
 |
 |
GERMANY - ANTI-POPE SATIRICAL SILVER MEDAL N.D. (ca.1540/1550)
weight 16,28gr. ; silver cast Ø 29mm. medalist: Friedrich Hagenauer (?) (German, born Strasbourg, 1490–1500, died after 1546) design: Nikolaus von Amsdorf (?)
obv. Head of Pope (l) coupled with head of Devil (r), surrounded by the legend; ✱ MALI CORVI MALVM O •✱ (translation: Bad Egg from a Bad Crow) rev. Head of Cardinal (l) coupled with head of Jester (r), surrounded by the legend; x ET STVLTI ALIQANDO SAPITE .+PSAL•XCIII (translation: and, you fools, be wise at last, Psalm 93)
This reverse inscription is taken from the Bible, the second half of Psalm 23:8 in the Vulgate: Intelligite, insipientes in populo; et stulti, aliquando sapite which the Douay-Rheims version translates as "Understand, ye senseless among the people: and, you fools, be wise at last."
It is generally accepted that the Protestant Reformation began in 1517 when Martin Luther nailed his Ninety-Five Theses to the door of the All Saints′ Church in Wittenberg, Germany, in which he protested many practices of the Catholic Church, in particular the sale of indulgences. The movement spread throughout Europe, most notably by Ulrich Zwingli (in Switzerland) and John Calvin (initially in France, later in Switzerland), but also by several other Protestant reformers. It encompassed most of Europe, gaining its strongest adherents in Northern Europe: Germany, Switzerland, Scandinavia, England, Scotland, The Netherlands. The movement was largely concluded in 1648 with the Peace of Westphalia, which ended one hundred thirty-one years of consequent European religious wars. This European Christian reform movement established Protestantism as a constituent branch of contemporary Christianity.
The medal shown here is one of several issued during this period to support the Protestant movement by ridiculing the hierarchy of the Roman Catholic Church. This satirical medal, when rotated at 180 degrees changes the pope, now portraying him as the devil; the figure of the cardinal, on the reverse, when rotated is converted into a jester or fool.
The Latin inscription on the obverse can be translated in various ways, but generally suggests that if the parent (Pope) is evil, the children (his followers) are evil also. The phrase is derived from an ancient Greek anecdote from the fifth century BC.
Barnard notes that the first medals depicting the pope and cardinal were positive images issued during the Reformation by the Roman Catholics in which the rotated images showed another view of each figure in different garb. Later the Protestants of Germany, Holland and Switzerland issued similar satirical medals, but now scurrilous, as the rotated images depicted the Pope as a Devil and the Cardinal as a Fool. Barnard goes on to note: "Many of these medals have been pierced, or provided with loops, for suspension, to facilitate wearing by enthusiasts of either party. Human nature, too, being what it is, we may conjecture that it was sometimes found useful to carry about a pair of rival badges. Displayed by Catholics in a Protestant district, or vice versa, they would probably save the wearer much trouble".
Again Barnard, quoting Klotz, states that the Pope-Devil and Cardinal-Fool types of medals date from between 1537 and 1547 and may have been designed by Luther′s friend Nikolaus von Amsdorf.
It concerns here a very early cast, executed in high relief and with fine details. The work of a real artist medalist. Rare.
cf. Whiting 47 ; cf. Mitchiner, Medals 3018 beautiful specimen in high relief of this famous historical medal vf/xf |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - WEST-FRIESLAND - SLAG OP DE ZUIDERZEE 1573 - Triomfpenning 1615
gewicht 56,68gr. ; zilver Ø 58mm. muntmeester Caspar Wijntgens muntmeesterteken lelie medailleur Jacob Utenwael
vz. Tafereel van de slag op de Zuiderzee met aan de randen de steden Enkhuizen, Hoornen Amsterdam, binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; kz. Harnashelm geplaatst op een trommel omgeven door allerhande wapentuig binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; ✿ INQVISITIO ✿ INQVIRENDO ✿ NIMIS ✿ SEDVLO ✿ SE ✿ IPSAM ✿ PERDIT (vertaald: De inquisitie (het Spaanse vlaggeschip), door te nauwgezet te onderzoeken, vernietigde zichzelf)
kz. • C lelie W • / •II•OCTOBER•1573• / DOOR•LOVTER•GHEWELT / VAN • MENICH • HELT / DER•VRYE•WESTVRIESCHE•NATIE / WERD • BOSSOV • GEVELT / DIT • HIER • GESTELT / TOT • LOFTEKEN • VAN / GODS • GRATIE / • 1615 • (vrij vertaald: Door de strijd van de West-Friese helden werd Busso op 2 oktober 1573 verslagen en deze penning geslagen in 1615 als blijk van dank aan Gods zegen) In 1572 wisten de watergeuzen enkele strategische plaatsen te veroveren zoals Den Briel, Vlissingen en Enkhuizen. Hierdoor konden zij de Rijn, Schelde en Zuiderzee blokkeren teneinde de handel door Spaansgezinde steden te belemmeren. Met name de blokkade van de Zuiderzee en daarmee ook de haven van Amsterdam was Alva een doorn in het oog. Hij besloot daarop in september 1573 tot een aanval op de schans nabij Schellingwoude, alwaar de watergeuzen gelegerd waren. De schans werd door de Spanjaarden veroverd, maar de watergeuzen konden met hun schepen vluchten. De Spanjaarden wilden echter de watergeuzen uit de Zuiderzee verjagen en op 3 oktober deed een Spaanse vloot wederom een aanval op de watergeuzen. De Spaanse vloot stond onder aanvoering van Maximiliaan de Hénin-Liétard, heer van Bossu, die stadhouder was van Holland, Zeeland en Utrecht en admiraal van de Nederlanden namens de Spaanse koning. De watergeuzen stonden onder aanvoering van Cornelis Dirkszoon, burgemeester van Monnickendam. In de dagen daarop werden aan beide kanten zware verliezen geleden, maar de strijd bleef onbeslist. Na een pauze van een paar dagen werd op 11 oktober de strijd hervat. In de Hoornse Hop kwam het tot een treffen die de geschiedenis in zou gaan als de ″Slag op de Zuiderzee″; in een zware strijd slaagden de geuzen erin de mast van het Spaanse vlaggenschip om te hakken. De andere Spaanse schepen sloegen op de vlucht en weken uit naar de haven van het Spaansgezinde Amsterdam. Bossu bleef met het vlaggenschip achter en werd gevangen genomen en opgesloten in het weeshuis van Hoorn. In 1576 werd hij uitgeruild tegen Philips van Marnix van Sint-Aldegonden, een medestander van Willem van Oranje en de mogelijk auteur van het ″Wilhelmus″. Bijkomend resultaat van deze slag was dat Amsterdam thans ook de kant van de opstandelingen koos, en daarna zou uitgroeien tot een zeer belangrijk internationaal handelscentrum.
Deze penning werd geslagen in het atelier van de provincial West-Friese Munt in opdracht van de admiraliteit van het Noorderkwartier van de provincie Holland ter herinnering aan de Slag op de Zuiderzee in 1573. In Hoorn, waar Bossu naartoe gebracht werd na de overwinning op de Spaanse vloot, hebben de burgers plechtig de veroverde Admiraalsvlag, als gedenkteken van de zege opgehangen en daaronder (waarschijnlijk pas in 1615) een tekst (jaarschrift) gesteld welke door Kornelis Thaamszoon gemaakt is. Vanwege deze gebeurtenis is deze penning geslagen want het jaarschrift is de tekst op de keerzijde van deze penning. Het veroverde admiraalsschip de ′Inquisitio′ van Bossu is later gebruikt ter beveiliging van de Eemsstroom. Het omschrift op de voorzijde slaat daarmee ook op dit schip.
van Loon I, pag. 170 ; Roovers 62 (JMP 1953 I, p.30) ; JMP.1957, pag.47 ; Montagu A2 RR Minieme gietgal. Uitzonderlijk mooi exemplaar met zeer scherpe details. pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ONTZET VAN COEVORDEN EN INNAME VAN GRONINGEN DOOR PRINS MAURITS VAN ORANJE-NASSAU - Zilveren penning 1594
gewicht 40,81gr. ; zilver Ø 51mm. medailleur: Gerard van Bylaer Deze historiepenning of triomfpenning werd geslagen in opdracht van de Staten van Friesland.
vz. Aanzicht van de stad Groningen met op de voorgrond de stellingen, kampementen en de belegeringsactiviteiten van de cavalerie in infanterie der Staatse troepen o.l.v. prins Maurits kz. Gekroond wapen van Friesland met daaronder de tekst; HISPANIS / AB EXERC.FOED. / PROVI. INF. GERM / COVORDIO FVGATIS: / GRONINGA•MOX BIMESTRI / OBSID•LIBERT•RESTITVTA / IN MONVMENTV / ORD • FRIS• / F • F / CIƆ IƆ XCIV Voluit luidt deze Latijnse tekst: Hispanis ab exercitu foederatarum provinciarum inferioris Germaniae Covordio fugatis Groningaque mox bimestri obsidione libertati restituta in monumentum ordines Frisiae fieri fecerunt CIƆ IƆ XCIV, hetgeen te vertalen is als: ′de Spanjaarden door het leger der Verenigde Provincie verjaagd van Coevorden en het herstel van de vrijheid voor Groningen na een belegering van twee maanden, hebben de Staten van Friesland deze tot een gedenkteken doen munten 1594′
Sinds september 1592 was Coevorden in handen van Staatsgezinden, en dat sneed voor de Spaansgezinden de oostelijke aanvoerlijn naar Groningen af. Het innemen van Coevorden was van cruciaal belang voor het Spaanse bewind in de Noordelijke Nederlanden. De Spaanse veldheer Francisco Verdugo besloot daarom Coevorden in te sluiten en de stad te belegeren. Aanvang 1593 bezette hij het Huis Gramsbergen, bouwde een schans ter hoogte van Venebrugge, bezette het Huis "de Scheer" en legerde troepen in Emlichheim en Dalen. Verdugo sloeg zijn kamp in oktober 1593 in de Esschenbrugge bij Coevorden. De Spanjaarden legden daarop een dijk aan van de Esschenbrugge door de Hooilanden naar het Klooster, over de Haar naar De Loo. Verdugo was echter niet bekend met het klimaat van Coevorden, en mede door gebrek aan brandstof en voedsel ontstond er een ziekte binnen het legerkamp waarbij veel soldaten omkwamen of deserteerden, een compagnie kromp van 500 naar 100 man. Soldaten die op zoek naar brandstof en voedsel waren, brachten de ziekte ook naar omliggende dorpen waarbij complete gezinnen besmet werden en ook stierven.
In maart 1594 eiste Verdugo andermaal de stad op, waarop vanaf de wallen spottend werd geroepen dat men in Holland of Friesland niet gewoon is om voor mei te verhuizen. De bevelhebber van Coevorden, Caspar van Eussum verwachtte immers spoedig bijstand. En inderdaad, Maurits was vanuit Zwolle op weg naar Coevorden, ondersteund door het Staatse leger van 10.000 soldaten en 2000 man cavalerie sterk. Graaf Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg had zich met zijn dertien vendels Friezen bij Maurits aangesloten. Verdugo′s leger was middels versterkingen van o.a. Frederik en Herman van den Bergh weer aangegroeid tot 7000 man waardoor Maurits in slagorde naar Coevorden trok. Verdugo wachtte echter niet de komst van de Staatsen af, maar brak in de nacht van 7 mei zijn kamp op. Hij zond een deel naar Groningen en trok met de rest brandschattend naar Oldenzaal, vervolgens over de Eems naar het reeds door de Spaansen bezette Lingen. Daarop besloot Maurits op 19 mei met zijn troepen op te trekken naar de stad Groningen, dat nog in handen was van de Spanjaarden. Zijn doel was om middels een belegering de stad weer in handen te brengen van de Republiek (zgn. reductie). Op 22 mei sloegen zij hun kamp op aan de zuidzijde van Groningen. De legerplaats was hoog gelegen tussen het Hoornse- en Schuitendiep. Maurits gaf opdracht deze stromen in te dammen, waardoor naastgelegen land onder water liep. Ook liet hij kanalen aanleggen om zijn geschut aan te voeren, en enkele schansen (waarvan enkele al verlaten waren) in te nemen welke in het omringende land lagen. Alleen de schans bij Aduarderzijl moest stormenderhand ingenomen worden. Nu kon het leger ook vanuit Friesland van aanvoer worden voorzien. De stad Groningen werd geleidelijk ingesloten zodat het was afgesloten van bevoorrading. Het spaansgezinde stadsbestuur van Groningen had gerekend op een ontzetting door troepen van de hertog van Parma, maar die was door Philips II naar Frankrijk gestuurd. Die hulp kwam dus niet.
Een batterij van 60 kanonnen schoot op de verdedigingswerken van de stad. Met name de Oosterpoort moest het ontgelden. Tegelijkertijd liet Maurits een tunnel graven, waarmee de Oosterpoort ondermijnd kon worden. De stad zag geen uitweg meer, waardoor zij capituleerde. De stad en de belegeraars wilden met onderhandelingen beginnen, toen onder de burgerij opstand uitbrak. Albert Jarges (een van de vier burgemeesters van Groningen) werd door de burgerij aangewezen als nieuwe leider en het gevecht tegen de Staatsen werd weer opgepakt. Maurits liet de mijn, die ondertussen onder Oosterpoort geplaatst was, ontploffen, hetgeen 150 doden eiste. De Staatsen konden zo de Oosterpoort innemen en Jarges zag ook geen andere uitweg meer dan te onderhandelen over overgave. Maurits en Willem Lodewijk bleken bereid om bij een eventuele overgave een zeer gunstige regeling met de stad te sluiten. Feitelijk werd de stad in de reductie (d.w.z. terugkeer tot de Republiek) bevestigd in al haar oude rechten, hetgeen uiteindelijk voldoende reden was om de strijd te staken en Maurits en Willem Lodewijk met grote eer de stad te laten binnentrekken. De Spaanse troepen onder leiding van luitenant en commandant van Groningen George van Liauckema kregen een vrije aftocht met wapens en bagage.
van Loon I, pag.448, 1 ; K.P.K. 387 ; JMP.1953.26 ; Saunders/Vanhoudt I, pag.352, no.1594-6 R zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - WEST-FRIESLAND - AR Penning z.j. (1596) m.b.t. de hervatting van de Zeehandel
ongesigneerd, gewicht 54,33gr. ; zilver Ø 48mm.
vz. Neptunes met drietand beweegt zich op een zeemonster over het water, een havenstad met schepen op de achtergrond, erboven een wolk met de Hebreeuwse tekst “Jehova”, het geheel binnen een parelcirkel. In de buitenrand een rozet, gevolgd door de tekst SIDERE•PROFICIANT•DEXTRO•NEPTVNIA•REGNA (vertaald: moge het koninkrijk van Neptunus onder een gunstig gesternte welvaren) kz. Het gekroonde wapenschild van West-Friesland gehouden door twee leeuwen, met in de binnencirkel de tekst INSIGNIA FRISIÆ CIS RHENANÆ en roosje (vertaal: wapenschilden van het binnenrijnse Friesland), in de buitenrand de wapenschilden van de zeven West-Friese steden met daartussen de stadsnamen op opengevouwde boekrollen: ALCKMAER-HOORN-ENCKHVSEN-MEDENBLICK-EDAM-MONICEDAM-PVRMERENT
Geslagen ter herinnering aan de eerste commerciële expeditie naar Brazilië.
Deze penning is in de regel geslagen op een veel lager gewicht van rond de 29 gram, zoals de exemplaren in de Zaar collection en de Adam collection. Dit exemplaar is geslagen op bijna het dubbele gewicht daarvan, een piedfort. zfr/pr met een mooi patina. Hoogst zeldzaam.
The Dutch Republic. Holland. 1596. Medal (Silver, 48mm, 54,33gr.), on the reopening of Dutch maritime commerce; by an unknown engraver. Rosette SIDERE•PROFICIANT•DEXTRO•NEPTVNIA•REGNA (= may the Kingdom of Neptune prosper under fortunate stars) Name of Jehovah in clouds over a scene of shipping, with Neptune riding a sea-monster to left in the foreground. Rev. INSIGNIA FRISIÆ CIS RHENANÆ (= the arms of Frisia on this side of the Rhine) Crowned shield with lion supporters bearing the arms of Frisia; around, shields bearing the arms of the cities of Alkmaer, Hoorn, Enckhusen, Medenblick, Edam, Monicedam and Purmerent (each accompanied by the name on an open scroll).
Struck to commemorate the first commercial expedition to Brazil.
This medal, as catalogued by Betts, is taken to be a precursor for “the Dutch colonies in India, Brazil and St. Thomas” In most cases this medal is struck on a weight of about 29 gram, as in the Zaar collection and the Adam collection. This piece is struck on nearly the double weight of that, a piedfort. Extremely rare
van Loon I, pag.488-489 ; K.P.K.402 ; cf. Betts 16 ; cf. Nomos auction 12, 22 may 2016, lot.255 (good vf CHF 9000 + 20%) ; cf. Zaar Collection, Classical Numismatic Group 87, 18 may 2011, no.2179 ; cf. Adam collection, Heritage, 9-14 january 2013, lot 3560 (nearly vf $ 11.750)
very attractive specimen with a wonderful toning. vf/xf |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - Pronkdaalder of landdagpenning z.j. (1597) ter herinnering aan de Slag bij Turnhout en overwinning door Prins Maurits van Oranje op 24 januari 1597
gewicht 28,16gr. ; zilver Ø 54mm.
vz. Prins Maurits in gevechtsuitrusting te paard naar rechts met geheven zwaard in rechterhand, Turnhout op de achtergrond, binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; ✥LIBERTATEM×NEMO×BONVS×NISI×CVM×ANIMA×SIMVL×AMISIT (vertaald ″geen eerlijk man heeft ooit de vrijheid, als tegelijk zijn leven verloren″).
kz. Wapenschilden van Overijssel, Deventer, Kampen en Zwolle met linten aan elkaar verbonden binnen een gekartelde cirkel, omringd door de tekst; leeuwekop ORDINVM✿TRANSISSVLANIÆ✿INSIGNIA, binnen een gekartelde cirkel, omringd door een border van de zeventien wapenschilden van de bijzondere leden van Overijssel die zitting hadden in de Staten-Generaal. (vertaald ″wapenschilden der Staten van Overijssel″).
Begin 1597 bereidde prins Maurits van Oranje een aanval voor op het Spaanse huurleger, dat bij de plaats Turnhout, in de Kempen was gelegerd. Turnhout was niet ommuurd en wegens nijpend geldgebrek, Spanje was in 1596 voor de derde maal bankroet gegaan, was er veel onvrede onder de soldaten. Eerdere militaire campagnes hadden dit leger bovendien uitgeput en het geldgebrek leidde tot plundering van het Vlaamse platteland. Een groot probleem voor de Spaanse landvoogd Albrecht van Oostenrijk, die de leiding had over de Spaanse troepen in de Nederlanden. Er werd besloten om een aanval te doen op het Staatse Tholen, maar slechte weersomstandigheden verhinderde dit steeds. Deze situatie was Maurits ter ore gekomen en in het geheim bereidde hij een aanval voor op het Spaanse huurleger bij Turnhout, dat vooral uit Italianen, Duitsers en Walen bestond. De troepen verzamelden zich rond Geertruidenberg. Toen het de omvang had van 5000 voetknechten en 800 ruiters trok dit leger o.l.v. Maurits en de commandanten Filips van Hohenlohe-Neuenstein, Charles de Héraugière en Francis Vere op richting Turnhout. Pas toen dit leger Turnhout bijna was genaderd, op 23 januari 1597, werd het door de Spanjaarden opgemerkt. De commandant van het Spaanse leger, de graaf van Varax, poogde nog om zijn troepen terug te trekken naar het beter verdedigbare Herentals, maar deze ontsnappingspoging wist Maurits te voorkomen. Ten zuiden van Turnhout bij het dorpje Tielen ging Maurits op 24 januari 1597 tot de aanval over. De Spanjaarden werden totaal overrompeld, met name door de Staatse cavalerie, en de paniek was groot. De veldslag duurde maar een half uur, maar leidde tot een waar bloedbad. Van het Spaanse huurleger vonden 2000 soldaten de dood, 500 soldaten werden gevangen genomen. Aan Staatse zijde waren slechts 10 doden te betreuren. De buitgemaakte vaandels zouden nog jarenlang de Ridderzaal in Den Haag sieren. Deze Slag op de Tielerheide was van groot belang voor de Noordelijke Nederlanden. Een voorgenomen aanval door de Spanjaarden was voorkomen en met de hulp van Engelse troepen konden de laatste Spaanse gezinde steden in de Noordelijke Nederlanden veroverd worden. De Spanjaarden waren immers ernstig verzwakt. Na dit succes in Turnhout ondernam Maurits een veldtocht waarin o.a. de plaatsen Alpen, Rijnberk, Meurs, Grol, Goor, Bredevoort, Enschede, Ootmarsum, Oldenzaal en Lingen op de Spanjaarden werden veroverd. Een sterke verdedigingslinie van forten en versterkte steden konden worden aangelegd, waarmee de Nederlanden benoorden de Rijn veilig waren gesteld. Deze slag was zeker een van de grootste militaire successen van prins Maurits van Oranje en van grote betekenis voor het verdere verloop van de oorlog, voor de Spanjaarden was het een enorme vernedering.....
obv. Armoured knight (prince Maurice of Orange) on horseback, riding right, the city of Kampen in the background, within dotted circle, surrounded by the legend; ✥ LIBERTATEM x NEMO x BONVS x NISI x CVM x ANIMA x SIMVL x AMISIT (translation: No good man ever lost his liberty except with his life)
rev. Large shield of Overijssel, below; smaller shields of the imperial cities Deventer, Kampen and Zwolle, within dotted circle, surrounded by the legend, lion head above, surrounded by the legend; ❀ ORDINVM ❀ TRANSISSVLANIÆ ❀ INSIGNIA (Arms of the States of Overijssel), within dotted circle, surrounded by 17 shields, each representing one the members of Council of Overijssel.
Struck to commemorate the famous victory of Prince Maurice of Orange at the battle of Turnhout in January 1597, where he defeated a Spanish army under the command of count Varax. His victory was celebrated throughout the United Provinces. For this was not just any victory, but the very first time a victory was achieved in the open field over the famous legions of Spain. The defeat of the Spanish ment that the Dutch held the initiative in 1597 and Maurice exploited this in full: within a period of 3 months he managed to conquer 9 cities. Thus this medal links to a very important event that took place during the 80 Year′s War.
Zeer attractieve pronkdaalder met een mooi patina. Zeldzaam.
A rare and impressive Schautaler with attractive toning. Rare.
van Loon I,pag.494/482.3 ; OP 83 ; JMP 1953 (Roovers) nr. 77 ; Med. Ill. I 172.166. ; vgl. K.P.K. 407-410 R miniem slagbarstje ; very minor flan crack pr |
|
|  |
 |
 |
ITALY - RENAISSANCE / EARLY MODERN TIMES - LYSANDER OF SPARTA - Cast medal n.d. (16th/18th century)
weight 8,11gr. ; bronze Ø 28mm. designed by: Valerio Belli 1468-1546
obv. Bare-headed and draped bust of Lysander right, surrounded by the legend; ΛYΣANΔPOY ΛAKONOΣ rev. Nikè standing right on prow of ship carried by two hippocamps, holding wreath and sceptre; NIKH - NHITHΣ across fields
Lysander was a Spartan admiral and statesman who was very influential during the final years of the Peloponnesian War and for the decade following. He was thought to be the son of a helot mother and a Spartan father. It is not known how he rose to eminence: he first appears as admiral of the Spartan navy in 407 BC, and two years later, he led the Spartans to a decisive victory at Aegospotami, and then blockaded the harbor at Athens until their surrender a year later. By 404 BC he was the most powerful man in the Greek world and set about completing the task of building up a Spartan empire. He was very influential in the replacement of democratic governments throughout Greece, with oligarchies under the control of Spartan governors.
But Lysander′s boundless influence, and the honours paid him, roused the jealousy of the kings and the ephors, and, on being accused by the Persian satrap Pharnabazus, he was recalled to Sparta. Soon afterwards he was sent to Athens with an army to aid the oligarchs, but Pausanias, one of the kings, followed him and brought about a restoration of democracy. On the death of Agis II., Lysander secured the succession of Agesilaus, whom he hoped to find amenable to his influence. But in this he was disappointed. Though chosen to accompany the king to Asia as one of his thirty advisers, he was kept inactive and his influence was broken by studied affronts, and finally he was sent at his own request as envoy to the Hellespont. He soon returned to Sparta to mature plans for overthrowing the hereditary kingship and substituting an elective monarchy, but his efforts were fruitless, and his schemes were cut short by the outbreak of war with Thebes. In 395 BC, Lysander invaded Boeotia from the west, receiving the submission of Orchomenus and sacking Lebadea, but the enemy intercepted his despatch to Pausanias, who had meanwhile entered Boeotia from the south, containing plans for a joint attack upon Haliartus. The town was at once strongly garrisoned, and when Lysander marched against it he was defeated and slain. He was buried in the territory of Panopeus, the nearest Phocian city. An able commander and an adroit diplomatist, Lysander was fired by the ambition to make Sparta supreme in Greece and himself in Sparta. To this end he shrank from no treachery or cruelty; yet, like Agesilaus, he was totally free from the characteristic Spartan vice of avarice, and died, as he had lived, a poor man.
Part of a series of some fifty medals prepared by Belli, portraying famous personalities of antiquity. The piece offered here is not an original from Belli, but a later cast.
HMB III.40 ; cf. Attwood 357c vf |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - MARIA DE MEDICI - Coronation Medal 1610, Paris
weight 22,30gr. ; silver Ø 42mm. engraver: Pierre Régnier (1608-1636)
obv. Crowned bust to the left of Marie de Médicis, wearing a dress embroidered with ermine flecks, covered with a fleur-de-lys drapery and finished with a wide ruff embroidered with the Navarre coat of arms, surrounded by the legend; •MARIA • DEI • GRA • FRAN • ET • NAVAR • REGINA. translation: Mary, by the grace of God, Queen of France and Navarre rev. An olive branch, a palm and a laurel branch crossing a royal crown within circle, surrounded by the legend; ❀ • SECVLI • ❀ • FÆLICITAS ❀ 1610 ❀ • translation: Age of Prosperity
Maria de Medici was born at the Palazzo Pitti of Florence, Italy on 26 April 1575. Maria was the sixth daughter of Francesco I de Medici, Grand Duke of Tuscany, and Archduchess Joanna of Austria. Marie was a member of the powerful House of Medici in the branch of the grand dukes of Tuscany. Her family′s wealth inspired King Henry IV of France to choose Marie as his second wife after his divorce from his previous wife, Margaret of Valois. The marriage contract was signed in Paris in March 1600 and official ceremonies took place in Tuscany and France from October to December of the same year: the marriage by proxy took place at the Cathedral of Santa Maria del Fiore (now Florence Cathedral) on 5 October 1600 with Henry IV′s favorite the Duc de Bellegarde representing the French sovereign. The celebrations were attended by 4,000 guests with lavish entertainment, including examples of the newly invented musical genre of opera, such as Jacopo Peri′s Euridice.
The assassination of her husband in 1610, which occurred the day after her coronation on 13 May, caused her to act as regent for her son, Louis XIII, until 1614, when he officially attained his legal majority, but as the head of the Conseil du Roi, she refused to resign and retained the power and continued as regent. Feeling humiliated by the conduct of his mother, who monopolized power, the King organized, with the help of his favorite the Duc de Luynes, a coup d′état on 24 April 1617. Marie was exiled to the Château de Blois where she was held captive.
In the night of 21–22 February 1619, the 43-year-old Queen Mother escaped from her prison in Blois with a rope ladder and by scaling a wall of 40 m. Gentlemen took her across the Pont de Blois and riders sent by the Duc d′Épernon escorted Marie in his coach. She took refuge in the Château d′Angoulême and provoked an uprising against her son the King, the so-called "war of mother and son" (guerre de la mère et du fils). A first treaty, the Treaty of Angoulême, negotiated by Richelieu, calmed the conflict. However, the Queen Mother was not satisfied and relaunched the war by rallying the great nobles of the Kingdom to her cause (″second war of mother and son″). The noble coalition was quickly defeated at the Battle of Ponts-de-Cé (7 August 1620) by Louis XIII, who forgave his mother and the princes.
Aware that he could not avoid the formation of plots as long as his mother remained in exile, the King accepted her return to court. She then returned to Paris, where she worked on the construction of her Luxembourg Palace. After the death of the Duc de Luynes in December 1621, she gradually made her political comeback. Richelieu played an important role in her reconciliation with the king and even managed to bring the queen mother back to the Conseil du Roi. Marie subsequently traveled to Cologne, where she took refuge in a house loaned by her friend, the painter Rubens. She fell ill in June 1642 and died of a bout of pleurisy in destitution on 3 July 1642, five months before Richelieu. It was not until 8 March 1643 that her body was finally laid to rest in France, in the Basilica of St Denis.
Later copies of this beautiful and famous medal also exist in bronze and silver. However, this example is the very rare original from 1610.
Jacques de Bie p.310-311, pl.103, fig.XI ; Maz. 483 ; TNG.pl.XXXV, no.1 ; Jones 88 RR Some minor scratches. Attractive tone. vf/xf |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN - TACHTIGJARIGE OORLOG, 1568-1648 - PROVINCIE HOLLAND - BERGEN OP ZOOM DOOR PRINS MAURITS ONZET, 22 OKTOBER 1622 - Zilveren penning 1622
gewicht 51,39gr. ; zilver Ø 55mm medailleur W. van Bylaer
kz. Zicht op de fortificaties van de stad Bergen op Zoom in vogelvlucht, daarboven in cartouche de tekst; BERGEN•OP•ZOOM HISP•FVG•2•OCTB •ANNO•1622• kz. Harnashelm geplaatst op een trommel omgeven door allerhande wapentuig binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; HOSTIBVSxMAVRITIOxDVCExFVGATISxIEHOVAExVICTORIA• ❀ •
In 1622 werd Bergen op Zoom belegerd door de Spaanse veldheer Ambrosius Spinola (1569-1630). Hij was van oorsprong een rijke bankier uit Genua, die ook de financiën voor de koning van Spanje regelde. In 1602 leidde hij samen met zijn broer Frederik Spinola een groot leger, die orde op zaken moest stellen in de Nederlanden. Philips II stelde dat Ambrosius stadhouder van Friesland kon worden, hetgeen uiteindelijk nooit gebeurde. In de opvolgende decennia belegerde Ambrosius Spinola vele steden, zoals Oostende, Goor, Oldenzaal, Groenlo, Rijnberk, Lingen, Gulik, Breda en Goes. Ook Bergen op Zoom werd op 18 juli 1622 door hem tevergeefs belegerd. De stad kon stand houden doordat het bevoorraad kon worden vanuit de zee aan de westkant. Een jonge Michiel de Ruyter deed begin september per schip Bergen op Zoom aan, en nam het kamp van Spinola als kanonnier vuur. Door de verdediging vanuit de stad en beschietingen uit zee verloor Spinola veel manschappen. Op 2 oktober arriveerde Maurits van Oranje en werd de stad ontzet. Na meer dan 25 jaar strijd in de Nederlanden reist hij in 1628 naar Madrid om aldaar vrede met de Noordelijke Nederlanden te bepleiten. Zijn voornemen om als rijk man uit de Nederlanden terug te keren was jammerlijk mislukt, integendeel, hij had veel vermogen verloren. De koning van Spanje en diens militaire adviseurs wilden echter niets van vrede met de Noordelijke Nederlanden weten, en Spinola keerde terug naar Italië alwaar hij op 25 september 1630 stief. Daarmee stierf een groot veldheer, die voor Maurits van Oranje-Nassau een geduchte tegenstander was.
van Loon II,149,2 ; JMP.1953,46 R Bijzonder attractief exemplaar met een prachtig patina. Zeldzaam. pr
|
|
|  |
 |
 |
HOLY ROMAN EMPIRE - BOHEMIA - Judenmedaille n.d. (ca. 1622-1637)
weight 14,56 ; gold plated lead Ø 56mm.
obv. Crowned bust of King Philippe VI of France right, wearing regalia, within dotted circle, surrounded by the legend; ✿ PHILIPPUS • SЄXTUS • FRANCORUM • RЄX rev. Crowned bust of Queen Blanche of Navarre left, with pearl necklace and earring, wearing regalia, surrounded by the legend; ∷ BLANCA • P : RЄGIS • NAVARRAE • FILIA
Philippe VI (1293 – 22 August 1350), called the Fortunate, the Catholic and of Valois, was the first king of France from the House of Valois, reigning from 1328 until his death in 1350. Philip married twice. In July 1313, he married his cousin Jeanne the Lame of Burgundy, daughter of Robert II, Duke of Burgundy, and Agnes of France, the youngest daughter of King Louis IX of France. After Joan died in 1349, Philippe married Blanche of Navarre (1331-1398), daughter of Queen Jeanne II of Navarre and Philippe III of Navarre, on 11 January 1350. Sooin after their marriage Philippe VI died at Coulombes Abbey, Eure-et-Loir, on 22 August 1350. They had one daughter, Jeanne Blanche of France.
Provenance: Tradart, Brussels at TEFAF, Maastricht 2016 (certificate will be included)
Archive für Medaillekunde III, 14 Slight irregularity at the edge. Rare. vf/xf |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERLIJDEN JOHAN (JAN) WOLFERT VAN BREDERODE - AR Plaquettepenning 1655
gewicht 79,67gr. ; zilver Ø 67mm. medailleur: Pieter van Abeele ontluchtingsgaatje op de rand
vz. Geharnast borstbeeld van Johan Wolfert van Brederode met de Orde van de Olifant naar rechts, omringd door de tekst; JOH•WOLFERDUS•D•D•BRED•COM•NAT•EX•COM•HOLL• DOM•S•D•V• // A•VICE•C•H•T• CONF• — BEL•IN•C•MARSCH•G voluit: JOHANNES•WOLFERDUS•DOMINUS•DE•BREDERODE•COMES• NATUS•EX•COMITIBUS•HOLLANDIAE• DOMINUS•SUPREMUS•DE•VIANA• AMEYDA•VICE•COMES•HEREDATARIUS•TRAJECT• CONFOEDERATI• BELGII•IN•CAMPO•MARSCHALLUS•GENERALIS, vertaald ; Johan Wolfert, heer van Brederode, geboren graaf uit de graven van Holland, onafhankelijk heer van Vianen en Ameyde, erfburggraaf van Utrecht, opperveldmaarschalk der verenigde gewesten
kz. Kop van een everzwijn naar links, daarboven vlammen, eronder twee brandende lauriertakken (het blazoen van de familie van Brederode) omringd door het devies der brederodes ETSI • MORTUUS • VRIT • CIƆ CICLV • (hoewel dood, brandt hij , 1655)
Johan Wolfert van Brederode werd op 12 juli 1599 geboren te Vianen als zoon van Floris van Brederode en Theodora de Cock van Haeften. Hij was de 16e heer van Brederode en daarnaast heer van Vianen, Noordeloos, Cloetinge, Haaften, Herwijnen en Ameide. Hij was daarmee een der machtigste edelen van de Republiek. Zijn vader Floris overleed in 1599 op 50-jarige leeftijd. De landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt werd daarop aangesteld als toeziend voogd van de kinderen Brederode. De vermaarde Hollandse familie der Brederodes beweerde af te stammen van het Hollandse gravenhuis en voerden daarom de Hollandse leeuw in hun wapen. Hun stamslot was het kasteel Brederode te Santpoort. De naam verwijst naar een stuk gerooide bosgrond ″brede roede″, waarop het kasteel werd gebouwd. Ten tijde van de Hoekse- en kabeljauwse twisten in de 15e eeuw werd het diverse malen geplunderd en deels verwoest. De Brederodes weken daarom uit naar hun slot Batestein bij Vianen, alwaar ook Johan Wolfert werd geboren. De vrije heerlijkheid Vianen was in 1414 door huwelijk tussen Walraven I van Brederode en Johanna van Vianen in bezit gekomen van de Brederodes en was na 1492 hun voornaamste verblijfplaats.
Rond 1630, ten tijde van Johan Wolfert, werd het vervallen slot Batestein hersteld en werden grote siertuinen aangelegd richting rivier de Lek in de stijl van het Buitenhof te ′s Gravenhage. Johan Wolfert huwde in 1619 in Mülheim aan de Ruhr, op slot Broich, met Anna Johanna van Nassau-Siegen, een kleindochter van Jan van Nassau, een jongere broer van Willem van Oranje en de stamvader van ons huidige koningshuis. Ze reisden vervolgens per koets naar Wesel, alwaar ze aan boord gingen van het Statenjacht van prins Maurits met de bestemming Vianen. Uit dit huwelijk kwamen vier levensvatbare kinderen voort. Na het overlijden van Anna Johanna in 1636 huwde hij met Louise Christina van Solms-Braunfels, een zus van Amalia van Solms, de vrouw van Frederik Hendrik van Oranje-Nassau. Uit dat huwelijk werden vijf levensvatbare kinderen geboren. Johan Wolfert maakte carrière in het Staatse leger. Hij begon als soldaat op zijn 14de, als 20-jarige was hij bevelhebber van een compagnie infanteristen, in 1623 was hij kolonel, in 1626 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal, in 1630 werd hij brigadegeneraal, in 1635 generaal der artillerie en in 1642 uiteindelijk veldmaarschalk. Daarnaast was hij van 1630 tot aan zijn dood in 1655 gouverneur van ′s Hertogenbosch. Naar hem werd, als zwager van stadhouder Frederik Hendrik, het nieuwe vlaggenschip de Brederode uit 1644 van viceadmiraal Witte de With en luitenant-admiraal Maarten Tromp vernoemd.
Op dit schip zou Maarten Tromp in 1653 sneuvelen tijdens de Slag bij Ter Heijde. In 1658 ging het schip ten onder tijdens de Slag in de Sont, waarbij ook vice-admiraal Witte de With sneuvelde. Ondanks zijn hoog-adellijke afkomst en het feit dat hij onder de Oranjes carrière had gemaakt in het leger, was hij goed bevriend met Johan de Witt. Tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) onderdrukte Brederode in 1651 Oranjegezinde relletjes in Dordrecht. Hij betoonde zich een republikein en was als eerste edele van de Ridderschap van Holland een krachtig ondersteuner van De Witt. Onder De Witts leiding werd in 1654 vrede met Engeland (Verdrag van Westminster) gesloten waarbij de leiders van Holland een geheime Acte van Seclusie lieten opnemen die het de Republiek verbood de zoon van stadhouder prins Willem II van Oranje - Willem III - automatisch als stadhouder aan te stellen. De belangrijkste ondersteuners waren De Witt, Cornelis de Graeff, Jacob van Wassenaer Obdam en Brederode. Zijn overlijden op 3 september 1655 was dan ook een klap voor raadpensionaris Johan de Witt, omdat de meerderheid in de Ridderschap prinsgezind was. De mannelijke tak van de familie Brederode stierf in 1679 uit met het overlijden van Johan Wolferts jongste zoon Wolfert, de 18e heer van Brederode. De bezittingen werden door de Staat geconfisqueerd. Familieleden begonnen een rechtszaak die een aantal eeuwen (!) duurde voordat de rechtbank uitspraak deed. Op dat moment was er niemand meer die afstamming kon aantonen en de erfenis wordt sindsdien beheerd door de Staat der Nederlanden. In 1967 werd dit vermogen begroot op 3 miljard gulden. Op dit moment is koning Willem Alexander degene die het vruchtgebruik van dit geld heeft, nadat eerder koningin Wilhelmina, Juliana en Beatrix dit vruchtgebruik verkregen hadden. Net als Wolfert, de laatste mannelijke van Brederode, hebben zij Jan van Nassau als stamvader.
van Loon II, pag.402/389 ; K.P.K. 844 RR pr |
|
|  |
 |
 |
ENGLAND / NETHERLANDS - CHARLES II, 1660-1685 - Departure from Scheveningen 24 May 1660
gewicht 77,4gr. ; gegoten en gedreven zilver Ø 70mm. Plaquettepenning vervaardigd n.a..v. het vertrek van de Engelse koning Charles II uit Scheveningen op 24 mei 1660.
vz. Geharnaste buste van Charles II naar rechts CAROLUS.II.D:G·MAGNAE.BRIT.FRA.ET.HIB.REX kz. Zicht op vertrek van Engelse vloot uit Scheveningen, daarboven engel met vaandel “SOLI DEO GLORIA” (vertaald : Alleen aan God de eer) en spelend op klaroen + IN NOMINE MEO EXALTABITUR CORNU EIUS· PSAL·89· (vertaald : Zijn hoorn zal in mijn naam verhoogd worden), op schelp de tekst “S.M. is uit Hollant van Scheveling afgevaren naer sijn Coninerijken A° 1660 Juni 2” van Loon II 481/462.2 ; Eimer 210 ; Frederiks 16/16b1 ; Med.Ill. I 455.44 ; Nav.Med.42 pr
Charles II werd op 29 mei 1630 geboren als tweede zoon van de Engelse koning Charles I (1625-1649) en Henriëtta Maria van Frankrijk. In 1637 ontstond er een conflict met de Schotten. De benodigde gelden om de Schotten te kunnen bestrijden werden hem door het parlement echter niet verleend. Hierdoor kwam hij tevens in conflict met de parlementariërs, hetgeen in 1643 uitmondde in een burgeroorlog tussen Republikeinen en Royalisten. Na jarenlange strijd werd Charles in 1647 gevangen genomen. Tijdens een showproces door een illegaal parlement werd hij veroordeeld wegens hoogverraad. Op 30 januari 1649 werd hij onthoofd. Niet in de laatste plaats door invloed van de leider van de Republikeinen, Oliver Cromwell. Zijn zoon Charles was in 1646 al gevlucht naar Frankrijk. Ook verbleef hij regelmatig in s’Gravenhage. Zijn zus Maria was immers met stadhouder Willem II gehuwd. Na de dood van zijn vader werd hij in 1649 officieel tot koning van Engeland uitgeroepen, als Charles II, maar de uiteindelijk macht lag bij Oliver Cromwell. In 1651 deed hij vanuit Frankrijk een aanval op Engeland, om zijn troon in macht te herstellen. In de slag bij Worchester werd hij echter verslagen en moest hij weer vluchten. Thans vestigde hij zich o.a. enkele jaren in Brugge (1656-1658) en was daar actief lid van diverse schuttersgilden. Oliver Cromwell werd na zijn overlijden in 1658 opgevolgd door zijn onervaren zoon Richard Cromwell. Dit was geen succes en in 1660 werd de verbannen koning Charles II teruggeroepen door het Engelse parlement om de regering weer over te nemen. Zijn koningschap werd dus in ere hersteld. Zijn terugtocht ondernam hij op 24 mei 1660 vanuit Scheveningen. Pieter van Abeele heeft deze historische gebeurtenis vastgelegd op deze plaquettepenning. Vreemd genoeg vermeld hij 2 juni als vertrekdatum, maar geschiedschijving verteld ons dat het vertrek op 24 mei plaats vond.
De regering van Charles II (1660-1685) kende vele tegenslagen en was zeker geen onverdeeld succes.Er was voortdurend een tekort aan geld, er werden twee oorlogen uitgevochten met de Republiek der Zeven Provinciën, waarbij een deel van de Engelse vloot werd vernietigd ( Tocht naar Chatham door Michiel de Ruyter in 1667 ), in 1665 brak de pest uit, in 1666 werd een groot deel van Londen verwoest tijdens de Grote Brand. Charles II stierf op 6 februari 1685 aan een beroerte en werd opgevolgd door zijn katholieke broer James II.
On 4 April 1660, Charles II issued the Declaration of Breda, in which he made several promisis in relation to the reclamation of the crown of England. Monck organized the Convention Parliament. which met for the first time on 25 April. On 8 May it proclaimed that King Charles had been the lawful monarch since the execution of Charles I on 30 January 1649. “Constitutionally”, it was as if the last nineteen years had never happened. Charles returned from his exile, leaving the Hague on 23 May, departing at Scheveningen on 24 May and landing at Dover on 25 May. He entered London on 29 May, his birthday. To celebrate his return to his Parliament, 29 May was made a public holiday, popularly known as Oak Apple Day. He was crowned at Westminster Abbey on 23 April 1661.
The medailleur Pieter van Abeele mentions 2 June as the day of depature from Scheveningen, however this is not was history tells us. He left Scheveningen at 24 May. |
|
|  |
 |
 |
ENGLAND / NETHERLANDS - KINGDOM - MARRIAGE WILLIAM & MARY - AR Medal 1677
gewicht 27,01gr. ; zilver Ø 42mm. engraver: Nicholas Chevalier plain edge
obv. Bare-headed bust of William III facing right, surrounded by the legend; GVILH•III•D•G•PRIN•AVR•HOL•ET•WES•GV. rev. Draped bust of Mary left, hair breaded with pearls, surrounded by the legend; MARIA•D•G•AVR•PRIN•NAT•DE•IORC•
In 1677, this commemorative medal was minted to mark the wedding of William III, Prince of Orange, and his first cousin, Princess Mary (daughter of the Duke of York, later King James II of England). The marriage took place on 4 November 1677, at St James′s Palace. Their joint reign lasted until Mary′s untimely death from smallpox at the age of thirty-two in 1694. William reigned as sole monarch until his death in 1702.
At the first glance, this marriage looks perfectly normal: Mary Stuart, niece of the King of England, marries William III of Orange, Stadtholder of the Netherlands. This union of two dynasties is celebrated by Mary′s uncle with a splendid medal. For the contemporaries, however, there was much more to that event, and its consequences were tremendous.
In the years before the marriage, the political situation in England had been complicated: Except for Charles II and Mary, his niece, almost all members of the royal family were Catholic. The Anglican subjects felt how the hand of the Pope, whom they abhorred, reached out for their country. The king had to exclude his brother from succession, by which he appointed the Protestant Mary as the next queen. For the Anglicans, the prospect of a non-Catholic future made the present easier to bear, as well.
But things turned out differently after Charles′ death. His younger brother James ascended to the throne without meeting any resistance. His position seemed secure. A standing army and safe revenues left no doubt that the Catholic king firmly held the reins of power. Also in foreign policy, England played safe, being allied to France, the most powerful country in Europe. Paradoxically, it was this very constellation that led to James′ deposition and the so-called Glorious Revolution.
By many in England, James′ policies were perceived as the feared attempt to re-Catholicise the country and impose absolute rule. Thus, in a secret letter, a group of nobles invited William III of Orange, the husband of Mary – niece of King Charles II and heiress presumptive –, to take over from James as king. The Dutch prince seized the opportunity, allegedly on grounds of succession rights. As a matter of fact, William, leader of Protestantism, had realised how he could weaken his arch-enemy, the Catholic king of France: By ″taking over″ England.
Favourable winds allowed to cross over to England in the middle of winter 1688. James left the country without putting up any resistance and sought refuge in France. In an unusual double coronation ceremony William and Mary were jointly crowned King and Queen of England on 11 April 1689. Parliament had succeeded in securing important concessions, and the advocates of a parliamentary system saw that as a Glorious Revolution. In fact, there had been no bloodshed, but the process could hardly be called revolutionary. England continued to have a monarch who would always have to negotiate the balance of power anew.
Van Loon III 222.1/236.1 ; Eimer 256 ; MI I, pp. 568-569, 235 ; Farquhar 1910/208 Minor planchet imperfections, otherwise a spledid, beautifully toned example. xf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - NAMEN - BELEG EN HERINNNAME VAN NAMEN DOOR WILLEM III VAN ORANJE-NASSAU IN 1695 - AR Penning 1695
gewicht 35,71gr. ; zilver Ø 45mm. door G.Hautsch
vz. Hercules met de medaillons van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en hertog Maximiliaan Emmanuel von Bayern PROPVGNATORIBVS ORBIS, in de afsnede TESTANTVR FACTA TRIVMPH· kz.Zicht op de stad Namen met haar fortificaties NON AVRO,VIRTVTE DVCVM, in de afsnede NAMVRCVM RECEPTVM MDCVC, met randschrift : REX ANGLVS FVSO GAVDENT BAVARVSQVE NAMVRCO
Siege and recaptue of the city of namur by King Williams III of Orange-Nassau in 1685.·
Het beleg van Namen in 1695 was het tweede beleg van de stad in de Negenjarige Oorlog. Op 30 juni 1692 hadden Franse troepen onder bevel van de maarschalk van Luxemburg de stad ingenomen. Koning Lodewijk XIV van Frankrijk was bij deze aanval in de Zuidelijke Nederlanden aanwezig. Menno van Coehoorn had de verdedigingswerken verbeterd en de citadel verstrekt, maar dit was niet voldoende gebleken. Onmiddellijk na de verovering had Vauban nog verdere perfectioneringen aangebracht. Namen was zo de belangrijkste verstreking in de Zuidelijke Nederlanden geworden. Drie jaar later deed de Liga van Augsburg een poging om Namen terug in te nemen. Op 2 juli 1695 sloegen de coalitietroepen het beleg van stad en citadel, aangevoerd door koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en hertog Maximilian II Emanuel von Bayern, landvoogd van de Spaanse Nederlanden. Op 3 augustus bood maarschalk Louis François de Boufflers aan de stad over te geven, mits hij een staakt-het-vuren van zes dagen kreeg en zich volledig in de citadel mocht terugtrekken. De belegeraars gingen daarop in, sloten een verdrag af en bezegelden het met de uitwisseling van gijzelaars. Het verdrag werd uitgevoerd en de gijzelaars vrijgelaten, waarna de gevechten hernamen. De maarschalk van Villeroy, pas aangesteld als bevelvoerder van Lodewijks Armée de Flandre, deed een poging om de geallieerden af te leiden door Brussel te bombarderen. Deze operatie had niet het gehoopte effect. Het leger van Villeroy bleek vervolgens niet in staat de omsingeling te doorbreken. Op 5 september 1695 gaf Boufflers zich over. Hij had 8.000 van zijn 13.000 manschappen verloren. De geallieerden telden 12.000 slachtoffers.
van Loon IV 143/203.1;Med.Ill.139.395 R zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - MUIDEN - AR Loterijpenning 1697 m.b.t. de Vrede van Rijswijk
gewicht 3,16gr. ; zilver Ø 20,5mm. ontwerper/medailleur: Jan Luder (1648-1719) plaats van vervaardiging: Amsterdam of Londen
vz. Caritas reikt haar linkerhand aan knielende moeder met kind, in de rechter houdt zij een olijftak, vogel (duif?) staande links van haar, omringd door de tekst; DE BARMHERTIGHEYD ROEMT TEGEN HET OORDEEL kz. Brandend altaar waarop wapentuig wordt verbrand, aan de voorkant van het altaar een zeemeerman en zeemeermin die het wapen van Muiden omhoog houden, daaronder 1697, omringd door de tekst; DE VREEDE TOT RYSWYK GESLOOTEN
obv. Caritas (Mercy) extends her left hand to a kneeling mother and child, in her right she holds an olive branch, a bird (dove?) standing to her left, surrounded by the legend; DE BARMHERTIGHEYD ROEMT TEGEN HET OORDEEL rev. Burning altar on which weapons are burned, at the front of the altar a merman and mermaid holding up the coat of arms of Muiden, below that 1697, surrounded by the legend; DE VREEDE TOT RYSWYK GESLOOTEN.
Het Vredesverdrag van Rijswijk, ondertekend op 20 september 1697 tussen vertegenwoordigers van Frankrijk en de Grote Alliantie, maakte een einde aan de negenjarige oorlog (1688-1697) tussen deze partijen. Het was een groot conflict tussen Frankrijk onder koning Lodewijk XIV en de Grote Alliantie, waartoe Engeland, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, het Heilige Roomse Rijk, Spanje en andere Europese mogendheden behoorden. Het was meer een wapenstilstand dan een duurzame vrede. Het slaagde er niet in de kwestie van de Spaanse opvolging aan te pakken, die Europa al snel in een nieuwe grote oorlog zou storten. Lodewijk XIV′s behoud van Straatsburg en andere strategische overwinningen toonden aan dat Frankrijk een machtige en ambitieuze macht in Europa bleef.
Een groot aantal medailleurs vervaardigde penningen ter herinnering aan deze gebeurtenis, waaronder Jan Luder, die hiertoe opdracht kreeg van het stadsbestuur van Muiden (Holland). Deze opmerkelijk kleine penning had een vrij unieke functie: hij werd uitgereikt aan de deelnemers aan de loterij in Muiden dat jaar die de pech hadden geen andere prijzen te winnen, dus bij wijze van troostprijs. Er zijn zes verschillende paren stempels bekend, vooral variërend in de positie van de vogel en andere kleine details.
The Peace Ttreaty of Rijswijk, signed on the 20th of September 1697 between representatives of France and the Grand Alliance, made an end to the nine years′ war (1688-1697) between these parties. It was a major conflict between France under King Louis XIV and the Grand Alliance, which included England, the Dutch Republic, the Holy Roman Empire, Spain, and other European powers. It was more of a truce than a lasting peace. It failed to address the issue of the Spanish succession, which would soon plunge Europe into another major war. Louis XIV′s retention of Strasbourg and other strategic gains demonstrated that France remained a powerful and ambitious force in Europe.
A large amount of medalists fabricated medals commemorating this event, including Jan Luder, who was commissioned to do so by the city council of Muiden (North Holland). This remarkably small medal had a rather unique function: it was given to the participants of the Lottery in Muiden that year that were unfortunate enough to not draw any other prizes, so as a consolation prize. Six different pairs of dies are known, chiefly differing in the position of the bird and other minor details.
Med. Ill. II 175.464 ; van Loon IV, 190/248.2 ; Pax (coll. le Maistre) 342 ; KPK 1853 ; DPR 2473 ; Saunders/Vanhoudt 1697-15 attractief exemplaar met een mooi patina zfr à zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Zilveren overlijdenspenning 1702 van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje-Nassau
gewicht 18,75gr. ; zilver Ø 34mm. medailleur: onbekend
vz. Hollandse leeuw staande naar links binnen een omheining (zgn.Hollandse tuin), kromzwaard in de rechterklauw, in de linkerklauw een speer met vrijheidshoed en bundel van zeven pijlen in top, daarboven de tekst: ANTIQUA - VIRTUTE ET FIDE, in de afsnede MDCCII. Deze Latijnse spreuk betekent ″Van ouderwetse eer en trouw″. kz. Onder het hemellicht dobberen zeven kruikjes op een kalme zee, daarboven de tekst; FRANGIMUR SI COLLIDIMUR, in de afsnede ornament gevormd uit bladeren
Op 4 maart 1702 valt koning-stadhouder Willem III (1650-1702) van zijn paard tijdens een rit op het landgoed bij Hampton Court Pallace in Surrey (Engeland). Na zijn val wordt de koning van Engeland overgebracht naar Kensington Palace en daar overlijdt hij op 8 maart. Hij wordt begraven in Westminster Abbey.
Willem III overlijdt kinderloos. Na zijn dood barst er zowel in de Nederlanden als in Engeland een machtsstrijd los. Omdat de staten van Holland en Zeeland het stadhouderschap erfelijk hebben verklaard besluiten zij af te zien van de benoeming van een nieuwe stadhouder. Zo begint het Tweede Stadhouderloze Tijdperk.
Op de keerzijde zien we de Latijnser spreuk ″Frangimur si collidimur″, dat zoveel betekent als "Wij breken als wij tegen elkaar stoten". Het is afkomstig uit een fabel over twee potten, één van aardewerk en één van brons die samen in de zee drijven en breken als ze botsen. Het benadrukt dat onderlinge verdeeldheid of conflict leidt tot de ondergang van een groep of bondgenootschap. Dat de 7 potten op deze penning op een rustige zee drijven moet de eendracht binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden symboliseren na het wegvallen van stadhouder Willem III.
van Loon IV, p.294/350 ; K.P.K.1984 ; Sanders p.93 R Prachtexemplaar met stempelglans. Zeldzaam. unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - BEZOEK VAN STADHOUDER WILLEM IV VAN ORANJE-NASSAU AAN HAARLEM OP 12 MEI 1747 - AR Penning 1747
gewicht 10,21gr. ; zilver Ø 33mm. door G.Marshoorn
vz. Buste van Willem Karel Hendrik Friso (Willem IV) naar rechts W.C.H.F.PR.VAN ORANJE EN NASSAU., onder borstbeeld G.MARSHOORN. kz. Gekroond stadswapen van Haarlem gehouden door twee leeuwen, daaronder de tekst VOOR HAARLEMS / BURGERY. DIE / FRIZO. VRY EN / BLY.STADHOUDER / VAN ONS LAND. / ONTVING MET HART / IN HAND / 17 5/12 47 P.M / G.M.
Deze penning werd uitgereikt aan leden van de Haarlemse Schutterij. Dit als dank voor het feit dat de schutterij de stadhouder hadden binnengehaald, voor hem had geparadeerd en hem uitgeleide hadden gedaan.
Vervolg van Loon 249 ; KPK.2799 pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - Zilveren penning 1751 m.b.t. inhuldiging van stadhouder prins Willem IV van Oranje-Nassau als markies van Vlissingen & Veere
gewicht 10,61gr. zilver Ø 32mm. medailleur Nicolaas van Swinderen
vz. De Prins als Ulysses, staande tussen zijn zoon Telemachus en zijn gunsteling Eumenes, rechts van de Prins een gebouw met gaanderijen, daaronder initialen maker NVS (Nicolaas van Swinderen), links op de achtergrond een antieke dubbele poort, binnen een cirkel, omringd door de tekst; VETEREM DOMINUM VIDETIS ULYSSEM, in de afsnede SUUM CUIQUE. kz. Raadhuis van de stad Veere, op de versierde pui staat de Stadhouder, links en rechts bevlagde huizen, voor het Raadhuis staat een juichende menigte, daaronder in de afsnede het wapen van de stadhouder tussen MDC - CLI, binnen een cirkel, omringd door de tekst; ❀ STUDIUM MENTEMQUE MEORUM ❀ FID CIV VLISSING & VERA.
Na het Zeeuwse geslacht Borsele bezaten telgen uit het Bourgondische Huis en ten slotte het Huis Habsburg de rechten van de heerlijkheden Vlissingen en Veere. Keizer Karel V verhief Veere en Vlissingen in 1555 tot markizaat. Hij schonk het aan zijn neef Maximiliaan van Bourgondië. Daarmee kwamen grote stukken leengebied op Walcheren in handen van deze nieuwe markies. Maximiliaan heeft daar overigens maar kort van kunnen profiteren, want drie jaar later stierf hij, meer schulden dan bezittingen achterlatend. Met de boedelverkoop in 1567 werd koning Philips II van Spanje de nieuwe eigenaar van het markizaat.
In mei of juni 1581 kwam het markizaat van Vlissingen en Veere in de openbare verkoop en het was prins Willem van Oranje die het hoogste bod uitbracht. Hij kocht Veere voor 74.500 ponden Vlaams en Vlissingen voor 70.200 ponden Vlaams. Daarmee kwam het in bezit van het Huis-Oranje. In 1732 weigerde prins Willem IV het besluit van de Staten van Zeeland tot opheffing van het markizaat te aanvaarden. Nadat hij erfstadhouder was geworden werd hij in 1747 door de Staten bevestigd als ′markgraaf′ (markies), waarna hij zich in 1751 in beide steden plechtig liet inhuldigen. Het Markizaat Veere heeft van 1555 tot 1795 bestaan. Desondanks voert de Koning der Nederlanden sinds 1813 de historische titel van ′Markies van Veere en Vlissingen′, tot op de dag van vandaag......
vervolg Van Loon 317/318, pl.XXVIII 298 ; KPK.2951 Minieme randoneffenheid. Exemplaar met een voortreffelijk patina. Zeer attractief. pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK DER ZEVEN VERENIGDE PROVINCIËN - NIEUWJAAR / VREDE VAN HUBERTUSBURG - Zilveren penning 1764
gewicht 24,43gr. ; zilver Ø 44,5mm. medailleur: Johann Georg Holtzhey
vz. Mercurius met gevleugelde petasos staande naar rechts, zijn linkerknie rustend op vat met daaronder zilver- of goudbaren, zijn linkerhand leunend op een met koorden gebonden pakket waarop de mercuriusstaf ligt, verschrikt omkijkend om te zien hoe papieren documenten (wisselbrieven) door de vier winden worden weggeblazen, terwijl Pax hem daarachter vanuit de wolken met een olijftak daarop wijst, daarboven de tekst; MAGNAS INTER OPES INOPS
De Latijnse tekst ′magnas inter opes inops′ betekent; ′onder grote schatten arm′
kz. Gelauwerd manfiguur, in Romeins gewaad, staande frontaal, licht naar links gewend, met in zijn rechterhand een stralende scepter welke is omkringeld door een slang, zijn linkerhand rustend op een zuil welke is gedecoreerd met ineengeslagen handen binnen een krans gedekt door de scheepskroon, om zijn nek hangt een hart aan een koord, op de achtergrond de zee met diverse schepen met o.a. de vlaggen van Amsterdam en Hamburg, links aan de verre horizonde de opgaande zon, omringd door de tekst; NON CESSIT MALIS SED CONTRA AVDENTIOR IBIT, in de afsnede INITIO ANNI / MDCCL. met daarboven I.G.HOLTZHEY FEC.
De Latijnse tekst ′non cessit malis sed contra audentior ibit′ betekent: ′de handel is niet bezweken onder de rampen, maar zal integendeel met meerdere kracht voortgaan′
Het zinnebeeld op de voorzijde wil uitdrukken hoe, dat bij vrede de buitensporige wisselhandel tot een einde zal komen en de rijkdommen van de handelshuizen in de steden niet langer geblokkeerd zullen blijven, terwijl het zinnebeeld op de keerzijde de hoop uitbeeld dat de handel tussen de steden weer zal worden hersteld en als tevoren zal floreren, in het bijzonder die van Amsterdam en Hamburg, welke steden zwaar te lijden hebben gehad ten tijde van de oorlog.
Deze nieuwjaarspenning van 1764 memoreert dus in feite de Vrede van Hubertusburg die op 15 februari 1763 werd gesloten en een einde maakte aan de Zevenjarige Oorlog.
cf. Heritage, sale on 24 August 2024, Lot 23245 (in unc: $ 1.500 incl. commission)
Vervolg van Loon pag 413, Pl.XXXIV, 370 ; Pax 611 ; KPK.3084 Attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK DER ZEVEN VERENIGDE PROVINCIËN - AMSTERDAM - AFBRANDEN AMSTERDAMSE SCHOUWBURG - Zilveren penning 1772
gewicht 18,00gr. ; zilver Ø 39mm. medailleur: Theodoor van Berckel (1739-1808)
vz. Binnen een geprofileerde boord een jammerende dame met opgestoken armen, zittende in het puin van de afgebrande schouwburg, daarboven een banderol met de tekst: EX HIS RENASCERE PHOENIX (vertaald; hieruit werd de fenix herboren), in de afsnede in drie regels de tekst: MULCIBER VASTAVIT / IV IDUS MAJAS / MDCCLXXII, daaronder de naam van de medailleur: T•V•BERCKEL•F• kz. Binnen een geprofileerde boord, onder toneelattributen, in acht regels de tekst: TONEELSPEL ZWYG: DE / SCHOUWBURG BLAAKT, / DOOR EIGEN LICHT IN / BRANDT GERAAKT; / TREUR YSTROOM: UW / TONEELSPELWONDER / HAALD IN EEN ′NACHT′ DEN SCHEDEL ONDER•, daaronder guirlande gevormd uit bladeren
De Amsterdamse schouwburg was voor de verwoestende brand op 11 mei 1772 gevestigd aan de Keizersgracht 384. Deze schouwburg, bekend als de Schouwburg van Van Campen, werd in 1637-1638 gebouwd naar ontwerp van de befaamde architect Jacob van Campen. In de jaren 1664-1665 werd het vervangen door nieuwbouw van Philips Vingboons en in 1665 feestelijk heropend. Dit gebouw brandde volledig uit, waarbij achttien mensen omkwamen. Oorzaak van de brand was een vallende kaars bij de belichting van een toneelstuk, waarna het decor vlam vatte. De historische toegangspoort van dit gebouw is nog steeds te zien op die locatie. Het pand is in 1999 verbouwd tot het huidige hotel The Dylan.
Dominee Nicolaas Tetterode speelde een belangrijke rol in het Amsterdam van 1772. Steeds minder mensen gingen naar de kerk. Dat was een doorn in het oog van de predikant. Toen de schouwburg van Amsterdam brandde suggereerde Tetterode dat God wraak nam. De tempel van losbandigheid is in de as gelegd. De veelal rijke burgers waren liberaal, geëmancipeerd en zelfbewust. Er werd onmiddellijk gesproken over herbouw. De burgemeester van Amsterdam liet ds. Tetterode bij zich komen en verzocht hem namens de regering te willen zorgen ′dat de Heeren Predikanten op den predikstoel over de verbranding van den schouwburg en hetgeen daarbij geschiet is sig niet geliefden uyt te laten.′ Ofwel: ze moesten hun mond houden over dit onderwerp. Een jaar later stierf van Tetterode.
Medailleur Theodoor van Berckel De zeer kundige medailleur Theodoor Victor van Berckel heeft de stempels van deze penning vervaardigd. Hij werd op 21 april 1739 te ′s-Hertogenbosch geboren als zoon van Theodoor Everard van Berckel, een zilversmid aldaar. Op 11-jarige leeftijd werd de jonge Theodoor Victor leerling zilversmid bij zijn vader en leerde aldaar het vak van zilversmid en graveur . Al sinds het begin van de 18e eeuw leverde de familie van Berckel zilveren vroedschapspenningen aan het stadsbestuur van ′s-Hertogenbosch. Tot 1763 werkte Theodoor Victor voor zijn vader in het atelier aan de kerkstraat in ′s-Hertogenbosch. Op 24 april 1763 trad Theodoor Victor van Berckel in de Sint-Jan van ′s-Hertogenbosch in het huwelijk met Anna Maria Nouhuijs. Hiermee was een nieuwe fase aangebroken in zijn leven want zeer kort daarna vestigde het jonge paar zich in Rotterdam. Volgens de gegevens van het Rotterdams Stadsarchief werd Van Berckel 3 juni 1763, ″onder acte van het Roomsch-Catholiek Armbestuur in de Leeuwenstraat, finaal in Rotterdam geadmitteerd″. Daaruit mag niet de conclusie getrokken worden dat Van Berckel arm was. Het Armbestuur stond er garant voor dat de vreemdeling Van Berckel zelf in zijn onderhoud en dat van zijn gezin kon voorzien. Van Berckel vestigde zich als zelfstandig stempelsnijder. Het valt niet met zekerheid vast te stellen of hij in Rotterdam ook het vak van zilversmid uitoefende. Uit de archieven van de maasstad is bekend dat de meeste van de kinderen van het jonge echtpaar in Rotterdam werden geboren. In zijn ″Rotterdamse periode″ legde Theodoor Victor zich vooral toe op de vervaardiging van familiepenningen, vooral bij huwelijk of huwelijksjubilea.
Na zijn verblijf in Rotterdam verliep zijn carrière aanvankelijk voorspoedig. In de periode 1776-1789 was Theodoor Victor werkzaam als graveur-generaal van de Keizerlijke Munt in Brussel. Na de Brabantse Omwenteling in 1790 bleef Theodoor Victor werkzaam aan de Munt te Brussel, maar thans voor het nieuwe revolutionaire bewind. Hij kreeg de opdracht tot het vervaardigen van een nieuwe muntenreeks ; koperstukken van 1 en 2 oorden, zilverstukken van een halve en hele gulden, de zilveren leeuw van 3 gulden en de gouden leeuw van 12 gulden. Spoedig daarna werd het Oostenrijkse gezag hersteld. Theodoor Victor kon ondanks zijn werkzaamheden voor de revolutionairen aanblijven aan de Munt van Brussel en vervaardigde aldaar nog een reeks van inhuldigingspenningen met het portret van keizer Leopold II, die in 1790 Joseph II was opgevolgd. In 1794 kwam een einde aan het bewind van de Oostenrijkse in de Zuidelijke Nederlanden, en werden zij door de Fransen verdreven. Theodoor Victor bleek nadien voor de Oostenrijkers werken o.a. in Linz en Wenen. Zijn vrouw en kinderen verhuisden naar het Duitse Anholt. Het verblijf in Wenen, ver van zijn familie, viel hem zwaar. Wanneer hij kon maakte hij de lange, zware tocht van Wenen naar Anholt of ′s-Hertogenbosch. Op 3 november 1802 overleed zijn echtgenote Maria Anna Nouhuys. In diezelfde winter werd Van Berckel ernstig ziek. Waarschijnlijk veroorzaakte verwaarlozing van een verkoudheid een ernstige oogziekte waarna hij zijn vak niet meer kon uitoefenen. Hij reisde in die periode half blind door Europa en vestigde zich tijdelijk en later permanent in zijn geboortestad ′s-Hertogenbosch waar hij op 19 of 21 september 1808 overleed.
Toen deze penning werd vervaardigd, was Van Berckel woonachtig te Rotterdam. Mogelijk is deze penning dus aldaar vervaardigd.
Vervolg van Loon 469 ; KPK.3248 Zeer mooi exemplaar met zeer scherpe details. Zeldzaam. pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK DER ZEVEN VERENIGDE PROVINCIËN - HOLLAND - LEIDEN - Zilveren penning 1774 t.g.v. 200 jaar Leids Ontzet
gewicht 19,27gr. ; zilver Ø 40mm. medailleur: Karel Frederik Konsé
vz. Binnen een geprofileerde boord, een gezicht op Leiden gezien vanaf de Lammerschans met daaronder een urn waaruit water stroomt welke de Lammerschans overstroomt, daarboven een grote wolk waaruit een arm met opgeheven zwaard komt geflankeerd door de tekst; DEI MANV, - & AQVA, in de afsnede MDLXXIV• / C:F:K.
Dei Manu Aqua betekent: ′Door Gods hand en het water′. Bij het beleg van Leiden kon men het opgestuwde water na een noordwesterstorm, waardoor de Spanjaarden voor hun leven moesten vluchten, zien als de hulp van God.
kz. Binnen een geprofileerde boord, zuil met bovenin een wapenschild met het stadswapen van Leiden, daaronder drie ovale schilden met borstbeelden van Van der Werff, Van der Does en Van Hout en een wapperend lint met opschrift: VIRTVTE & FORTITVDINE, verder is de zuil met loof omkranst, die aan beide zijden van de zuil afhangen, en de basis van de zuil is versierd met guirlandes, in de afsnede het opschrift: CELEBR: 3 OCTOB: / 1774, omringd door de tekst: I I JVBILÆO LIBER - ATIONIS LEIDENSIS.
Virtute et Fortitudine betekent: ′Door moed en dapperheid.′
Een geharnaste arm die uit een wolk steekt en een zwaard vasthoudt, is een krachtig heraldisch en symbolisch motief dat doorgaans staat voor goddelijke bescherming, ingrijpen van bovenaf, rechtvaardigheid en weerbaarheid. De wolk symboliseert de hemel of de hemelse sfeer, terwijl de arm kracht en actie vertegenwoordigt. Deze symboliek wordt ook wel geassocieerd met het bijbelse verhaal uit 2 Koningen 19:35. Daarin wordt verhaald dat het machtige leger van de Assyrische koning Sanherib (r. 705-681 v.Chr.) tijdens een belegering van Jeruzalem, dat werd verdedigd door de Joodse koning Hizkia, in de nacht vanuit de hemel door een engel werd aangevallen. Daarbij werden 185.000 Assyrische soldaten gedood en mislukte de belegering. Zo bezien staat de stad Jeruzalem symbool voor Leiden en de Assyriërs voor de Spanjaarden.
Van der Werff, van der Does (Janus Dousa) en van Hout waren de helden ten tijde van de belegering van Leiden. Zo was Pieter Adriaansz. van der Werff burgemeester van Leiden. Jan van der Does, heer van Noordwijk, was bevelhebber en Jan van Hout was secretaris van de stad Leiden. Met name de rol van burgemeester Van der Werff is legendarisch door zijn uitspraak ″Eten heb ik niet, maar ik weet dat ik eens moet sterven. Als gij dan door mijn dood geholpen zijt, slaat de handen aan dit lichaam, snijdt het in stukken en deel het uit zo ver als mogelijk is. Ik ben dan getroost.″
Vervolg van Loon 492 ; KPK.3273 RR Oneffenheid aan de rand, mogelijk productie gerelateerd. RandoneffenheVoortreffelijk prachtexemplaar met zeer scherpe details en een fantastisch patina. Zeer zeldzaam. unc- à pr/unc |
|
|  |
 |
 |
MEXICO - AR proclamation Medal 1788, Mexico City
weight 143,09gr. ; silver 67mm. Commemorating the Academia de San Carlos de Mexico. By Geronimo A. Gil. Struck 1788.
obv. Draped bust right, wearing a sash and the Order of the Golden Fleece * CAROLUS * III * HISPANIARUM * ET * INDIARUM * REX * // MEXICANA * ACADEMIA * FUNDATORI * SUO rev. The elaborate sepulcher of Carlos III; in exergue, * EXTINCTUS * // * AMABITUR * IDEM * in two lines (″Although deceased, he is still loved″). QUI * INGENUAS * * REVOCAVIT * ARTES * (″Who renewed the Liberal Arts″).
The sepulcher of Carlos III is located at The Royal Seat of San Lorenzo de El Escorial, which was built by King Philip II of Spain for several purposes, one being the final resting place of the Kings of Spain. The complex includes a palace, basilica, monastery and library. The Royal Crypt is located beneath the basilica and convent. There are two separate Pantheons containing the remains: The Pantheon of Kings contains the remains of Kings and Queens, who were also mothers of Spanish Kings; and The Pantheon of Infantes is the resting place of other members of the Royal Family. Initially, the remains are taken to one of two decaying chambers (pudridero), where they are placed into a leaden urn and remain for 20 to 30 years. These urns are then interred into the marble sepulchers, or tombs, in either the Pantheon of Kings or the Pantheon of Infantes.
Grove C.137 ; ref. Collection Fonrobert 6398 RR Minor edge nick. Very rare medal with attractive toning. good xf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - KONINKRIJK HOLLAND - LODEWIJK NAPOLEON, 1806-1810 - Zilveren penning 1809 m.b.t. het Nut van het Algemeen
gewicht 8,17 gr. ; zilver Ø 34,5mm. ontwerp van de medailleur H.Lageman vz. Vrouw in klassiek gewaad zittend naar links met toorts, daarboven VOOR ALLEN, eronder TOT NUT VAN T ALGEMEEN H.L.:F kz. 25 JAREN BESTAAN 18 - 11/16 – 09 binnen krans, daaronder H.LAGEMAN FECIT
De Maatschappij tot Nut van ′t Algemeen of kortweg Het Nut, werd op 16 november 1784 in de Doopsgezinde pastorie van Edam opgericht. Daarbij speelde Ds.Jan Nieuwenhuyzen (1724-1806) een voortrekkersrol. Deze sociaal betrokken man was getroffen door de idealen van de Verlichting evenals zijn zoon en mede oprichter Martinus Nieuwenhuyzen (1759-1793). Doel is het welzijn, in de breedste zin van het woord, van de individu en de gemeenschap te bevorderen. Daarbij moet men vooral denken aan onderwijs, cultuur, maatschappelijke discussie, financiële zaken, die onder de lagere bevolking dienden worden bevorderd, zeker in de eerste 150 jaar. Er ontstonden overal ten lande plaatselijke afdelingen en ook werden belangrijke Nutsinstellingen opgericht zoals de Nutsspaarbank (1818), de Nutsverzekering, de Nutsleeszalen, de Nutsscholen- en volksuniversiteiten. In de 20e eeuw werden de meeste van deze taken overgenomen door de overheid of het bedrijfsleven, maar de Maatschappij tot Nut van ′t Algemeen bestaat nog steeds en is sinds 1981 weer gevestigd te Edam.
Nahuys I,pl.XI,78 ; Slg.Julius 2223 ; Bramsen 928 ; K.P.K.3882 Lichte onregelmatigheden aan de rand, welke bij de productie zijn ontstaan. Mooi patina. pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - GALILAEUS GALILAEI - Uniface Pb medal n.d. (circa 1818)
weight 24,49gr. ; lead Ø 42mm. designed by Gayrard, produced by Durand
obv. Bust of Galilaeus Galilaei to right GALILAEUS GALILAEI, GAYRARD F. below bust. rev. Plain, with collection number written with ink
Galileo Galilei (15 February 1564 – 8 January 1642) was an Italian polymath. Galileo is a central figure in the transition from natural philosophy to modern science and in the transformation of the scientific Renaissance into a scientific revolution.Galileo studied speed and velocity, gravity and free fall, the principle of relativity, inertia, projectile motion and also worked in applied science and technology, describing the properties of pendulums and ″hydrostatic balances″, inventing the thermoscope and various military compasses, and using the telescope for scientific observations of celestial objects. His contributions to observational astronomy include the telescopic confirmation of the phases of Venus, the discovery of the four largest satellites of Jupiter, the observation of Saturn′s rings (though he could not see them well enough to discern their true nature) and the analysis of sunspots. Known for his work as astronomer, physicist, engineer, philosopher, and mathematician, Galileo has been called the ″father of observational astronomy″, the ″father of modern physics″, the ″father of the scientific method″, and even the ″father of science″.
Some minor rim nicks vf+ |
|
|  |
 |
 |
FRANCE - LOUIS XVIII, 1815-1824 - AR Jeton 1822, Cambrai
weight 13,42gr. ; 30x30mm. medailleur: Jacques-Jean Barre Barré
obv. Portrait of Louis XVIII facing left, BARRE F. below, surrounded by the legend; LOUIS XVIII ROI - DE FRANCE rev. Crowned imperial eagle with arms of cambrai on chest, 1822 below, surrounded by the legend; BONNE VILLE - DE CAMBRAI
Jacques-Jean Barre (3 August 1793 – 10 June 1855) started his carreer as engraver ca. 1820. In the decades that followed, he designed numerous medals. His skill and expertise did not go unnoticed. He was the 17th chief coin engraver (graveur général) at the Monnaie de Paris between 1842 and 1855. In this position, he engraved and designed French medals, the Great Seal of France, bank notes and postage stamps, as well as the first Swiss coinage which was initially minted there.
xf-/xf+ |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM I, 1815-1840 - Zilveren gedenkpenning 1834 m.b.t. 50 jarig jubileum van het Genootschap tot Nut van ′t Algemeen
gewicht 14,06gr. ; zilver Ø 36mm. medailleur: David van der Kellen
vz. De Maatschappij, verbeeld als antiek geklede vrouw, zittend naar links met toorts en hoorn des overvloeds, daarvoor lessenaar met opengeslagen boek met de tekst ″VOOR ALLEN″ en naakt knaapje met opengesneden granaatappel lopend naar rechts, links een korenschoof, rechts onder de medailleursinitalen VDK •F•, in de afsnede: TOT NUT / VAN′T ALGEMEEN. kz. Eikenkrans met daarbinnen de 4-regelige tekst; VIJFTIGJARIG / BESTAAN / XII AUGUSTUS / MDCCCXXXIV
De Maatschappij tot Nut van ′t Algemeen of kortweg Het Nut, werd op 16 november 1784 in de Doopsgezinde pastorie van Edam opgericht. Daarbij speelde Ds.Jan Nieuwenhuyzen (1724-1806) een voortrekkersrol. Deze sociaal betrokken man was getroffen door de idealen van de Verlichting evenals zijn zoon en mede oprichter Martinus Nieuwenhuyzen (1759-1793). Doel is het welzijn, in de breedste zin van het woord, van de individu en de gemeenschap te bevorderen. Daarbij moet men vooral denken aan onderwijs, cultuur, maatschappelijke discussie, financiële zaken, die onder de lagere bevolking dienden worden bevorderd, zeker in de eerste 150 jaar. Er ontstonden overal ten lande plaatselijke afdelingen en ook werden belangrijke Nutsinstellingen opgericht zoals de Nutsspaarbank (1818), de Nutsverzekering, de Nutsleeszalen, de Nutsscholen- en volksuniversiteiten. In de 20e eeuw werden de meeste van deze taken overgenomen door de overheid of het bedrijfsleven, maar de Maatschappij tot Nut van ′t Algemeen bestaat nog steeds en is sinds 1981 weer gevestigd te Edam.
Dirks 496 vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar met attractief patina unc- |
|
|  |
 |
 |
GREAT-BRITAIN - VICTORIA, 1837-1901 - LONDON - OPENING THE NEW COAL EXCHANGE LONDON - Medal 1849, Birmingham
weight 6,07gr. ; white metal (pewter ?) Ø 26mm. plain edge Minted at Allen & Moore, Birmingham, United Kingdom
obv. Crowned bust of Queen Victoria facing left, surrounded by the legend; H.M.G.M.QUEEN - VICTORIA, surrounded by a raised band with the legend; BORN MAY 24 1819. CROWNED JUNE 28 1838 . MARRIED FEB: 10 1840.+ rev. Image of the New Coal Exchange building, above the legend; THE NEW COAL EXCHANGE, LONDON, in exergue the legend; OPENED BY / HER MAJESTY / OCTR:30 1849
Laurence Brown 2354 ; Whittlestone & Ewing 578 B1 ; Fearon 300.5 ; Taylor 161a ; Numista 86093 A beatiful lustrous example. Near mintstate. unc- |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - UTRECHT - AE Penning 1864 m.b.t. burgemeester Nicolaas Pieter Jacob Kien
25 jarig ambtsjubileum (1839 - 1864) van Nicolaas Pieter Jacob Kien als burgemeester van Utrecht medailleur; David van der Kellen gewicht 137,38gr. ; brons Ø 65mm.
vz. Borstbeeld van Nicolaas Pieter Jacob Kien naar links MR. NICOLAAS PIETER JACOB KIEN. Onder het borstbeeld D. VAN DER KELLEN F. kz. XXI MAART MDCCCXXXIX - DEN BURGEMEESTER VAN UTRECHT ERKENTELIJKHEID GENEGENHEID HULDE - XXI MAART MDCCCLXIV. binnen eikenkrans
Nicolaas Pieter Jacob Kien werd op 19 april 1800 geboren te ′s Hertogenbosch als zoon van Jacob Kien en Elisabeth Hester van Adrichem. Hij stamt uit een geslacht van bestuurders; zijn grootvader Nicolaas Kien was al eerder een aantal keer burgemeester van Utrecht geweest en zijn vader was schepen in ′s Hertogenbosch. Kien studeerde rechten aan de Universiteit van Utrecht, promoveerde in 1825 en vestigde zich in Utrecht als advocaat. Met een onderbreking in 1831, waarin hij als kapitein van de schutterij deelnam aan de Tiendaagse Veldtocht, vervulde hij diverse publieke functies; lid van het kiescollege (1829), wethouder van Utrecht (1838), burgemeester van Utrecht (1839-1878), Lid van de Tweede Kamer (1845-1848), lid van de Provinciale Staten (1850), lid van de Tweede Kamer (1858-1875). Hij bleef zijn gehele leven ongehuwd en het was opmerkelijk dat hij carrière maakte want men zag hem vaak de zusters van betaalde liefde bezoeken, waardoor zijn reputatie niet vlekkeloos was. Ondanks al zijn werkzaamheden was hij bijna veertig jaar burgemeester van de stad Utrecht. In die jaren gold hij als een conservatief regent; hij was eigenzinnig, heerszuchtig en niet geliefd bij het volk. Onder zijn leiding zijn er veel oude stadsmuren en -poorten gesloopt. Velen zagen hem graag vertrekken en het is tekenend dat er naar Kien in de stad geen straat of plein vernoemd is. Hij overleed te Laken op 17 juli 1879.
Zwierzina 4 pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
SWITSERLAND - VIER WALDSTETTEN: URI, SCHWYZ, UNTERWALDEN AND LUZERN - Medal 1886
weight 42,51 ; copper Ø 43mm. engraver: Hugeus Bovy
obv. City gate with an armed knight standing frontally inside, on the left side of the gate a ribbon with the Latin date MCCCLXXX, on the right side MDCCCLXXX, at the outer left side: HUGUES BOVY SC. rev. Cross with in the angles the arms of the four cities, surrounded by the legend; ✠HЄ ЄR HAT ЄINS LOЄWEN TVT SIN MANNLICH DAPFER STERBЄN WAS DЄN VIЄR WALTSTЄTTЄN GVT
The Vier Waldstätten (Four Forest Cantons) are the historic core cantons of Switzerland surrounding Lake Lucerne: Uri, Schwyz, Unterwalden, and Lucerne. This region, also known as the cradle of the Swiss nation (original cantons), is renowned for its dramatic fjord-like landscape, historical significance (Rütli Meadow), and tourist attractions such as the city of Lucerne and the Rigi and Pilatus mountains.
In 1291 Uri, Schwyz and Unterwalden entered into an alliance, which was joined by Lucerne in 1332. It forms the basis of the later Swiss Confederation. Apparently, an important event also took place between the four cities in 1386, because this medal commemorates their 500th anniversary.
Hugues Bovy (1841-1903) was a Swiss engraver/ medalist from Geneva. He was born at Geneva, on 20 May 1841. Third generation of the Bovy family of Swiss engravers and medalists, all of whom had worked for Geneva mint.
xf- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
GERMANY - FRIEDRICH SCHILLER - Medal n.d. (ca. 1920/1930)
weight 10,71 ; red earthenware Ø 41mm.
obv. Portrait of Friedrich Schiller right, surrounded by the text; ✿ FRIEDRICH SCHILLER ✿ / 1759 - 1805 rev. WO / ROHE KRÄFTE / SINNLOS WALTEN , / DA KANN SICH KEIN GEBILD / GESTALTEN , / WENN SICH DIE VÖLKER / SELBST BEFREIN / DA KANN DIE WOHLFAHRT / NICHT GEDEIHN within border of dots
Wo rohe Kräfte sinnlos walten, Da kann sich kein Gebild gestalten, Wenn sich die Völker selbst befrein, Da kann die Wohlfahrt nicht gedeihn.
Poem, from: Das Lied von der Glocke, 1799
Friedrich von Schiller (1759 - 1805), Johann Christoph Friedrich Schiller, ab 1802 von Schiller, deutscher Arzt, Dichter, Philosoph und Historiker; gilt als einer der bedeutendsten deutschsprachigen Dramatiker und Lyriker.
In reference works and by many dealers, this material is often described as ″porcelain″. This is nonsense. In reality, it′s simply red earthenware.
xf |
|
|  |
|