t Rosenvelt. Round 1650 he emigrated to the "New World", to the settlement Nieuw Amsterdam in the Dutch colony of Nieuw Nederland. He died there round 1659. After the Second English-Dutch War (1665-1667), at the Peace of Breda (1667), the Dutch Republic lost the colony of Nieuw Nederland to England. Nieuw Amsterdam got a new name, New York, in the English province of New York. Those were the days that the word Yankee found it’s origin. The word Yankees was an English derivative of the Dutch name Jan Kees, which by English settlers was used as a kind of nickname for the Dutch inhabitants of New York. Later it became a name of honour for all Americans. Despite the new rulers, the descendants of Claes Martenszn. van ′t Rosenvelt remained in New York. On the day of 30 january 1882 Franklin Delano Roosevelt was born in New York (Hyde Park). In 1932 he won the President elections and he would become one of the greatest presidents of the U.S.A. in history. Also Theodore (Teddy) Roosevelt (1858-1919) from 1901 to 1909 the 26th president of the U.S.A and his niece Anna Eleanor Roosevelt (married to Franklin Delano Roosevelt), had the same Zeeland roots….
Delmonte 941 ; Verkade 85.1 ; HNPM.41 ; CNM.2.49.47 ; Davenport 4844 lichte zwakte van de slag zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1694, Middelburg
gewicht 28,10gr. ; zilver Ø 40mm. muntteken burcht muntmeester Hendrik van Dusseldorp
varianten; met Romeinse I, CON • CORDIA, CRESCVN en ZEEL, boven het wapen ✿ • ✿. Zeldzaam.
Sedert 1694 zien we een ernstige verslechtering optreden in de vervaardiging van de Zeeuwse zilveren dukaten. De stempels werden slordig vervaardigd, niet zelden met tekstfouten. De muntplaatjes zijn vaak niet mooi rond vervaardigd en van ongelijke dikte. Hierdoor raakt het boven- en onderstempel het muntplaatje slechts gedeeltelijk, met (grote) zwakke gedeeltes als gevolg. De muntmeesters Hendrik van Dusseldorp (1682-1705), Adolf de Groene (1706-1711) en David Fiers (1713-1721) lieten zich er weinig aan gelegen liggen. Ze vonden het wel best. Pas bij het aantreden van muntmeester Pieter Kappeyne (1722-1752) zien we dat er weer wat meer eer in de muntvervaardiging werd gelegd, en trad een duidelijke verbetering op. We kunnen stellen dat de muntvervaardiging in de periode 1694-1721 geen reden was voor Zeeuwse trots.
Delmonte 976 ; Verkade 86.3var. ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1694c ; Davenport 4914 R Weinig gecirculeerd exemplaar met nog veel stempelglans, doch gebruikelijke gebrekkige vervaardiging met zwaktes. zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1748, piedfort op dubbel gewicht, Middelburg
gewicht 55,65gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Pieter Kappeyne muntmeesterversiering; drie rozetten / zespuntige sterren variant: 4 stippen boven de kroon op de keerzijde
De piedfort zilveren dukaat 1748 kan beschouwd worden als een van de meest voorkomende piedforts onder de provinciale munten. Piedforts waren, net als gouden afslagen, niet bestemd voor het normale betalingsverkeer, maar dienden als relatiegeschenk. Men dient zich dus af te vragen waarom juist van dit jaartal zoveel piedforts zijn geslagen. Meest aannemelijk is dat dit verband houdt met de eeuwviering van de Vrede van Westfalen / Münster (1648), waarmee de Noordelijke Nederlanden definitief werden erkend als onafhankelijk soevereine staat. Dit zal ongetwijfeld ook door de Staten van Zeeland zijn gevierd en andere notabelen binnen de Zeeuwse gemeenschap. Waarschijnlijk heeft men dus bij die herdenkingsbijeenkomst deze piedforts aan de aanwezigen uitgereikt. Dat men voor de zilveren dukaat koos, is niet verwonderlijk. De zilveren dukaat was immers de “vlaggemunt” van de provincie. Daarmee heeft deze piedfort, alhoewel niet zeldzaam, toch een zeer interessante historische betekenis.
The piedfort silver ducat 1748 can be considered one of the most common piedforts among the provincial coins. Piedforts, like gold strikes, were not intended for normal payment transactions, but served as promotional gifts. One must therefore wonder why so many piedforts were struck from this year. Most likely this is related to the celebration of the centenary of the Peace of Westphalia / Münster (1648), with which the Northern Netherlands was definitively recognized as an independent sovereign state. This will undoubtedly also have been celebrated by the States of Zeeland and other notables within the Zeeland community. These piedforts were probably handed out to those present at that commemoration meeting. It is not surprising that the silver ducat was chosen. After all, the silver ducat was the “flag coin” of the province. This piedfort, although not rare, still has a very interesting historical significance.
♦ Vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar met de volle stempelglans ♦
♦ Attractive lustrous coin. Near mintstate. ♦ Delmonte 976a ; Verkade 87.1var. ; HNPM.50.4 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1748cc ; Davenport 1847 Kleine muntplaat imperfecties en wat lichte krasjes. unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1750, Middelburg
gewicht 28,05gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Pieter Kappeyne muntmeesterversiering; drie zespuntige sterren
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand, in zijn linkerhand houdt hij het gekroonde provinciewapen, dat voor hem is geplaatst, aan een gelust koord, omringd door de tekst; ♖MO•NO•ARG•PRO•CON•FOE•BELG•COM•ZEL• kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal 17 - 50, daarboven ✶ ✶ ✶, omringd door de tekst: CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCUNT•
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1750b ; Davenport 1848 S Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit type een net exemplaar. Schaars jaartal. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1757/3, Middelburg
gewicht 27,99gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Martinus Holtzhey Sr. muntmeesterteken twee rozetten met fijne kabelrand
varianten: dikke stip boven en ter weerszijden van de kroon. Zonder interpunctie op de keerzijde. De kroon is aan de binnenzijde gespikkeld. Pijlenbundel met enkele lus. Het jaartal 1757 is gewijzigd uit 1753. Uiterst zeldzaam.
De twee rozetten boven het generaliteitswapen, fungeerden als symbool van muntmeester Martinus Holtzhey sr. Na diens dood in 1764 zou zijn zoon, Martinus Holtzhey jr, deze muntmeesteraanduiding min of meer overnemen, zij het dan in de vorm van twee sterren (vanaf 1766). Van de zilveren dukaten uit 1757 kennen drie randvariaties, nml. met een bloemrand, een roosrand en een kabelrand. De laatste is meest voorkomend. Daarnaast bestaan er van dit jaartal exemplaren met afwijkende verzorgde stempels, met geparelde binnencirkels op beide zijden. Die stempels waren het werk Martinus Holzhey jr., die daarmee zijn kunnen bewees. Dit waren presentiestukken, niet bedoeld voor de circulatie.
Delmonte - (vgl.976) ; Verkade 87.1 ; HNPM.- (vgl.50) ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1757b (JMP.1955, pag.67; R4) ; Davenport 1848 RRR Kleine gietgallen in het veld. Nog enige stempelglans. zfr/zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1757, Middelburg
gewicht 28,02gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Martinus Holtzhey Sr. muntmeesterteken twee rozetten met fijne kabelrand variant: interpunctie punt in de keerzijdetekst
De twee rozetten boven het generaliteitswapen, fungeerden als symbool van muntmeester Martinus Holtzhey Sr. Na diens dood in 1764 zou zijn zoon, Martinus Holtzhey Jr, deze muntmeesteraanduiding min of meer overnemen, zij het dan in de vorm van twee sterren (vanaf 1766). Van de zilveren dukaten uit 1757 kennen drie randvariaties, nml. met een bloemrand, een roosrand en een kabelrand. De laatste is meest voorkomend. Daarnaast bestaan er van dit jaartal exemplaren met afwijkende verzorgde stempels, met geparelde binnencirkels op beide zijden. Die stempels waren het werk Martinus Holzhey jr., die daarmee zijn kunnen bewees. Dit waren presentiestukken, niet bedoeld voor de circulatie. In tegenstelling tot deze presentiestukken komen de stukken voor normale circulatie slechts zelden voor in een hoge kwaliteit als deze. Als zodanig zeer zeldzaam.
♦ uitzonderlijk mooi, vrijwel ongecirculeerd, prachtexemplaar ♦
♦ excepionally well preserved specimen, near mint state ♦
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1757c (JMP.1955, pag.67) ; Davenport 1848 R unc- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1757, Middelburg
gewicht 27,51gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Martinus Holtzhey Sr. muntmeesterteken twee rozetten met fijne kabelrand
variant; zonder interpuncties in de keerzijdetekst en licht geruwde kroon. Zeldzaam.
De twee rozetten boven het generaliteitswapen, fungeerden als symbool van muntmeester Martinus Holtzhey Sr. Na diens dood in 1764 zou zijn zoon, Martinus Holtzhey Jr, deze muntmeesteraanduiding min of meer overnemen, zij het dan in de vorm van twee sterren (vanaf 1766). Van de zilveren dukaten uit 1757 kennen drie randvariaties, nml. met een bloemrand, een roosrand en een kabelrand. De laatste is meest voorkomend. Daarnaast bestaan er van dit jaartal exemplaren met afwijkende verzorgde stempels, met geparelde binnencirkels op beide zijden. Die stempels waren het werk Martinus Holzhey jr., die daarmee zijn kunnen bewees. Dit waren presentiestukken, niet bedoeld voor de circulatie.
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; vgl. Beuth 1757c (JMP.1955, pag.67) ; Davenport 1848 R Lichte zwaktes van de slag. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1761, Middelburg
gewicht 27,79gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Martinus Holtzhey sr. & Martinus Holtzhey jr.
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand, in zijn linkerhand houdt hij het gekroonde provinciewapen, dat voor hem is geplaatst, aan een dubbel gelust koord, omringd door de tekst; MON•NO•ARG•PRO•CONFOE•BELG•COM•ZEL•♖ kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal I7 - 6I, omringd door de tekst: CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT•
variant: muntteken burcht achter ZEL, links van het zwaard. Ongebruikelijk en zeer zeldzaam.
Op 2 december 1760 trad naast muntmeester Martinus Holtzhey sr. tevens zijn zoon Martinus Holtzhey jr. in dienst als muntmeester aan de Zeeuwse Munt. We zien dit gesymboliseerd in de dubbele lus aan het lint in de pijlenbundel in het generaliteitswapen. In die periode verdwijnen tevens de rozetten boven het generaliteitswapen, die fungeerden als symbool van muntmeester Martinus Holtzhey sr. Na diens dood in 1764 zou zijn zoon deze muntmeesteraanduiding weer invoeren, maar dan niet in de vorm van twee rozetten, maar twee sterren (vanaf 1766). Zelfs na diens dood in 1788 bleven die sterren gehandhaafd, waarschijnlijk omdat het inmiddels een vertrouwd beeld was geworden.
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1761b (R2) ; Davenport 1848 RR lichte zwakte van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1780, Middelburg
gewicht 28,06gr. ; zilver Ø 41mm. muntmeester Martinus Holtzhey jr. muntteken burcht muntmeesterteken; twee sterren
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand, in zijn linkerhand houdt hij het gekroonde provinciewapen, dat voor hem is geplaatst, aan een dubbel gelust koord, omringd door de tekst; ♖MON:NOV:ARG:PRO:CONFOED:BELG:COM:ZEL• kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal 17 - 80, daarboven ✶ ✶, omringd door de tekst: CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCUNT•
Gebruikelijke zwakke slag, doch ook nog veel originele stempelglans. Feitelijk heeft deze munt maar weinig gecirculeerd.
Usual weak strike, but also retaining much of the original die luster. In fact, this coin has circulated only very little.
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1780 (JMP.1955, pag.69) ; Davenport 1848 zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren rijder 1760, Middelburg
gewicht 32,08 gram ; zilver Ø 41,5mm. muntmeester Martinus Holzhey Sr. met muntteken burcht
Het aantreden van Martinus Holtzhey Sr. in 1752 als muntmeester betekende een aanzienlijke verbetering van de Zeeuwse muntslag. In de periode 1722-1751 was Daniël Drappentier verantwoordelijk geweest voor de vervaardiging van de muntstempels voor de provinciale Munt van Zeeland. Hij was duidelijk niet de meest begenadigde stempelsnijder. Thans waren het Martinus Holzhey Jr. (1752-1754) en Johan Matthias Holtzhey (1754-1792) die de vervaardiging van de muntstempels op zich namen, die beiden duidelijk het vak beter verstonden zowel in stijl als in detail.
In de jaren 1758-1765 werden circa 282.726 stuks zilveren rijders aangemunt, deels in opdracht van de V.O.C. voor de handel in Z.O. Azië. De productie per jaar moet duidelijk hebben verschild, Zo komen de jaren 1758, 1759,1759 en 1762 verreweg het vaakste voor. De jaren 1760,1761 en 1765 komen maar sporadisch voor terwijl in de jaren 1763 en 1764 niet of nauwelijks productie heeft plaatsgevonden. Zeldzaam.
In the years 1758-1765 approximately 282,726 pieces of silver riders were coined, partly on behalf of the VOC for trade in SE Asia. The production per year must have clearly differed. The years 1758, 1759, 1759 and 1762 are by far the most common. The years 1760, 1761 and 1765 occur only sporadically, while in the years 1763 and 1764 little or no production took place. Rare.
Delmonte 1028 ; Verkade 82.1 ; HNPM.46 ; CNM.2.49.58 ; Davenport 1836 R Attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Arendsdaalder van 60 groot 1602, Middelburg
gewicht 19,90gr. ; zilver Ø 40mm. muntteken burcht muntmeester Melchior Wijntgens
In 1601 besloten de Staten van Zeeland tot aanmunting van daalders van 60 groot. Die daalders bestonden al jarenlang als rekeneenheid, maar niet in werkelijke muntvorm. Naast deze daalder moesten er vervolgens ook 2/3 (= gulden), 1/3, 1/6 en 1/12 daalders geslagen worden. Uitgezonderd de 2/3 daalder is dit ook gebeurd. Op 20 november 1601 ontving muntmeester Melchior Wijntgens de instructie voor deze nieuwe serie Zeeuwse munten. De feitelijk productie vond plaats tussen 5 februari 1602 en 25 april 1603, alle met het jaartal 1602, waarna de productie tot stilstand kwam. In de jaren 1618-1619 is de productie nog kort hervat, maar toen alleen in de vorm van hele daalders van 60 groot.
variant: de staart van de arend is wat minder breed en uitbundig dan we in de regel zien.
Delmonte 1071 ; Verkade 89.1 ; HNPM.55 ; CNM.2.49.61 slagbarstje, doch attractief exemplaar met een mooi patina zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Piedfort dubbele daalder van 10 schellingen 1690, Middelburg
gewicht 63,65gr. ; zilver Ø 44mm. muntteken burcht muntmeester Hendrik van Dusseldorp
Bij ordonnantie van 23 september 1686 machtigden de Gecommitteerde Raden de muntmeester een dubbele daalder te slaan. Deze moest van hetzelfde gehalte zijn als de enkele daalder, dus 906/1000, en met het gewicht van 31,58 gram. Reden van dit initiatief was het feit dat de aanmunting van grote zilverstukken uiteindelijk iets voordeliger uitpakte. We zien dan ook dat vanaf dit moment geen enkele daalders meer werden aangemunt en men zich uitsluitend nog toelegde op de aanmunting van dubbele daalders. Blijkbaar niet zonder succes, want de productie was vanaf het begin aanzienlijk hetgeen zou voortduren tot december 1693. In de jaren 1687-1688 werden circa 495.063 stuks geslagen. Gezien de zeldzaamheid van 1688 zal die productie vooral in 1687 hebben plaatsgevonden. In de jaren 1689-1693 werden nog eens 1.186.781 stuks geslagen, met de aantekening dat van het jaar 1691 geen exemplaren bekend zijn en van 1693 slechts een zeer klein aantal. De jaren 1687 en 1690 zijn verreweg het meest voorkomend.
In de periode dat er dubbele daalders werden geproduceerd werden in een drietal jaren ook exemplaren op meervoudig gewicht geslagen, namelijk in 1687, 1690 en 1693. Deze bijzondere afslagen waren niet bestemd voor de circulatie, maar dienden als relatiegeschenk. Zeer zeldzaam. ♦ exceptionally well preserved specimen with a very sharp and lustrous reverse ♦
vgl. Hess-Divo, Auktion 319,no.1827 (in pr CHF 15.000 + 15%)
Delmonte 1074a ; Verkade 90.4; HNPM.59.3 ; CNM.2.49.67 ; van der Wiel 4b (JMP.1986) ; vgl. Davenport 4973 RR Minieme muntplaatonvolkomenheden. Weinig gecirculeerd exemplaar, met op de keerzijde nog veel stempelglans. voorzijde: zfr/pr keerzijde: pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Dubbele daalder van 10 schellingen 1692, Middelburg
gewicht 31,43gr. ; zilver Ø 44mm. muntmeester Hendrik van Dusseldorp muntteken burcht
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande frontaal op ondergrond, hoofd naar rechts gewend, in zijn rechterhand een geheven zwaard, de linker rustend op zijn linker bovenbeen, voor zijn rechterbeen het gekroonde wapen van Zeeland, omringd door de tekst; ✽LUCTOR ✽ ET - EMERGO • ♖ ✽ kz. In een kring, door linten met elkaar verbonden, de wapens van de zes stemhebbende steden met in het hart het wapen van de Eerste Edele, daaroven 1692, 10 - SC ter weerszijden, omringd door de tekst; • MO • NO • ARG • ORDIN • ZEELANDIÆ •
Delmonte 1074 ; Verkade 90.4; HNPM.59 ; van der Wiel 5b (JMP.1986) ; CNM.2.49.67 ; Davenport 4973 gebruikelijke zwaktes van de slag en miniem slagbarstje, doch voor dit munttype een mooi exemplaar zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Daalder van 30 stuivers 1680, Middelburg
gewicht 15,69gr. ; zilver Ø 35mm. type I muntmeester Hendrik van Heumen muntteken burcht
vz. Nederlandse gehelmde ridder staande naar rechts, hoofd naar rechts, met geheven zwaard in de rechterhand en de linker steunend in de zij, het gekroonde provinciewapen voor hem geplaatst, omringd door de tekst; LUCTOR : ET • - EMERGO • ♖✽ kz. Wapenschild met negen velden, resp. Eerste Edele, Middelburg, Zierikzee, Goes, Tholen, Vlissingen, tak met bladeren, Veere en tak met bladeren, daarboven • 30 • ST • en •1680 •, omringd door de tekst; MO.NO. ARG ORDIN ZELANDIÆ
Delmonte 1082 ; Verkade 90.1 ; van der Wiel 5 ; HNPM.61 ; CNM.2.49.65 zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - X Stuiver 1613, Middelburg
gewicht 5,78gr. ; zilver Ø 30mm. muntteken burcht muntmeester Balthasar van der Voorde
Teneinde meer uniformiteit in de muntslag van de Republiek te verkrijgen, besloot men in 1606 tot in invoering van diverse nieuwe munttypen, zoals de gouden rijder, de Nederlandse rijksdaalder en het X stuiverstuk. Op ieder groter zilverstuk zou bovendien steeds het Generaliteitswapen getoond worden. Aanvankelijk zouden ook de steden Nijmegen, Zutphen, Deventer ,Kampen en Zwolle hun stedelijke muntslag staken in ruil voor een vaste uitkering van 2000 gulden per jaar, te besteden aan de vestingwerken. Spoedig gingen die steden echter toch weer over tot hun stedelijke muntslag, omdat dit blijkbaar toch lucratiever was. Voor het X stuiverstuk koos men voor de afbeelding van een geharnaste staande ridder met zwaard en provinciewapen op de voorzijde en het generaliteitswapen op de keerzijde. De munt werd geslagen op gelijke voet (gehalte en gewicht) als de Engelse shilling. De bedoeling was dat deze munt de minderwaardige schellingen in de circulatie zou verdringen, maar die verwachting werd niet verwezenlijkt. Er zijn nauwelijks X stuiverstukken aangemunt en voor de meeste provincies bleef het dan ook bij 1 jaar van aanmunting. Voor Zeeland was dat het jaar 1613, waarin slechts 1.653 stuks werden geslagen. Zeer zeldzaam.
This cointype was introduced by Holland in 1606. The weight and silver fineness was similar to the silver shilling of King Charles I of England. However the new cointype turned out to be not a success. In Zeeland it was only minted in 1613. No more than only 1.653 pieces. Very rare.
Delmonte 1200bis ; Verkade 91.4 ; HNPM.66 ; CNM.2.49.74 RR zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - X Stuiver 1613, Middelburg
gewicht 5,64gr. ; zilver Ø 30mm. muntteken burcht muntmeester Balthasar van der Voorde
Teneinde meer uniformiteit in de muntslag van de Republiek te verkrijgen, besloot men in 1606 tot in invoering van diverse nieuwe munttypen, zoals de gouden rijder, de Nederlandse rijksdaalder en het X stuiverstuk. Op ieder groter zilverstuk zou bovendien steeds het Generaliteitswapen getoond worden. Aanvankelijk zouden ook de steden Nijmegen, Zutphen, Deventer ,Kampen en Zwolle hun stedelijke muntslag staken in ruil voor een vaste uitkering van 2000 gulden per jaar, te besteden aan de vestingwerken. Spoedig gingen die steden echter toch weer over tot hun stedelijke muntslag, omdat dit blijkbaar toch lucratiever was. Voor het X stuiverstuk koos men voor de afbeelding van een geharnaste staande ridder met zwaard en provinciewapen op de voorzijde en het generaliteitswapen op de keerzijde. De munt werd geslagen op gelijke voet (gehalte en gewicht) als de Engelse shilling. De bedoeling was dat deze munt de minderwaardige schellingen in de circulatie zou verdringen, maar die verwachting werd niet verwezenlijkt. Er zijn nauwelijks X stuiverstukken aangemunt en voor de meeste provincies bleef het dan ook bij 1 jaar van aanmunting. Voor Zeeland was dat het jaar 1613, waarin slechts 1653 stuks werden geslagen. Zeer zeldzaam.
This cointype was introduced by Holland in 1606. The weight and silver fineness was similar to the silver shilling of King Charles I of England. However the new cointype turned out to be not a success. In Zeeland it was only minted in 1613. No more than only 1.653 pieces. Very rare.
Delmonte 1200bis ; Verkade 91.4 ; HNPM.66 ; CNM.2.49.74 RR fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Snaphaanschelling 1669, Middelburg
gewicht 4,74gr. ; zilver Ø 31mm. muntteken burcht muntmeester Jacob Boreel muntmeesterteken roos
vz. Staande, geharnaste ridder naar rechts, met geschouderd zwaard en met het provinciewapen voor zich, 16 - 69 ter weerszijden van hoofd, omringd door de tekst; •LUCTOR•ET• - •EMERGO• kz. Lang kruis, rijk versierd met blad- en lelie ornamenten geplaatst over een gladde cirkel met in het hart van het kruis een cirkel waarbinnen het muntteken burcht, omringd door de tekst; •MO•NO• - •ARGEN• - •COMIT• - •ZEEL✿
In 1669 besloot Zeeland tot een hervatting van de aanmunting van snaphaanschellingen, die sinds 1585 al niet meer waren geslagen in Zeeland. Het bleef beperkt tot een productieduur van slechts 2 jaar waarin totaal 371.800 stuks werden aangemunt. Aangezien het jaartal 1670 aanzienlijk minder voorkomt, zal die productie voor het grootste deel in 1669 hebben plaatsgevonden. Zeldzaam.
We zien op dit exemplaar fragmenten van de voorzijde op de keerzijde en visa versa. Dit betekent dat het muntplaatje twee maal, met wisselende zijden, tussen de muntstempels is geweest. Curieus.
Delmonte 798 ; Verkade 92.6 ; HNPM.71 ; CNM.2.49.76 R Ietwat gebrekkige slag met lichte zwaktes. Zeldzaam. fr/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN ( NETHERLANDS ) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Hoedjesschelling 1672, Middelburg
gewicht 4,95gr. ; zilver Ø 26mm. muntmeester Jacob Boreel muntteken: burcht stempelsnijder Abraham Goverts vervaardigd met de schroefpers
vz. Naar links liggende Nederlandse leeuw met de kop frontaal, in zijn klauwen een speer houdend met de vrijheidshoed op top, omringd door de tekst; ITA RELINQVENDA • UT ACCEPTA kz. Gekroond provinciewapen met het jaartal 16 - 72 ter weerszijden, omringd door de tekst; MON.NOV.ARGEN:ORDINVM:ZELAND. ♖
Toen Holland in 1670 een nieuw type schelling in voerde, de scheepjesschelling, volgde Zeeland in 1672 met een geheel eigen type, de zogenaamde hoedjesschelling. Met koos daarbij dus niet voor de afbeelding van een Hollands fregat maar voor een liggende Hollandse leeuw die met zijn rechterklauw een lans met vrijheidshoed omhoog houdt. Naast een verschil in afbeelding bestond ook een klein verschil in zilverinhoud. Zo bevatte de Hollandse scheepjesschelling 2,88 gram fijn zilver en de Zeeuwse hoedjesschelling 2,87 gram. In 1699 besloot Zeeland dit verschil op te heffen, en vanaf dat jaar bevatten ook de Zeeuwse Hoedjesschellingen 2,88 gram fijn zilver. Aanvankelijk werden de hoedjesschellingen geslagen voor binnenlands gebruik. In 1692 werden bij besluit van de Staten-Generaal besloten verdere aanmunting van schellingen te verbieden. De aanmunting van hoedjesschellingen kwam daarmee ook tot stilstand. Echter vanaf 1698 was het wel toegestaan om schellingen aan te munten ten behoeve van de V.O.C., dus voor de handel in de Oost. De gehele producties moesten worden afgeleverd bij de kassier van de V.O.C., zonder achterhouding van ook maar enkele stukken. De hele productie werd dus verscheept naar V.O.C.- vestigingen in zuidoost Azië. Dit verklaard ook dat, ondanks aanzienlijke producties, veel hoedjesschellingen uit de periode 1699-1738 toch maar weinig voorkomen. Veel exemplaren zijn omgesmolten, op de zeebodem beland of anderszins verloren gegaan. Sommige jaartallen komen niet of nauwelijks in de handel of collecties voor en zijn thans uiterst zeldzaam…..
Verkade 93.1 ; van der Wiel/Klaassen 1 (JMP.1985) ; HNPM.74 ; CNM.2.49.81 R fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN ( NETHERLANDS ) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Hoedjesschelling 1677, Middelburg
gewicht 4,34gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Jacob Boreel muntteken: burcht stempelsnijder Josias Drappentier variant met NOU i.p.v. het gebruikelijke NOV (zeer zeldzaam),
vz. Naar links liggende Nederlandse leeuw met de kop frontaal, in zijn klauwen een speer houdend met de vrijheidshoed op top, omringd door de tekst; ITA•RELINQVENDA•UT•ACCEPTA kz. Gekroond provinciewapen met het jaartal 16 - 72 ter weerszijden, omringd door de tekst; MON:NOU:ARGEN:ORDINVM:ZEELAND:♖:
Toen Holland in 1670 een nieuw type schelling in voerde, de scheepjesschelling, volgde Zeeland in 1672 met een geheel eigen type, de zogenaamde hoedjesschelling. Met koos daarbij dus niet voor de afbeelding van een Hollands fregat maar voor een liggende Hollandse leeuw die met zijn rechterklauw een lans met vrijheidshoed omhoog houdt. Naast een verschil in afbeelding bestond ook een klein verschil in zilverinhoud. Zo bevatte de Hollandse scheepjesschelling 2,88 gram fijn zilver en de Zeeuwse hoedjesschelling 2,87 gram. In 1699 besloot Zeeland dit verschil op te heffen, en vanaf dat jaar bevatten ook de Zeeuwse Hoedjesschellingen 2,88 gram fijn zilver. Aanvankelijk werden de hoedjesschellingen geslagen voor binnenlands gebruik. In 1692 werden bij besluit van de Staten-Generaal besloten verdere aanmunting van schellingen te verbieden. De aanmunting van hoedjesschellingen kwam daarmee ook tot stilstand. Echter vanaf 1698 was het wel toegestaan om schellingen aan te munten ten behoeve van de V.O.C., dus voor de handel in de Oost. De gehele producties moesten worden afgeleverd bij de kassier van de V.O.C., zonder achterhouding van ook maar enkele stukken. De hele productie werd dus verscheept naar V.O.C.- vestigingen in zuidoost Azië. Dit verklaard ook dat, ondanks aanzienlijke producties, veel hoedjesschellingen uit de periode 1699-1738 toch maar weinig voorkomen. Veel exemplaren zijn omgesmolten, op de zeebodem beland of anderszins verloren gegaan. Sommige jaartallen komen niet of nauwelijks in de handel of collecties voor en zijn thans uiterst zeldzaam…..
Verkade 93.2 ; van der Wiel/Klaassen 2a (JMP.1985) ; HNPM.74 ; CNM.2.49.82 RR grote zwaktes van de slag en lichte sporen van oxidatie fr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN ( NETHERLANDS ) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Hoedjesschelling 1685, Middelburg
gewicht 4,11gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester Hendrik van Dusseldorp muntteken: burcht met MON•NOV•ARGEN•ORDIN•ZEELAND•
Toen Holland in 1670 een nieuw type schelling in voerde, de scheepjesschelling, volgde Zeeland in 1672 met een geheel eigen type, de zogenaamde hoedjesschelling. Met koos daarbij dus niet voor de afbeelding van een Nederlands fregat maar voor een liggende Nederlandse leeuw die met zijn rechterklauw een lans met vrijheidshoed omhoog houdt. Naast een verschil in afbeelding bestond ook een klein verschil in zilverinhoud. Zo bevatte de Hollandse scheepjesschelling 2,88 gram fijn zilver en de Zeeuwse hoedjesschelling 2,87 gram. In 1699 besloot Zeeland dit verschil op te heffen, en vanaf dat jaar bevatten ook de Zeeuwse Hoedjesschellingen 2,88 gram fijn zilver. Aanvankelijk werden de hoedjesschellingen geslagen voor binnenlands gebruik. In 1692 werden bij besluit van de Staten-Generaal besloten verdere aanmunting van schellingen te verbieden. De aanmunting van hoedjesschellingen kwam daarmee ook tot stilstand. Echter vanaf 1698 was het wel toegestaan om schellingen aan te munten ten behoeve van de V.O.C., dus voor de handel in de Oost. De gehele producties moesten worden afgeleverd bij de kassier van de V.O.C., zonder achterhouding van ook maar enkele stukken. De hele productie werd dus verscheept naar V.O.C.- vestigingen in zuidoost Azië. Dit verklaard ook dat, ondanks aanzienlijke producties, veel hoedjesschellingen uit de periode 1699-1738 toch maar weinig voorkomen. Veel exemplaren zijn omgesmolten, op de zeebodem beland of anderszins verloren gegaan. Sommige jaartallen komen niet of nauwelijks in de handel of collecties voor en zijn thans uiterst zeldzaam…..
Het jaartal 1685 komt maar weinig voor. Zeldzaam.
Verkade 93.2 ; van der Wiel/Klaassen 8 (JMP.1985) ; HNPM.74 ; CNM.2.49.83 R Deels zwak geslagen en lichte krasjes. fr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN ( NETHERLANDS ) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Hoedjesschelling 1711, Middelburg (recovered in AUSTRALIA)
gewicht 4,74gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Adolf de Groene muntteken: burcht
vz. De Nederlandse leeuw liggend naar links, kop frontaal, met in de klauwen een lans waarop een vrijheidshoed is geplaatst, omringd door de tekst; ♖ •ITA•RELINQVENDA•UT•ACCEPTA• (vertaald; het moet zo nagelaten worden, als het is ontvangen) kz. Gekroond provinciewapen met daarboven een rozet, geflankeerd door het jaartal 17 - 11, omringd door de tekst; • MO•NO•ARG•ORDIN•ZEELAND •
Afkomstig van VOC-schip ″de Zuytdorp″, die in april 1712 te pletter sloeg op de rotsen zuidelijk van Shark Bay, aan de westkust van Australië. In 1927 vond Tom Pepper munten bij de resten van een kamp. In 1954 werden deze vondsten door het Western Australia Museum in verband gebracht met het VOC-schip ″De Zuytdorp″. Delen van het schip werden teruggevonden tijdens duikactiviteiten in de zee bij Shark Bay. Er werden veel voorwerpen gevonden, waaronder ook veel hoedjeschellings uit 1711. Dit exemplaar verkeert in uitstekende staat en is zeer zeldzaam, aangezien de volledige oplage van 6 stuivers van de Zeeuwse munt met het schip verloren ging. Daarom staat het niet vermeld in oudere catalogi en zijn thans alleen een beperkt aantal bekend uit de Zuydorp. De munt is ongecirculeerd en verkeerd in de staat zoals het geslagen is met de gebruikelijke zwaktes van de slag. Een zeer interessante en zeldzame historische munt.
Coin from the Dutch VOC-ship ″De Zuytdorp″ which sunk near very remote coast of Western Australia. VOC-ship Zuytdorp left Middelburg on 1 August 1711 but never arrived in Batavia. It sunk April 1712 at the cliffs near Sharkbay on the westcoast of Australia. In 1927 some coins were found by Tom Pepper near the remains of a camp. In 1954 these finds were linked with the VOC-ship ″De Zuytdorp″ by the Western Australia Museum. Parts of the ship were recovered during diving activitities in the see near Shark Bay. Many objects were found, and also many hoedjeschellings from 1711. This example is in great shape and it is very rare as whole mintage of 6 stuivers from Zeeland mint were lost with the ship and that is why is not listed in catalogues with very few coins recovered. This coin has never been in circulation and is complete as struck with the usual weaknesses of strike. Highly interesting and rare historical coin.
Deze munt wordt geleverd met een certificaat.
This coin comes with a certificate.
Verkade 213.3 ; van der Wiel/Klaassen 18 ; HNPM.74 ; CNM.2.49.85 R fdc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Hoedjesschelling 1715, Middelburg
gewicht 4,70gr. ; zilver Ø 26mm. muntmeester David Fiers muntteken burcht
vz. Naar links gewende liggende Nederlandse leeuw, kop frontaal, met in de klauwen een lans waarop een vrijheidshoed is geplaatst, omringd door de tekst; ♖ ITA•RELINQVENDA•UT•ACCEPTA (vertaal; het moet zo nagelaten worden, als het is ontvangen) kz. Gekroond provinciewapen met daarboven een ster, 17 - 15 in veld ter weerszijden, omringd door de tekst; MO•NO•ARG•ORDIN•ZEELA•
vgl. Schulman B.V., veiling 371, kavel 1639 (in pr-, deels zwak geslagen: 1.200 euro + 20%)
Verkade 213.3 ; HNPM.74 ; van der Wiel 20 (JMP.1985) ; CNM.2.49.87 R Gebruikelijke zwakke en slordige slag doch weinig gecirculeerd exemplaar met een prachtig patina. zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK,1581-1795 - ZEELAND - Piedfort scheepjesschelling 1753, Middelburg
gewicht 9,16gr. ; zilver Ø 27mm. muntmeester Martinus Holtzhey sr. muntteken burcht
type II met de Nederlandse vlag en met kabelrand, zonder punt achter ACCEPTA, zonder punt achter ZEELAND, streepje onder de T in ST
vz. Voor de wind varend Nederlands oorlogsschip met drie masten naar rechts, de Nederlandse vlag op het achtersteven, de Nederlandse leeuw op de spiegel van het schip, omringd door de tekst; ITA RELINQVENDA UT ACCEPTA ♖ kz. Gekroond provinciewapen, I 7 5 3 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - ST, omringd door de tekst; MON.NOV.ARGEN.ORDIN.ZEELAND
De Latijnse tekst ″ita relinquenda ut accepta″ betekent: "het moet zo worden nagelaten als het is ontvangen". Daarbij zal met waarschijnlijk doelen op het niet snoeien van munten, opdat die haar gegarandeerde waarde behouden.
The Latin text "ita relinquenda ut accepta" means: "It should be left as it was received." This probably refers to not clipping coins, so that they retain their guaranteed value.
Bij de invoering van de Zeeuwse scheepjesschelling in 1750 voerde het aanvankelijk de Nederlandse vlag op het achtersteven. In 1753 besloot met over tegaan tot het plaatsen van de Middelburgse vlag. Van dat jaar kennen we dan ook exemplaren met zowel de Nederlandse vlag als de Middelburgse vlag, waarbij die met de Nederlandse vlag verreweg het vaakste voorkomen. Vanaf 1754 zien we steevast de Middelburgse vlag op het achtersteven geplaatst.
♦ Presentiestuk, geslagen op zwaar muntplaatje. Zeldzaam. ♦
♦ Presentation piece struck on heavy planchet. Rare. ♦
Verkade 93.4 ; van der Wiel 2h (JMP.1982) ; HNPM.75.2 ; CNM.2.49.89 R Weinig gecirculeerd exemplaar van scherpe slag. Zeldzaam. pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1766, Middelburg
gewicht 4,37gr. ; zilver Ø 24,5mm. muntmeester Martinus Holtzhey Sr. stempelsnijder Johan Matthias Holtzhey muntteken burcht kabelrand
type VI met de Middelburgse vlag, Arabische 1, interpunctie dubbele punt op de keerzijde, interpunctie dubbele punt op de voorzijde alleen na ITA, ARGENT, geen punt na ZELAND en muntteken burcht en kroonband o, korte vaantjes aan de drie masten, wel een lange wimpel aan de grote mast.
Dit muntstempel, met kroonband o en dubbele punt achter ITA was bij van der Wiel onbekend. Als zodanig zeldzaam.
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; CNM.2.49.91 ; vgl. van der Wiel 12 (JMP.1982) R fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1767, Middelburg
gewicht 4,72gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Martinus Holtzhey Jr. stempelsnijder Johan Matthias Holtzhey muntteken burcht met kabelrand
type VI met de Middelburgse vlag, Arabische 1, interpunctie dubbele punt op de voorzijde, zonder interpunctie op de keerzijde, met ARGEN, met punt na ZELAND en zonder punt na muntteken burcht, kroonband k, korte vaantjes aan de drie masten, wel een lange wimpel aan de grote mast.
Minieme zwakte van de slag, doch feitelijk ongecirculeerd exemplaar met de volle stempelglans. Zeldzaam in deze fantastische kwaliteit.
Minimal weakness of the strike, yet effectively uncirculated full lustrous specimen. Rare in this fantastic quality.
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; CNM.2.49.91 ; van der Wiel 13a (JMP.1982) unc |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1768, Middelburg
gewicht 4,89gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Martinus Holtzhey Sr. stempelsnijder Johan Matthias Holtzhey zonder muntteken burcht (RR) met kabelrand
type VI met de Middelburgse vlag, Arabische 1, interpunctie dubbele punt op de keerzijde, zonder interpunctie op de voorzijde, met ARGEN, met punt na ZELAND en zonder muntteken, kroonband m, korte vaantjes aan de drie masten, wel een lange wimpel aan de grote mast.
Het muntteken burcht ontbreekt op deze munt. Gezien deze variant alleen voorkomt bij dit jaartal, zal het hier een fout van de stempelsnijder betreffen. Gezien het sporadische voorkomen, zal de productie gering geweest zijn. Zeer zeldzaam.
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; CNM.2.49.91 ; van der Wiel 14 (JMP.1982) RR zfr+ à zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK,1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1770, Middelburg
gewicht 4,52gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Martinus Holtzhey jr. stempelsnijder Johan Matthias Holtzhey muntteken burcht met kabelrand
type VII met de Middelburgse vlag, Arabische 1, interpunctie dubbele punt op de keerzijde, zonder interpunctie op de voorzijde, met ARGENT, met punt na ZELAND, een punt voor en achter het muntteken burcht, punt na ST, kroonband m, korte vaantjes aan de drie masten, een lange wimpel aan de grote mast.
vz. Voor de wind varend Nederlands oorlogsschip met drie masten naar rechts, de Middelburgse vlag op het achtersteven, de Nederlandse leeuw op de spiegel van het schip, omringd door de tekst; ITA RELINQUENDA UT ACCEPTA •♖• kz. Gekroond provinciewapen, 1 7 7 0 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - ST•, omringd door de tekst; MON:NOV:ARGENT:ORDIN:ZELAND.
De Latijnse tekst ″ita relinquenda ut accepta″ betekent: "het moet zo worden nagelaten als het is ontvangen". Daarbij zal met waarschijnlijk doelen op het niet snoeien van munten, opdat die haar gegarandeerde waarde behouden.
The Latin text "ita relinquenda ut accepta" means: "It should be left as it was received." This probably refers to not clipping coins, so that they retain their guaranteed value.
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 4,95 gram is dit stuk feitelijk iets te zwaar, zeker als men ook de mate van circulatie in beschouwing neemt.
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; CNM.2.49.92 ; van der Wiel 16 (JMP.1982) fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK,1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1773, Middelburg
gewicht 5,03gr. ; zilver Ø 25,5mm. muntmeester Martinus Holtzhey jr. stempelsnijder Johan Matthias Holtzhey muntteken burcht met kabelrand
vz. Voor de wind varend Nederlands oorlogsschip met drie masten naar rechts, de Middelburgse vlag op het achtersteven, de Nederlandse leeuw op de spiegel van het schip, omringd door de tekst; ITA RELINQUENDA UT ACCEPTA •♖ kz. Gekroond provinciewapen, 1 7 7 3 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - ST•, omringd door de tekst; MON:NOV:ARGENT:ORDIN:ZELAND•
type VII met de Middelburgse vlag, Arabische 1, interpunctie dubbele punt op de keerzijde, zonder interpunctie op de voorzijde, met ARGENT, met punt na ZELAND, een punt voor het muntteken burcht, punt na ST, kroonband m, korte vaantjes aan de drie masten, een lange wimpel aan de grote mast.
variant; de buitenste ruiten van de kroonband steken aan beide zijden door de kroonband heen.
De Latijnse tekst ″ita relinquenda ut accepta″ betekent: "het moet zo worden nagelaten als het is ontvangen". Daarbij zal met waarschijnlijk doelen op het niet snoeien van munten, opdat die haar gegarandeerde waarde behouden.
The Latin text "ita relinquenda ut accepta" means: "It should be left as it was received." This probably refers to not clipping coins, so that they retain their guaranteed value.
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; CNM.2.49.92 ; vgl. van der Wiel 19 (JMP.1982) Miniem graffiti en lichte zwaktes van de slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1777, Middelburg
gewicht 5,10gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Martinus Holtzhey Sr. stempelsnijder Johan Matthias Holtzhey muntteken burcht met kabelrand
type VII met Middelburgse vlag, Arabische 1, met voorzijdetekst MON:NOV:ARGENT:ORDIN•ZELAND•, keerzijdetekst zonder interpunctie, punt voor muntteken burcht, punt na ST, kroonband m
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; CNM.2.49.92 ; van der Wiel 23 (JMP.1982) R Ietwat zwakke slag, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. Zeldzaam jaartal. pr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1780, Middelburg
gewicht 4,57gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester Martinus Holtzhey jr. muntteken: burcht
vz. Voor de wind varend Nederlands oorlogsschip met drie masten naar rechts, de Middelburgse vlag op het achtersteven, de Nederlandse leeuw op de spiegel van het schip, omringd door de tekst; ITA RELINQUENDA UT ACCEPTA •♖ kz. Gekroond provinciewapen, daarboven 1 - 7 - 8 - 0 tussen de fleurons van de kroon, geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - ST, omringd door de tekst; MON:NOV:ARGENT:ORDIN:ZELAND•
type VII: met Middelburgse vlag, Arabische 1, interpunctie dubbele punt, ARGENT, zonder punt na 6, ST en muntteken burcht en kroonband m
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; van der Wiel 27 (JMP.1982) ; CNM.2.49.92 gebruikelijke zwaktes van de slag en doorboord op 12 uur fr/zfr à fr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1785, Middelburg
gewicht 4,64gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester: Martinus Holtzhey jr. muntteken: burcht
vz. Voor de wind varend Nederlands oorlogsschip met drie masten naar rechts, de Middelburgse vlag op het achtersteven, de Nederlandse leeuw op de spiegel van het schip, omringd door de tekst; ITA RELINQUENDA UT ACCEPTA •♖ kz. Gekroond provinciewapen, daarboven 1 - 7 - 8 - 5 tussen de fleurons van de kroon, geflankeerd door de waarde aanduiding 6• - ST•, omringd door de tekst; MON:NOV•ARGENT:ORDIN:ZELAND•
type VII: met Middelburgse vlag, Arabische 1, interpunctie dubbele punt, ARGENT, punt na 6 en punt na ST, geen punt na muntteken burcht en kroonband m
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; van der Wiel 27 (JMP.1982) ; CNM.2.49.92 gebruikelijke zwaktes van de slag, gietgal en krasjes fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK,1581-1795 - ZEELAND - Scheepjesschelling 1791, Middelburg
gewicht 4,44gr. ; zilver Ø 24,5mm. muntmeester Petronello Holtzhey-Slob & Johan Lodewijk Molter muntteken: burcht met kabelrand
vz. Voor de wind varend Nederlands oorlogsschip met drie masten naar rechts, de Middelburgse vlag op het achtersteven, de Nederlandse leeuw op de spiegel van het schip, omringd door de tekst; ITA RELINQUENDA UT ACCEPTA •♖ kz. Gekroond provinciewapen, 1 7 9 1 boven de kroon tussen de fleurons, geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - ST,• onder T, omringd door de tekst; MON:NOV:ARGENT:ORDIN:ZELAND
type VIII stempelkenmerken; met Middelburgse vlag op het achtersteven, Arabische 1 in het jaartal, interpunctie dubbele punt, met ARGENT, met 6 - ST met • onder T, geen punt na muntteken burcht en kroonband m. geen punt na ZELAND, met 1 anker.
Deze variant met een punt onder de T i.p.v. achter de T is ongebruikelijke en wordt door van der Wiel niet vermeld. Als zodanig zeer zeldzaam.
De latijnse tekst ″ita relinquenda ut accepta″ betekent: "het moet zo worden nagelaten als het is ontvangen". Daarbij zal met waarschijnlijk doelen op het niet snoeien van munten, opdat die haar gegarandeerde waarde behouden.
The Latin text "ita relinquenda ut accepta" means: "It should be left as it was received." This probably refers to not clipping coins, so that they retain their guaranteed value.
Verkade 93.4 ; HNPM.75 ; CNM.2.49.92 ; van der Wiel 30var. (JMP.1982) gebruikelijke ietwat zwakke slag fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Dubbele wapenstuiver 1732/1, Middelburg
gewicht 1,67gr. ; zilver Ø 20mm. muntmeester Pieter Kappeyne muntteken burcht
Het jaartal 1732 is gewijzigd uit 1731. Deze jaartalwijziging is niet gepubliceerd in de naslagwerken. Uiterst zeldzaam.
Het is dit munttype waaraan de naam "dubbeltje" haar ontstaan ontleend. Na invoering van het nieuwe muntstelsel onder koning Willem I (muntwet 1816), gebaseerd op het decimaal stelsel, was er in beginsel geen plaats meer voor de oude munttypen van de Republiek, zoals de duit, oord, stuiver, dubbeltje, kwartje en schelling. Toch bleven veel oude benamingen voortleven tijdens het koninkrijk, gebaseerd op hun verhoudingen ten opzichte van de gulden. De duit, oord en schelling kon men niet verbinden aan een muntstuk van het koninkrijk, dus die namen verdwenen. Maar 5 cent stond gelijk aan 1/20 gulden en dus gelijk aan de vroegere stuiver (van 8 duiten), de 2 ½ cent kwam dus ook wel bekend te staan als vierduitstuk, de 10 cents als dubbeltje, de 25 cents als kwartje en de 2 ½ gulden als rijksdaalder. Zo zien we dat de oude muntbenamingen van de Republiek zo vertrouwd waren bij de bevolking, dat deze spoedig werden overgenomen binnen het nieuwe muntstelsel van het koninkrijk.
Verkade 94.7 ; HNPM. - (vgl. 77) ; CNM.- (vgl. 2.49.95) RRR licht slagbarstje zfr+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Dubbele wapenstuiver 1765, Middelburg
gewicht 1,37gr. ; zilver Ø 20mm. muntmeester Martinus Holtzhey jr. muntteken burcht
vz. Gekroond proviciewapen van Zeeland geflankeerd door 2 - S, kz. ♜ / ZEE / LAN / DIA / 1 7 6 5
Het betreft hier het laatste jaar van aanmunting van dit munttype. Hiervan werden circa 97.987 stuks aangemunt. Bij eerdere jaren was een productie van 400.000 / 500.000 stuks per jaar geen uitzondering en zo beschouwd was de productie in dit laatste jaar relatief klein. Anders dan bij eerdere jaren, zien we naast het muntteken burcht geen rozetten of sterren. Zeldzaam.
This is the last year of mintage of this coin type. Approximately 97,987 pieces were minted. In previous years, an annual production of 400,000/500,000 pieces was not unusual, and in that respect, the production in this final year was relatively small. Unlike previous years, we see no rosettes or stars next to the castle mint mark. Rare.
Verkade 94.7 ; HNPM.77 ; CNM.2.49.95 R zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Oord 1669, Middelburg
gewicht 3,98gr. ; koper Ø 26mm. muntmeester: Jacob Boreel muntteken: burcht
vz. Buste van prins Maurits naar rechts, daaronder ♖, omringd door de tekst; •MON•NOVA•COMIT•ZELANDIÆ• kz. Gekroond geornamenteerd provinciewapen van Zeeland, 16 - 69 ter weerszijden van kroon, omringd door de tekst; LVCTOR ET • EMERGO •
Op de voorzijde zien we het portret van stadhouder prins Maurits van Oranje-Nassau afgebeeld. Het betreft hier een van de weinige provinciale munten waarop een Oranjevorst (stadhouder) met zijn portret is afgebeeld. Dit was ook eigenlijk voorbehouden aan soevereine vorsten als keizers, koningen, hertogen en graven, niet aan stadhouders. Het nogal eigengereide Zeeland vormt hierin dan ook een uitzondering ten opzichte van de andere provincies. Ondanks dat Maurits in 1625 overleed, bleef men zijn portret tot 1671 afbeelden op de Zeeuwse oorden.
Verkade 95.4 ; HNPM.86 ; Purmer & van der Wiel 4020 ; CNM.2.49.104 S Lichte zwaktes van de slag, lichte dubbelslag en diverse krasjes. Schaars. zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Duit 1754, Middelburg
gewicht 2,72gr. ; koper Ø 22mm. muntteken burcht muntmeester Martinus Holtzhey sr.
variant; met EMENTOR i.p.v. EMERGO met grove lettering
In 1754 duiken er opeens duiten op met de foutieve tekst LUCTOR ET EMENTOR i.p.v. LUCTOR ET EMERGO (vertaald; ik worstel en kom boven). Gezien de grote productie van deze duiten, is dit beslist geen vergissing. Echter in het klassiek Latijn bestaat het woord Ementor helemaal niet. We kennen wel het woord Ementare, dat zoveel als “doden” betekent (volgens Ducange). De betekenis van de tekst zou dan kunnen zijn, “ik vecht en doodt” of “ik vecht en ga dood” kunnen betekenen. Deze laatste verklaring zou dan (vrij vertaald) weer uitgelegd kunnen worden “ik worstel en ga ten onder”. Van der Wis geeft een andere betekenis aan de tekst, namelijk “ik worstel en wordt van mijn zinnen beroofd”. De stempelsnijder heeft deze foutieve tekst willens en wetens aangebracht, maar waarom ? De stempels zijn waarschijnlijk gesneden door muntmeester Martinus Holtzhey sr. Nu speelde er in 1754 een kwestie met fraude en vermissing in het Zeeuwse munthuis. Waarschijnlijk is daar ook een sanctie uit voortgevloeid.
Het kan zijn dat muntmeester Holtzhey uit frustratie en rancune deze tekst heeft aangebracht, om op die wijze de Zeeuwen subtiel een hak te zetten. Het is hoe dan ook een negatieve variant op strijdbare Zeeuwse leus Luctor et Emergo. Waarschijnlijk zullen we het nooit helemaal zeker weten. Het is van alle Zeeuwse duiten uit de jaren ′50 van de 18e eeuw verreweg het meest voorkomend. De correcte versie van de duit 1754 (met EMERGO), is vele malen schaarser…..
Martinus Holtzhey jr. (1764-1788) was de jongste zoon van Martinus sr. Hij was reeds in 1752 (bijna vijftien jaar oud) om louter financiële redenen aangesteld als stempelsnijder van zijn vader te Middelburg. In werkelijkheid was het senior die in die tijd de stempels vervaardigde. Vanaf 1760 was hij tweede muntmeester en in 1764 volgde hij zijn in dat jaar overleden vader op als muntmeester.
Verkade 96.3 ; Purmer & van der Wiel 4011.2 ; HNPM.92.5 ; CNM.2.49.112 ; Pannekeet 15 gebruikelijke ietwat zwakke en grove slag fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
|