
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRISIA - PSEUDO MEROVINGISCHE MUNTSLAG - Gouden Tremissis (triens), circa 610-630
gewicht 1,26gr. ; goud Ø 8mm.
vz. Sterk gestileerd portret naar rechts (?) kz. Gevoet kruis, daaronder een korte dikke lijn, omringd door een gelijnde cirkel met tien stippen
Er zijn exemplaren van dit munttype teruggevonden in Engeland (te Crondal en Hemer), maar vooral in Midden- en Noord-Nederland w.o. te Nietap. Die muntvondst bevond zich in terpaarde dat weer afkomstig was uit Friesland. Kenmerkend voor dit type is dat ze geslagen zijn met versleten en geoxideerde voorzijdestempels waardoor een ruw patroon is ontstaan waar nauwelijks iets van te maken valt. Omdat hier imitatiemuntslag betreft naar Merovingisch voorbeeld is het toch meest waarschijnlijk dat het hier toch om een portret gaat. Daarnaast zijn de zeer kleine muntplaatjes kenmerkend voor dit munttype. Algemeen wordt aangenomen dat dit munttype, met Christelijke symboliek, in Frisia is vervaardigd, maar een exacte locatie van het muntatelier valt niet te geven. Hoogst interessant en zeer zeldzaam.
van der Chijs - ; MEC - ; vgl. Prou 684 ; De Belfort 5517 JMP.1975-1977 (vondst Nietap), pag. 51, no.8-10 ; vgl. Boeles 1947, nos.21-22 RR zfr/pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - PSEUDO MEROVINGISCHE MUNTSLAG - FRISIA - Gouden Tremissis (triens), circa 625-645
gewicht 1,21gr. ; goud Ø 13,5mm. type B van Dronrijptype
vz. Sterk gestileerd borstbeeld naar links, daaromheen verbasterde tekst kz. Gevoet kruis tussen twee letters, daaronder een punt, binnen parelcirkel, daaromheen verbasterde tekst
In onze gebieden werden vaak tremissis uit zuidelijker gebieden, die onder Merovingisch bestuur vielen, nagebootst. Deze munt heeft vermoedelijke een tremissis uit Chalon als voorbeeld gehad (zie Depeyrot plaat 38-39). Het bewijst dat er in die tijd handelscontacten bestonden tussen de Friese Gebieden ten noorden van de Rijn en de zuidelijke Merovingische gebieden, waarbij de rivieren als Maas, Moezel en Rijn fungeerden als de belangrijkste verkeersaders. Omdat diverse exemplaren van dit type in 1876 aan het daglicht kwamen bij een schatvondst in een terp te Dronrijp, heeft men dit type naar deze vondst vernoemd. Ook in de schatvondst te Nietap (rond 1900) waren diverse exemplaren van dit type aanwezig (zie JMP 1975-1977, pag.23-62 en plaat 19). Ze zullen dus ongetwijfeld in het gebied van het huidige Friesland zijn geslagen, waarschijnlijk niet ver van Dronrijp in Westergo. Uiterst zeldzaam.
van der Chijs 2,21-23var. ; MEC 517var. ; vgl.Belfort 5434 ; Prou 1239var. ; Pol 22-26var. ; Boeles vgl. PL.XL,no.11,pagina 315 type B RRR Vrijwel ongecirculeerd prachtexemplaar. pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - PSEUDO MEROVINGISCHE MUNTSLAG - FRISIA - Gouden Tremissis (triens), circa 630-645
gewicht 1,30gr. ; goud Ø 14mm. Dronrijptype serie V
vz. Gedrapeerd borstbeeld naar rechts, omringd door een pseudotekst kz. Gevoet kruis tussen twee letters, daaronder een dikke stip, binnen parelcirkel. In de buitencirkel een pseudotekst
In onze gebieden werden vaak tremissis uit zuidelijker gebieden, die onder Merovingisch bestuur vielen, nagebootst. Deze munt heeft vermoedelijke een tremissis uit Chalon als voorbeeld gehad (zie Depeyrot plaat 38-39). Het bewijst dat er in die tijd handelscontacten bestonden tussen de Friese Gebieden ten noorden van de Rijn en de zuidelijke Merovingische gebieden, waarbij de rivieren als Maas, Moezel en Rijn fungeerden als de belangrijkste verkeersaders. Omdat diverse exemplaren van dit type in 1876 aan het daglicht kwamen bij een schatvondst in een terp te Dronrijp, heeft men dit type naar deze vondst vernoemd. Ook in de schatvondst te Nietap (rond 1900) waren diverse exemplaren van dit type aanwezig, maar dan steeds met het portret naar links (zie JMP 1975-1977, pag.23-62 en plaat 19). Ze zullen dus ongetwijfeld in het gebied van het huidige Friesland zijn geslagen, waarschijnlijk niet ver van Dronrijp in Westergo. Verreweg de meeste exemplaren van het Dronrijptype zijn met het portret naar links. Serie V vormt hierop een uitzondering en toont ons een portret naar rechts. Hiervan zijn maar enkele exemplaren bekend. Dit exemplaar werd rond 2005 gevonden te Echteld. Uiterst zeldzaam.
In the northern Dutch areas, tremissis from more southern areas, which fell under Merovingian rule, were often imitated. This coin probably had a tremissis from Chalon as an example (see Depeyrot plate 38-39). It proves that there were trade contacts at that time between the Frisian Areas north of the Rhine and the southern Merovingian areas, with the rivers such as the Meuse, Moselle and Rhine functioning as the main traffic arteries. Because several examples of this type came to light in 1876 during a treasure discovery in a mound in Dronrijp, this type was named after this find. Several examples of this type were also present in the treasure find at Nietap (around 1900), but always with the portrait to the left (see JMP 1975-1977, pages 23-62 and plate 19). They would therefore undoubtedly have been struck in the area of present-day Friesland, probably not far from Dronrijp in Westergo. The vast majority of specimens of the Dronrijp type have the portrait to the left. Series V is an exception to this and shows us a portrait to the right. Only a few specimens of this series V type are known. This specimen was found in Echteld (NL) around 2005. Extremely rare.
van der Chijs - ; MEC 521var. ; vgl. Belfort 345 en 2347 ; Prou - ; Boeles 1947, nos 36-37 (nr. 36 gevonden te Franeker) RRR Ruwe slag met licht verschoven voorzijdestempel. zfr |
|
|  |
 |
 |
FRANKISCHE RIJK - DYNASTY DER MEROVINGERS - FRISIA / AUSTRASIA - MONETARIUS MADELINUS - Triens of tremissis z.j. (circa 630-635), Dorestad
gewicht 1,16 gram ; goud Ø 13mm.
vz. Buste met pareldiadeem naar rechts, omringd door de tekst; ΔORESTATI FIT (Dorestati fit betekent ′gemaakt in Dorestad′) kz. Kruis op voetstuk, daaronder zes stippen, omringd door de tekst; MAΔ•ELINVS M (voluit: Madelinus Monetarius = muntmeester Madelinus)
Rond 600 na Christus ontwikkelde zich bij de splitsing van Rijn en Lek een handelscentrum, Dorestad. Het was gelegen bij het huidige Wijk bij Duurstede. Op dat moment lagen aldaar ook nog de restanten van een Romeinse castellum, hetgeen de kern vormde van het vroege Dorestad. Waarschijnlijk zullen de eerste munten ook aldaar geslagen zijn. In de loop van de 7e tot de 9e eeuw ontwikkelde de plaats zich steeds verder naar het noordwesten en vormde het als het ware een lintbebouwing van zo′n 3 kilometer lengte langs de Rijn (thans kromme Rijn) met honderden gebouwen als boerderijen, nijverheidsateliers, pakhuizen e.d. en zo′n 2500 – 3000 inwoners.
Het was een Friese stad die binnen de invloedsfeer lag van de Merovingers. De Friese gebieden strekte zich in die tijd uit in het westelijk deel van Nederland, van Zeeland tot bijna aan Denemarken toe. De Friese koningen zetelden vanaf midden 7e eeuw in Utrecht. Het was in die tijd gebruikelijk dat rondtrekkende muntmeesters (monetari) in de handelscentra goud verwerkten tot kleine muntstukken, in de regel trienten. Die muntstukken waren aanvankelijk meer een object van status, dan dat ze werkelijk als betaalmiddel werden gebruikt. In de wat latere periodes nam hun rol wel sterk toe in het betalingsverkeer en dat zien we dan ook in omvang van de producties terug.
Rond 700 kwam een einde aan de productie van trienten. Vanaf dat moment komt er een productie op gang van zilveren sceattas naar Angel-Saksisch voorbeeld, welke ook in Dorestad zijn geslagen. Herhaaldelijk vond er strijd plaats tussen de Friezen en de Franken en in 719 viel Dorestad uiteindelijk in Frankische handen. Onder Pepijn de Korte, Karel de Grote, Lodewijk de Vrome en Lotharius heeft in Dorestad muntslag plaatsgevonden. Na 850 trad het verval in. Herhaaldelijke plunderingen en verwoestingen door de Noormannen waren een van de redenen. Dorestad had geen verdedigingswerken. Daarnaast zal ook de stroomverlegging van de Rijn, waardoor men steeds langere aanlegsteigers moest bouwen, een rol hebben gespeeld. Plaatsen als Tiel en Deventer namen de rol van Dorestad als handelscentrum over.
Het betreft hier een exemplaar van de originele emissie van Frankische monetarius Madelinus. Deze rondreizende monetarius was naast Dorestad ook werkzaam in Famars (FR) en Maastricht. In tegenstelling tot de latere emissies met DORESTAT FIT (i.p.v. DORESTATI FIT), is de productie van dit eerste type zeer beperkt gebleven. Naast het onderscheid in de tekst zijn de originele trienten van Madelinus iets kleiner van diameter en zijn ze van een wat hoger goudgehalte. Zeer zeldzaam. Miniem slagbarstje. Zeer attractief exemplaar.
van der Chijs VIII, 2 ; Belfort 1760 ; Delmonte 17 ; Depeyrot II, pag. 18, no.1 ; Prou 1224 ; MEC 493 ; Collectie Van Rede 1-3 RR zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
FRANKISCHE RIJK - DYNASTY DER MEROVINGERS - FRISIA - MONETARIUS MADELINUS - Tremissis (triens), circa 640-660, onbekend atelier in Frisia
gewicht 1,16 gram ; goud van laag gehalte Ø 15mm.
vz. Buste met pareldiadeem naar rechts, omringd door de tekst; DR+E∾TΛ FIT (verbastering van DORESTATI FIT) kz. Kruis op voetstuk, daaronder zes stippen, omringd door de tekst; IIΛΔENLIIIVSII (verbastering van MAΔELINVS M)
Het betreft hier een navolging van de triens van monetarius Madelinus, die zijn munten sloeg rond 630-635. De teksten zijn bij dit exemplaar aanzienlijk verbasterd en getuige het bleke uiterlijk is het goudgehalte duidelijk lager dan bij de originele stukken van Madelinus. Waarschijnlijk zal Madelinus maar korte tijd actief zijn geweest als monetarius in Dorestad. De zeldzaamheid van die originele stukken lijkt dit ook te bevestigen. Waarschijnlijk heeft men vrij snel na het vertrek van Madelinus de aanmunting van tremissis voortgezet, waarbij men als voorbeeld de stukken van Madelinus heeft genomen. Aanvankelijk weken die stukken nauwelijks af van de originele stukken, met als voornaamste verschil dat we bij de navolgingen steevast DORESTAT FIT zien in plaats van DORESTATI FIT. Naarmate we qua tijd verder geraken van de originele stukken, zien we de teksten en beeldenaar steeds verder verbasteren en zien we een afname van het gewicht en gehalte. De late navolgingen zijn bleek en zilverachtig van uiterlijk en bevatten minder dan 10% aan goud. Ook de muntplaatjes van de navolgingen zijn wat groter dan bij de originele stukken. Het is aannemelijk dat de eerste navolgingen ook in het muntatelier van Dorestad zijn geslagen. De latere, meer verbasterde navolgingen zullen ook in andere ateliers zijn geslagen. Die navolgingen worden namelijk op vele verschillende locaties teruggevonden, zoals in het Nederlandse Rivierengebied, langs de gehele kust van Frisia en in Noord-Nederland en Oost-Nederland.
Samen met Maastricht vormen de trienten van Dorestad de eerste Nederlandse munten met een muntplaats vermelding en een vermelding van de maker (monetarius). Voor die tijd zijn er in Nederland ook wel munten geslagen, maar dat waren vooral (verbasterde) imitaties van Romeinse en Byzantijnse tremissis waarbij geen relatie is te leggen met een specifieke muntplaats of maker/heerser. Rond 600 na Christus ontwikkelde zich bij de splitsing van Rijn en Lek een handelscentrum, Dorestad. Het was gelegen bij het huidige Wijk bij Duurstede. Op dat moment lagen aldaar ook nog de restanten van een Romeinse castellum waarvan we de naam niet met zekerheid weten. Dit voormalige castellum vormde de kern van het vroege Dorestad. Waarschijnlijk zullen de eerste munten ook daar geslagen zijn. In de loop van de 7e tot de 9e eeuw ontwikkelde de plaats zich steeds verder naar het noordwesten en vormde het als het ware een lintbebouwing van zo′n 3 kilometer lengte langs de Rijn (thans kromme Rijn) met honderden gebouwen als boerderijen, nijverheidsateliers, pakhuizen e.d. en zo′n 2500 – 3000 inwoners. De nederzetting was aanvankelijk gelegen in Frisia maar kwam later onder Frankisch bestuur (Merovingers en later Karolingers) en maakte daarmee deel uit van het koninkrijk Austrasië. Dorestad lag op de grens van Austrasië en Frisia. De Friese heersers hadden vanaf midden 7e eeuw hun bestuurscentrum te Utrecht. Er waren dan ook nauwe contacten tussen de Franken en Friezen. Frisia strekte zich in uit over het westelijk deel van Nederland, van Zeeland tot bijna aan Denemarken toe. Onder de Merovingers was het gebruikelijk dat rondtrekkende muntmeesters (monetari) in de handelscentra goud verwerkten tot kleine muntstukken, in de regel triënten, en soms zilver tot denarii. Die muntstukken waren aanvankelijk meer een object van status, dan dat ze werkelijk als betaalmiddel werden gebruikt. In de wat latere periodes nam hun rol wel sterk toe in het betalingsverkeer en dat zien we dan ook in omvang van de producties terug. Rond 700 kwam een einde aan de productie van trienten. Vanaf dat moment komt er een productie op gang van zilveren sceattas naar Angel-Saksisch voorbeeld, welke ook in Dorestad zijn geslagen. Herhaaldelijk vond er strijd plaats tussen de Friezen en de Franken en in 719 viel Dorestad uiteindelijk in Frankische handen. Onder Pepijn de Korte, Karel de Grote, Lodewijk de Vrome en Lotharius heeft in Dorestad muntslag plaatsgevonden. Na 850 trad het verval in. Herhaaldelijke plunderingen en verwoestingen door de Noormannen waren een van de redenen. Dorestad had geen verdedigingswerken. Daarnaast zal ook de stroomverlegging van de Rijn, waardoor men steeds langere aanlegsteigers moest bouwen, een rol hebben gespeeld. Plaatsen als Tiel en Deventer namen de rol van Dorestad als handelscentrum over.
van der Chijs XXI, 1var. ; Belfort 1787 ; vgl. Delmonte 17 ; vgl. Depeyrot II, pag. 18, no.1 ; vgl. Prou 1230. ; MEC 494-495var. R Miniem slagbarstje. Attractief exemplaar van een scherpe slag. Zeldzaam. pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRISIA - PSEUDO ANGEL-SAKSISCHE MUNTSLAG - Sceatta z.j. (circa 695-720), Domburg (?)
gewicht 0,84gr. ; zilver Ø 11mm. series D, type 2c zgn. Continentaal runentype. vz. Gekroond dubbelportret naar rechts, omgeven door runenschrift kz. Kort kruis met stippen in de hoeken, omgeven door runenschrift
Deze munt werd geslagen ten tijde van de Friese koning Redbad (ook bekend als Radbod/Radboud). Hij was een machtige, heidense koning van de Friezen (ca. 670-719) die bekend stond om zijn strijd tegen de oprukkende Franken en het christendom, en wordt gezien als een symbool van Friese vrijheid. Het was ook de tijd dat Engelse en Ierse priesters de Friese gebieden trachtten te kerstenen o.a. door Willbrord. Hij was op 22 november 695 tot aartsbisschop der Friezen benoemd en had tot taak de Friezen te bekeren. Hij zetelde in Utrecht. In 699 werd hij echter gevangen genomen door de Friese koning Redbad,die hem vervolgens weer vrij liet. Pas zo′n twintig jaar later werden onder bisschop Bonifacius weer serieuze nieuwe bekeringspogingen ondernomen. Diens ergerlijke bekeringswijzen werden niet gewaardeerd en hij werd op 5 juni 754 in de omgeving van Dokkum vermoord.
Redbad′s heerschappij strekte zich uit over een groot gebied, van de Hollandse duinen en het Oude Rijngebied tot aan de Wezer, hoewel historici het exacte gebied betwisten en zijn rijk waarschijnlijk beperkter was dan soms gedacht, strekte zijn invloed zich uit over grote delen van Frisia. Hij is beroemd vanwege zijn verzet tegen de Franken en hun hofmeier Karel Martel, met een grote overwinning bij Keulen, maar na zijn dood werd Frisia toch onder Frankische heerschappij gebracht. Dorestad is de meest aannemelijke muntplaats voor dit zogenaamde stekelvarkentype.
Metcalf suggereert Domburg als mogelijke muntplaats van dit type. Talrijke recente losse vondsten in Friesland ondersteunen deze hypothese niet. Vermoedelijk is het geslagen op verschillende locaties langs de kust. Deze munt is geslagen ten tijde van de kerstening van de Friese gebieden (van de Rijn tot aan het waddengebied) door Willibrord. Hij was op 22 november 695 tot aartsbisschop van Utrecht benoemd en had tot taak de Friezen te bekeren. In 699 werd hij echter gevangen genomen door de Friese koning Radboud,die hem vervolgens weer vrijliet. Pas zo’n twintig jaar later werden onder bisschop Bonifacius weer serieuze nieuwe bekeringspogingen ondernomen. Diens ergelijke bekeringswijzen werden niet gewaardeerd,hetgeen leidde tot de moord op hem in 754 te Dokkum.
Dit type met dubbelportret naar rechts lijkt ongepubliceerd te zijn. Hoogst zeldzaam. This type with double portrait seems to be unpublished. extremely rare.
van der Chijs V, 46var. ; vgl. Spink 792 ; vgl. North 168 ; vgl. Metcalf 187 ; vgl. MEC 642 ; vgl. Abramson D210 ; vgl. op den Velde-Klaassen pag.39, no.2c RRRR pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRIESE GEBIEDEN & RIJNDELTA - PSEUDO ANGEL-SAKSISCHE MUNTSLAG - Sceatta z.j. (circa 695-720), Domburg (?)
gewicht 1,18gr. ; zilver Ø 11mm. series D, type 2c zgn. Continentaal runentype.
vz. Gekroond borstbeeld naar links, omringd door runenschrift kz. Kort kruis met stippen in de hoeken, omringd door runenschrift
Metcalf suggereert Domburg als mogelijke muntplaats van dit type. Talrijke recente losse vondsten in Friesland ondersteunen deze hypothese niet. Vermoedelijk is het geslagen op verschillende locaties langs de toenmalige Friese kust, dat zich uitstrekte van het huidige Zeeland tot het Duitse Ost-Friesland.
Deze munt werd geslagen ten tijde van de Friese koning Redbad (ook bekend als Radbod/Radboud). Hij was een machtige, heidense koning van de Friezen (ca. 670-719) die bekend stond om zijn strijd tegen de oprukkende Franken en het christendom, en wordt gezien als een symbool van Friese vrijheid. Het was ook de tijd dat Engelse en Ierse priesters de Friese gebieden trachtten te kerstenen o.a. door Willbrord. Hij was op 22 november 695 tot aartsbisschop der Friezen benoemd en had tot taak de Friezen te bekeren. Hij zetelde in Utrecht. In 699 werd hij echter gevangen genomen door de Friese koning Redbad,die hem vervolgens weer vrij liet. Pas zo′n twintig jaar later werden onder bisschop Bonifacius weer serieuze nieuwe bekeringspogingen ondernomen. Diens ergerlijke bekeringswijzen werden niet gewaardeerd en hij werd op 5 juni 754 in de omgeving van Dokkum vermoord.
Redbad′s heerschappij strekte zich uit over een groot gebied, van de Hollandse duinen en het Oude Rijngebied tot aan de Wezer, hoewel historici het exacte gebied betwisten en zijn rijk waarschijnlijk beperkter was dan soms gedacht, strekte zijn invloed zich uit over grote delen van Frisia. Hij is beroemd vanwege zijn verzet tegen de Franken en hun hofmeier Karel Martel, met een grote overwinning bij Keulen, maar na zijn dood werd Frisia toch onder Frankische heerschappij gebracht.
Het continentaal runentype is in de regel uitgevoerd met een portret naar rechts. Er zijn echter een beperkt aantal emissies geweest die daarop afweken en en portret naar links tonen. Deze zijn zeer zeldzaam.
van der Chijs- ; vgl. Spink 839 ; Metcalf- ; vgl. MEC 639 ; cf. Abramson p. 98, D400 ; vgl. op den Velde-Klaassen pag.39, figure 23 en plaat 9, 238 RR zeer attractief exemplaar met mooi portret pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRIESE GEBIEDEN & RIJNDELTA - PSEUDO ANGEL-SAKSISCHE MUNTSLAG - AR Sceatta z.j. (circa 700-720), Dorestad (?)
gewicht 1,16gr. ; zilver Ø 12mm. series E, type A zgn. ′Stekelvarkentype′
vz. Sterk gestileerd portret naar rechts, daarvoor III, kruisje en letters kz. Parelvierkant (gestileerde standaard) met daarbinnen centraal een anulet, omringd door T - T - I - I, buiten het vierkant de letters en kruizen; ✝ I ✝ I ✝ I ✝ I
Deze munt werd geslagen ten tijde van de Friese koning Redbad (ook bekend als Radbod/Radboud). Hij was een machtige, heidense koning van de Friezen (ca. 670-719) die bekend stond om zijn strijd tegen de oprukkende Franken en het christendom, en wordt gezien als een symbool van Friese vrijheid. Het was ook de tijd dat Engelse en Ierse priesters de Friese gebieden trachtten te kerstenen o.a. door Willbrord. Hij was op 22 november 695 tot aartsbisschop der Friezen benoemd en had tot taak de Friezen te bekeren. Hij zetelde in Utrecht. In 699 werd hij echter gevangen genomen door de Friese koning Redbad,die hem vervolgens weer vrij liet. Pas zo′n twintig jaar later werden onder bisschop Bonifacius weer serieuze nieuwe bekeringspogingen ondernomen. Diens ergerlijke bekeringswijzen werden niet gewaardeerd en hij werd op 5 juni 754 in de omgeving van Dokkum vermoord.
Redbad′s heerschappij strekte zich uit over een groot gebied, van de Hollandse duinen en het Oude Rijngebied tot aan de Wezer, hoewel historici het exacte gebied betwisten en zijn rijk waarschijnlijk beperkter was dan soms gedacht, strekte zijn invloed zich uit over grote delen van Frisia. Hij is beroemd vanwege zijn verzet tegen de Franken en hun hofmeier Karel Martel, met een grote overwinning bij Keulen, maar na zijn dood werd Frisia toch onder Frankische heerschappij gebracht. Dorestad is de meest aannemelijke muntplaats voor dit zogenaamde stekelvarkentype.
van der Chijs III, 1var. ; MEC 657var. ; Spink 790A ; North- ; op den Velde-Klaassen pag.46, variety A (vgl. Pl.12, 318-320) ; vgl. Abramson pag.86, E130 bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRIESE GEBIEDEN & RIJNDELTA - PSEUDO ANGEL-SAKSISCHE MUNTSLAG - AR Sceatta z.j. (circa 700-720), Dorestad (?)
gewicht 1,31gr. ; zilver Ø 12mm. series E, variety E
vz. Sterk gestileerd portret naar rechts, onder kin daarvoor X Λ, ervoor V V O kz. Parelvierkant (gestileerde standaard) met daarbinnen centraal een cirkel, omringd door; T - ∴ - I - Λ
Deze munt werd geslagen ten tijde van de Friese koning Redbad (ook bekend als Radbod/Radboud). Hij was een machtige, heidense koning van de Friezen (ca. 670-719) die bekend stond om zijn strijd tegen de oprukkende Franken en het christendom, en wordt gezien als een symbool van Friese vrijheid. Het was ook de tijd dat Engelse en Ierse priesters de Friese gebieden trachtten te kerstenen o.a. door Willbrord. Hij was op 22 november 695 tot aartsbisschop der Friezen benoemd en had tot taak de Friezen te bekeren. Hij zetelde in Utrecht. In 699 werd hij echter gevangen genomen door de Friese koning Redbad,die hem vervolgens weer vrij liet. Pas zo′n twintig jaar later werden onder bisschop Bonifacius weer serieuze nieuwe bekeringspogingen ondernomen. Diens ergerlijke bekeringswijzen werden niet gewaardeerd en hij werd op 5 juni 754 in de omgeving van Dokkum vermoord.
Redbad′s heerschappij strekte zich uit over een groot gebied, van de Hollandse duinen en het Oude Rijngebied tot aan de Wezer, hoewel historici het exacte gebied betwisten en zijn rijk waarschijnlijk beperkter was dan soms gedacht, strekte zijn invloed zich uit over grote delen van Frisia. Hij is beroemd vanwege zijn verzet tegen de Franken en hun hofmeier Karel Martel, met een grote overwinning bij Keulen, maar na zijn dood werd Frisia toch onder Frankische heerschappij gebracht. Dorestad is de meest aannemelijke muntplaats voor dit zogenaamde stekelvarkentype.
van der Chijs III, 11var. ; MEC- ; vgl. Spink 790E ; North- ; vgl. op den Velde-Klaassen pag.47, variety E (vgl. Pl.18, 491) ; MEC- ; vgl. Abramson pag.87, E105 ; vgl. Dirks, pl.C.4 attractief exemplaar met een mooi patina pr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRISIA - PSEUDO ANGEL-SAKSISCHE MUNTSLAG - AR Sceatta z.j. (circa 700-720), muntplaats in Frisia, wellicht Dorestad
gewicht 1,05gr. ; zilver Ø 12mm. series E, ΛIO variant
vz. Sterk gestileerd portret naar rechts, daarvoor kruisje en de tekst ΛIO kz. Parelvierkant (gestileerde standaard) met daarbinnen centraal een anulet, omringd door Λ - Λ - Λ - I, in de buitenrand de tekst ΛIO VW …
Deze munt werd geslagen ten tijde van de Friese koning Redbad (ook bekend als Radbod/Radboud). Hij was een machtige, heidense koning van de Friezen (ca. 670-719) die bekend stond om zijn strijd tegen de oprukkende Franken en het christendom, en wordt gezien als een symbool van Friese vrijheid. Het was ook de tijd dat Engelse en Ierse priesters de Friese gebieden trachtten te kerstenen o.a. door Willbrord. Hij was op 22 november 695 tot aartsbisschop der Friezen benoemd en had tot taak de Friezen te bekeren. Hij zetelde in Utrecht. In 699 werd hij echter gevangen genomen door de Friese koning Redbad,die hem vervolgens weer vrij liet. Pas zo′n twintig jaar later werden onder bisschop Bonifacius weer serieuze nieuwe bekeringspogingen ondernomen. Diens ergerlijke bekeringswijzen werden niet gewaardeerd en hij werd op 5 juni 754 in de omgeving van Dokkum vermoord.
Redbad′s heerschappij strekte zich uit over een groot gebied, van de Hollandse duinen en het Oude Rijngebied tot aan de Wezer, hoewel historici het exacte gebied betwisten en zijn rijk waarschijnlijk beperkter was dan soms gedacht, strekte zijn invloed zich uit over grote delen van Frisia. Hij is beroemd vanwege zijn verzet tegen de Franken en hun hofmeier Karel Martel, met een grote overwinning bij Keulen, maar na zijn dood werd Frisia toch onder Frankische heerschappij gebracht. Dorestad is de meest aannemelijke muntplaats voor dit zogenaamde stekelvarkentype.
Dit stekelvarken type met de tekst LIO op zowel de voorzijde als keerzijde is niet gepubliceerd in de relevante naslagwerken. Dat een dergelijke tekst op beide zijden is geplaatst lijkt er toch op te duiden dat het geen betekenisloze tekst is. Het zou een verwijzing kunnen zijn naar de muntplaats of een monetarius. Hoogst interessant en uiterst zeldzaam.
This porcupine type with the text ΛIO on both obverse and reverse has not been published in the relevant reference books. The fact that such a text is placed on both sides seems to indicate that it is not a meaningless text. It could be a reference to the minting place or a monetarius. Highly interesting and extremely rare.
van der Chijs - ; MEC - ; Spink - (vgl. 790G) ; North- ; Abramson - (vgl. pag.86-87) ; op den Velde-Klaassen - RRRR pr- |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRISIA - PSEUDO ANGEL-SAKSISCHE MUNTSLAG - AR Sceatta z.j. (circa 710-740), Frisia
gewicht 0,95gr. ; zilver Ø 12mm. imitatie van het zgn. stekelvarken/cross type imitation of the porcupine/stepped cross type vgl. series E, type 53
vz. Sterk gestileerd portret naar links, daaronder anulet en twee stippen kz. Anulet omringd door tekens en symbolen binnen een cirkel
Deze munt werd geslagen ten tijde van de Friese koning Redbad (ook bekend als Radbod/Radboud). Hij was een machtige, heidense koning van de Friezen (ca. 670-719) die bekend stond om zijn strijd tegen de oprukkende Franken en het christendom, en wordt gezien als een symbool van Friese vrijheid. Het was ook de tijd dat Engelse en Ierse priesters de Friese gebieden trachtten te kerstenen o.a. door Willbrord. Hij was op 22 november 695 tot aartsbisschop der Friezen benoemd en had tot taak de Friezen te bekeren. Hij zetelde in Utrecht. In 699 werd hij echter gevangen genomen door de Friese koning Redbad,die hem vervolgens weer vrij liet. Pas zo′n twintig jaar later werden onder bisschop Bonifacius weer serieuze nieuwe bekeringspogingen ondernomen. Diens ergerlijke bekeringswijzen werden niet gewaardeerd en hij werd op 5 juni 754 in de omgeving van Dokkum vermoord.
Redbad′s heerschappij strekte zich uit over een groot gebied, van de Hollandse duinen en het Oude Rijngebied tot aan de Wezer, hoewel historici het exacte gebied betwisten en zijn rijk waarschijnlijk beperkter was dan soms gedacht, strekte zijn invloed zich uit over grote delen van Frisia. Hij is beroemd vanwege zijn verzet tegen de Franken en hun hofmeier Karel Martel, met een grote overwinning bij Keulen, maar na zijn dood werd Frisia toch onder Frankische heerschappij gebracht. Dorestad is de meest aannemelijke muntplaats voor dit zogenaamde stekelvarkentype.
De voorzijde van dit exemplaar is duidelijk ontleend aan het stekelvarkentype. Afwijkend is het naar links gewende portret. De keerzijde is niet te relateren aan het stekelvarkentype en lijkt op zich zelf te staan. Het is een verbastering van een breed kruis met een anulet in het midden. Ongepubliceerd en uiterst zeldzaam.
van der Chijs- ; MEC- ; Spink - ; Metcalf - (vgl. 258-262) ; North- (vgl. pag.67, 150 ; Pl. I2, 2) ; vgl. JMP.1982, pag.12, 15 ; op den Velde-Klaassen- (vgl. pl. 12, 306-307) ; Abramson - (cf. pag.124, E420) RRR zfr+ |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - FRIESE GEBIEDEN & RIJNDELTA - PSEUDO ANGEL-SAKSISCHE MUNTSLAG - Sceatta z.j. (circa 700-720)
gewicht 0,90gr. ; zilver Ø 12mm. BMC Class J (′plumed bird type′), type 6 Series E, variety K
vz. Vogel naar rechts met uitgeslagen vleugels, daaronder twee kruisjes en stippen kz. Parelvierkant (gestileerde standaard) met ⊙ in centrum geflankeerd door drie stippen, boven en onder twee horizontale streepjes, omringd door; +•••••+•••••+•••••+••••• , binnen een parelcirkel.
Dit type heeft duidelijk grote verwantschap met het ′stekelvarkentype′ (vermoedelijk Dorestad) en is waarschijnlijk een afgeleide daarvan. Dit vogeltype komt echter veel minder voor en is zeldzaam.
vgl. van der Chijs IV, 22 ; Metcalf page 206-211, no.190-193 ; Metcalf II, pag.197,var.L ; Spink 790K ; vgl. MEC 653-655 ; JMP 1982, pag.12, no.14var. (vondst Maurik/Rijswijk) ; vgl. North 45/49 ; vgl. Abramson page 121, E300 ; vgl. Beowulf 34 ; Op den Velde-Klaassen pag 44 (pl. 11, 296-299 var.) R zfr/pr à pr- |
|
|  |
|